Digitale Rijpingskelder voor Grand Prestige activeert halo-effect voor merk Hertog Jan

Ongebruikelijk in de biermarkt: Hertog Jan verkiest storytelling en educatie boven reclame, sponsoring en andere randzaken. Recent lanceerde het De Digitale Rijpingskelder – een tool die gebruikers in staat stelt de rijping van hun eigen flessen Grand Prestige te volgen. Over een periode van maar liefst zes jaar zorgt de brouwer voor bijpassende content. Die aandacht voor een niche bierdrinker zorgt voor een interessant premium halo-effect.

Het is misschien wel het hoogtepunt van de tour door de brouwerij in het Noord-Limburgse Arcen: in een donkere kelder van bierbrouwer Hertog Jan liggen duizenden flessen Grand Prestige jarenlang te rijpen. Met bijna glimmende ogen vertellen de brouwers zeer gedetailleerd over de manier waarop die worden bewaard. De condities, de keuzes daarin en het moment van ontkurken zijn namelijk van directe invloed op de uiteindelijke smaak van dit speciaalbier. Het besluit om ze een paar maanden langer te laten liggen, zorgt bijvoorbeeld voor een totaal andere ervaring.

Contentmarketing met geduld

Uit ons eigen bezoek en de behoefte van andere diehard liefhebbers die hun Grand Prestige jarenlang bewaren, is de Digitale Rijpingskelder ontstaan. Een platform dat voorziet in educatie en tegelijkertijd Hertog Jans vakmanschap en liefde voor bier benadrukt. “We zien digitale innovatie nooit als een doel op zich”, licht Senior Brand Manager Sjors van Drie toe. “De samenwerking met Isobar is in die zin best bijzonder. We hebben geen kant-en-klare opdrachten, maar zoeken als het ware een nieuw kompas om te zien hoe digitale middelen binnen onze strategie op langere termijn passen. Eén van de vragen is hoe we de bierbeleving kunnen aanvullen.”

De tool is daarom gestoeld op zowel een service- als contentgedachte. Vanaf het moment dat iemand met behulp van een productcode zijn Grand Prestige ‘incheckt’, groeit de digitale omgeving mee. Het geeft een overzicht van de plek waar iemand zijn bier bewaart en per fles sinds wanneer. Gedurende de rijpingstijd van maar liefst zes jaar geeft Gerard – meesterbrouwer en het gezicht van Hertog Jan – vervolgens in allerlei masterclasses les over de ontwikkeling die het bier op dat moment doormaakt. Gebruikers krijgen er bijvoorbeeld een antwoord op de vraag hoe ze hun bier kunnen laten rijpen voor een specifieke smaak. En na het ontkurken is het mogelijk een smaaknotitie te delen met andere gebruikers. “Behalve dat we onze kennis delen, dompelen we gebruikers dus onder in het merk Hertog Jan. We stomen ze zo klaar om ambassadeur te zijn.”

 

‘Premium halo-effect op merk als geheel’

De keuze om juist voor een niche een oplossing te ontwikkelen, sluit precies aan op de strategie en premium merkpositionering van de bierbrouwer. De enorme verandering in het bierschap daagt brouwers uit zich te onderscheiden, vertelt Van Drie. De kleinste brouwers hebben nogal eens de gunfactor, juist een partij als Hertog Jan is in staat met storytelling en educatie iets toe te voegen.

“Door hoofdzakelijk over onze reeks speciaalbieren te communiceren, bewijzen we ons vakmanschap dat weer invloed heeft op het merk als geheel.” Er is sprake van een meetbaar premium halo-effect – het effect waarbij iemand positiever is over een product door goede ervaringen met andere producten van het merk. “De nadruk op vakmanschap straalt bijvoorbeeld af op ons bekendste bier, de Pilsener. Ook daarvan gaan de waardering en awareness omhoog. Inmiddels hebben we met de Grand Prestige een prijswinnende parel in huis die weer voor een halo-effect op zich zorgt. Doordat we het als icoon op een voetstuk zetten en ambassadeurs activeren, straalt het af op de totale reeks speciaalbieren.”

Het is, zo benadrukt hij, geen doel om miljoenen flesjes bier ingecheckt te krijgen. De Digitale Rijpingskelder is een service die de specifieke bierliefhebber bindt en activeert. “Het simpele feit dat we nu een platform hebben waarmee we anderen helpen om alles uit de rijping te halen, maakt het merk krachtiger. Eerder was er voornamelijk in de brouwerij en evenementen sprake van interactie, nu is het online kanaal een aanvulling hierop.” De inspanning wordt merkbaar gewaardeerd, merkt Van Drie. Liefhebbers die voorheen in spreadsheets de status van hun soms tientallen bieren bijhielden stappen organisch over naar het platform van de brouwer.

“Zelfs nu, zonder campagnematige aandacht, groeit het aantal registraties met tientallen per week. Gemiddeld spenderen gebruikers twee tot drie minuten per sessie. Dat is vandaag de dag een goed resultaat.”

Next: rol voor e-commerce

Een platform als de Digitale Rijpingskelder is niet bedoeld als tijdelijke gimmick. De uitdaging is daarom om de serviceprincipes uit de UX centraal te hebben staan tijdens de ontwikkeling. De onboarding is bijvoorbeeld zeer minimaal en gericht op mobiel gebruik. Wie zijn bierflesje wil inchecken doet dat immers niet achter zijn computer, maar waarschijnlijk met de telefoon in de hand vanuit zijn kelder. In de geboden gebruikerservaring draait het daardoor direct om de meerwaarde van de oplossing. Een ingrediënt  dat hieraan bijdraagt is de speciaal ontwikkelde content. Uit de eerste tests bleek de laag van verhalen in het bijzonder het service-gevoel te versterken en het merk te verstevigen.

Met een kleine vijfduizend geregistreerde flessen Grand Prestige heeft Hertog Jan de bekendheid van de speciaalbieren inmiddels vergroot. Het doel is dat ook de verkoop erdoor toeneemt. Daarnaast beschikt het bedrijf nu over de data en een manier om de ambassadeurs te bereiken.

Een volgende stap is om met behulp van het platform zowel de eigen e-commerce als die van partners te versterken. “Onze eigen digitale kanalen krijgen daarmee een nieuwe rol”, blikt Van Drie vooruit. “Met het oog op de toekomst is het ons doel om nieuwe omgevingen te creëren waar we de engagement laten groeien. Deze Digitale Rijpingskelder is daarvan een voorbeeld: met de service en content belonen we bierliefhebbers voor het rijpen. Hun enthousiasme zorgt er indirect voor dat we ons verhaal aan een nog grotere groep kunnen vertellen.”

Amazon stopt met bezorgdienst voor restaurants in VS

Amazon stopt nu ook in de VS met het bezorgen van maaltijden voor restaurants. In november werd een soortgelijke dienst in Londen gestaakt.

De dienst Amazon Restaurants werd vier jaar geleden gelanceerd voor Prime leden in twintig Amerikaanse steden, maar ondervond te veel concurrentie van bezorgers als Grubhub, Uber Eats, DoorDash en Deliveroo.

Bestellingen kunnen nog tot 24 juni worden doorgegeven.

Ook Amazons lunchbezorgdienst Daisy Dish, gelanceerd in 2016, stopt ermee, meldt GeekWire.

Wel heeft Amazon inmiddels geld gestopt in de Britse maaltijdbezorger Deliveroo.

Foto Pexels

Picnic start proef met zakelijke leveringen

Online supermarkt Picnic start vandaag een proef met het gratis en duurzaam bezorgen van boodschappen bij zakelijke klanten. In Leiden, Zoetermeer en Hoofddorp kunnen bedrijven bestellen en in de ochtend worden beleverd.

Bedrijven die de boodschappen vóór 13.00 uur via de app bestellen, krijgen deze de volgende ochtend tussen 09.00 en 13.00 uur geleverd. De boodschappen voor de lunch, koffie en vrijdagmiddagborrel worden vervolgens gratis op kantoor bezorgd.

Volgens medeoprichter van Picnic Michiel Muller is er veel vraag vanuit bedrijven, maar die willen de boodschappen dan wel ’s ochtends bezorgd krijgen.

Zakelijke klanten bestellen net als consumenten via de Picnic-app. Indien gewenst kunnen meerdere collega’s de app met hetzelfde zakelijke account gebruiken, waardoor iedereen boodschappen aan de bestelling toe kan voegen. De betaling vindt plaats via iDeal of een (eenmalige) automatische incasso, de factuur wordt naar de eigenaar van het account gemaild. Zakelijke klanten die zich aan willen melden kunnen in het startscherm van de app kiezen voor het aanmaken van een zakelijk account.

Picnic wil eerst ervaring opdoen met zakelijk bezorgen voordat de dienst landelijk wordt uitgerold, althans in die regio waar Picnic nu al boodschappen aan huis brengt.

Walmart gaat in huis bezorgen, met camera’s op het lichaam

Ook warenhuis Walmart gaat boodschappen aan huis bezorgen als klanten niet thuis zijn. De bezorgers dragen camera’s, zodat klanten kunnen meekijken als ze de deur opendoen. Dat kan overigens ook de garage zijn.

Walmart kiest voor een andere aanpak dan Amazons Key by Amazon, waarvoor klanten een beveiligingscamera Amazon Cloud Cam en een slim slot moeten aanschaffen. Voor Walmart is wel een speciaal slot vereist. Eenmaal binnen kan de bezorger de boodschappen desgewenst meteen in de koelkast leggen.

Walmart begint in Kansas City, Missouri, Pittsburgh, Pennsylvania en Vero Beach, Florida. Dat zijn al zo’n 1 miljoen klanten. Walmart maakt in het najaar de tarieven bekend, maar de boodschappen zijn niet duurder dan anders.

Het is niet de eerste keer dat Walmart experimenteert met bezorgingen. In 2017 werd een samenwerking gezocht met slotmaker August, maar daar is het niet mee verder gegaan.

Om het vertrouwen te vergroten, werkt Walmart met eigen bezorgers, en niet met derden. Maar of dat voldoende is, moet nog blijken. Amazon Key, het slimme slot waarmee koeriers van Amazon een pakje thuis kunnen bezorgen, was al snel gekraakt. Onderzoekers van Rhino Security konden de camera uitschakelen en ongezien een woning binnensluipen.

Walmart heeft overigens niet minder dan 3100 ophaalpunten, waardoor er voldoende alternatieven zijn.

Stop het machtsmisbruik van digitale reuzen

Terwijl we nagloeiden van het Limburgse concert Oetbloaze met Gé Reinders en het harmonieorkest St. Caecillia, werden wij in de oude binnenstad van Venlo voorbijgefietst door andere bezorgers dan die van Thuisbezorgd.nl, UberEats of Deliveroo. Op de bezorgboxen van hun hippe zwarte fietsen stond in knalroze letters een afwijkende naam geschreven: InVenlo.

Ik kon mijn ogen niet geloven. Zou dit het lokale alternatief zijn voor de platformeconomie? Eindelijk serieuze concurrentie voor de bezorgreuzen uit het buitenland? Op het beeldscherm van mijn telefoon toverde ik razendsnel het antwoord. Via InVenlo.nl, een overzichtelijke site, kon ik bij alle aangesloten ondernemers uit de buurt online eten bestellen of andere boodschappen doen.

Eindelijk een vuist

De ontwikkeling in Limburg is voor mij het zoveelste positieve signaal dat we eindelijk een vuist beginnen te maken tegen de ongebreidelde macht van onlinespelers in ons land. Zo liet Mona Keizer, staatsecretaris van Economische Zaken en Klimaat, vorige week weten dat digitale platforms niet alleen kansen, maar ook grote risico’s met zich meebrengen en machtsmisbruik aangepakt dient te worden. In een beleidsbrief aan de Tweede Kamer vertaalt de bewindsvrouw dat naar drie concrete maatregelen: scherper toezicht, strengere mededingingsregels en aanpassingen voor het melden van overnames.

Tenminste 750 miljoen

In Frankrijk gaat het nog een stuk verder. De Franse senaat heeft een nieuwe belastingwet goedgekeurd met extra fiscale maatregelen voor internetgiganten. Bedrijven als Google, Amazon, Facebook en Apple betalen sinds afgelopen donderdag 3 procent belasting op de internetinkomsten uit reclame, datahandel en commissies. De maatregel geldt voor ondernemingen die wereldwijd ten minste 750 miljoen euro omzet draaien.

Het moet uit Brussel komen

Die optie hebben we ook aan de Nederlandse overheid voorgelegd en toch ben ik ervan overtuigd dat de werkelijke verandering uit Brussel moet komen. Met die bril op las ik in dagblad Trouw een interessant nieuwsbericht. Grenswachters van Frontex (de Europese grens- en kustwacht) patrouilleren nu samen met Albanese collega’s langs de Grieks-Albanese grens. Doel is kandidaat-lidstaat Albanië bij te staan met het bestrijden van illegale migratie en grensoverschrijdende misdaad. ‘Het is voor het eerst dat het agentschap in een niet-EU-land actief is,’ meldt Trouw.

Controle op al die pakjes

Zou Frontex ook naar een online-variant te vertalen zijn?  Een Europese belasting- en douanedienst die actief onze grenzen op internet bewaakt? En ervoor zorgt dat iedere online-onderneming van binnen- en buiten Europa netjes belasting betaalt over de handel die het doet in iedere afzonderlijke lidstaat van de Europese gemeenschap? En waarom zou datzelfde online-agentschap ook niet met de landelijke diensten controle houden op al die pakketjes die Europa binnenkomen?

Machtsmisbruik breken

We doen er alles aan om het machtsmisbruik van digitale platforms te breken. Dat heeft een jarenlange lobby opgeleverd met vele principiële discussies over vrije marktwerking versus overheidsingrijpen. Mede dankzij stug volhouden van onze kant is nu op elk overheidsniveau het besef doorgedrongen, dat de markt niet zonder regulering kan. Ook MKB-Nederland en VNO-NCW zijn dit in gaan zien. Toch zijn we er nog lang niet. Samen met thuiswinkel.org, ANVR en Techniek Nederland hebben we op papier gezet wat er nog moet gebeuren om de macht van digitale platforms in te dammen.

Concreet en snel. De lokale platformeconomie wordt in Venlo ondertussen groots uitgewerkt. Groots met de Limburgse zachte G.

Stop het machtsmisbruik van digitale reuzen

Terwijl we nagloeiden van het Limburgse concert Oetbloaze met Gé Reinders en het harmonieorkest St. Caecillia, werden wij in de oude binnenstad van Venlo voorbijgefietst door andere bezorgers dan die van Thuisbezorgd.nl, UberEats of Deliveroo. Op de bezorgboxen van hun hippe zwarte fietsen stond in knalroze letters een afwijkende naam geschreven: InVenlo.

Ik kon mijn ogen niet geloven. Zou dit het lokale alternatief zijn voor de platformeconomie? Eindelijk serieuze concurrentie voor de bezorgreuzen uit het buitenland? Op het beeldscherm van mijn telefoon toverde ik razendsnel het antwoord. Via InVenlo.nl, een overzichtelijke site, kon ik bij alle aangesloten ondernemers uit de buurt online eten bestellen of andere boodschappen doen.

Eindelijk een vuist

De ontwikkeling in Limburg is voor mij het zoveelste positieve signaal dat we eindelijk een vuist beginnen te maken tegen de ongebreidelde macht van onlinespelers in ons land. Zo liet Mona Keizer, staatsecretaris van Economische Zaken en Klimaat, vorige week weten dat digitale platforms niet alleen kansen, maar ook grote risico’s met zich meebrengen en machtsmisbruik aangepakt dient te worden. In een beleidsbrief aan de Tweede Kamer vertaalt de bewindsvrouw dat naar drie concrete maatregelen: scherper toezicht, strengere mededingingsregels en aanpassingen voor het melden van overnames.

Tenminste 750 miljoen

In Frankrijk gaat het nog een stuk verder. De Franse senaat heeft een nieuwe belastingwet goedgekeurd met extra fiscale maatregelen voor internetgiganten. Bedrijven als Google, Amazon, Facebook en Apple betalen sinds afgelopen donderdag 3 procent belasting op de internetinkomsten uit reclame, datahandel en commissies. De maatregel geldt voor ondernemingen die wereldwijd ten minste 750 miljoen euro omzet draaien.

Het moet uit Brussel komen

Die optie hebben we ook aan de Nederlandse overheid voorgelegd en toch ben ik ervan overtuigd dat de werkelijke verandering uit Brussel moet komen. Met die bril op las ik in dagblad Trouw een interessant nieuwsbericht. Grenswachters van Frontex (de Europese grens- en kustwacht) patrouilleren nu samen met Albanese collega’s langs de Grieks-Albanese grens. Doel is kandidaat-lidstaat Albanië bij te staan met het bestrijden van illegale migratie en grensoverschrijdende misdaad. ‘Het is voor het eerst dat het agentschap in een niet-EU-land actief is,’ meldt Trouw.

Controle op al die pakjes

Zou Frontex ook naar een online-variant te vertalen zijn?  Een Europese belasting- en douanedienst die actief onze grenzen op internet bewaakt? En ervoor zorgt dat iedere online-onderneming van binnen- en buiten Europa netjes belasting betaalt over de handel die het doet in iedere afzonderlijke lidstaat van de Europese gemeenschap? En waarom zou datzelfde online-agentschap ook niet met de landelijke diensten controle houden op al die pakketjes die Europa binnenkomen?

Machtsmisbruik breken

We doen er alles aan om het machtsmisbruik van digitale platforms te breken. Dat heeft een jarenlange lobby opgeleverd met vele principiële discussies over vrije marktwerking versus overheidsingrijpen. Mede dankzij stug volhouden van onze kant is nu op elk overheidsniveau het besef doorgedrongen, dat de markt niet zonder regulering kan. Ook MKB-Nederland en VNO-NCW zijn dit in gaan zien. Toch zijn we er nog lang niet. Samen met thuiswinkel.org, ANVR en Techniek Nederland hebben we op papier gezet wat er nog moet gebeuren om de macht van digitale platforms in te dammen.

Concreet en snel. De lokale platformeconomie wordt in Venlo ondertussen groots uitgewerkt. Groots met de Limburgse zachte G.

5 kenmerken van goede influencer content

De helft van de consumenten vertrouwt op de aanbevelingen van influencers. Dat maakt influencer-content een van de krachtigste marketingmiddelen die er zijn. 

Het consumeren van die content doen we met veel plezier. Als consument struinen we onze tijdlijn af op zoek naar inspiratie: voor wat we ’s ochtends aantrekken, ’s avonds eten en wat we in het weekend gaan doen. Bedrijven zijn óók op zoek naar influencers, maar dan vooral om er achter te komen wie de beste content voor je merk kan maken. De ene influencer is de andere niet, en dat geldt ook voor hun content.

Je werkt natuurlijk het liefst met een influencer wiens content goed presteert — bijvoorbeeld met een hoge engagement rate, veel views, een lage CPE/CPV of veel conversies.

Maar waar moet je dan op letten? Ik bekeek honderden succesvolle influencer-posts die in samenwerking met het influencer marketing platform Join werden gecreëerd. En wat bleek? Ze voldeden allemaal aan de volgende vijf kenmerken.

1. Hoge kwaliteit van content

Veruit de belangrijkste karaktereigenschap van goed presterende content. Oog voor detail, compositie, relevantie en design – deze posts hebben het allemaal. Of het nou aankomt op gebruik van kleur en licht of het samenbrengen van meerdere elementen in één afbeelding, kwalitatieve content herken je gelijk. It makes you feel something.

Deze content behaalt over het algemeen meer views, zorgt voor meer en betere brand recognition en is dus ook het investeren waard.

Instagramfoto van victoriachmel

Instagramfoto van @victoriachmel

2. Duidelijke product placement

Raar maar waar: juist de posts waarbij producten duidelijk in beeld waren en er over een betaalde samenwerking geen discussie is, behalen een hogere engagement.

Vaak horen we negatieve geluiden: dat influencers sluikreclame maken voor producten. Bijvoorbeeld door sneaky een item in de foto te plaatsen of niet duidelijk te vertellen dat het om een sponsored post gaat. Dit geeft volgers een vervelend gevoel, alsof ze voor de gek worden gehouden.

Uit analyse van succesvolle posts concludeerde ik dat posts met sluikreclame meestal inderdaad niet goed presteren. De engagement rate is gemiddeld lager, en de sceptische volgers ervaren de post als niet authentiek.

Instagramfoto van jaimyskitchen.nl

Instagramfoto van @jaimyskitchen.nl

Om te zorgen dat product placement wél een succes wordt, is één ding heel belangrijk — karaktereigenschap nummer 3.

3. Goede match tussen merk en influencer

En dat is de match tussen influencer en merk. De content van de influencer is alleen relevant wanneer er zorgvuldig is nagedacht over de samenwerking door zowel merk als influencer.

Neem de beruchte Shell-post van influencer Anna Nooshin als voorbeeld hoe het niet moet. Ze plaatste een post waarin ze zegt het geweldig te vinden hoe kleine veranderingen een verschil kunnen maken. Ze verwijst naar het drinkflesje in haar hand, gemaakt van gerecycled plastic. “Het helpt de oceaan schoon houden en werk creëren voor de inwoners van Haïti”, schrijft ze. Aangevuld met hashtags als #giveback en #shell.

In de reacties eronder vragen haar volgers zich af hoeveel ze betaald krijgt en of ze zich wel verdiept heeft in het bedrijf, en ze beschuldigen haar van ‘greenwashing’. “Bloedgeld Anna” is één van de reacties.

Merken moeten daarom selectief zijn in het influencer-landschap. Wanneer zij werken met een influencer die écht bij hen past, zal de content beter presteren op de eerder genoemde metrics. Ditzelfde geldt voor de influencer.

Tip voor influencers: wil jij de kwaliteit van jouw feed waarborgen? Werk dan alleen samen met merken die écht bij je passen, en zwicht niet te snel voor huge budgetten van merken die je toch niet echt liggen.

Voorbeeld van hoe de match tussen influencer en merkt wél werkt:

Instagramfoto van dukethedutchboxer

Instagramfoto van @dukethedutchboxer

4. Sterke en doordachte compositie

Natuurlijk draagt een goede compositie bij aan de kwaliteit van een post en natuurlijk is de manier waarop het product in beeld wordt gebracht belangrijk. Maar er viel me nog iets op bij het analyseren van de compositie…

De verticals/categorieën waar influencers content over maken. Zo worden er in de categorieën Fashion & Style en Beauty & Make-up hogere engagement rates behaald bij posts waarop de influencer zelf in beeld is.

Ben je actief in de categorieën Food & Culinary of Interior & Design? Dan werken juist posts zonder de influencer het best.

Een ezelsbruggetje: wanneer jouw merk of product direct iets te maken heeft met de influencer zijn of haar lichaam, kun je de influencer goed in de post betrekken. Anders is het misschien slimmer om alleen op het product te focussen.

Instagramfoto van solatice_

Instagramfoto van @solatice_

 5. Een passend format

Bij het kiezen van een format is historische data ontzettend belangrijk. Wat heeft de voorkeur van de doelgroep: foto of video? En is je merk of product meer geschikt voor foto of video?

Je kunt je voorstellen dat een kledingmerk het erg goed doet met casual #outfitoftheday foto’s (“Wow! Waar heb je dat toffe shirt vandaan?”), maar dat een make-upmerk fantastisch scoort met een videotutorial door een bekende influencer.

Bij de analyse van content die goed presteerde op eerder genoemde metrics, kwamen beide content-types voorbij. Als we kijken naar video’s op Instagram, zaten daar enkele hoge uitschieters bij. Maar als we kijken naar de slechtst presterende content, zitten daar ook Instagram video’s bij.

Hoe dat kan? Instagram video’s werken alleen wanneer een influencer regelmatig video’s post. Wanneer dit niet het geval is, heeft dat absoluut effect op onder andere je engagement rate. Dat voorkom je liever, toch?

Instagramvideo van joran_bawz

Instagramvideo van @joran_bawz

Dus: vóór je een langetermijnsamenwerking met een influencer aan gaat, kun je hun content dus het beste even bekijken met deze vijf kenmerken van goed presterende influencer content in je hoofd. Scoort de influencer goed op de meeste, of zelfs alle vijf kenmerken? Dan heb je vast en zeker een goede relatie in het verschiet.

Picnic gestart in Apeldoorn en Spijkenisse

Picnic is vandaag begonnen met bezorgen in Spijkenisse. Bij de start worden 25 bezorgers en acht wagentjes ingezet om bij de eerste van de ruim 6000 aangemelde inwoners de boodschappen te bezorgen.

De uitbreiding naar Spijkenisse is onderdeel van de landelijke uitbreiding van Picnic naar Amsterdam, Eindhoven, Gouda, Ede, Veenendaal en Venlo.

Spijkenisse kent relatief veel huishoudens met kinderen. In de gemeente Nissewaard, waar Spijkenisse onder valt, heeft 36 procent van de huishoudens één of meerdere kinderen. Landelijk is dit ongeveer 33 procent. Ouders van gezinnen hebben volgens Picnic nauwelijks tijd om naar de supermarkt te gaan. De websuper wil dan ook onder anderen voor deze doelgroep werk uit handen nemen.

Picnic bezorgt vanaf vandaag ook in Apeldoorn. Duizenden inwoners hebben zich reeds via de app aangemeld.

De uitbreiding stond al langer gepland, maar het zoeken van een hub van waaruit de elektrische karretjes uitrijden bleek een uitdaging. Onlangs werd zo’n distributiepunt gevonden aan de Kanaal Noord.

In 2018 steeg het aantal klanten naar ruim 275.000, verdeeld over 70 Nederlandse plaatsen.

Rutger Planken (Unilever) over start FoodServicehub: ‘Grotere rol scale-ups bij vinden bedrijfsmodellen’

Unilever Food Solutions start een business unit om samen met scale-ups nieuwe bedrijfsmodellen te ontwikkelen. Rutger Planken, die binnen Unilevers B2B-divisie voor de horeca Global Director eCommerce & Business Innovation is, is oprichter van deze FoodServicehub. Hij ziet toekomst in een aanpak waarin jongvolwassen bedrijven van buiten de organisatie een prominentere rol spelen.

Net als in menig andere organisatie is er bij Unilever Food Solutions aandacht voor de ontwikkeling van interne start-ups. Die speedboot naast de tanker – zoals de metafoor gaat – is een prima middel om nieuwe wateren te verkennen. Toch kiest Planken ervoor om de samenwerking met externe scale-ups het leeuwendeel van de aandacht te geven. Recentelijk is hij FoodServicehub gestart, een programma om bedrijven van buiten te helpen opschalen.

‘Meer waarde in aantal goede samenwerkingen’

Als Global Director eCommerce & Business Innovation is Planken de laatste jaren druk geweest met het inbrengen van digital en e-commerce in de divisie die zich richt op restaurants en chefkoks. Het bijkomende doel is om in de samenwerking met schaalbare bedrijven businessmodellen te vinden die Unilever Food Solutions helpen versnellen. Ongeveer zeventig procent van de tijd zal hieraan worden besteed, dertig procent is bedoeld voor interne start-ups.

Hij verwacht dat in de toekomst meer bedrijven hun strategie zullen bijschaven en geregeld de samenwerking verkiezen boven het ontwikkelen van een batterij aan eigen speedboten. “Het beginnen van een accelerator kost bijvoorbeeld een behoorlijk vermogen. Ik vraag me af of je op lange termijn niet meer hebt aan een selectiever aantal goede samenwerkingen met bedrijven die expertise bezitten en duidelijke tractie hebben.”

‘Voorkeur voor bewezen product-market-fit’

Hoe zo’n samenwerking eruit zou moeten zien? De grootste fout die je in zijn ogen als corporate onderneming kunt maken is om vooral over jezelf te praten. “Het gaat erom elkaar de juiste vragen te stellen waarmee groei is te creëren. We zijn dus liever coach dan mentor. Daarnaast beschikken we als grote organisatie natuurlijk over de middelen en kracht om anderen te kunnen helpen: met de betreding van markten of toegang tot specifieke klantengroepen bijvoorbeeld.”

Wat hem betreft begint de samenwerking en het zoeken van businessmodellen bij het oplossen van een probleem van de restauranthouder of chef. Voor zijn eigen unit ziet hij bijvoorbeeld een aantal belangrijke trends in de markt die meer aandacht verdienen. Twee concrete ontwikkelingen waarmee hij aan de slag gaat zijn het tekort aan personeel en het terugdringen van voedselverspilling in horecakeukens. “Dan kun je vervolgens alles op alles zetten om zelf een start-up te beginnen, je kunt ook erkennen dat er buiten al partijen zijn die dezelfde behoefte zien en al een gedegen onderneming hebben staan. Het mag dan sexy zijn om met start-ups te werken of het zelf intern met een team te proberen, ik heb echter een voorkeur voor scale-ups die al door de eerste fase van onzekerheid heen zijn. Het risico is uiteindelijk minder groot omdat er een bewezen product-market-fit is.”

De strategie die hij nu kiest is het resultaat van de nodige opgedane ervaring. “Om me heen zie ik dat jonge bedrijven met name zoeken naar een strategisch partner. Het kan betekenen dat ze behoefte hebben aan nieuwe distributiekanalen of aan tafel willen bij grote ketens.”

Interne start-up vraagt om specifieke mindset

Raakt het intern of naast de organisatie opbouwen van start-ups daarmee uit de gratie? Welnee, reageert Hans Maltha, CEO van digitaal bureau Burst. Met zijn bedrijf staat hij geregeld grotere organisaties en de daaruit voortkomende corporate start-ups bij. “Het vraagt alleen om een specifieke aanpak en mindset. En die is lang niet overal optimaal aanwezig. Een aanpak waarin de nadruk ligt op samenwerken, lijkt me daarom niet meer dan logisch.”

Wat het werken met zelfkweek binnen een organisatie vaak uitdagend maakt, is dat er niet de beste mensen voor worden vrijgemaakt. “De toch wel klassieke fout in een bestuurskamer is dat start-up een doel is en niet het oplossen van een klantvraag. Vervolgens wordt daar een “oprichter” en een middelmatig team omheen verzameld waarmee de kans van slagen niet altijd het grootst is. Meestal rolt daar een product of dienst uit in lijn met wat er al voorhanden is. en niet inspeelt op een behoefte. Geen echt vernieuwend businessmodel dus.”

De belangrijkste les is om simpelweg de klantvraag als uitgangspunt te nemen en vervolgens klein te beginnen, liefst buiten de muren van de bestaande organisatie. “Binnen moet je vaak eerst door vijftien lagen van controles heen om iets te kunnen testen, zo is mijn ervaring.” Door op een eigen eiland te experimenteren is het mogelijk om data en inzichten te verzamelen en in feite de bestaande infrastructuur van bijvoorbeeld een IT-systeem te omzeilen. Een experiment onder een eigen label houdt zo de oplossing buiten de bestaande processen. Die processen zijn pas wenselijk in een later stadium, bijvoorbeeld voor het opschalen. “Op die manier blijf je wendbaar.”

Dring geen KPI’s op

De valkuil, zo benadruken Maltha en Planken beiden, is om na verloop van tijd en wat eerste succes vanuit de corporate organisatie met allerlei nieuwe KPI’s op de proppen te komen. Dat geldt zowel voor de startende interne bedrijven als scale-ups waarop Unilever Food Solutions zich nu ook richt. “Als iemand me intern zou vragen te voorspellen hoe groot of winstgevend een concept wordt, geef ik geen antwoord”, merkt Planken op. “Het is in mijn ogen namelijk een totaal irrelevante vraag. Je kunt zo’n onderneming niet behandelen als een traditioneel businessmodel. Veel belangrijker is het of de klant een oplossing waardeert. KPI’s zoals de conversieratio of churn zijn in die zin betere graadmeters.”

Meer corporates zouden kritisch mogen zijn over hun eigen capaciteit, vindt hij. Te vaak gaan bedrijven er nog vanuit dat ze er de context en juiste mensen voor hebben om zelf allerlei start-ups uit de grond te stampen. Unilever Food Solutions laat wat hem betreft zien hoe het ook kan: een mix van eigen initiatieven die dicht bij de kern liggen en samenwerkingen met scale-ups. “Wie zich openstelt voor zijn omgeving is in staat om samen echt impact te creëren.”

Picnic opent vijfde Duitse locatie

Bij gebrek aan serieuze concurrentie lijkt niets Picnic in de weg te staan om het Duitse Ruhrgebied te veroveren. De online supermarkt gaat binnenkort live in Bochum.

Bochum wordt de vijfde stad waar de supermarkt-in-een-app bij de oosterburen van start gaat. De krant Westfälische Rundschau maakt melding van de expansieplannen. De stad met ruim 360.000 inwoners wordt in een eerste instantie bediend met 25 elektrische bezorgwagentjes.

Op langere termijn wil Picnic in het hele Ruhrgebied actief worden. Dat is het industriële gebied net over de grens van Limburg waar ongeveer 5,5 miljoen mensen wonen. De regio is onderdeel van de deelstaat Noordrijn-Westfalen.

De Nederlandse online supermarkt voert een strategie waarbij het stad voor stad groeit. Mond tot mond-reclame speelt hierdoor ook een rol van betekenis bij het lokaal bekend worden van het merk. In minder dan een jaar weet het bedrijf iedere nieuwe stad operationeel winstgevend te maken.

Picnic wil een tweede distributiecentrum laten bouwen in de regio om de beoogde groei mogelijk te maken. Alle orders worden nu vanuit Viersen verscheept.

Open marktplaats voor horeca-ondernemers en leveranciers van start

Foodl, een open marktplaats voor chefs, ondernemers, foodies en horecaleveranciers, is deze week experimenteel van start gegaan. Het platform faciliteert ‘open en directe handel’ tussen horecaondernemers en leveranciers.

De open dialoog tussen vraag en aanbod faciliteert volgens het platform een directe feedbackloop die voor veel voedingsproducenten tot op heden niet beschikbaar is. Bestellen gaat via een webapp, waarbij ondernemers direct toegang hebben tot het assortiment. De ordering en facturatie verloopt via Foodl.

Foodl gaat live in het vierde kwartaal van 2019, maar in augustus volgt eerst nog een proef in drie verschillende categorieën en met diverse logistieke oplossingen.

Foodl verwacht in het eerste jaar een omzet van 1 miljoen te behalen en houdt rekening met ‘exponentiële groei’.

Deliveroo test herbruikbare verpakkingen in Hasselt

Deliveroo, de Stad Hasselt en Recycling Netwerk Benelux gaan experimenteren met herbruikbare verpakkingen. Nu verdwijnt na de bezorging van een maaltijd de verpakking vaak nog bij het (plastic) afval.

Een inzamelpunt voor de verpakkingen of een systeem met statiegeld, allerlei mogelijkheden worden bekeken.

Voor Hasselt past het project binnen de transitie van een lineaire naar een circulaire economie, een ambitie die de Limburgse hoofdstad wil waarmaken.

De test gaat na de zomer van start.

Een sterke missie maakt een sterk merk

We zijn superloyaal aan een merk waarvan we écht houden. Maar in hoeverre hebben brand managers en marketeers invloed op hoe de consument het merk ervaart? Betekenisvolle merken die een gevoel kunnen losmaken bij consumenten maken het verschil en onderscheiden zich van de rest. Dit zijn de lessen van branding experts die tijdens SXSW inspirerende presentaties gaven.

Eerst even terug naar de basis: een merk is wat het publiek denkt, voelt en ervaart bij jouw bedrijf. Dit bestaat uit twee delen:

  • Brand identity: dit is wat marketeers en brand managers zelf kunnen beïnvloeden.
  • Brand image: dit is wat het publiek ziet. Ofwel: hoe ze jouw merk ervaren, wat voor gevoel ze hierbij hebben. Dit kan voor iedereen iets anders zijn.

Reviews van andere consumenten zijn hierbij onmisbaar geworden: negentig procent van de consumenten vertrouwt online peer reviews (hoe anderen een merk zien), terwijl maar dertig procent advertenties vertrouwt (hoe een merk zichzelf positioneert). Bron: Nielsen

Stand for something to stand out

Veel consumenten hebben keuzestress. Tegenwoordig zijn er veel verschillende producten op de markt en tot op zekere hoogte lijken veel van deze producten ook weer op elkaar. Het is voor een merk of product niet meer voldoende om ‘gewoon anders dan de rest’ te zijn; je moet betekenisvol zijn, ofwel een duidelijke purpose hebben. Diezelfde purpose kan ook meteen aan betekenisvolle differentiatie bijdragen.

Een mooi voorbeeld van een merk met een duidelijke purpose, waar ze al jaren aan vasthouden, is Tony’s Chocolonely. Tijdens SXSW was Tony’s Chocolonely aanwezig met een presentatie en chocotruck, waar ze hun verhaal vertelden en je chocolade kon proeven. De chocolade van Milka smaakt misschien net zo lekker als chocolade van Tony’s Chocolonely, maar toch kies ik in de supermarkt voor een reep Tony’s Chocolonely, omdat ik weet dat het honderd procent slaafvrije chocolade is én het een Nederlands merk is. Veel consumenten willen graag bijdragen aan zo’n duidelijke purpose en zijn zelfs bereid hier meer voor te betalen.

Wat is de onderscheidende factor?

Volgens de brand values pyramid, kan een fancy feature (net als een purpose) bijdragen aan de ‘emotional benefits’ van een merk. Dit moeten we echter niet als differentiatie zien. Een voorbeeld: de opties die men vandaag bij een nieuwe auto kan kiezen, en wat nu dus als differentiatie gezien wordt, kunnen morgen als standaard onderdelen in een auto zitten. Denk bijvoorbeeld aan airconditioning, vroeger was dit een extraatje, maar nu wordt er geen auto meer zonder gemaakt. Dan is je differentiatie dus weg, en wat is dan je onderscheidende factor? Alleen als jouw onderscheidend vermogen écht betekenisvol is en je dit consistent (make & keep a promise!) blijft benadrukken en ook daadwerkelijk uitvoert, zal je jezelf op lange termijn kunnen onderscheiden van de rest.

Waar kan jij de kloof tussen wat je zegt en wat je werkelijk doet dichten? Wees zo transparant mogelijk naar consumenten toe, helemaal omdat steeds minder mensen écht begrijpen waar merken voor staan. Onderzoek van The Naked Brand toont aan dat er een 21 procent daling is van het aantal mensen dat merken begrijpt. Zorg dus dat jij duidelijk bent in wie je bent en wat je doet, zodat ze jou in ieder geval begrijpen.

Ik krijg een heel apart gevoel van binnen…

Merken die betekenisvol zijn en ertoe doen unlocken een gevoel of emotie bij mensen. En juist het creëren van dat gevoel is extra belangrijk tegenwoordig. Met behulp van data kunnen we veel relevanter en persoonlijker communiceren met mensen, maar we moeten onszelf ook weer niet verliezen in het gebruik van data. Het gevoel wat je bij mensen veroorzaakt is nog steeds één van de belangrijkste zaken die bijdragen aan je merkwaarde. Een merk wordt pas echt herinnerd als het een bepaald gevoel of een bepaalde emotie los kan maken bij mensen. Kortom, relevante marketing die een gevoel bij mensen creëert, in plaats van het alleen maar pushen van je boodschap naar zoveel mogelijk mensen.

Dus, zorg dat je merk zich onderscheidt van de rest, doordat het ergens voor staat dat betekenisvol is voor consumenten. Als dit transparant en duidelijk gecommuniceerd wordt naar consumenten en een gevoel losmaakt bij hen, dan ben je goed bezig!

Tijdens SXSW (South by Southwest), het grootste evenement ter wereld op het gebied tech, digital marketing en innovatie, kwam het thema ‘building awesome brands’ ruim aan bod. Tip: Volg Kai D. Wright (spreker tijdens SXSW, schrijver, partner bij Ogilvy, professor bij Columbia University, etc.) op LinkedIn als je meer wil weten over branding. Hij schrijft en deelt wekelijks interessante artikelen over brand building.  

Zoekmachine speurt verdachte voedingssupplementen op

Om voedingssupplementen op te kunnen sporen die ingrediënten bevatten die mogelijke gezondheidsrisico’s met zich mee brengen, heeft de Radboud Universiteit samen met het RIVM een speciale zoekmachine ontwikkeld. Deze kan op basis van berichten op sociale media verdachte producten herkennen.

Er is een groot aanbod aan voedingssupplementen in Nederland. Deze producten zijn populair bij mensen die bijvoorbeeld af willen vallen of meer energie willen hebben bij het sporten. Maar het gebruik van voedingssupplementen is niet zonder gevaren. Zo zijn er voorbeelden van hartklachten en hersenbloedingen bij sommige gebruikers.

Computationeel linguïst Nelleke Oostdijk van de Radboud Universiteit bedacht samen met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een inventieve manier om deze schadelijke supplementen al vroeg op te kunnen sporen.

Online fora bleken hiervoor een goede bron van informatie omdat daar gebruikers op grote schaal hun ervaringen met voedingssupplementen uitwisselen. De onderzoekers ontwikkelden daarom een zoekmachine die automatisch signalen over verdachte supplementen in deze fora kan oppikken. Als meerdere gebruikers een heftig effect ervaren van een supplement, dan kan dit erop duiden dat dit product niet zonder meer voor consumptie geschikt is.

Vervolgens kunnen deze supplementen onderzocht worden in een laboratorium. Als hieruit blijkt dat het supplement stoffen bevat die een gevaar zijn voor de gezondheid, dan is het mogelijk om voor het supplement te waarschuwen of om het van de markt te halen.

Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR). In dit project is onderzocht in hoeverre technieken met big data toegepast kunnen worden in de onderzoeksgebieden van volksgezondheid en milieu.

Foto Pixabay

Albert Heijn zet kunstmatige intelligentie in tegen voedselverspilling

Albert Heijn naar eigen zeggen een nieuwe stap in het verminderen van voedselverspilling met de proef ‘dynamisch afprijzen’. Daarbij worden producten automatisch afgeprijsd op basis van de houdbaarheidsdatum: hoe korter de houdbaarheid, hoe hoger de korting.

Bij dynamisch afprijzen berekent een door Albert Heijn ontwikkeld algoritme automatisch de beste korting om aan het einde van de dag geen onverkoopbare producten over te houden en zo voedselverspilling te verminderen. Het algoritme houdt rekening met onder andere locatie, bonusaanbiedingen, weersomstandigheden, historisch verkoopverloop en voorraad in de winkel.

Bij de producten worden elektronische prijskaartjes geplaatst met daarop twee prijzen: de reguliere prijs en afprijzing bij een specifieke houdbaarheidsdatum. Producten die tegen de uiterste houdbaarheidsdatum lopen, prijst Albert Heijn al jaren af met de ‘35% weggooien is zonde korting-sticker’. Deze sticker wordt voor 10 uur ‘s ochtends op producten geplakt en zorgt ervoor dat ze de hele dag met korting verkocht worden. Dit is een mooie manier om voedselverspilling te verminderen en klanten een korting te geven.

De proef vindt plaats in de Albert Heijn in Zandvoort bij de gevogelte- en visproducten. Albert Heijn heeft zich voor deze proef laten adviseren door antiverspillingsbedrijf Wasteless.

Page generated in 1.782 seconds. Stats plugin by www.blog.ca