Devoteam groeit tot 373 miljoen euro

De Europees werkende Google Cloud-specialist Devoteam zag de omzet met 22 procent groeien tot 373 miljoen euro.

De helft van die groei is organisch, de andere helft als gevolg van overnames. Van januari tot en met juni groeide het verkooptotaal van 306,5 miljoen naar 373,3 miljoen euro, zo laten de jongste financiële cijfers zien (PDF).

Bij de publicatie van de cijfers maakt Devoteam ook bekend dat het in Spanje het bedrijf PowerData heeft gekocht. Een overnamesom wordt niet genoemd. De nieuwe loot is gespecialiseerd in ‘data governance solutions’ en ‘metadata management services’ en is actief in Spanje en Zuid-Amerika.

In april 2019 kochten de Fransen het Nederlandse g-company, dat over 2018 een omzet van 16,5 miljoen euro boekte. Diens cijfers zijn nog niet geconsolideerd in het verslag.

Het operationele resultaat kwam uit op 33 miljoen euro, of negen procent. Netto wordt er 17,6 miljoen euro uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Devoteam is al enige tijd op overnamepad om in Europa een geheel van cloudspecialisten te smeden, met expertise op meerdere grote clouds.

Foto: Tony Webster (cc)

Duitse minister wil eigen Europese cloud

De Duitse minister van Economische Zaken Peter Altmaier wil een Europese supercloud optuigen om minder afhankelijk te zijn van Amerikaanse en Chinese techgiganten als Microsoft, Google, Amazon en Alibaba.

Dat schrijft de Frankfurter Allgemeine Zeitung op basis van documenten.

Altmaier maakt zich zorgen over de veiligheid van data van Europese overheden en bedrijven.

Bij Gaia-X gaan zouden Europese bedrijven en overheden zich kunnen aansluiten.

Voor de expertise zou Gaia-X aangewezen zijn op tientallen Europese bedrijven die opslagruimte en rekenkracht kunnen aanbieden. De minister wilde zijn plannen nog niet toelichten.

The Datacenter Group neemt datacenters NovoServe over

The Datacenter Group (TDCG) heeft voor een onbekend bedrag de datacenterinfrastructuur van NovoServe in Doetinchem en Enschede overgenomen. Door de verkoop van deze twee datacenters kan NovoServe zich richten op zijn IaaS-activiteiten, terwijl TDCG zijn regionale dekking verder uitbreidt.

Aan de overname ging een klein jaar vooraf waarin beide bedrijven verschillende mogelijkheden tot samenwerking hebben onderzocht. Het aanbieden van IaaS-hosting is echt een ander specialisme dan het beheren van een datacenterinfrastructuur en het hosten van applicaties en data in een private cloud, wat een groeimarkt voor TDCG is.

TDCG wil groeien naar een landelijk dekkend netwerk van tien datacenters in alle regio’s van Nederland. Met datacenterlocaties in Amsterdam, Delft, Utrecht en Rotterdam was de dekking in de Randstad al heel goed. TDCG zet concrete stappen om na Oost-Nederland ook uit te breiden in het noorden en zuiden van het land.

Tot de klanten die TDCG en NovoServe samen gaan bedienen horen veel bedrijven die gevestigd zijn in Duitsland en Oost-Europa. De regio Enschede is van oudsher al toegangspoort vanuit Nederland tot de rest van Europa. Daardoor is de regio zeer internationaal georiënteerd. Bovendien trekt de Universiteit Twente veel hoogwaardige technologiebedrijven aan.

Office 365 en Google Docs verboden op scholen in Hessen

Office 365 mag op sommige Duitse scholen in de deelstaat Hessen niet worden gebruikt vanwege privacyredenen. Ook Google Docs en Apples iWork worden niet geaccepteerd.

De Hessense toezichthouder op het gebied van databescherming vreest dat persoonlijke informatie over scholieren en docenten in Amerikaanse handen komt. De verwerking van de data is onder de huidige Europese wetgeving volgens Hessen illegaal.

Opslag in de cloud is niet het probleem. Veel scholen maken daar al gebruik van. Voorheen werden gegevens van Microsoft in een Duits datacenter gebruikt, maar die lijkt al enige tijd terug te zijn opgeheven.

Foto Pixabay

Ruim 4.000 aanmelding ontwikkelaars voor Google Stadia

Meer dan vierduizend spelontwikkelaars en gamestudio’s hebben zich aangemeld om te mogen programmeren voor Googles aankomende cloudgamedienst Stadia.

Iedere aanmelding wordt door een mens bekeken en dus, zo legt Sam Corcoran uit, doet iedere gamestudio er verstandig aan zijn verzoek goed te motiveren. Google Stadia wil zich onderscheiden in het feit dat het crossplatform is en dat gamers ook op al lopende spellen kunnen instappen.

Corcoran vertelde over de interesse voor zijn cloudgamingplatform op Develop:Brighton 2019. Dat vond vorige week plaats in Engeland.

De gamingindustrie kijkt met interesse naar Googles poging ook op deze markt een stevige greep te krijgen. Gezien de omvang van het bedrijf wordt de intentie serieus genomen, maar over de techniek zijn nog vragen. Critici vragen zich af of een cloudgamingplatform fundamenteel snel genoeg kan zijn voor spellen waar het verschil tussen leven en dood wordt bepaald door latencies van millisecondes.

Aan de andere kant: de duizenden aanmeldingen laten zien dat er zat, vermoedelijk veelal onafhankelijke, ontwikkelaars zijn die willen instappen bij het nieuwe platform. Het ligt dan ook voor de hand dat Corcoran en zijn team zullen samenwerken met studio’s die het concept van Stadia het beste tot uitdrukking zullen brengen. Dat zijn niet per se de grote studio’s van de wereld, al is het Franse Ubisoft van meet af aan aan boord bij Google.

Amsterdam zet voorlopig rem op aantal datacenters in de regio

De gemeente Amsterdam wil voorlopig het aantal datacenters in de Metropoolregio beperken. Datacenters zijn onmisbare voorzieningen geworden voor vrijwel alle inwoners, bedrijven en instellingen, maar ze nemen ook veel ruimte in en leggen vanwege het hoge energieverbruik een groot beslag op het elektriciteitsnet.

Het merendeel van vestiging en nieuwe aanvragen van datacenters vindt plaats in Amsterdam en Haarlemmermeer. Op dit moment kan nog nauwelijks gestuurd worden op de vestiging van datacenters, doordat zij vrijwel altijd passen in de bestemmingsplannen en Tennet en Liander een leveringsplicht hebben voor stroom. Gezien het economisch belang van de datacenters, de enorme investeringen (publiek en privaat) en de groeiambitie van de sector in Amsterdam en de regio is nieuw beleid nodig.

Op dit moment hebben gemeenten nauwelijks instrumenten tot hun beschikking om te sturen op waar de datacenters komen, of aan welke eisen zij moeten voldoen. Om meer regie te krijgen op de vestiging van datacenters hebben Amsterdam en Haarlemmermeer daarom allebei een voorbereidingsbesluit genomen, waarmee in afwachting van nieuw regionaal beleid de vestiging van datacenters tijdelijk wordt stopgezet.

Marieke van Doorninck (wethouder Duurzaamheid en Ruimtelijke Ontwikkeling van Amsterdam) legt uit: ‘De komst van datacenters is in zekere zin een gevolg van ons eigen consumptie- en leefpatroon: we willen de hele dag online zijn op onze telefoons en laptops. Tot op zekere hoogte zullen we de bijbehorende infrastructuur moeten accepteren, maar de ruimte in Amsterdam is schaars. Als gemeenten willen we daarom meer regie over de vestiging van nieuwe datacenters en we vragen hen ook bij te dragen aan de duurzame opgaven van de stad. We gaan eisen stellen op het gebied van het kosteloos beschikbaar stellen van restwarmte voor de verwarming van woningen en het gebruik van groene stroom.’

Het nieuwe beleid moet eind 2019 gereed zijn.

Google koopt zakelijke cloudleverancier

Google heeft een zakelijke cloudaanbieder Elastifile overgenomen voor naar verluidt 200 miljoen dollar.

Het Californische bedrijf moet uiteindelijk onderdeel worden van Google Cloud. Al eerder was de Elastifile File Service gelanceerd op het Google Cloud Platform.

Het bedrijf dat oplossingen ontwikkelt voor opslag in Google Cloud en AWS bestaat nog maar sinds 2014 en heeft 74 miljoen dollar aan kapitaal opgehaald.

Google verdient aan zijn cloudactiviteiten minimaal 1 miljard dollar per kwartaal en zou zeer snel groeien.

Onderwijsprofessionals werken steeds vaker vanuit de cloud

Ruim 47 procent van de Nederlandse onderwijsprofessionals denkt dat zijn of haar onderwijsinstelling binnen vijf jaar volledig vanuit de cloud werkt. 38 procent van de ondervraagden doet dit nu al, zo blijkt uit onderzoek dat SLBdiensten door PanelWizard liet uitvoeren onder 615 onderwijsprofessionals.

Nederlandse onderwijsprofessionals blijken erg enthousiast over cloudimplementaties. Zo geven twee op de vijf ondervraagden aan meer in de cloud te willen werken. Waar bijna de helft van de mannen graag meer in de cloud werkt, is dit bij vrouwen in slechts twee op de vijf gevallen zo. Onder zestig-plussers ligt het percentage van de mannen (53 procent) zelfs twee keer zo hoog als bij de vrouwen (19 procent).

Voordelen van het werken in de cloud is dat je altijd en overal bij je documenten kunt, waardoor je thuis gemakkelijk lessen voorbereidt en nakijkwerk doet. Ook vermindert het de mailwisseling tussen docenten, doordat ze in gedeelde bestanden werken.

Bijna de helft van de respondenten verwachtdat het ook veilig is om als school alles in de cloud te zetten.

Van alle ondervraagde onderwijsprofessionals die (deels) in de cloud werken, zegt een kwart hierdoor meer tijd over te houden voor leerlingen. Met name jonge onderwijsprofessionals (onder de dertig) zijn deze mening toegedaan.

Google pompt 1 miljard euro extra in Nederlandse datacentra

Google gaat 1 miljard euro investeren in Nederlandse datacentra. De bouw van een nieuw datacentrum levert alleen al duizend extra banen op.

Google breidt haar datacentercapaciteit in Nederland verder uit. Het bedrijf bouwt momenteel een nieuw datacenter in Agriport, gemeente Hollands Kroon (foto onder), en het datacenter in Eemshaven krijgt meer capaciteit. De expansie in Eemshaven komt bovenop de uitbreiding die in 2018 reeds werd aangekondigd.

De bouwfase zal aan gemiddeld 1000 mensen per dag, per locatie, werk bieden. Eenmaal operationeel zullen er in Eemshaven in totaal 350 en in Agriport 125 mensen werkzaam zijn. Beide gebouwen zullen naar verwachting in 2020 operationeel zijn.

De totale investering van Google in datacenters in Nederland sinds 2016 komt daarmee uit op 2,5 miljard euro.

De datacenters worden ingezet voor diensten zoals Zoeken, Gmail en YouTube. Voor de energie zal uitsluitend groene stroom worden gebruikt.

Een SaaS-bedrijf is zeer gevoelig voor de valley of death

Er is geen betere tijd om een SaaS-bedrijf te zijn. Salesforce is binnenkort honderd miljard dollar waard, maar ook relatieve nieuwkomers doen het goed, zoals de bekende workflow-leverancier Slack. Amper zes jaar op de markt, maar al meer dan zeven miljard waard. Toch een kanttekening bij de succesverhalen: het merendeel van de SaaS-bedrijven haalt zelfs de één miljoen dollar omzet niet.

Slechts vier procent van de SaaS-bedrijven boekt een omzet van één miljoen dollar en enkel 0,04 procent krijgt het voor elkaar de tien miljoen dollar te bereiken. Zodra de omzetcijfers hoger worden, daalt het aantal bedrijven dat deze volgende stap kan zetten. Met deze informatie lijkt het haast aannemelijker dat je de oudejaarstrekking zult winnen, dan dat je de baas wordt van een SaaS-bedrijf met een omzet van tientallen miljoenen.

Naar één miljoen dollar

Uit een onderzoek van OpenView blijkt dat SaaS-leveranciers gemiddeld negen concurrenten hebben. Ter vergelijking: in 2013 waren dit slechts twee concurrenten. Een klant moet tegenwoordig dus negen verschillende producten vergelijken voordat hij overgaat tot een aankoop. Natuurlijk is er ruimte in de markt voor een aantal grote spelers, maar het is zeer de vraag of de overige zeven het ook zullen redden. Het is belangrijk om in de eerste fase, tot 1 miljoen dollar omzet, te onderzoeken of het aanbod in de markt past.

Maar wat is dat een goede ‘product-market-fit’? Eenvoudig gezegd: het product voorziet in een brede behoefte en je bent de eerste of tweede startup die deze oplossing aanbiedt. Marc Andreessen, mede-oprichter van Netscape en tegenwoordiger een belangrijke investeerder in Silicon Valley, schreef ooit in een blog: “de markt moet verzadigd raken en raakt verzadigd door het eerste werkbare product dat verschijnt”.

Want, zo vervolgt hij, in een slechte markt kun je het beste team en beste product hebben en toch onderuit gaan. Om tot een omzet van een miljoen dollar te komen, moet een SaaS-bedrijf zich niet focussen op het meest robuuste en uitgebreide product, maar juist inzetten op een degelijk product dat snel in de markt gezet kan worden.

Voor de oprichting van Sana kwam ons moederbedrijf tot dezelfde conclusie. Ze deden van alles op het gebied van retail: e-learning, allerlei partnerships, informatiekiosken en meer. In 2008 besloten ze het anders aan te pakken, want het bedrijf was simpelweg te gefragmenteerd. Wat zijn onze sterke punten, welke trends zien we in de markt, hoe kunnen we ons businessmodel voorspelbaar en schaalbaar maken? Verschillende activiteiten werden elders ondergebracht of gestopt. Sana is resultaat van deze afsplitsing en vier jaar na de oprichting behaalden we de grens van een miljoen dollar omzet.

De mindset van tien miljoen

Voor elke nieuwe fase van groei moet een organisatie de mindset aanpassen. Als de mijlpaal van een miljoen is bereikt, dan is het bedrijf waarschijnlijk op weg naar wat Verne Harnish, auteur van ‘Mastering the Rockefeller Habits’, een ‘gazelle’ noemt: een kleine organisatie die te maken krijgt met hypergroei. In deze fase ligt het accent op de uitvoering. Het is cruciaal om duidelijke processen te hebben om beslissingen te kunnen evalueren en gedegen besluiten te kunnen nemen.

De kans is groot dat er een geweldig team staat, die allemaal fantastische ideeën hebben. Al deze ideeën uitvoeren is echter onmogelijk en zorgt bovendien voor grote vertraging. Bij een ‘gazelle’-organisatie worden de juiste ideeën gerealiseerd en andere goede plannen geparkeerd voor een later moment. Tijdens deze fase zorgt een CEO van een succesvolle SaaS-leverancier dat hij de juiste doelen stelt en alle neuzen dezelfde kant op krijgt: mensen, budget en processen.

Ook Sana heeft deze fase meegemaakt. In 2010 had het product echt momentum, maar de concurrentie voelde dit ook goed aan. Het was belangrijk de voorsprong niet uit handen te geven, dus koos Sana ervoor om de activiteiten naar de Verenigde Staten uit te breiden. Het was het juiste moment, zo werd duidelijk na gedegen onderzoeken en het vooraf stellen van mijlpalen. Na elke mijlpaal werd pas een volgende stap genomen: inzetten van een lokale salesmanager, daarna een implementatie-consultant en uiteindelijk bij genoeg klanten een kantoor voor drie man. Nu is het VS-team een stuk groter.

Naar vijftig miljoen

Mensen kopen geen producten, ze kopen een oplossing voor hun probleem. Om een omzet van vijftig miljoen te bereiken moet een SaaS-bedrijf zorgen zowel het product als de capaciteit om het oplossing te implementeren schaalbaar zijn. Constante productontwikkeling is cruciaal voor overleven op de lange termijn en een divers portfolio zorgt voor meer marktpotentieel.

In deze fase is het belangrijk om een team te hebben dat het product verder kan ontwikkelen en de implementatie kan ondersteunen. In de recente groeifase van Sana bleek recruitment de grootste bottleneck. Er was te weinig aandacht geweest voor de ontwikkeling van het ‘werkgeversmerk Sana’. Hierdoor werden er teveel en te snel mensen aangenomen die in de categorie ‘net goed genoeg’ vielen. Dit zorgde niet alleen voor veel hoofdpijn, maar ook voor dure fouten. Daarnaast werd door de internationale uitbreiding naar verschillende regio’s wereldwijd de organisatie erg complex.  

Deze complexiteit zorgt voor drie grote obstakels: het onvermogen om leiders op te leiden, een tekort aan systemen en infrastructuur om te kunnen groeien en te weinig slagkracht om te reageren op de dynamiek van de markt. Nu Sana groeit naar een omzet van vijftig miljoen is er veel aandacht voor deze drie obstakels. Zo wordt er bijvoorbeeld gekeken naar wat Sana verstaat onder ‘leiders’ en wat daarvan wordt verwacht. In deze groeifase zullen voor andere organisatie vergelijkbare of juist heel andere thema’s een uitdaging vormen.

In welke fase een organisatie zich ook bevindt, het is altijd belangrijk om ijverig en zorgvuldig te zijn. Verwacht geen spectaculaire groei omdat je simpelweg een SaaS-leverancier bent, maar bedenk altijd omdat een SaaS-oplossing biedt de concurrentie nooit ver weg is. Wees je bewust van elke groeispurt en bekijk waar je kunt innoveren en uitdagingen te lijf kunt gaan. Alleen dan ga je niet kopje onder.

Voorstel voor Europees keurmerk veilige clouddiensten gepresenteerd

Er komt een Europees keurmerk voor veilige clouddiensten. Dit is onderdeel van bredere Europese wetgeving voor cybersecurity certificering van ICT-producten en diensten. De publiek-private CSPCERT-werkgroep heeft haar voorstel voor één Europees certificeringsysteem voor veilige clouddiensten gepresenteerd aan de Europese Commissie en aan Focco Vijselaar van het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

De Nederlandse publiek-private samenwerking Partnering Trust speelde samen met Duitsland en Oostenrijk een belangrijke rol bij de invulling van het keurmerk. Het certificeringsschema waarborgt dat aangesloten aanbieders aan de Europese digitale veiligheidseisen voldoen. Dit geeft gebruikers zekerheid over de veiligheid van de clouddienst en hun data.

Omdat aangesloten aanbieders aan dezelfde digitale veiligheidseisen voldoen, wordt het makkelijker om binnen de EU verschillende aanbieders te vergelijken. Het Europese Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA) zal het voorstel van de werkgroep nu verder uitwerken in een Europees certificeringsschema onder de Cyber Security Act. Deze Europese verordening voor cybersecurity certificering van ICT-producten, diensten en processen wordt eind deze maand van kracht.

De volledige aanbeveling is te lezen op www.cspcert.eu.

Oracle en Microsoft bundelen clouds

Oracle en Microsoft hebben een interconnectieafspraak gemaakt over hun wederzijdse cloudstacks.

De bedrijven gaan letterlijk op het niveau van glasvezels connecties maken tussen de datacentra waar zij hun clouddiensten hosten. Zodoende kunnen hun respectievelijke klanten diensten over en weer gebruiken.

“Enterprises kunnen naadloos wisselen tussen Azure-diensten als Analytics en AI aan de ene kant en Oracle Cloud-diensten als Autonomous Database aan de andere kant.”

De samenwerking begint bij de datacentra in het oosten van de vS en wordt uitgebreid naar alle locaties in het land.

Microsoft sloot eerder vergelijkbare deals met SAP en Adobe.

De samenwerkingsverbanden worden gezien als het creëren van een antwoord op de dominanten positie van Amazon op de cloudmarkt met zijn AWS. Een bedrijf als Oracle kan, hoe groot het ook is, niet het volledige, dekkende dienstenpakket leveren waar AWS uit bestaat. En dat is wel het soort portfolio waar overheden en enterprises om vragen.

Amsterdam passeert Londen met datacenters

Nederland heeft met Amsterdam de grootste datacenter hub in Europa in handen. De Amsterdamse markt groeide in 2018 met 20 procent in aantal MW, en daarmee schiet Amsterdam voormalig koploper Londen voorbij. Een en ander blijkt uit het rapport State of the Dutch Data Centers 2019 dat brancheorganisatie Dutch Data Center Association (DDA) vandaag presenteerde in het datacenter van Systemec in Venlo.

Net als in voorgaande jaren groeide de Nederlandse markt ook in 2018 weer met dubbele cijfers: het totale vermogen in MW nam 18 procent toe.

De 189 Nederlandse colocatie-datacenters beslaan gezamenlijk inmiddels 369.000 m2 datavloer. Het zwaartepunt hiervan ligt als gezegd in de regio Amsterdam: zo’n 72 procent van alle datacenters is hier te vinden. De afgelopen 8 jaar kende deze regio een gemiddelde jaarlijkse groei van 18,5 procent in capaciteit.

De groei van de markt brengt naast kansen ook uitdagingen met zich mee, bijvoorbeeld op het gebied van energiedistributie en beschikbaarheid van groene stroom. Datacenters hebben in de afgelopen jaren dan ook maatregelen ondernomen door te investeren in duurzame energieoplossingen en het gebruik van groene stroom: inmiddels gebruikt 80 procent van de DDA-deelnemers uitsluitend groene stroom.

De DDA is actief betrokken bij het versnellen van restwarmte projecten waarin datacenters een rol spelen. Inmiddels hergebruikt 46 procent van de DDA-deelnemers hun restwarmte, 13 procent is betrokken bij de uitrol van een warmtenetwerk, en meer dan 33 procent van de deelnemers heeft restwarmte hergebruik plannen voor de nabije toekomst.

Het onderzoek naar de Nederlandse datacentermarkt werd dit jaar voor de vijfde maal uitgevoerd. Het rapport werd vandaag uitgereikt tijdens de Nationale Datacenter Dag, die de DDA vandaag voor de vijfde keer organiseert.

Op de foto, v.l.n.r. Stijn Grove( DDA), Ger Koopmans (plv. Gouverneur Limburg) Jos Derkx (Systemec)

Vierde datacenter in België voor Google

Google wil een vierde datacenter in België bouwen. Daarvoor wordt 600 miljoen euro uitgetrokken.

Het gaat om een nieuw gebouw in Saint-Ghislain, waar ook de overige drie datacentra van het bedrijf staan. Aan die datacenters heeft Google al 1,6 miljard euro uitgegeven.

Google zet de datacenters in voor YouTube, Google Cloud en andere diensten.

Een jaar geleden werd het derde Belgische datacenter aangekondigd. De vierde zal pas in 2021 in gebruik worden genomen.

Page generated in 1,237 seconds. Stats plugin by www.blog.ca