Burgers vinden een woedende politicus ongepast – behalve als ze het eens zijn met de politicus

Een politicus die woedend in de media reageert op een beleidsmaatregel – wat vinden burgers daar eigenlijk van? Jonathan van ’t Riet en Gabi Schaap, onderzoekers van de Radboud Universiteit in Nijmegen, deden hier onderzoek naar. En concluderen dat het uitmaakt welke opvatting mensen hebben over het onderwerp.

Vetes, fittie’s en woede zijn niet meer weg te denken uit de politiek. In Nederland trekt Geert Wilders op rechts ten strijde en Lilian Marijnissen op links, maar meestal op dezelfde manier: verongelijkt, getergd, woedend.

Hoewel op social media en in de pers de discussie over het waarom van de boze burger en de woedende politicus welig tiert, is er nog te weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar deze politiek van de woede. Daarom zijn wij, onderzoekers van het Behavioural Science Institute aan de Radboud Universiteit te Nijmegen, begonnen met onderzoek naar het fenomeen. Met als eerste vraag: wat is het effect van boze polititieke communicatie op ontvangers?

Woede is ongepast

De onderzoekers deden vier experimenten, waarin ze de deelnemers een politieke boodschap lieten lezen. Daarbij las de helft van de deelnemers een boodschap waarin een politicus ‘woedend’ was over een beleidsvoornemen, terwijl de andere helft een boodschap las waarin dezelfde politicus het er ‘niet mee eens’ was. In alle vier de experimenten bleek dat de deelnemers de woedende boodschap als ongepast zagen. Daarnaast vonden ze de woedende politicus minder aardig en minder competent dan de niet-emotionele politicus.

Onderzoekspublicatie:

Jonathan Van’t Riet, Gabi Schaap & Mariska Kleemans (2018). Fret not thyself: The persuasive effect of anger expression and the role of perceived appropriateness.  Motivation and Emotion.

Deze resultaten waren moeilijk te verklaren. Als de burger woede ongepast vindt, waarom zijn politici dan zo boos? De onderzoekers redeneerden dat verschillende mensen misschien wel heel erg verschillen in wat ze passend en niet passend vinden. Het uiten van woede zal hoogstwaarschijnlijk vooral aanslaan bij de eigen aanhang. En misschien wordt woede niet zozeer gebruikt om neutrale kiezers te overtuigen, maar vooral om de eigen aanhang op te zwepen.

Energizing the base

Een recenter onderzoek leverde voorzichtige steun voor deze hypothese op. De deelnemers kregen een (fictief) nieuwsbericht te lezen waarin een politicus zich uitsprak tegen een vrijhandelsakkoord tussen de EU en de VS. Net als in eerder onderzoek was het nieuwsbericht zodanig gemanipuleerd dat de helft van de deelnemers een bericht las waarin de politicus woedend was, terwijl de desbetreffende politicus het voor de andere helft van de deelnemers slechts oneens was met het verdrag.

De resultaten lieten zien dat ook nu de woedende boodschap als minder gepast werd gezien dan de niet-emotionele boodschap, maar deze keer alleen voor diegenen die een positieve houding ten opzichte van de EU hadden. Deelnemers met een negatieve houding ten opzichte van de EU vonden de woedende boodschap wel gepast. Sterker nog: zij vonden de niet-emotionele boodschap ongepast.

Onderzoekspublicatie:

Jonathan Van ’t Riet, Gabi Schaap, Mariska Kleemans, Harm Veling & Sophie Lecheler (2018). On Different Sides: Investigating the Persuasive Effects of Anger Expression in Political News Messages. Political Psychology.

Woede in politieke communicatie kan dus vaak als ongepast worden gezien, maar niet door diegenen die het met de boodschap eens zijn, of zelf ook boos zijn. Het lijkt er dus inderdaad op dat politici woede niet gebruiken om neutrale kiezers over de streep te trekken, maar vooral om hun eigen achterban te mobiliseren. ‘Driving up the rage’, zoals men in Amerika zegt, is een goede strategie als het gaat om ‘energizing the base’.

Voorzichtig koorddansen

Tegelijkertijd was uit de eerste serie onderzoeken gebleken dat woede als ongepast gezien kan worden. Daardoor bestaat veel politieke communicatie anno 2019 uit een uiterst voorzichtig koorddansen, waarin politici woede gebruiken om hun achterban te mobiliseren, maar willen voorkomen dat ze zo ver over de schreef gaan dat teveel neutrale kiezers op ze afknappen.

De wisselende resultaten van de partijen van Wilders en Marijnissen op verkiezingsavonden suggereren dat ze deze kunst nog niet tot in de perfectie beheersen.

Jonathan van ’t Riet, Gabi Schaap

Het artikel Burgers vinden een woedende politicus ongepast – behalve als ze het eens zijn met de politicus verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Eindejaarsinterview met Thijs Broer (VN): “Door vanaf het begin te investeren in relaties in de politiek kun je op lange termijn beter oogsten”

Over een hoogtepunt in de politieke verslaggeving

Thijs Broer op de redactie van Vrij Nederland

De Nieuwe Reporter sluit 2018 af met een reeks eindejaarinterviews. Journalisten vertellen over hun meest spraakmakende producties en baanbrekende primeurs van het afgelopen jaar. Vandaag een vraaggesprek met Thijs Broer (Vrij Nederland), de journalist achter het memorabele afscheidsinterview met Alexander Pechtold. “Ik heb nog nooit zo’n journalistiek succes meegemaakt.”

Vier maanden voor ex-partijleider Alexander Pechtold in oktober zijn vertrek uit de politiek aankondigde op het partijcongres van D66, wendde hij zich tot Thijs Broer, politiek verslaggever van Vrij Nederland, om dit geheim op te biechten en hem een exclusief afscheidsinterview aan te bieden. Samen met DNR analyseert Broer de inhoud en impact van deze journalistieke triomf en peilt hij de grootste uitdagingen waar de kwaliteitsjournalistiek mee geconfronteerd wordt.

“Hij wilde geen zoetsappig, hagiografisch verhaal.”

Hoe is het afscheidsinterview met Pechtold tot stand gekomen?

“Begin juni werd ik in de trein naar Brussel gebeld. ‘A-lex-an-der Pechtold!’ Ik dacht: wat krijgen we nou?! Ik ken hem al jaren, maar het is niet alsof hij regelmatig belt. Hij zei dat hij mij iets moest vertellen, maar alleen als ik het geheim kon houden. Ja, dat kon ik wel.”

“Hij vertelde dat hij weg zou gaan uit de politiek en vroeg of wij geïnteresseerd zouden zin in het enige grote afscheidsinterview. Daar wilde ik natuurlijk over nadenken. Maar alleen onder voorwaarde dat ik in principe alles zou mogen vragen. Dat vond hij prima, het moest een kritisch interview worden. Hij wilde geen zoetsappig hagiografisch verhaal.”

Dat Broer deze primeur kreeg, is te danken aan de eerdere interviews, die hij met Alexander Pechtold had gedaan: “Onder andere het enige grote dubbelinterview met hem en Hans van Mierlo, vlak voor diens dood, dat maakte ik samen met Max van Weezel. En een jaar of twee geleden ben ik met Pechtold voor een groot interview gaan houthakken in het bos in Wageningen. Dat was zo’n mooi gesprek geworden, dat hij er achteraf over zei: ‘Ja! Dat ben ik.’ Kennelijk heb ik met dat interview een snaar geraakt bij hem, die hij niet eerder zo heeft horen klinken. Daar moest hij dus aan denken, toen hij nadacht wie hij het afscheidsinterview zou gunnen.”

“Ik heb van mijn moeder altijd geleerd, dat je je moet houden aan je afspraken.”

Hoe was het om zulke informatie geheim te houden? Welk gevoel had je daarbij?

“Ik vond het een wonderlijk idee dat ik bijna de enige was in Nederland die het wist. De fractie wist van niets, Mark Rutte wist van niets. En ik wel! Vier maanden voor hij weg zou gaan. Maar aan de andere kant: ik heb altijd van mijn moeder geleerd dat je je moet houden aan je afspraken.”

Van sommige journalisten kwam ook kritiek, vertelt Broer: “Het commentaar was: als je zulk groot nieuws hebt, heb je de journalistieke plicht om het openbaar te maken.”

Wat vind jij daarvan?

“Totale onzin vind ik dat. In de eerste plaats: als het nou zou gaan om een staatsgeheim van publiek belang, misbruik in de politiek of grootschalige fraude, dan was het anders geweest. Dit ging over het vertrek van Alexander Pechtold uit de politiek. Een zaak die in principe alleen maar hem aangaat. Bovendien: wat zou er nou gebeurd zijn als ik het meteen openbaar had gemaakt? Dan had hij het glashard ontkend – dat heeft hij sowieso gedaan de maanden voor zijn vertrek – of was het hele interview in mijn gezicht ontploft. Dan had ik alleen maar het nieuwtje van de dag gehad en verder niets.”

Wie had in het interview de regie?

“Ik.”

Hoe kon je voorkomen dat Pechtold via het interview met jou gebruikte om specifieke zaken de wereld in te helpen?

“Bij kortere interviews in de krant of op televisie is het vaak zo dat de journalist een boodschap kwijt wil en daar dan een medium bij zoekt, maar daar hebben wij als maandblad, en voordien als weekblad, zelden aan meegedaan. Wij zijn niet echt van het nieuws, wij moeten het hebben van de achtergrondverhalen die dieper graven. De afspraak was in dit geval glashard: in principe moet het over alles kunnen gaan. Alleen het privéleven wilde hij er zoveel mogelijk buiten houden, omdat hij dat thuis zo had afgesproken. Dat werd overigens wel interessant, toen van de zomer het verhaal uitkwam over zijn ex-partner in Meppel.”

Was je tijdens het interview onpartijdig?

“In de eerste plaats ben ik eigenlijk nooit een partijganger geweest. Dat zou ik journalistiek gezien ook lastig vinden. Je moet als journalist met zo groot mogelijke onbevangenheid kijken naar alle politici die je meemaakt.”

“Ik heb in zekere zin wel sympathie voor Alexander Pechtold.”

Wel erkent Broer: “Ik heb in zekere zin wel sympathie voor Alexander Pechtold, omdat ik hem inmiddels goed heb leren kennen. Ik ben hem meer gaan waarderen, dan toen ik hem nog niet kende.”

Leidde dit tot meer of minder kritische vragen?

“In de loop van mijn journalistieke carrière van de afgelopen jaren heb ik geleerd dat interviews alleen maar goed kunnen worden als je juist kritische vragen stelt. Als je als journalist of medium serieus genomen wil worden moet je sowieso kritische vragen stellen, namens het grote publiek. Politici verdienen dat ook, die moeten ook tegengas krijgen. Ze moeten nooit te makkelijk wegkomen met wat ze kwijt willen.

Tegelijkertijd ben ik erachter gekomen, dat je politici er ook geen dienst mee bewijst als je hen alleen maar naar de mond praat of hen een makkelijk platform geeft. Het gesprek wordt ook beter, omdat je de ander dwingt beter na te denken over waar hij staat. En dat is in dit geval best aardig gelukt volgens mij. Ik heb Pechtold best kritisch bevraagd.”

Waarover ging dat dan?

“Over zijn relatie met Geert Wilders bijvoorbeeld. Er is heel vaak gezegd, dat het altijd in zijn belang is geweest om Wilders te bestrijden, dat hij heel mooi en principieel lijkt, maar tegelijkertijd zijn electorale succes hoofdzakelijk daaraan te danken heeft. Er zijn mensen die dat doorzichtige politiek hebben gevonden. Ik heb Pechtold dit voorgelegd. Hij heeft dat toen deels erkend. D66 was er zich electoraal strategisch van bewust dat ze zich – als enige partij – hevig moesten afzetten tegen Geert Wilders. Pechtold zei: ‘Natuurlijk is het altijd in mijn belang geweest, maar ik vóel in mijn tenen, dat waar die man voor staat, diametraal staat tegenover waar ik voor wil staan.’”

Broer noemt nog een voorbeeld van zijn kritische aanpak: “Ik heb hem ook gevraagd naar het risico, dat er bij partijleiders insluipt, om zich alleen maar te omringen met ja-knikkers. Dat erkende hij ook, door te zeggen dat een partij zich inderdaad gaat voegen naar de leider. Voor was dat één van de redenen om te vertrekken. Dat vond ik wel interessant, want hij had net zo goed kunnen ontkennen.”

Ieder interview heeft naar mijn mening een ‘diepere’ laag. Waar ging jouw interview met Pechtold écht over? Welk beeld heb je daardoor van Pechtold gekregen?

“Wat ik politiek wel onthullend vond, was toen ik vroeg naar de groeiende zorg in Nederland over de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Daar is de afgelopen jaren steeds kritiek op geweest, bijvoorbeeld door die bezorgers van Deliveroo, die met lullige contractjes als zzp-ers worden ingehuurd, daardoor niet verzekerd zijn en op elk moment ontslagen kunnen worden. Het gebeurt in de journalistiek ook. Het wordt steeds moeilijker om vaste banen te vinden. Dat is ondermijnend voor de zekerheid van een heleboel mensen.”

“Hij liet weinig gevoel zien voor wat in deze tijd van belang wordt gevonden.”

“Toen ik Pechtold voorlegde hoe D66 daar de afgelopen decennia juist aan mee heeft gewerkt – D66 is al sinds het Paarse Kabinet kampioen geweest van de privatisering, liberalisering en flexibilisering van de arbeidsmarkt – zei hij: ‘Ja, dat met Deliveroo is natuurlijk wel een probleem, maar we moeten ook niet doorslaan en het bedrijfsleven in de beklaagdenbank zetten.’ Hij zei het vrij achteloos.”

“Door dat antwoord liet hij weinig gevoel zien voor wat in deze tijd van belang wordt gevonden: opkomen voor de zekerheid van mensen. Dat was nota bene midden in de grote discussie over de dividendbelasting, over de groeiende ongelijkheid waar steeds meer mensen zich boos over maken. Dat vond ik tamelijk onthullend. Toen dacht ik: eigenlijk zit hij nog steeds op de oude liberale economische koers van D66 uit de jaren negentig. In dat opzicht ging het interview niet alleen over hem, maar ook over de veranderende tijdgeest.”

En persoonlijk?

“In dit interview vertelde hij voor het eerst in mijn herinnering zo openhartig over hoe zwaar het al die jaren was geweest. Hoe zwaar het hem nog steeds viel, om continu zo op je tenen te moeten lopen in al die Kamerdebatten. En in de tweede plaats, dat hij het ook dodelijk vermoeiend vindt om continu een publieke figuur te zijn. Hij zei: ‘De knop kan nooit uit.’ Hij werd continu gevraagd voor televisieprogramma’s. Daardoor vinden mensen hem een ijdeltuit. Maar hij moest wel: als hij niet laat zien wie hij is, zal niemand op hem stemmen. Dat vond hij het zwaarst van al het politieke werk.”

“Pechtold heeft een eindeloze geldingsdrang de gevatste te zijn.”

Maar Broer is vooral bijgebleven, dat Pechtold vertelde “hoe onzeker en verlegen hij als klein jongetje altijd is geweest. Dat hij zichzelf gedwongen had om op toneel te gaan om deze onzekerheid te overwinnen. En dat dit gevecht tegen onzekerheid er eigenlijk nog steeds is.”

Merkte je dat of kan hij zijn onzekerheid goed verbergen?

“In ieder geval kan hij dat en public ongelooflijk goed. Hij is een erg gepantserd figuur in het openbaar: als je in Nieuwspoort bent en hij komt eraan, heeft hij altijd het hoogste woord, is hij meteen het middelpunt van de belangstelling. Pechtold is een natuurtalent, maar heeft een eindeloze geldingsdrang om de gevatste te zijn. Dat is voor omstanders soms vermoeiend.”

Wederom weet Broer iets te nuanceren: “Pechtold lijkt iemand te zijn die in zijn publieke optreden met zijn eigen glorie bezig is, maar door gesprekken met hem ben ik erachter gekomen dat hij in zijn privéleven niet zo in elkaar zit.”

Zijn er overeenkomsten te vinden tussen het afscheidsinterview met ex-Unilever topman Polman voor AD en dat van Pechtold?

“Het is lastig te vergelijken, want het is een heel ander soort gesprek. Pechtold heeft, denk ik, niet zoveel reden voor grote frustratie. Als hij terugkijkt op zijn politieke carrière – waar het verhaal grotendeels over ging -, kan hij terugkijken op een hele succesvolle ontwikkeling. Dat hij zijn partij van 0 zetels naar 19 zetels heeft gebracht, terug naar het hart van de macht. Hij heeft geen reden om politiek af te rekenen met een vijand. Hij zei vooraf ook, dat hij niet van plan was om nog een keer zijn stoepje leeg te vegen. Dat vond hij niet chique.”

“Hij zei, dat hij met tranen van frustratie in zijn ogen bij de formateur had gezeten.”

“Hij liet zich wel een beetje gaan over Jesse Klaver en de formatiegesprekken met GroenLinks, toen Klaver wegliep. Hij zei, dat dit een van de moeilijkste momenten was uit zijn politieke bestaan. Hij zei, dat hij met tranen van frustratie in zijn ogen bij de formateur had gezeten. Daar bleek wel uit hoezeer hij Jesse Klaver persoonlijk kwalijk neemt dat het zo gegaan is. Ja, toen liet hij wel een stukje frustratie over de politiek blijken.”

Wat zijn de reacties geweest op het interview?

“Ik heb nog nooit zo’n journalistiek succes meegemaakt, eerlijk gezegd. Het nieuws dat hierin zat en het feit dat ik de enige journalist was die hier maanden van tevoren van wist, zorgden ervoor dat ik ineens in het brandpunt van de belangstelling kwam te staan. Dat had ik zelf nog nooit meegemaakt.”

“Ik was ook zelf op het congres van D66 met een aantal journalisten aan het praten,” vervolgt Broer, “die stonden te speculeren: zou hij nou weggaan of niet? Niemand had daarvoor enige aanwijzing. Belangstellend stond ik mee te knikken, zo van: ‘jaja, interessant.’ En dan een half uur later kondigde Pechtold zijn vertrek aan en stond – boem! – ons stuk online.”

Hoe voelde je je toen?

“Ja, geweldig! Ik had heel lang toegeleefd naar dat moment, maar dat het zo’n spektakel zou zijn, had ik ook niet verwacht. Nog tijdens de speech werd ik gebeld door DWDD, ik kreeg een sms’je van Twan Huys of ik die maandag bij hem wilde optreden en Pauw wilde me ook hebben. Ik ben uiteindelijk alleen bij Nieuwsuur geweest, nog diezelfde avond zat ik in de studio in Hilversum. Dat wordt door heel veel mensen bekeken.”

“Ik was heel eventjes BN’er geworden.”

Broer grinnikt: “Ik was heel eventjes BN’er geworden. Zelfs door allerlei ministers en Haagse collega’s ben ik gecomplimenteerd voor het interview. Die kwamen me feliciteren met de primeur, met de scoop. Dat had ik ook nooit eerder meegemaakt.”

Hoe is het interview door de lezers ontvangen?

“In anderhalve dag is het al zeventig tot tachtigduizend keer gelezen. Het is in leesminuten het best gelezen stuk uit de online-geschiedenis van Vrij Nederland. Digitaal was het een groot succes.”

Hoe was jouw 2018? Heb je het gevoel een hoogtepunt bereikt te hebben?

“Ik denk dat deze scoop lastig te evenaren is. Het laat zich ook niet afdwingen, dat je zulk nationaal nieuws mag brengen. Het is een zeldzaamheid, dus zulke spektakels verwacht ik komend jaar niet.”

“Wat voor mezelf in ieder geval leerzaam was, was het besef dat je door vanaf het begin te investeren in relaties in de politiek op de lange termijn kan oogsten. Zo’n relatie, die weliswaar kritisch is, maar betrokken is, daar heb je wat aan. Politici serieus nemen op het moment dat andere media nog de andere kant op kijken, dat onthouden ze ook.”

“Het is waardevol om dingen grondig uit te zoeken, in plaats van mee te dwarrelen met de waan van de dag.”

“Afgelopen jaar is er nog een dingetje geweest, dat ik zelf mooi vond om te doen. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen hebben we samen met Nieuwsuur een serie gemaakt, met de titel Schaduwmacht, over het functioneren van democratie in Nederland. Onder andere over de banencarrousel: uit wat voor functies komen politici, en wat voor banen krijgen ze daarna? Daarmee konden we laten zien, hoe waardevol het kan zijn als je dingen grondig uitzoekt, in plaats van mee te dwarrelen met de waan van de dag.”

Onderzoeksjournalistiek wordt steeds belangrijker.

“Ja, en voor ons in toenemende mate. Vrij Nederland is een maandblad, dus we moeten het steeds meer hebben van echt onderscheidende, grote onderzoeksverhalen en interviews die anderen niet hebben. Dat is dit jaar in ieder geval aardig gelukt.”

Wat zijn de uitdagingen op dat gebied voor Vrij Nederland?

“We hebben net als andere opiniebladen te maken met dalende oplages. De kranten tot op zekere hoogte. De concurrentie van allerlei online-platforms is natuurlijk steeds groter geworden, omdat mensen door internet veel makkelijker aan informatie en kwaliteitsjournalistiek kunnen komen, dan voorheen. Veel mensen hebben het gevoel, dat het minder noodzakelijk is om voor kwaliteitsjournalistiek te betalen. De uitdaging is om zo onderscheidend te zijn in onze journalistieke keuzes, dat het blad onontkoombaar is voor als je écht wil weten hoe het zit.”

En lukt dat?

“Ja, op een aantal momenten wel. Met het Pechtold-verhaal en ‘Schaduwmacht’ hebben we dat wel bewezen. Dat waren dingen die je ergens anders écht niet kon zien. Dat trekt lezers, publiek, aandacht én is goed voor het blad.”

“De uitdaging is om zo onderscheidend te zijn in onze journalistieke keuzes, dat het blad onontkoombaar is voor als je écht wil weten hoe het zit.”

Sarah Sramota

Het artikel Eindejaarsinterview met Thijs Broer (VN): “Door vanaf het begin te investeren in relaties in de politiek kun je op lange termijn beter oogsten” verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Online marketing & verkiezingen: jouw keuzes zijn niet jouw keuzes

Column – Kan wie dan ook van ons echt beweren dat we zelf vrij kunnen kiezen wat we kiezen in de wereld van vandaag? Wat is onethische manipulatie en wat hebben we nodig om het onderscheid te maken of om het tegen te gaan? In de trein naar Brussel, terwijl ik het nette, vlakke en […]

Weg met de spindoctors!

Politieke partijen en departementen schieten door in het ‘managen’ van nieuws

Spindoctors zijn een ramp voor de politieke verslaggeving. Woordvoerders van politieke partijen en departementen zijn doorgeschoten in het ‘managen’ van nieuws. Zo wakkeren ze volgens politicoloog Philip van Praag het wantrouwen aan bij journalisten en verzwakken ze het vertrouwen van de burger in de politiek.

De kabinetsformatie van 2017 zal bij journalistiek Den Haag weinig positieve herinneringen oproepen. Maandenlang kwam er geen nieuws naar buiten en de onderhandelende politici lieten zich veelal in identieke nietszeggende woorden uit over de voortgang van de formatie. Als een journalist op eigen kracht toch belangrijk nieuws had achterhaald, werd de juistheid van de informatie door woordvoerders glashard ontkend.

Journalisten moesten dagelijks bij voorlichters van de formerende partijen langs om te horen dat er geen nieuws was, een ervaring die op weinig waardering kon rekenen. Frank Hendrickx en Ariejan Korteweg formuleerden in de Volkskrant treffend het journalistieke ongenoegen:

‘Geregeld staan journalisten voor de deur in een rij te wachten, zacht mopperend over deze vernedering.’

Precies of rekkelijk

Het nieuwsmanagement aan de kant van de politiek partijen bleek tijdens de formatie tot grote hoogte gestegen te zijn: het resultaat van de gestage professionalisering bij politieke partijen. Het groeiend belang van talkshows, digitale media en de overtuiging van politici dat hun optreden in de media hen kan maken of breken hebben de partijen tot deze stap gebracht. Woordvoerders zijn er al tientallen jaren, maar het systematisch opzetten van een uitgekiende mediastrategie is een meer recent verschijnsel.

Bij ministeries zien we een vergelijkbare ontwikkeling. De afdeling communicatie vormt tegenwoordig een centraal, strategisch onderdeel van elk departement. Ooit woedde er in de wereld van overheidsvoorlichters een strijd tussen de rekkelijken en de preciezen. De preciezen stonden erop, dat ze alleen voorlichting dienden te geven over aangenomen beleid en hielden zich afzijdig bij onderwerpen waarover nog een politieke discussie liep. Deze taakopvatting is volledig verdwenen.

Tegenwoordig achten perswoordvoerders, de rekkelijken, het hun taak om het imago van hun minister te beschermen, ongeacht het beleidsonderwerp en de notie of het over reeds vastgesteld beleid gaat, een vaag beleidsvoornemen of een gerucht. De mogelijke spanning tussen het belang van de minister, en het belang van het departement, het kabinet of een meer algemeen belang wordt genegeerd.

Stemverheffing

De wijze waarop communicatieafdelingen, en meer specifiek de woordvoerders die belast zijn met contact met de media, hun doelstellingen willen bereiken varieert sterk. Belangrijk is dat ze proberen op verschillende manieren de dagelijkse politieke media-agenda te beïnvloeden. Bepaalde onderwerpen en politici wil men graag positief in beeld brengen, negatieve berichten probeert men juist uit de media te houden. Positieve publiciteit kan men genereren met een traditioneel persbericht of een persbijeenkomst om een plan toe te lichten. Ook het geven van een primeur aan een bepaald medium kan voor de gewenste aandacht zorgen.

Het tegenhouden van een negatief bericht of het op zijn minst enigszins neutraliseren ervan is vaak lastiger. De aanpak kan variëren van stemverheffing door de woordvoerder tot het dreigen met het onthouden van relevant nieuws en mogelijke scoops. In het algemeen geldt dat bij het gunnen van een scoop op termijn altijd een zekere tegenprestatie wordt verwacht. Als positieve beloning hebben woordvoerders niet alleen een toekomstige primeur in de aanbieding, zij bepalen ook bij welke media veel gevraagde politici verschijnen of juist wegblijven. Bovendien onderhandelen zij met redacties van talkshows over de onderwerpen die wel of juist niet aan de orde mogen komen.

Tot slot proberen woordvoerders te spinnen, zowel bij positieve als negatieve publiciteit. De woordkeus van de journalist en, meer algemeen, het gekozen frame van een bericht of aankondiging kan bepalen hoe lezers en kijkers over een onderwerp denken.

‘Beeldvoerder’

De taken van een afdeling communicatie beperken zich zeker niet tot de contacten met redacties van verschillende media. Het regelen of zelf verzorgen van mediatrainingen voor politici is eveneens hun verantwoordelijkheid. Het lijkt er soms op, dat politici de door hun woordvoerders aangereikte teksten keurig uit hun hoofd leren.

Een andere belangrijke taak van een afdeling communicatie is de zorg voor de directe communicatie met burgers. Het ideaal van menig partij is om zich zonder tussenkomst van hinderlijke journalisten rechtstreeks tot de kiezers te wenden. Waar politieke partijen enkele decennia geleden daarvoor nog volledig afhankelijk waren van de zendtijd voor politieke partijen en gedrukte en audiovisuele advertenties in de traditionele media, is tegenwoordig elke partij druk bezig gelikte filmpjes over zijn partijleider op Facebook of YouTube te plaatsen. Sommige partijen hebben daarvoor zelfs een ‘beeldvoerder’ in dienst. In feite is menig tweet van een politicus opgesteld door een woordvoerder.

De politiek betaalt wel een prijs voor deze professionalisering in de communicatie. Al jaren is er sprake van wantrouwen tussen politici en journalisten. Politici storen zich aan de machtspositie van de media, dat journalisten hen kunnen maken of breken. Zij uiten zich dan ook vaak negatief en cynisch over de politieke berichtgeving in de media. Veel Haagse journalisten daarentegen, vinden dat de macht van de media wordt overdreven. Tien jaar geleden waren ze al van mening dat woordvoerders en andere communicatiedeskundigen hen belemmeren in hun dagelijkse werk.

Het ongenoegen over de rol van woordvoerders beperkt zich overigens niet tot de politieke journalistiek. Het recente onderzoek van Corner-Stone en de Nederlandse Vereniging van Journalisten onder 584 journalisten en 482 woordvoerders bevestigt dat vergelijkbare onvrede ook onder journalisten leeft die niet over de Haagse politiek berichten.

Gemanipuleerd en vernederd

Het is zeker noodzakelijk geweest dat politieke partijen en departementen hun communicatie geprofessionaliseerd hebben. Echter, politieke partijen en departementen lijken de laatste jaren iets te ver doorschoten te zijn in de mate waarin zij het nieuws ‘managen’. Op het moment dat journalisten zich genegeerd, gemanipuleerd en vernederd voelen door woordvoerders, is het duidelijk dat er iets mis is. Zulke situaties dragen niet alleen bij aan het wantrouwen bij journalisten, ze verzwakken ook het vertrouwen van de burger in de politiek.

Hoe vaker journalisten wijzen op de invloed van woordvoerders op politici, hoe meer politici mediatraining ondergaan en hoe meer de strategische rol van spindoctors wordt belicht, des te moeilijker wordt het voor politici om het vertrouwen van burgers te winnen. Zelfs als journalisten er niet op zouden wijzen, zal menig burger na het zien van een gelikt media-optreden of mooi filmpje op sociale media met een onbestemd gevoel achter blijven.

Onder invloed van spindoctors durven politici nauwelijks nog risico te nemen. Politici die aan de hand lopen van woordvoerders zullen echter nooit tot grote hoogten stijgen.

Philip van Praag

Het artikel Weg met de spindoctors! verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Page generated in 0,868 seconds. Stats plugin by www.blog.ca