Minister: gegevensuitwisseling in de zorg moet rap tempo volledig digitaliseren

Minister Bruins voor Medische Zorg wil dat digitale data van patiënten kunnen worden uitgewisseld zonder hun expliciete toestemming, zo schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. ‘Mijn ambitie is dat de gegevensuitwisseling in de zorg in Nederland in rap tempo volledig digitaliseert waardoor ook patiënten al hun eigen gegevens digitaal kunnen inzien en beheren. Met meer regie door de overheid dan tot nu toe, met meer tempo en met een wettelijke verplichting.’

Door gebrekkige elektronische gegevensuitwisseling in de zorg worden volgens de minister (pdf) vermijdbare fouten gemaakt, moeten mensen steeds weer opnieuw hun verhaal vertellen, moeten zorgverleners gegevens telkens opnieuw intypen ten koste van de tijd voor patiënten en worden onderzoeken onnodig herhaald.

Er zijn ook allerlei technische standaarden in gebruik die niet altijd op elkaar aansluiten, en niet is in elke regio al een infrastructuur beschikbaar voor elke gegevensuitwisseling.

Zorgverleners beschikken te vaak niet over de informatie die ze nodig hebben en zijn teveel tijd kwijt met faxen of het op DVD branden van gegevens, constateert de minister. ‘Mensen moeten te vaak opnieuw hun verhaal vertellen terwijl ze denken ‘dokter dat weet u toch wel’. Daarom moet digitaal het nieuwe normaal worden.’

Het verwerken van medische informatie is in beginsel verboden. Dat volgt uit de AVG. Op dit verbod zijn echter uitzonderingen, bijvoorbeeld als er sprake is van toestemming of wanneer het noodzakelijk is voor de behandeling (behandelovereenkomst). Voor de laatste situatie zijn regels gesteld in de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (de WGBO). Hierin is onder meer geregeld dat gegevens uit een medisch dossier alleen met toestemming van de patiënt aan anderen kunnen worden verstrekt. Uit de WGBO volgt echter ook een aantal uitzonderingen op deze regel. Zo is expliciete toestemming niet nodig voor het verstrekken van noodzakelijke inlichtingen aan degene die rechtstreeks betrokken is bij de behandelrelatie en de vervanger van de hulpverlener.

In december gaf de minister al aan dat hij de belemmeringen in elektronische gegevensuitwisseling aan wilde pakken.

Voor de periode 2017-2022 wordt meer dan 400 miljoen euro beschikbaar gesteld voor zogenoemde versnellingsprogramma’s bij onder meer de GGZ, ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. Dit jaar volgen er nog regelingen voor integrale geboortezorg, huisartsen, vrijgevestigden in de GGZ, de langdurige zorg en een vervolgprogramma voor ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. Patiënten die dat willen, kunnen straks ook eigen informatie ophalen in persoonlijke gezondheidsomgevingen.

De minister is van plan om dit jaar een conceptwetsvoorstel in consultatie te brengen. Indiening bij de Kamer is op dit moment voorzien rond de zomer van 2020, met als mogelijke publicatiedatum 1 januari 2021.

Na duurzaamheid en het klimaat gaat het nu over het sociale bewustzijn

Dit jaar waren design en tech ethics goed vertegenwoordigd op SxSW. Het bewust omgaan met, en verantwoordelijkheid voelen voor data en content, werd besproken. Nadat thema’s als duurzaamheid en het klimaat in voorgaande jaren ruimschoots werden behandeld, is nu het sociale bewustzijn aan de beurt. En de paradox van de zorg van de toekomst, wat is dat?

Over de gezondheidszorg is veel discussie. Hoe kunnen we de wereld en de zorg beter maken met nieuwe technologie? Op SxSW werd op de risico’s ingezoomd. Hoe gaan we om met alle data die beschikbaar komt? In hoeverre proberen we mensen, maar ook systemen te verrijken met alles wat we in de nabije toekomst kunnen

Neophiles vs. neophobes

In de gezondheidszorg in de Verenigde Staten – maar ook in Europa – is technologie in de gezondheidszorg een hot topic waar veel verschillende emoties loskomen. Het elektronisch patiëntendossier is bijvoorbeeld al jaren een onderwerp van discussie. Dit debat gaat meestal over meningen gedreven door angst en hoop, gevoerd tussen de neophiles en de neophobes.

De neophobes zien technologie als een oncontroleerbare entiteit die hun baan gaat overnemen, hun privacy gaat schenden en het menselijk contact gaat beïnvloeden in negatieve zin. De neophiles zien daarentegen juist mogelijkheden ontstaan op de arbeidsmarkt en geloven in een efficiëntere wereld waarin het menselijk contact kwalitatiever kan worden door technologie.

Waar normaliter de meerderheid zich in het midden bevindt en het debat daardoor genuanceerd wordt, is daar binnen technologische ontwikkelingen minder sprake van. Nieuwe technologie wordt immers gemaakt door de neophiles met een visie gericht op de toekomst. Maar bijna iedereen die werkzaam is in de gezondheidszorg, is ervan overtuigd dat goede zorg juist door mensen wordt geleverd. Uit diverse onderzoeken is namelijk gebleken dat wanneer een arts meer tijd besteedt aan contact met een patiënt, de kans op herstel toeneemt en de patiënt minder vaak gebruik maakt van het zorgsysteem. Meer persoonlijk contact tussen arts en patiënt zou dus leiden tot uiteindelijk goedkopere zorg.

Menselijk contact x technologie

Als we de neophiles moeten geloven, maakt de combinatie tussen nieuwe technologie en het menselijk contact wel degelijk efficiënter. Hoe dat eruitziet? Dr. David Feinberg, het hoofd van Google’s health team, gaf tijdens een discussie-sessie zijn visie op technologie en de gezondheidszorg. Per minuut verwerkt Google 70.000 queries over gezondheid: bijna een miljard per dag. De data die Google verzamelt, maakt ze de grootste medische kennisbank ter wereld.

Doordat Google oneindig veel content kan scannen met image recognition, zijn ze inmiddels zo ver dat een moedervlek van een melanoom kan worden onderscheiden. Aan foto’s van ogen kan talloze data worden gekoppeld. Wie Alzheimer krijgt en wie gevoelig is voor een hoge bloeddruk of diabetes – ook dat kan allemaal vroegtijdig ontdekt worden. Dat is namelijk afhankelijk van DNA, en onder andere de plek waar je leeft en waar je bent geboren. Google is hierin bewezen nauwkeuriger dan een arts. Om dit te optimaliseren is een enorme hoeveelheid persoonlijke data nodig. Persoonlijke data waardoor de zorg op maat worden geleverd. Dus ook dit kan de zorg efficiënter en persoonlijker maken.

De gulden middenweg

Maar gaat Google de gezondheidszorg echt verbeteren? Google zelf is ervan overtuigd. Ze willen alleen wel alles van je weten. En het feit blijft dat ondanks alle inzet om de zorg te verbeteren, Google dit niet alleen kan. Ook niet samen met de medici. De oplossing ligt vooral bij de bewakers van het systeem. De zorgverzekeraars en de politiek zijn verantwoordelijk voor het vinden van de balans. Zolang verzekeraars winst moeten maken, salarissen moeten betalen en de kosten van medicatie moeten beperken, maar tegelijkertijd de beste persoonlijke zorg moeten bieden, komt er weinig verandering. Daar ligt een rol voor de politiek.

Verschillende partijen werken momenteel aan hun eigen visie voor de gezondheidszorg. Meer efficiëntie, goedkopere medicatie, minder kosten. De ideale vorm ligt in het midden. Daarbij wordt de gezondheidszorg waarschijnlijk niet goedkoper. Maar het zou wel efficiënter en menselijker kunnen. Met meer aandacht en meer kennis als de arts zich meer richt op het contact en de data gebruikt voor de juiste zorg op maat.

Kamerleden eisen duidelijkheid over opslag patiëntgegevens bij Google

Minister Bruins voor Medische Zorg moet kunnen garanderen dat patiëntgegevens die versleuteld zijn opgeslagen in Google Cloud niet op basis van de Cloud Act door Amerikaanse inlichtingendiensten kunnen worden ingezien. SP-Kamerlid Hijink heeft samen met D66-Kamerleden Verhoeven en Raemakers hierover Kamervragen gesteld.

Afgelopen weekend ontstond enige ophef over de verplaatsing van patiëntgegevens van honderdduizenden Nederlanders naar de cloud van Google.

De behandelgegevens van honderdduizenden Nederlanders met kanker, diabetes, parkinson en andere veelvoorkomende aandoeningen belanden tegenwoordig in de Google Cloud.

Met toestemming van ziekenhuizen slaat het commerciële bedrijf Medical Research Data Management (MRDM) uit Deventer deze data tegenwoordig op bij de Amerikaanse techgigant. Per patiënt betreft het soms wel vijfhonderd gegevens: van medicatie en complicaties tot opnameduur en ingrepen.

MRDM stelt aan alle wettelijke en privacy-eisen te voldoen. De dataverwerker is volgens directeur Paul Crauwels niet verplicht toestemming te vragen aan patiënten óf om hen te informeren. Ook ziekenhuizen hoeven dit niet.

Maar de Kamerleden zijn niet gerust. De zogenoemde Clarifying Overseas Use of Data (CLOUD) biedt mogelijkheden voor Amerikaanse diensten om data te in te zien, ongeacht de locatie.

Kamerlid Hijink wil ook weten of het pseudonimiseren van patiëntgegevens voldoende is om de privacy te beschermen, aangezien veel gegevens weer ontsleuteld kunnen worden en ‘het voor Google technisch gezien een fluitje van een cent schijnt te zijn om de anonieme data naar een persoon te herleiden’.

D66 wil duidelijkheid (pdf) over de servers waar de gegevens worden opgeslagen. Zijn er geen privacyvriendelijke alternatieven die minder risico’s met zich meebrengen, wil de partij sweten.

Zou het niet veel beter zijn als medische data in beheer worden gebracht bij Nederlandse of Europese organisaties zodat ook de desbetreffende wetgeving en bescherming op de data van kracht is, wil Hijink van de minister weten.

‘Computer kan online bril voorschrijven’

Online oogmetingen kunnen in vergelijking met de traditionele meetmethoden zeer nauwkeurig uitgevoerd worden. Dat zegt Robert Wisse, oogarts en onderzoeker van het UMC Utrecht. Op het NOG Congres presenteerde hij de resultaten van een klinische studie naar de werking van een online applicatie van Easee.

Sinds 2016 ontwikkelt Easee in Amsterdam een oogmeting die iedereen binnen 15 minuten met een internetverbinding, laptop en smartphone thuis kan uitvoeren. Na de uitslag kan de gebruiker een door een optometrist gevalideerd brilrecept bestellen. Ruim 12.000 gebruikers hebben thuis reeds de online oogmeting van Easee gedaan.

Onderzoekers hebben de zogenoemde visus- en refractie afwijking van 100 gezonde proefpersonen (18-40 jaar) gemeten via de online applicatie van Easee en vergeleken deze uitkomsten met de traditionele oogmeting uitgevoerd door een optometrist.

De toepassing van de applicatie zou in het geval van een staaroperatie een (extra) ziekenhuisbezoek kunnen uitsparen, wat 225 euro per uitgespaard bezoek oplevert.

Het UMC Utrecht heeft de ambitie om de online oogmeting in het elektronische patiëntendossier te integreren. Zo kunnen patiënten in de toekomst na een operatie op afstand gemonitord worden.

ECG app voor Apple Watch nu ook in Nederland

Apple stelt zijn ECG-app voor Apple Watch Series 4 nu ook voor Nederlandse consumenten beschikbaar. Gebruikers kunnen met het slimme horloge een elektrocardiogram laten maken als ze een snelle of onregelmatige hartslag ervaren.

De app is meteen beschikbaar in negentien Europese landen, waaronder Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. De ECG-app en de meldingen bij onregelmatig ritme hebben een CE-markering gekregen.

In de VS heeft Apple jarenlang met de Food and Drug Administration (FDA) samengewerkt voor een De Novo-classificatie voor de ECG-app.

De app ontleent zijn informatie aan elektroden aan de achterkant van Apple Watch Series 4. Na 30 seconden wordt bepaald of je hartritme normaal is, tekenen van atriumfibrilleren vertoont of dat er geen beoordeling mogelijk is. De metingen worden in de Gezondheid-app op iPhone bewaard.

Personalised nutrition werkt pas echt goed op basis van leefstijl en omgeving

Hoe groot is de kans dat je gevoelig bent voor gluten? Ben je drager van het obesitasgen? En in hoeverre ben je meer duurloper of sprinter? Veel mensen zijn er nieuwsgierig naar. Wetenschappers ontdekken steeds meer verbanden tussen genetische aanleg en bepaalde eigenschappen. Door het DNA te analyseren kun je achterhalen wat voor jou specifiek wel of geen goede voeding is of welke sport het best bij je past. Maar voor wie gezonder wil leven, zit de grootste winst nog altijd in een verandering van leefstijl, ongeacht je genenpakket.

De jonge gezondheidsbewuste vrouw die wil weten hoe ze zo gezond mogelijk kan eten. De mannelijke veertiger die al jaren last heeft van vage buikklachten en duidelijkheid wil of het met lactose of gluten te maken kan hebben. De fanatieke sporter of ambitieuze carrièretijger die hun prestaties willen verbeteren. De oudere die nog zo lang mogelijk gezond wil leven of de jongere die het gewoon cool vindt. Allemaal mensen die Sander Bast de laatste jaren als klant heeft gehad bij zijn bedrijf Analyse Me om duidelijkheid te krijgen over hun DNA. Aan de hand van wat wangslijm op een wattenstaafje kan dit bedrijf dertig genetische eigenschappen bepalen, waarop je dan je leefstijl kunt aanpassen.

Personalised nutrition, of personalised health, is de toekomst. Althans, daar gaan veel wetenschappers nu vanuit. Richtlijnen zoals de Richtlijn Goede Voeding zijn opgesteld voor grote groepen mensen. Maar niet iedereen reageert hetzelfde op verschillende voedingsmiddelen. Als je diabetes hebt of hart- en vaatziekten, is er juist een aangepast voedingspatroon nodig. Bij een 18-jarige past een andere leefstijl dan bij een 70-jarige, en ga zo maar door. Dat zijn punten waar personalised health op inspeelt.

Genen of leefstijl

Nard Clabbers van TNO en het consortium Personalised Nutrition and Health, ziet ook zeker toekomst in gezondheidsadvies op basis van genen, maar denkt dat de grootste winst zit in adviezen op basis van leefstijl en fenotype. “Stel dat ik een tweelingbroer heb die iedere avond dineert met chips en drop, overgewicht heeft en niet sport. Die zou op basis van zijn genen hetzelfde advies krijgen als ik, terwijl ik veel sport, een goed gewicht heb en over het algemeen een gezond eet. Je kunt het meest bereiken door leefstijladviezen, en pas daarna komt je genetische aanleg om de hoek kijken.”

Het consortium, een samenwerking tussen TNO en Wageningen Research, doet veel onderzoek naar de technologische ontwikkelingen op het gebied van persoonlijke data, maar ook naar de gedragsverandering die nodig is om gezonder te leven. De technologische ontwikkelingen gaan heel hard. Via fitbits, apps, health trackers en allerlei andere apparatuur is het mogelijk om allerlei gezondheidsdata te verzamelen. Dat gebied ontwikkelt zich snel verder; van de genetische testen zoals Analyse Me die doet en glucosemetingen uit traanvocht, tot bloedtesten die je gewoon thuis kunt doen. Een gebrek aan data is er niet. De uitdaging zit in het vertalen van die uitkomsten naar de praktijk, hoe je die kennis goed kan combineren dat het waarde toevoegt voor de individuele consument.

Kennis leidt niet automatisch tot ander gedrag

“Je ziet dat de gedragscomponent groot is,” vertelt Clabbers. “Ook al hebben mensen de kennis over wat wel en niet goed voor ze is, het is toch lastig in te passen in de praktijk. Wij onderzoeken nu hoe je echt iets toevoegt voor mensen, zonder iets weg te nemen. Sommige mensen zijn wat huiverig over personalised nutrition. Ze zien het als de big brother, die je ervan weerhoudt om chocola te eten of bier te drinken. Dat moet personalised nutrition niet zijn. Het moet iets toevoegen, waardoor het mensen helpt de keuze te maken waarbij ze zich prettig voelen. Het moet mensen ontzorgen en helpen. Daarbij gaat het niet over het maken van nieuwe producten, maar om te helpen bij het maken van keuzes. Als je online boodschappen doet, is het nu ook al een stukje gepersonaliseerd. De app kent je favoriete producten, kan aanbevelingen doen gebaseerd op jouw boodschappenlijstje. Als je bijvoorbeeld aan je profiel kunt toevoegen dat je diabetes hebt, dan kan de app je daarvoor ook suggesties doen, waardoor de gezonde keuze de makkelijke keuze wordt. Zo zijn er talloze ontwikkelingen en koppelingen mogelijk.”

Ook voor Analyse Me is die gedragsverandering een aandachtspunt. “Onze klanten krijgen nu kennis over hun genetische aanleg voor bepaalde leefstijlpunten”, vertelt Bast. “We stellen er wel een paar interactieve vragen bij, zoals ‘hoeveel zuivel gebruik je nu?’ en geven de aanbevolen hoeveelheden op basis van geslacht, leeftijd en gewicht, maar er ontbreken nog veel gegevens. Hoe zit het met de huidige leefstijl, de doelen, de motivatie. Dat weten we nu niet, maar daar willen we wel naartoe. Dat je dan uiteindelijk met die gegevens, eventueel in combinatie met bloedwaarden en data uit wearables, begeleiding van een coach kunt krijgen om echt je leefstijl aan te passen op een manier die bij jou past.”

Wat kunnen we verwachten van personalised health in de toekomst?

Bast en Clabbers zijn er beiden van overtuigd dat personalised health alleen maar groter zal worden. Hoe snel dat gaat is de vraag. Clabbers denkt dat het niet zo heel snel zal gaan. “De veranderingen op het gebied van voeding gaan langzaam. Daar is meer sprake van evolutie dan revolutie. Maar de technologische ontwikkelingen gaan zo snel. Twintig jaar geleden hadden we er ook geen idee van hoe groot de rol van internet en sociale media nu zou zijn. We zien wel dat grotere bedrijven zich ook meer gaan interesseren voor personalised nutrition: cateraars, supermarkten, restaurantketens, voedingsbedrijven zijn er allemaal mee bezig. Gezondheidsdata van bijvoorbeeld fitbits zijn makkelijk te integreren in bestaande programma’s en dat zal ook snel gaan gebeuren. Dan kan iedereen ervan profiteren, onafhankelijk van inkomen of opleidingsniveau.”

Bast verwacht dat er over 5 à 10 jaar wel best veel veranderd zal zijn. “De ontwikkelingen gaan snel en de wetenschap wordt steeds beter. Het zou me niet verbazen als over een paar jaar mensen thuis hun DNA zelf kunnen onderzoeken en van daaruit een gepersonaliseerd advies krijgen. Maar we moeten wel transparant en eerlijk blijven in wat we doen.” Hiermee refereert hij aan een recente uitzending van ‘Opgelicht’ waaruit bleek dat mensen een willekeurig DNA-rapport opgestuurd kregen. “Het DNA-onderzoek gaat groter worden en ik zou graag met allerlei partijen in overleg om gezamenlijk afspraken te maken waaraan deze bedrijven moeten voldoen. Betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en transparantie zijn heel belangrijk hierin. Als dat goed gaat, ligt er een grote toekomst voor personal health. De ontwikkelingen op dit gebied zijn niet tegen te houden.”

App helpt jongeren hun medicijnen juist in te nemen

Een app waarmee chronisch zieke jongeren kunnen chatten met hun apotheker helpt hen om hun medicijnen op tijd en op de juiste manier in te nemen. Dat zegt onderzoeker Richelle Kosse van de Universiteit Utrecht. Zij promoveert deze week op therapietrouw bij tieners.

Volwassenen zijn zelf verantwoordelijk voor het innemen van medicijnen. Bij jonge kinderen zorgen hun ouders daarvoor, maar jongeren moeten leren om die verantwoordelijkheid te dragen. Daarbij kunnen ze best een beetje hulp gebruiken, vindt Kosse.

Uit Kosses onderzoek naar ADHD blijkt dat jongeren hun medicijnen vaak vergeten en vinden dat ze die in het weekend niet nodig hebben. De groep met astma was van alle drie nog het meest therapie-ontrouw en voor die groep ontwikkelde Richelle Kosse een smartphone-app.

De app heeft meerdere functies: hij bevat een vragenlijst waarmee de astmaklachten gemonitord worden, een alarm dat waarschuwt wanneer de patiënt zijn medicijnen moet innemen, instructiefilmpjes over het goed gebruik van de medicijnen en er zit een chatfunctie op om via een veilig systeem direct contact te hebben met andere jonge astmapatiënten of met de apotheker.

Derk Arts (Castor): ‘Beter ontsluiten van data moet medisch onderzoek verbeteren’

Welk medicijn een dokter voorschrijft wordt onder meer bepaald door medisch onderzoek. ‘Wij faciliteren elke medische onderzoeker in de wereld om hele hoge kwaliteit data te verzamelen die ze dan kunnen analyseren en daar dan een paper over kunnen schrijven. Dat leidt dan uiteindelijk tot de richtlijn van de huisarts, zodat patiënten de juiste behandeling krijgen. Wij zijn één van de weinige systemen in de wereld die professionele kwaliteit bieden tegen een betaalbare prijs”, aldus Derk Arts oprichter en CEO van Castor EDC bij Top Names.

‘Steeds meer Nederlanders appen met medisch deskundige voor advies’

Het aantal mensen dat per app, telefoon en mail advies vraagt aan medisch deskundigen is het afgelopen jaar met 19 procent gestegen naar ruim 40.000. Hierbij was de grootste stijging te zien in het aantal mensen dat per appdienst een medische vraag wilde bespreken. Dit blijkt uit gegevens van Medicinfo.

De stijging loopt parallel aan de groei van het aantal mensen dat online op zoek gaat naar medisch advies, zoals het CBS eerder dit jaar al bekend maakte.

De belangrijkste redenen om contact te zoeken met een medisch deskundige op afstand zijn het wegnemen van twijfel over een bezoek aan de huisarts, snel geruststelling krijgen over een kwaal en de laagdrempeligheid en persoonlijke benadering van de diensten. In 27 procent van de gevallen was het geven van informatie door een medische deskundige voldoende om de persoon te helpen, in 19 procent van de gevallen kon een persoonlijk advies worden gegeven hoe iemand zelf de klacht kon oplossen.

Jongeren geven duidelijk de voorkeur aan het gebruik van de appdiensten: meer dan de helft van de gebruikers van deze diensten is jonger dan 30 jaar. Bij mensen boven de 40 jaar is vooral de telefoonlijn populair: 55 procent van de vragen die gesteld worden per telefoon komt van mensen uit deze leeftijdsgroep.

Veruit de meeste vragen werden het afgelopen jaar gesteld over huidklachten zoals jeuk, uitslag en insectenbeten. Zo’n 5 procent van de vragen gaat over buikklachten, medicatie en keel of mond klachten. De vijfde meest voorkomende klacht gaat over geslachtsorganen. De meest voorkomende klachten wisselen per seizoen, zo staan huidklachten op nummer een in de zomermaanden, terwijl buikklachten en luchtwegproblemen vaker in het najaar en de winter voorkomen.

MWC: Eerste 5G operatie in Barcelona

Het was het huzarenstukje van Mobile World Congress 2019: ’s werelds eerste 5G operatie. Chirurg Antonio Maria de Lacy gaf gisteren vanuit de Fira Gran Via met behulp van een liveverbinding instructies aan vrouwelijke collega’s in Hospital Clinic Barcelona. Dat klinkt spannender dan het was, want de patiënt werd gewoon ter plaatse in het ziekenhuis geopereerd.

De bedoeling was dan ook om aan te tonen dat doktoren op afstand kunnen assisteren via 5G bij onder meer complexe darmoperaties. De Lacy gebruikte een zogenoemde telestator om een bepaald weefsel uit te lichten.

Dat zou in de toekomst ook in landen als Afrika kunnen, vooropgesteld dat 5G daar aanwezig is. 143 miljoen operaties per jaar kunnen niet uitgevoerd worden omdat er geen experts beschikbaar zijn. Zij zouden teams op afstand kunnen aansturen.

5G neemt namelijk veel van de bezwaren van het huidige 4G netwerk weg: geen vertragingen, want 100 keer sneller, meer apparaten per zendmast en de mogelijkheid van netwerk slicing, waarbij het onderliggende netwerk opgedeeld kan worden in virtuele netwerken, toegesneden op specifieke toepassingen. Dat maakt de verbindingen betrouwbaarder.

Dat er geen vertraging zit bij 5G werd onder meer gedemonstreerd in de stands van Vodafone en Ericsson. Daar speelden een bluesgitarist en drummer gescheiden van een bassist en zanger.

Barcelona heeft nog geen volledig dekkend 5G netwerk, maar voert wel experimenten uit. Voor de operatie werd door Vodafone een speciale zender op het dak van Hal 4 van het congresgebouw gezet.

In de toekomst moet het via 5G mogelijk worden om ook echt op afstand te opereren. In China werd vorige maand op enkele tientallen kilometers afstand een varken geopereerd met behulp van robotarmen. Daarbij kon een lever worden verwijderd bij 0,1 seconde beeldvertraging.

Ingestibles: meten is weten in healthmarkt

Wearables, Ingestibles en Embeddables. Het zijn trendy buzzwoorden die de komende jaren steeds meer deel uit zullen maken van ons dagelijkse leven. Met smartwatches controleren we de hartslag (wearable) en diabetici kunnen door middel van een sensor vlak onder de huid de bloedsuikerspiegel controleren (embeddable). Maar met name op het gebied van slimme pillen is de laatste jaren vooruitgang geboekt. Deze ingestibles zullen steeds gangbaarder worden in de gezondheidszorg.

Steeds meer krijgt de patiënt controle over de eigen gezondheid. Maar het mes snijdt aan twee kanten. Niet alleen is dit een groot voordeel vanuit het oogpunt van de zorggebruiker, maar ook voor de zorgverlener. Medische zorg kan op afstand worden verleend. Voorbeelden te over. De Rotterdamse start-up testalize.me digitaliseert SOA diagnostiek in samenwerking met laboratoria, Thales Nederland monitort hartproblemen met apps en sensoren in samenwerking met ziekenhuizen en glucosemetingen worden steeds vaker realtime gedeeld met apps of platformen waarop artsen kunnen meekijken.

Het diagnosticeren gebeurt dus steeds vaker op afstand. In de VS wordt gesproken over remote diagnostics. Hiermee worden barrières weggenomen en zou de patiënt eerder gebruik gaan maken van diagnostiek. Tot zover gaat het goed. Maar wat als de patient medicatie gaan innemen? Dit gebeurt zonder toezicht. Wanneer men naar huis wordt gestuurd met voorgeschreven medicijnen, is vaak niet duidelijk hoe en wanneer het medicijngebruik wordt toegepast. Een aderlating voor de arts.

Smart pills

Eind 2017 werd in de VS de eerste smart pill voor commercieel gebruik goedgekeurd door de FDA. Dit agentschap controleert medische producten op kwaliteit. De pillen bevatten een sensor (ter grootte van een zandkorrel), die een signaal verstuurd naar een ontvanger wanneer er contact is gemaakt met de maag. Vervolgens wordt de data door de ontvanger verstuurd naar de smartphone van de patiënt. In de vorm van waarschuwingen weet de patiënt wanneer er te laat of gewoonweg niet een medicijn is geslikt. Deze informatie kan vervolgens ook worden gedeeld met een arts of het kan worden geüpload in een patientenportaal. De sensor zal vervolgens via de stoelgang uit het lichaam verdwijnen.

Opzwellen in de maag

In een vroeg stadium werden smart pills ontwikkeld voor hartpatiënten en mensen die kampten met mentale problemen. Voor deze aandoeningen kon vrij snel worden gemeten of de smart pills daadwerkelijk het medicijngebruik verbeterden en of het een positieve invloed had op het herstelproces van de patiënt. Inmiddels zijn er pillen ontwikkeld die worden ingezet tijdens een chemokuur. Ook zijn er recent pillen ontwikkeld die in de maag opzwellen naar de grootte van een pingpong balletje. Deze zachte bal kan vervolgens een maand lang de maag monitoren op het gebied van lichaamstemperatuur en de aanwezigheid van verschillende soorten virussen en bacteriën. Na een maand drinkt de patiënt een calcium oplossing die de bal weer doet krimpen, waarna het verteerd wordt.

Nanosensoren

Het opent de deuren voor meer innovatieve pillen die onze gezondheid nog beter kunnen monitoren. Niet alleen kan er sneller worden gediagnosticeerd, ook worden moeilijk bereikbare plekken toegankelijk gemaakt. Op verschillende plekken in het lichaam kunnen aandoeningen worden gedetecteerd. Bloedwaardes kunnen worden gecheckt met nanosensoren, de lichaamstemperatuur kan continu worden onderzocht en over een aantal jaar zal het gangbaar zijn om een pil te slikken die een camera bevat. Dat scheelt een vervelende behandeling met een endoscoop die in de vorm van een slang richting de maag verdwijnt. Ook zullen onze hersenen bereikbaar zijn en kunnen we hybride gaan denken. Nanosensoren kunnen een gedeelte van onze hersenen verbinden met de cloud, waardoor we ons denkvermogen kunnen uitbreiden. Kijk maar eens naar de lezing van Ray Kurzweil.

De keerzijde

Maar we weten niet wat we precies slikken. We moeten ervan uitgaan dat er niet een sensor in het lichaam achterblijft die continu mijn locatie doorgeeft of op bepaalde momenten contact kan maken met een ontvanger zonder mijn toestemming. Door middel van een slimme pil houdt de patiënt thuis beter de eigen gezondheid in de gaten. Meer eigen controle zou je denken, maar het tegenovergestelde is waar. Wat slikken we nu precies? Kunnen we de arts geloven op zijn of haar blauwe ogen?

Het kan zomaar zo zijn dat we niet alleen een specifieke sensor inslikken, die het medicijngebruik monitort, maar die tevens DNA informatie analyseert en deelt met derden. Een ander punt van kritiek is de afstand die ontstaat tussen ‘resister’ en ‘adapter’. Patiënten die niet wensen gebruik te maken van smart pills kunnen gestraft in de vorm van duurdere zorg. En degenen die wel gebruikmaken van deze nieuwe technologieën kunnen juist worden beloond met goedkopere zorgpremies. Feit is dat verzettende patiënten een achterstand zullen oplopen. Ze worden minder goed gediagnosticeerd en de aandacht van de zorgverlener zal verschuiven naar de zorggebruiker die deze vormen van eHealth omarmt. Met andere woorden, hebben we überhaupt een keuze?

Medische hulpapps niet altijd volgens richtlijn op de markt

Van de 271 door het RIVM onderzochte apps blijkt 21 procent een medisch hulpmiddel te zijn. Bij de helft daarvan ontbreekt echter een benodigde CE-markering, die aangeeft dat het medische hulpmiddel voldoet aan Europese richtlijnen.

Steeds meer mensen gebruiken digitale hulpmiddelen, waaronder apps, om hun gezondheid of leefstijl in kaart te brengen, of als ondersteuning bij een ziekte. Het aanbod van dergelijke hulpmiddelen is groot en varieert van tips om te stoppen met roken, een tool om de hartslag te meten tot hulp bij psychische problemen. De meeste apps over gezondheid en lifestyle zijn gratis.

Op basis van de beperkte beschikbare informatie bleek 21 procent van de 271 onderzochte apps een medisch hulpmiddel te zijn. Bij ruim de helft van dit percentage was de benodigde CE-markering niet te vinden.

De nieuwe regelgeving voor medische hulpmiddelen, die in 2020 in werking treedt, stelt zwaardere eisen aan apps en er is een extra goedkeuring door een externe partij nodig, een zogenaamde notified body, nodig. Voor apps met een laag risico mogen fabrikanten zelf de toelatingsprocedure blijven uitvoeren.

Tech start-up BI/OND maakt organ-on-chips voor betere geneesmiddelen

Cinzia Silvestri is medeoprichter van BI/OND, dat orgaancellen nabootst op computerchips. Daarmee helpt BI/OND de zoektocht naar medicijnen tegen hart- en hersenaandoeningen en borstkanker te versnellen.

“We bieden biologen een testomgeving die gelijk is aan het menselijk lichaam.” De Accenture Innovation Award in de categorie Health ging naar BI/OND, en daarbij tekende de jury aan dat het team wetenschap inzet voor een technologie die het verschil kan maken.

Wat is BI/OND?
“Een bedrijf dat een innovatie creёert voor betere geneesmiddelen. Wij doen dat eenvoudig gezegd door miniaturen van menselijke organen te maken en die op computerchips te zetten. Zulke organ-on-chips ofwel OOC’s helpen biologen om het verloop van een ziekte te onderzoeken en sneller tot oplossingen voor genezing te komen.”

Hoe werkt het precies?
“Onze OOC is gebaseerd op silicium, hetzelfde materiaal waarvan het brein van apparaten is gemaakt, zoals het moederbord van je pc of telefoon. BI/OND kan met het silicium de omgeving van menselijke organen nabootsen. Stel dat biologen op zoek zijn naar een geneesmiddel voor een hartziekte, dan kunnen ze hartcellen op de chip laden. Die cellen gedragen zich dan net alsof ze deel uitmaken van een echt orgaan.”

Welke voordelen heeft dat?
“Bij reguliere medicijntests is het in het begin lastig om aan de hand van laboratorium- en dierproeven te voorspellen wat de gevolgen zijn voor het menselijk lichaam. Met de innovatie van BI/OND ben je daarin als onderzoeker vrijer en voer je tests sneller uit. Het is een goed alternatief voor standaard en statische in-vitrotests. Je hebt geen reageerbuisjes nodig en je vindt sneller de ingrediënten voor betere medicijnen.”

Waarom ben je ermee begonnen? En hoe is het ontstaan?
Nikolas Gaio, William Quiros Solano en ik hebben BI/OND opgericht. We werken alle drie al bijna vijf jaar in hetzelfde lab. William ontwikkelt vooral sensors en elektrodes. Op een dag maakte hij een fout tijdens het fabricageproces. Zoals dat vaker gaat in de wetenschap was die misser de aanleiding tot een vernieuwende technologie.”

Wanneer wist je dat BI/OND levensvatbaar was?
“Toen biologen om ons heen belangstelling toonden voor het prototype. We hebben het samen met hen doorontwikkeld, vooral op gebruiksniveau van de chip. Alle kennis die we opdeden, is samengekomen in BI/OND. Het is nu een marktwaardige technologie waarmee biologen sneller kunnen doen waar ze goed in zijn.”

Waarom besloot je je in te schrijven voor de AIA18?
“Om te laten zien dat je van wetenschapper kunt uitgroeien tot ondernemer. Door, met enige nervositeit, het podium van de Accenture Innovation Awards te bestijgen, daagden we onszelf uit om ons succesverhaal op een meer populaire manier te delen met een groot publiek. Het is wetenschap die levens kan redden, door medicijnen tijdiger beschikbaar te maken. Dat is het verschil dat we maken. De AIA bood ons daarvoor het perfecte netwerk en publiciteit.”

Wat heeft de AIA je tot nu toe opgeleverd?
“In het netwerk hebben we durfkapitalisten en farmaceutische bedrijven ontmoet. En na de prijsuitreiking zijn we benaderd door biologen die graag proefprojecten met ons willen draaien. Het zijn stuk voor stuk waardevolle contacten voor het moment waarop we klaar zijn om ons product naar de markt te brengen. ”

Wat zijn nu de uitdagingen voor BI/OND, waar loop je tegenaan?
“Alles wat we doen kost veel tijd, inzet en geld. Het BI/OND-team bestaat nu uit ons drieën en drie stagiairs. We willen groeien en meer proefprojecten doen, en meer publiciteit rond de chip. Nu eist de samenwerking met partners op gebied van onderzoek en ontwikkeling veel aandacht op.”

Waarom is BI/OND gevestigd in Nederland?
“We werken in een conservatief vakgebied. We zijn verplicht strenge werkwijzen aan te houden. Nederland vind ik het beste land voor onze productontwikkeling omdat de academische wereld zeer ruimdenkend is. Er is veel aandacht voor OOC, ook van de overheid. Biologen zijn bereid om een risico te lopen bij het testen van een nieuwe technologie.”

Wat kunnen we verwachten van BI/OND de komende jaren?
“Binnen vijf jaar hebben we een groter team dat onze technologie op de Nederlandse en Europese markt presenteert. We gaan de samenwerking zoeken met een farmaceutisch bedrijf omdat zij echt een verandering teweeg kunnen brengen op het gebied van verbeterde medicatie. Tot slot behouden we met elkaar wat goed is en dat is vooral ons enthousiasme over BI/OND.”

Wat is jouw gouden tip voor innovators?
“Laat je idee zien aan de buitenwereld en potentiële klanten. Onderhoud een netwerk van klanten en early adopters. Zij kunnen goede feedback geven. Ga de uitdaging aan om je product verder te ontwikkelen en betrek altijd je klanten bij het proces.”

*) BI/OND is winnaar van de Accenture Innovation Awards 2018 in het thema Health.

Hoe samenwerking digitale innovatie in de zorg versnelt

Om de gezondheidszorg te innoveren, is samenwerking nodig. In de praktijk blijkt dat behoorlijk ingewikkeld. Waar moet je op letten om met partners een succesvol eHealth-product te kunnen lanceren?

In de gezondheidszorg kijken alle partijen naar de mogelijkheden van digitalisering en nieuwe technologie. Maar hoe vertaal je die naar een commercieel levensvatbaar én bruikbaar product voor de patiënt of medewerker? Uit eigen onderzoek onder decisionmakers en investeerders in de medische sector blijkt dat 83 procent denkt dat innovatie in de gezondheidszorg tot stand zal komen door samenwerking. Dat kan in de vorm van een joint venture, partnerschap of alliantie zijn. Toch bereikt slechts 11 procent van de samenwerkingsvoorstellen de ‘due diligence’-fase. En een magere 4 procent van de projecten wordt daadwerkelijk geïmplementeerd.

Hoe vergroot je de kans op een succesvolle samenwerking? Door van tevoren na te denken over mogelijke barrières en hoe je die weg kunt nemen. Wij zien drie aandachtsgebieden: organisatorisch, technologisch en juridisch.

Organisatorisch

Uit het onderzoek blijkt dat veel organisaties niet helder hebben wat de doelstelling is van het partnerschap en wat ze eruit willen halen. Ze kunnen potentiële investeerders of partners niet voorzien van de juiste informatie.

Naast dit gebrek aan focus zien we ook dat er nog te veel in silo’s wordt gedacht. De beste eHealth-innovaties komen voort uit een diep inzicht in wat de patiënt wil of nodig heeft in combinatie met de beste technologie. Toch willen medische instellingen en technologiebedrijven niet altijd met elkaar samenwerken. Dat leidt enerzijds tot technische oplossingen die geen problemen oplossen voor de patiënt of medewerker. Anderzijds zie je dat medische instellingen enorm veel investeren in het ontwikkelen van digitale oplossingen waar ze de knowhow niet voor in huis hebben.

Wat de samenwerking eveneens kan hinderen, is wanneer de partners verschillende doelstellingen hebben. Medische instellingen zijn op zoek naar innovaties waarbij de patiënt centraal staat, of dat nu in de vorm van efficiëntere processen of een betere beleving is. Technologiebedrijven vinden het vooral belangrijk dat partners de ontwikkeling van de technologie ondersteunen of toegang geven tot nieuwe producten. Dit verschil in motivatie hoeft niet tot problemen te leiden, maar het is wel handig als je van tevoren weet waarom je partners meedoen aan het project.

In het verlengde hiervan liggen cultuurverschillen als barrière voor een succesvolle samenwerking. Dit zit hem vooral in de bereidheid om risico’s te nemen. Technologiebedrijven willen snel ontwikkelen, medische instanties zijn wat bedachtzamer. Wees je hiervan bewust bent en manage vanaf het begin de wederzijdse verwachtingen.

Technologisch

De gezondheidszorg is regelmatig het slachtoffer van hacks. Cybersecurity wordt dan ook als een van de uitdagingen genoemd die samenwerking in de weg staan. Maar liefst 68 procent van de ondervraagde bedrijven worstelt met het vinden van partners met een adequaat cybersecuritybeleid. Als je vervolgens data gaat uitwisselen binnen het project, moet daar natuurlijk ook een goed framework voor worden opgesteld, zodat er geen gevoelige gegevens op straat komen te liggen.

Juridisch

Een belangrijke juridische kwestie is hoe het intellectuele eigendom is geregeld. Ten eerste wil je als bedrijf je intellectuele eigendom dat wordt ingebracht in het project beschermen. Ten tweede moet er worden vastgesteld wie de rechten heeft op het intellectuele eigendom dat uit het project voortkomt. Dit zijn ingewikkelde vraagstukken.

Tweede punt is dat bedrijven onderschatten wat ervoor nodig is om producten en diensten op de streng gereguleerde gezondheidszorgmarkt te brengen. De wetgeving houdt geen gelijke tred met de technologische ontwikkelingen, dus wat mogelijk is en wat mag zijn twee totaal verschillende zaken. Tegelijkertijd realiseren commerciële bedrijven zich niet altijd wat het betekent om een medisch product te lanceren. Het oplossen van kwesties rond regelgeving en compliance is dan ook een groot obstakel.

Ten derde is aansprakelijkheid een belangrijk discussiepunt in de samenwerking. Het product moet doen wat het belooft maar er kan altijd wat misgaan. Dan moet duidelijk zijn wie daarvoor verantwoordelijk is. We merken ook dat er niet goed wordt nagedacht over de situatie waarin het product weliswaar goed werkt maar de technologie eromheen faalt. Stel, internet valt uit waardoor je product het niet meer doet. Dan heb je niet alleen een probleem vanuit de continuïteit maar ook vanuit aansprakelijkheid.

Digitale innovatie is nodig

De kosten van de zorg stijgen en patiënten zijn steeds beter geïnformeerd en daardoor veeleisender geworden. Om hier goed op in te kunnen spelen is digitale innovatie nodig. Tegelijkertijd is de gezondheidszorg een sector waar veel regels gelden en waar je te maken hebt met leven en dood. Dat maakt innovatie complex. De meeste digitale toepassingen die je nu ziet, zijn dan ook gericht op consumenten, zoals het meten van je hartslag met een wearable. Er zijn echter nog geen toepassingen die die gegevens vervolgens medisch verantwoord interpreteren. Bedrijven zien de mogelijkheden van eHealth wel, maar waar het naartoe gaat is niet duidelijk. En het is lastig om het financiële gewin duidelijk te krijgen.

In Medisch Contact stond een artikel over een app die de patiënt thuis voorbereidt op een operatie. De app voorziet duidelijk in een behoefte, maar hoe krijg je het gefinancierd? Verzekeraars betalen alleen voor bewezen zorg. Om dat te bewijzen is een groter bedrijf nodig dat tests kan doen en de resultaten vertaalt naar een businesscase. Kortom, samenwerking is noodzakelijk om dit soort innovaties daadwerkelijk te introduceren, maar staat nog in de kinderschoenen. Er zijn genoeg kansen voor slimme samenwerkingsverbanden, mits je van tevoren goed nadenkt over hoe je die samenwerking vormgeeft. Zo voorkom je dat je tijd en geld investeert in een project dat niet levensvatbaar is en vergroot je je kans op succes.

Meer weten over het onderzoek naar succesvol samenwerken in eHealth? Download het rapport Digital Fusion – How smart collaborations will drive the healthcare revolution.

Hoe vind je de toegevoegde waarde van data science in de gezondheidszorg?

De zorg realiseert steeds beter welke enorme potentie verscholen zit in de data die zij verzamelt. Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom je data zou willen en moeten gebruiken. Maar de allerbelangrijkste reden is toch wel dat de kosten in de zorg continu stijgen en dat die stijging simpelweg niet meer te betalen is. Dit zijn enkele inzichten over hoe je een datastrategie kan bepalen met behulp van Data Value mapping.

Ter illustratie: de overheidsuitgaven aan de gezondheidszorg, als ratio van het bruto binnenlands product, zijn van 6,2 procent in 2002 tot 7,1 procent in 2016 gestegen. De gezondheidszorg zal efficiënter moeten worden en één van de manieren om dat te doen is door het gebruik van data. Een mooi voorbeeld is het Portugese ziekenhuis Sao Joao, dat in 2016 het HVITAL systeem geïmplementeerd heeft. Het HVITAL systeem verzamelt fysiologische gegevens van elke patiënt in het ziekenhuis en analyseert deze gegevens real-time om risico-situaties te identificeren. Het systeem geeft zo nodig een waarschuwingssignaal aan de arts of verpleegkundige om de patiënt extra in de gaten te houden- of te behandelen.

Maar hoe kom je nu tot dit soort oplossingen met data? Welke problemen kan je eigenlijk allemaal oplossen door het gebruik van data? Wat is de beste manier om waarde uit deze data te halen en welke data heb je eigenlijk precies nodig? Het is belangrijk om te realiseren dat data altijd een middel is en nooit een doel op zichzelf. Om als gezondheidszorgorganisatie op een succesvolle manier meer data-gedreven te worden, is het belangrijk een coherente strategie te hebben met daarin een heldere beschrijving van het doel achter het gebruik van data en de manier waarop het toegevoegde waarde kan leveren. Deze datastrategie helpt je daarna om te weten waar je naartoe wilt en hoe je dit stap voor stap kunt bereiken.  

Datastrategie in de gezondheidszorg

Een datastrategie is een strategie voor het organiseren, beheren, analyseren en inzetten van de informatie assets van een organisatie. Met andere woorden, het is een strategie die beschrijft hoe data toegevoegde waarde kan leveren voor jouw organisatie en hoe je deze toegevoegde waarde kan verkrijgen. In elke organisatie zijn er talloze mogelijkheden voor het gebruik van data. Een goede datastrategie geeft een prioritering van deze mogelijkheden en beschrijft hiervoor de weg naar succes. Een heldere vorm om een datastrategie weer te geven is een zogenoemde data roadmap. De data roadmap geeft de (concrete) stappen die je moet zetten om van de huidige situatie naar de meer data-gedreven toekomstige versie van jouw organisatie te komen.

Om een idee te geven van de mogelijkheden van data in de gezondheidszorg, zie je hieronder enkele korte voorbeelden voor drie verschillende domeinen binnen de gezondheidszorg. Uiteindelijk komen al deze voorbeelden neer op het slimmer maken van de organisatie door het gebruik van data, leidend tot een betere kostenefficiëntie, betere zorg of idealiter een combinatie van beide.

Hoe bepaal je een goede data strategie voor de gezondheidszorg?

In het Data Value Mapping proces wordt de (potentiële) toegevoegde waarde van de huidige- en toekomstige data in kaart gebracht in relatie tot de strategie en visie van de organisatie. Deze verwevenheid van de datastrategie en de bedrijfsstrategie is essentieel om constructieve resultaten op de lange termijn te halen. Het Data Value Mapping proces bestaat uit vier stappen die schematisch zijn weergegeven in onderstaand figuur.

In de volgende sectie lees je meer over deze vier stappen met daarbij in de grijs gearceerde stukken een specifiek voorbeeld van een Data Value Mapping traject voor Hersenz. Hersenz is een behandelprogramma voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) in de chronische fase, bijvoorbeeld voor mensen die een beroerte hebben gehad. Dertien verschillende zorginstellingen in Nederland bieden dit multidisciplinaire behandelprogramma aan.

Exploratie van huidige- en mogelijk toekomstige databronnen

Start met het kijken naar de databronnen die momenteel al aanwezig zijn, voordat je nieuwe mogelijkheden gaat onderzoeken. Je zal verbaasd zijn over het aantal databronnen dat onopgemerkt al aanwezig is in jouw organisatie en het is zonde om hier geen gebruik van te maken. Om de (potentiële) toegevoegde waarde van deze databronnen te bepalen, is het belangrijk om deze data te beoordelen op toegankelijkheid, kwantiteit en kwaliteit. De kwaliteit en consistentie van de data bepalen de kwaliteit en consistentie van de conclusies die op basis van deze data worden getrokken: onderschat deze stap dus niet. Exploratieve trend- en correlatieanalyses kunnen helpen om een idee van de potentiële waarde van deze data te krijgen.

Om een volledig beeld te krijgen van de mogelijkheden van het gebruik van data voor jouw organisatie is het essentieel om daarna dezelfde stappen nog eens te doorlopen voor andere databronnen die mogelijk in de toekomst ingezet kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van wearables, die fysiologische data kunnen genereren.

Definiëren van de bedrijfsstrategie

Dataoplossingen zullen moeten bijdragen aan de doelen van de organisatie, bijvoorbeeld om de best mogelijke zorg te leveren met gereduceerde kosten. Om deze reden is het nodig de bedrijfsstrategie te definiëren voordat je een goede datastrategie kan opstellen. Brainstorm over de ideale inrichting van jouw organisatie voor de toekomst! Door de alsmaar veranderende regelingen in de financiering van de zorg is het belangrijk om hierbij ook naar het businessmodel te kijken. Kun je op eenzelfde manier als nu de financiering rond krijgen of is er in de toekomst een ander businessmodel nodig? Een tweede stap is om te kijken naar de huidige status van jouw organisatie in combinatie met de omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van een Strengths, Weaknesses Opportunities, Threads (SWOT) analyse. Een stakeholder analyse, bijvoorbeeld met een power interest matrix, kan daarnaast ook waardevolle inzichten opleveren die richting kunnen geven voor de bedrijfs- en datastrategie.

Combineren en verkennen  (de “eigenlijke” Data Value Mapping)

De belangrijkste stap van de Data Value Mapping is het daadwerkelijk afbeelden van de mogelijkheden met huidige- en toekomstige databronnen gebaseerd op de bedrijfsstrategie. Uit onze ervaring blijkt dat je dit het beste kan doen in een co-creatie proces waarin zowel de experts op het gebied van data, de managers van de organisatie en de domeinexperts aanwezig zijn. De uitkomst van deze mapping is een lijst met mogelijkheden voor het gebruik van data, de manier waarop ze waarde toevoegen, en om welke waarde dit gaat. De SWOT-analyse is een handige manier om in deze overvloed aan mogelijkheden te prioriteren en de grootste kansen te vinden.

Ontwikkeling van de data roadmap

Ontwikkel op basis van de uitkomsten in stap 3 een data roadmap die de meest veelbelovende manieren om data te gebruiken weergeeft. Beschrijf hierin de stappen die de komende jaren nodig zijn om een slimmere, meer data-gedreven organisatie te worden.

Wat kun je eigenlijk met een datastrategie en een data roadmap?

Nu hebben we een datastrategie gemaakt in de vorm van een data roadmap, maar wat kunnen we hiermee? Het hebben van een data roadmap betekent dat er is nagedacht over alle mogelijke manieren om toegevoegde waarde uit data te extraheren. Daarbij zijn de meest veelbelovende kansen concreet geformuleerd en is er beschreven wat er ervoor nodig is om deze te pakken. De volgende stap is het daadwerkelijke oppakken en uitvoeren van deze kansen. Werk deze kansen uit als proof-of-concept (PoC) en, indien succesvol, implementeer ze als volwaardige producten in de organisatie. Doe dit op een iteratieve manier waardoor je wendbaar bent. Dit betekent dat je snel door kan als een PoC niet succesvol blijkt te zijn, maar tegelijkertijd de succesvolle PoCs ook snel kan implementeren.

Tip: Vergeet niet om eens in de zoveel tijd de datastrategie opnieuw te bekijken en zo nodig te herdefiniëren. Net zoals de business strategie zal de datastrategie mogelijk aanpassingen nodig hebben doordat de omgeving continu verandert.

Data in de gezondheidszorg biedt veel potentie om betere- en meer efficiënte zorg te leveren, bijvoorbeeld in de vorm van gepersonaliseerde zorg. Als je als gezondheidsorganisatie niet met willekeurige data producten of alleen maar leuke gadgets wilt blijven zitten, producten die slechts beperkt gebruikt worden en een beperkte toegevoegde waarde hebben, is het essentieel om te starten met een goede data strategie.

Page generated in 3.459 seconds. Stats plugin by www.blog.ca