Veilig shoppen is de basis voor het bestaan van online winkelen

Veiligheid is een must voor het succes van online shoppen en consumenten moet erop kunnen vertrouwen dat ze krijgen wat ze bestellen en dat hun persoonsgegevens met gepast zorg worden behandeld. Deze veiligheid wordt op verschillende manieren geborgd binnen Nederland en Europa.

Online shoppen heeft pas een vlucht genomen toen consumenten vertrouwen kregen in deze manier van winkelen. Vragen als “Krijg ik de producten wel geleverd?” en “Hoe veilig is het online betalen?” waren en zijn nog steeds belangrijke factoren in dit vertrouwen. De laatste jaren zien wordt ook veiligheid belangrijker. Zo hebben de privacy van consumenten in relatie tot veilige webwinkels en het verzamelen, gebruiken en misbruiken van consumentdata eveneens een prominentere rol gekregen.

Wetgeving

Het is een misvatting dat de veiligheid en privacy van consumenten pas door de nieuwe Europese wetgeving AVG (Algemene verordening gegevensbescherming) wettelijk is geborgd in Nederland. Al onder de oude, Nederlandse privacywet (Wet bescherming persoonsgegevens, Wbp) moesten bedrijven de juiste aandacht aan veiligheid geven. In de AVG is dit misschien iets anders verwoord, maar de essentie is nog steeds hetzelfde.

Om goed in te kunnen spelen op deze Europese privacywet zijn ondernemerschap en het inschatten van risico’s van groot belang. De globale strekking van de wetgeving ten aanzien van persoonsgegevens luidt: “De verantwoordelijke legt, rekening houdend met de stand der techniek, uitvoeringskosten en de omvang van risico’s, passende technische en organisatorische maatregelen ten uitvoer om (persoons)gegevens te beveiligen.”

Er zijn dus geen vaste eisen als “Iedereen moet een antivirusproduct op alle systemen hebben”. Voor beveiligingskaders is de insteek dat de organisatie zelf prioriteiten kan bepalen via het ‘pas toe of leg uit’-principe, waarmee op basis van een doordachte risicoanalyse een maatregel wel of niet wordt uitgevoerd. Vanuit Europa is in deze wetgeving, rondom de bescherming van persoonsgegevens, wel verder uitgebreid en biedt deze meer middelen voor consumenten om de privacy te waarborgen.

Development

Voor webshops is applicatieveiligheid een van de belangrijkste aandachtspunten. Dit begint bij de opleidingsinstituten die developers opleiden. Zo moet Security by Design een verplicht vak zijn, zodat niet alleen de architecturen veilig zijn, maar de developer ook vanuit zichzelf veilige software wil afleveren en de onderneming en anderen daarin meeneemt. Met andere woorden: potentieel onveilige software wordt dan niet meer in gebruik genomen voordat hier de nodige testen op zijn verricht.

Afspraken met leveranciers

Het is van belang om goede afspraken te maken op het gebied van beveiliging. Zoals met zoveel bedrijfsrisico’s is voorkomen beter dan genezen. Het inrichten van het juiste niveau van beveiliging is niet alleen het hooghouden van de reputatie van je organisatie en het vermijden van schade.

Organisaties besteden veel zaken uit die met bescherming van gegevens en beheer van netwerk- en informatiesystemen te maken hebben. De onderneming blijft echter zelf nog steeds aansprakelijk voor de correcte verwerking, waardoor het weglekken of misbruik van gegevens en systemen een bedrijfsrisico blijft. Afspraken maken met – en toezicht houden op – de leveranciers van specialistische diensten zorgt ervoor dat de afhandeling van betalingen, de gegevensopslag en het beschermen van eventuele bedrijfsgeheimen betrouwbaar en volledig gebeurt. Als ondernemer moet je ook inzien dat je hiervoor moet betalen. Security is geen bijzondere kostenpost, maar net zoiets als kosten voor bijvoorbeeld de huur van je pand.

Fraudepreventie

Naarmate we steeds meer digitaal gaan shoppen, verschuift criminaliteit ook van fysieke retail naar digital commerce. Dit vraagt om informatiedeling in de keten. De behoefte aan het soort informatie over cybersecurity is sterk afhankelijk van de cybermaturity van de organisatie.

Bedrijven die niet of minder volwassen zijn op het gebied van cybersecurity, hebben veelal behoefte aan meer generieke informatie, zoals handreikingen, best practices en stappenplannen. Bedrijven die wel cybermature zijn, hebben juist behoefte aan hoogwaardige informatie over dreigingen en kwetsbaarheden. Vaak hangt de cybervolwassenheid samen met de grootte van het bedrijf, maar dit is niet altijd het geval. De benodigde informatiedeling (vanuit de overheid of door bedrijven onderling) moet passen bij de doelgroep en dus op verschillende niveaus plaatsvinden.

Handhaving of intrinsieke drijver

Ondanks dat er wet- en regelgeving bestaat, is het handhaven daarvan een onmogelijke taak. Afgezien van het feit dat honderd procent veiligheid niet bestaat, worden er dagelijks zoveel nieuwe applicaties in gebruik genomen, dat dit niet te controleren is. Veiligheid moet daarom vanuit de ondernemingen en leveranciers zelf komen. Het moet normaal worden dat veiligheid de hygiënefactor is waarmee we het vertrouwen kunnen vergroten, zodat online winkelen nog verder wordt omarmd.

UvA lanceert studentenlab voor bescherminginformatievrijheid

De Universiteit van Amsterdam lanceert een lab waar getalenteerde studenten met maatschappelijke partners samenwerken aan nieuw beleid op het gebied van het informatierecht. Het Information Law and Policy Lab (ILP Lab) start met twee actuele projecten: de aansprakelijkheid van internetplatforms, en de consequenties van nieuwe auteursrechtregels voor de vrijheid van journalisten op het internet.

De Europese Commissie onderzoekt op dit moment of internetplatforms aansprakelijk moeten zijn voor wat gebruikers op hun platforms doen. Eén groep studenten werkt aan een beleidsvoorstel dat antwoord geeft op die vraag. Het ILP Lab doet dit onderzoek samen met Bits of Freedom. De andere groep onderzoekt hoe journalisten moeten omgaan met nieuwe Europese regels over het overnemen van nieuwsberichten, of korte fragmenten daarvan, op het internet. Dit onderzoek doet het ILP Lab samen met de Nederlandse Vereniging voor Journalisten.

Het ILP Lab is een initiatief van het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam. Het is het eerste in zijn soort in Europa. Het Lab is mede mogelijk gemaakt door een donatie van Pamela Samuelson en Bob Glushko, beiden verbonden aan de Universiteit van Berkeley. Stef van Gompel geeft samen met Ot van Daalen leiding aan het initiatief.

FNV zet rechtszaak tegen Helpling door

De FNV zet zijn rechtszaak tegen Helpling door. Het van oorsprong Duitse bedrijf Helpling zegt een prikbord te zijn voor schoonmakers bij particuliere huishoudens, maar volgens de FNV is er sprake van een gezagsverhouding tussen Helpling en de schoonmakers. Daarom moet dit bedrijf zich aan het arbeidsrecht houden en aan de Schoonmaak-cao.

Volgens de FNV hoort Helpling zich als een fatsoenlijke werkgever te gedragen door de werknemers in loondienst te nemen en verzekeringen en premies voor hen te betalen.

FNV spant de zaak aan samen met Antoinette Verhoef, lid van FNV. Volgens Verhoef gaat ook de positie van werkenden achteruit door de werkwijze van bedrijven zoals Helpling: ‘Als we niet oppassen, gaan straks heel veel mensen op die manier werken, tegen stukloon. Op deze manier gaan wij terug naar vroeger, terug naar af. De bedrijven maken winst, terwijl wij te weinig verdienen om onszelf te kunnen beschermen tegen ziekte.’

De zitting is morgen in de rechtbank Amsterdam aan de Parnassusweg.

Foto Pixabay

Is Google Chrome’s laatste update een geval van ‘Stel geen vragen, hoor geen leugens?’

“There are three types of lies: lies, damn lies and statistics.” Een beroemd gezegde, gepopulariseerd door Mark Twain. Hoewel hij de zin toeschreef aan politicus Disraeli, blijft de werkelijke oorsprong ervan omstreden. Misschien zit er ergens een grap in, of is het citaat zelf verkeerd geciteerd. Het voelt in ieder geval niet misplaatst in 2019.

Op de een of andere manier werd het democratiseren van alle kennis van de wereld gemuteerd tot een strijd tegen nepnieuws. En voor adverteerders werd een grotere verantwoordelijkheid en ROI – althans op bepaalde grote videowebsites – een onmogelijk spel van het vermijden van associaties met complottheorieën en extremisten.

Als we even teruggaan naar Twain (of is het Disraeli?); misschien wilde hij ons dit vertellen – soms moeten zelfs de meest serieuze, schijnbaar eervolle bedoelingen nog een keer worden bekeken.

De verkruimeling van de Chrome Cookie

Onlangs kondigde Google hun reactie aan op soortgelijke stappen van Apple’s Safari en Mozilla’s Firefox-browsers. Er komt een nieuwe Chrome-update aan die ad targeting zou kunnen beperken – via gebruikers die zich afmelden voor diverse third party cookies. Het deel dat nog ontbreekt, is hoe dat precies in de praktijk zal werken – feiten die Google nog niet heeft bekendgemaakt.

Het internet zoals we het vandaag de dag kennen, kwam grotendeels met een belofte. Als gebruiker zie je advertenties en in ruil daarvoor is de inhoud gratis. Digitaal bracht voor adverteerders een belofte van data, targeting, diepgaande analyse van waar marketingeuro’s naartoe gaan en de Holy Grail – het einde van verspilling en een ROI die beter is dan ooit. Maar het spreekt voor zich dat er onderweg iets mis is gegaan.

Met de laatste Chrome aankondiging gaat Google blijkbaar met zijn tijd mee. Net als Apple is het beschermen van onze privacy en identiteit de big G’s prioriteit. Inderdaad, een nobele zaak. Maar tegelijkertijd zijn we misschien vergeten hoeveel Google al over ons weet. Van het moment dat we wakker worden tot wanneer we slapen. Iedereen die op de een of andere manier gebruik maakt van Android, Chrome en andere Google-producten zou moeten weten dat Google zelfs meer over je weet dan Facebook.

Privacy Verbloeming

Wanneer je hele bedrijfsmodel gebaseerd is op het verzamelen van persoonlijke gegevens, is elke verklaring rond het privacy-vriendelijk maken van één deel van die machine ineens een beetje onoprecht. De Chrome-update klinkt voor gebruikers misschien als een grote stap voorwaarts in de richting van privacy. Maak je echter geen illusies, het klantvoordeel is verbloeming voor een zakelijk en commercieel voordeel voor Google.

Met deze aankondiging maakt Google het leven van marketeers honderd keer moeilijker, mochten ze ooit proberen weg te lopen van Google. Waarom? Omdat onafhankelijke derde partijen met verschillende methoden van tracking en attributie beperkt worden in de data die ze kunnen gebruiken. En – nieuws flash – dat is ook dezelfde data die content gratis houdt, relevante advertenties matcht met de relevante gebruikers en ook aan marketeers vertelt welk deel van hun reclamegeld echt werkt.

Het behoud van privacy van de gebruiker is een nobele zaak en zou standaard moeten zijn voor alle online spelers. Sommigen zouden echter kunnen beweren dat GDPR, wanneer correct toegepast, dat al doet. Het is een reeks regels en richtlijnen die specifiek ontworpen zijn om de privacy van de gebruiker te beschermen en in stand te houden. Google springt op de GDPR-wagen om hun eigen doelen te bevorderen.

Ik begrijp de algemene richting waar ze vandaan komen – te veel cookies en trackers op de pagina van een uitgever kunnen leiden tot vertraging en een slechte gebruikerservaring. Bovendien worden gebruikersgegevens soms misbruikt door gewetenloze derden. Dat gezegd hebbende, zijn er in de industrie al oplossingen ontwikkeld om deze obstakels te overwinnen. Zo kan bijvoorbeeld een cookie-overschot worden voorkomen door gebruik te maken van postback tracking in plaats van cookies voor het meten van events op een pagina. Cookie consortia als Digitrust kunnen een andere oplossing zijn, die het gebruik van één universele, versleutelde en veilige cookie voorstellen – in plaats van één voor elke individuele speler in de ad tech. Ondertussen heeft ads.txt al bewezen effectief te zijn in het wegsnijden van ongeautoriseerde resellers en tussenpersonen uit het ecosysteem – en ads.cert belooft dat proces nog verder te brengen.

Een muur bouwen

Voor mij is het glashelder dat Google de gebruikers op de ‘juiste’ manier zal blijven targeten (als je eenmaal ingelogd bent, weten ze wie je bent) en adverteerders accurate targeting zal bieden binnen hun ‘walled gardens’. Maar door dit te doen, zullen ze ook de concurrentie uitschakelen en de controle van het duopolie vergroten.

De privacy van de gebruiker en de toestemming voor het online verzamelen van gegevens zijn van het grootste belang. En inderdaad, er zijn 3e partijen die misbruik maken van hun positie. Maar in plaats van de wortels van die slechte acteurs uit de grond te trekken, is Google in feite bezig om zonder onderscheid hele bossen om te zagen. Behalve in hun eigen tuin natuurlijk.

Terugkomend op ons Twain/Disraeli gezegde over statistieken, lijkt het opvallend gepast dat zelfs de best bedoelde initiatieven iets donkers verbergen.

Ik zeg niet dat er ‘lies, damn lies and Google’ zijn – verre van. Maar laat me dit zeggen – stel op dit moment geen vragen over Chrome. Ze zullen je maar één kant op wijzen.

Groen licht voor antitrustzaak tegen Apple

De hoogste rechter in de VS heeft het groene licht gegeven voor een antritrustzaak tegen Apple. De aanleiding is echter opmerkelijk: een groep consumenten vindt dat ze nadeel ondervindt van de commissie van 30 procent die Apple rekent over de omzet van de App Store.

Daardoor zouden ontwikkelaars zijn gedwongen om hun prijzen voor apps te verhogen. Niet in de laatste plaats omdat apps voor de iPhone of iPad alleen via de App Store zijn te installeren. Google rekent weliswaar eenzelfde percentage, maar Android apps zijn ook via alternatieve kanalen verkrijgbaar.

Apple heeft al op het besluit gereageerd. Het bedrijf ontkent dat de App Store monopolistisch is en zegt dat het platform de meest veilige vertrouwde omgeving is voor ontwikkelaars.

Het is maar zeer de vraag of de rechters gevoelig zijn voor de argumenten van de consumenten. De meeste apps zijn tegenwoordig immers gratis, alleen voor extra’s moet betaald worden. Daar komt bij dat Apple ook moet investeren in de App Store.

Webshops en consumenten dupe van verboden verticale afspraken

Dat leveranciers en webwinkels afspraken maken is logisch. En dat die afspraken soms in strijd zijn met de wet, of op zijn minst discutabel zijn, is helaas niet nieuw. Gelukkig heeft de ACM aangekondigd strenger te controleren op verboden afspraken. Maar vooral de handhaving daarvan is een must, zodat webwinkels en consumenten niet langer de dupe zijn.

We ontvangen er helaas weleens klachten over van onze leden. Hun leveranciers stellen oneerlijke eisen aan de verkoop van de producten, bijvoorbeeld dat ze niet online verkocht mogen worden of dat ze een hogere inkoopprijs betalen wanneer ze de producten wel online aan willen bieden. Dit is, uiteraard, in strijd met de wet en wordt ‘verboden verticale afspraken’ genoemd. Het is nadelig voor online verkopers en werkt daarmee oneerlijke concurrentie tussen de fysieke en online retailers in de hand. Daarnaast vinden consumenten hierdoor een beperkt online aanbod én betalen ze soms online een hogere prijs dan in de winkel. Onterecht en oneerlijk.

Eigen imago beschermen mag

Bij selectieve distributie selecteert de producent of leverancier zijn distributeurs (wederverkopers) op basis van bepaalde criteria. In sommige gevallen mag dat, bijvoorbeeld wanneer de distributeurs moeten voldoen aan een bepaalde reputatie of kwaliteit van het personeel. De leverancier heeft hiermee tot doel dat zijn artikelen exclusief blijven en alleen via gecontroleerde hoogwaardige distributiekanalen worden aangeboden. Door kwalitatieve eisen te stellen aan distributeurs, probeert de producent het imago van zijn producten te beschermen. Dat is natuurlijk prima, want als verkoper van een exclusieve parfum wil je niet dat deze in de uitverkoopbak bij de voordeelwinkels komt te liggen.

Verbieden van online verkoop mag niet

Maar wat helaas ook binnen e-commerce speelt, is dat leveranciers de verkoop via bepaalde distributiekanalen tegenhouden. Een leverancier mag de online verkoop door een afnemer niet verbieden of bemoeilijken. Een leverancier mag bijvoorbeeld:

  • de afnemer niet geheel verbieden om producten online te verkopen;
  • geen hogere prijs rekenen voor producten die de afnemer online doorverkoopt dan voor producten die hij offline doorverkoopt;
  • geen vaste verhouding opleggen tussen online en offline verkopen.
  • (on- en offline) retailers niet dwingen om producten voor een hogere prijs te verkopen.
Eigen ruiten ingooien

Deze afspraken zijn niet toegestaan op grond van het mededingingsrecht omdat ze de concurrentie beperken en de consument duperen. Daarnaast hebben retailers een groot probleem als zij niet aan de eisen van de leverancier voldoen; dan wordt de logistieke kraan dichtgedraaid en moeten ze de (online) verkoop dus staken. Retailers zijn afhankelijk van hun leveranciers en kunnen zich in die positie weinig tot niets veroorloven. Laat staan dat ze er tegenin kunnen gaan.

In de praktijk betekent het voor een retailer dus dat hij de prijsafspraken die in strijd zijn met de mededingingswet wel moet opvolgen, omdat het gevolg anders dus is dat de leverancier niet meer levert. En dit kan alleen worden voorkomen door een gedegen handhaving.

Het is dan ook belangrijk dat de ACM onderzoek doet naar die verboden prijsafspraken. Ondernemers weten vaak wel dat sommige afspraken in strijd zijn met de mededingingsregels, maar ze kunnen er niet tegen optreden omdat het gevolg kan zijn dat ze hun business moeten opdoeken. Handhaving door de toezichthouder is daarom op dit onderwerp noodzakelijk.

Samen opkomen voor de belangen

De bewustwordingscampagne van de ACM en de onderzoeken die ze gaan doen, zijn een goede eerste stap. De ACM heeft bij ons informatie ingewonnen over de prijsafspraken en hoe daarmee om te gaan. Het is nu aan de ACM om te gaan handhaven en deze oneerlijke handelspraktijken in de ban te doen. Laten we de handen ineen slaan en samen opkomen voor de belangen van onze webwinkels én de consumenten.

Facebook verbeurt 730.000 euro aan dwangsommen voor nepadvertenties Tommy Hilfiger

Facebook Nederland en het Ierse moederbedrijf moeten aan PVH (Tommy Hilfiger) 730.000 euro aan verbeurde dwangsommen betalen omdat het bedrijf te weinig zou hebben gedaan om advertenties voor nep-Tommy Hilfiger merkkleding via Facebook en Instagram tegen te gaan. Dat blijkt uit het vonnis van een kort geding bij de rechtbank Amsterdam.

Tommy Hilfiger Europe had met Facebook een advertentieovereenkomst gesloten voor de platforms van Facebook, maar stapte naar de rechter toen bleek dat Facebook nauwelijks stappen ondernam om advertenties voor Tommy Hilfiger nepartikelen te verwijderen. Een deel van die advertenties was gericht op de Benelux.

Volgens PVH waren die advertenties makkelijk te herkennen aan onder meer de lage prijs of grote kortingen, omschrijvingen in gebrekkig Engels en vermelding van gratis bezorging.

Op 21 december 2018 werd Facebook al veroordeeld om maatregelen te treffen. Facebook moest daarbij ook de herkomst en de distributiekanalen van de inbreukmakende advertenties en alle andere gegevens overleggen.

Over wat Facebook precies moest aanleveren en welke vestigingen daartoe bevoegd zijn (Facebook Ierland of Benelux) is een meningsverschil ontstaan. In elk geval zijn die gegevens te laat of onvolledig aangeleverd.

Facebook heeft erkend dat ten aanzien van de tien adverteerders alleen de IP-adressen zijn verstrekt waarmee is in- en uitgelogd, maar niet de IP-adressen waarmee de advertenties zijn aangemaakt, terwijl dat op grond van het vonnis wel had gemoeten.

De rechter concludeert met PVH dat Facebook Ierland een periode van 73 dagen niet (volledig) aan de veroordelingen heeft voldaan en dus een bedrag van 73 x 10.000 euro aan dwangsommen heeft verbeurd.

PVH schijnt volgens het vonnis ook nog een verhoging van de dwangsom tot 4 miljoen euro te hebben bepleit, maar de rechter ziet daarvoor voorshands onvoldoende grond.

‘Formeel onderzoek naar machtsmisbruik Apple’

De Europese Commissie start de komende weken een formeel onderzoek naar mogelijk machtsmisbruik door Apple. Dit naar aanleiding van een klacht die muziekdienst Spotify heeft ingediend.

De klacht komt erop neer dat Spotify voor de distributie van zijn iOS app is aangewezen op de App Store, en Apple de regels telkens verandert.

In een tijdlijn somde het Zweedse bedrijf eerder dit jaar op wat er in de loop der jaren allemaal is misgegaan in de relatie met Apple. Zo kon Spotify niet verwijzen naar een externe link waar gebruikers zich kunnen abonneren op de premiumdienst. Wel moet het bedrijf 30 procent afstaan als in de app zelf een abonnement wordt afgesloten. Daarmee is Spotify weliswaar gestopt, maar nu is het niet meer mogelijk om binnen de app voor de premiumversie te kiezen.

Volgens de Financial Times is het onderzoek nu formeel gestart. De Europese Commissie heeft dat echter nog niet zelf bevestigd.

Foto Shutterstock

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en bol gaan verkeerde artikelen weren

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en bol.com gaan structureel samenwerken om artikelen die niet voldoen aan de wet te weren van de digitale marktplaats. Eerder dit jaar heeft de NVWA vergelijkbare afspraken gemaakt met marktplaats.nl.

Beide partijen hebben nu al geregeld contact om verboden artikelen te verwijderen. Recentelijk zijn advertenties voor onveilige hoverboards op verzoek van de NVWA verwijderd.

Formeel is afgesproken dat als inspecteurs van de NVWA melding maken van verboden artikelen of onterechte claims, de advertenties binnen 72 uur worden verwijderd of in overeenstemming met de wet gebracht worden. Als er een ernstig risico voor de consument is gebeurt dit binnen 24 uur. Wordt hetzelfde artikel – met dezelfde EAN-code – ook door andere partijen aangeboden, dan zal bol.com direct ook die advertenties verwijderen.

De NVWA roept consumenten op extra alert te zijn bij aankopen via internet. Een webshop is snel opgericht en er zijn veel onprofessionele aanbieders die weinig kennis hebben van wet- en regelgeving en de veiligheid van hun aanbod niet kunnen garanderen. Bij aankopen bij webshops buiten de EU is bovendien de kans aanwezig dat deze artikelen niet aan de veiligheidsstandaarden voldoen van de Europese Unie.

Foto bol.com

‘Eerste robotjurist voor Google Home’

Het Amsterdamse LegalMatters introduceert naar eigen zeggen de eerste robotjurist voor Google Home. Met het commando ‘Hey Google, ik wil advies van een jurist’ kan de gebruiker gratis juridisch advies inwinnen.

De dienst richt zich in eerste instantie op kwesties rondom het arbeidsrecht. Op korte termijn breidt LegalMatters de dienstverlening uit naar bredere rechtsgebieden.

Volgens advocaat Piet-Hein Boekel heeft het bedrijf veel ervaring opgedaan met eerstelijnsvragen van consumenten en professionals. ‘Dat is onze inspiratie geweest om mensen te helpen met een robotjurist op Google Home. De eerste reacties zijn zeer positief.’

LegalMatters is in december 2014 opgericht door Piet-Hein Boekel en Albert Oegema en gevestigd in Amsterdam.

Foto LegalMatters

ACM boetes voor CoolCat en Bever van tafel

CoolCat en Bever hoeven geen boetes aan toezichthouder ACM te betalen voor het overtreden van regels rond de annulering van aankopen. Dat heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) bepaald.

ACM legde in 2016 boetes op aan CoolCat, Bever, Shoebaloo, Hipvoordeheb en Kiesdejuistesportbh. Zij boden consumenten onvoldoende informatie. Ook zouden ze soms de bezorgkosten niet hebben terugbetaald.

Drie bedrijven gingen in beroep omdat ze meenden dat er sprake was van een ongelijke behandeling door de ACM. De zaak van Shoebaloe loopt nog.

CoolCat en Bever kregen boetes van resp. 220.000 euro en 198.000 euro opgelegd. Shoebaloo moet 72.000 euro betalen.

Foto Pixabay

ACM waarschuwt wederom voor malafide ‘incassobureaus’

Lootsma & Partners, Deurwaarder Smits & Co en Inter Payment Service dringen bij consumenten aan om rekeningen voor onterechte vorderingen te betalen. Daarvoor waarschuwt toezichthouder ACM.

Uit de meldingen blijkt dat de incassobureaus consumenten telefonisch en per e-mail onder druk zetten om een nog openstaande rekening te betalen, zoals voor een vakantie. Vaak is er helemaal geen overeenkomst, waardoor de vordering onterecht is. Soms gaat het om vermeende overeenkomsten van jaren geleden.

Lootsma & Partners en Inter Payment Service vragen consumenten geld over te maken naar rekeningnummers in het buitenland, op naam van onder andere British Trans Asia. Incassobureau Deurwaarder Smits & Co int rekeningen voor Trip Abroad, All Great Dealz, Euroloterij, Ecodienst, Shoppendoejezo, Veiligwinkelen.nl, Hotelcheque, Fly Away, Shop and Fly en Buy to Fly.

Deze bedrijven maken deel uit van het netwerk van incassobureaus waarvoor de ACM eerder al waarschuwde.

De genoemde incassobureaus staan niet eens ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, terwijl dit wel verplicht is voor bedrijven die actief zijn in Nederland. Verder benadrukt de ACM dat Deurwaarder Smits & Co geen officiële deurwaarder is. Daarnaast kloppen de gegevens op de websites van deze incassobureaus niet.

Onlangs legde de ACM een boete op aan het bedrijf DeReisPlanner voor incasso van onterechte rekeningen. Dit bedrijf behoort vermoedelijk niet tot ditzelfde netwerk, maar hanteert wel dezelfde werkwijze.

‘HP pest 123inkt.nl opnieuw’

Kort nadat cartridgeleverancier 123inkt een jaren slepende zaak bij de Hoge Raad heeft gewonnen, zit de Amerikaanse techreus de webwinkel uit Nederhorst den Berg opnieuw dwars. De goedkopere huismerkcartridges van 123inkt in 25 verschillende modellen HP Officejet printers geven een foutmelding na een recente firmware update.

Er is echter niets mis met de huismerkcartridges en beschadigd zijn ze al helemaal niet, aldus 123inkt. Maar klanten met deze cartridges kunnen helaas ook niet printen.

Dit soort updates wordt volgens de kleine leverancier ‘bewust’ door HP uitgerold met als doel huismerkcartridges te weren en de gebruikers te doen geloven dat huismerkcartridges van een slechtere kwaliteit zijn.

Het is een bekend probleem: printers kosten tegenwoordig nauwelijks meer dan een paar tientjes. Er wordt al jaren vooral verdiend aan de verkoop van relatief dure cartridges. En dus zijn printerfabrikanten weinig gelukkig met bedrijven die cartridges bijvullen of (nog erger) goedkope cartridges leveren.

HP spande al in 2014 een rechtszaak aan tegen 123inkt.nl. De geheugenchip op huismerkcartridges zou inbreuk maken op een octrooi van HP. Na vier jaar procederen – waarbij HP meer dan een half miljoen euro aan advocaatkosten zou hebben uitgegeven – heeft de Hoge Raad op 19 april 2019 uitspraak gedaan in het voordeel van 123inkt.nl. Die mag zijn eigen cartridges gewoon blijven verkopen.

In 2017 is HP in meerdere landen al eens aangeklaagd voor dezelfde tactieken en moest het schadevergoedingen betalen in Amerika (1,5 miljoen) en Australië (50 Australische dollar per consument).

Eind 2016 heeft 123inkt.nl een stichting opgericht om zich te weren tegen de overmacht van HP en andere printerfabrikanten. In korte tijd telde de stichting bijna 1000 leden.

De Stichting 123inkt-huismerk heeft in 2017 al eens geëist dat HP moet stoppen met updates die concurrerende cartridges uitschakelen, maar de rechtbank Amsterdam wees een verbod af, omdat HP had toegezegd dat niet meer te zullen doen voor printers van voor 1 december 2016. Op 12 april 2019 vond de zitting van het hoger beroep tegen HP plaats, de uitspraak wordt verwacht op 25 juni.

Wel heeft HP volgens 123inkt.nl zijn tactiek enigszins veranderd. Huismerkcartridges blijven na de update wel werken zolang ze in de printer blijven zitten, maar nieuwe worden geweigerd. Volgens HP dient dat ter bescherming van octrooien.

Deze week hoopt 123inkt.nl overigens alweer aangepaste cartridges te leveren, zodat klanten de huidige kunnen omruilen. De vraag is of dat het einde of een nieuw begin is van een kat-en-muis spel.

IAB publiceert ruwe versie van TCF v2.0

Een jaar na de vernieuwing van de privacywet door de AVG publiceert het IAB de ruwe versie van het nieuwe Transparency & Consent Framework (TCF).

Dit moet duidelijkheid geven over hoe adverteerders, uitgevers en technologiebedrijven omgaan met toestemming voor dataverwerking van mediaconsumenten.

De ruwe versie van, wat in jargon heet, de TCF v2.0 is hier verschenen. Vanaf nu kunnen belanghebbenden hun reactie op het voorstel doen. Op 7 en 8 mei organiseert adverteerdersclub IAB Europe twee webinars waarin het toelichting geeft op de proefversie. Op basis van de feedback zal de definitieve standaard worden opgesteld. Die wordt rond de zomer uitgebracht.

Het IAB Transparency & Consent Framework (TCF) is een initiatief van het IAB Tech Lab in de US en IAB Europe. Het TCF is een technische standaard waarmee instanties die op digitale media persoonlijke data verwerken op een eenduidige manier met elkaar toestemming (consent) kunnen communiceren en transparantie naar de consument kunnen bieden. Anders gezegd: het orkestreert het doorgeven van consent door de keten.

Google zegde vorig jaar, voor invoering van de AVG, zijn ondersteuning voor het TCF toe. Het sloeg echter versie 1 over en wil versie 2 implementeren wanneer IAB dat uitbrengt.

Foto: ev op Unsplash

Nauwere samenwerking CvdM en Autoriteit Persoonsgegevens

Het Commissariaat voor de Media (CvdM) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gaan nauwer samenwerken op het gebied van toezicht en handhaving in het domein van digitale media en dataverwerking.

De samenwerking is reeds ingegaan en geldt in eerste instantie voor de periode van twee jaar en kan daarna steeds met periodes van drie jaar worden verlengd. Vandaag maken de instanties de samenwerking bekend die moet leiden tot een protocol dat de operationele kant vastlegt. Dat gaat om werkafspraken, zoals het delen van signalen, en onderlinge uitwisseling van informatie.

Concreet richten ze zich onder meer op zaken als ongewenste reclame, websites van omroepen en het gebruik van algoritmen, filters en profilering.

Het werkterrein van het CvdM en de AP overlappen in het digitale domein omdat het verzamelen en exploiteren van data en profielen steeds vaker de basis vormt van de verdienmodellen achter online mediabedrijven.

In 2018 zijn 20.881 datalekken gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Dat is een ruime verdubbeling ten opzichte van 2017.

Page generated in 1,086 seconds. Stats plugin by www.blog.ca