Personalised nutrition werkt pas echt goed op basis van leefstijl en omgeving

Hoe groot is de kans dat je gevoelig bent voor gluten? Ben je drager van het obesitasgen? En in hoeverre ben je meer duurloper of sprinter? Veel mensen zijn er nieuwsgierig naar. Wetenschappers ontdekken steeds meer verbanden tussen genetische aanleg en bepaalde eigenschappen. Door het DNA te analyseren kun je achterhalen wat voor jou specifiek wel of geen goede voeding is of welke sport het best bij je past. Maar voor wie gezonder wil leven, zit de grootste winst nog altijd in een verandering van leefstijl, ongeacht je genenpakket.

De jonge gezondheidsbewuste vrouw die wil weten hoe ze zo gezond mogelijk kan eten. De mannelijke veertiger die al jaren last heeft van vage buikklachten en duidelijkheid wil of het met lactose of gluten te maken kan hebben. De fanatieke sporter of ambitieuze carrièretijger die hun prestaties willen verbeteren. De oudere die nog zo lang mogelijk gezond wil leven of de jongere die het gewoon cool vindt. Allemaal mensen die Sander Bast de laatste jaren als klant heeft gehad bij zijn bedrijf Analyse Me om duidelijkheid te krijgen over hun DNA. Aan de hand van wat wangslijm op een wattenstaafje kan dit bedrijf dertig genetische eigenschappen bepalen, waarop je dan je leefstijl kunt aanpassen.

Personalised nutrition, of personalised health, is de toekomst. Althans, daar gaan veel wetenschappers nu vanuit. Richtlijnen zoals de Richtlijn Goede Voeding zijn opgesteld voor grote groepen mensen. Maar niet iedereen reageert hetzelfde op verschillende voedingsmiddelen. Als je diabetes hebt of hart- en vaatziekten, is er juist een aangepast voedingspatroon nodig. Bij een 18-jarige past een andere leefstijl dan bij een 70-jarige, en ga zo maar door. Dat zijn punten waar personalised health op inspeelt.

Genen of leefstijl

Nard Clabbers van TNO en het consortium Personalised Nutrition and Health, ziet ook zeker toekomst in gezondheidsadvies op basis van genen, maar denkt dat de grootste winst zit in adviezen op basis van leefstijl en fenotype. “Stel dat ik een tweelingbroer heb die iedere avond dineert met chips en drop, overgewicht heeft en niet sport. Die zou op basis van zijn genen hetzelfde advies krijgen als ik, terwijl ik veel sport, een goed gewicht heb en over het algemeen een gezond eet. Je kunt het meest bereiken door leefstijladviezen, en pas daarna komt je genetische aanleg om de hoek kijken.”

Het consortium, een samenwerking tussen TNO en Wageningen Research, doet veel onderzoek naar de technologische ontwikkelingen op het gebied van persoonlijke data, maar ook naar de gedragsverandering die nodig is om gezonder te leven. De technologische ontwikkelingen gaan heel hard. Via fitbits, apps, health trackers en allerlei andere apparatuur is het mogelijk om allerlei gezondheidsdata te verzamelen. Dat gebied ontwikkelt zich snel verder; van de genetische testen zoals Analyse Me die doet en glucosemetingen uit traanvocht, tot bloedtesten die je gewoon thuis kunt doen. Een gebrek aan data is er niet. De uitdaging zit in het vertalen van die uitkomsten naar de praktijk, hoe je die kennis goed kan combineren dat het waarde toevoegt voor de individuele consument.

Kennis leidt niet automatisch tot ander gedrag

“Je ziet dat de gedragscomponent groot is,” vertelt Clabbers. “Ook al hebben mensen de kennis over wat wel en niet goed voor ze is, het is toch lastig in te passen in de praktijk. Wij onderzoeken nu hoe je echt iets toevoegt voor mensen, zonder iets weg te nemen. Sommige mensen zijn wat huiverig over personalised nutrition. Ze zien het als de big brother, die je ervan weerhoudt om chocola te eten of bier te drinken. Dat moet personalised nutrition niet zijn. Het moet iets toevoegen, waardoor het mensen helpt de keuze te maken waarbij ze zich prettig voelen. Het moet mensen ontzorgen en helpen. Daarbij gaat het niet over het maken van nieuwe producten, maar om te helpen bij het maken van keuzes. Als je online boodschappen doet, is het nu ook al een stukje gepersonaliseerd. De app kent je favoriete producten, kan aanbevelingen doen gebaseerd op jouw boodschappenlijstje. Als je bijvoorbeeld aan je profiel kunt toevoegen dat je diabetes hebt, dan kan de app je daarvoor ook suggesties doen, waardoor de gezonde keuze de makkelijke keuze wordt. Zo zijn er talloze ontwikkelingen en koppelingen mogelijk.”

Ook voor Analyse Me is die gedragsverandering een aandachtspunt. “Onze klanten krijgen nu kennis over hun genetische aanleg voor bepaalde leefstijlpunten”, vertelt Bast. “We stellen er wel een paar interactieve vragen bij, zoals ‘hoeveel zuivel gebruik je nu?’ en geven de aanbevolen hoeveelheden op basis van geslacht, leeftijd en gewicht, maar er ontbreken nog veel gegevens. Hoe zit het met de huidige leefstijl, de doelen, de motivatie. Dat weten we nu niet, maar daar willen we wel naartoe. Dat je dan uiteindelijk met die gegevens, eventueel in combinatie met bloedwaarden en data uit wearables, begeleiding van een coach kunt krijgen om echt je leefstijl aan te passen op een manier die bij jou past.”

Wat kunnen we verwachten van personalised health in de toekomst?

Bast en Clabbers zijn er beiden van overtuigd dat personalised health alleen maar groter zal worden. Hoe snel dat gaat is de vraag. Clabbers denkt dat het niet zo heel snel zal gaan. “De veranderingen op het gebied van voeding gaan langzaam. Daar is meer sprake van evolutie dan revolutie. Maar de technologische ontwikkelingen gaan zo snel. Twintig jaar geleden hadden we er ook geen idee van hoe groot de rol van internet en sociale media nu zou zijn. We zien wel dat grotere bedrijven zich ook meer gaan interesseren voor personalised nutrition: cateraars, supermarkten, restaurantketens, voedingsbedrijven zijn er allemaal mee bezig. Gezondheidsdata van bijvoorbeeld fitbits zijn makkelijk te integreren in bestaande programma’s en dat zal ook snel gaan gebeuren. Dan kan iedereen ervan profiteren, onafhankelijk van inkomen of opleidingsniveau.”

Bast verwacht dat er over 5 à 10 jaar wel best veel veranderd zal zijn. “De ontwikkelingen gaan snel en de wetenschap wordt steeds beter. Het zou me niet verbazen als over een paar jaar mensen thuis hun DNA zelf kunnen onderzoeken en van daaruit een gepersonaliseerd advies krijgen. Maar we moeten wel transparant en eerlijk blijven in wat we doen.” Hiermee refereert hij aan een recente uitzending van ‘Opgelicht’ waaruit bleek dat mensen een willekeurig DNA-rapport opgestuurd kregen. “Het DNA-onderzoek gaat groter worden en ik zou graag met allerlei partijen in overleg om gezamenlijk afspraken te maken waaraan deze bedrijven moeten voldoen. Betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en transparantie zijn heel belangrijk hierin. Als dat goed gaat, ligt er een grote toekomst voor personal health. De ontwikkelingen op dit gebied zijn niet tegen te houden.”

App helpt jongeren hun medicijnen juist in te nemen

Een app waarmee chronisch zieke jongeren kunnen chatten met hun apotheker helpt hen om hun medicijnen op tijd en op de juiste manier in te nemen. Dat zegt onderzoeker Richelle Kosse van de Universiteit Utrecht. Zij promoveert deze week op therapietrouw bij tieners.

Volwassenen zijn zelf verantwoordelijk voor het innemen van medicijnen. Bij jonge kinderen zorgen hun ouders daarvoor, maar jongeren moeten leren om die verantwoordelijkheid te dragen. Daarbij kunnen ze best een beetje hulp gebruiken, vindt Kosse.

Uit Kosses onderzoek naar ADHD blijkt dat jongeren hun medicijnen vaak vergeten en vinden dat ze die in het weekend niet nodig hebben. De groep met astma was van alle drie nog het meest therapie-ontrouw en voor die groep ontwikkelde Richelle Kosse een smartphone-app.

De app heeft meerdere functies: hij bevat een vragenlijst waarmee de astmaklachten gemonitord worden, een alarm dat waarschuwt wanneer de patiënt zijn medicijnen moet innemen, instructiefilmpjes over het goed gebruik van de medicijnen en er zit een chatfunctie op om via een veilig systeem direct contact te hebben met andere jonge astmapatiënten of met de apotheker.

Derk Arts (Castor): ‘Beter ontsluiten van data moet medisch onderzoek verbeteren’

Welk medicijn een dokter voorschrijft wordt onder meer bepaald door medisch onderzoek. ‘Wij faciliteren elke medische onderzoeker in de wereld om hele hoge kwaliteit data te verzamelen die ze dan kunnen analyseren en daar dan een paper over kunnen schrijven. Dat leidt dan uiteindelijk tot de richtlijn van de huisarts, zodat patiënten de juiste behandeling krijgen. Wij zijn één van de weinige systemen in de wereld die professionele kwaliteit bieden tegen een betaalbare prijs”, aldus Derk Arts oprichter en CEO van Castor EDC bij Top Names.

‘Steeds meer Nederlanders appen met medisch deskundige voor advies’

Het aantal mensen dat per app, telefoon en mail advies vraagt aan medisch deskundigen is het afgelopen jaar met 19 procent gestegen naar ruim 40.000. Hierbij was de grootste stijging te zien in het aantal mensen dat per appdienst een medische vraag wilde bespreken. Dit blijkt uit gegevens van Medicinfo.

De stijging loopt parallel aan de groei van het aantal mensen dat online op zoek gaat naar medisch advies, zoals het CBS eerder dit jaar al bekend maakte.

De belangrijkste redenen om contact te zoeken met een medisch deskundige op afstand zijn het wegnemen van twijfel over een bezoek aan de huisarts, snel geruststelling krijgen over een kwaal en de laagdrempeligheid en persoonlijke benadering van de diensten. In 27 procent van de gevallen was het geven van informatie door een medische deskundige voldoende om de persoon te helpen, in 19 procent van de gevallen kon een persoonlijk advies worden gegeven hoe iemand zelf de klacht kon oplossen.

Jongeren geven duidelijk de voorkeur aan het gebruik van de appdiensten: meer dan de helft van de gebruikers van deze diensten is jonger dan 30 jaar. Bij mensen boven de 40 jaar is vooral de telefoonlijn populair: 55 procent van de vragen die gesteld worden per telefoon komt van mensen uit deze leeftijdsgroep.

Veruit de meeste vragen werden het afgelopen jaar gesteld over huidklachten zoals jeuk, uitslag en insectenbeten. Zo’n 5 procent van de vragen gaat over buikklachten, medicatie en keel of mond klachten. De vijfde meest voorkomende klacht gaat over geslachtsorganen. De meest voorkomende klachten wisselen per seizoen, zo staan huidklachten op nummer een in de zomermaanden, terwijl buikklachten en luchtwegproblemen vaker in het najaar en de winter voorkomen.

MWC: Eerste 5G operatie in Barcelona

Het was het huzarenstukje van Mobile World Congress 2019: ’s werelds eerste 5G operatie. Chirurg Antonio Maria de Lacy gaf gisteren vanuit de Fira Gran Via met behulp van een liveverbinding instructies aan vrouwelijke collega’s in Hospital Clinic Barcelona. Dat klinkt spannender dan het was, want de patiënt werd gewoon ter plaatse in het ziekenhuis geopereerd.

De bedoeling was dan ook om aan te tonen dat doktoren op afstand kunnen assisteren via 5G bij onder meer complexe darmoperaties. De Lacy gebruikte een zogenoemde telestator om een bepaald weefsel uit te lichten.

Dat zou in de toekomst ook in landen als Afrika kunnen, vooropgesteld dat 5G daar aanwezig is. 143 miljoen operaties per jaar kunnen niet uitgevoerd worden omdat er geen experts beschikbaar zijn. Zij zouden teams op afstand kunnen aansturen.

5G neemt namelijk veel van de bezwaren van het huidige 4G netwerk weg: geen vertragingen, want 100 keer sneller, meer apparaten per zendmast en de mogelijkheid van netwerk slicing, waarbij het onderliggende netwerk opgedeeld kan worden in virtuele netwerken, toegesneden op specifieke toepassingen. Dat maakt de verbindingen betrouwbaarder.

Dat er geen vertraging zit bij 5G werd onder meer gedemonstreerd in de stands van Vodafone en Ericsson. Daar speelden een bluesgitarist en drummer gescheiden van een bassist en zanger.

Barcelona heeft nog geen volledig dekkend 5G netwerk, maar voert wel experimenten uit. Voor de operatie werd door Vodafone een speciale zender op het dak van Hal 4 van het congresgebouw gezet.

In de toekomst moet het via 5G mogelijk worden om ook echt op afstand te opereren. In China werd vorige maand op enkele tientallen kilometers afstand een varken geopereerd met behulp van robotarmen. Daarbij kon een lever worden verwijderd bij 0,1 seconde beeldvertraging.

Ingestibles: meten is weten in healthmarkt

Wearables, Ingestibles en Embeddables. Het zijn trendy buzzwoorden die de komende jaren steeds meer deel uit zullen maken van ons dagelijkse leven. Met smartwatches controleren we de hartslag (wearable) en diabetici kunnen door middel van een sensor vlak onder de huid de bloedsuikerspiegel controleren (embeddable). Maar met name op het gebied van slimme pillen is de laatste jaren vooruitgang geboekt. Deze ingestibles zullen steeds gangbaarder worden in de gezondheidszorg.

Steeds meer krijgt de patiënt controle over de eigen gezondheid. Maar het mes snijdt aan twee kanten. Niet alleen is dit een groot voordeel vanuit het oogpunt van de zorggebruiker, maar ook voor de zorgverlener. Medische zorg kan op afstand worden verleend. Voorbeelden te over. De Rotterdamse start-up testalize.me digitaliseert SOA diagnostiek in samenwerking met laboratoria, Thales Nederland monitort hartproblemen met apps en sensoren in samenwerking met ziekenhuizen en glucosemetingen worden steeds vaker realtime gedeeld met apps of platformen waarop artsen kunnen meekijken.

Het diagnosticeren gebeurt dus steeds vaker op afstand. In de VS wordt gesproken over remote diagnostics. Hiermee worden barrières weggenomen en zou de patiënt eerder gebruik gaan maken van diagnostiek. Tot zover gaat het goed. Maar wat als de patient medicatie gaan innemen? Dit gebeurt zonder toezicht. Wanneer men naar huis wordt gestuurd met voorgeschreven medicijnen, is vaak niet duidelijk hoe en wanneer het medicijngebruik wordt toegepast. Een aderlating voor de arts.

Smart pills

Eind 2017 werd in de VS de eerste smart pill voor commercieel gebruik goedgekeurd door de FDA. Dit agentschap controleert medische producten op kwaliteit. De pillen bevatten een sensor (ter grootte van een zandkorrel), die een signaal verstuurd naar een ontvanger wanneer er contact is gemaakt met de maag. Vervolgens wordt de data door de ontvanger verstuurd naar de smartphone van de patiënt. In de vorm van waarschuwingen weet de patiënt wanneer er te laat of gewoonweg niet een medicijn is geslikt. Deze informatie kan vervolgens ook worden gedeeld met een arts of het kan worden geüpload in een patientenportaal. De sensor zal vervolgens via de stoelgang uit het lichaam verdwijnen.

Opzwellen in de maag

In een vroeg stadium werden smart pills ontwikkeld voor hartpatiënten en mensen die kampten met mentale problemen. Voor deze aandoeningen kon vrij snel worden gemeten of de smart pills daadwerkelijk het medicijngebruik verbeterden en of het een positieve invloed had op het herstelproces van de patiënt. Inmiddels zijn er pillen ontwikkeld die worden ingezet tijdens een chemokuur. Ook zijn er recent pillen ontwikkeld die in de maag opzwellen naar de grootte van een pingpong balletje. Deze zachte bal kan vervolgens een maand lang de maag monitoren op het gebied van lichaamstemperatuur en de aanwezigheid van verschillende soorten virussen en bacteriën. Na een maand drinkt de patiënt een calcium oplossing die de bal weer doet krimpen, waarna het verteerd wordt.

Nanosensoren

Het opent de deuren voor meer innovatieve pillen die onze gezondheid nog beter kunnen monitoren. Niet alleen kan er sneller worden gediagnosticeerd, ook worden moeilijk bereikbare plekken toegankelijk gemaakt. Op verschillende plekken in het lichaam kunnen aandoeningen worden gedetecteerd. Bloedwaardes kunnen worden gecheckt met nanosensoren, de lichaamstemperatuur kan continu worden onderzocht en over een aantal jaar zal het gangbaar zijn om een pil te slikken die een camera bevat. Dat scheelt een vervelende behandeling met een endoscoop die in de vorm van een slang richting de maag verdwijnt. Ook zullen onze hersenen bereikbaar zijn en kunnen we hybride gaan denken. Nanosensoren kunnen een gedeelte van onze hersenen verbinden met de cloud, waardoor we ons denkvermogen kunnen uitbreiden. Kijk maar eens naar de lezing van Ray Kurzweil.

De keerzijde

Maar we weten niet wat we precies slikken. We moeten ervan uitgaan dat er niet een sensor in het lichaam achterblijft die continu mijn locatie doorgeeft of op bepaalde momenten contact kan maken met een ontvanger zonder mijn toestemming. Door middel van een slimme pil houdt de patiënt thuis beter de eigen gezondheid in de gaten. Meer eigen controle zou je denken, maar het tegenovergestelde is waar. Wat slikken we nu precies? Kunnen we de arts geloven op zijn of haar blauwe ogen?

Het kan zomaar zo zijn dat we niet alleen een specifieke sensor inslikken, die het medicijngebruik monitort, maar die tevens DNA informatie analyseert en deelt met derden. Een ander punt van kritiek is de afstand die ontstaat tussen ‘resister’ en ‘adapter’. Patiënten die niet wensen gebruik te maken van smart pills kunnen gestraft in de vorm van duurdere zorg. En degenen die wel gebruikmaken van deze nieuwe technologieën kunnen juist worden beloond met goedkopere zorgpremies. Feit is dat verzettende patiënten een achterstand zullen oplopen. Ze worden minder goed gediagnosticeerd en de aandacht van de zorgverlener zal verschuiven naar de zorggebruiker die deze vormen van eHealth omarmt. Met andere woorden, hebben we überhaupt een keuze?

Medische hulpapps niet altijd volgens richtlijn op de markt

Van de 271 door het RIVM onderzochte apps blijkt 21 procent een medisch hulpmiddel te zijn. Bij de helft daarvan ontbreekt echter een benodigde CE-markering, die aangeeft dat het medische hulpmiddel voldoet aan Europese richtlijnen.

Steeds meer mensen gebruiken digitale hulpmiddelen, waaronder apps, om hun gezondheid of leefstijl in kaart te brengen, of als ondersteuning bij een ziekte. Het aanbod van dergelijke hulpmiddelen is groot en varieert van tips om te stoppen met roken, een tool om de hartslag te meten tot hulp bij psychische problemen. De meeste apps over gezondheid en lifestyle zijn gratis.

Op basis van de beperkte beschikbare informatie bleek 21 procent van de 271 onderzochte apps een medisch hulpmiddel te zijn. Bij ruim de helft van dit percentage was de benodigde CE-markering niet te vinden.

De nieuwe regelgeving voor medische hulpmiddelen, die in 2020 in werking treedt, stelt zwaardere eisen aan apps en er is een extra goedkeuring door een externe partij nodig, een zogenaamde notified body, nodig. Voor apps met een laag risico mogen fabrikanten zelf de toelatingsprocedure blijven uitvoeren.

Tech start-up BI/OND maakt organ-on-chips voor betere geneesmiddelen

Cinzia Silvestri is medeoprichter van BI/OND, dat orgaancellen nabootst op computerchips. Daarmee helpt BI/OND de zoektocht naar medicijnen tegen hart- en hersenaandoeningen en borstkanker te versnellen.

“We bieden biologen een testomgeving die gelijk is aan het menselijk lichaam.” De Accenture Innovation Award in de categorie Health ging naar BI/OND, en daarbij tekende de jury aan dat het team wetenschap inzet voor een technologie die het verschil kan maken.

Wat is BI/OND?
“Een bedrijf dat een innovatie creёert voor betere geneesmiddelen. Wij doen dat eenvoudig gezegd door miniaturen van menselijke organen te maken en die op computerchips te zetten. Zulke organ-on-chips ofwel OOC’s helpen biologen om het verloop van een ziekte te onderzoeken en sneller tot oplossingen voor genezing te komen.”

Hoe werkt het precies?
“Onze OOC is gebaseerd op silicium, hetzelfde materiaal waarvan het brein van apparaten is gemaakt, zoals het moederbord van je pc of telefoon. BI/OND kan met het silicium de omgeving van menselijke organen nabootsen. Stel dat biologen op zoek zijn naar een geneesmiddel voor een hartziekte, dan kunnen ze hartcellen op de chip laden. Die cellen gedragen zich dan net alsof ze deel uitmaken van een echt orgaan.”

Welke voordelen heeft dat?
“Bij reguliere medicijntests is het in het begin lastig om aan de hand van laboratorium- en dierproeven te voorspellen wat de gevolgen zijn voor het menselijk lichaam. Met de innovatie van BI/OND ben je daarin als onderzoeker vrijer en voer je tests sneller uit. Het is een goed alternatief voor standaard en statische in-vitrotests. Je hebt geen reageerbuisjes nodig en je vindt sneller de ingrediënten voor betere medicijnen.”

Waarom ben je ermee begonnen? En hoe is het ontstaan?
Nikolas Gaio, William Quiros Solano en ik hebben BI/OND opgericht. We werken alle drie al bijna vijf jaar in hetzelfde lab. William ontwikkelt vooral sensors en elektrodes. Op een dag maakte hij een fout tijdens het fabricageproces. Zoals dat vaker gaat in de wetenschap was die misser de aanleiding tot een vernieuwende technologie.”

Wanneer wist je dat BI/OND levensvatbaar was?
“Toen biologen om ons heen belangstelling toonden voor het prototype. We hebben het samen met hen doorontwikkeld, vooral op gebruiksniveau van de chip. Alle kennis die we opdeden, is samengekomen in BI/OND. Het is nu een marktwaardige technologie waarmee biologen sneller kunnen doen waar ze goed in zijn.”

Waarom besloot je je in te schrijven voor de AIA18?
“Om te laten zien dat je van wetenschapper kunt uitgroeien tot ondernemer. Door, met enige nervositeit, het podium van de Accenture Innovation Awards te bestijgen, daagden we onszelf uit om ons succesverhaal op een meer populaire manier te delen met een groot publiek. Het is wetenschap die levens kan redden, door medicijnen tijdiger beschikbaar te maken. Dat is het verschil dat we maken. De AIA bood ons daarvoor het perfecte netwerk en publiciteit.”

Wat heeft de AIA je tot nu toe opgeleverd?
“In het netwerk hebben we durfkapitalisten en farmaceutische bedrijven ontmoet. En na de prijsuitreiking zijn we benaderd door biologen die graag proefprojecten met ons willen draaien. Het zijn stuk voor stuk waardevolle contacten voor het moment waarop we klaar zijn om ons product naar de markt te brengen. ”

Wat zijn nu de uitdagingen voor BI/OND, waar loop je tegenaan?
“Alles wat we doen kost veel tijd, inzet en geld. Het BI/OND-team bestaat nu uit ons drieën en drie stagiairs. We willen groeien en meer proefprojecten doen, en meer publiciteit rond de chip. Nu eist de samenwerking met partners op gebied van onderzoek en ontwikkeling veel aandacht op.”

Waarom is BI/OND gevestigd in Nederland?
“We werken in een conservatief vakgebied. We zijn verplicht strenge werkwijzen aan te houden. Nederland vind ik het beste land voor onze productontwikkeling omdat de academische wereld zeer ruimdenkend is. Er is veel aandacht voor OOC, ook van de overheid. Biologen zijn bereid om een risico te lopen bij het testen van een nieuwe technologie.”

Wat kunnen we verwachten van BI/OND de komende jaren?
“Binnen vijf jaar hebben we een groter team dat onze technologie op de Nederlandse en Europese markt presenteert. We gaan de samenwerking zoeken met een farmaceutisch bedrijf omdat zij echt een verandering teweeg kunnen brengen op het gebied van verbeterde medicatie. Tot slot behouden we met elkaar wat goed is en dat is vooral ons enthousiasme over BI/OND.”

Wat is jouw gouden tip voor innovators?
“Laat je idee zien aan de buitenwereld en potentiële klanten. Onderhoud een netwerk van klanten en early adopters. Zij kunnen goede feedback geven. Ga de uitdaging aan om je product verder te ontwikkelen en betrek altijd je klanten bij het proces.”

*) BI/OND is winnaar van de Accenture Innovation Awards 2018 in het thema Health.

Hoe samenwerking digitale innovatie in de zorg versnelt

Om de gezondheidszorg te innoveren, is samenwerking nodig. In de praktijk blijkt dat behoorlijk ingewikkeld. Waar moet je op letten om met partners een succesvol eHealth-product te kunnen lanceren?

In de gezondheidszorg kijken alle partijen naar de mogelijkheden van digitalisering en nieuwe technologie. Maar hoe vertaal je die naar een commercieel levensvatbaar én bruikbaar product voor de patiënt of medewerker? Uit eigen onderzoek onder decisionmakers en investeerders in de medische sector blijkt dat 83 procent denkt dat innovatie in de gezondheidszorg tot stand zal komen door samenwerking. Dat kan in de vorm van een joint venture, partnerschap of alliantie zijn. Toch bereikt slechts 11 procent van de samenwerkingsvoorstellen de ‘due diligence’-fase. En een magere 4 procent van de projecten wordt daadwerkelijk geïmplementeerd.

Hoe vergroot je de kans op een succesvolle samenwerking? Door van tevoren na te denken over mogelijke barrières en hoe je die weg kunt nemen. Wij zien drie aandachtsgebieden: organisatorisch, technologisch en juridisch.

Organisatorisch

Uit het onderzoek blijkt dat veel organisaties niet helder hebben wat de doelstelling is van het partnerschap en wat ze eruit willen halen. Ze kunnen potentiële investeerders of partners niet voorzien van de juiste informatie.

Naast dit gebrek aan focus zien we ook dat er nog te veel in silo’s wordt gedacht. De beste eHealth-innovaties komen voort uit een diep inzicht in wat de patiënt wil of nodig heeft in combinatie met de beste technologie. Toch willen medische instellingen en technologiebedrijven niet altijd met elkaar samenwerken. Dat leidt enerzijds tot technische oplossingen die geen problemen oplossen voor de patiënt of medewerker. Anderzijds zie je dat medische instellingen enorm veel investeren in het ontwikkelen van digitale oplossingen waar ze de knowhow niet voor in huis hebben.

Wat de samenwerking eveneens kan hinderen, is wanneer de partners verschillende doelstellingen hebben. Medische instellingen zijn op zoek naar innovaties waarbij de patiënt centraal staat, of dat nu in de vorm van efficiëntere processen of een betere beleving is. Technologiebedrijven vinden het vooral belangrijk dat partners de ontwikkeling van de technologie ondersteunen of toegang geven tot nieuwe producten. Dit verschil in motivatie hoeft niet tot problemen te leiden, maar het is wel handig als je van tevoren weet waarom je partners meedoen aan het project.

In het verlengde hiervan liggen cultuurverschillen als barrière voor een succesvolle samenwerking. Dit zit hem vooral in de bereidheid om risico’s te nemen. Technologiebedrijven willen snel ontwikkelen, medische instanties zijn wat bedachtzamer. Wees je hiervan bewust bent en manage vanaf het begin de wederzijdse verwachtingen.

Technologisch

De gezondheidszorg is regelmatig het slachtoffer van hacks. Cybersecurity wordt dan ook als een van de uitdagingen genoemd die samenwerking in de weg staan. Maar liefst 68 procent van de ondervraagde bedrijven worstelt met het vinden van partners met een adequaat cybersecuritybeleid. Als je vervolgens data gaat uitwisselen binnen het project, moet daar natuurlijk ook een goed framework voor worden opgesteld, zodat er geen gevoelige gegevens op straat komen te liggen.

Juridisch

Een belangrijke juridische kwestie is hoe het intellectuele eigendom is geregeld. Ten eerste wil je als bedrijf je intellectuele eigendom dat wordt ingebracht in het project beschermen. Ten tweede moet er worden vastgesteld wie de rechten heeft op het intellectuele eigendom dat uit het project voortkomt. Dit zijn ingewikkelde vraagstukken.

Tweede punt is dat bedrijven onderschatten wat ervoor nodig is om producten en diensten op de streng gereguleerde gezondheidszorgmarkt te brengen. De wetgeving houdt geen gelijke tred met de technologische ontwikkelingen, dus wat mogelijk is en wat mag zijn twee totaal verschillende zaken. Tegelijkertijd realiseren commerciële bedrijven zich niet altijd wat het betekent om een medisch product te lanceren. Het oplossen van kwesties rond regelgeving en compliance is dan ook een groot obstakel.

Ten derde is aansprakelijkheid een belangrijk discussiepunt in de samenwerking. Het product moet doen wat het belooft maar er kan altijd wat misgaan. Dan moet duidelijk zijn wie daarvoor verantwoordelijk is. We merken ook dat er niet goed wordt nagedacht over de situatie waarin het product weliswaar goed werkt maar de technologie eromheen faalt. Stel, internet valt uit waardoor je product het niet meer doet. Dan heb je niet alleen een probleem vanuit de continuïteit maar ook vanuit aansprakelijkheid.

Digitale innovatie is nodig

De kosten van de zorg stijgen en patiënten zijn steeds beter geïnformeerd en daardoor veeleisender geworden. Om hier goed op in te kunnen spelen is digitale innovatie nodig. Tegelijkertijd is de gezondheidszorg een sector waar veel regels gelden en waar je te maken hebt met leven en dood. Dat maakt innovatie complex. De meeste digitale toepassingen die je nu ziet, zijn dan ook gericht op consumenten, zoals het meten van je hartslag met een wearable. Er zijn echter nog geen toepassingen die die gegevens vervolgens medisch verantwoord interpreteren. Bedrijven zien de mogelijkheden van eHealth wel, maar waar het naartoe gaat is niet duidelijk. En het is lastig om het financiële gewin duidelijk te krijgen.

In Medisch Contact stond een artikel over een app die de patiënt thuis voorbereidt op een operatie. De app voorziet duidelijk in een behoefte, maar hoe krijg je het gefinancierd? Verzekeraars betalen alleen voor bewezen zorg. Om dat te bewijzen is een groter bedrijf nodig dat tests kan doen en de resultaten vertaalt naar een businesscase. Kortom, samenwerking is noodzakelijk om dit soort innovaties daadwerkelijk te introduceren, maar staat nog in de kinderschoenen. Er zijn genoeg kansen voor slimme samenwerkingsverbanden, mits je van tevoren goed nadenkt over hoe je die samenwerking vormgeeft. Zo voorkom je dat je tijd en geld investeert in een project dat niet levensvatbaar is en vergroot je je kans op succes.

Meer weten over het onderzoek naar succesvol samenwerken in eHealth? Download het rapport Digital Fusion – How smart collaborations will drive the healthcare revolution.

Hoe vind je de toegevoegde waarde van data science in de gezondheidszorg?

De zorg realiseert steeds beter welke enorme potentie verscholen zit in de data die zij verzamelt. Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom je data zou willen en moeten gebruiken. Maar de allerbelangrijkste reden is toch wel dat de kosten in de zorg continu stijgen en dat die stijging simpelweg niet meer te betalen is. Dit zijn enkele inzichten over hoe je een datastrategie kan bepalen met behulp van Data Value mapping.

Ter illustratie: de overheidsuitgaven aan de gezondheidszorg, als ratio van het bruto binnenlands product, zijn van 6,2 procent in 2002 tot 7,1 procent in 2016 gestegen. De gezondheidszorg zal efficiënter moeten worden en één van de manieren om dat te doen is door het gebruik van data. Een mooi voorbeeld is het Portugese ziekenhuis Sao Joao, dat in 2016 het HVITAL systeem geïmplementeerd heeft. Het HVITAL systeem verzamelt fysiologische gegevens van elke patiënt in het ziekenhuis en analyseert deze gegevens real-time om risico-situaties te identificeren. Het systeem geeft zo nodig een waarschuwingssignaal aan de arts of verpleegkundige om de patiënt extra in de gaten te houden- of te behandelen.

Maar hoe kom je nu tot dit soort oplossingen met data? Welke problemen kan je eigenlijk allemaal oplossen door het gebruik van data? Wat is de beste manier om waarde uit deze data te halen en welke data heb je eigenlijk precies nodig? Het is belangrijk om te realiseren dat data altijd een middel is en nooit een doel op zichzelf. Om als gezondheidszorgorganisatie op een succesvolle manier meer data-gedreven te worden, is het belangrijk een coherente strategie te hebben met daarin een heldere beschrijving van het doel achter het gebruik van data en de manier waarop het toegevoegde waarde kan leveren. Deze datastrategie helpt je daarna om te weten waar je naartoe wilt en hoe je dit stap voor stap kunt bereiken.  

Datastrategie in de gezondheidszorg

Een datastrategie is een strategie voor het organiseren, beheren, analyseren en inzetten van de informatie assets van een organisatie. Met andere woorden, het is een strategie die beschrijft hoe data toegevoegde waarde kan leveren voor jouw organisatie en hoe je deze toegevoegde waarde kan verkrijgen. In elke organisatie zijn er talloze mogelijkheden voor het gebruik van data. Een goede datastrategie geeft een prioritering van deze mogelijkheden en beschrijft hiervoor de weg naar succes. Een heldere vorm om een datastrategie weer te geven is een zogenoemde data roadmap. De data roadmap geeft de (concrete) stappen die je moet zetten om van de huidige situatie naar de meer data-gedreven toekomstige versie van jouw organisatie te komen.

Om een idee te geven van de mogelijkheden van data in de gezondheidszorg, zie je hieronder enkele korte voorbeelden voor drie verschillende domeinen binnen de gezondheidszorg. Uiteindelijk komen al deze voorbeelden neer op het slimmer maken van de organisatie door het gebruik van data, leidend tot een betere kostenefficiëntie, betere zorg of idealiter een combinatie van beide.

Hoe bepaal je een goede data strategie voor de gezondheidszorg?

In het Data Value Mapping proces wordt de (potentiële) toegevoegde waarde van de huidige- en toekomstige data in kaart gebracht in relatie tot de strategie en visie van de organisatie. Deze verwevenheid van de datastrategie en de bedrijfsstrategie is essentieel om constructieve resultaten op de lange termijn te halen. Het Data Value Mapping proces bestaat uit vier stappen die schematisch zijn weergegeven in onderstaand figuur.

In de volgende sectie lees je meer over deze vier stappen met daarbij in de grijs gearceerde stukken een specifiek voorbeeld van een Data Value Mapping traject voor Hersenz. Hersenz is een behandelprogramma voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) in de chronische fase, bijvoorbeeld voor mensen die een beroerte hebben gehad. Dertien verschillende zorginstellingen in Nederland bieden dit multidisciplinaire behandelprogramma aan.

Exploratie van huidige- en mogelijk toekomstige databronnen

Start met het kijken naar de databronnen die momenteel al aanwezig zijn, voordat je nieuwe mogelijkheden gaat onderzoeken. Je zal verbaasd zijn over het aantal databronnen dat onopgemerkt al aanwezig is in jouw organisatie en het is zonde om hier geen gebruik van te maken. Om de (potentiële) toegevoegde waarde van deze databronnen te bepalen, is het belangrijk om deze data te beoordelen op toegankelijkheid, kwantiteit en kwaliteit. De kwaliteit en consistentie van de data bepalen de kwaliteit en consistentie van de conclusies die op basis van deze data worden getrokken: onderschat deze stap dus niet. Exploratieve trend- en correlatieanalyses kunnen helpen om een idee van de potentiële waarde van deze data te krijgen.

Om een volledig beeld te krijgen van de mogelijkheden van het gebruik van data voor jouw organisatie is het essentieel om daarna dezelfde stappen nog eens te doorlopen voor andere databronnen die mogelijk in de toekomst ingezet kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van wearables, die fysiologische data kunnen genereren.

Definiëren van de bedrijfsstrategie

Dataoplossingen zullen moeten bijdragen aan de doelen van de organisatie, bijvoorbeeld om de best mogelijke zorg te leveren met gereduceerde kosten. Om deze reden is het nodig de bedrijfsstrategie te definiëren voordat je een goede datastrategie kan opstellen. Brainstorm over de ideale inrichting van jouw organisatie voor de toekomst! Door de alsmaar veranderende regelingen in de financiering van de zorg is het belangrijk om hierbij ook naar het businessmodel te kijken. Kun je op eenzelfde manier als nu de financiering rond krijgen of is er in de toekomst een ander businessmodel nodig? Een tweede stap is om te kijken naar de huidige status van jouw organisatie in combinatie met de omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van een Strengths, Weaknesses Opportunities, Threads (SWOT) analyse. Een stakeholder analyse, bijvoorbeeld met een power interest matrix, kan daarnaast ook waardevolle inzichten opleveren die richting kunnen geven voor de bedrijfs- en datastrategie.

Combineren en verkennen  (de “eigenlijke” Data Value Mapping)

De belangrijkste stap van de Data Value Mapping is het daadwerkelijk afbeelden van de mogelijkheden met huidige- en toekomstige databronnen gebaseerd op de bedrijfsstrategie. Uit onze ervaring blijkt dat je dit het beste kan doen in een co-creatie proces waarin zowel de experts op het gebied van data, de managers van de organisatie en de domeinexperts aanwezig zijn. De uitkomst van deze mapping is een lijst met mogelijkheden voor het gebruik van data, de manier waarop ze waarde toevoegen, en om welke waarde dit gaat. De SWOT-analyse is een handige manier om in deze overvloed aan mogelijkheden te prioriteren en de grootste kansen te vinden.

Ontwikkeling van de data roadmap

Ontwikkel op basis van de uitkomsten in stap 3 een data roadmap die de meest veelbelovende manieren om data te gebruiken weergeeft. Beschrijf hierin de stappen die de komende jaren nodig zijn om een slimmere, meer data-gedreven organisatie te worden.

Wat kun je eigenlijk met een datastrategie en een data roadmap?

Nu hebben we een datastrategie gemaakt in de vorm van een data roadmap, maar wat kunnen we hiermee? Het hebben van een data roadmap betekent dat er is nagedacht over alle mogelijke manieren om toegevoegde waarde uit data te extraheren. Daarbij zijn de meest veelbelovende kansen concreet geformuleerd en is er beschreven wat er ervoor nodig is om deze te pakken. De volgende stap is het daadwerkelijke oppakken en uitvoeren van deze kansen. Werk deze kansen uit als proof-of-concept (PoC) en, indien succesvol, implementeer ze als volwaardige producten in de organisatie. Doe dit op een iteratieve manier waardoor je wendbaar bent. Dit betekent dat je snel door kan als een PoC niet succesvol blijkt te zijn, maar tegelijkertijd de succesvolle PoCs ook snel kan implementeren.

Tip: Vergeet niet om eens in de zoveel tijd de datastrategie opnieuw te bekijken en zo nodig te herdefiniëren. Net zoals de business strategie zal de datastrategie mogelijk aanpassingen nodig hebben doordat de omgeving continu verandert.

Data in de gezondheidszorg biedt veel potentie om betere- en meer efficiënte zorg te leveren, bijvoorbeeld in de vorm van gepersonaliseerde zorg. Als je als gezondheidsorganisatie niet met willekeurige data producten of alleen maar leuke gadgets wilt blijven zitten, producten die slechts beperkt gebruikt worden en een beperkte toegevoegde waarde hebben, is het essentieel om te starten met een goede data strategie.

Hoe AI de zorgsector transformeert

De zorgsector kent veel innovatieve bots en kunstmatige intelligentie infiltreert de geneeskunde. Hoe ziet het ziekenhuis van de toekomst eruit en wat doet AI in de geneeskunde in ontwikkelingslanden? 

Kunstmatige intelligentie biedt gebruikers niet alleen snelle toegang tot zelfdiagnose, ook helpt het zorgprofessionals wereldwijd om beter te worden in hun werk. Verder verandert AI de manier waarop ziekenhuizen worden geleid, van de administratie tot innovatie in medische procedures.

Het ziekenhuis van morgen

Door big data, clouddiensten en machine learning te combineren, bouwen AI-innovators oplossingen die helpen bij het verschaffen van deskundig inzicht en analyse op grote schaal tegen naar verwachting relatief lage kosten. Terwijl deze trends zich voortzetten, komt het idee van een ‘smart ziekenhuis’ steeds dichterbij. Sommige kenners zien een dergelijk ziekenhuis in 2020 zelfs al gerealiseerd worden.

Maar wat is dan een smart ziekenhuis?

Het begint met het IoT (Internet of Things), dat een overweldigende capaciteit heeft voor het verzamelen en analyseren van data. Die data kan bestaande procedures verbeteren en nieuwe mogelijkheden introduceren. Tech innovators kunnen IoT combineren met AI en zo een infrastructuur te creëren die nog responsiever is en die zelf kan leren en uitbreiden.

De hoge kosten van goede medische zorg zijn de katalysator voor de ontwikkelingen op dit gebied. Universele gezondheidszorg is een enigma waarbij veel patiënten in ontwikkelingslanden nog steeds sterven aan ziekten die in het Westen volledig geneesbaar zijn. In de huidige situatie, zonder de ontwikkeling van slimme AI om de medische zorg te helpen, kunnen steeds meer zieke mensen de zorg die ze nodig hebben niet meer betalen. Als we willen dat onze toekomstige generatie meer toegang heeft tot gezondheidszorg, in plaats van minder, zijn deze initiatieven absoluut noodzakelijk.

Machine learning, Blockchain en smart devices

Heb je vandaag stappen geteld? Of heb je een app die het aantal uren slaap bijhoudt? Meet je smartwatch je hartslag wanneer je rent? Al die gegevens zijn van onschatbare waarde. Ze kunnen zorgprofessionals helpen analyseren hoe uw gezondheid zich ontwikkelde over een periode van tijd. Nooit eerder konden we onze individuele gezondheidsindicatoren zo vaak en nauwkeurig volgen als vandaag de dag. Het idee van een smart ziekenhuis met onderling verbonden systemen maakt het mogelijk om uw gegevens over te dragen en analyseren. Artsen en hun ondersteunende AI-systemen kunnen kritieke veranderingen die bijdragen aan uw gezondheidsprobleem herkennen.

Gebieden zoals radiologie, oncologie en dermatologie zijn slechts een aantal voorbeelden van waar machine learning kan bijdragen aan het verlagen van de zorgkosten. Maar liefst tachtig procent van het diagnoseproces voor deze zorggebieden zou kunnen worden vervangen en beheerd door computeralgoritmen. Hiermee bedoelen we niet dat het tijd is voor artsen om een nieuwe baan te vinden, maar dat de wereld verandert. Door machines delen van het medische proces over te laten nemen die gemakkelijk kunnen worden beheerd door de huidige technologie, kunnen artsen zelf innoveren. Want hoewel mensen technisch gezien nooit gezonder zijn geweest dan nu, worden virussen en bacteriën steeds ingenieuzer en moeilijker te genezen.

Ook interessant is dat een ander gebied van technologische innovatie het smart ziekenhuis voortstuwt: Blockchain-technologie. Met behulp van Blockchain worden patiëntgegevens opgeslagen als een ‘block’ om een uniek, compleet en onveranderbaar profiel samen te stellen dat veilig kan worden gedeeld met zorgaanbieders en onderzoeksorganisaties. Blockchain-technologie beschermt de privacy van patiënten en kan medische problemen sneller oplossen vanwege het veilig overdragen van patiëntgegevens tussen zorgverleners.

Hoe AI artsen in ontwikkelingslanden kan helpen

De drie factoren die van invloed zijn op de slechte gezondheid in ontwikkelingslanden zijn de toegang tot, de kosten van en het gebrek aan middelen voor zorg. De huidige ontwikkelingen op het gebied van AI en machine learning zijn van invloed op alle drie deze factoren. Meer zieke mensen hebben toegang tot pre-diagnose via bijvoorbeeld bots en apps. De technologie geeft toegang tot informatie die mensen kan aansporen om medische zorg te zoeken, sneller dan ze zouden doen als ze die informatie niet tot hun beschikking hadden.

Het gaat echter niet alleen om patiënten die geen of gebrekkige toegang tot zorginformatie hebben. Er zijn ook al een aantal lopende AI-projecten die artsen en andere zorgverleners helpen bij het diagnosticeren en behandelen van risicopatiënten in afgelegen of onderontwikkelde gebieden. Verschillende algoritmen verbeteren vroege detectie van ziekten, de ontwikkeling van behandelprotocollen en patiëntbewaking en -zorg.

Een initiatief als Project DataREACH, dat momenteel getest wordt in Kameroen, is veelbelovend. Vikash Singh, de oprichter van het project, maakt gebruik van machine learning en voorspellende analyses om verschillende gezondheidsrisico’s te beoordelen. Verder onderzoekt hij technieken om surveillancegegevens te gebruiken voor de vroege detectie van de uitbraak van infectieziekten.

Met de app kan medisch personeel patiëntgegevens verzamelen zoals lengte, gewicht, bloeddruk, cholesterol, familiegeschiedenis en locatie. Deze gegevens worden geanalyseerd via machine learning om artsen te helpen bij het evalueren van het risico op niet-overdraagbare ziekten, zoals diabetes en cardiovasculaire problemen.

Dergelijke toepassingen raken ook aan vragen over de kosten en het gebrek aan middelen. In Kenia rennen vrouwen massaal naar klinieken voor een ‘cervicale selfie’. Baarmoederhalskanker heeft namelijk één van de hoogste sterftecijfers van alle kankers en is tegelijkertijd makkelijk te genezen als het in een vroege fase wordt geconstateerd. Met behulp van een optisch accessoire op de lens van een Android-smartphone, kunnen artsen en verpleegkundigen screenen op cervicale afwijkingen. Deze oplossing kan niet alleen worden gebruikt voor vroege detectie, het plan is om de afbeeldingen in de cloud op te slaan voor verder medisch onderzoek. Voorheen waren de kosten voor grootschalig onderzoek te hoog, maar dit soort nieuwe tools verandert alles. Daar komt nog bij dat in gebieden waar weinig artsen zijn, de foto’s naar een ‘medisch centrum’ kunnen worden doorgestuurd zodat ze alsnog door gekwalificeerde artsen kunnen worden geanalyseerd.

Voorbeelden van hoe kunstmatige intelligentie de gezondheidszorg voor de armen gaat veranderen zijn er genoeg, we kunnen nog wel even doorgaan. Van RPA-technologie om medische codes voor verschillende ziektes en medicijnen toe te wijzen, tot robotica die artsen helpt bij het uitvoeren van operaties op afstand, dit is een gebied dat bijzonder spannend is voor iedereen die geïnteresseerd is in AI.

AI heeft de potentie om het ontwikkelingslandschap te veranderen. Het lijkt de eerste echte kans voor echte universele gezondheidszorg.

E-health: Data is nooit helemaal beschermd

Een digitale vork om eetgewoontes mee te monitoren. Apps om glucosemetingen inzichtelijk te maken. Horloges om calorieverbranding mee te meten. Facetimen om een consult van een huisarts te krijgen. Of een DNA-test om afkomst mee te bepalen. Allemaal voorbeelden van toepassingen die meer controle geven over de eigen gezondheid. Hoe gaat het met Patient Empowerment?

Het draait om de ‘patiënt’, die de controle in handen heeft over de eigen gezondheid. De WHO (World Health Organization) omschrijft patient empowerment als “a process through which people gain greater control over decisions and actions affecting their health”. Een ontwikkeling die eigenlijk al eeuwen aan de gang is. Een ouderwetse weegschaal is natuurlijk ook gewoon een vorm van zelfregie.

Door de toenemende online invloed in combinatie met nieuwe technologieën, is het proces waarmee we zelf meten enorm verbeterd en groeit het aantal toepassingen explosief. Ook professionals omarmen nieuwe e-healthmogelijkheden steeds sneller. Het delen van medische resultaten wordt immers makkelijker. Ook wordt er gaandeweg steeds meer behandeld op afstand, hoewel dit concept nog in de kinderschoenen staat.

Landelijk Schakelpunt

De zorgkosten nemen ieder jaar toe, wachtlijsten zijn te lang en zorgverleners verkeren in financiële nood. Dit vraagt om meer efficiëntie en innovatie. Bijvoorbeeld het snel en zorgvuldig kunnen uitwisselen van de gegevens van een patiënt. Uit onderzoek, gehouden in 2016, blijkt dat meer dan vier op de tien artsen gebruikmaakt van WhatsApp als middel om bijvoorbeeld patiëntgegevens uit te wisselen. Dit is sinds afgelopen mei moeilijker geworden, met de invoering van de nieuwe privacywet. Zorgverleners dienen zich aan strenge protocollen te houden wanneer gebruik wordt gemaakt van digitale gegevensuitwisseling.  

Uitwisseling is gewenst. Bijvoorbeeld voor een second opinion of wanneer de patiënt van zorgverlener A naar zorgverlener B gaat. Echter, uitwisseling blijkt niet altijd mogelijk, omdat de medische software van zorgverleners nog niet op elkaar aansluit. Dit verandert door de invoering van het Landelijk Schakelpunt. Een platform waar zorgverleners medische gegevens van patiënten digitaal kunnen uitwisselen, mits er toestemming is verleend door de patiënt.

Het grote gevaar is dat de kans op digitale inbraak toeneemt. Ga maar na, om nu een specifiek ziekenhuis te beroven van medische gegevens is nu niet bepaald veel voorgekomen in het verleden. Maar nu miljarden mensen in principe ‘online’ bij het ziekenhuis op de stoep kunnen staan, is het risico groter geworden dat kwaadwilligen hier misbruik van maken. Maar het gevaar komt niet alleen van anonieme hackers, ook overheden en verzekeraars spelen een grote rol.

Privacy Shield

De EU-US Privacy Shield is een privacy akkoord tussen de VS en de EU. Het gaat met name over hoe de Amerikanen omgaan met de opgeslagen persoonlijke gegevens van Europeanen. Wanneer een Amerikaans bedrijf buiten de VS opereert, hebben Amerikaanse opsporingsdiensten alsnog het recht om informatie op te vragen van elke willekeurige Europese gebruiker die gebruikmaakt van een service van het bedrijf.

Met het Privacy Shield akkoord mogen er geen grote surveillance operaties worden uitgevoerd en vinden er controles plaats die de privacy moeten waarborgen. Echter, er kan nog steeds op grote schaal Europese data worden verzameld. En laat het Amerikaanse DXC Technologies de ontwikkelaar zijn van het Landelijk Schakelpunt. Door toestemming te verlenen aan de zorgverlener, die medische gegevens wil delen, bestaat de kans dat ook de Amerikaanse overheid deze informatie in handen krijgt. En waarom geven we de ontwikkeling van zo’n privacygevoelig medisch platform uit handen? Waarom kan men geen ‘nee’ zeggen tegen het ongemerkt uitwisselen van de persoonlijke gegevens door het IT bedrijf met een overheid?

Bewustwording

Ik juich vele nieuwe e-health concepten toe. Zeker wanneer burgerinitiatieven en samenwerkingen leiden tot een effectieve en efficiënte zorg. Bijvoorbeeld HartslagNu. Een platform voor burgerhulpverlening bij een hartstilstand. Ik denk ook aan COPD In Beeld. Een samenwerking tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen om patiënten thuis te monitoren. Ik juich ook het gebruik van gezondheidsapps toe wanneer dit op eigen initiatief is. Maar het gebruik van gratis applicaties heeft een prijs. Er is een verdienmodel, waarbij men niet alleen de gebruiker is, maar ook het product.

Wie krijgt inzicht in de persoonlijke data? Alleen een adverteerder die gerichte reclames wil aanbieden of ook partijen die complete gebruikersprofielen van individuen maken? Maar of we nu gebruikmaken van gezondheidsapps en toepassingen op eigen initiatief of op initiatief van de overheid of de zorgverlener, data is nooit compleet beschermd. En zolang het proces van bewustwording achterblijft op het gebruik ervan, maken we geen gebalanceerde keuze. En dat is spelen met vuur.

Docly: consult op afstand scheelt tijd en voorkomt onnodige onderzoeken

Een fysiek bezoek aan een arts is lang niet altijd nodig om een kwaal op te lossen. Dit is het uitgangspunt van Docly, een digitale oplossing die patiënten op afstand in contact brengt met de arts die het meest geschikt is om het probleem te behandelen.

Docly is opgericht in 2013 en ging toen van start in Zweden onder de naam Min Doktor, vertelt oprichter en Chief Innovation Officer Magnus Nyhlén. “We proberen onderdelen van de primaire gezondheidszorg te digitaliseren. Ik heb een achtergrond als arts op de spoedeisende hulp en heb ook gewerkt als huisarts. Veel van de patiënten die ik zag hadden prima geholpen kunnen worden met een consult op afstand. Ik wilde beter gebruikmaken van de patiënt als informatiebron en goed voorbereid zijn voor hun consult, zodat ik de beschikbare tijd efficiënter zou kunnen gebruiken.”

Daar kwam Docly uit voort. De tool faciliteert een direct gesprek tussen dokter en patiënt zonder dat ze zich op dezelfde locatie hoeven te bevinden of op een afgesproken tijdstip die conversatie houden. Dat geeft beide partijen flexibiliteit. “We hebben een groot aantal vragenlijsten opgesteld om tot een anamnese te komen, de normale procedure wanneer een patiënt een arts bezoekt,” legt Nyhlén uit. “Daarbij zijn we uitgegaan van nationale richtlijnen en hoe je van een symptoom uitkomt op een diagnose. De patiënt wordt door de computer ondervraagd en daarna gaan de antwoorden naar een arts die geschikt is voor de casus. Vanaf daar start de behandeling.”

Het idee was niet bij voorbaat om een digitaal consult mogelijk te maken. Uitgangspunt van Docly was dat de dokter zich op deze manier goed kon voorbereiden op de patiënt. In de praktijk blijkt echter dat veel problemen op afstand kunnen worden afgehandeld. “We proberen een consult op afspraak te vermijden omdat dat veel tijd kost. Patiënten sturen foto’s of filmpjes van zichzelf. De meeste casussen zijn op te lossen door de patiënt door te verwijzen voor een laboratoriumtest, een röntgenfoto of naar klinische fysiologie. We communiceren dan alleen via chat.”

Consult op afstand is logische stap

Nyhlén verbaast zich erover dat er in de zorg zoveel innovatie in de behandeling plaats vindt maar niet in de processen eromheen. “Gezondheidszorg is extreem innovatief, operaties worden bijvoorbeeld ondersteund door robots, maar als het op de logistiek aankomt en hoe we patiënten ontmoeten, dan gaat dat nog heel ouderwets. Er zijn allerlei tools en wearables beschikbaar die patiënten kunnen gebruiken. Je kunt op afstand monitoren hoe het gaat. Iedereen heeft een laptop of een mobiele telefoon – een consult op afstand is een natuurlijke en logische stap in dit geheel.”

In Zweden is Docly in de eerste twee jaar getest in samenwerking met particuliere verzekeraars. De resultaten van die pilotprojecten waren goed, zegt Nyhlén. “We zagen geen overconsumptie van de zorg. Patiënten waren tevredener waren met het consult op afstand dan met een fysieke ontmoeting omdat ze er geen tijd voor hoefden vrij te maken in hun schema. En we konden het aantal onderzoeken dat werd uitgevoerd terugbrengen. Iemand die zich bijvoorbeeld met knieproblemen meldt, kunnen we gericht doorverwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van dat er onnodig eerst een MRI-scan wordt gemaakt.”

Sinds 2016 is Docly ook onderdeel van het ziekenfonds in Zweden. “Sindsdien hebben we zo’n 300.000 patiënten behandeld. Het gaat dus vrij goed.”

Artsen niet onverdeeld positief

Dat wil niet zeggen dat alle artsen staan te juichen over het initiatief. “Het is een conservatieve sector. Dat wist ik toen ik hiermee begon. De reactie van artsen is gemengd, de helft is voor, de helft is tegen. Het interessante is dat degenen die ertegen zijn wel heel erg geïnteresseerd zijn in wat we doen. Aanvankelijk waren ze sceptisch en negatief. Maar nu zien ze in dat dit gaat gebeuren, dus moeten ze deelnemen, ook al vinden ze het niet leuk.”

Bij Min Doktor zijn inmiddels bijna tweehonderd dokters aangesloten met in totaal tweeëntwintig specialismen. “We werken alleen met ervaren senior artsen. Zij zien dit als een fantastische aanvulling op de traditionele zorg.  Dat is heel belangrijk. Dit gaat om het vrijmaken van ruimte en tijd voor de mensen die wel een fysieke ontmoeting nodig hebben. Dit is geen concurrerende manier van werken, maar complementair.”

Hoe nu verder? Internationale expansie lonkt, aldus Nyhlén. “We zijn van start gegaan in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland. Managers werven in elk land de medische specialisten en we zijn bezig om te voldoen aan de nationale richtlijnen en regels. De komende maanden starten we met pilotprojecten in deze landen.”

Waarom elk ziekenhuis moet investeren in een business intelligence-team

Als data het nieuwe goud is, dan zijn ziekenhuizen niet bijster materialistisch. Oftewel: er wordt heel weinig gedaan met de beschikbare data. Bart-Jan Verhoeff, CMIO van Ziekenhuis Sint Jansdal over de mogelijkheden van artificial intelligence en machine-learning in de gezondheidszorg.

Verhoeff benadrukt het nut van machine-learning als methode om je data slim in te zetten. Bijvoorbeeld door met modellen die zijn gebaseerd op je data voorspellingen te doen zodat je de werkprocessen verbetert en de kwaliteit van de patiëntenzorg vergroot. “Indirect worden de beschikbare tools hier en daar al gebruikt in de zorg als onderdeel van de software, maar niet zozeer voor het proces. Modellen die op basis van machine-learning ons helpen om de zorg beter te kunnen verrichten, die zijn nog maar mondjesmaat ontwikkeld,” zegt Verhoeff.

Aan de volwassenheid van de technologie ligt het niet. Integendeel, de ontwikkelingen gaan hard. Veel bedrijven bieden AI-oplossingen aan. Het momentum is er, maar daar zit een keerzijde aan, aldus Verhoeff. “Je hebt eigenlijk twee vormen van machine-learning. Bij de ene moeten de data nog min of meer gegenereerd of gelabeld worden. Dat betekent dus dat je misschien wel honderden foto’s hebt of PA-uitslagen of andere complexe medische informatie. Daar moet een bepaald label aan worden gehangen. Dus: deze PA-uitslag is slecht, deze is goed. Op deze foto is een longontsteking te zien, op die andere niet. Voor dit soort machine-learning moet je zaaltjes met mensen hebben die niets anders doen dan labelen, bij wijze van spreken. Dat is iets wat je niet zomaar zelf kunt doen. Dat moet je ook niet willen. Waar je juist wel heel veel mee kunt doen, is met predictive analytics, voorspellingen op basis van data waarover je al beschikt. Een EPD bevat een paar jaar na de start vaak al miljarden datapunten en als je dat goed organiseert kun je daar heel veel mee. Daar moeten we de zorg beter mee maken. Het is heel goed dat er bedrijven zijn die ook al modellen bouwen, maar ik denk dat het juist de dokters zelf zijn die samen met hun business intelligence teams dit in de ziekenhuizen van de grond moeten krijgen, al dan niet in samenwerking met andere ziekenhuizen.”

Juiste mensen en juiste motivatie

Past Verhoeffs werkgever, Ziekenhuis Sint Jansdal, zelf al predictive analytics toe? “Wij hebben twee mensen in ons BI-team die grote interesse hebben in dit onderwerp. We zijn het aan het opzetten. Ikzelf ben er al heel actief mee bezig in mijn vrije tijd – de kosten gaan altijd voor de baat uit. Als je ermee aan de slag gaat en je begint die methodes door te krijgen en je volgt de juiste cursussen, dan lukt het. Dan kom je iedere keer stappen verder tot op het punt dat je modellen aan het trainen bent op basis van je data. De data zijn toegankelijk. Dat geldt misschien niet voor ieder EPD maar met dat van ons kunnen we het wel. Met de juiste mensen en de juiste motivatie kun je een heleboel doen.”

Vandaar Verhoeffs oproep dat ieder ziekenhuis voldoende moet investeren in een BI-team. “Er moeten mensen in het ziekenhuis zijn die zich volledig bezighouden met de data die het ziekenhuis genereert. Als je kijkt naar een willekeurig bedrijf met anderhalf- tot tweeduizend medewerkers, dan zijn daar een heleboel mensen bezig met de data die het bedrijf genereert om ervoor te zorgen dat het onderste uit de kan wordt gehaald. In ziekenhuizen doen we dat nog niet of slechts een beetje. We voelen op een of andere manier nog niet voldoende de urgentie om dat te doen. Ik vind dat er meer mensen moeten worden ingezet om de data te benutten. En als je ze niet kunt vinden, dan moet je ze gewoon intern opleiden. Als we dan ook nog in Nederland gaan samenwerken om die kennis te delen, dan kan ik me niet voorstellen dat het niet gaat lukken.”

Disofa: online psychische zorg verkleint wachtlijsten

De wachtlijsten in de GGZ zijn te lang. Het is een groot probleem dat mensen die in psychische nood verkeren soms maanden moeten wachten voordat ze een psycholoog te spreken krijgen. Juist als ze zich eindelijk voldoende hebben opgeladen om hulp te zoeken is wachten geen wenselijke situatie. Online zorg lijkt de oplossing.

Er moet wat veranderen in deze markt. Met de huidige krapte op de arbeidsmarkt voor psychologen vraagt dat om een andere werkwijze. eHealth kan daar een oplossing voor zijn, doordat het inzetten van tijd- en plaats onafhankelijke zorgverleners nieuwe mogelijkheden biedt. Bijvoorbeeld dat je als patiënt niet meer afhankelijk bent van de openingstijden van de instelling.

Of dat er gemakkelijk zorgverleners uit een andere regio kunnen worden ingezet op plekken waar de wachtlijsten het langste zijn. Voor veel sectoren een open deur, maar het wordt in de zorg nog altijd erg weinig ingezet. Een van de redenen daarvoor is dat er in de sector weinig concurrentie is en deze sector (wellicht daardoor?)  behoudend is.

Een andere reden is dat er regionaal afspraken worden gemaakt tussen aanbiedere en zorgverzekeraars, waardoor buiten de regio behandelen ten koste zou moeten gaan van het budget van iemand anders en dat ligt gevoelig. Daarom heeft GGZ-Noord-Holland-Noord voor een heel nieuwe aanpak gekozen om de wachtlijsten te lijf te gaan door het aanbieden van honderd procent online geestelijke gezondheidszorg.

Disruptief innoveren

Er is from scratch een nieuw onderdeel opgezet,  los van de organisatiestructuur, met een directe lijn naar de Raad van Bestuur als opdrachtgever. Er is veel managementliteratuur bekend waaruit blijkt dat dit een succesvolle manier is om disruptief te innoveren. Uitgangspunt van deze start-up is dat het optimale online behandelservice biedt voor de patiënt, net zoals dat tegenwoordig gebeurt bij al die andere diensten zoals supermarkten, reisbureaus en banken.

Hoe werkt dat? Door alle therapieën die daar geleverd worden uitsluitend online plaats te laten vinden in een combinatie van online-modules en online videogesprekken. Van het begin af aan is dus voor zowel patiënten als zorgverleners duidelijk dat online de enige mogelijkheid is. De afdeling heet DiSofa, naar de Digitale Sofa die je waar dan ook ter wereld aan kunt schuiven om therapie te krijgen. Er is uitgebreide literatuur dat dit net zo succesvol is als therapie waarbij men fysiek de psycholoog bezoekt.

Deze optimale service zorgt voor voordelen voor zowel de patiënt, de zorgverlener als de doorverwijzer. Voor de patiënt staat eenvoud centraal: eenvoudig aanmelden via een login en het enige contact dat je hebt is met je eigen psycholoog en zoals al benoemd onafhankelijk van de openingstijden van een instelling. Ook hoeft er niet naar een fysieke locatie te worden gereisd waar je bekenden tegen kunt komen.

Tijdsonafhankelijk werken

Voor de zorgverlener is het voordeel dat deze zijn eigen praktijk heeft met alle vrijheden om het plaats en tijdsonafhankelijk in te richten maar wel met de zekerheid van een loondienstverband. Bovendien worden ze goed gefaciliteerd zodat ze zich volledig kunnen richten op goede zorg- en serviceverlening.

De voordelen voor de verwijzer zijn dat we patiënten snel kunnen helpen doordat er geen wachtlijst is. Daarnaast heeft DiSofa enthousiaste en kundige GZ-psychologen in dienst. Bovendien staan er GZ-psychologen klaar als de caseload van de huidige GZ-psychologen vol loopt. Onze ervaring is dat zorgprofessionals dit een aantrekkelijke manier van werken vinden.

En hoe gaat dat nu in de praktijk, vijf maanden na de start? We merken dat patiënten bij aanvang vaak terughoudend zijn, maar dat wanneer ze er voor gekozen hebben om te beginnen, ze erg enthousiast zijn over online therapie. Dit lijkt geen verrassende uitkomst, al eerder werd dit gepubliceerd met betrekking tot eConsulten. Zowel patiënten als artsen waren bij de start niet enthousiast, totdat ze ermee begonnen. Vanaf dat moment waren beide groepen verkocht.

Ook zien we dat door de persoonlijke benadering door onze psychologen, patiënten na ruim negentig procent van de kennismakingsgesprekken besluiten om in therapie te gaan bij DiSofa.

Ervaringen cliënten, ook te lezen op de website:

Mauran, 51 jaar: Mijn ervaring met DiSofa vond ik zeer prettig. Miriam begreep mijn verhaal zeer snel en ik vond het prettig om met haar te praten. De flexibiliteit paste perfect in mijn baan met onregelmatige tijden. Ik zou Miriam en DiSofa zeker aanraden.

Richard, 32 jaar: Ik heb het traject bij Disofa als zeer prettig ervaren. De begeleiding via het internet verloopt erg soepel en heb ik als zeer comfortabel ervaren, omdat je het lekker vanuit je eigen huis kunt doen. De hulpverlener is makkelijk te bereiken via de online communicatie. Hierdoor heb je echt het gevoel er niet alleen voor te staan, ondanks de fysieke afstand. Het heeft mij zeker geholpen!

Frederique, 51 jaar: Hoewel ik eerst een klein beetje sceptisch was over deze, digitale, wijze van contact met een therapeute kan ik niet anders zeggen dan dat ik het als heel prettig heb ervaren.

Page generated in 1,120 seconds. Stats plugin by www.blog.ca