Hoe vind je de toegevoegde waarde van data science in de gezondheidszorg?

De zorg realiseert steeds beter welke enorme potentie verscholen zit in de data die zij verzamelt. Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom je data zou willen en moeten gebruiken. Maar de allerbelangrijkste reden is toch wel dat de kosten in de zorg continu stijgen en dat die stijging simpelweg niet meer te betalen is. Dit zijn enkele inzichten over hoe je een datastrategie kan bepalen met behulp van Data Value mapping.

Ter illustratie: de overheidsuitgaven aan de gezondheidszorg, als ratio van het bruto binnenlands product, zijn van 6,2 procent in 2002 tot 7,1 procent in 2016 gestegen. De gezondheidszorg zal efficiënter moeten worden en één van de manieren om dat te doen is door het gebruik van data. Een mooi voorbeeld is het Portugese ziekenhuis Sao Joao, dat in 2016 het HVITAL systeem geïmplementeerd heeft. Het HVITAL systeem verzamelt fysiologische gegevens van elke patiënt in het ziekenhuis en analyseert deze gegevens real-time om risico-situaties te identificeren. Het systeem geeft zo nodig een waarschuwingssignaal aan de arts of verpleegkundige om de patiënt extra in de gaten te houden- of te behandelen.

Maar hoe kom je nu tot dit soort oplossingen met data? Welke problemen kan je eigenlijk allemaal oplossen door het gebruik van data? Wat is de beste manier om waarde uit deze data te halen en welke data heb je eigenlijk precies nodig? Het is belangrijk om te realiseren dat data altijd een middel is en nooit een doel op zichzelf. Om als gezondheidszorgorganisatie op een succesvolle manier meer data-gedreven te worden, is het belangrijk een coherente strategie te hebben met daarin een heldere beschrijving van het doel achter het gebruik van data en de manier waarop het toegevoegde waarde kan leveren. Deze datastrategie helpt je daarna om te weten waar je naartoe wilt en hoe je dit stap voor stap kunt bereiken.  

Datastrategie in de gezondheidszorg

Een datastrategie is een strategie voor het organiseren, beheren, analyseren en inzetten van de informatie assets van een organisatie. Met andere woorden, het is een strategie die beschrijft hoe data toegevoegde waarde kan leveren voor jouw organisatie en hoe je deze toegevoegde waarde kan verkrijgen. In elke organisatie zijn er talloze mogelijkheden voor het gebruik van data. Een goede datastrategie geeft een prioritering van deze mogelijkheden en beschrijft hiervoor de weg naar succes. Een heldere vorm om een datastrategie weer te geven is een zogenoemde data roadmap. De data roadmap geeft de (concrete) stappen die je moet zetten om van de huidige situatie naar de meer data-gedreven toekomstige versie van jouw organisatie te komen.

Om een idee te geven van de mogelijkheden van data in de gezondheidszorg, zie je hieronder enkele korte voorbeelden voor drie verschillende domeinen binnen de gezondheidszorg. Uiteindelijk komen al deze voorbeelden neer op het slimmer maken van de organisatie door het gebruik van data, leidend tot een betere kostenefficiëntie, betere zorg of idealiter een combinatie van beide.

Hoe bepaal je een goede data strategie voor de gezondheidszorg?

In het Data Value Mapping proces wordt de (potentiële) toegevoegde waarde van de huidige- en toekomstige data in kaart gebracht in relatie tot de strategie en visie van de organisatie. Deze verwevenheid van de datastrategie en de bedrijfsstrategie is essentieel om constructieve resultaten op de lange termijn te halen. Het Data Value Mapping proces bestaat uit vier stappen die schematisch zijn weergegeven in onderstaand figuur.

In de volgende sectie lees je meer over deze vier stappen met daarbij in de grijs gearceerde stukken een specifiek voorbeeld van een Data Value Mapping traject voor Hersenz. Hersenz is een behandelprogramma voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) in de chronische fase, bijvoorbeeld voor mensen die een beroerte hebben gehad. Dertien verschillende zorginstellingen in Nederland bieden dit multidisciplinaire behandelprogramma aan.

Exploratie van huidige- en mogelijk toekomstige databronnen

Start met het kijken naar de databronnen die momenteel al aanwezig zijn, voordat je nieuwe mogelijkheden gaat onderzoeken. Je zal verbaasd zijn over het aantal databronnen dat onopgemerkt al aanwezig is in jouw organisatie en het is zonde om hier geen gebruik van te maken. Om de (potentiële) toegevoegde waarde van deze databronnen te bepalen, is het belangrijk om deze data te beoordelen op toegankelijkheid, kwantiteit en kwaliteit. De kwaliteit en consistentie van de data bepalen de kwaliteit en consistentie van de conclusies die op basis van deze data worden getrokken: onderschat deze stap dus niet. Exploratieve trend- en correlatieanalyses kunnen helpen om een idee van de potentiële waarde van deze data te krijgen.

Om een volledig beeld te krijgen van de mogelijkheden van het gebruik van data voor jouw organisatie is het essentieel om daarna dezelfde stappen nog eens te doorlopen voor andere databronnen die mogelijk in de toekomst ingezet kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van wearables, die fysiologische data kunnen genereren.

Definiëren van de bedrijfsstrategie

Dataoplossingen zullen moeten bijdragen aan de doelen van de organisatie, bijvoorbeeld om de best mogelijke zorg te leveren met gereduceerde kosten. Om deze reden is het nodig de bedrijfsstrategie te definiëren voordat je een goede datastrategie kan opstellen. Brainstorm over de ideale inrichting van jouw organisatie voor de toekomst! Door de alsmaar veranderende regelingen in de financiering van de zorg is het belangrijk om hierbij ook naar het businessmodel te kijken. Kun je op eenzelfde manier als nu de financiering rond krijgen of is er in de toekomst een ander businessmodel nodig? Een tweede stap is om te kijken naar de huidige status van jouw organisatie in combinatie met de omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van een Strengths, Weaknesses Opportunities, Threads (SWOT) analyse. Een stakeholder analyse, bijvoorbeeld met een power interest matrix, kan daarnaast ook waardevolle inzichten opleveren die richting kunnen geven voor de bedrijfs- en datastrategie.

Combineren en verkennen  (de “eigenlijke” Data Value Mapping)

De belangrijkste stap van de Data Value Mapping is het daadwerkelijk afbeelden van de mogelijkheden met huidige- en toekomstige databronnen gebaseerd op de bedrijfsstrategie. Uit onze ervaring blijkt dat je dit het beste kan doen in een co-creatie proces waarin zowel de experts op het gebied van data, de managers van de organisatie en de domeinexperts aanwezig zijn. De uitkomst van deze mapping is een lijst met mogelijkheden voor het gebruik van data, de manier waarop ze waarde toevoegen, en om welke waarde dit gaat. De SWOT-analyse is een handige manier om in deze overvloed aan mogelijkheden te prioriteren en de grootste kansen te vinden.

Ontwikkeling van de data roadmap

Ontwikkel op basis van de uitkomsten in stap 3 een data roadmap die de meest veelbelovende manieren om data te gebruiken weergeeft. Beschrijf hierin de stappen die de komende jaren nodig zijn om een slimmere, meer data-gedreven organisatie te worden.

Wat kun je eigenlijk met een datastrategie en een data roadmap?

Nu hebben we een datastrategie gemaakt in de vorm van een data roadmap, maar wat kunnen we hiermee? Het hebben van een data roadmap betekent dat er is nagedacht over alle mogelijke manieren om toegevoegde waarde uit data te extraheren. Daarbij zijn de meest veelbelovende kansen concreet geformuleerd en is er beschreven wat er ervoor nodig is om deze te pakken. De volgende stap is het daadwerkelijke oppakken en uitvoeren van deze kansen. Werk deze kansen uit als proof-of-concept (PoC) en, indien succesvol, implementeer ze als volwaardige producten in de organisatie. Doe dit op een iteratieve manier waardoor je wendbaar bent. Dit betekent dat je snel door kan als een PoC niet succesvol blijkt te zijn, maar tegelijkertijd de succesvolle PoCs ook snel kan implementeren.

Tip: Vergeet niet om eens in de zoveel tijd de datastrategie opnieuw te bekijken en zo nodig te herdefiniëren. Net zoals de business strategie zal de datastrategie mogelijk aanpassingen nodig hebben doordat de omgeving continu verandert.

Data in de gezondheidszorg biedt veel potentie om betere- en meer efficiënte zorg te leveren, bijvoorbeeld in de vorm van gepersonaliseerde zorg. Als je als gezondheidsorganisatie niet met willekeurige data producten of alleen maar leuke gadgets wilt blijven zitten, producten die slechts beperkt gebruikt worden en een beperkte toegevoegde waarde hebben, is het essentieel om te starten met een goede data strategie.

Hoe AI de zorgsector transformeert

De zorgsector kent veel innovatieve bots en kunstmatige intelligentie infiltreert de geneeskunde. Hoe ziet het ziekenhuis van de toekomst eruit en wat doet AI in de geneeskunde in ontwikkelingslanden? 

Kunstmatige intelligentie biedt gebruikers niet alleen snelle toegang tot zelfdiagnose, ook helpt het zorgprofessionals wereldwijd om beter te worden in hun werk. Verder verandert AI de manier waarop ziekenhuizen worden geleid, van de administratie tot innovatie in medische procedures.

Het ziekenhuis van morgen

Door big data, clouddiensten en machine learning te combineren, bouwen AI-innovators oplossingen die helpen bij het verschaffen van deskundig inzicht en analyse op grote schaal tegen naar verwachting relatief lage kosten. Terwijl deze trends zich voortzetten, komt het idee van een ‘smart ziekenhuis’ steeds dichterbij. Sommige kenners zien een dergelijk ziekenhuis in 2020 zelfs al gerealiseerd worden.

Maar wat is dan een smart ziekenhuis?

Het begint met het IoT (Internet of Things), dat een overweldigende capaciteit heeft voor het verzamelen en analyseren van data. Die data kan bestaande procedures verbeteren en nieuwe mogelijkheden introduceren. Tech innovators kunnen IoT combineren met AI en zo een infrastructuur te creëren die nog responsiever is en die zelf kan leren en uitbreiden.

De hoge kosten van goede medische zorg zijn de katalysator voor de ontwikkelingen op dit gebied. Universele gezondheidszorg is een enigma waarbij veel patiënten in ontwikkelingslanden nog steeds sterven aan ziekten die in het Westen volledig geneesbaar zijn. In de huidige situatie, zonder de ontwikkeling van slimme AI om de medische zorg te helpen, kunnen steeds meer zieke mensen de zorg die ze nodig hebben niet meer betalen. Als we willen dat onze toekomstige generatie meer toegang heeft tot gezondheidszorg, in plaats van minder, zijn deze initiatieven absoluut noodzakelijk.

Machine learning, Blockchain en smart devices

Heb je vandaag stappen geteld? Of heb je een app die het aantal uren slaap bijhoudt? Meet je smartwatch je hartslag wanneer je rent? Al die gegevens zijn van onschatbare waarde. Ze kunnen zorgprofessionals helpen analyseren hoe uw gezondheid zich ontwikkelde over een periode van tijd. Nooit eerder konden we onze individuele gezondheidsindicatoren zo vaak en nauwkeurig volgen als vandaag de dag. Het idee van een smart ziekenhuis met onderling verbonden systemen maakt het mogelijk om uw gegevens over te dragen en analyseren. Artsen en hun ondersteunende AI-systemen kunnen kritieke veranderingen die bijdragen aan uw gezondheidsprobleem herkennen.

Gebieden zoals radiologie, oncologie en dermatologie zijn slechts een aantal voorbeelden van waar machine learning kan bijdragen aan het verlagen van de zorgkosten. Maar liefst tachtig procent van het diagnoseproces voor deze zorggebieden zou kunnen worden vervangen en beheerd door computeralgoritmen. Hiermee bedoelen we niet dat het tijd is voor artsen om een nieuwe baan te vinden, maar dat de wereld verandert. Door machines delen van het medische proces over te laten nemen die gemakkelijk kunnen worden beheerd door de huidige technologie, kunnen artsen zelf innoveren. Want hoewel mensen technisch gezien nooit gezonder zijn geweest dan nu, worden virussen en bacteriën steeds ingenieuzer en moeilijker te genezen.

Ook interessant is dat een ander gebied van technologische innovatie het smart ziekenhuis voortstuwt: Blockchain-technologie. Met behulp van Blockchain worden patiëntgegevens opgeslagen als een ‘block’ om een uniek, compleet en onveranderbaar profiel samen te stellen dat veilig kan worden gedeeld met zorgaanbieders en onderzoeksorganisaties. Blockchain-technologie beschermt de privacy van patiënten en kan medische problemen sneller oplossen vanwege het veilig overdragen van patiëntgegevens tussen zorgverleners.

Hoe AI artsen in ontwikkelingslanden kan helpen

De drie factoren die van invloed zijn op de slechte gezondheid in ontwikkelingslanden zijn de toegang tot, de kosten van en het gebrek aan middelen voor zorg. De huidige ontwikkelingen op het gebied van AI en machine learning zijn van invloed op alle drie deze factoren. Meer zieke mensen hebben toegang tot pre-diagnose via bijvoorbeeld bots en apps. De technologie geeft toegang tot informatie die mensen kan aansporen om medische zorg te zoeken, sneller dan ze zouden doen als ze die informatie niet tot hun beschikking hadden.

Het gaat echter niet alleen om patiënten die geen of gebrekkige toegang tot zorginformatie hebben. Er zijn ook al een aantal lopende AI-projecten die artsen en andere zorgverleners helpen bij het diagnosticeren en behandelen van risicopatiënten in afgelegen of onderontwikkelde gebieden. Verschillende algoritmen verbeteren vroege detectie van ziekten, de ontwikkeling van behandelprotocollen en patiëntbewaking en -zorg.

Een initiatief als Project DataREACH, dat momenteel getest wordt in Kameroen, is veelbelovend. Vikash Singh, de oprichter van het project, maakt gebruik van machine learning en voorspellende analyses om verschillende gezondheidsrisico’s te beoordelen. Verder onderzoekt hij technieken om surveillancegegevens te gebruiken voor de vroege detectie van de uitbraak van infectieziekten.

Met de app kan medisch personeel patiëntgegevens verzamelen zoals lengte, gewicht, bloeddruk, cholesterol, familiegeschiedenis en locatie. Deze gegevens worden geanalyseerd via machine learning om artsen te helpen bij het evalueren van het risico op niet-overdraagbare ziekten, zoals diabetes en cardiovasculaire problemen.

Dergelijke toepassingen raken ook aan vragen over de kosten en het gebrek aan middelen. In Kenia rennen vrouwen massaal naar klinieken voor een ‘cervicale selfie’. Baarmoederhalskanker heeft namelijk één van de hoogste sterftecijfers van alle kankers en is tegelijkertijd makkelijk te genezen als het in een vroege fase wordt geconstateerd. Met behulp van een optisch accessoire op de lens van een Android-smartphone, kunnen artsen en verpleegkundigen screenen op cervicale afwijkingen. Deze oplossing kan niet alleen worden gebruikt voor vroege detectie, het plan is om de afbeeldingen in de cloud op te slaan voor verder medisch onderzoek. Voorheen waren de kosten voor grootschalig onderzoek te hoog, maar dit soort nieuwe tools verandert alles. Daar komt nog bij dat in gebieden waar weinig artsen zijn, de foto’s naar een ‘medisch centrum’ kunnen worden doorgestuurd zodat ze alsnog door gekwalificeerde artsen kunnen worden geanalyseerd.

Voorbeelden van hoe kunstmatige intelligentie de gezondheidszorg voor de armen gaat veranderen zijn er genoeg, we kunnen nog wel even doorgaan. Van RPA-technologie om medische codes voor verschillende ziektes en medicijnen toe te wijzen, tot robotica die artsen helpt bij het uitvoeren van operaties op afstand, dit is een gebied dat bijzonder spannend is voor iedereen die geïnteresseerd is in AI.

AI heeft de potentie om het ontwikkelingslandschap te veranderen. Het lijkt de eerste echte kans voor echte universele gezondheidszorg.

E-health: Data is nooit helemaal beschermd

Een digitale vork om eetgewoontes mee te monitoren. Apps om glucosemetingen inzichtelijk te maken. Horloges om calorieverbranding mee te meten. Facetimen om een consult van een huisarts te krijgen. Of een DNA-test om afkomst mee te bepalen. Allemaal voorbeelden van toepassingen die meer controle geven over de eigen gezondheid. Hoe gaat het met Patient Empowerment?

Het draait om de ‘patiënt’, die de controle in handen heeft over de eigen gezondheid. De WHO (World Health Organization) omschrijft patient empowerment als “a process through which people gain greater control over decisions and actions affecting their health”. Een ontwikkeling die eigenlijk al eeuwen aan de gang is. Een ouderwetse weegschaal is natuurlijk ook gewoon een vorm van zelfregie.

Door de toenemende online invloed in combinatie met nieuwe technologieën, is het proces waarmee we zelf meten enorm verbeterd en groeit het aantal toepassingen explosief. Ook professionals omarmen nieuwe e-healthmogelijkheden steeds sneller. Het delen van medische resultaten wordt immers makkelijker. Ook wordt er gaandeweg steeds meer behandeld op afstand, hoewel dit concept nog in de kinderschoenen staat.

Landelijk Schakelpunt

De zorgkosten nemen ieder jaar toe, wachtlijsten zijn te lang en zorgverleners verkeren in financiële nood. Dit vraagt om meer efficiëntie en innovatie. Bijvoorbeeld het snel en zorgvuldig kunnen uitwisselen van de gegevens van een patiënt. Uit onderzoek, gehouden in 2016, blijkt dat meer dan vier op de tien artsen gebruikmaakt van WhatsApp als middel om bijvoorbeeld patiëntgegevens uit te wisselen. Dit is sinds afgelopen mei moeilijker geworden, met de invoering van de nieuwe privacywet. Zorgverleners dienen zich aan strenge protocollen te houden wanneer gebruik wordt gemaakt van digitale gegevensuitwisseling.  

Uitwisseling is gewenst. Bijvoorbeeld voor een second opinion of wanneer de patiënt van zorgverlener A naar zorgverlener B gaat. Echter, uitwisseling blijkt niet altijd mogelijk, omdat de medische software van zorgverleners nog niet op elkaar aansluit. Dit verandert door de invoering van het Landelijk Schakelpunt. Een platform waar zorgverleners medische gegevens van patiënten digitaal kunnen uitwisselen, mits er toestemming is verleend door de patiënt.

Het grote gevaar is dat de kans op digitale inbraak toeneemt. Ga maar na, om nu een specifiek ziekenhuis te beroven van medische gegevens is nu niet bepaald veel voorgekomen in het verleden. Maar nu miljarden mensen in principe ‘online’ bij het ziekenhuis op de stoep kunnen staan, is het risico groter geworden dat kwaadwilligen hier misbruik van maken. Maar het gevaar komt niet alleen van anonieme hackers, ook overheden en verzekeraars spelen een grote rol.

Privacy Shield

De EU-US Privacy Shield is een privacy akkoord tussen de VS en de EU. Het gaat met name over hoe de Amerikanen omgaan met de opgeslagen persoonlijke gegevens van Europeanen. Wanneer een Amerikaans bedrijf buiten de VS opereert, hebben Amerikaanse opsporingsdiensten alsnog het recht om informatie op te vragen van elke willekeurige Europese gebruiker die gebruikmaakt van een service van het bedrijf.

Met het Privacy Shield akkoord mogen er geen grote surveillance operaties worden uitgevoerd en vinden er controles plaats die de privacy moeten waarborgen. Echter, er kan nog steeds op grote schaal Europese data worden verzameld. En laat het Amerikaanse DXC Technologies de ontwikkelaar zijn van het Landelijk Schakelpunt. Door toestemming te verlenen aan de zorgverlener, die medische gegevens wil delen, bestaat de kans dat ook de Amerikaanse overheid deze informatie in handen krijgt. En waarom geven we de ontwikkeling van zo’n privacygevoelig medisch platform uit handen? Waarom kan men geen ‘nee’ zeggen tegen het ongemerkt uitwisselen van de persoonlijke gegevens door het IT bedrijf met een overheid?

Bewustwording

Ik juich vele nieuwe e-health concepten toe. Zeker wanneer burgerinitiatieven en samenwerkingen leiden tot een effectieve en efficiënte zorg. Bijvoorbeeld HartslagNu. Een platform voor burgerhulpverlening bij een hartstilstand. Ik denk ook aan COPD In Beeld. Een samenwerking tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen om patiënten thuis te monitoren. Ik juich ook het gebruik van gezondheidsapps toe wanneer dit op eigen initiatief is. Maar het gebruik van gratis applicaties heeft een prijs. Er is een verdienmodel, waarbij men niet alleen de gebruiker is, maar ook het product.

Wie krijgt inzicht in de persoonlijke data? Alleen een adverteerder die gerichte reclames wil aanbieden of ook partijen die complete gebruikersprofielen van individuen maken? Maar of we nu gebruikmaken van gezondheidsapps en toepassingen op eigen initiatief of op initiatief van de overheid of de zorgverlener, data is nooit compleet beschermd. En zolang het proces van bewustwording achterblijft op het gebruik ervan, maken we geen gebalanceerde keuze. En dat is spelen met vuur.

Docly: consult op afstand scheelt tijd en voorkomt onnodige onderzoeken

Een fysiek bezoek aan een arts is lang niet altijd nodig om een kwaal op te lossen. Dit is het uitgangspunt van Docly, een digitale oplossing die patiënten op afstand in contact brengt met de arts die het meest geschikt is om het probleem te behandelen.

Docly is opgericht in 2013 en ging toen van start in Zweden onder de naam Min Doktor, vertelt oprichter en Chief Innovation Officer Magnus Nyhlén. “We proberen onderdelen van de primaire gezondheidszorg te digitaliseren. Ik heb een achtergrond als arts op de spoedeisende hulp en heb ook gewerkt als huisarts. Veel van de patiënten die ik zag hadden prima geholpen kunnen worden met een consult op afstand. Ik wilde beter gebruikmaken van de patiënt als informatiebron en goed voorbereid zijn voor hun consult, zodat ik de beschikbare tijd efficiënter zou kunnen gebruiken.”

Daar kwam Docly uit voort. De tool faciliteert een direct gesprek tussen dokter en patiënt zonder dat ze zich op dezelfde locatie hoeven te bevinden of op een afgesproken tijdstip die conversatie houden. Dat geeft beide partijen flexibiliteit. “We hebben een groot aantal vragenlijsten opgesteld om tot een anamnese te komen, de normale procedure wanneer een patiënt een arts bezoekt,” legt Nyhlén uit. “Daarbij zijn we uitgegaan van nationale richtlijnen en hoe je van een symptoom uitkomt op een diagnose. De patiënt wordt door de computer ondervraagd en daarna gaan de antwoorden naar een arts die geschikt is voor de casus. Vanaf daar start de behandeling.”

Het idee was niet bij voorbaat om een digitaal consult mogelijk te maken. Uitgangspunt van Docly was dat de dokter zich op deze manier goed kon voorbereiden op de patiënt. In de praktijk blijkt echter dat veel problemen op afstand kunnen worden afgehandeld. “We proberen een consult op afspraak te vermijden omdat dat veel tijd kost. Patiënten sturen foto’s of filmpjes van zichzelf. De meeste casussen zijn op te lossen door de patiënt door te verwijzen voor een laboratoriumtest, een röntgenfoto of naar klinische fysiologie. We communiceren dan alleen via chat.”

Consult op afstand is logische stap

Nyhlén verbaast zich erover dat er in de zorg zoveel innovatie in de behandeling plaats vindt maar niet in de processen eromheen. “Gezondheidszorg is extreem innovatief, operaties worden bijvoorbeeld ondersteund door robots, maar als het op de logistiek aankomt en hoe we patiënten ontmoeten, dan gaat dat nog heel ouderwets. Er zijn allerlei tools en wearables beschikbaar die patiënten kunnen gebruiken. Je kunt op afstand monitoren hoe het gaat. Iedereen heeft een laptop of een mobiele telefoon – een consult op afstand is een natuurlijke en logische stap in dit geheel.”

In Zweden is Docly in de eerste twee jaar getest in samenwerking met particuliere verzekeraars. De resultaten van die pilotprojecten waren goed, zegt Nyhlén. “We zagen geen overconsumptie van de zorg. Patiënten waren tevredener waren met het consult op afstand dan met een fysieke ontmoeting omdat ze er geen tijd voor hoefden vrij te maken in hun schema. En we konden het aantal onderzoeken dat werd uitgevoerd terugbrengen. Iemand die zich bijvoorbeeld met knieproblemen meldt, kunnen we gericht doorverwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van dat er onnodig eerst een MRI-scan wordt gemaakt.”

Sinds 2016 is Docly ook onderdeel van het ziekenfonds in Zweden. “Sindsdien hebben we zo’n 300.000 patiënten behandeld. Het gaat dus vrij goed.”

Artsen niet onverdeeld positief

Dat wil niet zeggen dat alle artsen staan te juichen over het initiatief. “Het is een conservatieve sector. Dat wist ik toen ik hiermee begon. De reactie van artsen is gemengd, de helft is voor, de helft is tegen. Het interessante is dat degenen die ertegen zijn wel heel erg geïnteresseerd zijn in wat we doen. Aanvankelijk waren ze sceptisch en negatief. Maar nu zien ze in dat dit gaat gebeuren, dus moeten ze deelnemen, ook al vinden ze het niet leuk.”

Bij Min Doktor zijn inmiddels bijna tweehonderd dokters aangesloten met in totaal tweeëntwintig specialismen. “We werken alleen met ervaren senior artsen. Zij zien dit als een fantastische aanvulling op de traditionele zorg.  Dat is heel belangrijk. Dit gaat om het vrijmaken van ruimte en tijd voor de mensen die wel een fysieke ontmoeting nodig hebben. Dit is geen concurrerende manier van werken, maar complementair.”

Hoe nu verder? Internationale expansie lonkt, aldus Nyhlén. “We zijn van start gegaan in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland. Managers werven in elk land de medische specialisten en we zijn bezig om te voldoen aan de nationale richtlijnen en regels. De komende maanden starten we met pilotprojecten in deze landen.”

Waarom elk ziekenhuis moet investeren in een business intelligence-team

Als data het nieuwe goud is, dan zijn ziekenhuizen niet bijster materialistisch. Oftewel: er wordt heel weinig gedaan met de beschikbare data. Bart-Jan Verhoeff, CMIO van Ziekenhuis Sint Jansdal over de mogelijkheden van artificial intelligence en machine-learning in de gezondheidszorg.

Verhoeff benadrukt het nut van machine-learning als methode om je data slim in te zetten. Bijvoorbeeld door met modellen die zijn gebaseerd op je data voorspellingen te doen zodat je de werkprocessen verbetert en de kwaliteit van de patiëntenzorg vergroot. “Indirect worden de beschikbare tools hier en daar al gebruikt in de zorg als onderdeel van de software, maar niet zozeer voor het proces. Modellen die op basis van machine-learning ons helpen om de zorg beter te kunnen verrichten, die zijn nog maar mondjesmaat ontwikkeld,” zegt Verhoeff.

Aan de volwassenheid van de technologie ligt het niet. Integendeel, de ontwikkelingen gaan hard. Veel bedrijven bieden AI-oplossingen aan. Het momentum is er, maar daar zit een keerzijde aan, aldus Verhoeff. “Je hebt eigenlijk twee vormen van machine-learning. Bij de ene moeten de data nog min of meer gegenereerd of gelabeld worden. Dat betekent dus dat je misschien wel honderden foto’s hebt of PA-uitslagen of andere complexe medische informatie. Daar moet een bepaald label aan worden gehangen. Dus: deze PA-uitslag is slecht, deze is goed. Op deze foto is een longontsteking te zien, op die andere niet. Voor dit soort machine-learning moet je zaaltjes met mensen hebben die niets anders doen dan labelen, bij wijze van spreken. Dat is iets wat je niet zomaar zelf kunt doen. Dat moet je ook niet willen. Waar je juist wel heel veel mee kunt doen, is met predictive analytics, voorspellingen op basis van data waarover je al beschikt. Een EPD bevat een paar jaar na de start vaak al miljarden datapunten en als je dat goed organiseert kun je daar heel veel mee. Daar moeten we de zorg beter mee maken. Het is heel goed dat er bedrijven zijn die ook al modellen bouwen, maar ik denk dat het juist de dokters zelf zijn die samen met hun business intelligence teams dit in de ziekenhuizen van de grond moeten krijgen, al dan niet in samenwerking met andere ziekenhuizen.”

Juiste mensen en juiste motivatie

Past Verhoeffs werkgever, Ziekenhuis Sint Jansdal, zelf al predictive analytics toe? “Wij hebben twee mensen in ons BI-team die grote interesse hebben in dit onderwerp. We zijn het aan het opzetten. Ikzelf ben er al heel actief mee bezig in mijn vrije tijd – de kosten gaan altijd voor de baat uit. Als je ermee aan de slag gaat en je begint die methodes door te krijgen en je volgt de juiste cursussen, dan lukt het. Dan kom je iedere keer stappen verder tot op het punt dat je modellen aan het trainen bent op basis van je data. De data zijn toegankelijk. Dat geldt misschien niet voor ieder EPD maar met dat van ons kunnen we het wel. Met de juiste mensen en de juiste motivatie kun je een heleboel doen.”

Vandaar Verhoeffs oproep dat ieder ziekenhuis voldoende moet investeren in een BI-team. “Er moeten mensen in het ziekenhuis zijn die zich volledig bezighouden met de data die het ziekenhuis genereert. Als je kijkt naar een willekeurig bedrijf met anderhalf- tot tweeduizend medewerkers, dan zijn daar een heleboel mensen bezig met de data die het bedrijf genereert om ervoor te zorgen dat het onderste uit de kan wordt gehaald. In ziekenhuizen doen we dat nog niet of slechts een beetje. We voelen op een of andere manier nog niet voldoende de urgentie om dat te doen. Ik vind dat er meer mensen moeten worden ingezet om de data te benutten. En als je ze niet kunt vinden, dan moet je ze gewoon intern opleiden. Als we dan ook nog in Nederland gaan samenwerken om die kennis te delen, dan kan ik me niet voorstellen dat het niet gaat lukken.”

Disofa: online psychische zorg verkleint wachtlijsten

De wachtlijsten in de GGZ zijn te lang. Het is een groot probleem dat mensen die in psychische nood verkeren soms maanden moeten wachten voordat ze een psycholoog te spreken krijgen. Juist als ze zich eindelijk voldoende hebben opgeladen om hulp te zoeken is wachten geen wenselijke situatie. Online zorg lijkt de oplossing.

Er moet wat veranderen in deze markt. Met de huidige krapte op de arbeidsmarkt voor psychologen vraagt dat om een andere werkwijze. eHealth kan daar een oplossing voor zijn, doordat het inzetten van tijd- en plaats onafhankelijke zorgverleners nieuwe mogelijkheden biedt. Bijvoorbeeld dat je als patiënt niet meer afhankelijk bent van de openingstijden van de instelling.

Of dat er gemakkelijk zorgverleners uit een andere regio kunnen worden ingezet op plekken waar de wachtlijsten het langste zijn. Voor veel sectoren een open deur, maar het wordt in de zorg nog altijd erg weinig ingezet. Een van de redenen daarvoor is dat er in de sector weinig concurrentie is en deze sector (wellicht daardoor?)  behoudend is.

Een andere reden is dat er regionaal afspraken worden gemaakt tussen aanbiedere en zorgverzekeraars, waardoor buiten de regio behandelen ten koste zou moeten gaan van het budget van iemand anders en dat ligt gevoelig. Daarom heeft GGZ-Noord-Holland-Noord voor een heel nieuwe aanpak gekozen om de wachtlijsten te lijf te gaan door het aanbieden van honderd procent online geestelijke gezondheidszorg.

Disruptief innoveren

Er is from scratch een nieuw onderdeel opgezet,  los van de organisatiestructuur, met een directe lijn naar de Raad van Bestuur als opdrachtgever. Er is veel managementliteratuur bekend waaruit blijkt dat dit een succesvolle manier is om disruptief te innoveren. Uitgangspunt van deze start-up is dat het optimale online behandelservice biedt voor de patiënt, net zoals dat tegenwoordig gebeurt bij al die andere diensten zoals supermarkten, reisbureaus en banken.

Hoe werkt dat? Door alle therapieën die daar geleverd worden uitsluitend online plaats te laten vinden in een combinatie van online-modules en online videogesprekken. Van het begin af aan is dus voor zowel patiënten als zorgverleners duidelijk dat online de enige mogelijkheid is. De afdeling heet DiSofa, naar de Digitale Sofa die je waar dan ook ter wereld aan kunt schuiven om therapie te krijgen. Er is uitgebreide literatuur dat dit net zo succesvol is als therapie waarbij men fysiek de psycholoog bezoekt.

Deze optimale service zorgt voor voordelen voor zowel de patiënt, de zorgverlener als de doorverwijzer. Voor de patiënt staat eenvoud centraal: eenvoudig aanmelden via een login en het enige contact dat je hebt is met je eigen psycholoog en zoals al benoemd onafhankelijk van de openingstijden van een instelling. Ook hoeft er niet naar een fysieke locatie te worden gereisd waar je bekenden tegen kunt komen.

Tijdsonafhankelijk werken

Voor de zorgverlener is het voordeel dat deze zijn eigen praktijk heeft met alle vrijheden om het plaats en tijdsonafhankelijk in te richten maar wel met de zekerheid van een loondienstverband. Bovendien worden ze goed gefaciliteerd zodat ze zich volledig kunnen richten op goede zorg- en serviceverlening.

De voordelen voor de verwijzer zijn dat we patiënten snel kunnen helpen doordat er geen wachtlijst is. Daarnaast heeft DiSofa enthousiaste en kundige GZ-psychologen in dienst. Bovendien staan er GZ-psychologen klaar als de caseload van de huidige GZ-psychologen vol loopt. Onze ervaring is dat zorgprofessionals dit een aantrekkelijke manier van werken vinden.

En hoe gaat dat nu in de praktijk, vijf maanden na de start? We merken dat patiënten bij aanvang vaak terughoudend zijn, maar dat wanneer ze er voor gekozen hebben om te beginnen, ze erg enthousiast zijn over online therapie. Dit lijkt geen verrassende uitkomst, al eerder werd dit gepubliceerd met betrekking tot eConsulten. Zowel patiënten als artsen waren bij de start niet enthousiast, totdat ze ermee begonnen. Vanaf dat moment waren beide groepen verkocht.

Ook zien we dat door de persoonlijke benadering door onze psychologen, patiënten na ruim negentig procent van de kennismakingsgesprekken besluiten om in therapie te gaan bij DiSofa.

Ervaringen cliënten, ook te lezen op de website:

Mauran, 51 jaar: Mijn ervaring met DiSofa vond ik zeer prettig. Miriam begreep mijn verhaal zeer snel en ik vond het prettig om met haar te praten. De flexibiliteit paste perfect in mijn baan met onregelmatige tijden. Ik zou Miriam en DiSofa zeker aanraden.

Richard, 32 jaar: Ik heb het traject bij Disofa als zeer prettig ervaren. De begeleiding via het internet verloopt erg soepel en heb ik als zeer comfortabel ervaren, omdat je het lekker vanuit je eigen huis kunt doen. De hulpverlener is makkelijk te bereiken via de online communicatie. Hierdoor heb je echt het gevoel er niet alleen voor te staan, ondanks de fysieke afstand. Het heeft mij zeker geholpen!

Frederique, 51 jaar: Hoewel ik eerst een klein beetje sceptisch was over deze, digitale, wijze van contact met een therapeute kan ik niet anders zeggen dan dat ik het als heel prettig heb ervaren.

Incision: chirurgen versneld opleiden en trainen met een digitale tool

“Iedereen die op een operatietafel ligt, wil de beste chirurgische zorg hebben”, zegt Ritsaart van Montfrans. Incision geeft chirurgen een instrument in handen dat hen traint met behulp van 3D en virtual reality. De ambitie is om honderd miljoen operaties per jaar te verbeteren. “Wat mij persoonlijk drijft, is dat ik het leuk vind de balans te bereiken tussen impact en commercieel succes.”

“Incision heeft als missie om het proces naar standaardisatie van chirurgie te ondersteunen. Op korte termijn helpt dat om chirurgen versneld op te leiden. We gebruiken heel veel technologie, bijvoorbeeld 3D.”

Begin

Wat is Incision precies?
“Incision is een platform waar kennis over operaties gedeeld wordt, zodat OK-teams beter opgeleid worden en beter van elkaar leren. Qua digitale oplossing zou je het een Netflix en Wikipedia voor chirurgen kunnen noemen. In filmpjes 3D- modules doen chirurgen en OK-medewerkers kennis en kunde op. Je leert hoe je stap voor stap door een operatie kunt gaan. Je krijgt tips en herkent gevaren. 3D-beelden gecombineerd met het 3D-anatomisch model tonen waar je bent in het lichaam.”


Waarom ben je ermee begonnen?
“Het beroep heeft veel vereisten en de werkdruk is hoog. Chirurg worden is bovendien een lange studie waar je veel voor moet leren en waar je veel ervaring voor moet opdoen. In de komende jaren zijn er wereldwijd miljoenen extra chirurgen nodig, maar er is te weinig capaciteit om ze op te leiden. Ik ben leiding gaan geven aan het bedrijf op het moment dat de marktfase aanbrak. We werken met Incision nu al in tien landen in bijna honderd ziekenhuizen, ook in landen met weinig chirurgen.”

Operaties kunnen van levensbelang zijn. Hoe controleer je de inhoud van de filmpjes?
“We gaan daar zeer zorgvuldig mee om. In dit vakgebied kun je niet anders dan de beste kwaliteit leveren. We werken samen met Europese chirurgische societies en met topchirurgen. En we besteden veel tijd en zorg aan supervisie en kwaliteitsbewaking.  Op basis van onze werkwijze hebben we een ‘gouden standaard’-accreditatie gekregen van het Royal College of Surgeons of England. ”

Nu

Waarom besloot je je in te schrijven voor de AIA18?
“Evenementen zoals de AIA passen bij mijn persoonlijke drijfveer: dat ik het leuk vind de balans te bereiken tussen impact en commercieel succes. Een medewerker bij Accenture gaf mij het advies: ’wat jij doet met 3D en kunstmatige intelligentie – dat is zo vooruitstrevend, je moet je inschrijven’. Ik hoorde ook goede verhalen overal de jury, waar je als netwerk wat aan hebt. Dus niet een eenmalig avondje, maar elkaar in een aantal maanden leren kennen. Daar krijg je tractie van.”

Wat heeft het je tot nu toe opgeleverd?
“Verkoopcycli in de zorg zijn vrij lang. De award helpt Incision om de snelheid van de marktintroductie op te voeren. We zijn bekender geworden, er is erkenning en daarmee meer vertrouwen. Een les die ik tijdens het AIA-traject geleerd heb, is dat het altijd uitdagend is om een complex verhaal kort en goed over de bühne te krijgen. De communicatie moet simpel zijn. Je moet in een minuut uitleggen waarom je een gaaf bedrijf hebt.”

Wat gaf voor de jury de doorslag om Incision tot winnaar uit te roepen?
“Dat we een platform bouwen om kennis te delen, maar dat dat méér inhoudt dan op een gestandaardiseerde manier aan kennisdeling te doen. In het juryrapport staat dat het een haalbare doorbraak is, dan aan alle jurycriteria voldoet: een toekomstig personeelsbestand creëren, onderwijs digitaliseren, de vaardigheidskloof verkleinen en levenslange ontwikkeling aanjagen.”

Toekomst

Wat zijn nu uitdagingen voor Incision, waar loop je tegenaan?
“Wij zijn bezig met wereldwijde uitrol. Daar komen spannende uitdagingen bij kijken zoals opschaling. Niet alleen in gebruikers van Incision, maar ook in contentbijdrage. Kwaliteit moet altijd bovenaan blijven staan. Tegelijkertijd willen we variaties in kaart brengen. Deze operatie, hoe doen we dat in Nederland, Duitsland, Hong Kong? Waar zitten verschillen, hoe kun je daarmee omgaan?”

Wat voor trends zie je in de markt van Incision in de komende jaren?
“Trends gebeuren in de medische wereld in een ander tempo dan andere sectoren in verband met validatie. Alles moet adequaat onderzocht zijn. Maar, feit is dat chirurgen in veel landen het steeds drukker krijgen en dat de techniek in de OK heel hard vooruitgaat. We zien al steeds vaker operaties met behulp van robots. Er komen er meer en meer gegevens over de operatie en de patiënt beschikbaar. Hoe ga je daarmee om?”

Wat is jouw gouden tip voor innovators?
“Luisteren naar de klant en aanwezig zijn op plekken waar je moet zijn. In ons geval: weten wat de dynamiek is in de OK. Kijken wat er gebeurt. Obsessief bezig zijn met wat klanten belangrijk vinden.”

*) Incision is winnaar van de Accenture Innovation Awards 2018 in het thema Education.

Serious game helpt ouderen bij zorgconsult

EIT Digital en partners lanceren vandaag tijdens de EIT Digital Innovation Day, een nieuwe Europese zorginnovatie waarmee ouderen zich thuis kunnen voorbereiden op een gesprek met de huisarts.

Met De Oefendokter – of The Virtual Training Doctor in het Engels – kunnen ouderen online het gesprek oefenen, waardoor ze beter voorbereid bij de dokter aankomen.

De Oefendokter is gericht op het trainen van gespreksvaardigheden van ouderen om het nemen van gezamenlijke beslissingen (Shared Decision Making) met zorgprofessionals te verbeteren. In deze serious game oefent de oudere een gesprek met een virtueel personage. Hierdoor leert hij of zij de juiste vragen te stellen, doelen en wensen goed duidelijk te maken en een actieve rol te nemen in het gesprek. Zo verbetert de een-op-een communicatie tussen ouderen en zorgprofessionals en nemen ze makkelijker en beter gezamenlijke beslissingen.

De eerste versie van dit product wordt vandaag gepresenteerd op de EIT Digital Innovation Day 2018 en op 6 december presenteren de Nederlandse partners, De Universiteit Utrecht, DialogueTrainer en Vilans De Oefendokter in het Bartholomeus Gasthuis in Utrecht.

De Oefendokter is ontwikkeld door de Universiteit Utrecht, in samenwerking met DialogueTrainer, Vilans, de University of Edinburgh, en de Politehnica University of Bucharest.

EIT Digital is een Europese organisatie voor educatie, innovatie en scaleup-acceleratie. De missie is via technologische innovatie de economische groei en de levenskwaliteit in Europa te verbeteren. Dit gebeurt via het integreren van onderwijs, onderzoek en ondernemerschap in een pan-Europees ecosysteem waarbij meer dan 180 Europese organisaties zijn betrokken, zoals MKB’s, startups, universiteiten en onderzoeksinstituten. Hierdoor weet EIT Digital nieuwe leiders van morgen op te leiden, baanbrekende digitale innovaties naar de markt te brengen en biedt het scaleups in Europa schaalgrootte om te groeien. EIT Digital is een Knowledge and Innovation Community van de European Institute of Innovation and Technology (EIT).

Zes uitgangspunten voor gezonde, mensgerichte verandering in de zorg

Het contrast tussen innovatieve eHealth-experimenten en de dagelijkse realiteit in de gezondheidszorg is heel groot. De tools en oplossingen die in de praktijk worden gebruikt werken eerder tegen dan mee bij het verbeteren van de medewerker- en patiëntervaring. Hoe los je dit probleem op?

Natuurlijk is het heel erg mooi om te kijken wat je met technologieën als augmented reality en kunstmatige intelligentie kunt in de zorg. Maar dit is niet de dagelijkse realiteit van medewerkers en patiënten. Die realiteit bestaat uit tools die zijn ontworpen met de focus op de techniek en niet op de mensen die ze gebruiken. Als je denkt dat goed ontwerp duur is, dan moet je eens kijken naar hoeveel slecht ontwerp kost. Een complexe, gebruiksonvriendelijke interface kan in de zorg het verschil betekenen tussen leven en dood. De sleutel voor innovatie ligt in het veranderen van menselijk gedrag en daar zijn UX designers in gespecialiseerd. Wat kunnen wij toevoegen? Ik zie vanuit mijn expertise zes uitgangspunten voor gezonde, mensgerichte verandering in de zorg:

 1. Empathie

Wij mensen zijn voor 90 procent emotie en slechts 10 procent ratio. Bijna alles wat we doen, doen we op gevoel. Dat iets technisch werkt, wil dan ook helemaal niet zeggen dat echte mensen het gaan omarmen.

Een voorbeeld: de NHS in Engeland had het idee om huisartsen te ontlasten met behulp van een chatbot. Op basis van de antwoorden op een aantal vragen kan de chatbot bepalen of een afspraak met de huisarts noodzakelijk is. Een interessant idee, maar de pilot werd vroegtijdig stopgezet. Wat bleek? Patiënten begrepen hoe ze de vragen moesten beantwoorden om een afspraak met de huisarts te krijgen. De behoefte aan menselijk contact werd simpelweg niet ondervangen door de chatbot.

Innovatie hoeft helemaal niet hightech te zijn. Een bekend probleem is dat patiënten door de stress tijdens een gesprek met de arts vergeten welke vragen ze wilden stellen. Je zou kunnen denken dat dit probleem is op te lossen met een app. In dit ziekenhuis bedachten ze een papieren koffiebekertje met de tekst ‘deze drie vragen moet je stellen aan de arts die nu tegenover je zit’. Het is een simpele, goedkope oplossing die waarschijnlijk ook nog effectiever is dan een app.

 2. Ethiek

Juist in de zorg moet veiligheid het belangrijkste zijn. Ik kwam een connected thermometer tegen die in Amerika wordt verkocht. Het roept de vraag op van wie de data die de thermometer verzamelt eigenlijk zijn. In dit geval worden die gegevens doorverkocht aan bijvoorbeeld adverteerders van grieppillen. Zij vinden het natuurlijk reuze interessant om te weten waar in het land mensen verhoging aan het krijgen zijn, zodat ze hun online advertentiecampagnes daarop kunnen toespitsen.

Privacy is belangrijk en niet alleen voor de patiënt. Een jeugdarts die werkt bij het consultatiebureau vertelde me dat ze van een gesloten EPD naar een open systeem overgaan, waar de ouders/verzorgers ook in kunnen kijken. Op zich mooi, want het creëert betrokkenheid. Maar wat niet zo handig is, is dat die arts in het nieuwe systeem niet meer de optie heeft om persoonlijke notities te maken. Je gaat geen vermoeden van mishandeling in het systeem zetten als de ouders meelezen. Moet het dan maar niet opgeschreven worden met het risico dat ze het vergeet? Ergens anders bij worden gehouden? Het is belangrijk dat hier vanaf het begin over na wordt gedacht.

 3. Elkaar

We hebben het allemaal over de gebruiker of patiënt centraal zetten. Maar wat betekent dat eigenlijk? Een arts zal altijd zeggen dat hij de patiënt centraal zet, terwijl de patiënt dat niet zo voelt. Waar we ons op moeten richten is de relatie – tussen de dokter en de patiënt, een patiënt en diens familie, enzovoorts. Als we iets ontwerpen, moet dat zowel voor de afzender als de ontvanger voordeel hebben, anders wordt het nooit een succes.

Een mooi voorbeeld hiervan is de start-up Fello, die bedoeld is voor mantelzorgers. Dit is een gedeelde agenda waarmee je samen voor een familielid zorgt. Niet één gebruiker maar de hele familie staat centraal. De app stelt de familie veel beter in staat om de zorg te regelen.

 4. Eliminatie

Het gezegde voorkomen is beter dan genezen geldt ook voor innovatie. De beste beleving is geen beleving. Momenteel onderzoeken we voor een landelijke apotheekketen hoe we kunnen voorkomen dat mensen moeten wachten.

De use case hiervoor is herhaalmedicatie. De huidige flow is: mijn pillen zijn op, ik moet zelf bellen voor een herhaalrecept. Ik weet niet precies wanneer de medicatie klaarligt, dus ik bel de apotheek om dat te checken. Vervolgens ga ik naar de apotheek, waarbij ik natuurlijk rekening moet houden met de openingstijden en ter plekke moet ik mogelijk op mijn beurt wachten.

Zo gaat het al jaren, maar het kan ook anders. Als ik een app hebt die weet dat ik bepaalde medicatie gebruik, dan kan die me herinneren dat het tijd is om nieuwe te bestellen. De benodigde informatie staat al in de app, ik bestel met een druk op de knop. Vervolgens krijg ik de keuze: laten bezorgen, ophalen bij een medewerker in de apotheek of uit een kluisje dat 24 uur per dag te openen is met de app?

Waar het om gaat is dat we keuzes aanbieden en dat de nieuwe keuze aantrekkelijker is voor specifieke gebruikersgroepen zodat ze willen overgaan. Bij de apotheekketen waar ik het over heb staan de kluisjes er al maar ze zijn er nog niet aan toegekomen om er wat mee te doen. Die app is er ook al maar die wordt niet gebruikt want niemand weet dat hij bestaat. Dus vaak gaat het erom te kijken naar wat er al is en te zorgen dat die dingen op een goede manier met elkaar verbonden worden.

 5. Embraceable change

Mensen vinden het moeilijk om te veranderen. Maar als die verandering voordelen heeft dan wordt het omarmd. Op een blog las ik een mooi verhaal over een verzorgingstehuis waar ze overgingen van piepers naar PDA’s en waar de controlelampjes boven de deuren van kamers werden weggehaald. Van de ene dag op de andere was de verandering een feit. Maar ze hadden nooit de verzorgers geraadpleegd, met als gevolg dat die PDA maar bleef piepen, niemand wist wie waar was en mensen hun werk niet meer konden doen.

Dit komt doordat de meeste eHealth-toepassingen zijn gemaakt door mensen die nog nooit een patiënt hebben gezien. Dat is gemakkelijk op te lossen. Als je denkt dat het te vroeg is om te testen, dan moet je testen. Het gaat erom dat je continu aan het leren bent, zo vroeg en zo vaak mogelijk tot in het oneindige. Begin het project aan het eind. Wat willen we over een jaar vertellen als de innovatie een feit is? Wat is die ene zin waarin de waarde voor de eindgebruiker duidelijk wordt? Als je die niet in je eerste week kunt bedenken, dan is het idee mogelijk te vaag en kun je je energie beter op iets anders richten.

 6. Empowering

De zorg draait om aandacht van en voor mensen. Maar de realiteit is dat artsen en verplegers bijna de helft van hun tijd kwijt zijn aan administratie. Het werk is door die administratieve druk veel minder leuk.

Dergelijke processen kun je digitaliseren met tools die zijn bedoeld om te empoweren. Een stethoscoop geeft een arts superkrachten. Het is intuïtief en lichtgewicht. Maar als het gaat om digitale tools dan komen we met onmogelijke interfaces. Veel van de frustratie van medewerkers in de gezondheidszorg heeft te maken met het feit dat EPD’s niet goed zijn ontworpen.

Een aantal collega’s van mij heeft meegedaan aan een hackathon en in twee dagen hebben ze deze onleesbare interface vertaald naar een bruikbaarder concept. Misschien is dit niet honderd procent haalbaar of perfect, maar het verschil laat wel zien dat het beter kan. Dit soort interfaces zijn we al gewend van andere sectoren, zoals retail en travel, maar in de zorg zijn we nog niet zover. Daar komen we wel als we de technische e uit eHealth vergeten en ons richten op een of meer van de zes nieuwe e’s: empathie, ethiek, elkaar, eliminatie, embraceable change en empowering.

Waarom we niet huiverig moeten zijn voor AI in de gezondheidszorg

Wat is je directe associatie met ‘iemand de rug toekeren?’ Geen positieve, neem ik aan: de uitdrukking geeft aan dat iemand genegeerd of buitengesloten wordt. In het Engels is ‘turning your back on the patient’ een inmiddels stevig ingeburgerd gezegde onder artsen. Door toenemende administratieve druk draaien artsen hun rug veel vaker naar de patiënt, om nog tijdens een consult gegevens in te voeren in het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). En dat is voor niemand goed.

Het geeft niet alleen de patiënt een vervelend gevoel, maar heeft ook zijn weerslag op artsen: die krijgen meer en meer te maken met burn-outs en een verminderd plezier in hun werk.

Op de Emerce eHealth Convention vertelde ik over het belang van AI in de zorg. Want niet alleen de artsen zelf, maar de gehele gezondheidszorg staat voor grote uitdagingen. Wachtlijsten in de zorg worden langer, ziekenhuizen zitten in zwaar weer en de steeds hoger wordende levensverwachting legt een grote druk op het zorgstelsel. Om deze uitdagingen aan te kunnen pakken, moeten we aan de slag met twee onderwerpen: het verhogen van de kwaliteit van de zorg (terwijl we de kosten laag houden) en de brede implementatie van Big Data en datagedreven inzichten in de zorgsector. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor AI.

Augmented intelligence

Wat gebeurt er als we de kracht van AI combineren met de kennis van artsen? AI is: ‘de theorie en ontwikkeling van computersystemen die taken kunnen uitvoeren die normaal gesproken menselijke intelligentie vereisen’. Dat betekent dat we taken die nu bij de arts liggen weg kunnen halen, om deze uit te laten voeren door een slim systeem. De arts kan zich dan op zijn beurt weer richten op het verbeteren van de zorg aan de patiënt. Dit systeem van mens en machine die elkaar versterken, noemen we Augmented Intelligence. Door gebruik te maken van Augmented Intelligence kunnen artsen efficiënter werken, hogere kwaliteit zorg leveren en ervaren ze bovendien minder administratieve werklast.

Een belangrijke toepassing van Augmented Intelligence is het gebruik van spraakherkenning in het EPD. Door gebruik te maken van spraakherkenning, met slimme software, wordt het gesprek tussen arts en patiënt omgezet in notities die opgenomen worden in het EPD. Op dit moment besteden artsen bijna de helft van hun werkdag aan administratie en de invoer van gegevens in het EPD. Door een deel van deze werkzaamheden uit te besteden aan het spraakherkenningssysteem, blijft er voor de arts tijd over die hij aan de patiënt kan besteden. En die tijdwinst hebben artsen hard nodig: op dit moment besteedt een arts gemiddeld slechts 27 procent van zijn dag aan patiënten.

besparen op transcriptiekosten

Uit onderzoek naar gebruik van AI in patiëntendossiers blijkt dat 81 procent van de zorgverleners een hogere kwaliteit van verslagen rapporteert. Bovendien geeft 84 procent van de zorgverleners aan dat de workflow door het gebruik van AI significant verbetert. Ook het juiste gebruik van het EPD neemt toe, van 20 procent naar 77 procent. In totaal werd tijdens het onderzoek een besparing van 1,37 miljoen euro aan transcriptiekosten waargenomen. Dat zijn cijfers die positief stemmen.

Natuurlijk vraagt de implementatie van AI in de zorg om een kritische blik wat betreft inzetbaarheid, kwaliteit en kosten. De aanwezigen vroegen zich na mijn presentatie terecht af wanneer AI in de gezondheidszorg optimaal kan worden ingezet, en in hoeverre spraaktechnologie op dit moment geavanceerd genoeg is om de besproken vooruitgang mogelijk te maken. Daar gaat tijd overheen: verandering zien we niet van de een op de andere dag, maar de eerste veelbelovende stappen zijn gezet.

Spraakherkenning vergroot efficiëntie Britse Health Service enorm

‘Turning your back to the patient’ is een veelgebruikte uitdrukking in Engeland en de VS. Artsen besteden meer tijd aan de invoer van patiëntengegevens in een Elektronisch Patiënten Dossier (EPD), dan aan de patiënt zelf. Spraakherkenning helpt de Britse NHS geld besparen, het gebruik van papier te verminderen en de toenemende stroom aan patiëntdocumenten te managen.

Onderstaande tekening bracht een 7-jarige mee naar haar kinderarts. Deze tekening werd later gepubliceerd in JAMA.

Maand na maand verhoogt de administratieve druk op medische professionals. Dit leidt uiteindelijk tot minder tijd met de patiënten en burn-outs. Het gebruik van intelligente op AI-gebaseerde spraak-en taaltechnologie helpt de arts om meer tijd vrij te maken voor de patiënt. Dat is een vooruitgang die we moeten stimuleren.

Op dit moment worden er diverse pilots en proefperiodes gedraaid met spraakherkenning in combinatie met EPD’s, en deze worden met groot enthousiasme ontvangen. Sterker nog, bij veel van de pilotprojecten is spraakherkenning inmiddels onmisbaar geworden voor de medische professionals. Een mooi voorbeeld van de succesvolle inzet van spraakherkenning zien we terug bij de National Healthcare Service (NHS), in Engeland.

Van leuk voor thuis naar onmisbaar op de werkvloer

Er zijn meerdere goede redenen zijn waarom spraakherkenning aan populariteit wint binnen de gezondheidszorg. Allereerst ons bewustzijn van spraakherkenningssoftware: met de opkomst van consumentenproducten als Siri, Amazon Echo en Google Home raken we steeds meer gewend aan spraakbesturing. En wat dacht je van de digitale assistent in de auto? Deze geavanceerde toepassingen van spraakherkenning voor de consument zorgen ervoor dat gebruikers inzien welke toegevoegde waarde en mogelijkheden deze technologie heeft.

De spraakherkenningsproducten in de medische wereld zijn sterk verschillend van deze consumentenproducten en volledig toegespitst op de doelgroep. Ze bevatten hoog gespecialiseerde medische vocabulaires en hebben ingebouwde data-encryptie. Het staat vast dat de nieuwe spraakherkennings-engines, tevens in combinatie met de kracht van neurale netwerken, de nauwkeurigheid en het gebruiksgemak enorm vergroten.

Op naar een papierloze NHS

Eerder noemde ik de NHS als voorbeeld van de succesvolle inzet van spraakherkenning. Een tweede reden voor het succes van spraakherkenning komt voort uit de ogenschijnlijk onmogelijke uitdaging die de NHS aan moet gaan: hoe zorg je voor een hogere kwaliteit van de gezondheidszorg met een steeds krapper zorgbudget. Deze uitdaging wordt niet opgelost door overheidsinvesteringen in de NHS te verhogen, hoe hoog die investeringen ook zijn. Digitalisering van het patiëntendossier is wél één van de fundamentele pijlers om dit te bereiken.

De documentatie van patiëntgegevens op papier is een tijdrovend proces dat het onmogelijk maakt om gegevens te delen. Tegen 2020 wilt de Britse overheid dan ook een ‘paperfree NHS’. De implementatie van EPD-systemen is een essentiële schakel om een papiervrije NHS te bereiken. Het gebruik van een EPD-systeem vergt echter wel een 1 uur extra administratief werk per dag voor de arts. Artsen spenderen in totaal tot vijftig procent van hun dag aan administratieve activiteiten. Dit leidt tot productieverlies en burn-out.

Onmisbaar voor de efficiëntie van de NHS

Op het administratieve vlak blijkt spraakherkenning een betrouwbare bondgenoot te zijn. Gegevens dicteren en ze zo direct in een digitaal patiëntendossier verwerken, kost minder tijd dan het maken van aantekeningen of het opnemen van een gesprek om dat later uit te moeten werken. Medische verslaglegging op basis van spraakherkenning zorgt ervoor dat verschillende processen weggelaten kunnen worden en zorgt ervoor dat zorgverleners binnen de NHS hun doelen kunnen halen en zich naar een papierloze toekomst kunnen bewegen.

Stel duidelijke doelen

Natuurlijk vraagt een overstap naar spraakherkenning wel om medewerking van de zorgverleners die de technologie moeten uitrollen en inzetten. Met welk doel gaan ze aan de slag met de software? Gaat het puur om financiële doelstellingen? Wil je de administratiekosten verlagen? Door deze doelen vast te stellen, samen met het huidige niveau van administratiekosten en de tijd die medewerkers aan documenten kwijt zijn, kunnen we kijken naar spraaktechnologie en hoe deze technologie wordt ingezet om betere resultaten en een goede ROI te behalen.

Als ik vooruitkijk, zie ik de druk bij de NHS niet per direct afnemen. Maar de vooruitgang die we zien bij bijvoorbeeld het gebruik van spraaktechnologie in ziekenhuizen, is veelbelovend. Ik denk dat spraaktechnologie voor de NHS een belangrijke reddingsboei gaat zijn. Spraakherkenning helpt de NHS geld besparen, het gebruik van papier te verminderen en de toenemende stroom aan patiëntdocumenten te managen. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor de NHS – het is een mooi voorbeeld van hoe optimalisatie van processen een oplossing biedt voor een vraagstuk waarbij het simpelweg verhogen van investeringen niet het antwoord blijkt te zijn.

Frederik Brabant spreekt tijdens de e-Health Convention. e-Health Convention wordt georganiseerd door Emerce en Skipr en vindt dit jaar plaats op donderdag 15 november in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam.

gezondheidszorg en big data: Lang zullen we leven?

Nederlanders worden steeds ouder, maar tegelijkertijd worden we steeds jonger chronisch ziek. Op zich gek, want data heeft al heel goed geholpen bij preventie, bijvoorbeeld op gebied van roken. Hoe kun je data inzetten voor een gezond lang leven? 

In Nederland gaven we vorig jaar ongeveer 96 miljard uit aan het beter maken en verzorgen van mensen. Daar kunnen we goede en toegankelijke zorg voor leveren. Onze gezondheidszorg wordt  jaar op jaar als beste beoordeeld door de European Health Consumer Index

 

Euro Health Consumer Index (EHCI),is the leading annual comparison for assessing the performance of national healthcare systems in 35 countries. The EHCI analyses national healthcare on 46 indicators grouped in areas such as Patient Rights and Information, Access to Care, Treatment Outcomes, Range and Reach of Services, Prevention and use of Pharmaceuticals. The 2017 Index ranks the countries (minimum score is 333, the maximum 1000).

 

Langer zullen we leven

We worden steeds ouder volgens de data van het CBS

Deze cijfers laten zien dat we tussen 1981 en 2017 gemiddeld ouder worden: mannen = jaar en vrouwen + jaar.

Maar het is ook duidelijk dat we, ondanks onze goede zorg, veel eerder chronisch ziek worden. Mannen en vrouwen 2017 respectievelijk 8,5 en 12,5 jaar eerder dan in 1981. Deze cijfers geven onomstotelijk aan dat we meer aandacht moeten geven aan preventie. We moeten ‘zo gezond mogelijk’ zien te blijven (primaire preventie) en ook zo gezond mogelijk zien te leven met een aandoening (secundaire preventie).

Gelukkig kunnen we zelf ook steeds meer aan preventie doen. We kunnen gezond eten, genoeg bewegen, genoeg slapen, niet roken, allemaal acties die meehelpen gezond te blijven. En er is meer dan dat. De afgelopen eeuw hebben snel ontwikkelende medische inzichten aan de basis gestaan van de grootse gezondheidswinst. Sommige ziekten als polio zijn door wereldwijde inspanningen vrijwel uitgeroeid, de kans om kanker te overleven is verdubbeld sinds de jaren 70, en diabetes is een chronische ziekte geworden.

Medische big data

De medische inzichten die dit mogelijk hebben gemaakt, zijn gebaseerd op het goed analyseren van mensen met vergelijkbare aandoeningen en hoe zij reageren op behandelingen. Door goed observeren, door onderzoek van mensen in gecontroleerde omgevingen en door grote groepen met elkaar te vergelijken, kunnen we het verloop en de algemene kenmerken van een ziekte – of de werking van een medicijn – afleiden. Deze methoden hebben ons veel opgeleverd, maar ze hebben ook een aantal beperkingen:

  1. Voor een goed inzicht in het verloop van een ziekte zijn zeer grote groepen patiënten (duizenden) dus big data nodig. Zoveel mensen zijn moeilijk te vinden voor zeldzame ziekten.
  2. Om een goed beeld te krijgen van de werking van een behandeling, hebben we idealiter een homogene groep waarvan een deel een behandeling krijgt en een ander deel niet. Als de mensen in de hele groep namelijk veel op elkaar lijken, is de kans groter dat, als er een verschil gemeten wordt, dat ook echt aan de behandeling ligt. Dat is de reden dat onderzoek vaak op mannen is gedaan – vrouwen hebben een hormonale cyclus die het resultaat kan beïnvloeden. En dat is weer een van de redenen dat hartaandoeningen bij vrouwen vaak niet herkend worden – de in de literatuur omschreven symptomen zijn veelal gebaseerd op onderzoek bij mannen. 
  3. Er worden alleen data gebruikt die worden verzameld op het moment dat iemand in een onderzoek meedoet. Alle andere data die die persoon eerder heeft verzameld, laat staan de data van andere mensen, worden niet gebruikt.

Eigenlijk is het vreemd dat we ons nog laten remmen door deze beperkingen. De oplossingen bestaan namelijk al. Voor zeldzame ziekten bestaan platforms als Patients like me, waar patiënten zelf actief data delen over hun aandoening – inmiddels bevat het platform data over meer dan 2800 aandoeningen.

Het Nederlandse initiatief MyOwnResearch geeft de mogelijkheid tot het vormen van grote groepen heterogene patiënten die zelf betrokken zijn en blijven bij hun behandeling, en aangeven wat voor hen wel en niet werkt. De Holland Health Data Coöperatie is een Nederlands initiatief waar iedereen die dat wil, zijn data kan delen. Dit zijn slechts een aantal recente initiatieven als aanvulling op de meer klassieke benaderingen als cohortonderzoeken.

We hebben de technologie, heel veel data, de mogelijkheden om meer en accuratere data te verzamelen om een steeds beter inzicht te krijgen in het verloop van gezondheid en ziekte. We kunnen al deze data en elk nieuw ziektegeval gaan gebruiken voor het ontwikkelen van nog betere kennis, en op termijn gezondheid -niet zorg!- echt persoonlijk maken. De mogelijkheden zijn er, maar we moeten ze nog wel implementeren.

 e-Health Convention wordt georganiseerd door Emerce en Skipr en vindt dit jaar plaats op donderdag 15 november in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam.

Min Doktor: het succes van e-health in Zweden

Iedereen moet een dokter online kunnen ontmoeten, wanneer je tijd hebt, waar je ook bent en met de technologie die je gewend bent te gebruiken. Dat is het uitgangspunt van Magnus Nyhlen, een voormalige Zweedse arts die bezig is met een revolutie in de Zweedse en Europese gezondheidszorg met Min Doktor, een digitaal eHealth-platform voor patiënten en huisartsen.

Wat is Min Doktor?
“Min Doktor is een digitaal platform dat patiënten met huisartsen verbindt. Met Min Doktor ontmoet je een dokter online, wanneer je tijd hebt, waar je ook bent en met de technologie die je gewend bent te gebruiken. Via app, telefoon of video proberen arts en hulpvrager elkaar goed te begrijpen. Door vragen te stellen, verzamelt de arts alle informatie die nodig is om een ​​juiste diagnose te stellen. Als de arts vindt dat medicijnen nodig zijn, krijgt de patiënt daarvoor aanwijzingen. Mensen die we niet kunnen helpen, worden bovendien doorverwezen naar de fysieke zorg. Op deze manier digitaliseert Min Doktor triage en anamnese volledig en maakt Min Doktor het mogelijk om op een efficiënte en effectieve manier een diagnose te stellen voor 70% van de inkomende cases. En worden de patiënt, de arts en de maatschappij ontlast.”

Hoe is het idee voor Min Doktor ontstaan?
“Toen ik werkte als arts zag ik in mijn praktijk maar ook op de spoedafdeling de rijen wachtende patiënten steeds langer worden. Ik zocht een manier om meer patiënten in dezelfde tijd te kunnen behandelen. En zo ontstond het idee voor een digitale service die vanuit patiënt- en doktersperspectief niet alleen efficiëntere zorg zou kunnen leveren, maar ook de kwaliteit van het gezondheidszorgproces verbetert en tegelijk voldoet aan alle zorgprotocollen.”

Hoe waren de eerste reacties op Min Doktor?
“Patiënten waren gelijk enthousiast, maar dokters moesten er ook aan wennen. Zeker in het begin waren traditionele huisartsen sceptisch. Ze zeiden: je kunt niet op deze digitale manier patiënten behandelen. Je moet patiënten live zien. Maar gelukkig ebt die kritiek steeds meer weg. De meest kritische huisartsen staan nog steeds niet te springen, maar ze erkennen wel dat dit de toepassingen van de toekomst zijn. Ze zien dat het werkt en ook dat Min Doktor niet inbindt op de kwaliteit van de zorg.”

Wat heeft Min Doktor bereikt?
“Alleen de afgelopen tweeënhalf jaar al hebben we meer dan 300.000 patiënten geholpen. We hebben ongeveer 200 artsen in dienst – waarvan dertig procent huisartsen – en meer dan 20 verschillende medische specialismen. En we gaan verder opschalen. We vinden geen reden om onze dienstverlening te beperken tot Zweden. De volgende stap in onze inspanningen om de gezondheidszorgsector te ontwikkelen is het aanbieden van ons digitale platform onder de naam Docly op Europees niveau.”

Hoe kon Min Doktor zo groot groeien, wat waren de meest relevante succesfactoren?
“Dat we direct omarmd werden door de patiënten, is een belangrijke succesfactor. Patiënten verwachten digitale gezondheidszorg en zijn blij met dit soort toepassingen. Maar ook het feit dat we allemaal ouder worden en we met onze e-dienst wachttijden verkorten, heeft bijgedragen aan ons vroege succes. In sommige delen van Zweden is de dichtstbijzijnde kliniek soms uren weg. Dat levert gevaarlijke situaties op. Dan is het fijn te weten dat er een dienst is waarmee je met een druk op de knop zo bij een dokter terecht kunt.”

Magnus Nyhlen is de internationale keynotespreker tijdens de e-Health Convention van Skipr & Emerce op 15 november 2018 in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam.

Er zijn nog tickets verkrijgbaar

E-health en de mens: niet het lijdend voorwerp, maar de sleutel tot succes

Als we het over e-health hebben worden zaken als het elektronisch patiëntendossier en privacygevoelige informatie al snel genoemd. Maar wat kunnen artificial intelligence (AI), data science en andere technieken nog meer betekenen voor de toekomst van de gezondheidszorg?

Tijdens de Future of E-Health-roundtable op EDAY bespraken verschillende spelers uit de branche, van arts tot data scientist, wat hen bezighoudt. Dit zijn de zes belangrijkste trends en uitdagingen die besproken zijn:

1. De lusten en lasten van data

“Het is belangrijk dat hulpverleners en behandelaars de praktische voordelen ervaren van wat er mogelijk is met de data die zij verzamelen.”

Voor de toekomst van de e-health kan AI een belangrijke rol spelen en daarvoor is goede data nodig. Om die te verzamelen wordt hulpverleners en behandelaars gevraagd om zaken te registreren en dat kan soms een tegenstrijdig belang opleveren.

Data ‘zomaar laten verzamelen’ en daarmee een extra werklast creëren is natuurlijk nooit een goed idee. Wel zijn hulpverleners en behandelaars erg goed in het stellen van de juiste vragen waardoor kwalitatieve data inzichtelijk komt die uiteindelijk kunnen helpen bij diagnose, zorg en nazorg. Zorg ervoor dat hulpverleners inzien dat data niet ‘zomaar’ verzameld worden maar dat ze de voordelen ervan ook ervaren in de praktijk.

Data en AI hoeven niet alleen ingezet worden bij medische informatie. Het kan de uiteindelijke werklast juist verlichten door praktische zaken als bijvoorbeeld voortgangsrapportages automatisch te genereren.

2. De rol van de data scientist

“Met kwalitatief goede data én de juiste kennis kan het speelveld naar een hoger plan worden getild.”

‘Maar onze organisatie is echt anders.’ Dit is een commentaar dat data scientists vaak te horen krijgen wanneer ze hun expertise willen delen met bedrijven. Bij een zorginstelling of een ziekenhuis is de organisatie ook daadwerkelijk anders dan bij veel andere bedrijven. Heeft het dan wel nut om daar een bak data scientists neer te zetten als die niet precies weten wat de specifieke zaken zijn die er binnen een ziekenhuis spelen?

Met kwalitatief goede data én de juiste kennis kan het speelveld naar een hoger plan getrokken worden. Maar dat kan een data scientist niet alleen, hiervoor moeten mensen met verschillende expertisegebieden met elkaar samenwerken; van arts tot verzorger, tot en met de jurist.

3. Kan AI helpen om de zorg goedkoper te maken?

“Om AI daadwerkelijk in te zetten zodat zorg sneller en accurater verleend kan worden, is meer nodig dan alleen data en samenwerking.”

Het gaat draait er vooral om dat data en AI in dienst gesteld worden van het verbetertraject in de zorg en niet andersom. Om dit echt mogelijk te maken is het van belang dat ziekenhuizen, zorgverzekeraars en de beheerders van het EPD samen optrekken.

Het systeem in Nederland is anders dan de commerciële businessmodellen die in andere landen in de zorg gebruikt worden. Het Nederlandse systeem zou ertoe kunnen leiden dat er minder stimulans is om de zorg goedkoper te maken. Je zou zelfs kunnen stellen dat innovatie de zorg in eerste instantie duurder maakt, maar dat er voor een uiteindelijke besparing geen beloning komt.

Vooral tech-applicaties die helpen bij de organisatie en communicatie kunnen wel degelijk efficiency en besparingen opleveren op korte termijn. Voorbeelden hiervan zijn de elektronische controle van medicijngebruik, of de 24-uurs automaten waardoor mensen altijd toegang hebben tot hun medicatie en een deel niet meer fysiek bediend hoeft te worden in een apotheek.

4. Patiëntencontact

“Techniek kan ook een rol spelen in het contact met de patiënt. Wat levert dit nu op en kan dit in de toekomst nog extra opleveren?”

Door sommige hulpverleners wordt nog afhoudend gereageerd op digitaal contact met de patiënt. Daar is een aantal goede redenen voor: het contact wordt als minder persoonlijk ervaren en dat kan een vertekend beeld opleveren.

De hulpverlener heeft daarbij (ook bij digitaal beeldcontact) geen zicht op de gehele fysiek van de patiënt. Dat kan een beperking opleveren bij het stellen van een diagnose of de behandeling.

Toch zijn er nu al voorbeelden waarbij digitaal contact zowel voor de zorgverlener als de patiënt voordelen kan opleveren. Een e-consult kan bij informatievragen waarbij geen directe hulp nodig is enorm van pas komen. Vaak heeft een patiënt eerst een informatievraag (is dit ernstig, op welke symptomen moet ik letten, of wanneer moet ik wel langskomen?). De antwoorden op deze vragen kunnen een vervolgtraject vaak voorkomen of helpen bij het latere behandeltraject.

Ook in de GZ-psychologie zijn al voorbeelden van praktijken die enkel online behandelen. Dat blijkt te werken bij een aantal duidelijk afgekaderde hulpvragen. Om deze e-consults ook in te zetten in grote GZ-organisaties is tijd en aandacht nodig.

De twijfels van de behandelaars zijn in sommige gevallen terecht en in sommige niet. Het is goed om te kijken welke behandelingen echt effectief zijn met e-consults en dat vergt meer onderzoek en ervaring van de behandelaars.

5. Adaptie is de sleutel

Er zijn al veel zaken mogelijk op het gebied van AI, data en andere technische health-oplossingen. Hoe en hoe snel dat verder ontwikkeld wordt is vooral afhankelijk van hoe mensen, zowel zorgverleners als patiënten, hiermee omgaan.

Het kan overkomen alsof mensen hun grip op iets heel menselijks als zorg kwijtraken door de inzet van innovatie. Dat hoeft zeker niet het geval te zijn. Door een zorgvuldige implementatie (zijn alle partijen hiermee geholpen?) en een kritische blik (is dit nuttig en veilig?) kunnen AI, data en andere technische oplossingen de toekomst van de gezondheidszorg naar een hoger plan tillen.

eHealth Connect: Zit de huisarts al in Amazon Echo?

Wat kan de zorg leren van online bedrijven? Een heleboel, bleek tijdens de Connectsessie over eHealth tijdens eDay. Krijn Schuurman leidde daar een gesprek met een groep zorgpartijen. Anders dan in de concurrerende online business blijkt de incentive om te innoveren in de zorg nogal eens te ontbreken, simpelweg door het gebrek aan concurrentie. Maar dat wil niet zeggen dat er geen mooie plannen zijn.

Data is in ieder geval het terrein waar veel winst te halen, maar bijvoorbeeld ook de ‘patient journey’ kan sterk verbeterd worden, analoog aan de customer journeys zoals reisorganisaties die vormgeven. Dat hoeft nog niet eens medisch te zijn; ook bijvoorbeeld de voorbereiding op een operatie kan nog veel gestroomlijnder.

Of de huisarts in Amazon Echo, waarom niet? Via voice een paar vragen stellen aan de huisarts, en met een paar respons-vragen wordt de patiënt wellicht al gerustgesteld, en is een gang naar de huisarts niet meer nodig.

De groep zorgverleners was het er in ieder geval over eens dat er binnen de zorg nog veel evangelisatie nodig is om eHealth echt te laten landen. De laatste ontwikkelingen komen zeker aan bod tijdens de eHealth Convention, op 15 november in Amsterdam. Tickets voor het programma zijn hier verkrijgbaar.

Page generated in 1,184 seconds. Stats plugin by www.blog.ca