Nissan en DeNA starten praktijktest met robo-voertuigen

Nissan en DeNA zijn gestart met een praktijktest van Easy Ride, een taxiservice (mobiliteitsdienst) voor robo-voertuigen die door beide bedrijven is ontwikkeld.

Easy Ride is bedoeld als een dienst met robo-voertuigen (zelfrijdende auto’s zonder chauffeur) voor iedereen die vrij wil reizen naar welke willekeurige bestemming dan ook. Tijdens de eerste testritjes, in het district Minatomirai in Yokohama, kunnen de deelnemers reizen in deze voertuigen die zijn uitgerust met de autonome rijtechnologie van Nissan via een vooraf vastgestelde route. De route heeft een lengte van 4,5 kilometer en ligt tussen het hoofdkantoor van Nissan en het winkelcentrum Yokohama World Porters.

CDO LeasePlan: ‘Ik wil lekker doorstomen’

Na ervaring bij FedEx en Air France-KLM moet Alsemgeest nu LeasePlan in de juiste vorm krijgen voor de snel veranderende markt. En werkt hij aan een tweeledige opdracht.

Wat hoop je bij je nieuwe werkgever te leren?
“Ik kijk er vooral naar uit om de voor mij nieuwe industrie te doorgronden. De sector zit in een spannende tijd, waarin ook tal van nieuwe businessmodellen ontstaan. Denk aan car-as-a-service en de rol die mobility-as-a-service gaat spelen. Dat vraagt om verandering en flexibiliteit. Wat dan ook een deel is van mijn opdracht: het bedrijf voorbereiden op de toekomst. Erachter komen welke vaardigheden we nodig hebben om snel te kunnen reageren op marktontwikkelingen. En deze het liefst proactief beïnvloeden. Dit alles uiteraard vanuit mijn verantwoordelijkheid voor digital.”

En het andere deel?
“We gaan een centrale dotcom-site neerzetten. Nu zijn dat nog allemaal aparte landenextensies, waarbij we veel werken via platformen van derden. Dat worden dus directe constructies. Waarbij we eigenaar worden van de klantrelatie en gerichter kunnen acteren. Daarvoor zet ik nu een nieuwe unit op. We maken daarbij deel uit van de strategie en tegelijkertijd hebben we de vrijheid om huidige processen uit te dagen. Met als uiteindelijk doel om de afdeling intern in het bedrijf te passen. Omdat te realiseren, zit ik er dicht op. Bijvoorbeeld door de landen waar we werken goed te kennen.”

Waar ligt de overeenkomst met je eerdere werk?
“De toenemende onzekerheid in deze markt, steeds een stapje meer. Dat zag je ook binnen airlines en in de logistiek. Er zijn tevens steeds meer bewegingen die de business kunnen beïnvloeden. Als je daar niet actief mee bezig bent, beland je uiteindelijk in een kostenbesparingsprogramma. Daarmee maak je het jezelf heel lastig. En dus moet je er alles aan doen om dat te voorkomen. Die trend loopt als een rode draad door mijn carrière.”

Wat neem je mee uit je tijd bij KLM?
“Daar heb ik sterk vanuit de commercie gewerkt, de passagierskant. En daardoor vooral goed gekeken naar de markt, de klant, winstgevende groei, operating margin en hoe technologie daar een rol in kan spelen. Ieder bedrijf is uiteraard weer anders, maar mijn manier van inrichten is grotendeels hetzelfde gebleven. Namelijk een aparte unit neerzetten om vaardigheden te boosten. Met het verschil dat momenteel de nadruk meer ligt op data, intelligence en design.”

Het klinkt alsof je ook bij een scale-up zou passen. Ooit over nagedacht?
“Haha. Eigenlijk niet, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen. Ik hou ervan om lekker door te stomen. Het is steeds belangrijker om de eerste te zijn. Uiteraard gecontroleerd en doordacht. Je weet welke gevolgen dat heeft. Daarom is het prettig dat ik ruim vijftien jaar bij KLM heb gezeten en de veranderprocessen goed ken. Die leerschool komt goed van pas.”

Je bent nu van VP naar CDO gegaan. Maakt dat veel verschil?
“Niet zo gek veel. Ik ben nog steeds vooral bezig met verandering en alignment. Wel blijken anderen er wat anders tegenaan te kijken. Als CDO heb je een grotere stem. Dat kan dingen wel soepeler maken. Niet dat ik bij een corporate werk, integendeel. LeasePlan ontwikkelt zich juist de andere kant op. Er zijn de afgelopen tijd dan ook enorme stappen gezet. Zo zijn er een stuk minder procesvragen en wordt er vooral naar kansen gekeken. En naar hoe we het samen maakbaar maken.”

Wanneer is je opdracht geslaagd?
“Het plan uitvoeren dat we nu hebben opgesteld, is een voorwaarde. Daarbij wil ik over een paar jaar terug kunnen kijken op een aantal zaken waarin wij de lead hebben genomen. Bijvoorbeeld mobility-as-service of het slim bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Als dat zo is, ben ik tevreden.”

* Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer van Emerce magazine (#163).

6 manieren om het bedrijfs-IQ te vergroten

Het online marketingbureau iProspect ontdekte onlangs hoe de inzet van kunstmatige intelligentie de mens overtrof. Om op zoek te gaan naar zoveel mogelijk nieuwe potentiële klanten voor een online Opel-campagne, werd een proef opgetuigd waarbij de mens direct tegenover de machine werd gezet. De socialmediaconsultant met jarenlange ervaring met Opel-campagnes nam het op tegen de […]

Infographic: innovatie in de autobranche

Zelfrijdende auto’s, connected cars, deelauto’s, slimme verkeerslichten, de autobranche is al enige tijd enorm in beweging. Krijgen we inderdaad nog de iCar van Apple onder ogen, of zijn het toch de grote autofabrikanten die ons echte vernieuwingen gaan brengen? ‘Connected’ wordt in elk geval de standaard in 2020, belooft deze infographic over de toekomst van het voertuig.

SEAL start ICO voor blockchainplatform tegen namaakindustrie

De Amsterdamse startup SEAL van broers Bart en Joris Verschoor start zondag een eigen muntuitgave, beter bekend als een ICO. Het bedrijf wil 33 miljoen euro ophalen voor een blockchainplatform waarmee de authenticiteit van bepaalde producten kunnen worden gewaarborgd.

Het idee is om producten te voorzien van een uitleesbare chip waarmee informatie kan worden uitgelezen, meldt Business Insider. Ook kan via het intellectuele eigendom op deze wijze worden vastgelegd.

Er loopt een test bij een Italiaanse wijngaard die exclusieve wijnen maakt. Daarbij kan overigens alleen de authenticiteit van de fles worden bepaald.

SEAL heeft concurrenten als Walton en VeChain, die ook nog proefprogramma’s draaien. Walton richt zich op de kledingindustrie, VeChain op luxe goederen.

SEAL start ICO voor blockchainplatform tegen namaakindustrie

De Amsterdamse startup SEAL van broers Bart en Joris Verschoor start zondag een eigen muntuitgave, beter bekend als een ICO. Het bedrijf wil 33 miljoen euro ophalen voor een blockchainplatform waarmee de authenticiteit van bepaalde producten kunnen worden gewaarborgd.

Het idee is om producten te voorzien van een uitleesbare chip waarmee informatie kan worden uitgelezen, meldt Business Insider. Ook kan via het intellectuele eigendom op deze wijze worden vastgelegd.

Er loopt een test bij een Italiaanse wijngaard die exclusieve wijnen maakt. Daarbij kan overigens alleen de authenticiteit van de fles worden bepaald.

SEAL heeft concurrenten als Walton en VeChain, die ook nog proefprogramma’s draaien. Walton richt zich op de kledingindustrie, VeChain op luxe goederen.

MWC 2018: Archos claimt primeur met portemonnee voor cypto’s

Het Franse bedrijf Archos claimt een primeur met een hardware-portemonnee om bitcoins en andere valuta’s veilig op te slaan. De ARCHOS Safe-T mini, die beschikbaar is vanaf juni 2018 voor 50 euro, wordt volgende week in Barcelona onthuld.

Het product komt niet helemaal uit de lucht vallen. Archos is actief lid van het cluster Systematic Paris Region, die een specifieke themagroep genaamd ‘Digital Trust & Security’ heeft opgericht. Partners zijn onder meer OCamlPro, Secure-IC en Gemalto.

Archos Safe-T mini is op een computer of een mobiel apparaat aan te sluiten met behulp van een micro-USB-kabel. Zodra de vereiste 4 tot 9 cijferige pin-code is ingesteld, genereert het apparaat een privé-code en slaat deze veilig op. Elke transactie wordt weergegeven op het ingebouwde scherm en moet fysiek worden goedgekeurd met behulp van de knoppen op de Safe-T mini. Bij schade, verlies of diefstal van de Safe-T mini kan de eigenaar gebruikmaken van een back-up.

De beste verhalende journalistiek: Meestervertellers 2017

Welke journalist wordt Meesterverteller van 2017? Op 8 maart wordt de beste verteller van journalistieke verhalen uit 2017 gekozen.

Journalistiek leest of kijkt vaak als huiswerk. Het is vaak een verzameling van droge feiten. Maar soms gebruikt een journalist een gouden pennetje of de technieken van de scenarioschrijver en vertelt zo een verhaal dat je het nieuws laat beleven. Als een echte meesterverteller. Welke journalist mag zich Meesterverteller 2017 noemen?

Een Meesterverteller wil een goed verhaal vooral ook goed vertellen. In de verhalen van Meestervertellers is ruimte voor spanning, ontroering en verontwaardiging. Zonder dat de werkelijkheid geweld wordt aangedaan – want het blijft journalistiek.

Jaarlijks selecteert een redactie van journalisten uit alle landelijke media van Nederland en Vlaanderen op verzoek van de Stichting Verhalende Journalistiek de beste journalistieke verhalen. Dit jaar koos ze uit maar liefst 120 journalistieke verhalen in de categorieën lezen, kijken, luisteren en klikken en uit Nederland en Vlaanderen de beste tien. Op 8 maart wordt uit die tien beste de meesterverteller 2017 gekozen.

Het viel de redactie dit jaar op dat er in alle verhalen sprake was van een tegenkracht die de hoofdpersoon moest overwinnen. De vader die zijn dochter probeert terug te krijgen uit het kalifaat. Groningers die vechten om hun boerderijen te redden van bevingen en politiek. Een journalist probeert buiten het alziend oog van Big Brother de stad door te komen.

Tijdens Meestervertellers op 8 maart vertellen de tien geselecteerde makers hoe hun verhalen tot stand kwamen. Ze vertellen ook over hun fascinatie voor hun onderwerp, de hobbels op hun pad en hoe je een verhaal invoelbaar overbrengt. Daarnaast komen er hoofdpersonen aan het woord. Want hoe is het om centraal te staan in een journalistiek verhaal? En welke impact heeft dat op je leven?

Wanneer: Donderdag 8 maart van 20.00 tot 22.00 uur – om 19.30 is de zaal open.

Waar: Pakhuis de Zwijger, Amsterdam.

Tickets kosten 17,50, voor de vrienden van de stichting Verhalende Journalistiek 12,50. Koop hier je kaartje.

The post De beste verhalende journalistiek: Meestervertellers 2017 appeared first on De Nieuwe Reporter.

Conferentie Verhalende Journalistiek: on-demand journalistiek

Op 20 april organiseert de Stichting Verhalende Journalistiek haar eerste Europese conferentie. Ze gaat op zoek naar de manier waarop journalisten in Europa storytelling inzetten, met name bij on-demand journalistiek.

Het vertrouwde ritme van het nieuws maakt steeds meer plaats voor on-demand journalistiek – podcasts, longforms, YouTube. Het moment waarop een verhaal verschijnt is minder van belang. Het fragmenterende medialandschap biedt ruimte om nieuwsverhalen vanuit verschillende invalshoeken te vertellen. Als het moment van verschijnen minder relevant wordt, gaat het al snel meer om de stem van de verteller. Maar hoe ga je als maker van alwetend en objectief naar het vinden van je eigen stem?

Daarover gaat de conferentie True Stories: Find your voice within the European narrative tradition. Het is de eerste Europese conferentie van de Stichting Verhalende Journalistiek, dat de afgelopen jaren zich voor haar conferentie vooral op Amerikaanse sprekers richtte, zoals bij de uitverkochte conferentie Storytelling in a Digital Age, twee jaar geleden met curator Amy O’Leary.

Nieuwe vormen van verhalen vertellen

Welke nieuwe vormen van verhalen vertellen zijn er dan? Alvast een paar voorbeelden.

Bernt Jakob Oksnes schreef een negendelige online serie “Baby in a plastic bag” voor zijn Noorse krant Dagbladet. De serie werd zo populair dat de krant besloot om de volgende aflevering eerder prijs te geven aan abonnees – en wierf op die manier duizenden nieuwe abonnees. Ruim een miljoen Noren volgden het verhaal – 20% van de bevolking.

Christian Lerch gebruikte in Duitsland WhatsApp-voicemail-berichten voor zijn prijswinnende radiodocumentaire “Papa, wir sind in Syrien”. Hoe bouwde hij een spanningsboog op, als hij niet zelf als interviewer het verhaal kon sturen?

Kamil Bałuk tot slot is van de Poolse School voor Reportage, dat is opgericht in nagedachtenis van Ryszard Kapuścińskis. De school leidt een nieuwe generatie verhalend journalisten op en velen van hen schreven boeken die al naar het Nederlands vertaald werden; Bałuks eigen boek (Alle kinderen van Louis) verschijnt in april in het Nederlands. Is er zoiets als een Poolse stijl?

Conferentie

De Europese conferentie gaat op donderdagavond 19 april van start. Dan wordt in Pakhuis de Zwijger het werk van de sprekers getoond en geven de makers een korte toelichting.

Vrijdag 20 april vertellen zo’n 40 sprekers in vier verschillende zalen over hun eigen werk, geven ze praktische how to-sessies en delen hoofd- en chefredacteuren uit zes verschillende landen een kwestie waar zij mee kampen tijdens ronde tafelsessies.

Voor de kaartverkoop ga je naar www.verhalendejournalistiek.nl.

The post Conferentie Verhalende Journalistiek: on-demand journalistiek appeared first on De Nieuwe Reporter.

Festival Multiple Journalism

Multiple Journalism en Verspers organiseren met steun van het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie het Festival Multiple Journalism. Deze dag vindt plaats op 29 maart en is een showcase van interessante journalistieke projecten op het gebied van storytelling en journalistieke verdienmodellen.

Innovatieve makers uit de hele wereld komen naar Amsterdam om te laten zien waar ze mee bezig zijn. Met boeiende discussies, lezingen en workshops.

De volgende sprekers kunnen we bevestigen:

  • Over crowdsourcing: David Kobia, programmeur, mediaondernemer en medeoprichter van het Keniaanse open source platform Ushahidi
  • Over burgerjournalistiek: Marina Amaral, oprichtster van het Braziliaanse online onderzoeksjournalistieke platform Reportagem Pública
  • Over immersive journalism: Jamie Pallot, medeoprichter van Emblematic uit de VS: een belangrijpe producent van virtual, augmented en mixed reality producties

Kaartjes zijn via de volgende link te verkrijgen: http://bit.ly/2E60Rvj.

Meer informatie via Facebook: https://www.facebook.com/events/285222522006779/

The post Festival Multiple Journalism appeared first on De Nieuwe Reporter.

Kurt Baschwitz – pionier van communicatieonderzoek – wie kent hem nog?

JvGinneken_KB_voorplat_KL

Jaap van Ginneken schreef een boek over Kurt Baschwitz. Kurt wie? Zijn naam klinkt velen vreemd in de oren. Maar Baschwitz was in Nederland de grondlegger van de communicatiewetenschap. Tabe Bergman benadrukt in zijn recensie hoe belangrijk het werk van Baschwitz was.

Kurt Baschwitz (1886-1968) was een belangrijk pionier en oprichter van het vakgebied massacommunicatie in Europa, met name aan de Universiteit van Amsterdam, en zelfs de wereld. Maar tegenwoordig weet bijna niemand, inclusief veel communicatieonderzoekers, nog wie hij was.

Vergetelheid

In wat naar eigen zeggen zijn laatste boek is, redt Jaap van Ginneken Baschwitz en zijn werk over propaganda en mensenmassa’s bekwaam van de vergetelheid.

Die vergetelheid is het gevolg van een aantal factoren, schrijft Van Ginneken. Baschwitz schreef zijn boeken in het Duits, zijn moedertaal, en ze zijn nooit in het Engels vertaald. Die taal groeide na de Tweede Wereldoorlog uiteraard uit tot de academische lingua franca.

De belangrijkste boeken van Baschwitz, die volgens Van Ginneken de vier hoofdthema’s ‘pers, propaganda, politiek en vervolging’ behandelen, pasten bovendien niet in één bestaande discipline. Ook was hij geen lid van een “duidelijk omschreven paradigmatische school” (p. 21-22).

Vreemde eend in de bijt

Baschwitz was geen doorsnee academicus. Zijn boeken waren gericht op een breder publiek dan alleen zijn collega’s. De voormalig journalist van Joodse afkomst, die Duitsland ontvluchtte toen de Nazi’s aan de macht kwamen, negeerde grotendeels goede academische gewoontes zoals veelvuldige verwijzingen en voetnoten.

Ook wat onderzoeksaanpak betreft was Baschwitz een vreemde eend in de bijt. Van Ginneken omschrijft hem als een “vergelijkend sociaal historicus” (p. 21). Dit maakte dat hij na de Tweede Wereldoorlog meer en meer ging verschillen van zijn collega’s, van wie velen de empirische aanpak omarmden die uit de Verenigde Staten kwam overwaaien. De traditionele methode van veel Europese academici, de kritische tekstttraditie, verdween naar de achtergrond, ook aan Nederlandse universiteiten.

In het kort, Baschwitz was in veel opzichten niet op zijn plaats in zijn tijd. “Hij was een balling en buitenbeentje in meer dan één betekenis: niet alleen politiek, maar ook cultureel, intellectueel, wetenschappelijk,” schrijft Van Ginneken (p. 20). Omdat het zo lastig is hem te plaatsen maakt hij nauwelijks deel uit van de standaard geschiedschrijving van het vakgebied.

Politiek gezien was Baschwitz overigens alleen een buitenbeentje in Duitsland in de jaren twintig en dertig. Hij was een constitutionele liberaal die gedurende zijn bewogen leven – dat werd beheerst door de Eerste Wereldoorlog, de daaropvolgende aanhoudende crisis in Duitsland en de vervolging door de Nazi’s van hemzelf en zijn gezin – heen en weer zwaaide binnen dat politiek perspectief.

Propaganda is terug van weggeweest

Baschwitz was dus vooral een populariserende samenvatter van bestaand onderzoek en commentator; niet een empirisch of archiefonderzoeker. De waarde van zijn werk ligt in zijn algemene observaties, het resultaat van veel lezen en denken. Bijvoorbeeld:

“Intelligentie ligt in de keuze van de mensen waarin we ons vertrouwen plaatsen.” (p. 327)

Wat kunnen wij, levend in het eeuwig onzekere heden, leren van het werk van Baschwitz? Van Ginneken begint er niet over, maar deze biografie over een vroege, gerespecteerd onderzoeker van de systematische, gewelddadige vervolging van groepen mensen en propaganda – hij werd geprezen door niemand minder dan de Amerikaanse superautoriteit Harold Lasswell – verschijnt in een periode waarin het verschijnsel en het woord ‘propaganda’ helemaal terug zijn van weggeweest. Dit is immers het tijdperk van Trump, sociale media en nepnieuws.

(Wie nu betwijfelt of propaganda als verschijnsel ooit werkelijk weg was, heeft natuurlijk gelijk.)

Uitgangspunten van Baschwitz

Twee fundamentele uitgangspunten van Baschwitz zijn als volgt samen te vatten:

  1. Vrijheid van meningsuiting, oftewel kritische discussie, is het medicijn voor massawaan.
  2. De politiek moet haar vertrouwen plaatsen in het grote aantal fatsoenlijke mensen, opdat zij zich verzetten tegen tirannen (p. 18).

Wat mij betreft tonen deze standpunten zowel de waarde als de beperking van het werk van Baschwitz.

Fatsoenlijke mensen

Om met de waarde van deze uitgangspunten te beginnen, zijn beschouwingen over mensenmassa’s zijn bijzonder inzichtelijk. Baschwitz’ wijsheden maken des te meer indruk als je je realiseert dat ze ingingen tegen het intellectuele klimaat van het interbellum.

Democratie lag immers hevig onder vuur, uiteraard in de Weimar Republiek, maar ook in andere westerse landen. Vele intellectuelen, onder wie de zojuist genoemde Lasswell, de Amerikaanse journalist Walter Lippmann en de Spaanse filosoof José Ortega Y Gasset, in zijn boek met de verkeerd vertaalde titel De Opstand der Horden, hadden weinig op met de regeringsvorm.

In dat tijdperk bestempelde Baschwitz de meerderheid van gewone mensen als fatsoenlijk. Het grootste deel van de schuld en verantwoordelijkheid voor de tragedies des tijds legde hij bij de elites, onder wie de intellectuelen, vanwege hun manipulatie, wetsschending of simpelweg een passieve houding tegenover machtsbeluste bullebakken – lees Hitler, en Trump.

Expliciet over heksenvervolgingen, maar bedoeld als observatie over vervolgingen in het algemeen, waaronder natuurlijk de Holocaust, schreef hij dat ze vooral niet zijn toe te schrijven aan de “blinde passies van de massa” of de veronderstelde “stupiditeit en kwaadaardigheid van de meerderheid”.

Elites als schuldige

Wat hem betreft toont de geschiedenis dat elites steeds hoofdschuldige zijn. Hij schreef:

“Nergens zouden vervolgers zijn geslaagd in het starten van langdurige en uitgebreide slachtingen als de weg niet was vrijgemaakt door de wreedheid of persoonlijke dwaasheid van politieke machtshebbers, of de zwakte van een wankele regering.” (p. 257)

Aangezien de macht toebehoort aan de elites, zowel toen als nu, ligt het inderdaad voor de hand dat zij het overgrote deel van de verantwoordelijkheid dragen voor veel van de belangrijke ontwikkelingen in de samenleving. Met macht komt verantwoordelijkheid.

Het is inderdaad incorrect om de schuld van het falen van de democratie dat uitmondde in de verkiezing van Trump bij het ‘domme’ Amerikaanse volk te leggen. De Verenigde Staten zijn een bijzonder ongelijke samenleving. Was het niet de zwakte van Hillary Clinton die de weg maakte voor Trump? Minder dan de helft van de Amerikaanse kiezers koos voor Trump.

Baschwitz zelf verwoordde deze cruciale waarheid het best, met een vergelijking:

“Een regering die het voordoet alsof ze tot oorlog is gedreven door de publieke opinie gedraagt zich als iemand die zegt geduwd te zijn door de eigen schaduw.” (p. 329-330)

Vrijheid van meningsuiting en commercie

Een kritische noot: fundamenteel uitgangspunt 1) toont wat mij betreft een belangrijke beperking van Baschwitz. Hij geloofde dat vrijheid van meningsuiting, mogelijk gemaakt door een commerciële pers, de oplossing was voor massawaan.

Maar in de jacht op kijkcijfers stimuleerden de Amerikaanse nieuwsmedia de opkomst van Trump. Pas toen Trump, tot verrassing van velen, uitgroeide tot mogelijke winnaar bekritiseerden de media hem. Ironisch en tragisch genoeg interpreteerden veel van zijn volgers de kritiek als een bevestiging van de arrogantie en elitaire vooroordelen van de mainstream journalisten.

In het kort: vrijheid van meningsuiting is een onmisbaar onderdeel van een vrije samenleving, maar het is sterk de vraag of ze een voldoende voorwaarde is voor een vrije samenleving.

Professor en directeur

In de jaren dertig slaagde Baschwitz er maar niet in om benoemd te worden tot voltijds professor in Amsterdam, waar hij zijn toevlucht had gezocht, ondanks aanhoudende, bijna wanhopige pogingen. In de oorlog – twee van zijn drie kinderen zaten in het verzet – ontsnapte hij ternauwernood aan deportatie naar het oosten en dus een vrijwel zekere dood. Na wederom heel wat voeten in de aarde kreeg hij na de bevrijding de benoeming uiteindelijk wel rond.

Baschwitz werd directeur van het nieuwe Instituut voor Pers Studies, gevestigd aan de Keizersgracht 604. Hij speelde een rol in het opleiden van een invloedrijke generatie academici (zoals zijn opvolger Marten Brouwer en Amerikanist Rob Kroes), journalisten (zoals John Jansen van Galen en Rob Wout) en politici (zoals Ed van Thijn en Hans Wiegel).

Student Henk van der Meijden nam de lessen van Baschwitz helaas niet ter harte.

Als een “stille, geduldige, aanhoudende diplomaat”, schrijft Van Ginneken, richtte Baschwitz mede het academische vakgebied massacommunicatie op (p. 320). Hij was tevens oprichtend lid van de nu nog toonaangevende beroepsorganisatie International Association for Media and Communication Research (IAMCR). En van het prominente tijdschrift International Communication Gazette, dat tot op de dag van vandaag wordt gerund vanuit de UvA.

Van Ginnekens laatste boek

Van Ginneken heeft geen perfect boek geschreven. Hij heeft een scherp oog voor het onthullende, relatief onbekende detail, maar soms voelt zijn schrijfstijl wat laconiek – net iets te makkelijk. De passages die de context van de Eerste Wereldoorlog schetsen en wijdverspreide, negatieve stereotypes van Duitsland gedeeltelijk corrigeren, zijn gebaseerd op revisionistisch historisch onderzoek, en bijzonder interessant.

Maar de Amerikaanse president Woodrow Wilson, die ondanks het veelvuldig verkondigen van zijn ideaal van de soevereiniteit der volkeren weigerde een jonge Vietnamees genaamd Ho Chi Minh te ontvangen, ontsnapt vreemd genoeg aan de revisionistische pek en veren. Van Ginneken schildert verder linkse groeperingen bijna instinctief af als gewelddadig, zonder onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld het faux-linkse autoritarisme van Lenin en de democratisch-linkse politiek van Rosa Luxemburg.

Vooral had ik graag wat meer analyse en oordeel gezien. Ik neem bijvoorbeeld aan dat Baschwitz, de kwalitatieve populariseerder die de verantwoordelijkheid van elites benadrukte voor twee wereldoorlogen en allerlei andere ellende, zich tegenwoordig weinig zou thuis voelen aan de Universiteit van Amsterdam.

Het huis dat hij mede oprichtte is inmiddels onherkenbaar verbouwd. Veel onderzoekers specialiseren zich in kwantitatieve studies die zelfs voor de geïnteresseerde, hoogopgeleide leek slecht toegankelijk zijn. Wat is er overgebleven van de georganiseerde studie van propaganda? Het presidentschap van Trump vormt een goede aanleiding om die weer op te pakken. Baschwitz zou het toejuichen.

Het belang van Baschwitz

Aan de andere kant: het is een bekend verschijnsel in de historiografie dat een eerste biografie of publicatie over een historische gebeurtenis vooral gericht is op het vinden en presenteren van bronnen en het vaststellen van ‘de’ feiten. Van Ginneken doet dit op professionele wijze.

Van Ginneken waarschuwt zelf dat zijn boek niet het laatste woord is over Baschwitz. Het was zijn doel om een toegankelijk verhaal te vertellen dat het belang van Baschwitz aantoont. Missie geslaagd.

Na de laatste pagina te hebben omgeslagen voelde mijn leven net iets rijker vanwege mijn kennismaking met de turbulente, tragische verhalen over Baschwitz’ carrière, collega’s en gezin. Het is overigens onmogelijk geen sympathie te voelen voor een man die moeite deed om Anne Franks dagboek uitgegeven te krijgen.

Baschwitz en zijn biograaf

Door Baschwitz van de vergetelheid te redden heeft Van Ginneken voor de zoveelste keer het begrip en de studie van massacommunicatie een grote dienst bewezen. Een kortere, Nederlandstalige publieksversie van dit boek is uitgekomen bij AMB.

Dat Van Ginneken Baschwitz als onderwerp koos verbaast bij nader inzicht niet. Hij is zelf veel meer een ‘Baschwitz-type’ dan een reguliere communicatiewetenschapper.

Daar houdt de overeenkomst niet op. Beiden waren journalist. In een groot deel van de jaren zeventig was Van Ginneken verslaggever vanuit ontwikkelingslanden. Daarna ging hij naar de UvA om een proefschrift te schrijven. Hij gaf er jarenlang les. Naar eigen zeggen werd hij te veel als een radicaal gezien om kans te maken op promotie tot professor. Ook hij liep vaak niet in de pas met de tijdsgeest en het academische klimaat.

Bekende schrijver over media

Na de jaren zeventig verdween kritiek op het kapitalisme en commerciële media uit de Nederlandse communicatiewetenschap. Hoewel hijzelf ook richting het politieke midden schoof was Van Ginneken een van de weinigen die de fakkel van de kritische traditie brandende hield. Bijvoorbeeld met Understanding Global News en Screening Difference.

Van Ginneken is een van de bekendste Nederlandse schrijvers over de media wereldwijd. Een klein voorbeeld: toen ik me voorbereidde om aan de Xi’an Jiaotong-Liverpool Universiteit in Suzhou, China, het vak Global Journalism te geven, zag ik tot mijn genoegen zijn Understanding Global News op de overgeleverde leeslijst staan. Net als met het werk van Baschwitz doen we er goed aan ook dat van Van Ginneken niet te vergeten.

Banneling

De meeste tijd woonde Van Ginneken in het zuiden van Frankrijk. Ik herinner me dat hij me vertelde, terwijl we dineerden met uitzicht op de zee, dat hij zich daar meer op zijn gemak voelt dan in Nederland. Hij is dus ook een soort balling, hoewel uiteraard op een stuk minder dramatische wijze dan Baschwitz.

Van Ginneken schrijft dat dit boek voor hem een reis van een halve eeuw terug in de tijd betekent, naar de dagen toen hij een PhD student was in sociale psychologie aan de UvA. Hij werkte in het Instituut voor Massapsychologie, Publieke Opinie en Propaganda, later tijdelijk omgedoopt tot Het Baschwitz Instituut, ter ere van de oprichter.

Met dit laatste boek komt Van Ginneken dus weer uit bij het begin van zijn loopbaan. Tijdens het lezen werd ik onweerstaanbaar herinnerd aan de manier waarop David Lodge zijn menselijke roman over Henry James besluit, ook een schrijver die zich niet in zijn tijd voelde passen.

“Take a bow Jaap, wherever you are.”


Van Ginneken, Jaap. 2018. Kurt Baschwitz: Pioneer of communication studies and social psychology. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Van Ginneken, Jaap. 2018. Kurt Baschwitz: Peetvader van journalistiek en communicatie. Diemen: AMB.

The post Kurt Baschwitz – pionier van communicatieonderzoek – wie kent hem nog? appeared first on De Nieuwe Reporter.

Night in the Woods: deprimerend goed

De Nintendo Switch mocht deze maand Night in the Woods verwelkomen, een walking simulator vol met dierlijke mensen en ietwat kinderlijke stijl. Niet echt mijn smaak. Dus waarom zat deze game van Alec Holowka en Infinite Fall in mijn top tien van 2017?

Mae Burowski keert na terug naar Possum Springs. Ze verliet haar geboorteplaats om te gaan studeren, maar om vage redenen besloot ze te stoppen. Ze trekt weer bij haar ouders in en wordt al snel geplaagd door vreemde dromen. Ook is een van haar vrienden verdwenen.

Al snel blijkt dat Mae alles behalve een modelstudent/dochter is. Op middelbare school sloeg ze om onbekende redenen een medescholier in elkaar, bij terugkomst hangt ze doelloos rond met haar vrienden en ze flapt er van alles uit op een vaak bijzonder tactloze manier.

Possum Springs is niet veel beter: hoge werkloosheid, leegstaande winkelpanden, drugsgebruik en een algeheel gevoel van depressie. De inwoners hangen maar rond, zweven van baan naar baan en houden zich vast aan hun enige pleziertjes.

Niet zo vreemd dat er in Night in the Woods weinig lijkt te doen. Mae wordt wakker, praat met haar moeder, verkent Possum Springs, hangt en praat wat met haar vrienden, besteed wat tijd met haar vader en gaat weer slapen.

Page generated in 0.798 seconds. Stats plugin by www.blog.ca