Content voor leadgeneratie: zo behaal je een hogere ROI [5 tips]

‘Content is king’, een veelgebruikt en ietwat gedateerde quote uit een essay van Bill Gates (1996). Fast forward naar 2019 en we kunnen stellen dat de quote van Bill Gates relevanter is dan ooit. Vandaag de dag kun je echter de quote het best veranderen naar ‘waardevolle content is king’. We worden namelijk overspoeld met […]

Content voor leadgeneratie: zo behaal je een hogere ROI [5 tips]

‘Content is king’, een veelgebruikt en ietwat gedateerde quote uit een essay van Bill Gates (1996). Fast forward naar 2019 en we kunnen stellen dat de quote van Bill Gates relevanter is dan ooit. Vandaag de dag kun je echter de quote het best veranderen naar ‘waardevolle content is king’. We worden namelijk overspoeld met […]

Je eigen tekst redigeren in 10 simpele stappen

Een blog, verkooppagina, offerte of socialmedia-post: je plaatst geen kladversie, maar je schaaft net zolang aan je tekst tot-ie ‘af’ is. In dit artikel een simpel stappenplan om je tekst te redigeren. Een goed afgewerkte tekst straalt uit: bedankt dat je deze tekst leest. En goed afgewerkt is belangrijker dan foutloos, tenzij je communicatiemedewerker of […]

Zo maak je jezelf onweerstaanbaar met copywriting [5 tips]

Column – Hallo onweerstaanbaar mensch! Feest. Yeah! Precies een jaar geleden schreef ik voor Frankwatching mijn eerste stuk aan jou over onweerstaanbaar zijn in je merk. Over hoe je met jouw woorden, op je site, in je blog en op social media mensen inspireert, verleidt en prikkelt. In dit artikel schrijf ik je graag wat wat mij […]

Hoe houd je de kwaliteit van je online content hoog?

Als content- of communicatieprofessional heb je waarschijnlijk regelmatig een werkdag als deze: een mailing uitsturen, een paar socialmediaposts online zetten, een nieuwsbericht op je website plaatsen en gelijk even de SEO invullen. Tussendoor vraagt je collega ‘of je dit bericht nog even snel kunt delen’ en reageer je op een aantal reacties op LinkedIn of […]

Hoe houd je de kwaliteit van je online content hoog?

Als content- of communicatieprofessional heb je waarschijnlijk regelmatig een werkdag als deze: een mailing uitsturen, een paar socialmediaposts online zetten, een nieuwsbericht op je website plaatsen en gelijk even de SEO invullen. Tussendoor vraagt je collega ‘of je dit bericht nog even snel kunt delen’ en reageer je op een aantal reacties op LinkedIn of […]

Cornerstone content & monsterblogs: daar maak je Google én lezers blij mee

Er zijn ondernemers die alleen op content inzetten. Er zijn ondernemers die geen idee hebben hoe. Er is een groep die er niet in gelooft. En er is een groep die het gewoon goed doet. Zij staan met hun bestseller content in de grootste bibliotheek ter wereld: Google. Waarom? Omdat ze de investering hierin terugzien […]

Big Brother vs. de pers: hoe bronbescherming onder druk staat en wat journalisten moeten doen

Het gebruik van geavanceerde digitale tools maakt het voor journalisten steeds moeilijker om de anonimiteit van hun bronnen te garanderen. Hoe heeft het zover kunnen komen? En wat kunnen journalisten doen om zich tegen digitale gevaren te wapenen? Job Boonstra zocht het uit.

“Ik zie niet in hoe we ooit een bron nog bescherming kunnen bieden.” Met die woorden waarschuwde Janine Gibson haar vakgenoten tijdens het International Journalism Festival in Perugia. Als onderzoeksjournalist bij de Guardian was ze verantwoordelijk voor het publiceren van een grote hoeveelheid van de documenten die Edward Snowden de NSA uit had gesmokkeld. “Ik denk niet dat we het privilege van de Vierde Macht hebben dat we vroeger wel hadden.”

Met deze bijna paranoïde en apocalyptische boodschap doelt Gibson op één van de meest fundamentele privileges van een vrije pers: de mogelijkheid om een bron anonimiteit te kunnen bieden en de vrijheid om informatie in te winnen en te publiceren. Het stelt journalisten in staat hun essentiële rol als waakhond te kunnen vervullen. Maar na ervaring met de publicatie van de Snowden-documenten is Gibson niet langer gerust op die bescherming.

Sleepwet

Ook in Nederland staat dit privilege hevig onder druk. Een belangrijke oorzaak is de hoeveelheid data die onze apparaten produceren en in sommige gevallen de identiteit van een bron kunnen prijsgeven. Volgens Huib Modderkolk, onderzoeksjournalist van de Volkskrant en verantwoordelijke voor de onthulling van de Cozy Bear-hack, vertelt ons online gedrag meer over een bron dan gedacht. “Stel dat jij een bron bent, we ontmoeten elkaar ergens en ik zou betalen voor de koffie. Die pinbetaling wordt ergens opgeslagen.”

Een ontmoeting met een bron laat veel meer digitale sporen achter dan veel journalisten beseffen. Zulke data, gecombineerd met kentekenregistratie, gps-locaties en camera’s op straat, kunnen belangrijke details over de identiteit van een bron geven.

Volgens Modderkolk zorgt ook de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, in de volksmond wel ‘sleepwet’ genoemd, voor meer risico: “vroeger was het wel eens handiger om om een wisselend vaste telefoonlijn op de Volkskrant-redactie te gebruiken omdat het bewerkelijk is om op al die lijnen een tap aan te vragen. Nu gaan die gegevens over een internetkabel en kunnen ze door een een filter van de inlichtingendiensten gaan.”

Nadenken over digitale veiligheid

“Misschien is het paranoia”, zegt Janny Groen, “maar mijn collega en ik zijn ooit tegelijkertijd, terwijl we thuis op andere computers werkten, hoofdstukken van ons boek kwijtgeraakt.” Groen schreef een boek over de vrouwen van leden van de Hofstadgroep, gebaseerd op vertrouwelijke gesprekken met ze.

Een concrete oorzaak voor het vreemde voorval heeft ze niet en de technische helpdesk van haar redactie kon geen oorzaken vinden, maar het heeft haar wel opnieuw doen nadenken over digitale veiligheid. “Ik ontmoet bronnen vaker face-to-face en zet dingen niet op m’n telefoon, maar op een fysiek kladblok.”

De veiligheidsdiensten hebben veel meer bevoegdheden onder de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zo mogen de diensten ongericht surveilleren in gevallen van nationale veiligheid. Hierdoor kunnen de AIVD en MIVD grote hoeveelheden data in één keer opvissen. Enkele wijzigingen die ingevoerd zijn na het sleepwet-referendum en journalisten beter moeten beschermen, voorkomen niet dat gesprekken tussen journalisten en bronnen als bijvangst worden opgevist.

Dat de toegenomen technologische ontwikkelingen zorgen voor meer risico’s, merkt ook Bart Mos. De Telegraaf-journalist werd in 2006 door justitie in gijzeling genomen omdat hij en collega Joost de Haas weigerden hun bron prijs te geven. “Die technologische ontwikkelingen zorgen er nu al voor dat bronnen drie keer moeten nadenken voordat ze een journalist benaderen. Het is zo geavanceerd dat het alleen maar belangrijker wordt om bij explosieve dossiers geen enkel elektronisch middel te gebruiken in je contact met bronnen.”

Maar naast de kans op datalekken is er een tweede factor: gebrek aan toezicht bij het Openbaar Ministerie.

Mismatch

Dat het in veel gevallen kinderspel is om achter de bron van een journalist te komen, bleek vorig jaar toen bleek dat het OM op onrechtmatige wijze de telefoongegevens van verslaggever Jos van de Ven had verkregen. Van de Ven wist op basis van anonieme bronnen te melden wie de volgende burgemeester van Den Bosch zou worden – een verkiezing die normaliter achter gesloten deuren plaatsvindt. Door de telefoongegevens wist het OM al snel wie de bron was geweest.

In dezelfde periode legde het OM in Rotterdam beslag op de telefoondata van journalist Joey Bremer in een poging zijn bronnen te achterhalen en fotograaf Chris Keulen werd een aantal uur vastgezet omdat hij zijn camera niet wilde afgeven. Er zouden foto’s op hebben gestaan van een vechtpartij tussen een actievoerder en een Amerikaanse militair in burgerkleding

“Er is een behoorlijke mismatch tussen het toezicht op de AIVD versus toezicht op politie en OM als het gaat om het plaatsen van taps op journalisten”, zegt Modderkolk. “De gijzeling van Bart Mos en Joost de Haas is een les geweest voor de AIVD, want ze zijn toen heel ver gegaan om de bron van de journalisten te achterhalen.” De gijzeling van Mos en De Haas was tevergeefs; de journalisten bleven weigeren hun bron te onthullen en werden na enkele dagen vrijgelaten.

Met intreding van de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is toezicht op de geheime dienst goed verankerd. “De politie en het OM lijken lichtzinniger over te gaan tot het tappen van journalisten. En de controle daarop is veel minder groot.”

Twee tips over hoe om te gaan met de toenemende online risico’s

1. Wees bewust van digitale gevaren

Allereerst is het belangrijk om te bedenken dat geen enkel spoor achterlaten nooit mogelijk is. Modderkolk: “Ik ga er altijd vanuit dat er mensen zijn die mijn informatie willen. En dan kijk ik per geval hoe erg het is als bepaalde informatie weg lekt. Je moet soms dus per persoon of per bron bekijken welke maatregelen nodig zijn.”

Dat niet iedere journalist zich daarvan bewust is, toont Hassan Bahara. Voor de Volkskrant doet hij verslag van extreemrechts en islamitisch extremisme. “De meeste journalisten weten zo weinig over hoe lek onze communicatiekanalen zijn. Daar moeten we echt nog een inhaalslag in maken. Mijn collega Annieke Kranenberg zijn met hele kwetsbare dingen bezig en dan moet je wel voorzichtig omgaan, maar ik weet van heel veel collega’s die op manieren communiceren…” Hij slaakt een zucht en vervolgt: “als iemand handig met een computer kan zijn, kan ‘ie heel veel dingen achterhalen.”

Volgens Bahara moeten redacties meer moeten investeren in aandacht voor digitale veiligheid bij hun verslaggevers. “Dan gaat het om welke versleutelde apps je gebruikt om te communiceren, het afschermen van e-mailaccount, of het gebruiken van password managers.”

Een voorbeeld is de New York Times, dat een veiligheidsspecialist die ervoor zorgde dat klokkenluiders via speciale versleutelde kanalen op een veilige manier journalisten kunnen benaderen en documenten kunnen uitwisselen. Zulke investeringen hebben zelfs de potentie zichzelf terug te verdienen omdat het media een competitief voordeel geeft ten opzichte van concurrerende media.

2. Bouw een veiligheidsarsenaal op

Julia Angwin is journalist voor ProPublica en deed veel onderzoek naar digitale veiligheid voor journalisten. Ze adviseert om als eerst een paar essentiële stappen te zetten, zoals het updaten van verouderde software en het het gebruiken van complexe en unieke wachtwoorden. Het is laaghangend fruit, simpele stappen die eigenlijk iedereen met een internetverbinding zou moeten doen.

Daarnaast adviseert ze journalisten om een veiligheidsarsenaal op te bouwen en een playbook te bedenken voor verschillende scenario’s waarin vertrouwelijk materiaal of anonieme bronnen voor komen.

Denk aan het gebruiken van een VPN-verbinding of de Tor-browser, zaken die internetverkeer versleutelen en maskeren. Ook archaïscher maatregelen als bellen via wegwerp telefoons, of elkaar alleen face-to-face spreken kunnen hierbij helpen.

Kat en muisspel

Digitale veiligheid en bronbescherming is een kat en muisspel en journalisten moeten nieuwsgierige partijen te slim af zijn. Het is complex en tijdrovend, maar essentieel voor het behoud van het privilege en recht van journalistieke bronbescherming.

Modderkolk: “Misschien denk je dat digitale veiligheid niet zo belangrijk is als je over landbouw schrijft, maar je kunt niet weten wat de gevolgen voor iemand zijn. Zeker niet als je wat dieper graaft.”

Job Boonstra

Het artikel Big Brother vs. de pers: hoe bronbescherming onder druk staat en wat journalisten moeten doen verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Wat kan journalistiek met theater?

In de zoektocht naar innovatieve verhaalvormen, experimenteren journalisten met performance en theater. Wat levert dit op?

Journalistiek en theater vloeien soms samen en dat levert spannende manieren op om met nieuws om te gaan, want hoe objectief ben je nog, hoe feitelijk is je informatie en heb je als theatermaker voldoende afstand als je zowel het feitelijke verhaal als de emotionele beleving eigen maakt? Theater verrijkt de nieuwsgaring, de journalistieke analyse en verbetert de relatie met het publiek.

Hoe kwam je in de Middeleeuwen aan nieuws? Door te luisteren naar rondreizende theatergezelschappen – entertainers, activisten en journalisten ineen. Bij nieuws denken we vooral aan traditionele vormen: krant, radio, tv en digitaal nieuwsplatform. Toch zijn er veel meer artistieke manieren om nieuws te maken en te delen, theater is daar een van. In 2018 toerde het Britse Bureau of Investigative Journalism bijvoorbeeld door het land met het theaterstuk Refuge Women naar aanleiding van onderzoek naar de verminderde overheidssubsidie voor hulp bij huiselijk geweld.

Drie vormen van journalistiek theater

Onderzoeker Jorge Marinho onderscheidt drie vormen van theater die een link hebben met journalistiek: (1) livejournalistiek, (2) documentairetheater en (3) verbatimtheater.

(1) Bij livejournalistiek vertellen mensen (niet per se acteurs) hun ‘waargebeurde’ verhalen vanaf een podium, met daarbij nauwelijks journalistieke interventie. Dat roept inderdaad vragen op over de mate van objectiviteit – het zijn persoonlijke verhalen.

Maar livejournalistiek gaat ook over journalisten die het podium betreden en door middel van allerlei media hun verhaal vertellen – zoals het Bureau of Investigative Journalism, of zoals De Balie Live Journalism uitkomsten van journalistiek onderzoek over de groeiende kloof tussen arm en rijk in Amsterdam presenteerde in de theatervoorstelling Keihard werken, maar amper rondkomen.

(2) In documentairetheater is een theaterstuk gebaseerd op een sociale werkelijkheid die zowel relevant is voor de spelers als het publiek. Theatermakers schrijven het stuk vooraf en baseren dat op wat ze dagelijks meemaken en op verifieerbare documentaire bronnen.

Regisseur Kees Roorda reconstrueerde hoe de 17-jarige Rishi Chandrikasing op perron vier van station Den Haag Hollands Spoor werd doodgeschoten door een politieagent in 2012 en vertolkte dat onderzoek in het veelgeprezen theaterstuk Rishi, uit 2018.

Annet Henneman van het Italiaanse gezelschap Teatro Di Nascosto  bereidt haar reportagetheater voor met bronnenonderzoek, waarbij ze nauw samenwerkt met journalisten. Ze werkt samen met lokale acteurs in Iran, Irak, Syrië, Palestina en Jordanië. In Irak haalde ze in de weken voor een voorstelling door middel van improvisatie-theater verhalen op uit de dagelijkse levens van de acteurs – dan gaat het over ingrijpende zaken – vrijwel iedereen in Basra heeft familieleden verloren bij bombardementen – en over dagelijkse beslommeringen, zoals het smerige drinkwater of de elektriciteitsstoringen. Vervolgens wordt het stuk op een herkenbare manier gespeeld in een publieke ruimte, zoals in het project –The Catwalk, dat onder andere vertoond werd in een winkelcentrum in Basra. Doordat het geen journalistiek heet, omzeilt het gezelschap op een effectieve manier eventuele censuur.

(3) In verbatimtheater, ten slotte, worden dialogen en teksten woordelijk uitgespeeld vanaf het podium. Deze vorm is voor journalisten misschien wel het meest herkenbaar, omdat de feitelijkheid ervan goed controleerbaar is.

Voor Guardian-journalist Richard Norton-Taylor is verbatimtheater een verlengstuk van journalistiek, waarbij complexe zaken vanaf het podium veel beter kunnen worden uitgelegd.

In deze categorie valt ook de manier waarop journalisten van de Leeuwarder Courant samenwerkten met het Friese theatergezelschap Tryater aan het project Wereldburgers van de Voorstreek. Gezamenlijk interviewden ze ondernemers uit De Voorstreek, een winkelstraat in Leeuwarden. Volgens journalist Kirsten van Santen zorgde de manier van werken voor een betere kwaliteit van de artikelen: “We hebben on-journalistiek veel tijd genomen voor de gesprekken. De interviews regisseerden we niet als journalisten, maar we lieten de onderwerpen op ons afkomen.” Het project resulteerde in een theatervoorstelling, magazine, website en podcast.

Amerikaanse voorbeelden

Ook de ervaringen van het Amerikaanse onderzoeksjournalistieke bureau ProPublica Illinois wijzen erop dat theater verrijkend is. Door middel van theaterworkshops kwamen journalisten op een nieuwe manier in aanraking met lokale gemeenschappen, waardoor er niet alleen een vertrouwensband ontstond, maar ook veel beter begrip van wat in deze gemeenschappen speelt, schrijft Natalie Escobar, een van de betrokken journalisten.

Hoofd-digitaal van de Financial Times Robin Kwong heeft een verwante ervaring met het project Contemporary Narratives Lab waarin hij (onder andere) journalistieke transcripten aan artiesten geeft om daarvan een spoken-word of rap te laten maken. Volgens Kwong werkt zo’n performance verrassend verhelderend en zorgt het ervoor dat journalisten nieuwe inzichten krijgen in onderzoeken die ze uitvoeren.

Theater lijkt bovendien een brugfunctie te hebben tussen journalistiek en publiek, volgens de onderzoekers Ori Tenneboim en Natalie Stroud van de University of Texas at Austin. Op basis van hun analyse van het theaterproject StoryWorks van Reveal, onderdeel van het Amerikaanse Center for Investigative Reporting (CIR), concludeerden ze dat publiek actuele onderwerpen na theaterbezoek veel beter begrijpt, bovendien kan theater ertoe bijdragen dat publiek de taak van de journalistiek als relevanter ervaart.

Kortom, theater kan voor een journalistiek medium een verrijking zijn (1) in de nieuwsgaring, waarbij journalisten meer inzicht krijgen in problematiek en beter contact leggen met gemeenschappen; (2) in de analyse, waarbij de nieuwe vorm waarin feiten gepresenteerd worden tot nieuwe inzichten kan leiden; en (3) in de publicatievorm, waardoor nieuw publiek bereikt kan worden, en waardoor publiek op een nieuwe manier kennismaakt met journalistiek en het belang van gedegen onderzoek.

Marlies Haitsma maakte voor haar afstudeerproject aan de Christelijke Hogeschool Ede de journalistieke theaterproductie ‘Niemand Is Immuun’ in samenwerking met De Gelderlander, De Voedselbank Ede en een gezelschap van amateurspelers.
Wil je de voorstelling bijwonen? Dat kan op 3 juni om 19.30 in de Voedselbank te Ede. Je kan je hier inschrijven.

Marlies Haitsma, Stijn Postema

Het artikel Wat kan journalistiek met theater? verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Tien handige tips voor elke beginnende datajournalist! (of cijfers nu wel of niet ‘zeg maar helemaal je ding’ zijn)

LocalFocus-numbercruncher Yordi Dam gaf maandag 29 januari een workshop datajournalistiek voor de ZZPeer Academy. Dit is een reeks journalistieke masterclasses speciaal voor ZZP’ers. Hij gaf tien handige tips voor elke (beginnende) datajournalist. Van de woordkeuze bij verzoekjes tot methodologische missers.

Tip 1: Vraag – als je een verzoek indient bij een woordvoerder – nooit om ‘(onderliggende) data’

Het woord ‘data’ klinkt eng, Cambridge-Analytica-esque en riekt naar privacyschending. Is natuurlijk helemaal niet zo, maar dat weten zij niet. Vraag om een tabel, spreadsheet, overzicht, lijst, of cijferreeks.

Tip 2: Bekijk altijd eerst de kolomtitels in je dataset: wat is wat?

Doe dit voordat je gaat numbers crunchen. Op basis van de kolomtitels kun je namelijk zien wat er in je dataset zit en ontdek je meteen welke vragen je ‘aan’ de dataset kunt stellen. Het maakt niet uit of je nou vijf of vijftigduizend rijen in je dataset hebt, de vragen blijven hetzelfde.

Tip 3: Probeer altijd drie ‘soorten cijfers’ te verzamelen/te berekenen

Komen ze:

  1. absolute aantallen
  2. relatieve cijfers, bijvoorbeeld het aantal per duizend inwoners
  3. de procentuele ontwikkeling (nieuw-oud/oud*100. Haal je havo 4-economieskills weer even naar boven)

Deze drie variabelen bieden je alle handvatten voor een compleet bericht.

Tip 4: Staat je tabel in een pdf-bestand? Huilon. But there’s an app for that!

Tik geen cijfers handmatig over, maar gebruik een tool als Tabula om supereenvoudig tabellen uit pdf’s te ‘scrapen’ en om te zetten in een csv-bestand (dat je vervolgens kunt openen in Excel)

Tip 5: Ben je op zoek naar data, maar is er geen tabel voorhanden? Check of er iets gemeld wordt

Als iets ergens wordt gemeld, wordt deze info mogelijk ook ergens opgeslagen. Denk aan verkeersinformatiemeldingen of inspectierapporten.

Tip 6: Wil de bronhouder geen cijfers leveren? Kijk dan of die organisatie moet rapporteren

Veel organisaties moeten rapporteren aan een hoger orgaan, bijvoorbeeld een ministerie. Daar kun je de cijfers opvragen: gewoon met een mailtje of belletje, of via de wob (wet openbaar bestuur).

Tip 7: Cijfers zijn relatief makkelijk te wobben. Probeer het eens!

Okay, het gaat lang niet altijd goed en sommige processen duren vreselijk lang. Maar de zwartste scenario’s – volledig zwartgelakte documenten – hebben we met LocalFocus nauwelijks meegemaakt. We gebruiken met LocalFocus tegenwoordig een ‘standaardwob’ die we qua opzet hergebruiken en qua inhoud aanpassen. Best wel effectief!

Tip 8: Dubbelcheck uitschieters

Is iets ‘too good to be true’? Die extreme stijging, of die heftige outlier, bijvoorbeeld? Check altijd eerst of er niet een suffe statistische oorzaak is zoals een methode- of definitiewijziging. Bel dit desnoods even na. Je wilt immers niet dat je knaller van een nieuwskop onderuit gehaald wordt door een methodologische misvatting.

Tip 9: Ga tussentijds visualiseren!

Zet je cijfers ook voordat je gaat publiceren om in staafjes, bollen, lijnen, kleuren en vlakken. Dit helpt je om snel antwoorden te vinden op de vragen die je ‘aan’ je dataset hebt gesteld. Gebruik visualisaties dus als analysetool.

Tip 10: sharing = caring

Je hoeft niet alle facetten van datajournalistiek even goed te beheersen (ik kan bijvoorbeeld voor geen meter programmeren). Als je maar wél weet wat de mogelijkheden zijn: there’s always a nerd nearby!

Heb jij zelf nog handige datadingentips? Stuur dan een mailtje naar yordi@localfocus.nl.

Yordi Dam

Het artikel Tien handige tips voor elke beginnende datajournalist! (of cijfers nu wel of niet ‘zeg maar helemaal je ding’ zijn) verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Met deze 6 simpele tips kan elke journalist veilig werken op internet

Voor journalisten is het heel belangrijk om zonder pottenkijkers te communiceren met informanten. Bronnen verschaffen hen vaak gevoelige informatie en het zou tot grote consequenties kunnen leiden als deze in de verkeerde handen valt. Ook kan het van belang zijn om internet te gebruiken zonder sporen achter te laten. Maar hoe doe je dat? John Mason geeft 6 eenvoudige tips, zodat elke digibeet veilig het internet kan  gebruiken.

Of het nou gaat om de roddelpers of onderzoeksjournalistiek, het is de taak van elke journalist om de privacy van zijn bronnen te waarborgen. Bovendien zijn nieuwsmedia  invloedrijk in het publieke debat, waardoor journalisten wel eens het slachtoffer worden van cyberaanvallen.

Als journalist hoor je te weten hoe je je veilig op het internet kunt geven, zonder sporen achter te laten en  zonder bronnen in gevaar te brengen. Het probleem is dat veel journalisten niet de technologische knowhow hebben om de online privacy van zichzelf, en daarmee ook hun bronnen, te waarborgen.

Maar niet gevreesd. Deze 6 tips voor veilig browsen zijn zelfs voor digibeten gemakkelijk toepasbaar en zullen onmiddellijk je online privacy verhogen.

TIP 1: Maak gebruik van versleutelde communicatie (encrypted communication)

Voor een journalist is het essentieel om toegang te hebben tot private en veilige communicatie. De meeste populaire communicatiemedia hebben privacy-instellingen. Begin met deze aan te zetten als je dat nog niet hebt gedaan.

Maar deze communicatiemedia versleutelen bijna nooit de verstuurde tekst- of chatberichten. Een app die dit wél doet is bijvoorbeeld Signal. Deze app staat je toe wereldwijd groepsberichten, video- en audioberichten, foto’s en documenten te versturen, alles versleuteld met end-to-end encryption.

TIP 2: Gebruik een anoniem e-mailadres

E-mails zijn een tweede punt van zorg als het gaat om online privacy. Het is belangrijk om te weten dat de meeste e-mailproviders alles behalve veilig zijn. Niet alleen worden je berichten per definitie niet versleuteld, ze kunnen zelfs bekeken worden door de bedrijven achter de providers zelf.

Ik zeg niet dat het bedrijf van jouw e-mailaccount je privacy niet respecteert. Maar voor de gemoedsrust zou je anonieme e-mail kunnen overwegen.

Er zijn meerdere manieren om anonieme mails te sturen, maar de meest duurzame methode is om gebruik te maken van een private e-maildienst. Een voorbeeld is ProtonMail. Dit Zwitserse bedrijf biedt een private e-maildienst met end-to-end encryption. Met de overzichtelijke interface is de dienst zelfs voor de grootste digibeten gemakkelijk in gebruik.

TIP 3: Neem een VPN

Een VPN (Virtual Private Network) beveiligt je internetverbinding door je data te versleutelen en je echte IP-adres te verbergen. Dit voorkomt dat hackers jouw websitebezoeken terug kunnen leiden naar jouw computer.

Maar neem geen genoegen met zomaar een VPN. Voor gratis VPN’s moet je oppassen. Ze staan erom bekend jouw data door te verkopen in ruil voor hun diensten, wat nogal in strijd is met hun oorspronkelijke doel als VPN.

Zoek naar VPN’s die bekend staan om kun kwaliteit en veiligheid. Deze website met VPN reviews kan je daarbij helpen.

TIP 4: Beheer je wachtwoorden goed

Ik zie je al met je ogen rollen, maar er ís een reden dat dit zo vaak herhaald wordt: De meeste mensen gebruiken geen sterke wachtwoorden.

Veelgehoorde smoesjes: Ze zijn lastig te onthouden of het verzinnen ervan vereist te veel creativiteit. En stel dat je het verfomfaaide papiertje verliest waar je het wachtwoord op hebt geschreven of iemand anders ontfutseld het wachtwoord dat je ooit in de notitieapp van je telefoon had opgeslagen?!

Dit is dus waarom het gebruiken van een wachtwoord-manager (password manager) cruciaal is. Deze apps bewaren niet alleen je wachtwoorden op een veilige plek, ze verzinnen ze zelfs voor je! Kijk hier voor de beste wachtwoord managers.

Zorg er wat betreft wachtwoorden ook voor, dat je 2-factor authorization (2FA) inschakelt. Door een extra veiligheidscode te eisen voorkomt dit dat hackers bij je accounts kunnen, zelfs als ze op een of andere manier toch je wachtwoord in handen krijgen.

TIP 5: Vervang je huidige browser door TOR

Het zal je vast niet zijn ontgaan dat populaire browsers geld verdienen aan doelgerichte, op jou afgestemde advertenties. Dit doen ze  door je online activiteit te tracken. Het bedrijf achter je browser (denk aan Google van Chrome) weet zo niet alleen waar je naar zoekt, maar ook wie je bent, waar je bent en wie je kent. Dit is uiterst problematisch als je je online privacy wil waarborgen.

Het is daarom meer dan aan te raden om je huidige browser te vervangen door een private, zoals TOR (The Onion Network). Deze browser waarborgt je privacy door je data te verpakken in meerdere encryptielagen en rond te sturen via verschillende servers, voordat het eindelijk aankomt op de server van bestemming.

Dat TOR een private browser is betekent echter niet dat hij per definitie ook veilig is. Terwijl jij TOR gebruikt om je data te versleutelen, doet de website die je bezoekt dat wellicht niet. Dan is jouw moeite ineens voor niets.

Maar niet getreurd, hier is een lichtpuntje: je kan TOR gebruiken in combinatie met een compatibele VPN om zowel privacy als veiligheid te garanderen voor je online data.

TIP 6: Vermijd publieke wifi-hotspots

Denk voortaan twee keer na voor je een publieke wifi-hotspot gebruikt voor je telefoontjes, chats en mailtjes. Publieke wifi is buitengewoon handig, maar allesbehalve veilig.

Doordat zo’n netwerk doorgaans onversleuteld is, wordt het een gemakkelijk doelwit voor MitM-aanvallen. Daarnaast ben je zonder dat je het weet verbonden met een malafide netwerk, dat alleen maar pretendeert de legitieme te zijn.

Dat gezegd hebbende: als je alle bovenstaande dingen navolgt komt het vast goed. Zorg er vooral voor dat je VPN aanstaat als je bezig bent.

Tot slot

Journalisten behoeven uiterste privacy om hun taken vrij en onafhankelijk te kunnen vervullen. Het bovenstaande lijstje zal je helpen om veilig te blijven in je dagelijkse internetactiviteiten.

Versleutel je communicatie en gebruik een anonieme e-mail. Neem een VPN om je online data te beveiligen en koppel het aan TOR om je internetverkeer privé te maken.

Bescherm je wachtwoorden met een wachtwoord-manager en vergeet 2FA niet in te schakelen. Pas op publieke wifi-netwerken in de Starbucks of je hotel, tenzij je de bovenstaande stappen nauwkeurig hebt gevolgd.

Als je veilig wil zijn van hackers, zul je in hun huid moeten kruipen en denken zoals zij. Blijf dus altijd op zoek naar openingen in je privacy.

Dit artikel is uit het Engels vertaald door Sarah Sramota.

John Mason

Het artikel Met deze 6 simpele tips kan elke journalist veilig werken op internet verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Leuk hoor, die parodie van LuckyTV over Kees van der Staaij. Maar is dat wel toegestaan?

Lachen, gieren, brullen, die LuckyTV-parodie van de zingende de SGP-voorman Kees van der Staaij. Maar de maker van de oorspronkelijke filmbeelden is boos, want hem is niks gevraagd. Mag dat eigenlijk zomaar, beelden zonder toestemming gebruiken voor een parodie?

LuckyTV maakte een parodie op een filmpje waarin Van der Staaij zingt. Cees van der Wal, de maker van het filmpje dat door Lucky TV is gebruikt om Kees van der Staaij te bekritiseren vanwege zijn ondertekening van de Nashvilleverklaring, is boos. Dit gaat te ver, vindt hij.

Auteursrecht

Maker Cees van der Wal heeft het auteursrecht op zijn beelden. Daar zijn ze voldoende creatief voor.

Dit geeft hem het uitsluitend recht zijn video openbaar te maken of te verveelvoudigen. Behoudens beperkingen bij wet gesteld.

Parodie

De parodie is zo’n beperking die in de wet staat. Wanneer mag je zo’n filmpje als nu van LuckyTV als parodie betitelen?

  • Het moet wat grappigs hebben
  • Er mogen geen concurrentiebedoelingen zijn
  • Er mag geen verwarringsgevaar ontstaan
  • Het mag geen reputatieschade opleveren

Humor is smaakgevoelig. Dat Van der Wal het niet grappig vindt, doet er daarom helaas niet toe. Dick Bruna kon om dezelfde reden ook niet optreden tegen parodieën op Nijntje, zoals Nijn-eleven en Lijntje.

Deze parodie levert geen reputatieschade voor Van der Wal op en sprake van concurrentie of verwarring is er al helemaal niet. Er is hier daarom sprake van een toelaatbare parodie.

 

Parodie op een portret

Een parodie op portretten bestaat eigenlijk niet. In elk geval niet zo letterlijk als dat voor het auteursrecht in de wet staat.

Maar: bij een portret geldt dat iemand zich tegen de openbaarmaking daarvan kan verzetten, als hij/zij daar een redelijk belang bij heeft. Wat we misschien als een parodie op een portret zouden zien is soms best mogelijk, alleen noemen we het geen parodie.

Een ‘parodie’ van een persoon, is bijvoorbeeld meestal niet toegestaan als het in reclame wordt gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan PicNic/Max Verstappen, Katja Schuurman/iLocal, Balkenende/Kijkshop.

Er moet een afweging gemaakt worden tussen het belang van de geportretteerde en het belang van de partij die de parodie maakt. Meestal een afweging tussen privacy en de vrijheid van meningsuiting.

Deze blogpost is eerder gepubliceerd op het weblog van Charlotte’s Law & Fine Prints.

Charlotte Meindersma

Het artikel Leuk hoor, die parodie van LuckyTV over Kees van der Staaij. Maar is dat wel toegestaan? verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Dit zijn volgens Henk Blanken de beste boeken die in 2018 door journalisten zijn geschreven

Nog op zoek naar een goed boek om de feestdagen door te komen? Henk Blanken, schrijver van het Handboek Verhalende Journalistiek, weet er nog wel een paar. Hij geeft drie tips van boeken die in 2018 zijn geschreven door journalisten.

Tip 1: Jij bent van mij (Peter Middendorp)

De roman Jij bent van mij, geschreven door Peter Middendorp, is het briljant gecomponeerde en in de taal van een meesterstilist gevangen verhaal waarin iedereen de verkrachting en moord op Marianne Vaatstra herkent, totdat de romanpersonages onder je huid gaan zitten en het boek je onherroepelijk naar de strot grijpt.

Tip 2: Ongelofelijk (Yvonne Zonderop)

Yvonne Zonderop schreef met Ongelofelijk een essayboek dat je van haar – al lang niet meer katholiek en nog wel links – niet verwachtte, Een pleidooi religie weer serieus te nemen, omdat we er nu eenmaal van gemaakt zijn. En een ontmaskering van het onvermogen van de linkse kerk.

Tip 3: Wij, de mens (Frank Westerman)

Frank Westerman laat met Wij, de mens opnieuw zien dat hij de belangrijkste verteller van literaire non-fictie is. Het ogenschijnlijke gemak van zijn stijl en zijn mateloze nieuwsgierigheid zijn jaloersmakend. Zijn onderwerp, een reis naar de oorsprong van de mens, past hem als geen ander.

Bonustip: Het litteken van de dood (Onno Blom)

Vooruit, nog een tip, omdat het zo’n goed boek is, hoewel niet in 2018, maar eind 2017 gepubliceerd. Onno Bloms biografie van Jan Wolkers, Het litteken van de dood, voldeed niet aan de wetenschappelijke vereisten die aan Bloms proefschrift werden gesteld, maar leest geweldig. Dankzij Wolkers, die geen onderscheid maakte tussen leven en werk. En Blom, die dat wist te waarderen. Dik duizend niet weg te leggen pagina’s.

Henk Blanken

Het artikel Dit zijn volgens Henk Blanken de beste boeken die in 2018 door journalisten zijn geschreven verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Voor een goed maatschappelijk debat moeten we ‘framing’ omarmen in plaats van gebruiken om tegenstanders weg te zetten als leugenaars

Waarom en hoe we frames moeten omarmen.

De voornaamste taak van de journalist is het zo waarheidsgetrouw en objectief mogelijk weergeven van feiten. Maar er is niet iets als één objectieve waarheid, stelt Baldwin van Gorp, internationaal expert op het gebied van framing. Hij legt uit waarom het goed is om het concept framing te omarmen, in plaats van het te gebruiken om tegenstanders te betichten van leugens.

Eind september las ik iets over Wout van Aert en, zo schreef de journalist, iedereen weet wat daarmee aan de hand is “tenzij je de voorbije weken op Mars verbleef”. Omdat ik inderdaad niet wist wat er met de wielrenner aan de hand was, vroeg ik me af wat ik uit die vaststelling moest afleiden.

In ieder geval vind ik het een goed idee om regelmatig vanop afstand en totaal onbevooroordeeld naar wat er in de wereld gebeurt te kijken. Het is een van de trucjes die ik bewust toepas in mijn onderzoek naar de manier waarop in de samenleving betekenis tot stand komt.

Verschillende werkelijkheden

Naast mijn Martiaanse afkomst ben ik ook een volbloed constructionist. Het constructionisme bestudeert de interactie en de communicatie tussen mensen waardoor de sociale werkelijkheid vorm krijgt. Op die manier ontstaan er verschillende werkelijkheden die onze gedachten en gedragingen sturen.

Dit is in tegenspraak met mensen die vinden dat er maar één werkelijkheid bestaat. Zij vinden dat het onder meer de taak van journalisten is om over die ene werkelijkheid op een objectieve manier verslag uit te brengen, op basis van geverifieerde feiten. Doen ze dat niet dan brengen ze fake news, zijn ze aan het framen of zijn ze linkse dan wel rechtse propagandisten.

Als constructionist en Martiaan, maar vooral op basis van mijn onderzoek naar de framing van tientallen maatschappelijke onderwerpen, vind ik: zou het niet goed zijn als we met z’n allen het concept framing omarmen in plaats van het te reserveren om tegenstanders weg te zetten als leugenaars?

Frames factchecken is lastig

Er zijn feiten en er zijn frames. Over feiten is het mogelijk te bepalen of ze kloppen of niet. Frames factchecken is veel lastiger, omdat ze tegelijk waar en niet waar zijn. Frames zijn nochtans belangrijk, omdat ze betekenis verlenen aan de feiten. Beter, maar daarom niet gemakkelijker, is het om de verschillende denkbare frames in kaart te brengen. Een frame is per definitie een keuze en dus zijn er altijd alternatieven. Naargelang het gekozen frame ziet de werkelijkheid er heel anders uit.

Wat inderdaad helpt, is het standpunt van een Marsbewoner in te nemen. Er zijn talloze voorbeelden te bedenken. Neem bijvoorbeeld de situatie waarbij iemand om religieuze redenen weigert om iemand anders de hand te schudden. De Marsbewoner zal vaststellen dat mensen verschillende manieren hebben om elkaar te begroeten, onder meer de hand reiken en schudden, zoenen, omhelzen of met een hoofdknik. Het verschil tussen de omgangsvormen is de mate van aanraking. Dat zijn de empirisch waarneembare feiten.

In beide gevallen gaat de betekenis die men eraan hecht veel verder dan de reële aanraking die de Martiaan empirisch kan vaststellen. Daardoor is het niet meer mogelijk te bepalen wie objectief gezien gelijk heeft. Vanuit een Westers perspectief bekeken, is elkaar de hand geven een teken van wederzijds respect. Vanuit het perspectief bekeken van bepaalde stromingen in de islam en het jodendom is het aanraken van de hand van iemand van het andere geslacht een teken van respectloosheid ten aanzien van de eigen partner. Het gaat in beide gevallen dus over respect. De gevolgde redenering verloopt echter anders.

De samenleving in een kramp

Associaties en gevolgtrekkingen die uit de betekenisgeving voortvloeien, vormen een bron van interculturele conflicten waarbij er zware verwijten en dito eisen klinken: Zwarte Piet is een racistisch personage en moet van het toneel verdwijnen, hoofddoeken moeten verboden worden, want het symboliseert de islamitische onderdrukking van de vrouw, ‘blanken’ moeten zich voortaan ‘witten’ noemen, want een ‘blanke’ stelt zich superieur op enzovoort.

De constructionist in mij ziet daarbij drie mogelijke manieren om met dergelijke lastige discussies om te gaan:

Een eerste, vaak voorkomende reactie is de volgende: de tegenpartij stelt de situatie (bewust) verkeerd voor en is daarom aan het framen: ‘Ik frame niet, want ik heb gelijk.’

De tweede mogelijkheid is delicater. Niet de persoon die iets zegt of doet bepaalt wat de betekenis daarvan is, maar de andere partij, of zelfs een buitenstaander. Iemand zegt iets, en hoe goed bedoeld ook, of al was het een grap, als de andere partij het als bijvoorbeeld racistisch bestempelt dan ís het racistisch (of seksistisch, discriminerend …). Beide mogelijke reacties hebben bijkomende consequenties. Ze dragen namelijk bij aan de polarisering in de samenleving. Er is een bitsig debat, waarbij niemand wil toegeven, want vanuit hun perspectief bekeken hebben ze gelijk. Bijkomend is er een grote groep die zich er niet meer durft of wil over uitspreken. Gevolg: de samenleving schiet in een kramp, en alleen de uitersten van het spectrum spreken zich nog uit, roepen naar elkaar over de hoofden van de zwijgende meerderheid heen.

Verder zijn er instanties die het zekere voor het onzekere nemen, en bijvoorbeeld de lokale kerstmarkt voortaan wintermarkt gaan noemen, wat de tegenstellingen nog meer op scherp zet. Het is de derde mogelijkheid die het constructionisme aanreikt die een oplossing biedt.

De beladenheid er weer vanaf halen

Het zou al helpen als iedereen zich bewust wordt van de eigen frames en daarvan het relatieve inziet. Een volgende stap bestaat in het inzicht krijgen in de frames van anderen. Waarom vindt iemand een uitspraak of een handeling respectloos, opdringerig, racistisch of seksistisch? Wat zit daarachter? Om die vragen te beantwoorden, is het nodig om te onderkennen dat niemand aan framing kan ontsnappen. Dus ook ik niet.

Mijn eigen framing is bijvoorbeeld dat we elkaar toch wat meer tijd moeten gunnen. Ik sprak een (blanke) Zuid-Afrikaanse collega die me zei dat zijn familie al sinds de achttiende eeuw in Zuid-Afrika woont en dat hij nog steeds regelmatig de idee krijgt aangepraat dat hij niet thuis hoort op het Afrikaanse continent. Anderzijds ben ik ook iemand die vindt dat de wereld niemand toebehoort en iedereen zou moeten kunnen gaan en staan waar hij of zij wil. Maar dat vinden sommigen waarschijnlijk een te naïeve framing. Dat is immers al evenzeer het argument dat Westerse mogendheden gebruikten om hun kolonialistische groeidrift te rechtvaardigen.

Op zoek naar de frames die ons verbinden

Wat ik wel al helder voor me zie, is dat we toch maar elkaar de hand moeten blijven reiken, en samen moeten zoeken naar de frames die ons verbinden. Veel woorden en dingen in het leven zijn momenteel zo zwaar beladen met betekenis en associaties dat het goed zou zijn als we samen zouden afspreken dat we proberen om die beladenheid er weer vanaf te halen, zoals een Marsbewoner dat zou doen (de hoofddoek is ook gewoon een kledingstuk, Zwarte Piet maakt ook gewoon deel uit van een kinderfeest). Om daarna samen op zoek te gaan naar alternatieven waarin, liefst, iedereen zich kan vinden.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website van de auteur, baldwinvangorp.com.

Baldwin van Gorp

Het artikel Voor een goed maatschappelijk debat moeten we ‘framing’ omarmen in plaats van gebruiken om tegenstanders weg te zetten als leugenaars verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

11 lessen voor de bouw van een journalistieke game

Hoe maak je complexe journalistieke thema’s leuk en behapbaar?

Screenshot uit de game De Groene Havenbaas

Dit najaar lanceerde het Rotterdamse magazine Vers Beton de online game De Groene Havenbaas, bedoeld om mensen ervan bewust te maken hoe moeilijk het is om de Rotterdamse haven te verduurzamen. In dit artikel kijkt verantwoordelijk journalist Inge Janse terug op de totstandkoming van de game en geeft hij aan de hand daarvan 11 lessen voor iedereen die complexe onderwerpen op deze manier wil uitleggen.

Voor het Rotterdamse online magazine Vers Beton deed ik het afgelopen jaar onderzoek naar de verduurzaming van de haven. De industrie daar stoot namelijk bijna eenvijfde van de CO2 in Nederland uit. Als er dus ergens verduurzaamd moet worden, dan is het daar wel. Maar veel gebeurt er nog niet. Hoe komt dat?

Ik kon dit onderzoek uitvoeren, omdat Vers Beton een subsidie had gekregen van Citylab010. Dit initiatief van de gemeente Rotterdam geeft geld aan goede ideeën op vele vlakken. De subsidie was bedoeld voor vernieuwende online vertelvormen voor journalistieke producties, om zo de lokale creatieve industrie te stimuleren.

De acht artikelen die ik schreef (waarin ik analyseer hoe het krachtenveld in elkaar zit, alle partijen aan het woord komen, en ik conclusies trek over waar het verkeerd gaat en wat ervoor nodig is om het tij te keren) waren – in ieder geval vanuit het perspectief van de subsidieverstrekker – vooral een means to an end. Er moest vooral gewerkt worden aan zo’n vernieuwende online vertelvorm.

Voor mijn onderzoek kwam dat prima uit. Ik heb nooit de illusie gehad dat ik zoiets oneindigs complex als ‘waarom verduurzaming niet lukt en wie daar verantwoordelijk voor is’ wel even van een antwoord (en oplossing!) kon voorzien. Mijn insteek is altijd geweest om vooral aan te tonen dát het heel complex is, veel complexer dan de vaak simpele, eendimensionale oplossingen die bedrijven (techniek), overheden (doelstellingen), politiek (marktwerking of revolutie, afhankelijk van waar je in het spectrum zit) en actiegroepen (alles dicht!) geven.

Les 1

Een game was voor mijn doel ideaal. Het probleem (klimaatverandering) is abstract, de locatie (haven van Rotterdam) ver weg, de materie (energietransitie) complex en de directe impact (gevolgen klimaatverandering voor Rotterdammers) klein tot afwezig. De geschreven artikelen zijn vooral interessant voor intimi, mensen die intrinsiek geïnteresseerd zijn in deze materie en er nóg meer over willen weten. Een game, daarentegen, is (mits goed uitgevoerd) van zichzelf aantrekkelijk, want games associëren we met leuk, verrassend en onderhoudend. Voor Vers Beton kon dit dus een goede manier zijn om met saaie, abstracte en afstandelijke materie alsnog een groter publiek te bereiken.

Les 1: een game is geen doel op zich, maar een manier om een probleem op te lossen (of een kans te benutten). Ga niet ‘iets met gamification’ doen, maar definieer je probleem en hoe een game daar een oplossing voor biedt.

Les 2

Natuurlijk kon ik in mijn ivoren toren ‘iets innovatiefs’ verzinnen. Gelukkig had mijn projectmanager bij Vers Beton de tegenwoordigheid van geest om externe hulp in te roepen voor het concept. Ik verkeer zelf in de waan dat ik heus wel zelf een idee kan verzinnen. Ongetwijfeld. Maar of het ook een goed idee is, dat is zeer discutabel.

Met Hackastory, het bedrijf uit Utrecht dat organisaties helpt om ideeën en vragen om te vormen naar concepten, organiseerden we daarom een hackaton van een dag. Doel hiervan: met een concept naar buiten lopen. Aanpak: verzamel onderzoeksjournalisten (waar gaat het over, welk verhaal wil je minimaal vertellen?), projectbegeleiders (wat willen we als titel bereiken, wanneer vinden we het goed genoeg?), eindredactie (hebben jullie wel aan X of Y gedacht?), UX designers (wie is de speler, wat drijft haar, hoe sluit jullie doel via dit concept aan op haar drijfveren?), developers (kun je dit wel bouwen, wat is daar voor nodig) én een hackathon-begeleider, stop ze in een ruimte, en wacht 8 uur.

Les 2: stop zo vroeg mogelijk in het proces alle betrokken partijen bij elkaar, om samen te onderzoeken wat precies de vraag is en welke concepten mogelijk zijn om antwoorden te vinden.

Les 3

Goed goed, zo makkelijk werkt het niet. We hadden als Vers Beton te makkelijk gedacht over hoe je hier een succes van maakt. De mensen van Hackastory dachten dat we vooral creatief wilden leren nadenken om vervolgens op een ander moment zelf een concept te verzinnen, terwijl de mensen van Vers Beton en internetbureau Rodesk (dat de productie zou realiseren) dachten dat er een panklaar concept uit de hackathon zou rollen. Achteraf bleek daarom dat we nog een tweede en derde sessie nodig hadden (waarbij Hackastory zeer geduldig betrokken bleef, ook al was het niet alleen zijn verantwoordelijkheid) om het gebrek aan grenzen uit de eerste sessie op te lossen.

Les 3: spreek bij een hackathon van tevoren heel, maar dan ook héél goed af wat je verwachtingen zijn en wat de bijeenkomst minimaal moet opleveren.

Les 4

Na die inhaalslagen kwamen we aan het einde van de dag met een prachtig idee het hackathonhok uit. Hoera! Maar tijdens een vervolgsessie van Vers Beton en Rodesk, bedoeld om het concept te vertalen naar een uitwerking, bleken er zeer veel haken en ogen. Wat we wilden maken, was conceptueel superleuk, maar praktisch supercomplex (zowel om te bouwen als om er een succes van te maken; we wilden de complexiteit van verduurzaming laten zien door mensen verplicht in teams te laten spelen, maar dat is voor een kleine titel als Vers Beton echt een brug of 100 te ver om te realiseren en te laten werken). Weet je wat, bedachten we toen, we gooien het concept gewoon omver. Geen teams, maar gewoon individueel spelen

Les 4: hou niet rigide vast aan je concept, maar pas je aan aan de realiteit en voortschrijdend inzicht.

Les 5

Al snel bleek dat we daarbij menig darling moesten killen, en terugkijkend is dat maar goed ook. Ook al ziet je concept er op papier simpel uit, als je het gaat realiseren blijkt het bijna altijd complexer. Alles wat je er dus uit kunt halen, moet eruit, om de kans op problemen later in het proces te verkleinen. Bovendien: als betrokkenen bij een concept snap je sneller hoe het werkt dan een buitenstaander die eenmalig speelt. Daarom is eenvoudiger altijd beter.

Les 5: kill niet alleen darlings, maar houdt er ook zo min mogelijk over. Hoe kleiner en compacter je vertrekpunt, des te groter de kans op een realiseerbare en begrijpelijke game.

Les 6

Hoera, het concept is klaar, iedereen zit op één lijn! En dus kon de Grote Bouw beginnen. Toch? Nee, niet echt. We hadden namelijk wel een concept, maar dat concept stelde eisen aan de inhoud. Oftewel: ik moest dingen weten. En die wist ik nog niet. Ik was namelijk aan het onderzoeken. Sterker nog: gaandeweg mijn onderzoek kwam ik erachter dat ik de gewenste inhoud voor het concept helemaal niet kon aanleveren.

Paniek!

Gelukkig vertelde één van mijn externe adviseurs bij het onderzoek me over een bedrijf in Amsterdam dat mathematische modellen maakt voor verduurzaming van gebieden. Zouden zij niet de door mij gewenste informatie kunnen leveren voor de game? En jawel! Dat konden zij! Quintel bleek precies dát te maken, wat ik nodig had voor mijn game.

Les 6: vertrouw op serendipiteit en ga bij problemen praten met experts. Er is altijd iemand met het antwoord.

Les 7

Enige nadeel: geld. Dit kostte namelijk uit het niets opeens een paar duizend euro extra. Gelukkig kon er door de projectmanager geschoven worden, waardoor dit alsnog uitkwam.

Les 7: het wordt altijd duurder dan je dacht. Houd serieus rekening met serieuze onvoorziene kosten, en niet enkel die 200 euro voor reiskostenvergoeding en een stapel pizza’s.

Les 8

Het grote voordeel van een datamodel gebruiken is dat er heel veel discussie overgeslagen kan worden, zowel over de mogelijke vragen (kan het model daar wel iets over zeggen?) en antwoorden (er is maar één uitkomst mogelijk) als – veel later pas – over de instemming van de spelers met die antwoorden. Een antwoord dat zich baseert op een mening, visie of opvatting is aanvechtbaar (sterker nog: het roept op tot weerstand, zeker als het over duurzaamheid gaat), een cijfer niet (of in ieder geval lastiger – alle lies, damned lies and statistics daargelaten, hebben cijfers nog altijd een bepaalde objectieve autoriteit). Het datamodel hielp ons bovendien welke vragen we wél moesten stellen, omdat het kon laten zien welke keuzes het grootste verschil maakten in de Rotterdamse haven.

Het model, kortom, heeft ons gered.

Les 8: hoe zakelijker en objectiever je de kern van je game kunt maken, des te beter. Een externe, objectieve, aantoonbaar autoritaire informatiebron is je beste vriend.

Les 9

Een concept voor een game verzinnen is één. Maar dat laten vertalen naar een werkend digitaal product is echt wat anders. Daar zitten namelijk heel veel stappen tussen: selectie internetbureau, briefing, projectmanagement, synchronisatie met beeldmakers, afstemming over de voortgang, veranderingen in de uitkomsten en inzichten van het onderzoek, verwarring tussen leveranciers van de data en developers die deze moeten inladen, onduidelijkheid over wat die data betekenen bij de UX designers, et cetera, et cetera. Het is een communicatief en technisch mijnenveld dat zijn weerga niet kent.

Als je een puur technisch bureau in de arm neemt, ga je hier gegarandeerd dood. Heel gechargeerd gezegd: die voeren uit wat je hun vraagt, hoe dom je vraag ook is, en hoe overduidelijk je vraag ook niet klopt. Ons bureau kwam vaak terug met vragen, suggesties hoe het beter kon en eigen ideeën voor oplossingen. Ja, dat kost meer tijd. Ja, dat kost meer geld. Ja, dat levert meer frustratie op (“maak het gewoon!”). Maar het resultaat wordt echt heel veel beter. De kern van dit probleem is namelijk: jij weet als journalist te weinig van techniek om technici goed te instrueren, en technici weten te weinig van journalistiek om jou goede vragen te stellen. Je hebt iets nodig dat er tussenin zit.

Les 9: werk voor de techniek met een bureau dat meer kan dan techniek alleen.

Les 10

En dan ga je live! Werelddominantie! Rokende servers! Pullitzers! Alles!

Startpagina van de game

Nee, zo werkt het niet. Was het maar zo’n feest. Eerst het goede nieuws. De reacties die we kregen, waren absoluut enthousiast. Docenten die de game willen gebruiken in de lesstof, een G4-gemeente die wil weten of de game ook voor haar situatie gebouwd kan worden, en bij de haven betrokken mensen uit het hele spectrum die op social media de game uit eigen beweging promoten. Plus, en daar ging het om: mensen die het leuk vonden en in hun feedback aangeven nooit geweten te hebben hoe groot de CO2-uitstoot van de haven was, of oprecht verbaasd zijn dat hun o, zo logisch lijkende antwoorden onjuist waren.

Maar: qua bereik viel het tegen. We mogen al blij zijn als we de tweeduizend spelers halen. Ter vergelijking: een beetje schurend opiniestuk over een actueel onderwerp bereikt op Vers Beton meer mensen dan deze game. Dat is natuurlijk wrang. Aan de andere kant was het ook te verwachten. De game was vooral text based (dus er ontbrak een enorme wow-factor), terwijl de drempels voor het publiek (locatie onderwerp ver weg, impact onderwerp beperkt, aantrekkingskracht onderwerp klein, uitwerking onderwerp complex) er nog altijd waren.

Eén van onze grote voorbeelden, The Uber Game van Financial Times (waarin je via een text based game met mooie visuals moet proberen te overleven als Uber-chauffeur), werkt vermoedelijk beter omdat iedereen weleens in een Uber heeft gezeten en heeft gelezen over hoe moeilijk die chauffeurs het hebben. Wij probeerden alles in één keer: een onderwerp agenderen, in plaats van het makkelijker de zaken juist complexer maken, én daar een game van maken.

Les 10: een game is geen oplossing voor alles. Natuurlijk, hoe beter je game, hoe groter de kans op succes. Maar spelen met een sexy, urgent en relevant onderwerp blijft leuker dan een (voor de doelgroep) abstract, complex en vrijblijvend probleem.

Les 11

Ter afsluiting: was het het waard? Ja, ik vind van wel. De game heeft me geholpen bij mijn onderzoek, al was het maar omdat alle betrokkenen steeds vroegen ‘en, kunnen we al beginnen, weet je al wat je uitkomsten zijn’? Bovendien kon ik mezelf in mijn focus voor de artikelen nooit verliezen in zijsporen en details, omdat ik altijd wilde dat de inzichten hieruit gekoppeld konden worden aan de game. Een grotere stok achter de deur kan ik me niet voorstellen.

Bovendien zijn we héél trots op het resultaat. De prachtige visuals, de soepele werking, de spannende dilemma’s, en het feit dat het gewoon gelukt is om zoiets af te ronden. Je wordt er tijdens en na de lancering een gelukkig mens van. En dan zijn er nog de vele positieve reacties van het publiek, waar aantoonbaar een verbetering in bewustwording over het onderwerp plaatsvond. Op kleine schaal, dat zeker, maar toch.

Maar, en dat moet voor het verwachtingsmanagement gezegd worden: het was een kostbaar project, met ruim dertigduizend euro aan kosten, verspreid over de honderden uren van tientallen mensen. Het duurde lang, met een doorlooptijd van ruim een half jaar. Het gaf stress, vanwege de lengte, onzekerheden, en omdat we constant allemaal wielen voor het eerst moesten uitvinden.

Ga dus niet te nonchalant aan de slag. En ga je van start, zoek dan mensen op die hier ervaring mee hebben. Zelf kom je nog niet door level 1-1 heen.

Daarom, als overkoepelende les 11: bezint én verbindt eer je begint.

Speel de game

Welke scrore behaal jij?

Inge Janse

Het artikel 11 lessen voor de bouw van een journalistieke game verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Page generated in 1,198 seconds. Stats plugin by www.blog.ca