EIT Digital opent innovatiecentrum fintech in Amsterdam

EIT Digital opent volgende maand een innovatiecentrum in het gebouw van zijn partner Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) in Amsterdam. Daarmee wil EIT Digital samen met zijn partners een impuls geven aan de fintech-ontwikkelingen in Nederland en Europa.

Directe aanleiding voor het openen van een tweede EIT Digital vestiging is een wens van EIT Digital Partners Bright Cape, CWI, ING Bank, en TNO die binnen het pan-Europese ecosysteem van EIT Digital meewerken aan diverse innovatie-activiteiten. De gemeente Amsterdam steunt dit voorstel waarvoor CWI de locatie aanbiedt.

EIT Digital is een Europese innovatie en educatie organisatie en onderdeel van het European Institute of Innovation and Technology.

Volgens Patrick Essers, directeur EIT Digital Nederland, is het voor de Nederlandse kenniseconomie erg belangrijk goed te investeren in digitale zaken. Via de vestiging in het financiële hart van Amsterdam, wil men financiële producten en diensten ontwikkelen op basis van technologieën als blockchain, kunstmatige intelligentie en cyberbeveiliging. ‘Tegelijkertijd gaan we vanuit Amsterdam Europese fintech scaleups helpen hun markten te vergroten en internationaal kapitaal aan te trekken.’

Op 2 november is de feestelijke opening van de nieuwe locatie bij CWI op het Science Park 123. Onder meer Willem Jonker, CEO van EIT Digital, Peter Penning, IT-manager ING Bank, Leonard Franken van het AFM en Ger Baron, CTO van de gemeente Amsterdam spreken dan over het belang van het ondersteunen van fintechbedrijven. Tijs van der Storm, onderzoeker bij CWI, zal het gaan hebben over de blockchain activiteiten die CWI, samen met ING Bank, de Technische Universiteit Berlijn en Deutsche Telekom AG binnen EIT Digital uitvoert.

 

 

135.000 Nederlandse huishoudens hebben cryptogeld

Nederland telt op dit moment 135.000 huishoudens die cryptovaluta bezitten. Vanaf het begin van dit jaar is een forse groei ingezet. Er zijn nu al twee keer zoveel huishoudens actief in cryptovaluta als een jaar geleden. Dit blijkt uit een onderzoek dat Kantar TNS (voorheen TNS NIPO) uitvoerde onder 35.379 huishoudens.

Bezitters van cryptovaluta hebben beslist niet het profiel van de klassieke belegger in effecten, zegt TNS. Ze zijn jonger en hebben nauwelijks een hoger inkomen dan niet-bezitters van cryptovaluta. Ook opleiding speelt nauwelijks een rol: 42 procent heeft hooguit een middelbare beroepsopleiding gevolgd.

Nederlanders stapten aanvankelijk voorzichtig in cryptovaluta, maar tonen nu iets meer lef. 43 procent heeft er hooguit 100 euro aan besteed. Beleggen in cryptovaluta heeft voor deze grote groep huishoudens meer het karakter van een staatlot. Een bijna even grote groep is met een bedrag tussen de 100 en 1.000 euro ingestapt en slechts 15 procent investeerde grotere bedragen.

Anders dan wellicht gedacht maakt lang niet iedereen met cryptovaluta een spectaculaire boekwinst: 35 procent is er grosso modo nog niet op vooruit gegaan en 16 procent staat op verlies.

Ali Niknam (Oprichter Bunq): ‘Ik ben gewoon een nerd die de wereld beter wil maken’

Een van de spannende spelers in de bancaire wereld is Bunq. Oppernerd Ali Niknam (oprichter en enige aandeelhouder) in gesprek met Ronnie Overgoor. ‘Van veel dingen die worden verzonnen en die worden gedaan wordt de effectiviteit nooit gemeten. Ze kijken niet of het wel echt werkt. Wat er fout is aan de bankwereld is dat er heel veel mono-cultuur is. Voor Bunq, en ook naast Bunq, bestaat er eigenlijk geen diversiteit. Iedereen doet min of meer hetzelfde, de ervaring bij de banken is min of meer hetzelfde en de mensen die er werken zijn min of meer hetzelfde.’

Verzekeraars organiseren eerste Nederlandse InsurTech Roundtable

Het Verbond van Verzekeraars organiseert op 31 oktober 2017 de eerste Nederlandse InsurTech Roundtable voor InsurTech start-ups, scale-ups en de verantwoordelijken voor innovatie bij verzekeraars. De bijeenkomst staat vooral in het teken van samenwerking tussen InsurTechs en verzekeraars.

Inspirerende en toonaangevende sprekers uit de wereld van de InsurTech hebben hun deelname al toegezegd, net als een aantal gelauwerde InsurTechs uit Nederland en andere Europese landen, zo laat het verbond weten.

Zij gaan met elkaar en met de andere genodigden in debat over de trends en uitdagingen, vanuit het perspectief van zowel InsurTechs als verzekeraars.

Deelname kan alleen op uitnodiging. Het volledige programma wordt binnenkort bekend gemaakt.

Deutsche Bank publiceert broncode tradingtechnologie

Deutsche Bank maakt 150.000 regels broncode van zijn tradingtechnologie Autobahn beschikbaar als opensourcesoftware. Daarmee wil het de tradingmarkt vereenvoudigen.

De actie moet ervoor zorgen dat er aan gedeelde standaard ontstaat waardoor systemen van de vele technologieleveranciers allemaal met elkaar overweg kunnen. Nu is het vaak zo dat de financiële instellingen veel losse programma’s naast elkaar moeten draaien die niet met elkaar overweg kunnen.

De code, Plexus Interop genaamd, kan ook worden geïntegreerd met chatdienst Symphony.

Nieuwe Europese betaalregels kunnen customer journey ingewikkelder maken

Een extra stap in het online bestelproces betekent dat er een afhaakmoment bijkomt voor de consument. Toch moeten webshops rekening houden met meer complexiteit in de customer journey. De oorzaak: de Payment Services Directive 2 (PSD2) van de Europese Unie, die op 12 juli 2018 van kracht wordt.

De belangrijkste doelstellingen van de PSD2 zijn het veiliger maken van het intra-Europese betalingsverkeer en voorwaarden scheppen zodat er meer wordt geïnnoveerd in de financiële sector. De grootste markten in Europa hebben PSD2 al vertaald in nationale wetgeving, waaronder Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. In Nederland is er nog geen nieuwe wet en het ziet ernaar uit dat die nog even op zich laat wachten: de verwachting is dat de Tweede Kamer er in december over stemt, waarna het nog langs de Eerste Kamer moet. Dat terwijl de deadline 13 januari is, waarna het bedrijfsleven zes maanden krijgt om de nieuwe regels uit te voeren.

In het VK hebben ze besloten dat de Brexit geen invloed heeft op de implementatie van PSD2. Sterker nog: de Britten hebben de Europese regelgeving aangescherpt. Zo heeft Europa eerder aangegeven dat de kosten van interchange fees bij creditcardbetalingen niet hoger mogen zijn dan 0,3 procent van de totale transactiewaarde. Let wel: het gaat alleen om consumentenkaarten, corporate cards vallen hier niet onder. Bij pinpassen is de maximale fee 0,2 procent. Het VK heeft in de nieuwe van PSD2 afgeleide betaalwet besloten dat er helemaal geen kosten mogen worden gerekend voor betalingen van consumenten, ongeacht de methode.

Wie dus internationaal zakendoet, moet er rekening mee houden dat PSD2 de basis vormt voor nationale wetgeving en dat die nationale wet strenger kan zijn dan de Europese regels. Dat is niet erg als je een Nederlandse webshop hebt waar andere Europeanen ook spullen bestellen, maar als je met lokale domeinnamen werkt, zal je je op de hoogte moeten brengen van de daar geldende betalingsregels.

3D-Secure authenticatie

Een andere belangrijke implicatie van PSD2 die het leven ingewikkelder maakt, betreft de authenticatiemethode. De banken die de betaalkaarten uitgeven (issuing banks) hebben al te maken met 3D-Secure authenticatie (3DS), waarbij ze kunnen kiezen uit wat de klant ‘is’ (bijvoorbeeld vingerafdrukken of spraakherkenning), ‘bezit’ (een pas of een smartphone) en/of ‘weet’ (wachtwoord, pincode, enzovoorts). PSD2 eist een tweetrapscontrole: twee van de drie mogelijkheden moeten worden gebruikt om betalingen te verifiëren. Het is dus mogelijk niet langer genoeg als de klant een sms-code ontvangt die op de website moet worden ingevoerd, dat vindt de EU onvoldoende veilig.

In de Benelux zal zo’n tweetrapsbeveiliging geen probleem vormen, daar zijn consumenten tech-savvy en wennen ze snel aan veranderingen. Maar in een land als Frankrijk is dat veel minder het geval. Er zijn genoeg mensen zonder smartphone of die geen gebruikmaken van een bankierenapp. Het is daar ook niet gebruikelijk om een token device te gebruiken bij een online betaling. Banken zijn er niet zo progressief als in Nederland en het zal daardoor lastig worden om de onwennige Franse consument van de noodzaak van de nieuwe authenticatieprocedure te overtuigen. Voor merchants die in Frankrijk zakendoen heeft dat mogelijk gevolgen voor de conversieratio’s tijdens de overgangsperiode. De introductie van 3DS, waarbij Franse klanten voortaan hun geboortedatum moesten invullen, leverde een daling van 13 procent op. Klanten wilden er gewoon niet aan. Nog los van het feit dat dit een farce was als veiligheidsmaatregel, want aan dergelijke informatie is vrij gemakkelijk te komen door kwaadwillenden. De nieuwe authenticatieregels zijn veel veiliger maar geven ook meer gedoe vanuit het oogpunt van de gebruiker. Maar hoe moet je als bank omgaan met klanten die geen smartphone hebben maar wel vanaf hun desktop online willen winkelen? Franse banken bieden hun klanten zelden token oplossingen, zoals een eenmalig wachtwoord of een kaartlezer zoals de Random Reader van de Rabobank. Het wordt interessant om te zien hoe de Franse banken aan de nieuwe regels gaan voldoen en welke relevante oplossingen zij hun klanten aan zullen bieden buiten smartphone apps.

Terugkerende betalingen

In artikel 13 van het huidige ontwerp van de regelgevende technische standaard van PSD2 zijn terugkerende betalingen gedekt en worden vrijstellingen toegestaan voor reeksen van betalingen van hetzelfde bedrag aan dezelfde begunstigde (merchant). Maar er zijn geen vrijstellingen toegestaan ​​als het bedrag wordt gewijzigd. Dat kan voor zowel merchants als klanten lastig zijn wanneer abonnementen zijn gebaseerd op de daadwerkelijke afname, waardoor zowel het bedrag als de periode kan variëren.

Daar komt bij dat banken zelf mogen kiezen op welke manier ze de tweetrapsauthenticatie uitvoeren. Als elke bank een ander proces hanteert, moet de merchant bij een betaling vragen bij welke bank de klant zit, zodat het juiste protocol kan worden gestart. Dat zorgt ook voor complexiteit.

Valt dit niet te omzeilen? Het is zoals gezegd mogelijk dat merchants op een whitelist komen te staan, waardoor ze in sommige gevallen zijn uitgezonderd van de authenticatieregels, bijvoorbeeld omdat het om een periodiek terugkerend bedrag gaat. De vraag is alleen wie bepaalt of de merchant zo’n uitzonderingspositie krijgt. De consument/kaarthouder? De bank? Dat moet nog duidelijk worden

Nog niet klaar voor nieuwe spelers

De tweede doelstelling van PSD2 is om mogelijk te maken dat nieuwe partijen de markt betreden die voor vernieuwing zorgen. Dat kan echter alleen als banken op dezelfde manier communiceren met elkaar en akkoord gaan met het ontvangen en verzenden van geld. Maar als het gaat om innovatie in betaalmethoden dan heeft elk land en soms zelfs elke bank een eigen visie. Het VK heeft ‘Faster Payment’ ingevoerd, wat door de grootste Britse banken wordt gebruikt, maar daarbuiten niet werkt. Hetzelfde geldt voor Denemarken met Nets. Er is een pan-Europees initiatief, SEPA Credit Instant, dat wordt gepromoot door de Europese Central Bank. Daaraan kunnen banken echter al meedoen als ze bereid zijn fondsen te ontvangen. Ze zijn niet verplicht om geld door te sturen. Hierdoor lopen geldstromen natuurlijk vast. Om een succes te worden moet een meerderheid van de banken in Europa meedoen met SEPA Credit Instant én geld niet alleen in ontvangst nemen, maar ook doorsturen.

We zitten in een interessante overgangsperiode waarin we niet alleen verschillende interpretaties van PSD2 gaan zien per land maar ook per bank. Dat kan voor nog meer complexiteit in de customer journey zorgen, naast de onvermijdelijke extra stap in de betalingsafhandeling. Het is te hopen dat er een mate van standaardisatie zal worden toegepast maar dat zal helaas niet met ingang van juli volgend jaar het geval zijn.

Centraal Beheer gaat zelfrijdende elektrische deelauto’s verzekeren

Centraal Beheer gaat naar eigen zeggen als eerste in Nederland zelfrijdende elektrische deelauto’s verzekeren. Moederbedrijf Achmea heeft hiervoor een overeenkomst gesloten met de Eindhovense scale-up Amber.

De wereld van mobiliteit verandert sneller dan ooit tevoren, stellen beide partners. Robert Otto, lid van de Raad van Bestuur van Achmea, denkt dat de huidige autoverzekering binnenkort op de schop gaat. Gegevens op basis waarvan momenteel de premies worden berekend zijn straks deels niet meer relevant. ‘In de toekomst werken we niet meer met statistische data (schadehistorie), maar met realtime data.’

De zelfrijdende auto’s van Amber die Centraal Beheer gaat verzekeren, verplaatsen zich autonoom zonder een bestuurder die corrigerend optreedt. De software in deze auto’s kan aan de hand van realtime data voorspellen op welke tijdstippen en locaties de vraag naar deelauto’s groot is.

Achmea heeft met Centraal Beheer en enkele andere merken 2.3 miljoen autoverzekeringen in portefeuille. Daarmee is het bedrijf de grootste autoverzekeraar van Nederland.

Amber beheert op dit moment enkele tientallen elektrische BMW i3’s, die als deelauto’s worden ingezet op de High Tech Campus in Eindhoven. Volgend jaar wordt dit uitgebreid met testen op afgesloten stukken weg. De vloot van Amber zal de komende jaren snel oplopen naar enkele duizenden auto’s.

 

Dit jaar aanzienlijk minder overstappers zorgverzekeringen

Vergelijkers voor zorgverzekeringen krijgen het dit jaar vermoedelijk minder druk. 910.000 Nederlanders (5,4 procent) zijn van plan om in 2018 over te stappen van zorgverzekering. Dat zijn er 170.000 minder dan vorig jaar, toen nog 6,4 procent van de bevolking voor een andere verzekeraar koos. Dat blijkt uit een peiling van ZorgWijzer.nl onder 1763 respondenten.

Het aantal overstappers duikt daarmee voor het eerst sinds jaren onder de miljoen en is sinds 2011 niet meer zo laag geweest. Bijna vijftien procent van de verzekerden twijfelt nog op dit moment nog over een overstap.

Allereerst stellen veel Nederlanders dat het weinig verschil uitmaakt waar men is verzekerd, omdat de premie toch nauwelijks verandert. DSW verlaagt zijn premie in 2018 bijvoorbeeld met 0,50 euro per maand, en omdat dit meestal geldt als leidraad, is de verwachting dat ook de andere zorgverzekeraars de premie proberen gelijk te houden.

Als de premie bij de verzekeraar niet of slechts beperkt omhoog gaat, is er doorgaans veel minder aanleiding om de polis te vergelijken en eventueel over te stappen.

58,8 procent van de Nederlanders geeft aan tevreden te zijn over de huidige polis en daarom niet op zoek te zijn naar een andere verzekeraar of verzekering. 49,3 procent van de Nederlanders heeft bovendien weinig vertrouwen in een andere verzekeraar.

Van de 5,4 procent die wel van plan is om over te stappen van zorgverzekering, bracht ZorgWijzer.nl tevens de vier belangrijkste redenen in kaart. Een te hoge premie blijkt nog altijd de belangrijkste motivator om over te stappen van zorgverzekering: dit speelt bij 61,1 procent van de Nederlanders. Ook de veranderende zorgbehoefte (44,2 procent) en ontevredenheid over de dekkingsgraad (38,9 procent) spelen een grote rol.

IoT en social platformen zorgen voor nieuwe revolutie in betalen

Instant en conversational commerce, dat zijn de twee belangrijkste ontwikkelingen waarop financiële instellingen moeten inspelen willen ze relevant zijn voor het bedrijfsleven en de consument. Dit was de conclusie tijdens het Mastercard Innovation Forum dat op 21 september jl. in Amsterdam werd gehouden.

Oskar Laufer van PayKey, een van de start-ups die zijn aangesloten bij Mastercard Start Path,  is heel stellig: social banking is de toekomst. Dat is op zich geen wonderlijk standpunt, want PayKey is een Israëlisch bedrijf dat zich bezighoudt met het mogelijk maken van betalingen op social media. Maar de ontwikkelingen op het gebied van conversational commerce geven Laufer gelijk. “Apps voor mobiel bankieren worden niet dagelijks gebruikt door consumenten. Ze geven de voorkeur aan messaging apps zoals WeChat of WhatsApp. Enerzijds zien we dat die apps nu zelf betaalopties toevoegen voor extra gebruikersgemak. Anderzijds ontwikkelen banken zoals UOB in Singapore een extra betaalknop voor je toetsenbord. Met één druk hierop krijg je toegang tot functies als het checken van je account, overmaken van een bedrag of de locaties van geldautomaten in de buurt.”

De onderliggende infrastructuur waarmee je dit mogelijk maakt interesseert de consument niet, benadrukt technologieondernemer en auteur Peter Hinssen. “De klant is ongeduldiger dan ooit tevoren – vandaag bestellen, uiterlijk morgen leveren. Alles is dringend en moet snel en gemakkelijk gebeuren. Hetzelfde geldt voor betalen – de infrastructuur moet onzichtbaar zijn en ultiem gemak bieden.”

Betaaloplossingen voor alle kanalen

Betaaloplossingen die alleen geschikt zijn voor websites en apps zijn ontoereikend. Messaging vervangt e-mail, dus social media moeten ook in je portfolio zitten. Internet of Things heeft al interessante toepassingen in auto’s en wearables, waar je bijvoorbeeld een routekaart voor je navigatiesysteem kunt kopen of met je smartwatch direct een QR-code scant op een billboard en het geadverteerde product koopt. Maar het is nog veel groter. Apparaten bestellen bij andere apparaten. Mensen beginnen hun buying journey op website A en maken het af op hun smart tv. Je moet een betaalplatform hebben dat deze hyperconnecties aankan. Chatbots zijn een interessant vehikel, omdat mensen het prettig vinden om in de vorm van een gesprek zaken te doen. Als je er een soort assistent van maakt, die niet alleen de betaling van een vliegticket afhandelt maar er vervolgens ook voor zorgt dat de data in de agenda van de passagier worden gezet, dan lever je toegevoegde waarde. Met als bijkomend voordeel dat chatbots de operationele kosten van klantinteracties verlagen.

En vergeet virtual reality (VR) en Augmented Reality (AR) niet. “Alles krijgt een digitale laag,” zegt Peter Hinssen. IKEA heeft net een functionaliteit toegevoegd aan de app waarbij klanten meubels virtueel kunnen plaatsen in hun huis om te zien hoe ze staan. Vanuit Mastercard Labs is daar een seamless online betalingsfunctionaliteit voor ontwikkeld, zodat de geprojecteerde items meteen en gemakkelijk kunnen worden gekocht.

Betalen blijft bij banken

We zijn volgens Peter Hinssen halverwege een nieuwe digitale revolutie. Wat betekent dit alles voor de rol van financiële instellingen? Oskar Laufer denkt dat betalen het terrein blijft van de banken. “Ze werken samen met messaging apps, omdat de consument banken nog steeds het meeste vertrouwt met betalingen en geldzaken in het algemeen.”

Laufer illustreert zijn punt met wat statistieken. Zo vindt slechts 6,3 procent van de transacties van Britse millennials plaats via P2P-oplossingen waar geen bank achter zit. Zevenentachtig procent van deze jongeren vertrouwt banken meer dan derde partijen. En slechts 13 procent denkt dat digitale wallets van niet-banken veilig zijn.

Dus de banken kunnen rustig achteroverleunen? Nou, nee. Peter Hinssen waarschuwt dat de technologie zo snel gaat, dat het een totaal andere cultuur en denkwijze vergt van organisaties. “Te veel grote instellingen zijn druk met gisteren en vandaag. We moeten kijken naar overmorgen. Daar liggen de kansen om een ontwikkeling te signaleren en er tijdig op in te spelen. Die ‘window of opportunity’ wordt steeds kleiner vanwege de razendsnelle ontwikkelingen. Als een ander je voor is, dan gaat het heel veel moeite kosten om er alsnog iets mee te doen. De combinatie van data en technologie is niet langer voldoende. Je moet weten hoe je waarde toe kunt voegen, dan pas ben je relevant voor de consument.”

Die toegevoegde waarde hoeft niet per definitie ‘in-house’ te zijn ontwikkeld. Fintech spelers hebben interessante oplossingen bedacht voor delen van de customer journey – waarom zou je de krachten niet bundelen in plaats van een achterstand weg proberen te werken? Banken kunnen de nieuwe disruptors worden omdat ze stabiel zijn én samenwerken met innovatieve fintech bedrijven. Vasthouden aan oude gebruiken is zinloos. Wie begrijpt hoe je informatie om kunt zetten in waarde, is de winnaar.

Ook Zuid Korea verbiedt initial coin offerings (ICO)

In navolging van China verbiedt nu ook Zuid Korea zogenoemde initial coin offerings (ICO), oftewel financieringsrondes met behulp van eigen virtueel geld.

De landelijke toezichthouder verbiedt iedere vorm van ICO’s en stelt forse boetes in het vooruitzicht voor partijen die het verbod negeren.

Het verbod komt voort uit de angst voor oplichtingspraktijken. De handel in cryptogeld wordt niet aan banden gelegd.

Ook betaalapp Sowdan werpt de handdoek

Behalve Florin blijkt ook concurrent Sowdan de handdoek in de ring te hebben gegooid. De bedrijven leggen het kennelijk af tegen het nog steeds rap groeiende Tikkie van ABN AMRO.

Een blik op de site van Sowdan leert dat het bedrijf niet meer actief is. Directeur Mark Kalse was kort voor publicatie niet in de gelegenheid om commentaar te geven en belooft dat later vandaag alsnog te doen.

Sowdan uit Rotterdam claimde in juni dat het in een vier à vijf maanden tijd tienduizenden gebruikers aan zich had weten te binden. Het stelde tegelijk dat het onderscheidend vermogen met een partij als Tikkie en ook Florin niet bijster groot is. Qua functioneren zijn ze in grote lijnen identiek.

Foto: William Ross (cc)

Doek valt voor betaalapp Florin

Nauwelijks een jaar na de lancering stopt de Nederlandse betaalapp Florin er alweer mee. Het niet kunnen vinden van een investeerder en de concurrentie van ABN’s Tikkie heeft het initiatief de das omgedaan.

Gekoppeld aan iDeal konden gebruikers onder meer rekeningen delen en elkaar betaalverzoekjes sturen. De makers richtten zich specifiek op jongeren.

In een interview met Emerce moest medeoprichter Bas De Vries vorig jaar al toegeven dat Tikkie nog het meeste in de buurt kwam. ‘Maar onze kijk op transacties is wezenlijk anders dan die van banken. Banken redeneren vanuit de transactie, niet vanuit de gebruiker. Wat zij vergeten is dat jongeren betalen niet leuk vinden, maar de dingen die je ermee doet juist wel.’

Florin gaat zijn laatste betaling aanstaande maandag verwerken.

Robotadvies op hypotheekmarkt: is overheersing al dichtbij?

In een tijd waarin consumenten steeds meer zelf willen doen, lijkt het niet meer dan logisch dat (hypotheek)adviseurs op termijn gepasseerd worden. Wat is nu een robotadviseur en hoe zal die de taak van de mens overnemen? 

Ondanks de Google-revolutie en het sterk afgenomen aantal vormen weet de consument nog steeds vrijwel niets van hypotheken. Uit onderzoek van Van Ooijen en Rooij (2016) naar de Nederlandse hypotheekmarkt blijkt dat slechts 9% van de Nederlandse bevolking in staat is om drie relatief eenvoudige vragen over schulden correct te beantwoorden. Voor het intermediair goed nieuws, dit belooft namelijk genoeg nieuwe aanwas voor de komende jaren. Maar ondanks het gebrek aan kennis wil de consument wel meer zelf doen. Waar het intermediair tot voor kort de enige optie was, is het daarom bij steeds meer aanbieders mogelijk om zelf én online een hypotheek af te sluiten. Een volgende stap: het robotadvies.

Om inzicht te krijgen in wat een starter belangrijk vindt in het aanvraagproces hebben wij vijf diepte-interviews afgenomen met starters tussen de 25 en 30 jaar. De deelnemers hadden in het afgelopen jaar een hypotheek aangevraagd en succesvol afgesloten. Dit onderzoek wijst naar vier overkoepelende thema’s:

1) flexibiliteit – wat ik wil, wanneer ik het wil;
2) transparantie – inzicht in de afwegingen van de adviseur achter het advies;
3) bevestiging – iemand die je verzekert dat deze hypotheek voor jou de juiste is; en
4) vertrouwen – Het idee hebben dat diegene die jou helpt het beste met je voor heeft

Het intermediair staat vanuit haar rol als autoriteit op het gebied van hypotheken bij uitstek voor bevestiging en vertrouwen. Echter, qua flexibiliteit en transparantie valt er nog veel te winnen. Juist hier liggen de mogelijkheden voor robots.

Robots: flexibel, transparant, maar ook menselijk?

Hoewel de naam doet vermoeden dat de aanvrager wordt geconfronteerd met een blikken vervanger van de menselijke adviseur, dient het woord robot te worden opgevat in de geautomatiseerde zin van het woord. Een robot hoeft niet meer te zijn dan een rekenkern die op basis van data conclusies trekt en deze communiceert. Robots worden al meer gebruikt dan op het eerste gezicht zichtbaar is. Specifiek in het hypotheekdomein – bijvoorbeeld bij BijBouwe, Triodos en MoneYou – kunnen consumenten door middel van een formulier communiceren met een robot om zo tot de berekening van hun maximale hypotheek te komen. Ook Chatbots worden door steeds meer bedrijven gebruikt als eerste lijn voor vragen van consumenten.

Zoals eerder genoemd zijn robots flexibel en transparant in welke informatie van invloed is op bepaalde berekeningen, bijvoorbeeld die van de maximale hypotheek. Dit in tegenstelling tot een adviseur met vaste werktijden en een monopolie op het contact met de hypotheekverstrekker. Doordat dit sterk overeenkomt met wat consumenten belangrijk vinden in het aanvraagproces hebben robots hun plek verdiend in de online af te sluiten hypotheken. Echter, hun tekortkomingen liggen daar waar de adviseur zijn kracht ligt: het daadwerkelijke advies.

Ter vergelijking, een robot kan op dit moment bepalen hoeveel een hypotheekverstrekker aan je wil lenen, maar een adviseur legt ook uit wat in jouw financiële situatie daadwerkelijk een verstandig bedrag is om daadwerkelijk op te nemen. Dit advies en de expertise van de adviseur voorzien de consument in haar behoefte naar bevestiging en vertrouwen. Voordat robots breder kunnen worden ingezet binnen de hypotheekmarkt moeten zij hierin zien te groeien. Het proces dat hieraan ten grondslag zal moeten liggen is machine learning.

Machine learning en een tenniswedstrijd

Vertrouwen in robots kan alleen verdiend worden, en wel door te laten zien dat robotadvies even goed – dan wel beter is dan – advies van adviseurs. Belangrijk hierin is om te realiseren dat het niet nodig is om perfect advies af te geven. Namelijk, menselijke adviseurs maken evengoed fouten in hun advies. Een eerste doel voor robots zou dus moeten zijn om even nauwkeurig te worden als hun menselijke tegenhanger. Als deze mijlpaal bereikt is, kan het consumentenvertrouwen in geautomatiseerd advies groeien.

Om een gedegen advies te kunnen geven, moeten robots weten welke hypotheek het beste past bij de specifieke situatie van de consument. Het voorspellend vermogen, oftewel voorzien welke randvoorwaarden leiden tot welke uitkomst, is hier essentieel. Machine learning is het proces dat zorgt voor de ontwikkeling van dit vermogen in computers. Dit proces is onder te verdelen in drie globale stappen. Ter illustratie wordt hier de analogie gebruikt van een tennisser die wil voorspellen wanneer hij wel en niet zal kunnen tennissen.

Stap 1: data input

Als eerste stap heeft de robot een dataset nodig om van te leren. Deze dataset dient bepaalde variabelen te bevatten die mogelijk voorspellende waarde hebben. In het geval van de tennisser is bijvoorbeeld relevant hoe warm het op een dag is (temperatuur), wat de luchtvochtigheid is (luchtvochtigheid) en of er anderen zijn om mee te tennissen (tegenstanders). Ook is het belangrijk dat duidelijk is of er op die dag uiteindelijk gespeeld is (wel of niet getennist). Op basis van historische data van deze variabelen kan overgegaan worden op de volgende stap.

Stap 2: model trainen

Op basis van de aangeleverde gegevens dient de machine zelf een verband te ontdekken. Dit is het tegenovergestelde van conventionele modellen waar de programmeur een algoritme voorprogrammeert en de machine hiermee rekent. Door machine learning kunnen ingewikkelde modellen geautomatiseerd worden ontdekt. Hierbij bedenkt de computer dus zelf, door middel van statistiek, welke variabelen voorspellend vermogen bevatten. In het geval van de tennisser gaat het om een redelijk simpel model waarin alleen de variabelen temperatuur, luchtvochtigheid en tegenstanders mogelijk beïnvloeden of de tennisser zal spelen vandaag. Voor ingewikkeldere datasets biedt automatisering grotere voordelen.

Om de relatie tussen variabelen en de uitkomst betrouwbaarder te maken, kan het model, en het resulterende algoritme, oneindig gedetailleerd gemaakt worden. De weg naar een accurater model wordt ingebouwd in stap 3.

Stap 3: prestatie optimaliseren

Om het model, en daarmee de voorspelling, betrouwbaarder te maken, is het belangrijk dat niet alleen geleerd wordt van historische data maar ook van nieuwe data. Dit betekent dat de invoer van nieuwe data en daaropvolgende modellering een integraal proces moet worden van een machine learning cyclus. De tennisser moet dus blijven doorgeven wat de temperatuur, luchtvochtigheid en beschikbaarheid van tegenstanders op iedere dag was en wat de uiteindelijke uitkomst was.

De tennisser is een gesimplificeerd voorbeeld van de daadwerkelijke opbouw van voorspellende modellen. Voor een robotadviseur in het hypotheekdomein zien de stappen er soortgelijk uit. Historische gegevens van klanten, hun hypotheek en het verloop daarvan kunnen een voorspellend model voeden. Op basis van dat model kan een robotadviseur een bepaalde hypotheekvorm voor nieuwe klanten aanbevelen of juist afraden. Door een constante aanvoer van nieuwe datasets van nieuwe klanten kunnen de prestaties van het model geoptimaliseerd worden. De voordelen van zulke robots zijn duidelijk: flexibiliteit, lagere kosten, accuraat voorspellende vermogen en een veel snellere interpretatie van meer gegevens dan een menselijke adviseur ooit mogelijk achtte. Des te meer deze kwaliteiten bewezen worden door succesvol verlopen hypotheken afgesloten o.b.v. robot-advies, des te groter zal het vertrouwen in deze robots groeien. Als gevolg hiervan zal ook de bevestiging die consumenten ervaren in een robot-adviestraject vergroot worden.

Vinger aan de pols

Het lijkt een kwestie van tijd voordat we bij robots terecht kunnen voor advies over onze hypotheek. Waar ze nu worden ingezet om alleen de maximale hypotheek te berekenen, zal machine learning leiden tot het redenerend vermogen om specifieke hypotheekproducten af of aan te raden. Het wordt dan ook interessant om te zien wat hypotheekaanbieders en adviseurs in de komende jaren de markt mee zullen betreden. Er wordt in ieder geval openlijk, en waarschijnlijk ook achter gesloten deuren, in geïnvesteerd.

Op het eerste gezicht lijkt deze ontwikkeling in theorie te leiden tot een steeds kleiner wordende rol voor adviseurs in hun huidige vorm. Hoewel niet te ontkennen valt dat de rol van robots groter zal worden, valt te betwisten of de rol van menselijke adviseurs niet gewaarborgd blijft. Zoals aan het begin van dit artikel genoemd, is het afsluiten van een hypotheek misschien wel de zwaarste beslissing van je leven. Hoewel een robotadviseur op de lange termijn gedegen advies kan geven voor een fractie van de prijs van een menselijke adviseur, dient op de korte termijn een fysieke vinger aan de pols gehouden te worden. Aan de ene kant is dit omdat het nodig is om een menselijke controle te doen op het model dat de machine maakt. Namelijk, wat voor een machine puur op basis van statistiek logisch kan lijken, is in de realiteit misschien niet wenselijk, bijvoorbeeld wanneer emotieve redenen een rol spelen. Om fouten in de logica van machines te ontdekken is een menselijke controle, uitgevoerd door adviseurs, de beste optie. Of wij mensen die controle weten te houden, valt nog te bezien.

*) Dit artikel is geschreven in samenwerking met Dennis Boesser

ABN AMRO lanceert online MKB-lener New10

ABN AMRO lanceert vanmiddag een nieuw online label dat als start-up de online geldleenmarkt opgaat. New10 verstrekt leningen van twintigduizend tot een miljoen euro. De aanvrager heeft binnen vijftien minuten antwoord op zijn leenaanvraag.

“Een derde van de MKB’ers wil het liefst zonder hulp alles online regelen, van aanvraag tot ondertekening. Dat is de groep op wie New10 zich richt”, legt Mark Schröder van het nieuwe ABN-label uit. Schröder is eindverantwoordelijke over de zelfstandig opererende eenheid.

Nieuw is het concept van de startup niet. Bedrijven als Spotcap en Lendico zijn al een paar jaar actief op de internationale MKB-leenmarkt. Ook in Nederland. Toch denkt Schröder niet dat hij een late toetreder is. “Veel MKB’ers gaan nog gewoon naar de bank. We merken dat er nu pas een omslag op gang komt.”

New10 is geïnitieerd door ABN AMRO. Het bedrijf maakt gebruik van het geld en de risico- en datamodellen van de bank. Daardoor kon het in minder dan een jaar, tien maanden, naar de markt. “Wij zijn anders omdat de ondernemer binnen vijftien minuten weet of hij geld bij ons kan lenen en tegen welke voorwaarden. Alles gaat volledig online. Het geld kan binnen twee werkdagen op iemands rekening staan. We geven leningen met en zonder assets eronder, dus voor investeringen in zaken als machines en inventaris maar ook in marketingplannen.”

Zijn eigen marketingplannen omvatten SEA- en socialcampagnes en ook een radiocampagne om de naamsbekendheid te vestigen. New10 kan daarbij gebruik maken van de ervaring die ABN AMRO eerder opdeed met de lancering van aparte labels, waaronder Florius en Tikkie.

Er is gekozen voor een apart label omdat dat het daarmee beter mogelijk is te concentreren op de beoogde doelgroep. Het label draait niet helemaal autonoom. Vanwege de uitstraling van betrouwbaarheid wordt de naam New10 aangevuld is ‘initiated by ABN AMRO’.

Schröder rekent voor dat er in Nederland pakweg 325.000 MKB-bedrijven zijn. Bij 83 procent werkt tussen de 2-9 man. Tien procent van die bedrijven krijgt jaarlijks een lening. Dat is de adresseerbare markt. ABN AMRO hoopt dat zijn nieuwe dochter volgend jaar enkele honderden en in 2020 duizenden klanten optekent.

Bij de nieuw MKB-lener werkt 35 man, onder wie twintig IT’ers. Alle technologie is in huis ontwikkeld en wordt ook intern beheerd. Praktisch gezien draait alles in de cloud van Amazon. “Omdat alles nieuw is gebouwd, zijn we helemaal klaar voor nieuwe regelgeving als PSD2.”

Foto: Udo Geisler (cc)

MyOrder slaat nieuwe strategische koers in

MyOrder, een venture van Rabobank, lanceert 1 oktober zijn nieuwe app ‘On the GO!’ en begint daarmee het afscheid van de bestel-app waarmee het bekend is geworden.

“Een schot in de roos was het”, zegt oprichter Thomas Brinkman. Een jaar geleden ging MyOrder live met Tamoil waarbij klanten van de oliemaatschappij via de mobiele app direct hun tankbeurt konden betalen. Geen cash, geen pin. En Tamoil kreeg, zeker bij zijn onbemande stations, plots zicht op wie haar klanten zijn.

Deze ervaring, inmiddels uitgebouwd met stations van Texaco, Avia, Tango, Total, Argos, ligt ten grondslag aan de nieuwe koers die MyOrder per 1 oktober inzet. “Dan lanceren we voor iOS en Android ‘On the GO!, by MyOrder’. Dat is een nieuwe app die zich puur gaat richten op de domeinen tanken en parkeren. “Je kunt wel van alles in een app knallen, maar we gaan nu voor focus en voor één doelgroep: de automobilist.”

De huidige MyOrder-app zal vanaf 1 oktober worden uitgefaseerd. Aangesloten merchants en gebruikers zijn daarover geïnformeerd. De verandering van de dienstverlening brengt ook met zich mee dat het team is ingekrimpt.

“Met de huidige app ondersteunen we 13 categorieën, van bloemen tot kroegen en van parkeren tot eten thuisbezorgen”, legt Brinkman aan Emerce uit. “We hebben gekeken naar wat het beste werkt, waar we de meeste toegevoegde waarde bieden. En dat is het domein van mobiliteit. We zijn nu live met meer dan 500 tankstations en hebben daarmee landelijke dekking.”

Zeker bij de onbemande pompen hebben de oliemaatschappijen geen idee van wie er aan de pomp staat. Ze hebben geen klantcontact, verzamelen geen data en doen geen crosssales. Met ‘On the GO!’, dat afgelopen maanden door vijfhonderd gebruikers is getest, krijgt men wel inzicht en de mogelijkheid tot contact. Het wordt mogelijk om via de app vaste klanten kortingen te geven of aanbiedingen te doen. Ook aan de privacy van de bestuurder is gedacht, want gegevens worden geanonimiseerd via een dashboard aan de tankstations weergegeven.

Voor de automobilist biedt de On the GO!-app meer gemak, hij hoeft alleen te tanken en kan meteen doorrijden. Achteraf betaalt hij de tankbeurt via een iDEAL-betaallink. Op een aantal stations wordt al getest met kentekentanken, dan wordt vooraf het kenteken herkend, waardoor het tanken nog sneller gaat.

Bij bemande pompen kan het tankstation de trouwe klant iets extra’s geven. “We kunnen die klant ook een pushbericht sturen met een aanbieding zodat hij zijn auto even parkeert en – zeg – een gratis kopje koffie haalt.” Eenmaal binnen kan de uitbater zijn upsellproces beginnen

MyOrders nieuwe focus is besproken met Rabobank, dat het besluit steunt en de potentie van mobiele innovatie in de tankbranche onderschrijft. Niet vreemd, want de tankstations zijn goed voor ruim tien procent van alle Nederlandse pintransacties. Driekwart van de transacties bij benzinestations worden digitaal, nu louter per pinpas, betaald.

Foto: Manel Torralba (cc)

Page generated in 1,172 seconds. Stats plugin by www.blog.ca