Zo realiseer je business impact vanuit een centraal klantbeeld 

Hoe realiseer je business impact vanuit een centraal klantbeeld? In het vijfde deel van deze artikelenserie van de DDMA Commissie Data, Decisioning en Engagement gaan we in op personalisatie, de noodzaak om het aanbod voor klanten vanuit een centraal punt te bepalen en het Next Best Action-model. We sluiten af met een stappenplan om business impact te realiseren binnen je eigen organisatie. 

Je hebt geen 360 graden klantbeeld nodig om al impact te maken

In de meest ideale situatie beschik je over een volledig inzicht in de klantreis van het eerste contact met je organisatie tot de meest recente interactie. Je weet bijvoorbeeld waar en welke type klanten op de website komen voor welke onderwerpen. Maar ook waar ze afhaken en of ze één of meerdere servicekanalen bezoeken. Wat ze eerder gekocht hebben, wanneer dat was en wat de monetary value is. Om een dergelijk klantbeeld te krijgen zijn namelijk verschillende databronnen en attributen nodig, zoals je in eerdere artikelen uit deze serie kunt lezen. 

Mocht je nog geen volledig 360 graden klantbeeld hebben, dan is de vraag welke data je minimaal nodig hebt voor de doelstelling en toepassing die je voor ogen hebt en of je over de data beschikt die daarvoor nodig is. Het opslaan van websiteverkeer van klanten – in bijvoorbeeld Google Analytics – is bijvoorbeeld voldoende om te ontdekken of de klant online te snel afhaakt en daarna belt naar het callcenter. Een minimale set aan databronnen kan dus al leiden tot nieuwe inzichten – een goede reden om databronnen structureel te integreren en te ontsluiten. Hoe je dit proces van use cases kunt starten en verder doorontwikkelen is eerder in onze serie beschreven.

Uit onderzoek van Forrester blijkt dat toevoegen van realtime gebruiksdata (zoals online visits, inbound calls naar het callcenter) direct tot meer conversie leidt. Om als bedrijf relevant te zijn moet je ook op deze data inzetten en niet enkel historische data gebruiken. 

Een Next Best Action-model is de ultieme eindsituatie om impact te maken

En hoe bepaal je dan vanuit die data en inzichten wat je naar klanten moet communiceren? Dat illustreren we met een voorbeeld van een e-mailcampagne gericht op het werven van nieuwe klanten. Door met analytische modellen te voorspellen bij welke klanten de kans groter is dat ze een product afnemen, zie je al snel de conversie stijgen. Dan benader je bijvoorbeeld 20% van de klanten met de hoogste kans. De vraag rijst dan vaak of je niet meer klanten moet benaderen, ondanks dat de kans op verkoop dan kleiner is. Deze discussie ontstaat vooral in organisaties waarbij de marketingafdeling zich meer richt op conversie dan op service. Maar bij veel klanten is een ander type boodschap veel relevanter. Klanten die pagina’s bezoeken over een bepaald type service kun je veel beter benaderen met een boodschap die daaraan verwant is – en niet met een irrelevant productaanbod. Het is dus belangrijk om je producten en diensten aan te laten sluiten op de wens van de klant. 

Dit wordt ook wel een Next Best Action (NBA)-model genoemd. Bedrijven die dit toepassen zien vaak over tijd meerdere KPI’s verbeteren. Onze ervaring is dat zo’n verbetertraject niet eenvoudig is en dat een organisatie over de volgende attributen moet beschikken:

  • Analytics: Beschikt het bedrijf over voldoende (senior) data scientists en een goede analytical dataset met de mogelijkheid om statistische modellen op te laten draaien? Zie ook artikel 2 van deze serie.
  • IT: Is er al een Customer Data Platform aanwezig? Is dit een suite, zoals Salesforce,  een verzameling van losse applicaties of een Data Warehouse? Wordt er gebruik gemaakt van cloudtechnologie? Hoe complex is het IT-landschap?  Zie ook artikel 3 van deze serie.
  • Way of working: De ervaring is dat in organisaties die gewend zijn om multidisciplinair binnen IT en de commerciële afdelingen te werken, eerder resultaat wordt geboekt. Zie ook artikel 4 van deze serie.

Bij het implementeren van een NBA-model moet je rekenen op 6 maanden tot 2 jaar doorlooptijd – afhankelijk van de bedrijfsgrootte en data- en IT-volwassenheid. Onze ervaring is wel dat gedurende het traject al waarde wordt toegevoegd met de eerste use cases en campagnes. Met slimme inzet van cloudtechnologie is het mogelijk om klein te starten tegen lage kosten. 

Stel op één plek in de organisatie vast welk aanbod het meest relevant is.

We zien nog te vaak dat op meerdere plekken in de organisatie wordt bepaald wat een klant krijgt te zien. De personalisatie op de website is dan anders dan de inhoud van een e-mail die mogelijk op dezelfde dag is verstuurd . En de NBA’s van klantenservicemedewerkers  wijken ook af. De klant voelt zich hierdoor niet herkend in zijn behoefte. Dit heeft zeker consequenties voor de gehele klantwaarde.

Een centrale plek is dus van belang en kan bestaan uit een Customer Data Platform, een statistisch model of een verzameling van algoritmes en business rules. De marketingafdeling is hier meestal voor verantwoordelijk. De voorwaarde is dat deze afdeling een bedrijfsbrede scope en draagvlak heeft. Je zou hiervoor ook een dedicated team voor kunnen samenstellen, ondersteund door data scientists voor het evalueren en doorrekenen van scenario’s. 

Business impact met online personalisatie
Voorbeeld 1: Centraal klantbeeld gebruiken om op je eigen website te personaliseren 

Om een klant online te kunnen herkennen is het al lang niet meer noodzakelijk dat de klant eerst is ingelogd. Met de huidige technologie is het bijvoorbeeld ook mogelijk om in e-mailcampagnes voor je klantendatabase een ‘tag’ mee te sturen. Hiermee kun je de klant in het online domein herkennen. Het is natuurlijk wel belangrijk dat je  toestemming hebt om de klant op deze manier online te volgen. 

Als je de klant eenmaal kan en mag herkennen, zijn de mogelijkheden voor personalisatie ontelbaar. Stem bijvoorbeeld een deel van de websitecontent die een klant ziet af op de customer journey-fase waar de klant in zit. Als een klant bijvoorbeeld net een aankoop heeft gedaan, wil je met content duidelijk maken dat hij of zij de juiste keuze heeft gemaakt – en eventueel vervolgaankopen stimuleren. Als een klant in de heroverwegingsfase zit, wil je de content juist zo inrichten dat de kans op conversie het hoogst is. Door daarnaast ook nog je klantendatabase op basis van klantwaarde in te richten kun je personalisatie optimaal benutten. Dankzij de online klantherkenning kun je klanten een aanbod voorschotelen, waarvan je weet dat de kans op conversie het hoogst is. 

Voorbeeld 2: Centraal klantbeeld gebruiken om te activeren in externe online kanalen

Een centraal klantbeeld is waarschijnlijk een van de krachtigste bronnen om externe mediakanalen mee aan te sturen. Door je centraal klantbeeld te gebruiken samen met externe media, krijg je de mogelijkheid om te analyseren en te sturen op basis van je eigen data. Hierbij wordt het ook gemakkelijker om personalisatie voor klanten gelijk te trekken over verschillende kanalen – iets wat zonder centraal klantbeeld vrijwel onmogelijk is. Het online adverteren aan klanten die het product net gekocht hebben behoort dan tot het verleden.      

Audience

Het meest gangbare voorbeeld is het personaliseren van media en creatie op basis van factoren als aankoopgeschiedenis, terugkerend websitebezoek of voorspellende waardes. De meest gebruikte ‘proxy’ om deze data aan te leveren bij media-inkooptools is via een audience-segmentatie – deze maken meestal gebruik van cookies. Gezien cookie- en browsertechnologie vanuit wetgeving onder druk staat, is er ook een opmars te zien in het gebruik van persoonlijke data, zoals email en telefoonnummer, om media-inkoopplatforms aan te sturen. Dit toont wederom de kracht van een centraal klantbeeld voor het aansturen van externe media. Een centraal klantbeeld bestaat namelijk uit meerdere identifiers van de klant (mits de juiste toestemming), die elk makkelijk zijn aan te sluiten op een mediakanaal,  zoals search, display/video en social. 

Bidding

De data uit een centraal klantbeeld kan naast audience-segmentatie en analytics ook gebruikt worden om bidding-algoritmes te beïnvloeden op search, display/video en social. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om bidding-algoritmes te laten sturen op basis van marge, nieuwe klanten, offline conversies of lifetime value van bestaande klanten. Hierbij gebruik je dus bedrijfsdoelstellingen vanuit het centraal klantbeeld als voedingsbodem voor media-inkoopkanalen. De algoritmes van de media-inkooptools nemen dit signaal per gebruiker mee en kunnen hierdoor veel gerichter optimaliseren. 

Connectors

Je kunt de data uit het centrale klantbeeld op verschillende manieren voeden aan externe media-inkooptools. Een veelgebruikte methode om data te verrijken is om de data in de datalayer van de website te plaatsen. De pixels van deze media-inkooptools kunnen op deze manier de data oppakken, wat de marketeer kan gebruiken voor audiences en bidding. Bedrijfs- of privacygevoelige data wordt meestal rechtstreeks in de media-inkooptools geupload of via verschillende API’s.

Het voordeel van API’s is dat het gehele proces is geautomatiseerd, waardoor audiences en conversie-algoritmes de juiste en meest recente data hebben. Op deze manier ontstaat er een feedbackloop die een veilig bedrijfsproces waarborgt. Het automatiseren en aansturen van de API’s kan volledig door IT-afdelingen of agile teams, zoals DataOps-teams, worden uitgevoerd, zoals in het vierde artikel uit deze serie is beschreven. Zo werken marketeers en IT’ers samen om data- en software-oplossingen te ontwikkelen en te onderhouden. Met cloud-technologie is technisch beheer niet of nauwelijks nodig. Vaak worden nog wel externe engineers ingehuurd als de specialistische kennis niet in huis is.

Stappenplan naar use cases met business impact

1. Identificeer de belangrijkste klantreizen op basis van business value. Doe dit fact-based. Bij een telecomaanbieder werd bijvoorbeeld gekozen om de klantreis ‘Verhuizen’ te optimaliseren, omdat klanten op dat moment zich vaak opnieuw oriënteren op een nieuwe internetverbinding. Hier heb je vaak support nodig van analisten, data-analisten of data scientists. 

2. Vorm een multidisciplinair team rondom deze klantreis en ga aan de slag. Verzamel  data en creëer inzichten in samenwerking met data scientists of database marketeers.

3. Start met pilots. Test, fail & optimize! Schaal bij succes verder op naar maximale potentie in aantal klanten en kanalen. Besteed voldoende aandacht aan welke KPI’s worden gemeten tijdens de pilot en maak hiervoor dashboards.

Vaak is het nodig om bij succes bepaalde investeringen te doen in data-ontsluiting, technologie en resources. Eerder opgedane inzichten gebruik je in je business case om aan te tonen wat de investering oplevert als je gaat opschalen. 

Wat kunnen we hieruit concluderen? 

Ieder bedrijf heeft uiteraard zijn eigen doelstellingen en maakt zijn eigen keuzes. We kunnen wel enkele tips geven die kunnen helpen bij het maken van business impact met data en een centraal klantbeeld: 

  1. Start bij je visie en strategie. Zorg hierbij voor een sponsor in de boardroom. 
  2. Neem als uitgangspunt de belangrijkste customer journey op basis van de strategie van het bedrijf. 
  3. Gebruik de unieke eigenschappen van de soorten data. Realtime data geeft de huidige intentie aan wat zeer sterk is. Gedragsdata uit verleden biedt voeding voor segmentatie en bij voorspelmodellen. Wacht niet tot je ‘alles’ hebt, want je kunt met het combineren van een deel de bronnen al veel bereiken.
  4. Start and fail fast; dat horen we veel maar het is wel echt belangrijk; het is niet erg als je verkeerde dingen meet. Het gaat erom dat je snel kunt evalueren en aanpassen. 
  5. Zorg natuurlijk dat je je manier van dataverzameling en -verwerking afstemt op de AVG. Wees transparant over het gebruik, geef controle aan de klant waardoor deze je vertrouwt. 

Data, maak er iets moois van.

Dit is het vijfde en laatste artikel in de vijfdelige serie over het realiseren van een centraal klantbeeld, geschreven door de DDMA Commissie Data, Decisions & Engagement. De commissie organiseert op 10 juni een Digital Talk over de inrichting van data en technologie voor een centraal klantbeeld.

Over de auteurs: Mark van der Vlies is head of marketing data & analytics bij ABN Amro, Fred van Westerop is sales director NEMEA bij Thunderhead.

Nieuw bureau voor story marketing

Voormalig WhizPR eigenaar Willemijn Vader en HP van Tilburg zijn The Robins begonnen, een bureau waarin zeven marketing en communicatie professionals samenwerken.

Het bureau wil zich richten op de tech-, food- en innovatie sector.

Story marketing is een methode waarbij verhaallijnen worden gebruikt om communicatie-, marketing- en sales-activiteiten inhoud te geven en met elkaar te verbinden. Instrumenten als PR, sociale media, digitale marketing, adverteren, events en media zijn daarin geïntegreerd.

Naast HP van Tilburg, ooit hoofdredacteur van DutchConnect en ConnexieMagazine, zijn Dominique Kneepkens (By Deau), Marieke Hollenberg (EmmeHa Communicatie), Ruben Dissel (Deventrade en Stef Bosman (Yellowbrand) op freelance basis betrokken bij The Robins.

Twinsense 360 gaat verder als Total Reality

Twinsense 360 krijgt een nieuwe naam en gaat verder als Total Reality. Twinsense is het fullservice online communicatiebureau dat in 2005 werd gestart door Maurice Kruse. Twinsense 360 BV is de spin-off die in 2015 werd gestart door Kruse en Albert Hoekstra.

Waar Twinsense zich bezighoudt met marketing voor het MKB, werd de doelgroep van Twinsense 360 steeds industriëler. Dit bedrijf begon met 360 graden-video’s, maar is uitgegroeid tot een XR-bedrijf. Virtual reality, augmented reality en mixed reality worden daarbij gecombineerd tot XR.

Om verwarring te voorkomen, hebben Kruse en Hoekstra besloten om Twinsense 360 om te dopen tot Total Reality. De naam Twinsense blijft dus bestaan voor het fullservice online communicatiebureau.

Adverteerders besteedden 65 miljard aan internetreclame

In 2019 gaven adverteerders 64,8 miljard euro uit aan online reclame, twaalf procent meer dan in 2018. Voor 2020 verwacht IAB Europe een gemiddelde daling van 5,5 procent, waar traditionele media teruglopen met 21 procent.

Dat komt naar voren in het jaarlijkse AdEx-onderzoek van IAB Europe.

Vorig jaar, zo blijkt nu, is het jaar waarin digitale reclameuitgaven een miljard euro groter waren dan de optelsom van de mediabestedingen bij alle andere kanalen.

Het kanaal ‘video’ groeide Europees gezien met dertig procent tot tien miljard euro.

Search is verhoudingsgewijs nog steeds de grootste netto-ontvanger: 28 miljard euro, een plus van 11,8 procent. Het meeste daarvan gaat naar Google. Google boekte in 2019 een searchomzet van 98 miljard dollar (PDF).

In Nederland gaven adverteerders 2,3 miljard euro uit aan uitingen op online kanalen. Dat is 13,3 procent meer dan het jaar ervoor. Dat groeipercentage is al jaren vrij stabiel. De verwachting voor 2020 is echter dat dit er dit jaar een daling is van zo’n tien procent als gevolg van het coronavirus.

Een nadere blik op de cijfers laat zien dat display-advertising voor het tweede jaar achter elkaar groter was dan search. Daarnaast gaat nu net iets meer dan vijftig procent van de reclamebudgetten, zowel voor display als search, naar mobiele kanalen. ‘Desktop internet’ is kleiner.

Eenderde van de displayuitgaven gaat gemiddeld naar videoreclame. In Nederland is dat 28 procent, een toename van 22 procent ten opzichte van 2018.

De jaren 2020 en 2021 worden in Europa een periode waarin men op grote schaal zal afstappen van third party cookies voor trackingdoeleinden. In hoeverre dat impact zal hebben op de reclamebudgetten is niet duidelijk.

Foto: Frank Michel (cc)

Nieuwe website voor internetprovider Freedom

Internetprovider Freedom heeft zijn website in het nieuw gestoken, een bestelstraat in bedrijf genomen en wil een webshop openen.

De site ging gisteren live en dient als vervanging van het domein dat in allerijl werd opgezet toen duidelijk werd dat Freedom van een idee zou uitgroeien tot een bedrijf.

Het nieuwe uiterlijk van Freedom.nl is van de hand van Two Kings en Eend. Het nieuwe logo is ontworpen door WIM Ontwerpers.

Ruim een jaar geleden besloot KPN om de merken XS4ALL, Telfort en Yes Telecom op te heffen. Een groep oud-medewerkers en klanten van XS4ALL besloot toen zelf een internetprovider te beginnen. Die zou worden gestoeld op het oorspronkelijke gedachtegoed van XS4ALL. Privacy staat er hoog in het vaandel.

“Er staan geen trackers op onze website. Er wordt geen informatie geslurpt en dus ook geen informatie doorverkocht aan derden. Freedom gebruikt Matomo, voorheen Piwik, om webstatistieken bij te houden. We slaan je IP-adres geanonimiseerd op. We slaan gedurende anderhalf uur een sessie cookie op om de website gebruiksvriendelijker aan jou te presenteren. We sturen niets door aan andere partijen, tenzij we daar wettelijk toe verplicht worden.”

Inmiddels zijn de eerste paar honderd abonnees aangesloten en schaalt Freedom Internet het aansluittempo gefaseerd op. Vandaag konden 512 nieuwe abonnees zich rond lunchtijd aanmelden.

Goud voor ​Fingerspitz met IAB MIXX Award

Digitaal marketingbureau Fingerspitz uit Breda heeft een gouden IAB MIXX Award gewonnen in de categorie Campaign Effectiveness.

De prijs werd gisteren virtueel uitgereikt voor het werk van Fingerspitz heeft geleverd aan klant Plein.nl. Door een slimme toepassing van personalisatie is hierbij ruim tweehonderdduizend euro extra omzet per maand gerealiseerd, met een ROI van dertig (casevideo).

Hiervoor zette Fingerspitz technologie in van Datatrics uit Twente. Dat levert een winkel op met verzorgingsproducten die voor iedere online bezoeker anders eruit moet zien.

Het bedrijf van Jaap Jacobs liet Mercedes Benz (zilver), Coca-Cola en Eti Puf (beide brons) achter zich.

Fingerspitz is onderdeel van bedrijvengroep Handpicked agencies.

De IAB MIXX Awards zijn een initiatief van IAB Europe. De prijzen worden doorgaans uitgereikt op een jaarcongres dat elk jaar in een andere Europese stad is. Vanwege het coronavirus was dat meerdaagse event teruggebracht tot een online videobijeenkomst van een paar uur.

Adverteerders vechten monopolie Google aan

Drie online adverteerders dagvaarden Google vanwege zijn monopolie op de Amerikaanse advertentiemarkt. De partijen vinden dat Google de markten voor zoek- en display advertenties in een ‘wurggreep’ houdt.

De zaak is aangezwengeld door Grand Atlas Tours, Prana Pets (honden- en kattenvoer) en advocatenkantoor Hanson Law. De partijen zijn in actie gekomen nu het Amerikaanse ministerie van Justitie en een coalitie van procureurs-generaals antitrust rechtszaken tegen Google aan het voorbereiden zijn.

Google zou zijn marktdominantie gedeeltelijk hebben bereikt door rivalen te verwerven, de toegang tot zijn zoekresultaten en het YouTube-videoadvertentieplatform te beperken en ervoor te zorgen dat deze systemen niet compatibel waren met die van concurrenten.

Ook Googles beslissing om cookies van derden in Chrome te blokkeren wordt veroordeeld. Daardoor wordt het voor adverteerders moeilijker om advertenties af te stemmen op individuele voorkeuren.

Google is overigens ook aangeklaagd omdat de Chrome-browser de privacy van gebruikers zou schenden. Het bedrijf zou ook de gegevens verzamelen van mensen die gebruikmaken van de privémodus van de internetbrowser. De aanklagers willen een schadevergoeding van 5 miljard dollar.

Foto Pixabay

BNR lanceert geautomatiseerde pre-roll advertising voor livestream en podcasts

Bij BNR Radio is het voortaan mogelijk om (geautomatiseerd) een pre-roll voor de livestream én voor alle podcasts van BNR Nieuwsradio te plaatsen.

Adverteerders kunnen nu zowel via FM, als ook op alle online platformen waar de content van BNR Nieuwsradio te horen is, communiceren met de luisteraars van BNR.

Het aantal zogenoemde plays op de livestream is de afgelopen periode ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar flink gestegen: een groei van 89 procent voor de livestream op BNR.nl en voor de app een stijging van 34 procent. Het aantal luisteracties van het eigen podcastaanbod ligt sinds april 2020 al boven de 2 miljoen per maand.

Foto Pixabay

Nederlands MeMo2 domineert IAB Europe Research Awards

Genomineerd voor zes prijzen en uiteindelijk neemt MeMo2 vijf van de acht beschikbare IAB Europe Research Awards mee naar huis. De Nederlandse onderzoeker oogst lof voor zijn nieuwe crossmediale bereiksplatform THX.

Gisterenmiddag ontving directeur Marcel Vogels de prijzen voor zijn inzendingen in de rubrieken: Research Innovation, Best Use of Research Budget, Data Effectiveness, Cross-Media Measurement en Audience Measurement. In de categorie Brand Advertising Effectiveness werd helemaal geen hoofdprijs uitgereikt.

Normaalgesproken vindt de uitreiking plaats tijdens het Europese Interact-congres van belangenorganisatie IAB. Vanwege de coronacrisis echter vond het hele event digitaal, via Zoom, plaats tussen twaalf en half drie.

MeMo2 won de prijzen voornamelijk vanwege zijn nieuwe THX Platform. Dat verbindt de consumentenpanels van vier grote researchspecialisten met een gelijknamige app en brengt zodoende het bereik van radio, televisie, outdoor, bioscoop en alle digitale media geïntegreerd realtime in beeld. Merken, bureaus en exploitanten kunnen hierdoor zelf geautomatiseerd crossmediaal bereik en effect in kaart te brengen.

Foto: diva007 (cc)

Cookieloze campagnes zorgen voor aardverschuiving in online advertising

Pas als de Nederlandse online advertentiebranche pro-actiever aan de slag gaat met de ontwikkelingen in de markt, kunnen we internationaal uit blijven blinken als technologisch voorloper. Futureproof-oplossingen voor het inkopen van high impact-campagnes zijn onmisbaar om veranderingen aan te kunnen, zoals de effecten van de AVG en technologische ontwikkelingen binnen het programmatic ecosysteem.  

Einde van third party cookies

Nu Google heeft aangekondigd dat de nieuwste versie van haar browser Chrome ook geen third party cookies meer zal accepteren, geldt dat veel programmatic high-impact campagnes niet meer getoond gaan worden op de grootste drie browsers. Deze worden meestal namelijk aangeboden door platforms die nog niet kunnen uitleveren zonder deze cookies. Om dit op te lossen, moeten we kijken naar alternatieven.

Publishers die hierop inspelen met cookieloze opties voor rich media awareness-campagnes, maken zichzelf klaar voor de toekomst. Dat is ook voor ons de reden om een cookieloze marketplace te ontwikkelen, waarin we ook andere afrekenmodellen (currencies) en metrics hanteren. Inmiddels hebben we met STER het eerste volledig cookieloze netwerk opgezet, waarmee de publieke omroep meer dan voldoet aan de wetgeving.

Afrekenmodel voor online campagnes moet op de schop

We werken nu aan een cookieloos netwerk, ideaal voor cookieloos adverteren, met publishers die nu hun non consent-advertentievoorraad niet kunnen verkopen. Voor zo’n netwerk zijn een aantal kernvoorwaarden. Een van de belangrijkste onderwerpen is het onder de loep nemen van het afrekenmodel. In het huidige model wordt display advertising afgerekend op impressies: alles is gebouwd rondom de prestatie van campagnes. Metrics als de clickrate voeren de boventoon, maar zijn voor branding campagnes minder relevant. Wat is een click waard als je op zoek bent naar naamsbekendheid? Zonder third party cookies is het daarnaast een stuk lastiger om een limiet aan het aantal vertoningen per persoon te stellen (een frequency cap).

Tijdvakken in plaats van impressies

Nu meer adverteerders met grote branding budgetten overstappen van televisie naar online, komt online branding ook steeds meer voor. De metrics zijn nog steeds sterk gericht op die performance. Maar traditionele branding campagnes via televisie baseren zich juist meer op bereik en views. Waarom zouden we de views niet weer leidend maken in de waardering van online branding campagnes?

Nu het gebruik van third party cookies steeds verder wordt beperkt, moet de branche gaan nadenken hoe we branding campagnes moeten waarderen en afrekenen. Wij pleiten ervoor om ook online te kijken naar zichtbaarheid, met metrics als viewability en bereik, en ‘klassieke metrics’ als CTR’s minder prominent te maken. Daarvoor zouden we ook over moeten stappen naar het inkopen van advertenties voor tijdvlakken in plaats van op basis van impressies.

Targetten kan niet langer plaatsvinden op basis van gebruikersprofielen. Wel bestaan er mogelijkheden voor contextual linguistic targeting op basis van semantische algoritmen. Dat wil zeggen dat we websites targetten op basis van tekst (de verschillende betekenissen en samenhang van actuele teksten op de pagina). Dit type targeting is helemaal cookieloos. Je richt je niet langer op een profiel van een persoon, maar op het profiel van de content die diegene leest en de relatie daarvan met je product of dienst.

Early adopters profiteren van extra aandacht

Er is een aantal voordelen te benoemen om snel aan de slag te gaan met cookieloze campagnes. Adverteerders die snel op de cookieloze bandwagon springen, hebben een groot voordeel dat ze een tijdlang de eerste of enige adverteerder per impressie zullen zijn. Hun share-of-voice is voorlopig een stuk groter dan in de huidige situatie. Voor publishers betekent het een kans om deze impressies nu toch te verkopen. Omdat retargetting bijvoorbeeld geen optie meer is, zullen de tarieven voor adverteerders voorlopig gunstig uitpakken.

Insourcing vraagt om standaardisatie en supply path optimization

Steeds meer adverteerders trekken de controle naar zichzelf toe. Door insourcing verandert de rol van tussenspelers en groeit de vraag naar kennisoverdracht en ontzorgen voor bedrijven als het onze. Adverteerders willen ontzorgd worden, waardoor bij ons een taak komt te liggen om meerdere onderdelen van de chain op ons nemen, die oorspronkelijk niet in onze comfortzone lagen. 

Nu adverteerders steeds meer kennis in-house halen, wordt het ook steeds belangrijker om transparante verdienmodellen te hanteren. Ook zoekt de markt naar een manier om het supply path te verbeteren. Sinds headerbidding is ontstaan en DSP’s ongewenst tegen zichzelf gingen opbieden, groeit de roep naar transparantie van de platforms en private market places. Samen met een partner werken we aan een marketplace die de mogelijkheid biedt om direct op high impact-formaten in te kopen, zonder de tussenkomst van een exchange of SSP. Door de supply chain in te korten en transparante inkoop mogelijk te maken, belandt er meer budget bij de publisher en krijgt de adverteerder waar voor zijn geld. Dit sluit aan bij een groeiende vraag van de markt om transparantie. 

Daarbij is standaardisatie onmisbaar. Vooral voor branding campagnes ontbreekt het hier nog vaak aan. In een programmatic ecosysteem is het essentieel om ook deze formaten te standaardiseren en zo problemen in schaalbaarheid te voorkomen. Daarmee voorkom je dat een populair Nederlands formaat niet ingezet kan worden in andere landen, omdat het simpelweg niet bekend is in de systemen. Dat is een branchebrede opgave waar we met zijn allen aan moeten werken. 

Klaar voor een cookieloze toekomst

Gericht adverteren, bereik meten en frequency capping kunnen straks moeilijker worden als er meer gehandhaafd wordt op de AVG. Het is goed voor alle online adverteerders en de branche om te gaan testen en proberen hoe we hiermee verder kunnen en wat de juiste manier is om succes van je campagne te meten. Zo zorgen we ervoor als branche klaar te zijn voor de komende tien jaar.

Over de auteur: Raymond Merks is business development manager WARM Global bij Weborama.

Het selectieproces van een nieuwe marketingtechnologie: vergelijken, testen en kiezen

Met inmiddels 8.000 tools op de markt is het aanbod aan marketingtechnologie enorm. Voor het maken van de juiste keuze voor een nieuw applicatie, van e-mailmarketing en datamanagement tot social advertising, is een serieus selectieproces vereist.

In dit artikel laat de DDMA Werkgroep Martech zien hoe je een shortlist samenstelt van je favoriete tech-leveranciers, hoe je een RFP opstelt en hoe je ten slotte door te testen tot een definitieve keuze komt.

Voor je het selectieproces induikt, is het belangrijk om te beseffen dat een tool geen doel op zich is en daarmee nooit het startpunt van de discussie vormt. Het kiezen van een nieuwe tool begint altijd met een specifiek probleem: bepaal eerst welke marketinguitdagingen je hebt en kijk dan of een nieuwe tool daar de oplossing voor kan zijn. In ons fasemodel voor het kiezen van nieuwe marketingtechnologie – zie afbeelding hieronder en dit artikel – onderscheiden we niet voor niets vijf fasen, waarvan het daadwerkelijke selectieproces pas de derde is. Het is wel de meest uitgebreide en bepalende fase – daarom gaan we in dit artikel nog eens extra op in op de belangrijkste onderdelen ervan.

1.Maak een shortlist van je favoriete leveranciers

De eerste stap die je in het selectieproces moet nemen is het samenstellen van een shortlist van de meest geschikte leveranciers van de marketingtechnologie waar je naar op zoek bent. Bepaal daarvoor eerst de relevante tech-categorie en kies je favorieten. Maak een weloverwogen lijst waarin je niet alleen je eigen indruk, maar ook externe waardeoordelen meeneemt in je overweging. Denk aan reviews, casestudies en testimonials van bestaande klanten en onafhankelijke onderzoeken. Schroom ook zeker niet te kijken wat de concurrentie gebruikt. Tot slot is het ook belangrijk om rekening te houden met budget. Wat is de technologie je organisatie waard per klant, per websitebezoekers of per 1.000 euro aan advertentiebudget en is een positieve ROI mogelijk?

Op basis daarvan kun je je lijst van favorieten weer kleiner maken, omdat sommige leveranciers boven je budget zullen vallen. Idealiter heb je op basis van deze verfijning een shortlist van 2 tot 5 leveranciers.

2. Bepaal hoeveel mensen en tijd je nodig hebt voor de vergelijkingsfase

Voor een overzichtelijk selectieproces is het belangrijk om in te schatten hoeveel tijd er nodig is om alle stakeholders – denk aan collega’s van legal en IT, eindgebruikers, budgethouders –  mee te laten te kijken. Zorg dus dat alle betrokkenen genoeg tijd per week vrijmaken om het selectieproces als echt project op te pakken. Zo voorkom je dat grote beslissingen van de ene partij moeten worden teruggedraaid omdat een andere partij niet genoeg tijd heeft gehad om een beslissing te maken. Afhankelijk van de tech-categorie, de integratie met andere technologieën en het budget moet je hier meer of minder tijd voor vrij maken. Het is dus handig om een duidelijke planning voor ogen te hebben om het traject niet onnodig lang te laten duren of te snel voorbij te laten zijn zonder dat je goed hebt kunnen kijken. 

3. Stel een RFP op voor leveranciers en evalueer hun voorstellen

Bij het opstellen van je shortlist heb je gekeken naar je eigen indruk en waardeoordelen van anderen. Maar dit is niet genoeg om een definitieve keuze te maken. Je hebt natuurlijk ook informatie van leveranciers zelf nodig. Het opstellen van een RFP (request for proposal) is daarom onmisbaar om te bepalen welke leverancier het beste bij je past. Er zijn 7 belangrijke onderwerpen waar je in een RFP aandacht aan moet besteden om een volledig en correct idee te krijgen van wat een leverancier voor je kan betekenen:

  1. Achtergrond: Leg de achtergrond en reden voor het project uit om de leveranciers context te geven.
  2. Motivering: Geef een motivatie door je bedrijfsdoelstellingen toe te lichten en leg uit wat je probeert te bereiken met de nieuwe martech. Beschrijf ook wat je zoekt in termen van een partnerschap en vraag advies over de vervolgstappen.
  3. Use cases: Deel de use cases (opgesteld in fase 1 uit het model) die je in de eerste fase van het fasemodel hebt opgesteld. Zo kunnen leveranciers hun voorstellen goed afstemmen op je unieke behoefte. Dit is het belangrijkste onderdeel van je RFP.
  4. Achtergrond leverancier: Vraag om uitleg van de basisprincipes over de grootte en mogelijkheden van leveranciers, maar ook van hun methodologie en aanpak. Denk aan roadmaps, referenties en ondersteuningsmogelijkheden.
  5. Tijdslijnen: Communiceer een beoogd tijdschema tot aan de definitieve selectie en vraag om een Proof of Concept (POC).
  6. Prijzen: Vraag om een inschatting van het beoogde gebruik van de tool en hoeveel dat – inclusief licenties, onderhoud en ondersteuning – op jaarbasis gaat kosten.
  7. Voorbeeldcontract: Vraag om een voorbeeldcontract en deel eventueel een eigen standaardovereenkomst met de vraag of ze het daarmee eens zijn.

Als je de voorstellen van alle leveranciers binnen hebt, is het zaak om alles echt kritisch door te lezen. Kijk of het voorstel je vragen goed beantwoordt en of het volledig aansluit bij je wensen. Weeg actief alle sterke en zwakke punten tegen elkaar af. Eventueel kan een evaluatiesjabloon, waarbij je cijfers en wegingen toekent aan de verschillende onderdelen per leverancier, daarbij helpen.

4. Try before you buy

Na het kritisch beoordelen van alle RFP’s breekt de testfase aan. Hierin maak je kennis met de tools van de leveranciers op je shortlist. Dit kan op meerdere manieren, ook weer afhankelijk van categorie en budget, zoals deze tabel laat zien: 

Heb jij een definitieve keuze voor ogen? Test die dan met een pilot (geldt vooral voor complexe en prijzige producten) om de laatste risico’s weg te nemen. Houd er wel rekening mee dat een pilot een daadwerkelijke implementatie is – iets waarmee je live gaat. Met deze pilot ervaar je of je keuze goed werkt, voer je een gedeeltelijke contentmigratie uit en check je of je de financiële kosten goed hebt ingeschat. Als de pilot al je twijfels wegneemt en je ervan overtuigd bent dat een tool dé oplossing is voor je unieke marketinguitdaging, kun je het contract ondertekenen. Gefeliciteerd!

Op zoek naar praktijkvoorbeelden? Op donderdag 4 juni laten experts van Philips en NS in een Digital Talk zien hoe zij nieuwe martech hebben geselecteerd en tot hun ideale martech-stack zijn gekomen.

Dit artikel is geschreven in samenwerking met de DDMA Werkgroep Martech, die bestaat uit Joost Kaart (NS), Joost van Dun (Philips), Bob van Veen (Nationale Postcode Loterij), Rogier van Driezum (ING), Myrthe Mkaouar (Orangevalley), Wijnand Meijer (TrueClicks), Michiel Kleijn (SAS), René Fischer (project gestart vanuit Merkle) en Jurrian Elekan (project gestart vanuit Relay42, nu The Online Company).

Bynder neemt videospecialist over

De Nederlandse Digital asset management (DAM) specialist Bynder heeft We Adapt overgenomen, een cloudoplossing die merken helpt bij de ontwikkeling en de inzet van videocontent.

Met de toevoeging van We Adapt, die wordt omgedoopt tot Video Brand Studio, biedt Bynder merken nu een centraal platform voor het beheren van al hun marketingcontent, zoals tekst, afbeeldingen en video.

Eenmaal geïntegreerd, zal Video Brand Studio beschikbaar zijn als een optionele module naast Digital Brand Templates en Print Brand Templates.

Bynder heeft een miljoen gebruikers in meer dan 1800 organisaties, waaronder Spotify, Puma en Icelandair.

Foto boven Pixabay

Nieuw bureau voor ‘complexer wordende front-end’

No Heroes is de naam van een nieuwe club van front-end specialisten, oftewel ontwikkelaars die verantwoordelijk zijn voor de voorkant van een applicatie of website. Het bureau richt zich op moderne ontwikkeltechnieken en design systemen met herbruikbare componenten voor complexe applicaties en websites.

‘In deze tijd hebben we meer duidelijk gekregen dan ooit wie de echte helden in de samenleving zijn als het erom spant: degenen die de vitale processen draaiende houden,’ schrijft het team.

De naam No Heroes verwijst naar de manier waarop ontwikkelaars hun werk doen. Ben je gericht op snel scoren en persoonlijke roem, of gaat het je daarentegen om het team en degelijk werk waarop goed doorontwikkeld kan worden – het team van No Heroes gaat voor het laatste.

‘Online business is geen keuze meer maar een must. We helpen bedrijven die nog aan het begin staan met het maken van de juiste keuzes en het opstellen van een plan om dit stap voor stap te gaan realiseren. Maar we helpen ook organisaties die tegen de beperkingen van hun fragiele codebase aanlopen en deze naar een hoger niveau willen tillen,,” aldus medeoprichter Daniëlle Hoek.

Drijvende krachten achter No Heroes zijn naast Hoek  van het designbureau Clutch (Tevens voormalig programmamanager bij o.a. Zilveren Kruis, Rabobank en Triodos Bank) Richard van Heuven van Staereling (voormalig front-end development lead bij o.a. Centraal Beheer en Backbase) en Remy Lammers (co-founder en Creative Director van Clutch en voormalig Design Director bij Resoluut).

Hoe co-design je vanuit huis?

En opeens stond alles stil. Halverwege maart kwam het fysiek samenwerken abrupt tot stilstand. Dat betekende niet alleen dat heel ons bureau vanuit huis aan het werk ging, maar ook dat samen ontwerpen aan onze digitale producten niet meer fysiek kon plaatsvinden.

En dat terwijl co-design voor ons cruciaal is om te komen tot succesvolle digitale producten. Met diverse teams, met opdrachtgevers en met de gebruikers zelf. In korte tijd hebben we daarom onszelf het co-designen op afstand aangeleerd. We faciliteerden tientallen designsessies vanuit de slaapkamer, de zolder en de keuken. Dit zijn onze belangrijkste learnings.

Niet de zoveelste video call…

Veel mensen zitten de hele dag in video calls en zijn daar – terecht – soms helemaal klaar mee. Het kost je meer energie om de hele dag te videobellen. Bovendien mis je de ‘echte’ menselijke connectie. De grote vraag voor ons was dan ook: kunnen we die ‘magie’ die ontstaat tijdens co-design sessies ook via videoverbinding laten ontstaan? Het antwoord is ja en nee. Ja, omdat co-design sessies zeker niet je zoveelste video call zijn. Er is meer ruimte voor experimenteren, je kunt het scherm af en toe loslaten en het creatieve proces komt weldegelijk goed op gang. We lichten zo toe hoe we dat doen. 

Nee, omdat het natuurlijk maar deels een vervanging is van een fysieke co-design sessie. De context van de sessie (menselijke aanwezigheid, de ruimte, etcetera) is medebepalend voor de output. Zo gaf de context van een co-design sessie die we samen met Garage2020 organiseerden in ‘de koppeling’ (een behandelcentrum JeugdZorgPlus) lading aan het creatieve proces bij alle deelnemers. Dat is in een video call lastig te realiseren. 

Je staat op mute

Misschien wel de meest gehoorde uitspraak de afgelopen tijd: ‘Je staat op mute’. De basis van een goede digitale ontwerpsessie is een prettige videoconferencing dienst. Na een korte ontdekkingsfase waarin we verschillende tools hebben uitgeprobeerd kwamen wij uit op Google Meet. Bijkomend voordeel van deze toepassing is dat je ook kunt inbellen via de telefoon. Overigens wil dit niet zeggen dat al onze klanten daar ook mee (mogen) werken; naast Google Meet werken we daarom ook met Microsoft Teams en Webex. Voor onze projecten in de jeugdzorg gebruiken we ZieJeWel, de videodienst die Garage2020 speciaal voor de jeugdzorg heeft ontwikkeld. Het gebruik van Zoom proberen we vanwege de privacy issues zoveel mogelijk te beperken. 

Hoe goed de tool ook is, de verbinding is net zo belangrijk. Heeft iedereen in het team beschikking over een goede internetverbinding, kan iedereen deelnemen met video? Voor een remote design sessie is dat onmisbaar. Het begint met elkaar zien. Een andere belangrijke learning voor ons was om ongemakken te omarmen. Dus dat er kinderen door het beeld rennen of iemand de ‘unmute’ knop niet kan vinden. Dat maakt de afstandelijke video call juist weer heel erg menselijk. Op die manier leer je het team en de opdrachtgevers beter kennen. We hebben kennis gemaakt met heel wat katten, Chiwawa’s, een Deense Dog (die net een volleybal kapot beet). Maar ook heel veel creatieve settings gezien waarin mensen werkten, van sessies op de trap (omdat daar het beste internet is) tot professionele geluidsstudio’s tot washokken.

Kliederen op digitale muren

De kern van onze fysieke co-design sessies is dat we met het hele team in een actieve, ontwerp modus komen. Om dat digitaal ook te bereiken maken we gebruik van online brainstorm tools. Sommige waren bij ons team al bekend en werden gebruikt, maar we hebben de beginperiode ook gebruikt voor experiment, waarbij we uiteindelijk uitkwamen bij Jamboard, Miro, InVision Freehand en Mural. 

Freehand van Invision geeft veel vrijheid en is zeer geschikt voor het ontwikkelen van moodboards, maar ook voor het maken van hele simpele schetsjes. Ook kun je bijvoorbeeld deelnemers stellingen laten beantwoorden door een stip op een lijn te zetten.

Als je vooral post-its wilt plakken, dan is Jamboard een fijne simpele tool. Miro en Mural kunnen dat ook en hebben meer mogelijkheden, zoals afbeeldingen invoegen en werken met grids. Daarnaast hebben ze templates zoals een Business Model Canvas dat je direct met het team kunt invullen. Ook hiervoor geldt: wees flexibel met je tools. Niet alle klanten mogen alle tools gebruiken of krijgen vanuit IT toegang. 

Voor de sessie met een groep gebruikers uit de jeugdzorg hebben we Mural gebruikt. Het doel was om zo dicht mogelijk bij een ‘echte’ sessie in de buurt te komen waarbij deelnemers hun post-its met verschillende kleuren, voorzien van commentaar, konden plaatsen bij verschillende schetsen. Dat beviel goed, vooral omdat je live mee kon kijken met wat deelnemers deden. Mural biedt bovendien de mogelijkheid om als facilitator bepaalde elementen te ‘locken’ waarmee je meer grip kunt houden op de sessie. 

Een goede voorbereiding is belangrijker dan ooit 

Het voordeel van een digitale co-design sessie is dat alles leesbaar is en al direct goed is gedocumenteerd. Het scheelt daarmee veel uitwerkingstijd die weer in het ontwerp kan worden gestopt. Maar hou wel rekening met een langere voorbereiding. Het is belangrijk dat je vooraf stilstaat bij de vragen die de sessie kan oproepen bij een opdrachtgever en welke informatie jij wilt van deelnemers. In een fysieke sessie kun je dit aanvoelen en erop anticiperen, nu probeer je dat van te voren allemaal al te voorzien. Dat dwingt je ook om heel goed na te denken over wat je als output wilt.

Datzelfde geldt overigens ook voor de opdrachtgever. Het is belangrijk dat iedereen zich voorbereid op de sessie, aangezien online sessies vaak korter zijn dan normaal (hou de energielevels maar eens zes uur hoog in een video call). Bij een co-design sessie met Achmea hebben we het hele team een vragenlijst gestuurd om iedereen vooraf mee te laten denken. Zo voorkom je dat tijdens een sessie iets niet aan bod komt. Een bijkomend voordeel is dat iemand die zijn visie misschien minder snel zou delen, dat vooraf kan doen en we het meenemen in de sessie. 

Bereid ook het gebruik van de samenwerkingstool goed voor en bepaal waarvoor je de tool wilt inzetten.. Mural is een vrij uitgebreide tool, denk daarom van te voren na over welke mogelijkheden je wilt gebruiken. Zo houd je het simpel voor de deelnemers en ook overzichtelijk voor jezelf tijdens de sessie.

De uitdagingen en valkuilen

Hoe ga je om met passieve deelnemers? Je merkt dat een video call toch vooral het gevoel van een vergadering oproept, iets wat je niet wilt in een co-designproces. Het is de kunst om – net als tijdens een fysieke meeting – een vibe te creëren waarin er gemaakt wordt.  De uitdaging zit hem erin mensen actief te krijgen, erbij te houden en ook echt informatie op te halen. Een manier waarop we dit veel doen is door heel gericht om input te vragen: “Oke Jan, wat is je blik hierop?”, “En Lisa wat is je reactie op dit idee?” Je moet soms dus als ontwerper nog iets harder je best doen om iedereen aan boord te houden.

Een andere valkuil is dat dingen in het midden blijven hangen, en er minder snel een beslissing genomen wordt. Een real-life sessie geeft meer het gevoel van samenspel, samen dingen ontwerpen en beslissen. Op afstand is het moeilijker aan te voelen of iets echt besloten is en je door kunt, dan in een fysieke sessie. 

Wat nemen we mee naar ‘het nieuwe normaal’?

Langzaam komt Nederland weer op gang, de eerste meetings worden voorzichtig en met voldoende afstand onderling weer gepland. Grote kans dat we binnenkort weer fysieke sessies zullen organiseren en faciliteren. We kijken ernaar uit. Maar in de anderhalvemetersamenleving kan het goed van pas komen om ook ontwerpsessies online  te houden. Het scheelt reistijd, en geeft je de mogelijkheid om met meer mensen aan de slag te kunnen. Fysieke sessies en online sessie kunnen elkaar daarbij goed aanvullen. 

Voor als je de komende tijd aan de slag gaat met een online co-design sessie, hier nog een een paar tips op een rij:  

  • Bepaal wie de leiding neemt en duidelijk aangeeft wat er wanneer van iedereen wordt verwacht. Zorg dat iedereen om de beurt de mogelijkheid krijgt om te spreken en input te leveren en toe te lichten wat ze hebben aangedragen. Per onderdeel in een sessie kan er een andere leider zijn.
  • Zorg voor voldoende interactie. Dit kan zijn: post-its plakken, stellingen beantwoorden, moodboards voorzien van feedback, designs voorzien van feedback, etc.
  • Bereid de sessie goed voor en zorg dat de links naar je tools duidelijk gecommuniceerd worden. Zodat iedereen weet waar ze moeten zijn.
  • Besteed een paar minuten aan het rustig uitleggen van de samenwerkingstool, voor de meeste mensen is het een eerste keer. Deelnemers kunnen zich onbegrepen voelen als ze een tool niet meteen begrijpen. Vermijd daarom termen als ‘het is eigenlijk heel simpel…’. Iedereen weet hoe post-its en pennen werken, maar een tool met een onbekende interface kan voor mensen toch intimiderend zijn.
  • Las ieder uur een korte pauze in en maak gebruik van energizers (bijvoorbeeld een paar quizvragen waarbij je gaat staan of zitten voor de camera bij antwoord A en B). Zo houd je iedereen fris, het is best intensief.
  • Zorg voor een inspirerend voorstelrondje. Anders dan bij een ‘gewone’ sessies is er minder ruimte om elkaar beter te leren kennen. Video meetings zijn vaak wat doelgerichter dan normale meetings. Bovendien spreek je elkaar nu niet in de pauzes. Vraag daarom bij het voorstellen of iedereen een vraag kan beantwoorden, bijvoorbeeld ‘wat heb je afgelopen weekend gedaan’.
  • Maak de sessie niet te lang. Je hebt al snel twee uur nodig, maar langer dan drie uur is niet aan te raden.

Oh en vergeet niet, sessies mogen ook gewoon leuk zijn en niemand neemt het je kwalijk als het wat rommelig verloopt. Het moment dat iemand de eerste keer spontaan opstaat en zegt ‘Ik ga even naar de WC’ weet je dat je goed zit en in de buurt komt van een normale sessie. 

Over de auteurs: Juul van den Hoogen is online strateeg, Chris Siegers is user experience designer, Ruben Stehouwer is user experience designer en Alain Dujardin is creative director van digitaal design bureau Greenberry.

Nominaties DIA Pro’s bekend

Wie zijn volgens zijn of haar vakgenoten de beste designer, techie en starter van het jaar bij Nederlandse internetbureaus? Op die vraag geven we dit najaar een antwoord bij de uitreiking van de Dutch Interactive Awards. Vandaag maken we de nominaties voor de DIA Pro’s bekend.

Gisteren maakten we bekend wie kans maakt op een Dutch Interactive Award. Bijna honderd bureaus deden 268 inzendingen van hun beste werk uit 2019. Het was een pittige klus voor de jury om hier een shortlist van te maken. Uiteindelijk maken 84 nominaties in 15 categorieën kans op de felbegeerde prijzen.

Hierop volgend kunnen we ook de genomineerden bekendmaken voor een DIA Pro. Afgelopen weken vroeg we collega’s en vakgenoten om hun toppers te benoemen. Uit die inzendingen hebben we onderstaande lijst met kanshebbers samengesteld.

Best in Design

  • Julian Mollema – Build in Amsterdam
  • Margot Gabel – Build in Amsterdam
  • Liza Enebeis – Studio Dumbar

Best in Tech

  • Hugo Wiledal – Your Majesty
  • Mark Smits – Dept
  • Tijmen Mulder – RobotKittens

Best Talent

  • Joca van der Horst – Momkai
  • Anastasiia Havrylchenko – WeAreBrain
  • Phoebe Ohayon – Voice Branding

We reiken de Dutch Interactive Awards het liefst persoonlijk uit voor een groot publiek tijdens op feestelijke award night. Het is nog niet goed in te schatten of en hoe dat mogelijk zal zijn. Daarover besluiten we in september.

Page generated in 1,574 seconds. Stats plugin by www.blog.ca