Huawei: ‘Meeste 5G-contracten in Europa’

Achtentwintig van de vijftig contracten om commerciële 5G-netwerken te bouwen, zijn bestemd voor Europa. Ondanks internationale vraagtekens over de staatsveiligheid van Huaweis telecomtechnologie laten Europese netwerken zich vooral leiden door de financiën.

Dat vertelde het hoofd Communicatie van de Chinese telecomfabrikant gisteren in Brussel. Zij was er voor een rondetafelbijeenkomst met Europese pers, maar vertelde niet met welke operators in welke landen Huawei die contracten heeft gesloten.

Concurrenten van Nokia en Ericsson hadden eind vorige maand respectievelijk 43 en 22 5G-contracten en ZTE uit China had er 25.

De Amerikaanse overheid is er stellig van overtuigd dat de Chinese overheid via achterdeuren in Huawei-technologie data kan afluisteren spioneren. Ze roept anderen landen op Huawei geen plek te geven in de harten van telecomnetwerken. De Chinezen ontkennen iedere aantijging en roepen landen juist op meer te investeren in telecomveiligheid.

Foto: bmvi (cc)

Office 365 en Google Docs verboden op scholen in Hessen

Office 365 mag op sommige Duitse scholen in de deelstaat Hessen niet worden gebruikt vanwege privacyredenen. Ook Google Docs en Apples iWork worden niet geaccepteerd.

De Hessense toezichthouder op het gebied van databescherming vreest dat persoonlijke informatie over scholieren en docenten in Amerikaanse handen komt. De verwerking van de data is onder de huidige Europese wetgeving volgens Hessen illegaal.

Opslag in de cloud is niet het probleem. Veel scholen maken daar al gebruik van. Voorheen werden gegevens van Microsoft in een Duits datacenter gebruikt, maar die lijkt al enige tijd terug te zijn opgeheven.

Foto Pixabay

Met Spend Stack hou je zicht op je totale uitgaven

Spend Stack is een nieuwe app voor iOS waarmee je je uitgaven kunt bijhouden. Deze app houdt totalen bij en bevat slimme lijsten, zodat je beter zicht houdt of je nog binnen je budget zit. De app is gemaakt door een onafhankelijke ontwikkelaar en er is een mooi verhaal aan verbonden.

Het artikel Met Spend Stack hou je zicht op je totale uitgaven verscheen voor het eerst op iCulture

HU-studenten ontwikkelen app voor medische patiëntinformatie

Studenten van de HU-opleidingen ICT en Technische Bedrijfskunde hebben een app ontwikkeld waarin patiënten die thuis beademd worden hun medische gegevens kunnen bewaren. Ze ontwikkelden de app in opdracht van het Centrum voor Thuisbeademing van het UMC Utrecht. Bij de ontwikkeling zijn patiënten nauw betrokken.

De app geeft informatie over hij is, zijn thuissituatie en professionele achtergrond én zijn medische informatie: welke ziekte hij heeft, welke behandelaar en waarop gelet moet worden bij fysiotherapie, revalidatie, narcose en medicatie; welke vorm van beademing hij heeft, welke instellingen de machine heeft, de afdeling waar iemand mag liggen, maar ook algemene medische adviezen die met de zeldzame ziekte te maken hebben.

De app is een aanvulling op de Elektronische patiëntendossiers (EPD). Een EPD bevat alleen de medische patiëntengegevens van van één enkele organisatie, zoals een ziekenhuis. Terwijl patiënten die thuis beademd worden meestal behandeld worden door specialisten van diverse ziekenhuizen. Bijvoorbeeld een neuroloog bij het ene ziekenhuis, thuisbeademing bij het UMCU en een revalidatiearts op een derde locatie.

Met de patiëntenvereniging is er een panel georganiseerd over de doorontwikkeling van de app.

Foto HU

Wat zijn de kansen en bedreigingen van de deeleconomie?

De deeleconomie groeit. Men deelt woningen bijvoorbeeld via Airbnb en auto’s via SnappCar. De jeugd verdient geld bij bedrijven als Deliveroo en Helpling. De kwestie blijft echter hoe men van een grotere afhankelijkheid van deze platformen kan blijven profiteren en tegelijkertijd behoed kan blijven voor negatieve gevolgen.

Deze vraag stond op 27 juni 2019 centraal in een avond paneldiscussieronde met als titel “Towards an Inclusive Platform Economy” in Tivoli Vredenburg in Utrecht. 

Deelplatformen voor het goede doel 

Peter Baeck, hoofd van de Britse innovatiedenktank Nesta, concludeert dat de deeleconomie aan de ene kant grote voordelen kan bieden voor de samenleving, maar beleidsmakers moeten zowel de negatieve gevolgen ervan actief reguleren als een ecosysteem van sociale innovatie financieren en koesteren. Anderzijds zal men innovators moeten opleiden en aanmoedigen om te experimenteren met eigendom en modellen te gebruiken die waarde overdragen aan de lokale economieën.

Hieronder een aantal voorbeelden van online platformen, die zich vooral op welzijnsdenken focussen in hun activiteiten: 

  • Beam biedt hulp voor dakloze mensen. Men kan via het platform een donatie geven om een training voor een dakloze te financieren. Beam faciliteert in het traject de trainingen en zoekt werk voor de kandidaat. 
  • Equal Care Co-op bouwt aan een samenwerkingsplatform in de Upper Calder Valley in het Verenigd Koninkrijk dat de relatie tussen de zorgontvanger en de verzorger centraal stelt binnen hun dienstverlening. De platform geeft een echte stem en macht aan mensen, die zowel ondersteuning geven alsook ontvangen. 
  • Good SAM is een app welke levens redt met behulp van technologie. Via de app is een gemeenschap van goede Samaritanen aangesloten, welke graag voor het geval de dichtstbijzijnde persoon in nood helpen. Velen zijn gepensioneerde dokters, verpleegkundige, paramedici en andere leden van hulpdiensten. Ze zijn vooral getraind op het gebied van eerste hulp. Ze kunnen een luchtweg onderhouden, ondersteunen een bloeding te stoppen en als nodig kunnen ze ondersteunen bij het uitvoeren van levensreddende reanimatie. 
  • De Hearts Milk Bank is de nieuwste melkbank in het Verenigd Koninkrijk. Het platform biedt een rechtvaardige toegang tot donormelk voor premature en zieke baby’s, en meer moeders ondersteunen om melk te doneren vroegtijdig geboren en zieke baby’s. 
  • ShareTown, ontwikkeld door Nesta, schets een toekomstig stadsbeeld dat de veranderende relatie tussen burgers, technologie en lokaal bestuur verkent. De focus ligt vooral op een rechtvaardiger sociaal gerichte sharing economie. Uiteindelijk zal meer macht moeten gaan naar lokale groeperingen. 

Wat zijn de argumenten vanuit de maatschappij om te investeren in dit soort van welzijnsinitiatieven: 

  • Ze starten iets nieuws
  • Ze laten iets herleven dat braak heeft gelegen of dat op het punt staat stilgelegd te worden  
  • Ze willen meer financiële zekerheid
  • Ze willen groeien
  • Ze willen de community bij betrekken
Hoe de big 5 tech-bedrijven steeds meer indringen in de samenleving

Prof. dr. José van Dijck, coauteur van het boek ‘The Platform Society’ en Universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht geeft in haar pleidooi aan dat zij niet graag de term sharing economy gebruikt maar zij verwijst vooral naar de term platformsamenlevingen. In deze context speelt het verzamelen van data een belangrijke rol. In haar betoog geeft zij aan dat men afstand zou moeten winnen van de markten en zich meer zou moeten richten op de behoeften van de samenleving. De gezelschap wordt steeds afhankelijker van de grote zogenaamde big 5 platformen: Alphabet, Amazon, Apple, Facebook, Microsoft. Het is duidelijk dat Google (onderdeel Alphabet) in toenemende mate een dominante machtspositie inneemt in verschillende sectoren zoals de publieke en private sector. 

Bron: Visual Capitalist (2019)

Hoe de big 5 indringen in de publieke sector

Binnen de publieke sector worden scholen in toenemende mate platformiseert door de big 5. Het zijn in dat opzichte geen neutraal te beschouwen leeromgevingen meer. Voorbeelden uit Amerika laten zien, hoe bijvoorbeeld Jeff Bezos van Amazon scholen wil oprichten waarin schoolkinderen als consumenten worden behandelt, zoals het in dit artikel op the Verge wordt beschreven. Facebook is van plan om in een samenwerking eveneens gepersonaliseerde leeromgevingen aan scholen aan te bieden. Google heeft eveneens plannen om volledig het leslokaal over te nemen.

Zo verkoopt het bedrijf bijvoorbeeld Chrome laptops met reeds geïnstalleerde software en apps, zodat Google elke handeling van een student kan monitoren. Daarbij communiceert Google in richting van de scholen een reeks aan voordelen, namelijk leeromgevingen op maat, betere educatie, meer vrije tijd voor leerkrachten. De vraag is echter of deze beloftes ook daadwerkelijk waar zijn. Uiteindelijk wordt op deze manier meer geld in technologie investeert, maar dat geld zou eigenlijk beter terecht komen bij de leraren welke ook onder druk staan. 

Wat betekent dit voor de publieke waarden binnen de publieke sector? 

Met betrekking tot privacy wordt het complete leerproces van studenten vastgelegd, de interactie, de communicatie en de administratie. Op het vlak van autonomie wordt het onderwijs in toenemende mate gestuurd op basis van commerciële waardes. Men weet echter niet wat de effecten van deze leerplatformen zijn. Het is interessant dat Google leraren rechtstreeks lijkt te benaderden om ingangen te vinden in de scholen. Ze richten hun pijlen niet op bijvoorbeeld het management of bestuur. 

Daarnaast is er uiteraard een discussie gaande om reputatie systemen voor leraren in te voeren. De term reputatie is in deze context al gecommercialiseerd. Zo zijn er bijvoorbeeld al platformen zoals Rate my professors en Teach Point die het beoordelen van docenten mogelijk maken. Het zijn voornamelijk eveneens niet-transparante systemen. Geldmiddelen zijn vooral een issue binnen het onderwijs. 

Oproep om een goede omgang met data te koesteren

Een issue bestaat erin dat veel scholieren en mensen in het algemeen niet zo een groot belang daaraan hechten hoe met hun data wordt omgegaan. Het zou wel van belang zijn dat het onderwijs hier in toekomst meer belang aan besteed. Met de Algemene Verordening Gegevensbescherming zijn wel de eerste stappen gezet, maar men zou deze reglementen nog verder moeten uitbreiden. 

De rol van het stadsbestuur in deze context

Het stadsbestuur zou met betrekking tot deze belangen veel meer ondersteuning moeten bieden voor lokale onderwijsinstellingen. Een bepaalde mate van verantwoordelijkheid is in deze context verplicht voor alle betrokken partijen. Daarnaast zouden leraren gestimuleerd worden om met open source software en open data te werken. 

Deemly: een insteek om de deeleconomie te reguleren

De grote vraag blijft hoe men deze deeleconomie nog kan blijven reguleren. Een insteek biedt Sara Green Brodersen met haar opgezette platform Deemly. Het Deense reputatieplatform Deemly helpt gebruikers hun opgebouwde reputatie op verschillende platformen, zoals airbnb en eBay centraal te bundelen op één platform, zodat men niet van één platform afhankelijk wordt. 

Bron: Deemly (2019) 

Er zal nauwkeuriger moeten worden onderzocht wat de effecten van platformen voor de samenleving zijn en hoe men ook vooral gemeenschappelijke belangen centraal kan stellen binnen deze platformen.

Ondernemen in het buitenland [6 learnings]

Internationaal groeien: een droom van veel ondernemers. Voor velen blijft het daar ook bij, want uitbreiden over de grens is niet zonder risico’s. Ben jij klaar voor internationalisatie? Met deze 6 tips bereid je je tot in de puntjes voor. Een van de belangrijkste redenen om zaken te doen in het buitenland is de verzadiging […]

Citizen science gaat health-industrie helpen

Wetenschappelijk onderzoek met ondersteuning van de crowd is één groot spel. Met z’n allen puzzelen om oplossingen te vinden of voorspellingen te maken; het wordt ‘citizen science’ genoemd. Wat houdt het precies in, en wat kun je ermee?

Heeft het te maken met internet? Tegenwoordig wel. Toch gaat citizen science terug tot 1890. In de Verenigde Staten startte de National Weather Service het “Cooperative Observer Program” om meteorologische waarnemingen te verzamelen. Het Smithsonian Instituut bouwde dit netwerk uit tot zo’n 8000 observatoren. Pas zo’n honderd jaar later, sinds 1990, werd dit vervangen door een netwerk van sensoren. 

Vele projecten volgden daarna, gebaseerd op onderzoek met behulp van menselijke intelligente. Deze waren vooral gericht op onderzoek in de natuur, zoals naar het gedrag van vogels (ornithologie), planten (botanie), amfibieën (herpetologie), insecten (entomologie) en sterren (astronomie). Het eerste citizen science project op medisch gebied was Foldit, in mei 2008 gestart door de Universiteit van Washington.

Dit was meteen ook het eerste citizen science project gebaseerd op een game. Nog steeds wordt Foldit actief gespeeld. Meer dan 240.000 spelers hebben al  gewerkt aan meer dan 1690 puzzels om eiwitstructuren op te vouwen. Daarmee leveren zij een essentiële bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen of stoffen die toxische chemicaliën kunnen afbreken. Een doorbraak is dat Foldit Players recent een zogenaamd ‘de novo’ eiwit hebben ontworpen, een eiwit dat niet gebaseerd is op de structuur van natuurlijke eiwitten

Hoe zien zoogdieren bewegingen?

In 2012 startte Amy Robinson het Eyewire project bij MIT Medical. Ook hier wordt van een game gebruik gemaakt. De spelers bouwen een 3D model van de neuronen verbonden met de retina, het lichtgevoelige deel van het oog, op basis van elektronen microscoopopnames. Het doel van het project is om te leren begrijpen hoe zoogdieren via het oog bewegingen kunnen zien. Meer dan 250.000 spelers uit 150 landen leveren een bijdrage aan het bouwen van dit model. 

Het belang van citizen science en games blijkt ook uit Mozak, een videogame eveneens op het gebied van hersenonderzoek, vergelijkbaar met Eyewire. Dit spel, gestart in november 2016,  is ontworpen om 3D modellen van neuronen in verschillende delen van de hersenen van mensen en dieren te bouwen. Per dag wordt dit spel door 200 mensen gespeeld. Gezamenlijk zijn zij in staat om 3,6 keer sneller dan voorgaande methodes neuronen te reconstrueren. En die reconstructies zijn zeventig tot negentig procent volledig, terwijl de meest efficiënte computer gegenereerde modellen niet verder komen dan tien tot twintig procent. 

Science gebaseerd op games?

Er valt slechts te speculeren over in hoeverre citizen science middels games meerwaarde hebben boven die projecten die geen gebruik maken van gametechnieken. Van de meer dan 1100 citizen science projecten zijn er nog geen vijftig gebaseerd op games. Echter, Foldit en Eyewire overtreffen de projecten zonder game techniek verre in aantal deelnemers. Een verklaring daarvan zou kunnen zijn dat doel en motivatie van elkaar losgekoppeld zijn. Het doel van projecten als Foldit, Eyewire en Mozak is om modellen te bouwen. De motivatie van de spelers is vooral om de beste wetenschapper te zijn.

Zo weten wij van StallCatchers, een citizen science project dat onderzoek doet naar de oorzaak en mogelijke bestrijding van Alzheimer, dat veel deelnemers te vinden zijn onder mantelzorgers. Het doel van het project is om bloed blokkades in de kleine hersenvaten te ontdekken,  de motivatie van veel deelnemers is hun betrokkenheid bij Alzheimer van verwanten.  

Zombies op Lowlands

Het belang van citizen science wordt onderstreept door de European Citizen Science Association (ESCA), opgericht in 2013. Opvallend om te constateren dat van de zestien Nederlandse leden geen enkele de medische sector vertegenwoordigt.

Hoewel op kleine schaal, was het LowlandZ Zombiespel eigenlijk het eerste Nederlandse citizen science project. Het doel van het spel was om de verspreiding van een virtueel virus in kaart te brengen, en daarmee een model te ontwikkelen gebaseerd op de praktijk. Eerdere modellen waren alleen gebaseerd op wiskundige aannames. Hoe belangrijk de game factor is bleek tijdens de uitvoering. Waren voor een goed onderzoek ongeveer 300 deelnemers nodig, uiteindelijk waren er na afloop 8000 deelnemers. Met dit spel zette Games for Health de eerste stap op het gebied van citizen science.

De volgende stap wordt een spel om een vaccin tegen lymfklierkanker te ontwikkelen, in de sfeer van Foldit, Eyewire en Stallcatchers. Tijdens de negende Games for Health Europe conferentie zal op maandag 7 oktober de aftrap plaatsvinden door Bernhard van Oranje van de stichting Lymph & Co. Het zal het eerste grote Nederlandse citizen science project worden, waarmee Nederland zich eindelijk kan scharen onder de vele grote internationale projecten die impact gaan hebben op wetenschappelijk niveau en gebaseerd zijn op spelmatige intelligentie. 

Persoonlijk juich ik dit enorm toe. Omdat Nederland daarmee op de kaart van citizen science projecten zal worden toegevoegd. En, omdat dit een boost kan betekenen voor de Nederlandse serious game industrie in de internationale game sector.

Zooplus: verkoop eigen merken groeit twee keer harder

De verkoop van eigen merken groeit bij online dierenwinkel Zooplus met 29 procent twee keer sneller dan het gemiddelde, dat op 14 procent ligt. De omzet over het tweede kwartaal komt uit op 363 miljoen euro.

Gisteren publiceerde de Europees werkende winkel zijn financiële resultaten over de drie maanden tot 1 juli 2019 (PDF). Die laten onderliggend bemoedigende cijfers zien. Niet enkel doen de eigen merken het goed, maar ook de aanwas van nieuwe klanten (+32%) wordt positief ontvangen. Immers, de retentieratio ligt boven de negentig procent. Een eenmaal gewonnen klant, blijft meestal lange tijd aan boord.

Topman Cornelius Patt van Zooplus: “In het tweede halfjaar willen we de groei verder versnellen, al geeft de GDPR enige remming in de DM-activiteiten richting nieuwe klanten.”

De omzetverwachting voor het hele jaar ligt ongewijzigd op een groei van tussen de 14 tot 18 procent.

Foto: Eric Sonstroem (cc)

Zoomin maakt serie voor Tencent

Het Amsterdamse digitale mediabedrijf Zoomin heeft een contract getekend met de Chinese mediagigant Tencent voor de productie van All for Adrenaline the Realm, een driedelige tv-serie waarin Chinese jongeren avontuurlijke uitdagingen aangaan. De serie wordt op verschillende plekken ter wereld gefilmd, onder meer in het gebied van de Noordpool.

Het format van is ontwikkeld door Tim Ye, country manager voor Zoomin China. De serie volgt durfal Xu Kai, de eerste wingsuit-piloot van China, op zijn weg naar een vlucht boven de Poolcirkel.

De deal tussen Tencent en Zoomin is volgens het Nederlandse bedrijf het begin van een nieuw hoofdstuk in de lange relatie tussen de twee bedrijven.

Onlinebank N26 haalt weer 170 miljoen dollar op

De Duitse onlinebank N26 haalt 170 miljoen dollar op, luttele maanden na een vorige financieringsronde van 300 miljoen. Het bedrijf wordt nu gewaardeerd op 3,5 miljard.

Daarmee is het de hoogst gewaardeerde Duitse startup ooit, en ook een van de best gefinancierde fintechs.

Het geld werd opgehaald bij bestaande investeerders Insight Venture Partners, GIC, Tencent, Allianz X, Peter Thiel’s Valar Ventures, Earlybird Venture Capital en Greyhound Capital. In totaal is 670 miljoen binnengesleept.

De bank begon een dezer dagen zijn activiteiten in de VS. Brazilie wordt de volgende bestemming.

1.677 regisseurs​ voor nieuw spotje met Jean-Claude Van Damme

In België wil Orange consumenten zoveel mogelijk verschillende keuzes bieden. Daarom lanceerde het deze week Love Duo, een combinatie van een mobiel abonnement naar keuze met vast internet in een pack. Ze leggen de keuze naar eigen zeggen bij de gebruiker, die alleen zal betalen voor de diensten die hij echt nodig heeft. Uiteraard kan een mediacampagne dan niet ontbreken. Bovenstaande nieuwtje is niet zo heel spannend, maar dat is de uiteindelijke campagne wel.

Jean-Claude Van Damme

Ze hebben namelijk gekozen voor een hoofdrol van het Belgisch icoon en wereldwijde cultheld, Jean-Claude Van Damme. De werkwijze van de campagne was wat gedurfd. Het Belgische publiek kon namelijk zelf beslissen wat hij zou moeten uitspoken in de spot.

Orange heeft dus in totaal 1.677 inzendingen weten te verwerken in het spotje. Dat hebben ze weten te realiseren door creatief om te springen met het décor, locaties, personages, voertuigen, acties en meer… Het is dus een commercial geworden met 1.677 verschillende regisseurs.

Het eindresultaat is op zijn minst absurd te noemen. Ondermeer dwergen, ufo’s en katten passeren de revue. En uiteraard volgt er de befaamde split!

Frank Regtvoort laat ons anders kijken naar communicatie

Frank Regtvoort laat ons anders kijken naar communicatie

‘Wat communiceren betekent’ is een boek over communiceren zelf. Met zo’n 35 jaar werkervaring op alle denkbare communicatieterreinen is Frank Regtvoort in 2016 aan dit boek begonnen. Hij wilde voor zichzelf helder krijgen waar de begrippen ‘communiceren’ en ‘communicatie’ voor staan: “Wat maakt werk tot communicatiewerk?” De antwoorden die hij vond heeft hij op minder dan tachtig bladzijden uiteen weten te zetten.


Lees meer over: Frank Regtvoort laat ons anders kijken naar communicatie.

Zend je beste contentmarketingcase in voor 6 september! #adv

Zend je beste contentmarketingcase in voor 6 september! #adv

Behoor jij tot de top van contentmarketing in de Benelux? Meld je dan voor 6 september aan voor de Grand Prix Content Marketing Awards, de prestigieuze prijs in jouw vakgebied. De Grand Prix bestaat uit Awards voor de meest succesvolle contentstrategieën en Bekroningen voor uitblinkende contentproducties in de specifieke categorieën creatie, distributie en partnerships.

Zend je case in voor 6 september


Lees meer over: Zend je beste contentmarketingcase in voor 6 september! #adv.

Page generated in 1.879 seconds. Stats plugin by www.blog.ca