McKinsey: vier mythes over Chinese toeristen

China is nu al de grootste markt voor uitgaand toerisme geworden. Reisorganisaties, hotels en verkeersbureaus die de lucratieve Chinese toerist willen lokken, moeten oppassen dat ze niet in een aantal hardnekkige mythes trappen, waarschuwt McKinsey.

De verwachting is dat de groei van het uitgaande toerisme doorzet met dank aan hogere inkomens, meer reiservaring, soepeler visumregels, toegang tot online reisinformatie en een betere bereikbaarheid per vliegtuig. In 2020 zullen de bestedingen van Chinese internationale reizigers zijn gegroeid tot 160 miljoen dollar. Hoe pik je daar een graantje van mee als reisbranche? McKinsey onderzocht de behoeften van de Chinese doelgroep en prikt op basis daarvan een aantal vooroordelen door.
Mythe 1: Chinezen willen alleen maar winkelen
Chinese toeristen vinden de beleving belangrijk. Ze willen dus niet alleen luxe winkels bezoeken en ook niet alleen Chinees eten. Ze zijn juist geïnteresseerd in fine dining. Van doorslaggevend belang bij de keuze van een reisbestemming zijn de natuur, een uitstekende prijs-kwaliteitverhouding en familievriendelijke accommodaties.
Mythe 2: Chinezen willen alleen de bekende attracties zien
Volgens McKinsey is het niet meer zo dat Chinese bezoekers alleen geïnteresseerd zijn in de geijkte toeristische hoogtepunten van een bestemming. Ze willen een lokale beleving (61 procent). Zeven op de tien reizigers zeggen op vakantie te gaan om zichzelf weer op te laden. De keuze van de reisbestemming hangt daar dan ook mee samen en niet of er bekende attracties te bezoeken zijn.
Mythe 3: Zo kort en zo dichtbij mogelijk op vakantie
Chinese toeristen geven niet langer de voorkeur aan korte trips dichtbij huis. Ofschoon Hongkong en Macau de populairste bestemmingen zijn, signaleert McKinsey dat intercontinentale reisdoelen snel aan populariteit winnen. De verwachting is dat de VS, Europa en Australië de komende jaren marktaandeel gaan afsnoepen van binnenlandse reisbestemmingen. Volgens McKinsey is dit een logisch gevolg van het groeiende zelfvertrouwen van de Chinese reizigers. Zodra zij eenmaal een leuke internationale reis hebben gemaakt, smaakt dat naar meer en verder.
Mythe 4: Pakketreizen worden minder populair
Je zou denken dat meer ervaren reizigers zelf hun vakantie gaan samenstellen en boeken. Dat is niet het geval, stelt McKinsey. De Chinese doelgroep maakt nog steeds graag gebruik van pakketreizen, alleen willen ze die aan kunnen passen aan hun behoeften. Groepsreizen zijn vooral geliefd bij de oudere doelgroep: 30 procent van de zestigplussers neemt hieraan deel vergeleken met 4 procent van de 20- tot 24-jarigen.

BlaBlaCar koopt Franse busmaatschappij

BlaBlaCar neemt de busdivisie Ouibus van de Franse spoorwegen over. Klanten kunnen dus voortaan kiezen of ze op lange afstanden willen carpoolen of de bus nemen. Het is niet bekend wat BlaBlaCar neertelt voor Ouibus.

Eerder deed BlaBlaCar een test met Ouibus op een aantal routes in Frankrijk. Het platform bood niet alleen carpoolopties aan, maar ook de mogelijkheid om de bus te boeken. Dat beviel kennelijk goed. Ouibus bedient driehonderd steden in Europa en vervoert jaarlijks zo’n 12 miljoen passagiers. De intentie is om het aantal busverbindingen uit te breiden. Overigens is Ouibus tot nu toe verliesgevend.

SNCF investeert 101 miljoen euro in BlaBlaCar, dat 65 miljoen gebruikers heeft in 22 landen, waaronder Nederland.

‘Maak gebruik van de bestaande Chinese expertise’

Het linken van retailers en merken aan makers van innovatieve technologische oplossingen, dat is de missie van David Li, oprichter van Shenzhen Open Innovation Lab. Hij stelt dat cross-border samenwerking tussen de maakindustrie in de Chinese miljoenenstad Shenzhen en Europese ondernemers grote kansen biedt aan beiden.

In Shenzhen wordt negentig procent van alle elektronica ter wereld gemaakt en 87 procent van alle mobiele telefoons. Er zijn veel gespecialiseerde producenten die niet afhankelijk willen zijn van de bestellingen van een paar megaspelers. Om kleinere orders binnen te halen is David Li het Shenzhen Open Innovation Lab gestart, een platform waar makers en opdrachtgevers elkaar vinden. “E-commerce is de afgelopen tien jaar heel hard gegroeid op de binnenlandse Chinese markt, zie het succes van Alibaba/Taobao. Maar voor Shenzhen zijn met name de kansen voor cross-border e-commerce heel interessant,” zegt Li. “Sinds vijf jaar zijn we daar actief mee bezig. We verkopen in Shenzhen geproduceerde goederen op internationale markten. Dat was eerst vooral de VS maar we willen meer. Het is uitgegroeid tot een business van tien, vijftien miljard dollar. Het volgende gebied dat volgens ons grote kansen biedt is Europa.”

Li stelt dat e-commerce in Europa onderontwikkeld is. “We zoeken ondernemers die de kans willen grijpen om e-commerce in Europa en de producten van Shenzhen te combineren tot een nieuw verhaal. Wij helpen die ondernemers bij het ontwikkelen van hun business, met name op het gebied van smart speakers, AR, VR, slimme brillen en alle andere hardware die de volgende internetgeneratie gaan vormen.”

Als voorbeeld van hoe zo’n samenwerking gaat, noemt Li een Duits bedrijf dat een tracker voor honden wilde verkopen. Het bedrijf was acht maanden tevergeefs met de ontwikkeling daarvan bezig geweest. In Shenzhen was er een ontwerp beschikbaar dat perfect paste en binnen tweeënhalve week was de eerste lading onderweg naar Duitsland. Li’s boodschap: wat je ook zoekt, in China wordt het al gemaakt, dus leg contact met de makers voor je onnodig veel geld in R&D steekt.

Kleine Vlaamse webshops kunnen niet op tegen grote ketens

Het aantal Belgische zelfstandigen met een online winkel is sinds vorig jaar gedaald met 8,5 procent. Onvoldoende winstgevendheid en prijsconcurrentie van mastodonten als Bol.com zouden webshops de das omdoen, zo blijkt uit cijfers van beroepsorganisatie UNIZO.

Van de 7,5 miljard euro die Belgen op het internet uitgeven, gaat 55 procent naar buitenlandse webshops, terwijl dat vier jaar geleden nog maar 33 procent was.

Amper 46 procent van de zelfstandige handelaren met een fysieke winkel verkoopt vandaag ook online. Zes procent van de handelaren die niet aan e-commerce doen heeft het wel geprobeerd, maar is gestopt omdat het niet winstgevend was.

Concurreren met de Zalando’s en Amazons blijkt lastig voor de kleine zelfstandige.

Unizo publiceert het onderzoek naar aanleiding van de jaarlijkse vakbeurs E-commerce Xpo op 12 en 13 november 2018 in Kortrijk. De zelfstandigenorganisatie pleit al enige tijd voor eerlijke belastingtarieven waardoor de kleine spelers niet benadeeld worden.

Hete zomer raakt omzetcijfers Zalando hard

Het doel van 20 à 25 procent groei ieder kwartaal haalt Zalando bij lange na niet. De lange hete zomer speelt de kledingwinkel parten. Wel zag de keten in het derde kwartaal van 2018 dat klanten gemiddeld vaker een order plaatsen tegen een lager aankoopbedrag.

Behalve tegenvallende omzetcijfers rapporteert Zalando vanochtend ook een nettoverlies van 39 miljoen euro. “De lager dan verwachte omzetgroei komt voornamelijk door de lange en ongewoon hete zomer gecombineerd met lagere klantvraag en een late overgang naar het herfst- en winterseizoen”, klinkt de toelichting. De verwachtingen voor het hele jaar 2018 blijven overeind.

Voor het eerst bediende Zalando in een kwartaal meer dan 25 miljoen klanten, omgerekend zes procent van de Europese populatie. Ze plaatsen 27,7 miljoen orders, een toename van 23 procent. In 2020 wil de winkel een omzetniveau bereiken van tien miljard euro.

In het derde kwartaal kwam de omzet uit op 1,2 miljard euro.

Tachtig procent van de bezoeken aan de kleding- en cosmeticawinkel vonden plaats via een telefoon of tablet:

Europese webwinkels zetten 455 miljoen om in Nederland

Nederlandse consumenten kochten in het tweede kwartaal van 2018 voor ongeveer 455 miljoen euro bij buitenlandse webwinkels in de Europese Unie. Dat is 18 procent meer dan in het tweede kwartaal van 2017.

In vier jaar zijn de verkopen van Europese webwinkels aan Nederlandse consumenten meer dan verdubbeld, zo meldt het CBS vandaag.

Het gaat om online-aankopen van goederen bij bedrijven gevestigd in de Europese Unie, maar niet in Nederland. CBS baseert zich daarbij op de BTW-aangiften van buitenlandse webwinkels die per jaar voor meer dan 100.00 euro aan producten verkopen aan Nederlandse consumenten. Kleinere webwinkels zijn niet meegenomen in het onderzoek, waardoor de totale bestedingen van Nederlanders vermoedelijk hoger ligt.

Voor consumenten is verschil tussen Nederlandse en buitenlandse webwinkels lang niet altijd duidelijk. Webwinkels zijn veelal in meerdere talen opgemaakt en buitenlandse webwinkels kunnen een Nederlandse versie hebben.

De aankopen van Nederlanders bij Europese webwinkels blijft overigens relatief klein. In 2017 ging het om nog geen 2 procent van de totale Nederlandse detailhandelsomzet.

De internetverkopen van in Nederland gevestigde webwinkels lagen in het tweede kwartaal van 2018 bijna 19 procent hoger dan een jaar eerder. Dat is iets meer dan de omzetgroei die Europese webwinkels door verkopen aan Nederlandse consumenten in deze periode behaalden (18 procent).

Bij pure webwinkels in Nederland lag de internetomzet in het tweede kwartaal ruim 14 procent hoger, bij Nederlandse detailhandelsbedrijven met zowel een fysieke winkel als een webwinkel was dat 26 procent. De totale omzet van de Nederlandse detailhandel groeide in het tweede kwartaal van 2018 met ruim 4 procent.

Snelle internationale groei bij B2B e-commerce

Vorig jaar bereikte de verkoop in de wereldwijde B2B e-commerce-markt $7,7 biljoen. Volgens Statista’s 2017 B2B E-commerce Report, is de B2B-markt nu groter dan de B2C-markt. De enorme kansen die zijn gecreëerd door de wereldwijde B2B e-commerce zijn eenvoudigweg te groot om te negeren. Maar hoe pak je dit efficiënt aan?

Wereldwijd groeien is niet makkelijk. Het vergt een hoop werk om een gloednieuw doelpubliek voor je te winnen. Maar B2B-bedrijven kunnen een aantal dingen doen om de reis naar mondialisering iets gemakkelijker te maken.

Het optimaal benutten van marktplaatsen

Amazon, Alibaba en ebay domineren in e-commerce en zullen dit voorlopig blijven doen. Ze zijn alle drie toonaangevend, hebben een buitengewoon wereldwijd bereik en enorm veel succes. In 2018 behaalde de marktkapitalisatie van Amazon het ongelofelijke bedrag van $1 biljoen.

Ondanks hun dominantie moeten internationale marktplaatsen echter gezien worden als een mogelijkheid voor B2B-bedrijven die zich internationaal gezien op de kaart willen zetten.

Deze marktplaatsen worden internationaal erkend als merken die consumenten kennen, en belangrijker nog, vertrouwen. Ze vormen dan ook een goed uitgangspunt voor een bedrijf dat nieuwe markten wil aanboren.

Marktplaatsen bieden bedrijven veel meer dan alleen een platform en een publiek om hun producten aan te verkopen. Ze ondersteunen de bedrijven die willen verkopen op een internationale markt ook. Zo heeft Amazon bijvoorbeeld een Fulfilment by Amazon-programma dat is opgericht om bedrijven te helpen die mogelijk niet aan al hun bestellingen kunnen voldoen. Deze bedrijven mogen vervolgens voorraad opslaan in distributiecentra van Amazon, die de verzending van deze producten verzorgt.

Mondialisering bereiken door lokaal te beginnen

Bij het toetreden tot nieuwe markten is lokalisatie van groot belang. Uit onderzoek blijkt dat de meeste online shoppers geen aankopen doen op een website die niet beschikbaar is in hun eigen taal of valuta. Volgens Shopify’s 2017 ‘Global E-commerce and International Growth Trends’-verslag, koopt 59 procent van de consumenten zelden of nooit op websites die alleen in het Engels beschikbaar zijn, 67 procent geeft de voorkeur aan navigatie en inhoud in hun eigen taal en 75 procent wil producten kopen in hun eigen moedertaal.

Een kwalitatieve, professionele website in de lokale taal is enorm belangrijk voor het opbouwen van vertrouwen, wat weer aanleiding geeft tot bekendheid en meer betrokkenheid. Klanten associëren een slecht vertaalde website automatisch met een onprofessioneel of, erger nog, onbetrouwbaar bedrijf.

Hoewel hulpmiddelen als Google Translate nuttig zijn, leveren ze vaak letterlijke vertalingen, met alle gevolgen van dien. Een goed B2B-voorbeeld hiervan is de lancering van Taco Bell in Japan, waarbij een slechte vertaling tot grote verontwaardiging leidde. Het product ‘kaaschips’ werd namelijk letterlijk in het Japans vertaald als ‘chips van slechte kwaliteit’. Als een bedrijf ten volle wil profiteren van globalisatie, dan moet het op een juiste manier kunnen communiceren met zijn publiek.

Investeren in vertaaldiensten die samenwerken met moedertaalsprekers of met hoogwaardige vertaalprogramma’s voorkomt dit soort fouten. Vooruitgang in machinevertalingen en neurale machinevertalingen bieden B2B-bedrijven met grote klanten een kans om meer, sneller en goedkoper stukken te laten vertalen.

Lokalisatie betekent ook dat je content creëert en op maat maakt die is toegespitst op het nieuwe doelpubliek. Wat werkt in een bepaald land of cultuur, hoeft niet per se te werken in een ander land. Een bedrijf dat nieuwe markten wil aanboren, moet inhoud kunnen creëren die past bij de culturele verwachtingen.

Uiteraard moeten ook zaken zoals betaalvoorkeuren in beschouwing genomen moeten worden. De meeste kopers zien af van hun aankoop tijdens het betaalproces. Waarom? Voornamelijk omdat de voorkeursbetaalmethode van de koper niet beschikbaar is, of omdat de koper het betaalproces niet veilig acht.

PIM – één bron voor productinformatie

Het is niet makkelijk om toe te treden tot een nieuwe markt. Dit is echter nog moeilijker voor bedrijven die geen inzicht hebben in de gegevens die ze nodig hebben om hun nieuwe markt en doelpubliek te kunnen begrijpen. Forrester is van mening dat PIM-systemen (Product Information Management) hiervoor onmisbaar zijn.

Dit zijn een soort live informatiecentra waarin bedrijven al de gegevens kunnen beheren en opslaan die ze nodig hebben om hun producten te kunnen verkopen en te kunnen adverteren. Een PIM-systeem levert waardevolle inzichten in de voorkeuren van consumenten en in trends, waardoor een bedrijf met internationale ambities deze gegevens niet alleen kan gebruiken om nieuwe kansen op de markt te ontdekken, maar ook om persoonlijke campagnes op maat te maken, zodat de inhoud aantrekkelijk is voor het nieuwe doelpubliek.

Een efficiënt PIM-systeem helpt een B2B-bedrijf om zijn digitale toevoerketen te optimaliseren, waardoor de bedrijfsinformatie toeneemt en een consistentere klantervaring geleverd kan worden. Dit is op alle markten van belang, dus ook op nieuwe.

Andere mindset

Internationaal ondernemen vergt een andere mindset van je medewerkers. Een sterke interne cultuur is van essentieel belang voor het succesvol toetreden tot nieuwe markten. Investeren in een wereldwijde mindset bij alle medewerkers, en niet alleen bij het management, kan strategisch gezien belangrijk zijn. Het verbetert de communicatie, helpt om nieuwe kansen te creëren en kan helpen bij het uitbreiden van het groeipotentieel van een bedrijf. Door te stoppen met nationaal denken, kan elk bedrijf internationale groei bewerkstelligen.

Tiqets vindt aansluiting tot Wechat

Tiqets sluit een samenwerkingsverband met het Chinese Qyver om tickets voor toeristische attracties aan te bieden op WeChat Mini.

De Nederlandse travelpartij Tiqets brengt de toegang tot de toeristische attracties mee, Qyver het contentplatform om die tickets aan te bieden op WeChat. Betalingen verlopen automatisch via WeChat Pay.

Begin deze week maakten de bedrijven het exclusieve samenwerkingsverband bekend. Die is onder meer erop gericht om Chinese toeristen in China te helpen bij hun verkenningen via de apps die ze kennen van hun thuismarkt.

De eerste boekbare attractie is Casa Batlló in Barcelona.

Tiqets doet sinds dit voorjaar ook al mee in WeChat Go met KPN en Tencent, eigenaar van het chatprogramma. Het gaat hier om een simkaart voor Chinese toeristen in Europa.

Het Chinese Qyver werkt met onder meer durfkapitaal van Alibaba.

Foto: tokyographer (cc)

H&M Group bijna online-dominant

Met vier van zijn negen merken is H&M Group groter op de online markt dan in de fysieke wereld. Cheap Monday en ARKET zijn wat dat betreft de grootsten.

ARKET, ook in Nederland actief, is bijvoorbeeld live op achttien markten met een webwinkel maar is op slechts zes markten live met een of meerdere fysieke zaken.

Dat geldt in nog sterkere mate voor het merk Cheap Monday: online in achttien landen en een fysieke zaak in één land.

H&M Group investeert dermate hard in het openen van labels op online markten, dat het digitale kanaal binnenkort geografisch dominant is aan het fysieke verkoopkanaal.

Hoeveel geld de Zweden verdienen via internet vertellen ze niet. In het jongste kwartaalverslag klinkt enkel dat de online verkopen met 32 procent toenamen. Op concernniveau bedroeg de omzetgroei negen procent, tot 6,9 miljard euro.

In het derde kwartaal hadden België, Frankrijk, Italië en Amerika last van problemen met nieuwe logistieke systemen. Het kostte ruim veertig miljoen euro om die op te losse H&M Group bijna online-dominant.

H&M Group investeert dermate hard in het openen van labels op online markten, dat het digitale kanaal binnenkort geografisch dominant is aan het fysieke verkoopkanaal.

Hoeveel geld de Zweden verdienen via internet vertellen ze niet. In het jongste kwartaalverslag klinkt enkel dat de online verkopen met 32 procent toenamen. Op concernniveau bedroeg de omzetgroei negen procent, tot 6,9 miljard euro.

In het derde kwartaal hadden België, Frankrijk, Italië en Amerika last van problemen met nieuwe logistieke systemen. Het kostte ruim veertig miljoen euro om die op te lossen.

Nederlander shopt steeds vaker in buitenland

Nederlanders bestellen steeds vaker bij buitenlandse webwinkels. Het aantal zogeheten consumenten dat wel eens op een andere markt koopt steeg van 37 procent naar 49 procent.

Geografie is geen drempel meer voor de online shoppende Nederlander. Nieuw onderzoek van Paypal laat zien dat hij het liefst in China winkelt, wanneer het om buitenlandse aankopen gaat. Daarna volgt Duitsland en dan pas de VS en het VK.

Zojuist publiceerde Paypal de resultaten van zijn jaarlijkse Cross-Border Consumer Research waar dat uit blijkt.

De belangrijkste redenen om buiten Nederland te snuffelen zijn beschikbaarheid van een product of de prijs. Het is nog niet zo, dat shoppers een uitgesproken voorkeur voor een of meerdere winkels in andere landen hebben. Dat blijkt uit antwoord op de vraag hoe respondenten die buitenlandse aankopen vonden. Bijna twee derde (64%) deed dat via een zoekmachine.

Het is niet allemaal halleluja op de buitenlandse markt. Er zijn drie belangrijke redenen voor Nederlanders om níet elders te winkelen. Ten eerste: te hoge kosten voor verzending (41%), ten tweede: onzekerheid over invoerbelasting (29%) en als laatste: verwarring over checkout (28%). Die zaken zijn met betere informatievoorziening vanuit de winkels deels vrij eenvoudig te verhelpen.

De grootste groeiers die jaar zijn volgens de ondervraagden:

Paypal ontwikkelt zich sinds de afsplitsing van eBay vrij rap. Het deed verscheidene aankopen, waaronder vrij recent iZettle. Met deze transacties wil het zich strategische posities verwerven in de omnichannel retail.

Foto: Chany Crystal (cc)

Amazon opent Turkse webwinkel

Amazon heeft een Turkse versie van zijn webwinkel gelanceerd. Weliswaar konden Turkse consumenten bestellen via de internationale site, maar ze moesten dan vaak toeslagen betalen voor het transport.

Het is het zestiende land waar Amazon van start gaat. Aanvankelijk ging het alleen om Duitsland en Engeland, daarna volgden Frankrijk (2000) Italie (2010), Spanje (2011) en Nederland (2014). De Nederlandstalige site is nog altijd ondergebracht bij Amazon Duitsland.

In Turkije biedt Amazon een zo’n breed mogelijk aanbod, inclusief boeken, elektronica en speelgoed.

Nederlandse merken: 1,25 miljard omzet via Alibaba

Nederlandse merken realiseerden 1,25 miljard euro omzet met handel via Alibaba’s warenhuis Tmall. Honderd Nederlandse bedrijven voeren er een actieve e-commercestrategie. Via eigen puien op Tmall realiseerden ze 350 miljoen euro omzet in China.

Deze exclusieve cijfers deelt Alibaba Group voor het eerst over de Nederlandse markt. Het zijn cijfers over het boekjaar dat eindigde op 31 maart 2018. Eind vorige week gaf Alibaba Benelux’ topman Roland Palmer toelichting op deze cijfers aan Emerce en besprak zijn plannen voor het komende jaar.

Enorm competitief

“Ik werk nu ruim twee jaar voor Alibaba Group als MD Benelux en EMEA-baas voor Alipay. Vanuit de eerste rol heb ik vooral gesproken met merken en retailers die actief willen worden in China. Terugkijkend moeten dat er zo’n vijfhonderd zijn geweest. Dan kijk je hoe hoog een China-strategie op de agenda staat en hoe serieus ze willen investeren. De Chinese markt is enorm competitief. Je moet stevig investeren om een marktpositie te krijgen. Uiteindelijk zijn we nu live met honderd bedrijven. Er zijn er drie of vier afgevallen. Dat kan gebeuren.”

Roland Palmer was tot de zomer van 2015 vier jaar bestuursvoorzitter bij Blokker Holding en ging daarna naar Alibaba Group. Daar opereert hij grotendeels in de luwte. Dat gebeurt vanuit een klein kantoor in een van de duurste hoeken van de Herengracht te Amsterdam. Hij reist veel. Vorige week nog met een Nederlandse handelsdelegatie door China. En schakelt vooral met collega’s in het Verre Oosten. Hoeveel raad en capaciteit ook nodig is, die wordt vrijgemaakt.

Waar jaar één in het teken stond van het openen van ‘the port to China’, daar draaide jaar twee om ‘direct import’. Alibaba Group wil dat Chinese consumenten op Tmall kunnen beschikken over een constant, goed aanbod uit het buitenland. Daarom fungeert het niet louter als doorgeefluik maar is het ook zelf direct gaan inkopen bij de honderd Nederlandse bedrijven. En natuurlijk ook bij partijen in andere landen.

“Wat Chinezen zoeken is heritage en oorspronkelijkheid. Je ziet daarom merken als Maxi-Cosi, Mifi (Nijntje) en Zwitsal maar ook G-Star, Suitsupply, Douwe Egberts, Bols, Heineken en Brabantia op ons platform.” Over handelsvolumes per merk zegt Palmer niets, maar gemiddeld gaat het om 12,5 miljoen euro per merk uit de Benelux per jaar. Een peulenschil voor een bedrijf dat per kwartaal bijna 600 miljoen kopende klanten bedient.

Supply voor alle kanalen

Op de lange termijn wil Alibaba twee miljard actieve klanten per jaar hebben die zijn platform gebruiken. Het wil 110 miljoen nieuwe banen creëren, minus de miljoen die topman Jack Ma eerder in de VS beloofde, en tien miljoen MKB-bedrijven moeten door Alibaba winstgevend kunnen opereren. Technologie speelt een belangrijke, zij het faciliterende rol daarbij.

Palmer: “Het komende jaar staat in het teken van de fundamentele verandering van de Chinese markt. We streven ernaar om China om te keren van een exportland naar een importland. Dat moet per 2022 het geval zijn.” Om dat doel te kwantificeren geeft de bestuurder een getal: 8.000 miljard dollar aan bruto handelswaarde van artikelen die tegen die tijd naar China worden geïmporteerd.

“Mijn taak: supply realiseren voor alle kanalen uit en via Nederland naar China waar vraag naar is.”

Het gaat daarbij niet enkel om zaken als kinder- en babyspullen, kleding, drank en luxe-artikelen. Begin vorig jaar ging Tmall Fresh van start. Zoals de naam verklapt, is dat een aparte entiteit die zich erop toelegt louter verse producten te importeren en vers af te leveren. Dat varieert van bloemenbollen tot vlees en van groenten tot vis.

Transport geschiedt via lucht, zee en over land. China investeert honderden miljarden euro’s in een nieuwe zijderoute, het Belt and Road Initiative [?]. Dat omvat onder meer een treinverbinding van China via Rusland naar Duisburg. Een rit duurt nu nog drie weken, maar Palmer heeft er goede hoop op dat dat uiteindelijk vijftien dagen kan worden.

Deutsche Post splitst internationale e-commercetak af

Deutsche Post DHL Group splitst de Duitse en internationale e-commerce- en pakkettakken van elkaar. Onder aparte besturen zijn de groeiambities beter uit te voeren, is de gedachte.

De internationale pakketten- en e-commerceactiviteiten, tot op heden bekend als DHL Parcel Europe en DHL eCommerce, gaan verder onder de naam DHL eCommerce Solutions. Het bedrijf komt onder leiding van DP-DHL-bestuurder Ken Allen.

De splitsing is er met name op gericht om de Duitse activiteiten beter op de rit te krijgen, zo legt het bedrijf uit. De kosten moeten omlaag en de bedrijfsprocessen efficiënter.

Amazon lanceert Storefronts voor online MKB’ers

Amazon lanceert internationaal een webwinkelportal voor MKB’ers die eigen collecties aan de man willen brengen. Nederlandse belangstellenden kunnen een pui huren op de Duitse versie van Amazon.

Onder de naam Amazon Storefronts neemt de e-commercegigant een nieuwe dienst in bedrijf. Het gaat om een apart portal waar Amazon items laat zien van ondernemers die zelfgemaakte of exclusief ingekochte producten onder de aandacht brengt. Anders bekeken is het een andere blik op bestaand assortiment.

In de VS begint het bedrijf vandaag ook een landelijke reclamecampagne op televisie om zijn klanten te wijzen op de nieuwigheid. Er zouden zo’n twintigduizend ondernemers uit het MKB zijn die hun items in Storefronts kunnen terugvinden.

Volgens Amazon is de helft van de items die het verkoopt afkomstig van middelgrote en kleine bedrijven.

Om de marketingexercitie ‘persoonlijker’ gaat het e-commerceplatform de gezichten tonen van ondernemers achter de digitale puien. Daarnaast belicht het wekelijks een aantal storefronts. Dat moet de winkelervaring persoonlijker maken.

Storefronts gaat vandaag live in Amerika, Engeland en Duitsland. De laatste wordt steeds vaker door Nederlanders ingezet als onderdeel van een platformstrategie.

Omzet Amazon.de blijft onverslaanbaar allergrootste

Amazon blijft in Duitsland met afstand de allergrootste webwinkel van het land. Het ziet er niet naar uit dat dat in de komende jaren gaat veranderen.

Het bedrijf realiseerde zelf en voor derden een omzet van 8,8 miljard euro in 2017. De nummer twee van de markt, OTTO, komt met 2,956 net niet boven de drie miljard euro uit. De verhouding tussen de twee is amper gewijzigd. Amazon blijft drie keer groter.

Dat blijkt uit het net gepubliceerde jaarlijkse onderzoek van EHI en Statista.

Er zijn in het hele land maar drie winkels die een online omzet van boven de miljard euro hebben:

Over Amazon tekenen de onderzoekers aan dat in het omzetbedrag ook dienstenomzet zit verrekend: AWS, Prime-abonnementen en audible.de. Ook exporten, dus ook de meer dan honderd miljoen euro naar Nederland, worden ook aan Amazon.de toegerekend.

Opvallend is, dat de meeste bedrijven uit de top 100 duidelijk een omnichannelstrategie hanteren. Anders gezegd: ze fysieke winkels maken wezenlijk deel uit van hun activiteiten. Het gaat om 68 van de honderd partijen. Het merendeel van hen (57) is dan ook afkomstig uit de retail- of postorderwereld. Slechts voor elf geldt het omgekeerde: webwinkels die fysieke zaken openden. Onder hen: Misterspex, Cyberport.de en Mytoys.de.

Foto: Sascha Kohlmann (cc)

Page generated in 0.939 seconds. Stats plugin by www.blog.ca