Met een onafhankelijke ombudsman naar transparantie en betrouwbaarheid

Sinds augustus zit De Volkskrant zonder ombudsman. Een opvolger voor Jean-Pierre Geelen is nog steeds niet gevonden. Maar is het wel zo nodig de functie op nieuw in te vullen? ‘Het zou de Volkskrant sieren,’ zegt Jan van Giesen. Want zonder onafhankelijke ombudsman kunnen nieuwsmedia hun informatiefunctie niet naar behoren vervullen, betuigt de voorzitter van de Stichting Media-Ombudsman Nederland (MON) in deze blog.

Ook zo benieuwd wie de nieuwe ombudsman van de Volkskrant wordt? De nieuwsgierigheid is opgewekt door de vertrekkende ombudsman Jean-Pierre Geelen zelf die de hoofdredactie van de krant adviseerde voor hem geen opvolger meer te benoemen. In zijn laatste column spreekt Geelen twijfel uit aan nut en effectiviteit van zijn ombuds-bestaan en suggereert hij die functie op te heffen.

Twijfel

Een functionaris die zichzelf overbodig acht is geen alledaags verschijnsel. Zeker niet als het een functionaris betreft wiens activiteit zich goeddeels in de publiciteit afspeelt. Wil een ombudsman bij een nieuwsorganisatie effectief kunnen opereren dan moet hij het hebben van een dialoog met het publiek, de lezer, de kijker, de luisteraar, en van openheid over journalistieke keuzes. Zo kan hij de geloofwaardigheid van zijn medium bevorderen.

De wijze waarop Jean-Pierre Geelen zijn advies aan zijn hoofdredacteur formuleert, roept de vraag op met welke intentie hij een aantal jaren zijn professie heeft uitgeoefend. Op z’n minst wekt hij met terugwerkende kracht twijfel aan de inhoud van zijn regelmatige columns en legt hij een forse hypotheek op het functioneren van zijn opvolger.

Hij onderstreept zijn standpunt met de uitspraak in NRC Handelsblad van 10 oktober jl. “dat de lezers niet zitten te wachten op de waarheid”. Het dédain dat hij hiermee toont voor zijn publiek, valt zeer te betreuren omdat hij daarmee het instituut van nieuwsombudsman ondermijnt en de betrouwbaarheid van het nieuwsmedium waaraan hij verbonden is niet bevordert.

Gepast instrument

Voor zover bekend heeft de hoofdredactie van De Volkskrant nog geen opvolger voor Geelen aangewezen, maar heeft ze wel aangekondigd de functie opnieuw te willen vervullen. Dat is goed nieuws. Het instituut nieuwsombudsman, zoals dat al meer dan een eeuw bij nieuwsorganisaties in de gehele wereld functioneert, is, mits goed ingevuld, van primair belang voor de geloofwaardigheid van de media en van de betrouwbaarheid van het nieuws.

In een era die door nepnieuws wordt bezoedeld, is het een van de meest gepaste instrumenten om de nieuwsconsument nog het onderscheid te laten zien tussen realiteit en virtuele realiteit. En het afleggen van verantwoording aan de samenleving, een noodzaak waarin ook de Nederlandse nieuwsmedia niet erg bedreven zijn, wordt bij uitstek weerspiegeld door de functie van een ombudsman.

Nederland

In het licht van de zelfregulering van de media heeft de ombudsman een dankbare taak, al moet daarbij wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. En daar schort het nogal aan.

De Stichting Media-Ombudsman Nederland (MON) en Fontys Hogeschool Journalistiek hebben tien jaar terug onderzoek gedaan naar het functioneren van de nieuwsombudsman wereldwijd (“De nieuwsombudsman: waakhond of schaamlap?”). Daarbij bleek dat er van weinig uniformiteit sprake is en dat er veel wildgroei bestaat.

In Nederland opereerden aan het begin van deze eeuw bij twaalf nieuwsmedia een ombudsman, over het algemeen op basis van een statuut of een functieomschrijving over onafhankelijkheid.

Bij NRC Handelsblad is al een aantal jaren Sjoerd de Jong als ombudsman actief. Gezien de positieve reacties vanuit het journalistieke veld is De Jong er, in tegenstelling tot Jean-Pierre Geelen bij de Volkskrant, wel in geslaagd verbinding te leggen met zijn lezers om de rol te vervullen die van een ombudsman mag worden verwacht.

Vuile was

Veruit de moeilijkste taak van een nieuwsombudsman is een kritische volger te zijn en zo nodig corrector van de journalistieke output van het eigen medium. De druk van het eigen medium op zijn functioneren is groot, aangezien zijn journalistieke collega’s er niet van gecharmeerd zijn dat hij naar buiten toe fouten erkent die zij hebben gemaakt. Hij hangt als het ware hun vuile was buiten.

Het ziet ernaar uit dat Jean-Pierre Geelen op deze laatste taak is stukgelopen. In NRC Handelsblad zegt hij dat hij de meeste collega’s van de Volkskrant aardig vindt. “Dan is het lastig om te doen alsof je die kritische buitenstaander bent”. Geelen raakt hier aan het voornaamste element dat het al of niet succesvol functioneren van een ombudsman bepaalt, namelijk diens onafhankelijkheid c.q onafhankelijk opereren.

Op de onafhankelijke status van het instituut ombudsman is helaas wereldwijd nog veel af te dingen. Onderzoek geeft aan dat de positie van nieuwsombudslieden in West-Europa, de VS, Canada, Australië en Latijns-Amerika iets dichter bij het ideale beeld ligt dan bij nieuwsmedia in Oost-Europa, Azië en Afrika.

New York Times

Wie het ideale concept van een onafhankelijke ombudsman het meeste benaderde was de New York Times. De ombudsman van de NYT moest een ervaren journalist zijn die niet uit de eigen rangen zou worden gerekruteerd. Hij/zij moest van buiten worden aangetrokken, kreeg een tweejarig contract (met de mogelijkheid van één verlenging) en moest na afloop van zijn contract de krant weer verlaten.

Deze constructie stond garant voor volledige onafhankelijkheid en schraagde het gezag van de ombudsman. Ongelukkigerwijs kon dit overigens niet voorkomen dat er conflicten ontstonden tussen de ombudsman en de journalisten van de Times.

De functie werd bij de NYT zelfs in 2017 opgeheven nadat ombudsvrouw Liz Spayd onder vuur kwam van enkele bekende Times-journalisten. Zij had hen in haar columns kritisch bejegend, omdat zij niet publiceerden wat zij wisten over Donald Trumps verkiezingscampagne en de banden met Rusland.

Kwetsbare doelen

Het instituut nieuwsombudsman heeft überhaupt moeite zich wereldwijd staande te houden. In een tijd van krimpende budgetten bij de nieuwsmedia en anderzijds de mogelijkheid van directe e-mailcontacten van de nieuwsconsument met journalisten, zijn nieuwsombudslieden kwetsbare doelen geworden voor kostenbewuste uitgevers.

Vrijwel in de gehele wereld neemt het aantal nieuwsombudsmannen af. Zo ook in de Nederlandse journalistiek waar het aantal ombudslieden zich nu beperkt tot zes. Voor de geloofwaardigheid van de nieuwsmedia, die toch al worden bekritiseerd en door sommigen zelfs als vijanden van het volk worden bestempeld, is dit een zorgelijke ontwikkeling.

Onafhankelijk

We leven in een wereld waarin het verschil tussen feiten en verzinsels vager wordt en steeds meer mensen dreigen te worden beïnvloed en misleid met valse informatie, zonder dat ze weten waar het vandaan komt.

De voornaamste taak van de nieuwsmedia is en blijft de burger te informeren over wat zich werkelijk in de samenleving afspeelt. Om te voorkomen dat de leugen gaat regeren kan de onafhankelijke nieuwsombudsman daarbij niet worden gemist.

Het zou daarom zeer toe te juichen zijn als de leiding van de Volkskrant een nieuwe ombudsman benoemt, bij voorkeur in een constructie van onafhankelijkheid zoals de New York Times heeft gehanteerd. Het zou de Volkskrant sieren. De klaroenstoot die Jean-Pierre Geelen bij zijn vertrek heeft afgegeven, maakt de keuze van een opvolger echter niet eenvoudiger.

Deze blog werd eerder gepubliceerd op de website van de Stichting Media-Ombudsman Nederland. De Stichting Media-Ombudsman Nederland (MON) is een onafhankelijke stichting die zich inzet voor journalistieke ethiek en zelfregulering in het Nederlandse taalgebied.

Jan van Groesen

Het artikel Met een onafhankelijke ombudsman naar transparantie en betrouwbaarheid verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Speculeren over dopinggebruik maakt de sport niet eerlijker

De Nederlandse atlete Sifan Hassan behaalde op het afgelopen WK twee fenomenale zeges op de 1.500 en 10.000 meter. En nooit eerder vertoonde prestatie. In de media kon de topsporter echter vooral op kritiek rekenen, in plaats van steun. Door atleten te schandpalen met vraagtekens worden media zelf de belangrijkste bron van geruchten en roddels, schrijft wetenschapsjournalist Arno van ’t Hoog in zijn nieuwe blog.

“Salazar is niet haar dealer, maar haar trainer. En een heel goede ook. Dat mag zo zijn, maar is Hassan op haar bruine ogen te geloven? Verdient zij het voordeel van de twijfel? Wel op formele gronden, want Hassan is nooit positief getest en nooit gelinkt aan onoorbare praktijken.

Is Hassan op haar bruine ogen te geloven? Retorische vragen zijn een handige stijlfiguur om kritiek te uiten, zonder het verwijt te krijgen van een keiharde, frontale aanval op iemands karakter en geloofwaardigheid. Je stelt immers alleen maar een vraag, nietwaar?

Zulke vraagtekens zie je vaker in mediaverslagen van de WK-prestaties van atlete Sifan Hassan. Haar coach is kortgeleden geschorst wegens meerdere schendingen van de dopingreglementen. En zij haalde onder zijn leiding met fenomenale prestaties onlangs twee keer goud op het WK. Die gelijktijdigheid willen media graag aankaarten. Het levert twijfels en verdenkingen, die met creatief proza worden besproken.

Fictie

De Volkskrant formuleert verklaringen voor Hassans succes in de vorm van vijf verzonnen verhaaltjes. Drie daarvan draaien om al dan niet bewust dopinggebruik, zoals: “Hassan bedriegt de boel en liegt bewust.” Vooral de beschuldigende verhalen in de staart zijn spannend en blijven daardoor hangen.

Het intro bij het artikel noemt het ‘theorieën’, een woord dat eigenlijk bedoeld is voor doordachte verklaringsmodellen en toetsbare voorspellingen. Zonder journalistiek onderzoek of nieuwe feiten valt er niet te toetsen welk verhaal juist is. Elk verhaal kan waar zijn, en alle vijf zijn dat nooit tegelijkertijd. Daarmee hangt alles in de lucht.

Verdenkingen

Deze vertelvorm creëert een soort vrijplaats, want er worden grove verdenkingen geuit, maar er is tegelijkertijd geen sprake van een directe beschuldiging. Er worden alleen theoretische mogelijkheden verkend.

Alles in de traditionele journalistieke gereedschapskist – bewijsvoering, verificatie, wederhoor, proportionaliteit van beschuldigingen – staat hier buitenspel. Wat er staat, moet niet letterlijk worden genomen, en zo maakt fictie de krant op een vreemde manier immuun voor inhoudelijke kritiek.

Er kleven nog andere nadelen aan het op deze manier bespreken van verdenkingen van dopinggebruik. Ten eerste worden media zelf de belangrijkste bron van geruchten en roddels. De artikelen in NRC en Volkskrant leunen namelijk veel zwaarder op eigen retoriek, dan op externe bronnen. Het oogsten van zelf gezaaide twijfel, is een treffende omschrijving van dat mechanisme.

Onschuld

Verder is het altijd mogelijk dat atleten onterecht worden aangewezen en beschuldigd. Dat is het probleem als journalisten niet méér weten dan de officiële dopinguitslagen. Totdat dopingcontroles of onderzoeksjournalistiek anders uitwijzen, ligt er geen bewijs voor wangedrag.

Journalistiek is geen strafrecht, maar het uitgangspunt van veronderstelde onschuld tot het tegendeel is gebleken, zou reden kunnen zijn voor wat meer terughoudendheid. Reputatieschade is namelijk geen vrijblijvend bijproduct van journalistieke speculaties.

Tot slot is er een risico op willekeur: media die schijnwerpers zetten op één sporter, geven anderen automatisch het comfort van de schaduw. Journalistieke aandacht voor verboden middelen heeft tot doel de sport eerlijker te maken, maar deze aandacht is eigenlijk altijd selectief en kan zo ook uitmonden in het tegenovergestelde van fair play.

Onderbuik

Tegenwoordig wordt het ene record geprezen als resultaat van noeste arbeid en talent, de andere topprestatie is een veeg teken: “Extreem domineren in de atletiek is bepaald geen bewijs voor een schoon lichaam en een schoon geweten.” Tegelijkertijd regeert de onderbuik, want niemand heeft een methode om vanachter een toetsenbord onderscheid te maken.

Moeten media dan maar zwijgen over doping in de sport? Integendeel, de sporthistorie leert dat we niet naïef hoeven zijn over de invloed van dopinggebruik. Ik heb als tiener aan atletiek gedaan en de polonaise van gevallen helden, met Ben Johnson en Katrin Krabbe voorop, is sindsdien blijven groeien.

Sommigen  roepen daarom dat iedereen in de topsport in principe verdacht is. Ik vind dat veel te cynisch. Maar stel dat het waar zou zijn, dan is dat nog een extra reden om niet te gretig individuele atleten eruit te pikken, en met vraagtekens aan de publicitaire schandpaal te nagelen. Besteed die energie liever aan onderzoeksjournalistiek in de sport.

Deze blog verscheen eerder op arnovanthoog.nl, de persoonlijke website van de auteur.

Arno van ’t Hoog

Het artikel Speculeren over dopinggebruik maakt de sport niet eerlijker verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Content voor leadgeneratie: zo behaal je een hogere ROI [5 tips]

‘Content is king’, een veelgebruikt en ietwat gedateerde quote uit een essay van Bill Gates (1996). Fast forward naar 2019 en we kunnen stellen dat de quote van Bill Gates relevanter is dan ooit. Vandaag de dag kun je echter de quote het best veranderen naar ‘waardevolle content is king’. We worden namelijk overspoeld met […]

Content voor leadgeneratie: zo behaal je een hogere ROI [5 tips]

‘Content is king’, een veelgebruikt en ietwat gedateerde quote uit een essay van Bill Gates (1996). Fast forward naar 2019 en we kunnen stellen dat de quote van Bill Gates relevanter is dan ooit. Vandaag de dag kun je echter de quote het best veranderen naar ‘waardevolle content is king’. We worden namelijk overspoeld met […]

Je eigen tekst redigeren in 10 simpele stappen

Een blog, verkooppagina, offerte of socialmedia-post: je plaatst geen kladversie, maar je schaaft net zolang aan je tekst tot-ie ‘af’ is. In dit artikel een simpel stappenplan om je tekst te redigeren. Een goed afgewerkte tekst straalt uit: bedankt dat je deze tekst leest. En goed afgewerkt is belangrijker dan foutloos, tenzij je communicatiemedewerker of […]

Zo maak je jezelf onweerstaanbaar met copywriting [5 tips]

Column – Hallo onweerstaanbaar mensch! Feest. Yeah! Precies een jaar geleden schreef ik voor Frankwatching mijn eerste stuk aan jou over onweerstaanbaar zijn in je merk. Over hoe je met jouw woorden, op je site, in je blog en op social media mensen inspireert, verleidt en prikkelt. In dit artikel schrijf ik je graag wat wat mij […]

Hoe houd je de kwaliteit van je online content hoog?

Als content- of communicatieprofessional heb je waarschijnlijk regelmatig een werkdag als deze: een mailing uitsturen, een paar socialmediaposts online zetten, een nieuwsbericht op je website plaatsen en gelijk even de SEO invullen. Tussendoor vraagt je collega ‘of je dit bericht nog even snel kunt delen’ en reageer je op een aantal reacties op LinkedIn of […]

Hoe houd je de kwaliteit van je online content hoog?

Als content- of communicatieprofessional heb je waarschijnlijk regelmatig een werkdag als deze: een mailing uitsturen, een paar socialmediaposts online zetten, een nieuwsbericht op je website plaatsen en gelijk even de SEO invullen. Tussendoor vraagt je collega ‘of je dit bericht nog even snel kunt delen’ en reageer je op een aantal reacties op LinkedIn of […]

Cornerstone content & monsterblogs: daar maak je Google én lezers blij mee

Er zijn ondernemers die alleen op content inzetten. Er zijn ondernemers die geen idee hebben hoe. Er is een groep die er niet in gelooft. En er is een groep die het gewoon goed doet. Zij staan met hun bestseller content in de grootste bibliotheek ter wereld: Google. Waarom? Omdat ze de investering hierin terugzien […]

Big Brother vs. de pers: hoe bronbescherming onder druk staat en wat journalisten moeten doen

Het gebruik van geavanceerde digitale tools maakt het voor journalisten steeds moeilijker om de anonimiteit van hun bronnen te garanderen. Hoe heeft het zover kunnen komen? En wat kunnen journalisten doen om zich tegen digitale gevaren te wapenen? Job Boonstra zocht het uit.

“Ik zie niet in hoe we ooit een bron nog bescherming kunnen bieden.” Met die woorden waarschuwde Janine Gibson haar vakgenoten tijdens het International Journalism Festival in Perugia. Als onderzoeksjournalist bij de Guardian was ze verantwoordelijk voor het publiceren van een grote hoeveelheid van de documenten die Edward Snowden de NSA uit had gesmokkeld. “Ik denk niet dat we het privilege van de Vierde Macht hebben dat we vroeger wel hadden.”

Met deze bijna paranoïde en apocalyptische boodschap doelt Gibson op één van de meest fundamentele privileges van een vrije pers: de mogelijkheid om een bron anonimiteit te kunnen bieden en de vrijheid om informatie in te winnen en te publiceren. Het stelt journalisten in staat hun essentiële rol als waakhond te kunnen vervullen. Maar na ervaring met de publicatie van de Snowden-documenten is Gibson niet langer gerust op die bescherming.

Sleepwet

Ook in Nederland staat dit privilege hevig onder druk. Een belangrijke oorzaak is de hoeveelheid data die onze apparaten produceren en in sommige gevallen de identiteit van een bron kunnen prijsgeven. Volgens Huib Modderkolk, onderzoeksjournalist van de Volkskrant en verantwoordelijke voor de onthulling van de Cozy Bear-hack, vertelt ons online gedrag meer over een bron dan gedacht. “Stel dat jij een bron bent, we ontmoeten elkaar ergens en ik zou betalen voor de koffie. Die pinbetaling wordt ergens opgeslagen.”

Een ontmoeting met een bron laat veel meer digitale sporen achter dan veel journalisten beseffen. Zulke data, gecombineerd met kentekenregistratie, gps-locaties en camera’s op straat, kunnen belangrijke details over de identiteit van een bron geven.

Volgens Modderkolk zorgt ook de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, in de volksmond wel ‘sleepwet’ genoemd, voor meer risico: “vroeger was het wel eens handiger om om een wisselend vaste telefoonlijn op de Volkskrant-redactie te gebruiken omdat het bewerkelijk is om op al die lijnen een tap aan te vragen. Nu gaan die gegevens over een internetkabel en kunnen ze door een een filter van de inlichtingendiensten gaan.”

Nadenken over digitale veiligheid

“Misschien is het paranoia”, zegt Janny Groen, “maar mijn collega en ik zijn ooit tegelijkertijd, terwijl we thuis op andere computers werkten, hoofdstukken van ons boek kwijtgeraakt.” Groen schreef een boek over de vrouwen van leden van de Hofstadgroep, gebaseerd op vertrouwelijke gesprekken met ze.

Een concrete oorzaak voor het vreemde voorval heeft ze niet en de technische helpdesk van haar redactie kon geen oorzaken vinden, maar het heeft haar wel opnieuw doen nadenken over digitale veiligheid. “Ik ontmoet bronnen vaker face-to-face en zet dingen niet op m’n telefoon, maar op een fysiek kladblok.”

De veiligheidsdiensten hebben veel meer bevoegdheden onder de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zo mogen de diensten ongericht surveilleren in gevallen van nationale veiligheid. Hierdoor kunnen de AIVD en MIVD grote hoeveelheden data in één keer opvissen. Enkele wijzigingen die ingevoerd zijn na het sleepwet-referendum en journalisten beter moeten beschermen, voorkomen niet dat gesprekken tussen journalisten en bronnen als bijvangst worden opgevist.

Dat de toegenomen technologische ontwikkelingen zorgen voor meer risico’s, merkt ook Bart Mos. De Telegraaf-journalist werd in 2006 door justitie in gijzeling genomen omdat hij en collega Joost de Haas weigerden hun bron prijs te geven. “Die technologische ontwikkelingen zorgen er nu al voor dat bronnen drie keer moeten nadenken voordat ze een journalist benaderen. Het is zo geavanceerd dat het alleen maar belangrijker wordt om bij explosieve dossiers geen enkel elektronisch middel te gebruiken in je contact met bronnen.”

Maar naast de kans op datalekken is er een tweede factor: gebrek aan toezicht bij het Openbaar Ministerie.

Mismatch

Dat het in veel gevallen kinderspel is om achter de bron van een journalist te komen, bleek vorig jaar toen bleek dat het OM op onrechtmatige wijze de telefoongegevens van verslaggever Jos van de Ven had verkregen. Van de Ven wist op basis van anonieme bronnen te melden wie de volgende burgemeester van Den Bosch zou worden – een verkiezing die normaliter achter gesloten deuren plaatsvindt. Door de telefoongegevens wist het OM al snel wie de bron was geweest.

In dezelfde periode legde het OM in Rotterdam beslag op de telefoondata van journalist Joey Bremer in een poging zijn bronnen te achterhalen en fotograaf Chris Keulen werd een aantal uur vastgezet omdat hij zijn camera niet wilde afgeven. Er zouden foto’s op hebben gestaan van een vechtpartij tussen een actievoerder en een Amerikaanse militair in burgerkleding

“Er is een behoorlijke mismatch tussen het toezicht op de AIVD versus toezicht op politie en OM als het gaat om het plaatsen van taps op journalisten”, zegt Modderkolk. “De gijzeling van Bart Mos en Joost de Haas is een les geweest voor de AIVD, want ze zijn toen heel ver gegaan om de bron van de journalisten te achterhalen.” De gijzeling van Mos en De Haas was tevergeefs; de journalisten bleven weigeren hun bron te onthullen en werden na enkele dagen vrijgelaten.

Met intreding van de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is toezicht op de geheime dienst goed verankerd. “De politie en het OM lijken lichtzinniger over te gaan tot het tappen van journalisten. En de controle daarop is veel minder groot.”

Twee tips over hoe om te gaan met de toenemende online risico’s

1. Wees bewust van digitale gevaren

Allereerst is het belangrijk om te bedenken dat geen enkel spoor achterlaten nooit mogelijk is. Modderkolk: “Ik ga er altijd vanuit dat er mensen zijn die mijn informatie willen. En dan kijk ik per geval hoe erg het is als bepaalde informatie weg lekt. Je moet soms dus per persoon of per bron bekijken welke maatregelen nodig zijn.”

Dat niet iedere journalist zich daarvan bewust is, toont Hassan Bahara. Voor de Volkskrant doet hij verslag van extreemrechts en islamitisch extremisme. “De meeste journalisten weten zo weinig over hoe lek onze communicatiekanalen zijn. Daar moeten we echt nog een inhaalslag in maken. Mijn collega Annieke Kranenberg zijn met hele kwetsbare dingen bezig en dan moet je wel voorzichtig omgaan, maar ik weet van heel veel collega’s die op manieren communiceren…” Hij slaakt een zucht en vervolgt: “als iemand handig met een computer kan zijn, kan ‘ie heel veel dingen achterhalen.”

Volgens Bahara moeten redacties meer moeten investeren in aandacht voor digitale veiligheid bij hun verslaggevers. “Dan gaat het om welke versleutelde apps je gebruikt om te communiceren, het afschermen van e-mailaccount, of het gebruiken van password managers.”

Een voorbeeld is de New York Times, dat een veiligheidsspecialist die ervoor zorgde dat klokkenluiders via speciale versleutelde kanalen op een veilige manier journalisten kunnen benaderen en documenten kunnen uitwisselen. Zulke investeringen hebben zelfs de potentie zichzelf terug te verdienen omdat het media een competitief voordeel geeft ten opzichte van concurrerende media.

2. Bouw een veiligheidsarsenaal op

Julia Angwin is journalist voor ProPublica en deed veel onderzoek naar digitale veiligheid voor journalisten. Ze adviseert om als eerst een paar essentiële stappen te zetten, zoals het updaten van verouderde software en het het gebruiken van complexe en unieke wachtwoorden. Het is laaghangend fruit, simpele stappen die eigenlijk iedereen met een internetverbinding zou moeten doen.

Daarnaast adviseert ze journalisten om een veiligheidsarsenaal op te bouwen en een playbook te bedenken voor verschillende scenario’s waarin vertrouwelijk materiaal of anonieme bronnen voor komen.

Denk aan het gebruiken van een VPN-verbinding of de Tor-browser, zaken die internetverkeer versleutelen en maskeren. Ook archaïscher maatregelen als bellen via wegwerp telefoons, of elkaar alleen face-to-face spreken kunnen hierbij helpen.

Kat en muisspel

Digitale veiligheid en bronbescherming is een kat en muisspel en journalisten moeten nieuwsgierige partijen te slim af zijn. Het is complex en tijdrovend, maar essentieel voor het behoud van het privilege en recht van journalistieke bronbescherming.

Modderkolk: “Misschien denk je dat digitale veiligheid niet zo belangrijk is als je over landbouw schrijft, maar je kunt niet weten wat de gevolgen voor iemand zijn. Zeker niet als je wat dieper graaft.”

Job Boonstra

Het artikel Big Brother vs. de pers: hoe bronbescherming onder druk staat en wat journalisten moeten doen verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Wat kan journalistiek met theater?

In de zoektocht naar innovatieve verhaalvormen, experimenteren journalisten met performance en theater. Wat levert dit op?

Journalistiek en theater vloeien soms samen en dat levert spannende manieren op om met nieuws om te gaan, want hoe objectief ben je nog, hoe feitelijk is je informatie en heb je als theatermaker voldoende afstand als je zowel het feitelijke verhaal als de emotionele beleving eigen maakt? Theater verrijkt de nieuwsgaring, de journalistieke analyse en verbetert de relatie met het publiek.

Hoe kwam je in de Middeleeuwen aan nieuws? Door te luisteren naar rondreizende theatergezelschappen – entertainers, activisten en journalisten ineen. Bij nieuws denken we vooral aan traditionele vormen: krant, radio, tv en digitaal nieuwsplatform. Toch zijn er veel meer artistieke manieren om nieuws te maken en te delen, theater is daar een van. In 2018 toerde het Britse Bureau of Investigative Journalism bijvoorbeeld door het land met het theaterstuk Refuge Women naar aanleiding van onderzoek naar de verminderde overheidssubsidie voor hulp bij huiselijk geweld.

Drie vormen van journalistiek theater

Onderzoeker Jorge Marinho onderscheidt drie vormen van theater die een link hebben met journalistiek: (1) livejournalistiek, (2) documentairetheater en (3) verbatimtheater.

(1) Bij livejournalistiek vertellen mensen (niet per se acteurs) hun ‘waargebeurde’ verhalen vanaf een podium, met daarbij nauwelijks journalistieke interventie. Dat roept inderdaad vragen op over de mate van objectiviteit – het zijn persoonlijke verhalen.

Maar livejournalistiek gaat ook over journalisten die het podium betreden en door middel van allerlei media hun verhaal vertellen – zoals het Bureau of Investigative Journalism, of zoals De Balie Live Journalism uitkomsten van journalistiek onderzoek over de groeiende kloof tussen arm en rijk in Amsterdam presenteerde in de theatervoorstelling Keihard werken, maar amper rondkomen.

(2) In documentairetheater is een theaterstuk gebaseerd op een sociale werkelijkheid die zowel relevant is voor de spelers als het publiek. Theatermakers schrijven het stuk vooraf en baseren dat op wat ze dagelijks meemaken en op verifieerbare documentaire bronnen.

Regisseur Kees Roorda reconstrueerde hoe de 17-jarige Rishi Chandrikasing op perron vier van station Den Haag Hollands Spoor werd doodgeschoten door een politieagent in 2012 en vertolkte dat onderzoek in het veelgeprezen theaterstuk Rishi, uit 2018.

Annet Henneman van het Italiaanse gezelschap Teatro Di Nascosto  bereidt haar reportagetheater voor met bronnenonderzoek, waarbij ze nauw samenwerkt met journalisten. Ze werkt samen met lokale acteurs in Iran, Irak, Syrië, Palestina en Jordanië. In Irak haalde ze in de weken voor een voorstelling door middel van improvisatie-theater verhalen op uit de dagelijkse levens van de acteurs – dan gaat het over ingrijpende zaken – vrijwel iedereen in Basra heeft familieleden verloren bij bombardementen – en over dagelijkse beslommeringen, zoals het smerige drinkwater of de elektriciteitsstoringen. Vervolgens wordt het stuk op een herkenbare manier gespeeld in een publieke ruimte, zoals in het project –The Catwalk, dat onder andere vertoond werd in een winkelcentrum in Basra. Doordat het geen journalistiek heet, omzeilt het gezelschap op een effectieve manier eventuele censuur.

(3) In verbatimtheater, ten slotte, worden dialogen en teksten woordelijk uitgespeeld vanaf het podium. Deze vorm is voor journalisten misschien wel het meest herkenbaar, omdat de feitelijkheid ervan goed controleerbaar is.

Voor Guardian-journalist Richard Norton-Taylor is verbatimtheater een verlengstuk van journalistiek, waarbij complexe zaken vanaf het podium veel beter kunnen worden uitgelegd.

In deze categorie valt ook de manier waarop journalisten van de Leeuwarder Courant samenwerkten met het Friese theatergezelschap Tryater aan het project Wereldburgers van de Voorstreek. Gezamenlijk interviewden ze ondernemers uit De Voorstreek, een winkelstraat in Leeuwarden. Volgens journalist Kirsten van Santen zorgde de manier van werken voor een betere kwaliteit van de artikelen: “We hebben on-journalistiek veel tijd genomen voor de gesprekken. De interviews regisseerden we niet als journalisten, maar we lieten de onderwerpen op ons afkomen.” Het project resulteerde in een theatervoorstelling, magazine, website en podcast.

Amerikaanse voorbeelden

Ook de ervaringen van het Amerikaanse onderzoeksjournalistieke bureau ProPublica Illinois wijzen erop dat theater verrijkend is. Door middel van theaterworkshops kwamen journalisten op een nieuwe manier in aanraking met lokale gemeenschappen, waardoor er niet alleen een vertrouwensband ontstond, maar ook veel beter begrip van wat in deze gemeenschappen speelt, schrijft Natalie Escobar, een van de betrokken journalisten.

Hoofd-digitaal van de Financial Times Robin Kwong heeft een verwante ervaring met het project Contemporary Narratives Lab waarin hij (onder andere) journalistieke transcripten aan artiesten geeft om daarvan een spoken-word of rap te laten maken. Volgens Kwong werkt zo’n performance verrassend verhelderend en zorgt het ervoor dat journalisten nieuwe inzichten krijgen in onderzoeken die ze uitvoeren.

Theater lijkt bovendien een brugfunctie te hebben tussen journalistiek en publiek, volgens de onderzoekers Ori Tenneboim en Natalie Stroud van de University of Texas at Austin. Op basis van hun analyse van het theaterproject StoryWorks van Reveal, onderdeel van het Amerikaanse Center for Investigative Reporting (CIR), concludeerden ze dat publiek actuele onderwerpen na theaterbezoek veel beter begrijpt, bovendien kan theater ertoe bijdragen dat publiek de taak van de journalistiek als relevanter ervaart.

Kortom, theater kan voor een journalistiek medium een verrijking zijn (1) in de nieuwsgaring, waarbij journalisten meer inzicht krijgen in problematiek en beter contact leggen met gemeenschappen; (2) in de analyse, waarbij de nieuwe vorm waarin feiten gepresenteerd worden tot nieuwe inzichten kan leiden; en (3) in de publicatievorm, waardoor nieuw publiek bereikt kan worden, en waardoor publiek op een nieuwe manier kennismaakt met journalistiek en het belang van gedegen onderzoek.

Marlies Haitsma maakte voor haar afstudeerproject aan de Christelijke Hogeschool Ede de journalistieke theaterproductie ‘Niemand Is Immuun’ in samenwerking met De Gelderlander, De Voedselbank Ede en een gezelschap van amateurspelers.
Wil je de voorstelling bijwonen? Dat kan op 3 juni om 19.30 in de Voedselbank te Ede. Je kan je hier inschrijven.

Marlies Haitsma, Stijn Postema

Het artikel Wat kan journalistiek met theater? verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Tien handige tips voor elke beginnende datajournalist! (of cijfers nu wel of niet ‘zeg maar helemaal je ding’ zijn)

LocalFocus-numbercruncher Yordi Dam gaf maandag 29 januari een workshop datajournalistiek voor de ZZPeer Academy. Dit is een reeks journalistieke masterclasses speciaal voor ZZP’ers. Hij gaf tien handige tips voor elke (beginnende) datajournalist. Van de woordkeuze bij verzoekjes tot methodologische missers.

Tip 1: Vraag – als je een verzoek indient bij een woordvoerder – nooit om ‘(onderliggende) data’

Het woord ‘data’ klinkt eng, Cambridge-Analytica-esque en riekt naar privacyschending. Is natuurlijk helemaal niet zo, maar dat weten zij niet. Vraag om een tabel, spreadsheet, overzicht, lijst, of cijferreeks.

Tip 2: Bekijk altijd eerst de kolomtitels in je dataset: wat is wat?

Doe dit voordat je gaat numbers crunchen. Op basis van de kolomtitels kun je namelijk zien wat er in je dataset zit en ontdek je meteen welke vragen je ‘aan’ de dataset kunt stellen. Het maakt niet uit of je nou vijf of vijftigduizend rijen in je dataset hebt, de vragen blijven hetzelfde.

Tip 3: Probeer altijd drie ‘soorten cijfers’ te verzamelen/te berekenen

Komen ze:

  1. absolute aantallen
  2. relatieve cijfers, bijvoorbeeld het aantal per duizend inwoners
  3. de procentuele ontwikkeling (nieuw-oud/oud*100. Haal je havo 4-economieskills weer even naar boven)

Deze drie variabelen bieden je alle handvatten voor een compleet bericht.

Tip 4: Staat je tabel in een pdf-bestand? Huilon. But there’s an app for that!

Tik geen cijfers handmatig over, maar gebruik een tool als Tabula om supereenvoudig tabellen uit pdf’s te ‘scrapen’ en om te zetten in een csv-bestand (dat je vervolgens kunt openen in Excel)

Tip 5: Ben je op zoek naar data, maar is er geen tabel voorhanden? Check of er iets gemeld wordt

Als iets ergens wordt gemeld, wordt deze info mogelijk ook ergens opgeslagen. Denk aan verkeersinformatiemeldingen of inspectierapporten.

Tip 6: Wil de bronhouder geen cijfers leveren? Kijk dan of die organisatie moet rapporteren

Veel organisaties moeten rapporteren aan een hoger orgaan, bijvoorbeeld een ministerie. Daar kun je de cijfers opvragen: gewoon met een mailtje of belletje, of via de wob (wet openbaar bestuur).

Tip 7: Cijfers zijn relatief makkelijk te wobben. Probeer het eens!

Okay, het gaat lang niet altijd goed en sommige processen duren vreselijk lang. Maar de zwartste scenario’s – volledig zwartgelakte documenten – hebben we met LocalFocus nauwelijks meegemaakt. We gebruiken met LocalFocus tegenwoordig een ‘standaardwob’ die we qua opzet hergebruiken en qua inhoud aanpassen. Best wel effectief!

Tip 8: Dubbelcheck uitschieters

Is iets ‘too good to be true’? Die extreme stijging, of die heftige outlier, bijvoorbeeld? Check altijd eerst of er niet een suffe statistische oorzaak is zoals een methode- of definitiewijziging. Bel dit desnoods even na. Je wilt immers niet dat je knaller van een nieuwskop onderuit gehaald wordt door een methodologische misvatting.

Tip 9: Ga tussentijds visualiseren!

Zet je cijfers ook voordat je gaat publiceren om in staafjes, bollen, lijnen, kleuren en vlakken. Dit helpt je om snel antwoorden te vinden op de vragen die je ‘aan’ je dataset hebt gesteld. Gebruik visualisaties dus als analysetool.

Tip 10: sharing = caring

Je hoeft niet alle facetten van datajournalistiek even goed te beheersen (ik kan bijvoorbeeld voor geen meter programmeren). Als je maar wél weet wat de mogelijkheden zijn: there’s always a nerd nearby!

Heb jij zelf nog handige datadingentips? Stuur dan een mailtje naar yordi@localfocus.nl.

Yordi Dam

Het artikel Tien handige tips voor elke beginnende datajournalist! (of cijfers nu wel of niet ‘zeg maar helemaal je ding’ zijn) verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Met deze 6 simpele tips kan elke journalist veilig werken op internet

Voor journalisten is het heel belangrijk om zonder pottenkijkers te communiceren met informanten. Bronnen verschaffen hen vaak gevoelige informatie en het zou tot grote consequenties kunnen leiden als deze in de verkeerde handen valt. Ook kan het van belang zijn om internet te gebruiken zonder sporen achter te laten. Maar hoe doe je dat? John Mason geeft 6 eenvoudige tips, zodat elke digibeet veilig het internet kan  gebruiken.

Of het nou gaat om de roddelpers of onderzoeksjournalistiek, het is de taak van elke journalist om de privacy van zijn bronnen te waarborgen. Bovendien zijn nieuwsmedia  invloedrijk in het publieke debat, waardoor journalisten wel eens het slachtoffer worden van cyberaanvallen.

Als journalist hoor je te weten hoe je je veilig op het internet kunt geven, zonder sporen achter te laten en  zonder bronnen in gevaar te brengen. Het probleem is dat veel journalisten niet de technologische knowhow hebben om de online privacy van zichzelf, en daarmee ook hun bronnen, te waarborgen.

Maar niet gevreesd. Deze 6 tips voor veilig browsen zijn zelfs voor digibeten gemakkelijk toepasbaar en zullen onmiddellijk je online privacy verhogen.

TIP 1: Maak gebruik van versleutelde communicatie (encrypted communication)

Voor een journalist is het essentieel om toegang te hebben tot private en veilige communicatie. De meeste populaire communicatiemedia hebben privacy-instellingen. Begin met deze aan te zetten als je dat nog niet hebt gedaan.

Maar deze communicatiemedia versleutelen bijna nooit de verstuurde tekst- of chatberichten. Een app die dit wél doet is bijvoorbeeld Signal. Deze app staat je toe wereldwijd groepsberichten, video- en audioberichten, foto’s en documenten te versturen, alles versleuteld met end-to-end encryption.

TIP 2: Gebruik een anoniem e-mailadres

E-mails zijn een tweede punt van zorg als het gaat om online privacy. Het is belangrijk om te weten dat de meeste e-mailproviders alles behalve veilig zijn. Niet alleen worden je berichten per definitie niet versleuteld, ze kunnen zelfs bekeken worden door de bedrijven achter de providers zelf.

Ik zeg niet dat het bedrijf van jouw e-mailaccount je privacy niet respecteert. Maar voor de gemoedsrust zou je anonieme e-mail kunnen overwegen.

Er zijn meerdere manieren om anonieme mails te sturen, maar de meest duurzame methode is om gebruik te maken van een private e-maildienst. Een voorbeeld is ProtonMail. Dit Zwitserse bedrijf biedt een private e-maildienst met end-to-end encryption. Met de overzichtelijke interface is de dienst zelfs voor de grootste digibeten gemakkelijk in gebruik.

TIP 3: Neem een VPN

Een VPN (Virtual Private Network) beveiligt je internetverbinding door je data te versleutelen en je echte IP-adres te verbergen. Dit voorkomt dat hackers jouw websitebezoeken terug kunnen leiden naar jouw computer.

Maar neem geen genoegen met zomaar een VPN. Voor gratis VPN’s moet je oppassen. Ze staan erom bekend jouw data door te verkopen in ruil voor hun diensten, wat nogal in strijd is met hun oorspronkelijke doel als VPN.

Zoek naar VPN’s die bekend staan om kun kwaliteit en veiligheid. Deze website met VPN reviews kan je daarbij helpen.

TIP 4: Beheer je wachtwoorden goed

Ik zie je al met je ogen rollen, maar er ís een reden dat dit zo vaak herhaald wordt: De meeste mensen gebruiken geen sterke wachtwoorden.

Veelgehoorde smoesjes: Ze zijn lastig te onthouden of het verzinnen ervan vereist te veel creativiteit. En stel dat je het verfomfaaide papiertje verliest waar je het wachtwoord op hebt geschreven of iemand anders ontfutseld het wachtwoord dat je ooit in de notitieapp van je telefoon had opgeslagen?!

Dit is dus waarom het gebruiken van een wachtwoord-manager (password manager) cruciaal is. Deze apps bewaren niet alleen je wachtwoorden op een veilige plek, ze verzinnen ze zelfs voor je! Kijk hier voor de beste wachtwoord managers.

Zorg er wat betreft wachtwoorden ook voor, dat je 2-factor authorization (2FA) inschakelt. Door een extra veiligheidscode te eisen voorkomt dit dat hackers bij je accounts kunnen, zelfs als ze op een of andere manier toch je wachtwoord in handen krijgen.

TIP 5: Vervang je huidige browser door TOR

Het zal je vast niet zijn ontgaan dat populaire browsers geld verdienen aan doelgerichte, op jou afgestemde advertenties. Dit doen ze  door je online activiteit te tracken. Het bedrijf achter je browser (denk aan Google van Chrome) weet zo niet alleen waar je naar zoekt, maar ook wie je bent, waar je bent en wie je kent. Dit is uiterst problematisch als je je online privacy wil waarborgen.

Het is daarom meer dan aan te raden om je huidige browser te vervangen door een private, zoals TOR (The Onion Network). Deze browser waarborgt je privacy door je data te verpakken in meerdere encryptielagen en rond te sturen via verschillende servers, voordat het eindelijk aankomt op de server van bestemming.

Dat TOR een private browser is betekent echter niet dat hij per definitie ook veilig is. Terwijl jij TOR gebruikt om je data te versleutelen, doet de website die je bezoekt dat wellicht niet. Dan is jouw moeite ineens voor niets.

Maar niet getreurd, hier is een lichtpuntje: je kan TOR gebruiken in combinatie met een compatibele VPN om zowel privacy als veiligheid te garanderen voor je online data.

TIP 6: Vermijd publieke wifi-hotspots

Denk voortaan twee keer na voor je een publieke wifi-hotspot gebruikt voor je telefoontjes, chats en mailtjes. Publieke wifi is buitengewoon handig, maar allesbehalve veilig.

Doordat zo’n netwerk doorgaans onversleuteld is, wordt het een gemakkelijk doelwit voor MitM-aanvallen. Daarnaast ben je zonder dat je het weet verbonden met een malafide netwerk, dat alleen maar pretendeert de legitieme te zijn.

Dat gezegd hebbende: als je alle bovenstaande dingen navolgt komt het vast goed. Zorg er vooral voor dat je VPN aanstaat als je bezig bent.

Tot slot

Journalisten behoeven uiterste privacy om hun taken vrij en onafhankelijk te kunnen vervullen. Het bovenstaande lijstje zal je helpen om veilig te blijven in je dagelijkse internetactiviteiten.

Versleutel je communicatie en gebruik een anonieme e-mail. Neem een VPN om je online data te beveiligen en koppel het aan TOR om je internetverkeer privé te maken.

Bescherm je wachtwoorden met een wachtwoord-manager en vergeet 2FA niet in te schakelen. Pas op publieke wifi-netwerken in de Starbucks of je hotel, tenzij je de bovenstaande stappen nauwkeurig hebt gevolgd.

Als je veilig wil zijn van hackers, zul je in hun huid moeten kruipen en denken zoals zij. Blijf dus altijd op zoek naar openingen in je privacy.

Dit artikel is uit het Engels vertaald door Sarah Sramota.

John Mason

Het artikel Met deze 6 simpele tips kan elke journalist veilig werken op internet verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Dit zijn volgens Henk Blanken de beste boeken die in 2018 door journalisten zijn geschreven

Nog op zoek naar een goed boek om de feestdagen door te komen? Henk Blanken, schrijver van het Handboek Verhalende Journalistiek, weet er nog wel een paar. Hij geeft drie tips van boeken die in 2018 zijn geschreven door journalisten.

Tip 1: Jij bent van mij (Peter Middendorp)

De roman Jij bent van mij, geschreven door Peter Middendorp, is het briljant gecomponeerde en in de taal van een meesterstilist gevangen verhaal waarin iedereen de verkrachting en moord op Marianne Vaatstra herkent, totdat de romanpersonages onder je huid gaan zitten en het boek je onherroepelijk naar de strot grijpt.

Tip 2: Ongelofelijk (Yvonne Zonderop)

Yvonne Zonderop schreef met Ongelofelijk een essayboek dat je van haar – al lang niet meer katholiek en nog wel links – niet verwachtte, Een pleidooi religie weer serieus te nemen, omdat we er nu eenmaal van gemaakt zijn. En een ontmaskering van het onvermogen van de linkse kerk.

Tip 3: Wij, de mens (Frank Westerman)

Frank Westerman laat met Wij, de mens opnieuw zien dat hij de belangrijkste verteller van literaire non-fictie is. Het ogenschijnlijke gemak van zijn stijl en zijn mateloze nieuwsgierigheid zijn jaloersmakend. Zijn onderwerp, een reis naar de oorsprong van de mens, past hem als geen ander.

Bonustip: Het litteken van de dood (Onno Blom)

Vooruit, nog een tip, omdat het zo’n goed boek is, hoewel niet in 2018, maar eind 2017 gepubliceerd. Onno Bloms biografie van Jan Wolkers, Het litteken van de dood, voldeed niet aan de wetenschappelijke vereisten die aan Bloms proefschrift werden gesteld, maar leest geweldig. Dankzij Wolkers, die geen onderscheid maakte tussen leven en werk. En Blom, die dat wist te waarderen. Dik duizend niet weg te leggen pagina’s.

Henk Blanken

Het artikel Dit zijn volgens Henk Blanken de beste boeken die in 2018 door journalisten zijn geschreven verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Voor een goed maatschappelijk debat moeten we ‘framing’ omarmen in plaats van gebruiken om tegenstanders weg te zetten als leugenaars

Waarom en hoe we frames moeten omarmen.

De voornaamste taak van de journalist is het zo waarheidsgetrouw en objectief mogelijk weergeven van feiten. Maar er is niet iets als één objectieve waarheid, stelt Baldwin van Gorp, internationaal expert op het gebied van framing. Hij legt uit waarom het goed is om het concept framing te omarmen, in plaats van het te gebruiken om tegenstanders te betichten van leugens.

Eind september las ik iets over Wout van Aert en, zo schreef de journalist, iedereen weet wat daarmee aan de hand is “tenzij je de voorbije weken op Mars verbleef”. Omdat ik inderdaad niet wist wat er met de wielrenner aan de hand was, vroeg ik me af wat ik uit die vaststelling moest afleiden.

In ieder geval vind ik het een goed idee om regelmatig vanop afstand en totaal onbevooroordeeld naar wat er in de wereld gebeurt te kijken. Het is een van de trucjes die ik bewust toepas in mijn onderzoek naar de manier waarop in de samenleving betekenis tot stand komt.

Verschillende werkelijkheden

Naast mijn Martiaanse afkomst ben ik ook een volbloed constructionist. Het constructionisme bestudeert de interactie en de communicatie tussen mensen waardoor de sociale werkelijkheid vorm krijgt. Op die manier ontstaan er verschillende werkelijkheden die onze gedachten en gedragingen sturen.

Dit is in tegenspraak met mensen die vinden dat er maar één werkelijkheid bestaat. Zij vinden dat het onder meer de taak van journalisten is om over die ene werkelijkheid op een objectieve manier verslag uit te brengen, op basis van geverifieerde feiten. Doen ze dat niet dan brengen ze fake news, zijn ze aan het framen of zijn ze linkse dan wel rechtse propagandisten.

Als constructionist en Martiaan, maar vooral op basis van mijn onderzoek naar de framing van tientallen maatschappelijke onderwerpen, vind ik: zou het niet goed zijn als we met z’n allen het concept framing omarmen in plaats van het te reserveren om tegenstanders weg te zetten als leugenaars?

Frames factchecken is lastig

Er zijn feiten en er zijn frames. Over feiten is het mogelijk te bepalen of ze kloppen of niet. Frames factchecken is veel lastiger, omdat ze tegelijk waar en niet waar zijn. Frames zijn nochtans belangrijk, omdat ze betekenis verlenen aan de feiten. Beter, maar daarom niet gemakkelijker, is het om de verschillende denkbare frames in kaart te brengen. Een frame is per definitie een keuze en dus zijn er altijd alternatieven. Naargelang het gekozen frame ziet de werkelijkheid er heel anders uit.

Wat inderdaad helpt, is het standpunt van een Marsbewoner in te nemen. Er zijn talloze voorbeelden te bedenken. Neem bijvoorbeeld de situatie waarbij iemand om religieuze redenen weigert om iemand anders de hand te schudden. De Marsbewoner zal vaststellen dat mensen verschillende manieren hebben om elkaar te begroeten, onder meer de hand reiken en schudden, zoenen, omhelzen of met een hoofdknik. Het verschil tussen de omgangsvormen is de mate van aanraking. Dat zijn de empirisch waarneembare feiten.

In beide gevallen gaat de betekenis die men eraan hecht veel verder dan de reële aanraking die de Martiaan empirisch kan vaststellen. Daardoor is het niet meer mogelijk te bepalen wie objectief gezien gelijk heeft. Vanuit een Westers perspectief bekeken, is elkaar de hand geven een teken van wederzijds respect. Vanuit het perspectief bekeken van bepaalde stromingen in de islam en het jodendom is het aanraken van de hand van iemand van het andere geslacht een teken van respectloosheid ten aanzien van de eigen partner. Het gaat in beide gevallen dus over respect. De gevolgde redenering verloopt echter anders.

De samenleving in een kramp

Associaties en gevolgtrekkingen die uit de betekenisgeving voortvloeien, vormen een bron van interculturele conflicten waarbij er zware verwijten en dito eisen klinken: Zwarte Piet is een racistisch personage en moet van het toneel verdwijnen, hoofddoeken moeten verboden worden, want het symboliseert de islamitische onderdrukking van de vrouw, ‘blanken’ moeten zich voortaan ‘witten’ noemen, want een ‘blanke’ stelt zich superieur op enzovoort.

De constructionist in mij ziet daarbij drie mogelijke manieren om met dergelijke lastige discussies om te gaan:

Een eerste, vaak voorkomende reactie is de volgende: de tegenpartij stelt de situatie (bewust) verkeerd voor en is daarom aan het framen: ‘Ik frame niet, want ik heb gelijk.’

De tweede mogelijkheid is delicater. Niet de persoon die iets zegt of doet bepaalt wat de betekenis daarvan is, maar de andere partij, of zelfs een buitenstaander. Iemand zegt iets, en hoe goed bedoeld ook, of al was het een grap, als de andere partij het als bijvoorbeeld racistisch bestempelt dan ís het racistisch (of seksistisch, discriminerend …). Beide mogelijke reacties hebben bijkomende consequenties. Ze dragen namelijk bij aan de polarisering in de samenleving. Er is een bitsig debat, waarbij niemand wil toegeven, want vanuit hun perspectief bekeken hebben ze gelijk. Bijkomend is er een grote groep die zich er niet meer durft of wil over uitspreken. Gevolg: de samenleving schiet in een kramp, en alleen de uitersten van het spectrum spreken zich nog uit, roepen naar elkaar over de hoofden van de zwijgende meerderheid heen.

Verder zijn er instanties die het zekere voor het onzekere nemen, en bijvoorbeeld de lokale kerstmarkt voortaan wintermarkt gaan noemen, wat de tegenstellingen nog meer op scherp zet. Het is de derde mogelijkheid die het constructionisme aanreikt die een oplossing biedt.

De beladenheid er weer vanaf halen

Het zou al helpen als iedereen zich bewust wordt van de eigen frames en daarvan het relatieve inziet. Een volgende stap bestaat in het inzicht krijgen in de frames van anderen. Waarom vindt iemand een uitspraak of een handeling respectloos, opdringerig, racistisch of seksistisch? Wat zit daarachter? Om die vragen te beantwoorden, is het nodig om te onderkennen dat niemand aan framing kan ontsnappen. Dus ook ik niet.

Mijn eigen framing is bijvoorbeeld dat we elkaar toch wat meer tijd moeten gunnen. Ik sprak een (blanke) Zuid-Afrikaanse collega die me zei dat zijn familie al sinds de achttiende eeuw in Zuid-Afrika woont en dat hij nog steeds regelmatig de idee krijgt aangepraat dat hij niet thuis hoort op het Afrikaanse continent. Anderzijds ben ik ook iemand die vindt dat de wereld niemand toebehoort en iedereen zou moeten kunnen gaan en staan waar hij of zij wil. Maar dat vinden sommigen waarschijnlijk een te naïeve framing. Dat is immers al evenzeer het argument dat Westerse mogendheden gebruikten om hun kolonialistische groeidrift te rechtvaardigen.

Op zoek naar de frames die ons verbinden

Wat ik wel al helder voor me zie, is dat we toch maar elkaar de hand moeten blijven reiken, en samen moeten zoeken naar de frames die ons verbinden. Veel woorden en dingen in het leven zijn momenteel zo zwaar beladen met betekenis en associaties dat het goed zou zijn als we samen zouden afspreken dat we proberen om die beladenheid er weer vanaf te halen, zoals een Marsbewoner dat zou doen (de hoofddoek is ook gewoon een kledingstuk, Zwarte Piet maakt ook gewoon deel uit van een kinderfeest). Om daarna samen op zoek te gaan naar alternatieven waarin, liefst, iedereen zich kan vinden.

Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website van de auteur, baldwinvangorp.com.

Baldwin van Gorp

Het artikel Voor een goed maatschappelijk debat moeten we ‘framing’ omarmen in plaats van gebruiken om tegenstanders weg te zetten als leugenaars verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Page generated in 1,547 seconds. Stats plugin by www.blog.ca