Icecat realiseert 24,4 procent omzetgroei

Icecat, de uitgever van productdata voor de e-commercemarkt, zag haar omzetgroei met 24,4 procent toenemen over de eerste zes maanden van 2018. Zonder de overname eerder dit jaar van Syndy, specialist in supermarktdata, zou de autonome groei zo’n 15,6 procent zijn geweest.

De omzet over de eerste zes maanden bedroeg 4,2 miljoen euro, met een bedrijfsresultaat van 444.000 euro.

De kasreserves van Icecat zijn in het eerste halfjaar 2018 ondanks de overname slechts zeer beperkt afgenomen tot 3,4 miljoen euro.

De focus gedurende 2018 zal liggen op het volledig integreren van de Syndy Product Information Management (PIM)-omgeving in Icecats ecosysteem.

Techmerken domineren wereldwijde e-commercekanaal

Techmerken domineren nog steeds het wereldwijde e-commercekanaal in het tweede kwartaal 2018. Dat blijkt uit de jongste cijfers van het Nederlandse Icecat.

Het sterkste online merk was HP, op de voet gevolgd door Lenovo, Acer, Asus en Apple. Andere klimmers waren electronicafabrikant Salora en sportkledingmerken Nike en Adidas.

De Icecatcijfers zijn gebaseerd op 2,27 miljard productdatasheetdownloads van partners va Icecat. Icecat werkt mondiaal voor onder meer Amazon, Ebay, Rakuten, Wehkamp, bol en nog eens honderden merken.

Opvallend is dat de categorie boeken de top 10 is binnengedrongen. Het zijn niet alleen Amazon en bol die boeken online verkopen, maar ook steeds vaker klassieke retailers of marktplaatsen die de koek verdelen.

Andere categorieën die het zeer goed doen zijn hardloopschoenen, voetbalschoenen, huisverven, sweaters en hoodies voor mannen.

Dataplatform GS1 Fashion Base uit de startblokken

De reeds eerder aangekondigde GS1 Fashion Base is officieel gestart in Nederland. Bestseller, Dobotex, Euretco, Just Brands, Microfashion, PVH, Suitable, Van Tilburg Mode en Sport, Van Winkel Fashion en Wehkamp zijn de bedrijven die de komende maanden het dataplatform gaan testen, verder ontwikkelen en gebruiken.

GS1 Fashion Base moet de centrale bron worden voor artikelgegevens. Het vastleggen en delen van gestandaardiseerde artikelgegevens heeft grote voordelen voor alle ketenpartijen, zo zeggen de initiatiefnemers. Het uitwisselen van data wordt eenvoudiger en er ontstaat meer inzicht in de logistieke- en verkoopketen.

GS1 Fashion Base is hier het dataplatform voor het delen van artikelinformatie tussen leverancier en retailer.

Het achterliggende datamodel voor GS1 Fashion Base is gebaseerd op het classificatiemodel van GS1: Global Product Classification (GPC). Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het GS1 US datamodel voor de modesector. Dit datamodel is ontwikkeld door meer dan 150 retailers en leveranciers waaronder Nike, PVH, Wal-Mart, Neiman Marcus, Hudson Bay, Macy’s, Nordtrom.

Binnen vier maanden uitgebreide datapool voor moderetailers

GS1 Nederland en Icecat gaan gezamenlijk een datapool inrichten die wordt gevuld met gestructureerde artikeldata van moderetailers. Het initiatief wordt ondersteund door Inretail en Modint, brancheorganisatie in retail non-food en mode.

Icecat en GS1 Nederland hebben onlangs een samenwerkingsovereenkomst getekend. De nieuwe datapool maakt het makkelijker artikeldata te delen.

Het zijn de sneller wisselende collecties, de kleinere aantallen, het vaker bevoorraden en het online kanaal dat heeft gezorgd voor een compleet nieuwe dynamiek, stellen beide partners.

De wens was dan ook een centrale datapool waarin artikelstamdata en verrijkte productdata gedeeld kan worden voor logistieke, administratieve en vooral ook e-commerce en omnichannel processen.

Het ontbreken van gestandaardiseerde artikelinformatie maakt het uitwisselen van data binnen de modeketen niet zo eenvoudig als het zou kunnen zijn. Dat moet dus veranderen. GS1 heeft in 2016 reeds een verbeterde EDI-berichtenset voor de mode geïntroduceerd. Naast productinformatie wordt het mogelijk foto’s en rich content tussen ketenpartners te delen.

Er zijn verschillende manieren waarop leveranciers en retailers via Icecat artikeldata kunnen aanleveren of ontsluiten: via CSV, XML, JSON en JavaScript inserts. Aanvullend is er een webinterface beschikbaar en zijn er add-ons met populaire ecommerce-omgevingen zoals Magento Commerce, Prestashop, Amazon, eBay, Google Shopping, Akeneo en SAP Hybris. Dit maakt het bedrijven makkelijk om hun artikeldata te delen met al hun partners.

Binnen vier maanden moet het platform in gebruik zijn. De komende periode zal gekeken worden naar een koplopersgroep van leveranciers en retailers die het platform verder helpt te ontwikkelen, waaronder De Bijenkorf, Wehkamp, Just Brands, PVH (Hilfiger, Calvin Klein), Micro Fashion, Dobotex (onder meer F1 en Puma), Van Winkel Fashion, Van Tilburg Mode & Sport, Bestseller en Euretco. De doelmarkt voor dit project is Nederland, maar met het gekozen platform is een internationale uitrol eenvoudig te realiseren.

 

Waarom standaardisatie van productclassificaties een goed idee is

Voor wie echt toegevoegde waarde wil halen uit het PIM-systeem, zijn productclassificatiestandaarden een interessante ontwikkeling. Deze vorm van standaardisatie maakt dat productinformatie eenvoudiger uitwisselbaar is door de hele keten, wat tijd bespaart en fouten voorkomt.

Bedrijven met een Product Informatie Management-systeem (PIM) leggen daar zoveel mogelijk informatie in vast, zowel commerciële als functionele, technische, logistieke en campagnespecifieke kenmerken. Het gaat dan bijvoorbeeld om maten en gewichten, materiaaleigenschappen, verbruikskenmerken, verpakkingsinformatie, keurmerken en zoekmachineoptimalisaties maar ook commerciële aanbevelingen, (sfeer)afbeeldingen, handleidingen en brochures. De informatie wordt gebruikt door alle schakels in de keten – van fabrikant tot verkoopkanaal – en moet relevant, betrouwbaar en volledig zijn. Het PIM-systeem wordt daarom ook wel een single source of truth genoemd.

Idealiter wordt deze informatie gestandaardiseerd. Als zowel de fabrikant als afnemers gelijke kenmerken in hetzelfde format vastlegt dan gaat de datakwaliteit omhoog, is de informatie uitwisselbaar en kunnen er geen fouten ontstaan als gevolg van interpretatieverschillen.

Lagere kosten, minder schadeclaims

Daarnaast worden mogelijke schadeclaims afgewend die ontstaan door ontbrekende of incorrecte productinformatie. Een fabrikant die nalaat te vermelden dat een product sporen van noten kan bevatten waarna iemand een allergische aanval krijgt kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld (wet voedselinformatie). Maar denk bijvoorbeeld ook aan constructieproblemen als gevolg van ontwerpfouten doordat de maatvoering op de productinformatie niet klopte.

Twee standaarden in Nederland: GS1 en ETIM

Standaardisering is dus belangrijk en er zijn veel partijen mee bezig om productclassificaties te bedenken, uit te breiden en in de branche bekend te maken. In Nederland worden twee standaarden veel gebruikt: GS1 en ETIM. GS1 wordt met name in de retail gebruikt. Het is ooit ontstaan in de VS met levensmiddelen en in de jaren zeventig door Albert Heijn naar Nederland gehaald. Daarna zijn andere branches aangehaakt. De standaard is inmiddels goed toepasbaar voor producten van voedselfabrikanten, drogisterijen, gezondheidszorg en bouwmarkten. De tweede standaard, ETIM, is vooral binnen Europa wijdverbreid onder bouw- en installatiebedrijven.

Waarom wordt standaardisatie nog niet door de hele keten toegepast?

Gezien de genoemde kostenvoordelen zou je verwachten dat deze productclassificatiestandaarden door de hele keten worden omarmd. De praktijk is echter weerbarstiger. Veel fabrikanten maken al gebruik van gestandaardiseerde productkenmerken of zijn van plan om dat te gaan doen. Bij groothandels en online retailers kom ik veel ‘tailormade’ classificaties tegen die in de loop der tijd zijn ontstaan vanuit een publicatiebehoefte naar de verschillende kanalen.

Ruimte voor verbetering

Het ideale plaatje is dat de fabrikant gestandaardiseerde data (conform een productclassificatie) aanlevert bij een datapool, een soort marktplaats voor fabrikant en groothandel waar productdata op een gestandaardiseerde manier zijn opgeslagen. Afnemers kunnen deze data gebruiken voor hun eigen PIM- of CMS-systeem. 2BA is bijvoorbeeld zo’n datapool waar producten volgens de ETIM-standaard zijn geclassificeerd. Tweede mogelijkheid is natuurlijk dat de fabrikant die data rechtstreeks aan de retailer of groothandel aanlevert in een gestandaardiseerd uitwisselformaat. PAB2- en BMEcat- bestandsformaten worden veel gebruikt om ETIM-data uit te wisselen.

 

Er is in de gehele keten dus nog genoeg ruimte voor verbetering. Ik zie de volgende kwesties:

  • Classificatiestandaardorganisaties dienen de toepassing daarvan laagdrempelig te maken, tijdig nieuwe klasses te bieden en bestaande klasses te actualiseren op basis van de behoeften van de branche (lees: de klant).
  • Fabrikanten moeten op hun beurt nadenken over hoe ze hun afnemers kunnen overtuigen van het nut van dezelfde productclassificatie gebruiken. Misschien is het een idee om de kostenbesparing die zo wordt gerealiseerd door te geven aan de klant? Daarnaast is het belangrijk dat betrokken brancheverenigingen proberen meer draagvlak te creëren.
  • Retailers kunnen hun e-commerce platforms beter geschikt te maken voor het ondersteunen van classificaties als GS1 en ETIM en standaard data-uitwisselformaten. Een PIM-systeem dat deze standaarden ondersteunt kan uitkomst bieden. Typische functionaliteiten zijn bijvoorbeeld automatisch actualiseren van de gebruikte classificatiestandaard, wizards voor het automatisch koppelen van de juiste klasse, versneld invoeren van klasse-attributen met behulp van bulkupdate, automatisch publiceren van geclassificeerde data in datapools, enzovoorts.

Het PIM-systeem verenigt daarmee het beste van twee werelden: het is een platform waar marketeers hun producten kunnen aanprijzen en waar productdatamanagers specificaties vastleggen die uitwisselbaar zijn met de hele keten.

 

Omzet Icecat naar 7 miljoen euro

De omzet van dataleverancier Icecat steeg in 2017 met zeventien procent tot zeven miljoen euro.

De uitgever van productinformatie voor e-commercebedrijven noteerde een winst van zeven ton en verdubbelden de kasreserve ook door de beursgang tot 4,4 miljoen euro. Het bedrijf staat aan de MKB-beurs NPEX in Amsterdam genoteerd.

Het aantal jaarlijkse productdatasheetdownloads nam in 2017 toe met 55 procent tot dertien miljard. Dat getal zegt niets over de omzet bij webwinkels die de Nederlandse data gebruiken. Het zegt enkel iets over hoe vaak er productdetails zijn weergegeven bij shops, marktplaatsen en vergelijkingssites. Het aantal ondersteunde fabrikantenmerken steeg met 42 procent tot 21 duizend en het geschatte aantal aangesloten e-commercepartners nam toe met 16 procent tot circa 75.000.

“De e-commerce-markt consolideert momenteel steeds meer op populaire platformen als Amazon, Ebay, Google Shopping, Magento Commerce, PrestaShop, en VirtueMart”, aldus het bedrijf in een persbericht.

Icecat heeft onder meer PIM-opdrachten verworven bij de Europese hoofdkantoren van Media Markt Saturn, HP en bij L’Oréal. Het belang van PIM-oplossingen zal in 2018 naar verwachting verder toenemen.” Die bedrijven investeren daarmee in het beter kanaalonafhankelijk kunnen beheren van de marketinginformatie van hun producten.

Foto: thomas8047 (cc)

bol.com wil universele database duurzame producten

bol.com maakt zich sterk voor een universele database van bekende duurzaamheidskenmerken als Max Havelaar, Fairtrade NL en Global Organic Textile Standard (GOTS). Klanten kunnen bij bol.com al filteren op een duurzaam kenmerk, maar de informatie moet nu nog handmatig worden ingevoerd.

In het Belgische dagblad De Standaard roept directeur Huub Vermeulen van bol.com de e-commercebranche, producenten en aanbieders van keurmerken op om de handen ineen te slaan voor de digitalisering van duurzame keurmerken.

Standaarden ontbreken. Nog niet alle keurmerken hebben een database en wanneer dat wel het geval is dan heeft iedere organisatie vaak haar eigen aanpak. Artikelnamen worden anders opgeschreven en artikelnummers verschillen.

Op dit moment worden vijf keurmerken binnen Bol.com getoond en gekoppeld aan circa 3.000 artikelen, terwijl dat er volgens bol 16.000 zouden kunnen zijn.

Datagedreven de concurrentie verslaan op bol.com en Amazon

Marketplaces zoals Amazon, bol.com en Alibaba groeien als kool en bieden kansen op het gebied van traffic en brand exposure. Het omzetaandeel van merken die hun product via deze kanalen verkopen, stijgt in rap tempo. Maar hoe blijf je de concurrentie voor? Alleen met de juiste datagedreven optimalisaties word je succesvol op marketplaces.

Natuurlijk stuur je consumenten liever naar je eigen winkel, maar de realiteit is anders: 56% van de online shoppers begint zijn zoekactie op een marketplace. Dat blijkt ook uit een onderzoek in onze buurlanden vorig jaar. En ook in  Nederland zie je de verschuiving van search engine naar platform: Goodbye Google, hello marketplaces.

“56 procent van de online shoppers begint zijn zoekactie op een  marketplace”

Regel je data

De data achter marketplaces is een lange tijd een geheimzinnige black box geweest. Zonde! Want  het delen van die data maakt verkopers juist nóg succesvoller, en tilt het platform daarbij ook nog eens naar een hoger niveau. Gelukkig snappen de marketplaces dit zelf inmiddels ook, en is er tegenwoordig wél veel data beschikbaar. Niet alleen salesdata, maar ook de traffic naar productpagina’s en de performance hiervan. Hoe gebruik je als verkoper deze data in jouw voordeel? ​5 tips:

1. Kies het juiste platform bij jouw strategie

Dat het doorzetten van consumenten naar een marketplace strategisch waardevol kan zijn, laat het  partnership van Adidas en Zalando zien. Zij ontwikkelden samen een ​exclusieve 3D-tool​ waarbij je je eigen unieke schoen kon ontwerpen. Deze modellen waren alleen verkrijgbaar bij Zalando, waardoor adidas een unieke propositie koppelt aan de marketplace. En vice versa natuurlijk: Deze tool is een enorme branding boost voor Zalando en de sleutel naar een enorme hoeveelheid nieuwe data.

“Kies je voor generalist of specialist?“

Om zo’n prestatie als Adidas te bereiken, is het allereerst belangrijk om het juiste platform voor jouw product te kiezen. Er zijn twee opties: Kies je voor meer ​bereik? Ga dan voor een generalist​, zoals Amazon is in fashion. Of ga je juist voor een hogere conversie? Ga dan voor een  specialistische marketplace, zoals Asos. Elk platform heeft zijn eigen voordelen.

2. Wees vindbaar

Ok, nu heb je het juiste platform, maar kunnen je klanten je ook daadwerkelijk vinden? 64% van de clicks in het listingoverzicht gaat naar de eerste drie posities, dus hier wil je  staan. Hoe je daar komt? Wees vindbaar via search en navigatie: achterhaal hoe jouw klant zoekt en speel hierop  in met de juiste categorieplaatsing, attributen en keyword focused content. Voor echte ​next level​ relevantie doorgrond je het search-algoritme. Tools die je kunnen helpen om het algoritme te begrijpen zijn ​Clavis Insight​, ​Profitero​ of ​Brandview​. Hiermee zie je precies wat je zoekpositie en -aandeel is op relevante zoektermen. Kijk vervolgens wat er gebeurt  als je je ​levertijd​ aanpast, een​ lagere prijs​ biedt, ​reviews​ genereert, of andere ​keywords​ gebruikt.

“64% van de clicks in het listingoverzicht gaat naar de eerste drie posities“

Blijf onderzoeken: Op welke manieren werkt Amazon anders dan bol.com? Test uitgebreid en  analyseer de data, alleen daarmee ga je het algoritme steeds beter begrijpen.

3. Wees zichtbaar

Naast het boosten van organisch verkeer door middel van content en data kun je ook gebruik  maken van ​betaalde opties​. Marketplaces bieden talloze mogelijkheden voor meer en betere zichtbaarheid. In feite geeft adverteren op marketplaces dezelfde mogelijkheden als Google Adwords of Shopping:  adverteren op marketplaces maakt je dan ook zichtbaar in getargete categorieën. Het goed besturen hiervan en investeren in meer zichtbaarheid betaalt zich dubbel en dwars terug.

Zowel Amazon als bol.com maken gebruik van een self-service model, waarmee je zelf controle hebt over je ads en je inzicht krijgt in de data om bij te sturen. Dit gebruik je om je ROAS (Return on Advertising Spend) onder controle te houden en te optimaliseren. Adverteren met marketplaces echt goed aanpakken? Maak dan meerdere campagnes  aan op dezelfde product en om je relevantie en zichtbaarheid te verhogen. Meet vervolgens het bereik, het klikgedrag en de conversie van je campagne. Resultaten binnen? Maak weloverwogen beslissingen op basis hiervan en gebruik je resultaten in je marketingstrategie. Maar vooral: meten en optimaliseren tot je erbij neervalt!

4. Focus op hogere conversie

Inderdaad, het klopt dat marketplaces een breder publiek bereiken. Maar hun specialisatie ligt in het behalen van een zo hoog mogelijke conversie! En dat is goed nieuws, want in de meeste gevallen resulteert dit in meer verkopen dan via je eigen shop. Ook bestellen klanten sneller: ze zijn namelijk al gewend om te bestellen via dat platform en hebben vaak al een account. Kortom, ze voelen zich daar comfortabel, de drempel ligt lager en klanten doen dus sneller een aankoop. Sterker nog, ze hebben de apps al op hun telefoon!

De gouden tip om je conversie te verhogen? Content. Verbeteren van images, video’s, attributen en  productbeschrijvingen leidt tot een conversie-uplift van wel 35%! En we kunnen het niet vaak genoeg zeggen: mobile first, mobile first, mobile first. Mobiel neemt in 2018 namelijk ​zo’n 40% van alle e-commerceverkopen voor haar rekening​. Met tools als ​ProductsUp​, ​DataFeedwatch​, ​Channeladvisor​ of ​Channable​ kun je vanuit  jouw PIM content eenvoudig uploaden en analyseren of alle benodigde elementen zijn gevuld. Daarnaast biedt Amazon twee soorten extra verrijkte pagina’s aan: A+ enhanced marketing content  (voor leveranciers) en enhanced brand content (voor verkopers). Hiermee geef je consumenten nog betere informatie, en krijg je betere posities in de zoekresultaten.

5. Retentie via customer experience

Klanten aan je binden via marketplaces lijkt een hele uitdaging. De platformen staan het bijvoorbeeld niet toe om flyers mee te sturen in pakketten of om actief consumenten te benaderen (mits het gaat om orderafhandeling). Maar hoe komt die klant dan weer bij je terug? Het klinkt misschien logisch: fix your basics. Zorg voor perfecte service en een goede consumentenervaring, zowel in de afhandeling van de order als in de aftersales. Daarnaast zijn er wel degelijk mogelijkheden om via marketplaces waarde aan je merk toe te voegen: Denk aan Adidas, zoals hierboven besproken, maar ook minder complexe samenwerkingsmogelijkheden zijn effectief.

Verleid je klant tot het registreren van zijn gegevens op je eigen website voor extra service of garantie na aanschaf. Hiermee vul je je eigen database met gegevens. Deze kun je vervolgens gebruiken in een retargetingcampagne. Als die campagne vervolgens landt op de marketplace waar je klant het product eerder heeft gekocht, creëer je een ​dubbele loyalty loop.

De potentiële data die je uit marketplaces kunt halen, is goud waard. Het embedden van marketplace-initiatieven in je online retailstrategie kan dan ook van enorme waarde zijn. Wel heeft het grote impact op je organisatie. Wil je marketplaces goed aanpakken? Organiseer je teams: zorg voor de juiste content, paid marketing en dataspecialisten om een schat aan informatie te borgen die je merk én sales alleen maar verder gaat brengen.

Spotify crowdsourcet muziekkennis bij fans

Spotify gaat zijn gebruikers vragen om metadata over muziek te geven, aanvullen of verfijnen. Met Line-In wil het muziekbedrijf de kern van het bedrijf, muziek en data daarover, laten corrigeren en verbeteren.

Met betere data, zo stelt Spotify, krijgen muzikanten beter het publiek dat ze verdienen en kunnen luisteraars makkelijker nieuwe, andere muziek ontdekken. Zo luidt de summiere verklaring bij de lancering van Line-In.

Deze nieuwe manier van crowdsourcing laat gebruikers verschillende soorten metadata aanvullen en corrigeren. Daaronder: genre, aliassen van de artiest, titel, talen, stemming, tags, rollen van een artiest en de externe URL.

Muziekdata zijn enkel te bewerken op de desktop, niet via de mobiele app.

Foto: Wendolin Jacober (cc)

Google Shopping sluit API voor Magento: wat te doen?

Over drie weken verdwijnt de API waarmee onder meer Magento-gebruikers hun webwinkel direct integreren met Google Shopping. Wat is het alternatief?

Google gaat de API sluiten waarmee gebruikers van Magento, PrestaShop en BigCommerce hun e-commerceplatform integreren met het Google Merchant Center. Dat blijkt uit e-mails die het bedrijf stuurde aan partners. Volgens het bericht werkt de API na 20 maart aanstaande niet meer.

‘Ad experience’ krijgt de aandacht

De integratie wordt vooral gebruikt door e-commercebedrijven die hun online assortiment één op één willen doorzetten naar het Merchant Center, om er vervolgens advertenties mee aan te maken in Google Shopping. Voor het maken van een campagne in Google Shopping heeft het winkelbedrijf een feed nodig die alle belangrijke productgegevens bevat. Om dat niet handmatig te hoeven uploaden, stelde Google dus een API beschikbaar om het e-commerceplatform te koppelen.

In een van de e-mails die naar buiten is gekomen zegt Google de API te sluiten om zich beter te kunnen focussen. Het bedrijf wil de ‘ad experience’ – hoe campagnes en het aanmaken ervan worden ervaren dus – verbeteren. Hoogstwaarschijnlijk wil Google ervoor zorgen dat de productdata die in Shopping belandt van een hoger niveau wordt. De directe integratie via de API zorgde ervoor dat bedrijven in advertenties exact dezelfde data gebruikten als op de eigen site. Terwijl Google juist wil dat verkopers de informatie optimaliseren. Beschikt zo’n bedrijf bijvoorbeeld over broeken in verschillende maten en kleuren dan is de titel van de productpagina vrij generiek. Google wil juist dat alle relevante info – bijvoorbeeld merk, kleur, maat en het geslacht waarvoor het product bedoeld is – wordt opgenomen.

Wat te doen?

David ter Telgte, Online Marketing Consultant bij ClickValue, benadrukt dat alleen bedrijven die geen eigen productfeed kunnen genereren vanuit hun shop in actie moeten komen. Googles keuze lijkt in praktijk dus niet tot al te grote problemen te leiden. Is er een productfeed beschikbaar dan is die met een willekeurige feedmanagementtool te bewerken en te uploaden naar het Merchant Center.

Zelf werkt Ter Telgte veel met de software van Channable. “Die tool biedt legio mogelijkheden”. In een eerder interview met oprichter Rob van Nuenen kwam al naar voren hoe dit precies in zijn werk gaat. Channable legt een directe link met onder meer Magento, de e-commercemanagers kunnen vervolgens alle productinformatie beheren en doorsturen vanuit één centrale plek. Als alternatief noemt de marketing consultant de module van Magmodules om vanuit de back-end van Magento een feed te genereren en door te sturen naar Channable.

Zoals reeds gemeld lijkt het erop dat Google er geen trek meer in heeft om voor ieder platform de dataconversies mogelijk te maken. Door dit als verantwoordelijkheid bij de webwinkels neer te leggen komt het werk waarschijnlijk uit bij de marketingbureaus. Die zijn toch al gespecialiseerd in (het in bulk uploaden van) reclameteksten.

ATPCO neemt Routehappy over

ATPCO, het bedrijf dat ervoor zorgt dat tarieven van vluchten en de bijbehorende voorwaarden worden geladen in de reserveringssystemen, heeft Routehappy overgenomen. Routehappy is een platform dat inzichtelijk maakt welke extra’s airlines bieden en rekenen. Het wordt onder andere gebruikt door Travix.

ATPCO en Routehappy werken sinds april vorig jaar al samen. De toegevoegde waarde zit hem voor ATPCO in de rijke content die Routehappy ontsluit. Ofschoon het gros van de ticketboekingen nog altijd via een Global Distribution System (GDS) loopt en die informatie dus door ATPCO is geleverd (naar eigen zeggen 87 procent van de wereldwijde ticketverkopen), bewegen steeds meer airlines richting direct connect omdat ze de GDS’en te duur vinden en omdat de systemen geen ‘rijke’ shoppingbeleving bieden (al zijn ze hard bezig om daar verandering in te brengen). Daar komt bij dat geen enkele luchtvaartmaatschappij nog all-in ticketprijzen hanteert waardoor het lastig is voor de consument om een goede vergelijking te maken. Routehappy is in dat gat gesprongen en met de overname erkent ATPCO dat dat de weg voorwaarts is. “Het samenbrengen van de ongeëvenaarde rijke content van Routehappy met de breedte van ATPCO’s tarievendata betekent dat luchtvaartmaatschappijen gemakkelijker de look & feel van hun aanbod kunnen bepalen in alle saleskanalen,” aldus het bedrijf bij de aankondiging.

Routehappy is een Amerikaans bedrijf dat in 2011 werd opgericht en meer dan 65 klanten heeft in de reisbranche wereldwijd, waaronder zoals gezegd Travix, maar ook Google, Expedia, Sabre en United Airlines. Om beter inzichtelijk te maken wat een passagier koopt, onderscheidt Routehappy vier contentcategorieën: Scores (beoordelingen van passagiers), Amenities (de faciliteiten en diensten die de airline biedt), Universal Product Attributes (de manier waarop het product wordt getoond) en Universal Ticket Attributes (het weergeven van de voorwaarden, extra’s en eventuele kosten daarvan). Deze informatie is op te roepen via API’s. Gezien de dominantie van ATPCO ligt het voor de hand te veronderstellen dat dit de standaard wordt in de luchtvaart voor het weergeven van rijke content.

Voor ATPCO is het de eerste acquisitie in het 53-jarig bestaan. Het is niet bekendgemaakt hoeveel ATPCO heeft neergeteld voor Routehappy.

Universal Ticket Attributes

Universal Product Attributes

Icecat lanceert eigen cryptomunt

Icecat, aanbieder van productinformatie in de e-commercemarkt, gaat een eigen cryptomunt ICURY lanceren. De Icecat CryptocURrencY moet een rol gaan spelen bij betalingen en contentcreatie binnen Icecats bestaande ecosysteem.

Icecat gaat het token inzetten als vooruitbetaling voor haar diensten tegen een gegarandeerde minimumwaarde.

Voor de technische creatie en uitgifte van de ICURY werkt Icecat nauw samen met het Tacxe/Ledgable blockchain-team. Wanneer de munt het levenslicht ziet is nog niet bekend.

Het beursgenoteerde Icecat benadrukt dat de munt uitgegeven wordt door een ‘winstgevende business met substantie, niet door een startup met slechts een businessconcept’.

Alibaba brengt kunstmatige intelligentie naar fysieke modewinkels

De Chinese techreus Alibaba experimenteert in dertien fysieke modewinkels met zijn zelfontwikkelde FashionAI. Deze technologie geeft de shopper in de paskamer, via projecties op de spiegel, kledingadviezen.

De eerste proef op schaal was vorige week elf november tijdens Single’s Day. Toen kon Alibaba, initiatiefnemer van die dag, publiek naar de deelnemende winkels sturen en de opgedane ervaringen terugstoppen in het leermodel. Want dat is hoe het werkt: met machine learning.

FashionAI baseert zijn adviezen niet enkel op de ervaringen in de deelnemende winkels. Verre van dat zelfs. De meeste data komen van internet. Op het oog gaat dat om zachte variabelen als smaak en voorkeur van designers en influencers. Maar wanneer die op een grote hoop worden geveegd en in het kleedhokje interactief gepresenteerd dan ontstaat er een soort dialoog over smaak.

De spiegels in de pashokjes weten welke items een shopper bij zich draagt vanwege de kleine RFID-achtige sensoren die erin zitten. Technology Review beschrijft hier hoe de paskleding van een winkelende dame wordt herkend en hoe vervolgens passende accessoires worden getoond.

De suggesties van aan klanten verschillen per winkelformule, want retailformule is ook een van de factoren waar de AI rekening mee houdt.

Het idee van interactieve spiegels in paskamers is niet nieuws. Wat Alibaba echter toevoegt zijn de factoren machine learning en big data. Die brengen specificaties van honderdduizenden producten en zaken als smaak en stijl bij elkaar. Een platform als Zalando, natuurlijk ook op zoek naar meer AI-specialisten, moet in Europa in staat worden geacht om de rol van dataleverancier op zich te nemen in dit soort ketens.

Foto: Calvin Lee (cc)

Omzet Icecat groeit 22 procent tot 3,4 miljoen

Dataleverancier voor e-commercepartijen Icecat heeft de omzet en winst over het eerste halfjaar van 2017 zien groeien. Klanten als Amazon, Media Markt en Walmart halen de banden met de Nederlanders aan en die profiteren daar financieel van.

Dat valt te lezen in de toelichting op de financiële cijfers die Icecat vanochtend publiceerde. Sinds maart van dit jaar staat de Amsterdamse onderneming aan de beurs genoteerd.

De omzet steeg met 21,5 procent tot 3,4 miljoen euro, de winst voor belasting met 17 procent tot 452.000 euro. Er zit, mede dankzij de beursgang tot 4,4 miljoen euro opleverde, 1,5 miljoen euro in kas.

Icecat voorziet in de meeste landen ter wereld webwinkels en vergelijkers van productinformatie. Onder hen ook grote partijen als Amazon, eBay, bol.com Media Markt en Walmart. Fabrikanten betalen voor opname van hun informatie in de database, e-commercebedrijven nemen het gratis af. Directeur Martijn Hoogeveen: “Netwerkeffecten beginnen zichtbaar te worden nu e-commercegiganten hun samenwerking met Icecat intensiveren.”

Het aantal downloads van productinformatiesets steeg met tweederde tot 6,5 miljard. Het aantal productcategorieën steeg met dertig procent tot 4,200. Dat zegt dat consumenten steeds meer rondsnuffelen op e-commerceplatformen, op zoek naar informatie, en dat het aanbod nog steeds met dubbele cijfers groeit. Deze cijfers omvatten geen financiële gegevens van shops, maar vertellen iets over hoeveel productdata webshops, veilingen en vergelijkers opvroegen.

Foto: Steve Johnson (cc)

Nieuwe investering voor inRiver

Het Zweedse technologiebedrijf inRiver, internationaal toeleverancier aan e-commercebedrijven, haalt in een nieuwe investeringsronde 10,5 miljoen euro groeigeld op.

De huidige externe aandeelhouders Verdane Capital, Industrifonden en Zobito doen mee in deze ronde. Daarnaast krijgt het bedrijf een lening van de Europese Investeringsbank. In totaal gaat het om een investering van 10,5 miljoen euro. Twee jaar geleden haalde het tien jaar oude bedrijf ook tien miljoen euro.

inRiver levert een technologie, product information management (PIM), waarmee webwinkels maar bijvoorbeeld ook merkfabrikanten vanuit één overkoepelend systeem productinformatie kunnen beheren. Daarbij is te denken aan technische specificaties van producten maar ook productfotografie en videocommercials. Het nut ervan is dat alle informatie beschikbaar is voor iedere type mediakanaal uit een gecontroleerde bron.

Tot de klanten behoren onder meer Wehkamp, Body & Fit, Draka, Gazelle, Volvo en L’Oreal.

Foto: Kieran Lynam (cc)

Page generated in 2.149 seconds. Stats plugin by www.blog.ca