Zoekadvocaat.be gaat op in Advocas

Advocas neemt Zoekadvocaat.be over, het grootste platform in België om een advocaat te zoeken. De site krijgt gelijk een andere naam Jureca.be.

Jochen Boeykens, de oprichter van Zoekadvocaat.be en eerder betrokken bij Tapcrowd en Engagor, treedt toe tot de adviesraad van Jureca.

De database telt 1700 advocaten die automatisch geselecteerd worden op basis van hun specialisme.

De site kan overigens niet verdienen aan commissies, die zijn in België niet toegestaan voor de advocatuur.

Aangezien advocaten niet mogen betalen voor het aannemen van een zaak, kan Jureca niet werken via een commissiemodel. Daarom moeten de aangesloten advocaten betalen om opgenomen te kunnen worden. Advocas overweegt daarnaast om voor bedrijven ook een abonnementsformule te ontwikkelen.

Hoe richt je dataportabiliteit in?

Onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) krijgen burgers, klanten en patiënten er een nieuw recht bij: het recht op dataportabiliteit. Hoe kunnen organisaties zich voorbereiden op deze verplichting?

Als een ‘betrokkene’ een verzoek indient om persoonsgegevens over te dragen, hebben organisaties onder de AVG de verplichting om dit te doen in een vorm die hergebruik mogelijk maakt. Concreet geeft de AVG aan dat de organisatie persoonsgegevens in een ‘gestructureerde, gangbare en machineleesbare vorm’ moet verstrekken.

Om gegevensoverdraagbaarheid mogelijk te maken, is het advies om interoperabele formaten te gebruiken. Maar benadrukt wordt ook dat het recht op dataportabiliteit organisaties niet de verplichting oplegt om technisch compatibele systemen op te zetten.

Om welke gegevens gaat het?

Onder een verzoek tot dataportabiliteit vallen alle digitale gegevens die een organisatie met toestemming van de betrokkene verwerkt, maar ook de gegevens die nodig zijn om een overeenkomst uit te voeren. Dat zijn bijvoorbeeld de titels van de boeken die iemand in een online boekwinkel heeft gekocht of de nummers die een betrokkene via een muziekstreamingdienst zoals Spotify heeft beluisterd.

Ook de gegevens die op basis van de activiteiten van betrokkenen gegenereerd of verzameld worden, vallen onder het recht op dataportabiliteit. Denk dan aan de zoekgeschiedenis of locatiegegevens.

Gegevens op papier en gegevens die op basis van een andere grondslag zijn verkregen, vallen niet onder het recht op dataportabiliteit. Als een organisatie op basis van de gegevens van de betrokkene een analyse heeft verricht, zoals een kredietscore of een gebruikersprofiel, dan hoeven deze afgeleide gegevens niet verstrekt te worden. De betrokkene heeft wel het recht om deze gegevens in te zien.

Hoe draag je gegevens veilig over?

De Europese privacytoezichthouders verenigd in de Article 29 Working Party hebben in april 2017 de Guidelines on the right to data portability gepubliceerd. Deze richtlijnen geven meer uitleg over het recht op dataportabiliteit. Daarin geven de toezichthouders aan dat de verzending van persoonsgegevens ook tot beveiligingsproblemen kan leiden. De toezichthouders wijzen met name op het gevaar van inbreuk op de gegevens tijdens de verzending daarvan.

Organisaties zijn in dat verband daarom verantwoordelijk voor het nemen van ‘alle beveiligingsmaatregelen die vereist zijn om te zorgen dat de persoonsgegevens veilig verzonden worden (bijvoorbeeld door deze te versleutelen) en bij de juiste persoon terechtkomen (bijvoorbeeld door gebruik van aanvullende authenticatie-informatie)’.

Tref voorbereidingen

Vanaf 25 mei 2018 kunnen organisaties verzoeken krijgen van hun klanten om persoonsgegevens beschikbaar te stellen. Organisaties zijn dan wettelijk verplicht om de gegevens te verstrekken. Organisaties kunnen zich hierop voorbereiden door alvast na te denken over hoe ze de gegevens veilig beschikbaar gaan stellen. Dit kan volgens de toezichthouder bijvoorbeeld via een tool waarmee de klanten hun gegevens direct op een beveiligde manier kunnen downloaden.

Ook moeten organisaties ervoor zorgen dat betrokkenen hun gegevens direct kunnen doorgeven aan een andere organisatie. Dit kunnen organisaties bijvoorbeeld doen met een application programming interface (API), waarmee een verbinding mogelijk wordt gemaakt tussen het systeem of applicatie van de organisatie en dat van een andere partij. Daarnaast is het mogelijk om een trusted third party in te zetten die de overgedragen gegevens bewaart en op verzoek van de betrokkene de gegevens doorgeeft aan een andere organisatie.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Security Vandaag

Duitse rechtbank tikt CheapTickets op de vingers

CheapTickets.de, onderdeel van het Nederlandse bedrijf Travix, moet de tarieven van Ryanair-vluchten aanpassen. Dit heeft de rechtbank in Hamburg gezegd.

Ryanair beschuldigde CheapTickets.de van ‘onwettige en misleidende’ prijzen omdat de site een hogere toeslag rekende voor het inchecken van bagage dan Ryanair en een ‘airline-toeslag’ die helemaal niet wordt opgelegd door de Ierse luchtvaartmaatschappij.

Ryanair ageert al langer tegen online reisagenten (OTA’s) die vliegtickets verkopen zonder dat er sprake is van een commerciële overeenkomst. Volgens de prijsvechter worden er te hoge prijzen gerekend door die OTA’s. “Dit is een belangrijke overwinning voor consumenten, met name degenen die extra toeslagen hebben moeten betalen op screenscraper-sites zoals CheapTickets.de. We zullen actie blijven ondernemen tegen deze misleiding,” aldus Ryanair.

Rechter: terechte boetes Nederlandse Kansspelautoriteit

De Nederlandse Kansspelautoriteit terecht heeft terecht boetes opgelegd aan de aanbieders van online kansspelen Co-Gaming Limited (voorheen Come On), Onisac Limited en Mansion Online Casino Limited. Dat heeft de rechter een dezer dagen bepaald.

De rechtbank overweegt in de uitspraak (die nog niet online te raadplegen is) onder andere dat het aanbieden van kansspelen online verboden is en dat de Kansspelautoriteit bevoegd is om daartegen op te treden. Dit verbod en het handhavingsbeleid van de Kansspelautoriteit zijn volgens de rechtbank in lijn met het recht van de Europese Unie.

De rechtbank roept verder in herinnering dat de Raad van State eerder al oordeelde dat het prioriteringsbeleid niet onredelijk is, nu in het bijzonder op Nederland gerichte aanbieders schade aan Nederlandse consumenten kunnen berokkenen.

Online gokken, waar blijft die nieuwe wet?

Hoewel het in Nederland op grond van de Wet op de kansspelen verboden is om zonder vergunning online kansspelen aan te bieden, is het toch vrij gemakkelijk om aan een online kansspel, zoals poker, deel te nemen. Aanbieders van online kansspelen zijn gemakkelijk via internet te vinden. Casino 777, Unibet en Bwin zijn enkele voorbeelden van aanbieders die haar diensten zelfs in de Nederlandse taal aanbieden.

Het is dan ook een illusie om te denken dat de Nederlandse kansspelwetgeving makkelijk te handhaven is. Om deelnemers aan kansspelen zoveel mogelijk te beschermen wordt al jaren gepleit voor het reguleren van online kansspelen, wat heeft geresulteerd in een wetsvoorstel. Hoe zit het met de voortgang van die wet en wat kunnen we verwachten?

Modernisering van Wet op kansspelen is zaak van lange adem

Het was toenmalig staatssecretaris Fred Teeven die in 2011 al aankondigde dat de huidige kansspelwetgeving gemoderniseerd zou worden, zodat onder meer kansspelen via internet gereguleerd konden worden. Het is inmiddels alweer bijna drie jaar geleden dat het wetsvoorstel kansspelen op afstand naar de Tweede Kamer werd gestuurd.

Na een lange behandeling stemde de Tweede Kamer op 7 juli 2016 in met het wetsvoorstel. De enige horde die nog genomen moet worden is de behandeling en goedkeuring in de Eerste Kamer. Het is niet duidelijk wanneer de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer voltooid zal zijn, maar naar verwachting zal dit niet voor eind 2017 zijn.

Belangrijke eisen en wijzigingen wetsvoorstel kansspelwetgeving

Het nieuwe wetsvoorstel brengt een aantal ingrijpende veranderingen met zich mee ten aanzien van kansspelen op afstand. De belangrijkste wijzigingen zullen hieronder kort worden uitgewerkt.

Vergunningsplicht

De nieuwe wet maakt de weg vrij voor het aanbieden van online kansspelen, echter alleen als de aanbieder daarvoor een vergunning heeft gekregen van de Kansspelautoriteit. Naast de kosten die de aanbieder moet maken om aan de voorwaarden uit de wet te moeten voldoen, zijn er ook kosten verbonden aan de vergunningsaanvraag zelf. De vergoeding voor de aanvraag van de vergunning zal naar verwachting EUR 40.000,- bedragen. Met een vergunning kan de aanbieder in principe vijf jaar online kansspelen aanbieden.

Verplichte bijdrage aan verslavingsfonds

Met de komst van de nieuwe wet wordt een apart fonds opgericht ter bestrijding van kansspelverslaving bij kansspelen op afstand. Vergunninghouders van kansspelen op afstand zijn verplicht om financieel bij te dragen aan dit verslavingsfonds. Deze bijdrage is nu vastgesteld op 0,5% van het bruto spelresultaat. Het bruto spelresultaat is het verschil tussen de inleg van deelnemers en het uitgekeerde prijzengeld.

Zorgplicht vergunninghouders

Op de vergunninghouders rust daarnaast een uitgebreide zorgplicht om kansspelverslaving zoveel mogelijk te voorkomen. Zo moet de speler door de vergunninghouder voldoende geïnformeerd worden over de (risico’s van) kansspelen, zodat de speler een weloverwogen keuze kan maken om deel te nemen aan het spel. Verder dient de vergunninghouder voorzieningen te treffen om de speler zoveel mogelijk inzicht te geven in het eigen speelgedrag.

Ook moet de vergunninghouder maatregelen te nemen, zoals het opleggen van entreebeperkingen en uitsluitingen, indien het gedrag van de speler daartoe aanleiding geeft. Het personeel van de vergunninghouder dient daarom kennis te hebben van verslavingspreventie.

Tot slot is de vergunninghouder verplicht de op haar rustende zorgplicht uit te werken in een preventiebeleid. Dit beleid is niet alleen bestemd om spelers te informeren, maar ook de toezichthouder kan ernaar vragen.

Kansspelbelasting

Het wetsvoorstel neemt ook veranderingen met zich mee over de te betalen kansspelbelasting. Zo wordt er een onderscheid gemaakt in de tarieven van kansspelbelasting bij legale en illegale kansspelen op afstand.

Met de komst van deze nieuwe wet zullen vergunninghouders 20% belasting betalen over het bruto spelresultaat. Dit in tegenstelling tot de traditionele, landgebonden kansspelen, die 29% belasting zullen blijven betalen. Dit percentage gaat ook gelden voor illegale online kansspelen. Spelers die spelen bij een aanbieder die geen vergunning heeft betalen dus 29% kansspelbelasting.

Centraal register uitsluiting kansspelen

In het wetsvoorstel wordt daarnaast een centraal register uitsluiting kansspelen geïntroduceerd, dat zal worden beheerd door de Kansspelautoriteit. In dit register kunnen risico- en probleemspelers, vrijwillig of onvrijwillig, worden ingeschreven zodat zij worden beschermd tegen kansspelverslaving. Een speler die staat ingeschreven in het register zal gedurende zes maanden niet kunnen deelnemen aan bepaalde kansspelen. Overigens ziet dit register niet alleen op online kansspelen, maar ook op bijvoorbeeld casino’s en speelhallen.

Toezicht en handhaving

Met de regulering van de online kansspelen is ook een belangrijke rol weggelegd voor de Kansspelautoriteit wat betreft toezicht en handhaving. Het wetvoorstel introduceert dan ook enkele nieuwe bevoegdheden voor de Kansspelautoriteit:

  • Zo krijgt de Kansspelautoriteit het recht om anoniem deel te kunnen nemen aan online kansspelen, om zo de geldstromen te volgen en de identiteit van de aanbieder te kunnen achterhalen.
  • Verder krijgt de Kansspelautoriteit de mogelijkheid om partijen, die de kansspelen op afstand bevorderen zoals hostingproviders, betaaldienstverleners en adverteerders, een bindende aanwijzing te geven om de dienstverlening te staken.
  • Tot slot krijgt de Kansspelautoriteit enkele aanvullende bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten, zoals het binnentreden en doorzoeken van woningen tegen de wil van de bewoner, het definitief in beslag nemen van goederen en het verzegelen van ruimten en voorwerpen.

Uit bovenstaande voorwaarden blijkt dat er veel waarborgen in het wetsvoorstel zijn ingebouwd om ervoor te zorgen dat aanbod verantwoord, betrouwbaar en controleerbaar is en dat kansspelverslaving en criminaliteit binnen deze sector zoveel mogelijk wordt beperkt.

Het feit blijft dat op dit moment honderdduizenden Nederlanders online kansspelen spelen via buitenlandse aanbieders. Deze spelers worden niet beschermd door het Nederlandse kansspelbeleid. De noodzaak van deze wet is duidelijk, alleen blijft het (nog steeds) de vraag wanneer hij in werking zal treden.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van ICTRecht.

Zoom.in eist schadevergoeding van Music Nations Network

Het conflict tussen het Nederlandse videoplatform Zoom.in en het Britse Music Nations Network heeft een pijnlijk vervolg gekregen. Zoom.in stelt 1,8 miljoen euro schade te hebben geleden door een tijdelijke YouTube blokkade. Op zijn beurt vordert MN gederfde reclame-inkomsten.

Het Britse MN (Music Nations Network) van de tiener Joe Gallagher richt zich op exploitatie van YouTubekanalen gerelateerd aan muziek en biedt muzikanten de mogelijkheid om filmpjes via YouTube te verspreiden in ruil voor reclame-inkomsten. Zoom.in faciliteerde daarin via een Multi Channel Network. MN heeft verder samen met haar zusterbedrijf Illuminata ook een aandelenbelang in Zoom.in van 42,5 procent.

Er is onenigheid ontstaan omdat vorig jaar YouTube heeft aangekondigd dat zij haar beleid ten aanzien van Multi Channel Networks (MCN’s) zou gaan aanscherpen per 1 januari 2017 en dat vanaf dan zogenoemde ‘sub-networks’ niet meer zouden worden getolereerd. Daartoe heeft Zoom.in de kanalen van MN ondergebracht bij Zoom.in zelf, en kreeg MN niet langer volledige toegang tot de systemen van het videoplatform.

De bevoegdheden werden mede ingeperkt nadat volgens Zoom.in verschillende ‘dubieuze kanalen’ door YouTube waren verwijderd en er ook sprake van auteursinbreuk zou zijn geweest.

MN accepteerde dat niet en vorderde de toegang tot het CMS (Content Management System) om haar inkomsten te beheren. Zo kon het bedrijf geen kanalen meer verwerken en kwamen de inkomsten uit advertenties in eerste instanties bij Zoom.in terecht.

MN stelde verder dat het aantal ‘suspended channels’ in 2016 slechts 4,4 procent van het totaal aantal kanalen betrof en Zoom.in deze problematiek er met de haren heeft bijgesleept in een poging ‘haar onterechte handelwijze te rechtvaardigen’.

De rechter gaf MN onlangs gelijk. Zoom.in zou onvoldoende specifiek kenbaar hebben gemaakt waarin MN tekortschiet op het punt van garanties ter voorkoming van auteursrechtinbreuken.

Op 16 juni 2017 heeft Zoom.in spoedappel tegen het vonnis aangetekend. Zoom.in spreekt van een ‘evidente fout’ van de rechter omdat die zou hebben ingestemd met volledige toegang van MN tot het CMS van Zoom.in, inclusief de zogenoemde rolluptool waarmee content eigenaren nieuwe kanalen bij YouTube kunnen aanmaken.

MN was in het verleden wegens herhaaldelijke overtreding door YouTube juist in het ‘strafbankje’ gezet en had in eerste instantie zelf geen toegang meer tot deze rolluptool. Zoom.in vreest dat YouTube (wederom) gaat ingrijpen als MN volledige toegang krijgt en als ongewenst subnetwerk wordt aangemerkt.

Zoom.in zegt dat het door YouTube blokkades schade heeft geleden. Volgens MN is die schade echter onvoldoende geconcretiseerd.

Zoom.in heeft MN gesommeerd een voorschot op de schade van 500.000 euro te betalen, eventueel te verrekenen met onbetaalde facturen. Omdat er een hoger beroep loopt tegen MN, wil de rechter eerst het vonnis in deze zaak afwachten.

Op zijn beurt vordert MN de betaling alle achterstallige reclame-inkomsten vanaf 1 december 2016, toen de veranderingen van kracht werden. Uit het maandag gepubliceerde vonnis blijkt dat er bij Zoom.in ook beslag is gelegd.

Komende vrijdag staan de partijen overigens opnieuw voor de rechter voor een kort geding.

 

Bodemprocedure Tom Kabinet naar Europees Hof

De rechtbank Den Haag wil een bodemzaak van de Nederlandse Uitgeversbond en een groep uitgevers tegen e-book verkoper Tom Kabinet doorverwijzen naar het Europees Hof. Dat blijkt uit een gepubliceerd tussenvonnis.

In juni 2014 is Tom Kabinet een virtuele marktplaats gestart waarbij gebruikers een tweedehands e-book van een ander konden aanschaffen tegen betaling. Tom Kabinet rekende daarvoor een vergoeding. Een via de website verhandeld e-book werd verder voorzien van een watermerk, waarmee kopers traceerbaar werden.

Uitgevers sleepten Tom Kabinet voor de rechter omdat zij niet wilden dat tweedehands e-books werden verhandeld. Het gerechtshof heeft Tom Kabinet uiteindelijk een verbod opgelegd, maar alleen waar het gaat om het verhandelen van illegale kopieën. Vanaf 21 januari 2015 werden dan ook alleen nog e-books aangeboden die door Tom Kabinet zelf nieuw waren aangeschaft bij het Centraal Boekhuis of derden zoals bol.com.

Vanaf juni 2015 heeft Tom Kabinet haar dienstverlening wederom gewijzigd en vervangen door Toms Leesclub, waarbij Tom Kabinet niet langer als tussenpersoon optreedt maar zelf e-book-handelaar wordt binnen een besloten kring van leden. Naast door Tom Kabinet aangeschafte e-books, gaat het om e-books die door leden zijn gedoneerd aan Tom Kabinet.

Ook dit model kon de goedkeuring van de uitgevers niet wegdragen. De uitgevers vinden dat Tom Kabinet het auteursrecht schendt.

De rechtbank Den Haag vindt het, ondanks verwijzingen naar allerlei eerdere arresten, in elk geval auteursrechtelijk een lastige kwestie. Vooral omdat de toegang per e-book uitsluitend aan het lid van Toms Leesclub wordt verschaft en niet aan een onbepaald – vrij groot – aantal ontvangers. Ook relevant is de vraag of het tegen betaling ter download aanbieden van e-books een distributiehandeling is.

De zaak wordt 30 augustus voortgezet voor een akte van de betrokken partijen waarbij zij zich kunnen uitlaten over de formulering van zogenoemde prejudiciële vragen aan het Europees Hof.

 

 

Octrooigeschillen in de cloud: een volgende stap

Steeds meer ondernemingen gebruiken de cloud om hun onderneming aan te passen aan het digitale tijdperk. De cloud maakt het namelijk eenvoudiger voor ondernemingen om hun ideeën en producten op de markt te brengen en creëert daarmee ongekende commerciële mogelijkheden. Tegelijkertijd zorgt deze digitale transformatie voor nieuwe uitdagingen. Een van deze uitdagingen is het groeiend aantal octrooigeschillen over cloudgerelateerde applicaties.

Naarmate het aantal bedrijven dat van de digitale diensten van de cloud gebruik maakt toeneemt, neemt de interesse van zogenaamde ‘trolls’ om daarop te kapitaliseren toe. Het aantal octrooiaanvragen voor cloudgerelateerde toepassingen is daarom in de afgelopen jaren sterk gestegen. En waar het aantal octrooiaanvragen stijgt, neemt ook het aantal octrooigeschillen toe.

De toename van juridische geschillen is wellicht een logisch gevolg van het betreden van een nieuwe technologische markt waarop nog de nodige juridische leemtes bestaan. Maar bij deze markt zullen het niet alleen de Tech-giganten zijn die octrooigeschillen uitvechten. Ook andere ondernemingen die voor hun bedrijfsvoering afhankelijk zijn geworden van het gebruik van applicaties in de cloud lopen een risico om daarbij te worden betrokken.

Deze ondernemingen zijn een interessant doelwit. Hoewel veel ondernemingen inmiddels het belang onderkennen van beveiliging en privacy, blijft intellectuele eigendom nog onderbelicht. Dat is onterecht omdat in een digitale samenleving het intellectuele eigendomsrecht van groot belang is om de nieuwste ideeën en uitvindingen te beschermen. Toch hebben de meeste ondernemingen nog weinig ervaring met octrooigeschillen en zullen vaker dan de meer ervaren cloud providers en Tech giganten bereid zijn te schikken.

Een bijkomend risico is dat er steeds meer toepassingen worden ontwikkeld om mogelijke octrooi-inbreuken door cloudgerelateerde applicaties te ontdekken. Verder maakt de voortdurende harmonisatie van de aanvraag en handhaving van octrooien in de EU, zoals bijvoorbeeld de aanstaande introductie van het Unitair Octrooi en het Eengemaakt Octrooigerecht, het steeds gemakkelijker om een octrooi voor een groot gebied te registreren en te handhaven. De risico’s voor bedrijven die met een octrooiclaim geconfronteerd worden zijn groot: door het gebrek aan ervaring zal de uitkomst voor hen vaak onzeker zijn, maar de kosten van een dergelijke procedure kunnen enorm zijn.

Het toenemende risico om bij juridische procedures betrokken te worden vraagt om innovatieve oplossingen van cloud providers. Tot op heden zoeken de belangrijke cloud providers deze oplossingen in eigen octrooiaanvragen om zo zichzelf en de gebruikers van de cloud te kunnen beschermen tegen mogelijke aanspraken.

Microsoft Azure IP Advantage programma

Microsoft voegde daaraan onlangs een oplossing toe. Begin 2017 heeft zij het Azure IP Advantage programma gelanceerd dat programmeurs een vrijwaring kan bieden tegen octrooi-gerelateerde aanspraken in verband met de door hen ontwikkelde en door hen gehoste applicaties op het Microsoft Azure (cloud) Platform (de Azure workloads). Het Azure IP Advantage programma is kosteloos en automatisch op basis van de Microsoft Azure voorwaarden beschikbaar.

Microsoft is houdster van zo’n 60.000 veelal software-gerelateerde octrooien. Onder het Azure IP Advantage programma heeft zij hiervan thans circa 7.500 octrooien geselecteerd – en in de nabije toekomst zal dat aantal groeien tot 10.000 – die gebruikers van het programma kunnen gebruiken om octrooi-gerelateerde aanspraken van derden (en meer in het bijzonder patent trolls) te pareren. De bescherming die onder het programma wordt geboden heeft drie elementen.

Ten eerste vrijwaart Microsoft elke gebruiker van Azure applicaties, inclusief door Microsoft (mee-)geleverde open source software zoals Azure HDInsight of Hadoop, tegen aanspraken van derden wegens octrooi-inbreuk. Deze vrijwaring is in beginsel niet gelimiteerd en ook relatief bijzonder omdat grote alternatieve aanbieders van cloud platforms juist elke aansprakelijkheid voor geleverde open source software uitsluiten.

Aan de gebruiker van Microsoft Azure die minstens 1000 dollar per maand aan Azure-diensten in de voorgaande drie maanden afnam en de afgelopen twee jaar geen octrooizaak tegen een Microsoft Azure gebruiker vanwege hun Azure-workloads is begonnen, biedt het programma naast de vrijwaring nog twee diensten.

Azure-gebruikers die in een octrooiprocedure over hun Azure workloads zijn verwikkeld hebben het recht om uit de octrooiportefeuille die voor het programma beschikbaar is gesteld één octrooi van Microsoft te kopen om in de verdediging tegen de aanspraken te gebruiken. De koopprijs zal geen commerciële prijs zijn, maar een vergoeding van ‘administratieve kosten’.  Dit onderdeel van het programma wordt de ‘Patent Pick’ genoemd.

Voorts zal Microsoft, wanneer zij een of meer van haar octrooien overdraagt aan een bedrijf dat octrooien voornamelijk gebruikt om winst te genereren, altijd bedingen dat dit bedrijf Azure-gebruikers onmiddellijk een niet exclusieve royalty-vrije licentie op deze octrooien verschaft indien die gebruikers worden aangesproken wegens inbreuk op die octrooien door hun Azure workloads. Deze licentie wordt een ‘Springing License’ genoemd omdat zij in werking ‘springt’ op het moment dat het nodig is.

Omdat de beschikbare octrooiportefeuille omvangrijk is, en open source software onder de vrijwaring valt, terwijl deelname aan het Azure IP Advantage programma automatisch geschiedt en kosteloos is, dekt het programma bepaalde risico’s van het werken in de cloud op een aantrekkelijke manier af. Het is zeker zo dat dreiging van patent trolls hier substantieel minder is dan in (met name) de Verenigde Staten. Maar men moet zich niet vergissen dat veel grotere ondernemingen (waarvoor de Patent Pick en Springing License zijn bedoeld) vaak ook zaken doen in de VS en dat ook voor andere gebruikers van de cloud de dreiging groter kan zijn dan zij veronderstellen als hun workloads in de VS blijken te worden gehost.

‘Nog hogere boete voor Google vanwege misbruik Android’

De Europese Commissie overweegt Google opnieuw een boete op te leggen, ditmaal voor machtsmisbruik van het Android systeem. Een panel bestudeert de aanklacht voor een tweede opinie, aldus Reuters.

Naar verluidt valt deze tweede boete zelfs hoger uit dan de 2,4 miljard euro die de EU Google oplegde vanwege machtsmisbruik rond Google Shopping. Dat was al de grootste boete ooit die het dagelijks bestuur van de EU voor een dergelijk vergrijp heeft uitgedeeld.

Directe aanleiding tot de Android boete zijn klachten van lobbygroep FairSearch, Disconnect Inc (adblockers), de Russische zoekreus Yandex een Portugese ontwikkelaar van apps.

De EU heeft een dezer dagen al wel bevestigd dat er een onderzoek loopt naar Android, maar wil niet op de conclusies vooruitlopen.

Wat de aanklacht inhoudt is niet bekend. Maar een heet hangijzer is het feit dat smartphonefabrikanten gedwongen worden om Android inclusief Google diensten af te nemen willen zij toegang krijgen tot de appwinkel Google Play. Afname zonder Google diensten is mogelijk, Android is immers open source software, maar dan wordt ook Google Play niet meegeleverd. Dat is weinig aantrekkelijk voor de meeste fabrikanten.

Voor Yandex is het een frustratie dat Google bij Android als standaard zoekmachine is ingesteld.

Het zou dus kunnen dat de commissie gaat eisen dat Google Play wordt ‘ontbundeld’. Of het panel de aanklacht reeds heeft beoordeeld, is volgens Reuters niet bekend.

Drie aanhoudingen in onderzoek naar online drugshandel

De verkoop van drugs via het darkweb gaat onverminderd door. Dinsdag zijn drie personen uit Amsterdam en Amstelveen in hun woningen aangehouden. Het Post/Pakket Interventieteam (P2it) kwam de verzending van verdovende middelen via reguliere postpakketten al enige tijd terug op het spoor.

Bij de doorzoekingen zijn diverse goederen in beslag genomen, waaronder 13.000 euro aan contanten en vijftien dure horloges. Ook is in een woning in Amsterdam een gaspistool, klapmes en een ploertendoder aangetroffen. Een van de garageboxen in Amstelveen was tot de nok toe gevuld met allerhande softdrugs en aanverwante benodigdheden voor de productie daarvan.

Het onderzoek 26Festus werd begin dit jaar gestart, onder gezag van het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie (OM).

Nederland is de grootste afzender van MDMA en XTC naar landen in de hele wereld. Criminelen gebruiken het reguliere bezorgproces van brieven en pakketten voor hun (online) handel in verdovende middelen.

 

Online ticketverkopers moeten onvermijdbare kosten opnemen in prijs

Online aanbieders van concert-, theater- en festivaltickets moeten zich aan de regels houden voor het duidelijk vermelden van prijzen. Verplichte kosten worden nog te vaak verzwegen. Dat constateert toezichthouder ACM.

Nu is het vaak zo dat er tijdens het boekingsproces nog allerlei verplichte kosten bijkomen voor de consument. Dit mag niet. De wet schrijft voor dat de aanbieder kosten die onvermijdbaar zijn in de basisprijs moet opnemen.
Verplichte kosten die gelden per boeking (dus niet per kaartje) moet de aanbieder bij de start van de boeking duidelijk vermelden. Kosten voor extra keuzemogelijkheden die niet verplicht zijn, mag de aanbieder later in het boekingsproces vermelden.

Duidelijke prijzen zijn niet alleen belangrijk voor consumenten, maar ook voor ondernemers die met elkaar concurreren, zegt Bernadette van Buchem, directeur consumenten van de ACM, in een toelichting.

De ACM heeft het thema ‘duidelijke tarieven en voorwaarden’ hoog op haar agenda staan. Met duidelijke prijzen kunnen consumenten producten en diensten eenvoudiger vergelijken.

Online aanbieders van tickets krijgen tot 1 oktober de tijd om hun praktijk aan te passen.

MKB niet voorbereid op nieuwe Europese privacywetgeving

De meerderheid van het MKB in Nederland is niet voorbereid op de nieuwe Europese privacywetgeving die volgend jaar mei van kracht wordt. De ondernemers zijn er simpelweg niet van op de hoogte.

Dat kan een kostbaar gebrek aan kennis worden, want de maximumboete kan oplopen tot vier procenten van de jaaromzet. Of twintig miljoen euro.

Vanochtend publiceerde MKB Servicedesk de resultaten van een onderzoek onder 3.200 MKB’ers. Daaruit blijkt dat twintig procent van de MKB-bedrijven wel maatregelen heeft genomen of gaat dat binnenkort doen. Zestig procent weet helemaal niet van de aanstaande veranderingen. Van het kleinbedrijf tot zes medewerkers wist zelfs driekwart van de respondenten van niets.

Ook elders in Europa gaat het overigens niet goed. Uit Belgisch onderzoek onder mkb-ondernemers bleek onlangs dat daar 84 procent niet op de hoogte was van de nieuwe privacyregels, aldus MKB Servicedesk.

Directeur Willem Overbosch: “Brussel heeft flinke boetes aangekondigd voor bedrijven die de wet niet naleven. Voor het bewaren en verwerken van klantgegevens gaan strengere normen gelden en worden er meer verantwoordelijkheden neergelegd bij bedrijven. Daarvoor zijn technische, administratieve en organisatorische maatregelen nodig.”

Zijn organisatie legt uit: “Klanten krijgen in de nieuwe wet steeds meer rechten. Denk hierbij niet alleen aan het recht op inzage en verwijdering, maar ook aan bijvoorbeeld het recht op dataportabiliteit. Hierbij kunnen klanten hun gegevens makkelijk opvragen om deze door te geven aan andere organisaties. Het recht op verwijdering wordt ook uitgebreider dan dat het nu is. Als een klant vraagt om verwijdering, moet je hier in de meeste gevallen binnen een maand gehoor aan geven.”

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), in het Engels: General Data Protection Regulation (GDPR), vervangt de Wet bescherming persoonsgegevens. In alle Europese lidstaten gaat dan dezelfde privacywetgeving gelden.

Foto: Marco Nürnberger (cc)

BREIN schikt met verkoper Filmspeler

De verkoper van de Filmspeler heeft een schikking getroffen met Stichting BREIN. De verkoper van de omstreden mediaspeler betaalt een ‘substantieel bedrag’ aan de piratenbestrijder.

De zaak, die handelt om de verkoop van mediaspelers met voorgeprogrammeerde software en verwijzingen naar ongeautoriseerde kopieën van entertainment, is onlangs voor het Europese Hof van Justitie gekomen. Dat oordeelde op vragen van de rechtbank Midden-Nederland dat het aanbieden van een dergelijke speler een zelfstandige openbaarmaking is en gebruikers daarmee ook strafbaar zijn.

Filmspeler maakte volgens BREIN structureel reclame voor de geschiktheid van de speler voor het bekijken van films, series en (live)streams van tv-kanalen.

Over het bedrag dat Filmspeler moet betalen is geen mededeling gedaan. In de meeste gevallen hebben verkopers 10.000 euro betaald.

​Inmiddels hebben tegen de 200 ​aanbieders van ‘inbreukmakende mediaspelers’ ​hun ​handel​ gestaakt.

Beslist.nl: ‘Google Shopping weg, verdubbeling bezoek en omzet’

Prijsvergelijker Beslist.nl verwacht dat zijn bezoekersaantallen en omzet omhoog spuiten zodra Google Shopping, gedwongen door de Europese overheid, verplicht zijn dominante marktpositie opgeeft.

“Ik kijk heel positief naar deze ontwikkeling en ben verheugd om weer een belangrijker rol voor webshops in Nederland te kunnen spelen”, aldus oprichter Kees Verpalen van Beslist.nl tegen Emerce.

Gisteren bepaalde de Europese Commissie dat Google onterecht zijn monopolie op de ene markt (generiek zoeken) heeft misbruikt om zich een monopolie op een andere markt te verschaffen (prijsvergelijkend winkelen). Concreet door Shopping promoveren in de algemene zoekresultaten en concurrenten te degraderen. Het team van eurocommissaris Margrethe Vestager achterhaalde dat de bést scorende concurrent van Shopping staat gemiddeld op pagina vier in Googles zoekresultaten.

Google krijgt een boete opgelegd van 2,4 miljard euro. Mocht het daar niet aan voldoen, dan gaat de teller pas echt goed lopen. Dan bedraagt de boete vijf procent van de omzet van moederbedrijf Alphabet per dag.

Verpalen: “Ik verwacht dat Shopping helemaal verdwijnt van de eerste pagina met algemene zoekresultaten. De meest gewenste situatie is een resultatenpagina met een gezonde mix van organische en betaalde resultaten”, zoals het was tot Shopping werd vastgeprikt bovenaan pagina één. “Nu pakken de afbeelding van Shopping zestig procent van het verkeer en tekstreclames de overige veertig procent. Een groot deel van dat bereik verdwijnt en kan deels weer naar vergelijkers.”

De Europese uitspraak is het resultaat van een proces van zeven jaar. “Het heeft lang geduurd en een deel van het leed is nu al geleden. Er zijn veel vergelijkend in Nederland en Europa gedecimeerd.”

Beslist.nl zelf heeft het verkeer aan zijn site sinds begin 2015 zien halveren tot driehonderdduizend bezoekers per dag. De ondernemer uit Arnhem hoopt nog voor de feestdagen van eind 2017 een deel van zijn oude positie in de zoekresultaten te hebben kunnen herpakken.

Het mogelijk is om Google in Nederland nu voor de rechter te dagen om geleden schade. Verpalen zegt dat dat op dit moment niet in zijn scope ligt.

De markt kijkt met interesse uit naar de uitspraak van de Europese Commissie rondom Android. Ook daar kan worden betoogd dat een monopolie op markt A, het mobiele besturingssysteem, onterecht wordt aangewend om een monopolie op te bouwen op markt B. Bijvoorbeeld met digitale, persoonlijke diensten voor eindgebruikers.

In zijn reactie op de Europese uitspraak gaat Google niet inhoudelijk in op het misbruik van zijn monopoliepositie. Het kiest de Amerikaanse marktvisie en stelt dat de eindgebruiker alleen maar profiteert van Googles werk.

EU-boete Google twee keer zo hoog als verwacht

Zoals verwacht heeft de Europese Commissie Google een boete opgelegd van 2,42 miljard euro, veel hoger dan de 1,1 miljard die in de wandelgangen werd genoemd. Google zou de populariteit van zijn zoekmachine hebben misbruikt om andere producten en diensten, zoals de prijsvergelijker Google Shopping, een voorsprong te geven op concurrenten.

De Europese Commissie vindt dat zowel aanbieders als de consument zijn benadeeld. In Europa vindt 90 procent van alle zoekopdrachten op internet via Google plaats. De zoekmachine domineert in alle 31 EU-landen.

Commissaris Margrethe Vestager schrijft: ‘Google heeft vele innovatieve producten ontwikkeld die ons leven hebben veranderd. Dat is een goede ontwikkeling. Maar Googles strategie voor prijsvergelijkingen ging meer om marktdominantie en dat is illegaal onder de Europese wetgeving.’ Het ontnam Europese consumenten een echte keuze in diensten.

De commissie acht bewezen dat het zijn eigen diensten (zoals Froogle, dat nu Google Shopping heet) voortrok wanneer consumenten de zoekmachine gebruikten om producten te vinden. Zeven bedrijven hebben klachten ingediend tegen Google, waaronder Yelp, Oracle en News Corp.

Als bewijs fungeren volgens de commissie documenten van zowel Google als concurrenten, analyses van 5,2 terabyte aan data (1,7 miljard zoeksessies), eigen experimenten en verkeersdata.

Google moet binnen negentig dagen stoppen met deze volgens de EU illegale activiteiten en concurrenten gelijke plaatsing geven, maar de verwachting is dat Google het besluit bij de hoogste rechter zal aanvechten.

Het bedrijf heeft zojuist al bij monde van jurist Kent Walker gereageerd en zegt het oneens te zijn met het besluit. Volgens Google hebben consumenten duidelijk laten blijken dat ze de voorkeur geven aan prijsvergelijkers die hen rechtstreeks naar producten leidt, niet naar weer een andere zoekmachine.

Het is in elk geval de hoogste boete ooit uitgedeeld door de Europese Commissie in een anti-trust zaak. De hoogste geldstraf tot was die van 1,1 miljard euro voor het bedrijf Intel.

Mogelijk volgen later dit jaar ook uitspraken in twee andere Brusselse mededingingszaken tegen Google, een rond het het advertentiebeleid van het internetbedrijf (AdWords) en Android, het besturingssysteem voor smartphones en tablets. De commissie heeft deze beide onderzoeken nu nog eens bevestigd.

 

Page generated in 1,029 seconds. Stats plugin by www.blog.ca