IENS.nl verdwijnt, wordt TheFork

De naam van recensie- en boekingssite IENS.nl verdwijnt en wordt omgeladeld tot de internationale merknaam TheFork. De helft van de restaurants in het aanbod verdwijnt.

De rebranding die vandaag wordt doorgevoerd is onderdeel van een internationaal traject. IENS is sinds 2015 onderdeel van TripAdvisor en valt onder het restaurantlabel TheFork, sind 2014 eigendom van het Amerikaanse concern.

Almir Ambeskovic (foto), verantwoordelijke voor de Nederlandse markt, legt de naamsverandering uit met het internationale perspectief van TheFork. Voor Nederlandse klanten wordt het duidelijk dat ze ook in andere TheFork-landen terecht kunnen. En buitenlandse bezoekers van Nederland kunnen een restaurant boeken bij een site die ze van hun thuismarkt ook al kennen.

De rebranding brengt ook een fundamentele verandering voor IENS/TheFork met zich mee. Het aantal restaurants op de site zal per 1 mei aanstaande halveren tot ongeveer vijf- à zesduizend. De helft die sneuvelt wil namelijk geen tafels laten reserveren via de site. Het gaat hen enkel om de recensies. TheFork hanteert echter de regel dat je enkel een review kunt schrijven als je daadwerkelijk ook een tafel boekte via de site.

Het boekingselement achter IENS.nl kreeg pas echt een impuls toen het bedrijf Couverts.nl overnam van RTL Ventures in 2016.

Om zijn aantrekkingskracht onder gebruikers te vergroten, versterkt TheFork zijn loyalityprogramma. Reviewers krijgen bij duizend of tweeduizend feedbackpunten nu twintig of vijftig euro korting bij een restaurantbezoek. Dat is het dubbele van wat tot op heden gold.

Nederland is de tweede site die zijn oude label afschudt. In Australië werd begin dit jaar afscheid genomen van Dimmi.

Helft Nederlanders wil digitale folder

De helft van de Nederlanders ziet meer in digitale communicatie bij de verspreiding van reclamefolders. Een meerderheid vindt de introductie van de ja/ja-sticker als in Amsterdam of binnenkort ook Rotterdam een goede ontwikkeling. Daarmee wordt voorkomen dat onnodig folders aan de deur worden bezorgd.

De belangrijkste reden voor de positieve ontvangst van de ja/ja-sticker is dat het beter is voor het milieu. 26 procent denkt dat deze ontwikkeling resulteert in minder oud papier en 16 procent ziet met de sticker kans geen onpersoonlijke reclame meer te ontvangen, zo blijkt uit onderzoek van Stocard, een app waarin consumenten hun klantenkaarten kunnen bewaren. Aan het onderzoek deden 420 consumenten mee.

De helft van de ondervraagden geeft aan aanbiedingen het liefst digitaal te ontvangen via e-mail, een app of door aanbiedingen zelf online op te zoeken bij de desbetreffende winkel.

GoEuro verandert naam in Omio

De zoek- en boekmachine voor bus- en treinreizen in Europa GoEuro verandert zijn naam in Omio omdat het zijn activiteiten prominenter buiten Europa wil uitslaan.

De naam waarmee het bedrijf zich ontwikkelde van start-up naar bijna-unicorn past niet meer. GoEuro is ‘te euro’, niet mondiaal genoeg. Oprichter Naren Shaam legt aan Techcrunch uit waarom de nog ietwat concrete naam opzij is gezet voor iets abstracts dat overal wel klinkt.

Een blik op Omio.com laat zien dat de zoek- en boekmachine voor tickets tijdelijk een duaal merkenbeleid zal hanteren. Zowel de naam als het domein GoEuro werken nog, maar Omio wordt al wel naar voren geschoven als het leidende merk. De oude naam blijft komende tijd zichtbaar maar zal, vermoedelijk over een x-aantal maanden, helemaal verdwijnen.

Eind vorig jaar werd de huisstijl al vernieuwd.

GoEuro bediende tot op heden, naar eigen zeggen, 27 miljoen klanten. Zij werden na het zoeken naar een reisbestemming doorgestuurd naar de website van een aangesloten reisprovider. Daar kan de reiziger zijn ticket daarwerkelijk boeken. GoEuro annex Omio krijgt een commissie in ruil voor het aanbrengen van die klant.

Het bedrijf wil zijn diensten ook gaan aanbieden in Noord- en Zuid-Amerika en Azië.

Foto: Karl Baron (cc)

Super Digital en Traffic4u worden Reprise Nederland

De digitale marketingbureaus Super Digital en Traffic4u gaan op in een nieuw, reeds bestaand internationaal label van moederbedrijf IPG: Reprise Nederland.

Vandaag maakt IPG Mediabrands de nieuwe merkstrategie bekend aan de markt. Super Digital brengt zo’n vijftien man in, Traffic4u met zijn vestigingen in Groningen en Amsterdam rond de 135.

De merkenfusie vloeit voort uit een beleid dat IPG vorig jaar inzette om in 42 landen zijn digitale marketingbureaus onder één merk onder te brengen: Reprise Digital.

Stijn Fien, momenteel managing director van Traffic4u, wordt managing director van Reprise Nederland. Zijn werk valt onder de verantwoordelijkheid van de Chief Digital Officer van IPG Mediabrands Richard Smoorenburg.

De activiteiten van Bgenius, een technologiebedrijf dat ontstond uit Traffic4u, gaan ongewijzigd door onder eigen naam.

Foto: Rob Oo (cc)

Otolift: één platform, één kans op verkoop

Een product van duizenden euro’s dat vanaf een plaatje eenmalig wordt gekocht – dat is de unieke marketingfunnel waar Otolift mee te maken heeft. “Zodra iemand in de markt is voor een traplift, moeten wij er zijn, anders is onze kans voorgoed verkeken,” zeggen Boy Stoops en Jeroen Wolf van Otolift.

Koninklijke Otolift Trapliften werd in 1891 opgericht en begon in de jaren zestig van de vorige eeuw met het ontwikkelen van trapliften. Boy Stoops is marketingmanager bij het familiebedrijf, Jeroen Wolf commercieel directeur. Zij hebben drieënhalf jaar geleden samen de marketing van Otolift opgezet. “Dat was nodig door veranderingen in de markt,” zegt Jeroen. “Voorheen was 80 procent van onze omzet afkomstig van aanbestedingen en 20 procent van consumenten. Dit betekende dat bijvoorbeeld de gemeente Den Haag een aanbesteding uitschreef voor het installeren van alle trapliften bij mensen die onder de WMO-regeling vielen.”

Hierin staat dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Door aanscherping van die wet in 2015 worden er nog nauwelijks vergoedingen voor trapliften gegeven. “De consument moet zo’n aanschaf dus zelf bekostigen. Dat betekent dat wij op een andere manier de markt moeten bewerken en in-house met B2C-marketing zijn gestart, in plaats van het uit te besteden aan externe partijen.”

Doel daarvan is om zoveel mogelijk leads en naamsbekendheid te genereren. Otolift was heel bekend bij gemeenten maar een kleine speler op de particuliere markt. “Onze grootste concurrent was al eerder gestopt met de aanbestedingen. Toch zijn we erin geslaagd om marktleider te worden in het consumentensegment,” zegt Jeroen.

“Dat hebben we bereikt door zichtbaar te zijn en de kanalen efficiënt in te zetten,” vult Boy aan. “Vroeger deden we vooral print, maar online wordt steeds belangrijker, zowel organisch als betaald. Mensen komen tegenwoordig met een tablet in de hand de showroom inlopen. Met name Google Ads en Facebook zijn voor ons interessant.”

Snelle besluitvorming

Wat marketing uitdagend maakt, is het feit dat mensen zich pas gaan oriënteren op een traplift als ze er echt eentje nodig hebben. Het is daardoor lastig om naamsbekendheid op te bouwen. Jeroen: “De advertenties worden niet gelezen zolang iemand de trap nog op kan komen. Daar komt bij dat het een eenmalige aanschaf is. Als er morgen een nieuwe trapliftfabrikant op de markt komt, dan concurreert die meteen mee. Er is geen merkbeleving, we moeten het hebben van leads en er zijn op het moment dat mensen een traplift nodig hebben. De besluitvorming gaat snel – je hebt het eerder over uren dan dagen.”

Doordat een traplift wordt gezien als medisch product, omdat het iets zegt over je fysieke gesteldheid, is de mogelijkheid tot retargeting beperkt. “We mogen bijvoorbeeld geen custom audiences creëren. Er zijn wel platformen die het toestaan, maar Google bijvoorbeeld niet. Facebook is milder maar daar halen we veel lagere volumes dan op Google. We moeten onze leads dus echt uit search halen en uit targeting op basis van demografische kenmerken. Dat is voor ons een grote uitdaging.”

Nederlandse trappen zijn steil

Otolift moet het dus vooral van de verkoopargumenten hebben. Zo is de traplift 100 procent herbruikbaar, waardoor er ook tweedehands trapliften aangeboden kunnen worden. Verder is het design toegespitst op de Nederlandse markt. “Nederlandse trappen zijn vaak krap of steil en Nederlanders zijn lang,” legt Jeroen uit. “Onze producten zijn daarop ingesteld. En we kunnen als het product op voorraad is binnen 48 uur of sneller een traplift plaatsen. Nog een pluspunt is dat de rail die we gebruiken een doorsnede heeft van 6 centimeter, zo’n 25 procent minder dan de concurrenten. Dat lijkt een detail maar mensen willen zo min mogelijk zien van de traplift, dus hoe dunner de rail, des te beter. We besteden ook veel aandacht aan het design – je koopt zo’n traplift niet voor je plezier, dan is het fijn als je niet een lelijk ding in je huis krijgt. Tot slot is de prijs natuurlijk een belangrijk verkoopargument.”

Internationale expansie

Otolift is zoals gezegd een familiebedrijf. Drie jaar geleden heeft de nieuwe generatie het overgenomen. Met een ambitieus doel: wereldmarktleider worden. “De deuren naar de export zijn geopend en we zetten er gas op. Wat prettig is, is dat er naar de lange termijn wordt gekeken. Hoe staan we er over vijf jaar voor en wat is er nu nodig om dat te bereiken? Waarin moeten we investeren om de concurrent voor te blijven?”

Om die groeiambities waar te maken, moest het IT-landschap worden vernieuwd. “We hadden geen CRM – er was een aantal platformen aan elkaar gekoppeld en daar haalden we onze informatie uit. Dat werkte niet goed. De cost per lead konden we er nog wel uithalen, maar we hadden niet inzichtelijk wat zo’n lead echt doet,” zegt Boy. “Nu maken we gebruik van één platform inclusief Salesforce Sales en Service Cloud, Salesforce Field Service, Pardot en Einstein Analytics. Met dit totaalpakket zetten we een behoorlijke stap in de goede richting. We gebruiken op dit moment misschien 20 procent van wat er mogelijk is maar we gaan steeds meer automatiseren.”

“We willen snel en gemakkelijk rapportages draaien over de Nederlandse markt en van onze dochterondernemingen in Frankrijk, België, Italië, Spanje en Engeland. Bij gebrek aan een CRM-pakket werd in Frankrijk zelfs gebruikgemaakt van Excel-bestandjes en mappen met orders. Nu is Salesforce Field Service live gegaan en verloopt de planning veel beter. Bovendien is live inzichtelijk wat er qua verkopen gebeurt en kunnen we bijsturen als dat nodig is. We hebben veel meer controle over de opvolging van leads. Dat is heel belangrijk voor onze groeiplannen.”

Instrumenteel voor de beoogde internationale expansie zijn, naast de eigen verkoopkanalen, de dealers waar Otolift in veertig landen mee samenwerkt. Zij moesten vroeger handmatig hun orders plaatsen en belden op als ze de voortgang wilden checken. “Nu komt er een portal voor dealers, waar ze orders in kunnen zetten en inzicht hebben in de voortgang daarvan. Dit is allemaal mogelijk doordat we voor één platform hebben gekozen.”

Wat B2B-marketeers moeten weten: 5 B2B-marketing ‘must-haves’

Is er eigenlijk wel wat nieuws te vertellen over marketing voor B2B-ondernemingen? Hypes en marketingtrends in B2B komen vooral voort uit technologische innovatie en bovendien heeft een trend een lange adem, vanaf de fases inspiratie en ontdekking tot opkomst en hype. Dus, het is logisch dat we jarenlang over dezelfde onderwerpen spreken. Maar over deze onderwerpen moet je wel wat weten.

Ik durf niet meer in de spiegel te kijken. Na het organiseren van negen edities van het B2B Marketing Forum en meer dan twintig jaar ervaring als marketingdirecteur, en later, ondernemer en B2B-marketeer aan de bureauzijde, heb ik nog steeds geen antwoord op de vraag ‘Maar, wat is er dan nieuw nu?’ ‘Hoe kunnen we vernieuwen?’, zonder in herhaling te vallen.

Het liefst vertel ik inspirerende nieuwe verhalen. Maar keer op keer merk ik dat de meest uiteenlopende bedrijven de basis nog niet op orde hebben. Denk aan een ontbrekend CRM-systeem voor de klantdata, of gebrek aan inzicht in koop- of klantgedrag, of dat er geen waardevolle content is voor de doelgroep. Hoeveel clichés wil je nog meer?

Hypes en marketingtrends in B2B komen vooral voort uit technologische innovatie en bovendien heeft een trend een lange adem, vanaf de fases inspiratie en ontdekking tot opkomst en hype. Dus, het is logisch dat we jarenlang over dezelfde onderwerpen spreken en schrijven, omdat het nu eenmaal ‘even’ duurt voordat iets volwassen is. In dit artikel sta ik stil bij de vijf onderwerpen die niet meer weg te denken zijn uit de marketing van vandaag. Zaken waar jij, als B2B-marketeer, anno 2019 zeker mee bezig moet zijn.

1. Personalisatie niet meer een nice-to-have, maar een must-have

Er is geen excuus meer om geen gebruik te maken van de beschikbare data om je marketing echt persoonlijk te maken. Personalisatie is niet langer alleen voorbestemd voor B2C. We moeten begrijpen dat de scheidslijnen tussen B2B en B2C vervagen. Ook in B2B heeft een koper of klant behoefte om herkend en begrepen te worden. Dit kan door data slim te benutten, e-mails en landingspagina’s, advertenties en content af te stemmen op de koper.

We spreken al een tijd over micro-personalisatie. Waarbij marketing en content, tot op een zeer gedetailleerd niveau, kopers bereikt met uitingen die voor iedere individuele koper of klant interessant en relevant zijn. Om deze relevantie in je marketing aan te brengen, moet je inzicht in je koper of klant hebben. Je denkt én handelt continu vanuit klantperspectief.

2. Denken vanuit klantperspectief, de enige optie

De koper of klant is veel meer in charge dan wij denken, maar hoe verplaatsen we ons in die klant en hoe helpen we hem echt? Hoe veranderen we van push naar pull marketing, van product-centric naar customer-centric? Een van de antwoorden is om ons te focussen op het verbeteren van de klantbeleving.

Het domein van klantbeleving is echter breed. De klant centraal zetten, gaat veel verder dan de marketingafdeling. Daarvoor moeten we de kloof dichten tussen verkoop, klantenservice en marketing. We moeten van silo-denken naar echte samenwerking in het belang van de eindklant.  

Bedrijven die echt customer-centric willen zijn, komen niet weg met een likje verf. Om de transformatie naar een outside-in perspectief te krijgen, moet de organisatie vaak grondig worden aangepakt. Marketing kan hier een belangrijke rol spelen omdat marketeers belangrijke signalen uit de markt kunnen oppikken. Maar de klant echt centraal zetten, is een uitdaging van de gehele organisatie. En, het vergt een behoorlijke investering, maar het brengt ook substantiële voordelen met zich mee. Je bouwt er namelijk een lange termijn concurrentievoordeel mee op.

3. Omarm verandering, want dit is aan de orde van de dag

Verandering is aan de orde van de dag, hiervoor moeten we open staan om te blijven leren. Om met je B2B-marketingteam de digitale door data gedreven wereld voor te blijven, moet je nieuwe skills verzamelen in je team. De marketeer moet zich net zo snel als het vakgebied blijven ontwikkelen om niet achterop te raken. Maar het is niet alleen de marketeer op individueel niveau die verandert. De uitdaging ligt ook in het integreren van deze skills in de organisatie van het marketingteam.

Technologische ontwikkelingen hebben de afgelopen jaren veel veranderingen in de marketing teweeggebracht. Data en technologische skills zijn niet meer weg te denken binnen een marketingteam. Met alleen technische skills ben je er echter niet. Markten veranderen veel sneller tegenwoordig, hier moet een marketeer op kunnen inspelen. Realtime marketing wordt dit ook wel genoemd, een tijd waarin strategisch denken van groot belang is. Zo kunnen marketingteams zich blijvend aanpassen aan de markt en wensen van de klant.

4. Technologie als game changer en katalysator

Naast het aanpakken van de organisatie om klantgericht te kunnen werken, is technologie een minstens zo belangrijke pijler om customer-centric te werken. Volgens Gartner wordt 85 procent van de klantinteracties in 2020 gemanaged zonder menselijke tussenkomst. Accenture voorspelt dat Artificial Intelligence (AI) de economische groei in twaalf landen verdubbelt tegen 2035, en dat arbeidsproductiviteit misschien wel veertig procent hoger wordt door andere manieren van werken.

Welke technologieën gebruiken wij dan nu zoal? Voor de hand liggend is marketing automation, verschillende technologieën die geautomatiseerde marketing mogelijk maken. En, als we kijken naar de wens om vanuit de klant te denken en handelen, zien we dat de software vendors niet stil zitten. Zij integreren AI in hun software, zo kunnen we schaalbare, persoonlijke klantervaringen creëren zonder menselijke tussenkomst. Machine learning — een van de AI bouwblokken — zorgt voor voorspelbare modellen en competenties die klantgedrag kunnen analyseren en ervoor kunnen zorgen dat je superieure klantervaringen biedt.

5. Data relevanter en waardevoller maken

“Als je gegevens om wilt zetten in inzichten, betekent dit keuzes maken over de data waarmee je start en dus ook dat je bepaalt welke data je buiten beschouwing laat,” aldus Natasha Walk, samen met Peter Verhoef en Edwin Kooge, auteur van het boek ‘Creating Value with Big Data Analytics – Making Smart Marketing Decisions’, dat in 2016 is bekroond met de ‘PIM Marketing Literatuur Prijs’.

In hun boek wordt dit verder uitgewerkt. “Door niet de data, maar waardecreatie als startpunt te nemen, kun je data waardevoller en relevanter maken. Dat doe je ook door waardecreatie tastbaar te maken met praktische toepassingen, die op korte termijn al resultaat opleveren.  Deze insteek leidt je naar de data die echt relevant zijn om te ontsluiten, te analyseren en te vertalen naar groeikansen en toepassingen,” zo zeggen de auteurs.

Kortom, over data is het laatste nog niet gezegd. We hebben het vaak over data-driven marketing, maar dit gaat niet vliegen als er niet eerst een plan aan ten grondslag ligt, een waardecreatiedoel of een set duidelijke KPI’s.

Zo ook blijkt uit het DDMA onderzoek 2018 over data-driven marketing dat organisaties een nog meer data-driven mindset nodig hebben. En toch klinkt het niet vreemd dat in 2018 minder dan de helft van de respondenten (48%) zegt dat zijn organisatie beslissingen neemt op basis van data. En dat een kwart (26%) zegt nog steeds het onderbuikgevoel te volgen.

Ook uit dit onderzoek klinkt de conclusie dat data-driven marketing niet kan zonder vertrouwen en een bijpassende organisatiecultuur. Zelf denk ik dat we de woorden beter kunnen omdraaien eerst de klant, dan je organisatie en marketingdoelstellingen, en daarop gebaseerd kijken naar welke technologieën en welke data je nodig hebt. Dan hebben we het over marketing-driven data en niet andersom.

Als B2B-marketeer zal je aan de slag moeten om succes te behalen. Dit lukt alleen als je continue verandering omarmt in je manier van werken en het inzetten van technologie en data op zo’n manier dat je het onderdeel maakt van je processen, organisatiestructuur en -cultuur. Pas dan kun je de koper/klant optimaal en persoonlijk blijven bedienen.

Tijdens het B2B Marketing Forum op 19 maart kun je sparren over deze onderwerpen, met sprekers van game changing bedrijven, waaronder Salesforce, Schiphol. De Persgroep, het Havenbedrijf Rotterdam, Leadscope, spotONvision en meer. Info over programma en tickets vind je hier

Bastiaan Spaans nieuwe CCO digitalAudience

digitalAudience stelt Bastiaan Spaans aan als CCO. Hij wordt ook partner bij de leverancier van marketingtechnologie.

Spaans is aangetrokken om de internationale groei van de technologieprovider te realiseren. Daarbij richt het zich vooral op Europa. digitalAudience‘ technologie laat marketingbedrijven online en offline data combineren bij reclamecampagnes.

Hiervoor werkte hij bij Improve Digital als SVP Commercial en was daar verantwoordelijk voor internationale groei.

Dit kwartaal openen het bedrijf uit Amsterdam een kantoor in Stockholm om van daaruit de Scandinavische markt te bewerken. Andere landen volgen daarna.

Arnold Struik naar Artefact voor bouw consultingtak

Het Europees werkende marketingbureau Artefact stelt Arnold Struik aan om in de Benelux de consultingtak op te tuigen in deze te gaan leiden.

Formeel heet zijn functie Managing Partner Data & Consulting Benelux, wat direct de scope van deze nieuwe lokale afdeling van Artefact inhoudt. Het bedrijf is hier al wel actief op het gebied van marketing, technologie en data. Consulting hangt daarboven, speelt zich in de diretiekamers af wanneer er vraagstukken spelen over de koers van het bedrijf.

Struik werkte hiervoor bij onder meer BCG en SparkOptimus in de consultancy en, aan de klantzijde, bij Koninklijke Ahrend in de directie.

Lennert de Rijk, CEO Benelux & Nordics vult aan: “Op de Nederlandse markt hebben we bewezen bij onze klanten digitale versnelling en concreet resultaat te realiseren door slimme inzet van technologie, data en marketing. We combineren deze kennis en ervaring nu met digitale strategie & dataconsultancy.”

Artefact, dat zijn hoofdkantoor in Parijs heeft, koerst op een omzet van honderd miljoen euro per 2020. Het staat genoteerd aan de beurs in Parijs.

Tesla opent fanshop op Amazon

Tesla heeft een fanshop geopend op Amazon. Daarin ligt een selectie van de merchandise die de autofabrikant via zijn eigen webshop aanbiedt.

Waarom Tesla e-commerce begint op het Amerikaanse filiaal van Amazon is niet duidelijk. Het aanbod is relatief klein, het geografisch bereik beperkt en het biedt ook geen mogelijkheid om klantgegevens te willen verzamelen.

Toch ging in de afgelopen dagen een Amazon-shop open voor Tesla. Bezoekers vinden er modelauto’s, telefoonhoesjes en wat kleding. Geen kleine of grote accu’s, geen auto-accessoires en ook geen t-shirts, zoals wel in Tesla’s eigen shop.

Wellicht beproeft de vervoerbouwer de fulfillmentdiensten van Amazon. Of onderzoeken de marketeers welke effecten en eventuele voordelen het bereik opleveren.

Foto: Ray (cc)

Apple haalt Do Not Track uit Safari

Wellicht tot opluchting van adverteerders verwijdert Apple de Do Not Track functie uit zijn Safari browser, zowel in iOS als macOS. Er komt echter iets anders voor in de plaats.

Do Not Track moest voorkomen dat adverteerders gebruikers op het web konden volgen. Maar Apple is niet tevreden over de werking ervan. Bedrijven als Google en Facebook wisten de beperkingen te omzeilen. Volgens privacyvriendelijke zoekmotor DuckDuckGo had ook slechts 23,1 procent de functie ingeschakeld.

Apple hoopt op meer resultaat met een nieuwe methode, Intelligent Tracking Prevention. De browser houdt in dat geval alleen de cookies tegen die tussen websites worden uitgewisseld (cross-site).

De veranderingen gelden vanaf iOS 12.2 en macOS 10.14.4. Deze moeten nog verschijnen.

IT marketing: zo spreek je een niet-technische doelgroep aan

De IT-afdeling is tegenwoordig het kloppend hart van een bedrijf, dankzij digitale transformatie. Maar hoe kan marketing de brug slaan tussen de goed ingevoerde IT’ers en de niet-technische mensen op de werkvloer? Vier tips.

Vroeger was IT die goed weggestopte afdeling op de vierde verdieping. Collega’s gingen er heen met hun kapotte laptop of verlopen wachtwoord en verder hadden ze geen idee wat daar allemaal gebeurde. Dankzij de digitale transformatie is IT nu het middelpunt van veel organisaties en zijn gespecialiseerde IT-bedrijven veel gevraagde partners. Goed nieuws voor ondernemers in de IT-branche, die met steeds betere SaaS-producten verantwoordelijk zijn voor de grootste bedrijfssuccessen. Voor IT marketing is het eerder een uitdaging. Door de switch vallen ook bestuurders opeens binnen de doelgroep: niet-technische mensen met hele andere, bredere vragen dan hun IT-collega’s. Wat kunnen marketeers van IT-bedrijven doen om deze groep aan te spreken? 

1. Praat in functies, niet in code

Iedere IT-er weet wat een ESB is, of een API of een Stream Processor. Bestuurders (CEO’s, CFO’s) weten dit over het algemeen niet, ook als ze er wel degelijk eentje nodig hebben. Daarnaast heeft deze doelgroep over het algemeen weinig tijd om zich te verdiepen in afkortingen en IT-termen. De eerste tip luidt dan ook: richt je in je marketingcampagnes op de functie van producten, niet op de software die deze functie ondersteunt. Een Enterprise Service Bus zou je bijvoorbeeld kunnen omschrijven als een manier om verschillende systemen met elkaar te laten praten, ook al zijn ze daar niet voor gemaakt. Dat is handig voor bedrijven die kosten en tijd willen besparen door acties te automatiseren en uit te wisselen tussen verschillende afdelingen.

2. Stop met verkopen, start met kennis delen

IT marketing hoeft helemaal niet over producten te gaan. Sterker nog: potentiële klanten die jouw bedrijf niet kennen, zijn niet op zoek naar jouw aanbod en brochures. Zeker bij SaaS-oplossingen is het vooral de S van service die telt voor de klant. Hij kiest niet het product, maar de dienstverlener met een oplossing. Bied die oplossing dan ook! Deel je kennis bijvoorbeeld in een wekelijks blog en vertel je lezers hoe zij kunnen inspelen op organisatie-brede problemen. Hiermee bouw je aan het kennisleiderschap van je bedrijf, wat wil zeggen dat je een online naam opbouwt van “bedrijf met mensen die weten waar ze het over hebben”. Met kennisleiders wordt graag zaken gedaan, omdat zij een duidelijke visie hebben op hun branche en weten tegen welke uitdagingen hun klanten aanlopen.

3. Verander je tone of voice

Op detailniveau zou je zelfs kunnen overwegen om je taalgebruik aan te passen. Dit gaat verder dan API uitschrijven als Application Programming Interface. Er zijn zoveel IT-bedrijven die het hebben over “ontwikkeling faciliteren”, “agile approach” en “stroomlijnen van processen” dat bijna niemand meer weet wat dat betekent. Dit geldt zeker voor bestuurders, die steeds allergischer worden voor wollig taalgebruik. Durf het daarom anders aan te pakken en ga voor de praktische, concrete tone of voice. Ben je inderdaad goed in het stroomlijnen van processen? Leg dan uit welke processen precies en vervang het woord “stroomlijnen” door iets dat bij je doelgroep tot de verbeelding spreekt. Niemand wil processen stroomlijnen om het stroomlijnen. Minder gedoe, lagere kosten en meer inzicht in geldstromen: dat is het échte doel.

4. Laat van je horen op social media (maar doe het goed)

Ik ken veel IT marketeers die wegblijven van social media. Het is spam, het is zinloos voor IT marketing, het werkt niet, dat soort argumenten. Allemaal gegronde angsten, want social media barst uit z’n voegen van de zelf-promotie en inspirational quotes die zo vaag zijn dat niemand er wat aan heeft. In plaats daarvan kiezen veel marketeers ervoor om te adverteren. Nu is er niets mis met adverteren, zeker niet in de competitieve IT-markt. Maar de inzet van social media brengt je iets veel waardevollers dan payed clicks: volgers. Als jij relevante en goed leesbare teksten deelt op LinkedIn waarmee je bestuurders van potentiële klanten aanspreekt, ben je verder dan twintig clicks op een advertentie. Mensen die klikken op een product-gerelateerde advertentie zijn over het algemeen de IT-ers en developers, terwijl zij meestal niet de beslissingen nemen binnen hun bedrijf. Hoe hoger in de boom je volgers, hoe groter je invloed én hoe mooier de opdrachten als een volger een klant wordt.

Een digitale transformatie van de grond krijgen is namelijk een stuk leuker en rendabeler dan de implementatie van die ESB.

‘Mobiele banner effectiever dan video’

Mobiele banners trekken meer aandacht dan video advertenties. Die opmerkelijke conclusie trekt het bedrijf Liftoff.

Liftoff analyseerde 273 miljard advertentie-impressies via onder meer 4,5 miljard kliks en 63 miljoen app installaties tussen november 2017 en oktober 2018. Het bedrijf keek daarbij vooral naar de respons binnen apps (in het jargon: post-install acties).

De advertentie-industrie geeft flink wat geld uit aan video advertenties. De markt voor mobiele video groeit momenteel met 72 procent. Er wordt doorgaans wel op gereageerd, maar binnen apps heeft video nauwelijks effect, ondanks flink hogere kosten. Adverteerders betalen twee keer zoveel voor een video advertentie.

De verschillen zijn volgens Liftoff het grootst op het Android platform.

Het probleem is volgens het bureau dat de video advertenties niet worden aangepast, maar vaak worden overgenomen van sociale media of televisie.

Zo wordt het gebruik van psychologie binnen online geen trucje

Het gebruik van psychologie neemt langzaam toe binnen de online marketing, maar wordt nog te veel toegepast als ‘trucje’ en te weinig als fundament. Het sporadisch toepassen van psychologische ‘trucjes’ zonder vooronderzoek, maakt het lastig om iets te leren over je gebruikers en kan daardoor het optimaliseren van je website stagneren. Hoe zet je ‘psychologie’ wel goed in?

Het menselijke gedrag is in de afgelopen decennia uitgegroeid tot een belangrijk onderwerp. Duizenden eerstejaars schrijven zich jaarlijks in om zich de komende jaren in de psychologie te verdiepen. Hoewel de klinische psychologen in grote getale zijn, wordt aan het menselijke gedrag in de online wereld minder aandacht besteed. Interessant, omdat het internet een steeds prominentere rol in onze levens speelt. Uit onderzoek is zelfs gebleken dat een gemiddelde gebruiker ongeveer zes uur per dag online doorbrengt, maar liefst een kwart van je dag. Dit getal suggereert dat we psychologie juíst goed kunnen gebruiken in de online wereld.

Zelf heb ik psychologie gestudeerd en ben als UX designer werkzaam. Bij mijn werkgever wordt psychologie gezien als een van de belangrijkste pijlers om te valideren, zeker in combinatie met data en UX design. Psychologie zorgt er niet alleen voor dat ‘droge cijfers’ omgezet worden naar begrijpbaar gedrag, maar ook dat er een heldere designrichting is door middel van het opstellen van hypotheses.

Toepassen van psychologie op design

Omdat de besluitvormingsprocessen kunnen verschillen per pagina, segment of publiek, is het op de juiste manier toepassen van psychologie belangrijk om een verschil te maken met je experimenten. Daardoor is de combinatie met UX design cruciaal. Het gedrag begrijpen is één, maar een design maken dat kan valideren of het gedrag is zoals de psychologie aanneemt is een tweede. Het is de taak van een designer om de hypothese van een psycholoog om te zetten naar een visueel ontwerp, die één op één test wat je wilt onderzoeken. Teveel aanpassingen die niet in lijn liggen met de hypothese zorgen ervoor dat het onduidelijk is waar de resultaten aan toegewezen kunnen worden. Te weinig, daarentegen, kan ervoor zorgen dat er geen gedragsveranderingen teweeg worden gebracht. Bij het toepassen van UX design in je experimenten moet hier dus een subtiele balans tussen gevonden worden.

Systeem 1 vs. systeem 2

Naast een balans tussen veel en weinig veranderingen, moet de balans ook binnen het type besluitvormingsproces passen. Online besluitvormingsprocessen worden bij ons veelal ingevuld aan de hand van de twee systemen van Kahneman: het snelle, onbewuste, intuïtieve systeem 1 versus het langzame, bewuste, doordachte systeem 2 (Kahneman, 2011). Binnen het design van een experiment kunnen deze twee systemen op verschillende manieren terugkomen. Wanneer gebruikers veel belangrijke informatie moeten opnemen, helpt het om een pagina zo rustig mogelijk te maken. Op deze manier kan de gebruiker aandachtig door de pagina heen lopen. Aan de andere kant helpt het toevoegen van emotionele triggers om gebruikers de goede richting op te sturen zonder dat ze daar bewuste energie aan kwijt zijn. Wanneer deze systemen onjuist worden ingezet in het ontwerp, kan de gebruiker in het verkeerde systeem terechtkomen waardoor het experiment niet valide is.

Psychologie kan een grote bijdrage leveren in de online wereld. Bij het opzetten van experimenten kan psychologie zorgen voor het juiste fundament en de designrichting. Hierdoor wordt een ontwerp specifieker uitgedacht, wat bijdraagt aan de validiteit van het experiment. Samen met data, vormen psychologie en UX dus een gouden combinatie voor website optimalisatie.

Referenties:
Kahneman, D. (2011). Thinking, fast and slow. New York: Farrar, Straus and Giroux.

Hoe manage, analyseer & optimaliseer je erg grote online campagnes?

Online marketing voor een grote website, hoe pak je dat aan? Deze 6 stappen helpen je. Als je bezig bent met online marketing van grote(re) websites krijg je met meer dingen te maken dan het af en toe inzetten van een social-mediacampagne. Denk aan meer bezoekers op je site, meer kanalen die je kunt inzetten. […]

Oprichters Social1nfluencers lanceren SocialReblz

Daan Sip en Niels Verhoeven lanceren hun nieuwe bedrijf SocialReblz. Hun vorige bedrijf verkochten ze eind vorig jaar aan Talpa Network. Met hun nieuwe start-up willen zij influencermarketing professionaliseren.

Het nieuwe bedrijf wil zich van de rest onderscheiden in dat het zich sterk richt op strategie en contentcreatie. Dat gebeurt met een team van creatieven, fotografen, cameramannen, designers en editors vanuit een pand nabij het Rembrandtplein in Amsterdam.

“De match tussen merken en influencers wordt met data, insights en talent managers geoptimaliseerd. Geen sigaar uit eigen doos, maar de beste match. Of de influencer nu ergens exclusief gesigned is of juist niet. We zien de trend dat influencers steeds vaker onafhankelijk blijven en dus niet terug te vinden zijn in de smoelenboeken van partijen als Talpa en RTL”, aldus Verhoeven.

SocialReblz werkt bij voorkeur voor langere duur met influencers en niet, zoals gebruikelijk, dat er gezichten worden gewisseld per campagne als waren het een paar sokken. Merken verlangen ook steeds vaker samenwerkingen waarmee ze voor langere duur werken met influencers die merkambassadeur worden.

Page generated in 4.839 seconds. Stats plugin by www.blog.ca