Radboud krijgt hoogleraar 3D-technologie in de gezondheidszorg

Thomas Maal wordt hoogleraar 3D-Technologie in de gezondheidszorg aan de Radboud Universiteit/Radboudumc.

De nieuwe mogelijkheden van deze technologie, zoals patiëntspecifieke virtuele operatieplanningen en 3D-geprinte anatomische modellen, leiden ertoe dat zorg en behandelplan op de wensen en situatie van de patiënt kunnen worden afgestemd.

Maal begon in 2005 met de toepassing van 3D-fotografie bij de afdeling Mond-, kaak- en aangezichtschirurgie in het Radboudumc en sinds 2012 is hij er staflid en coördinator van het 3D-lab. In 2013 werd hij eveneens coördinator van het 3D-Lab in het AMC Amsterdam.

Maal (Rotterdam, 1981) behaalde in 2006 zijn Master Biomedical Image Sciences aan de Universiteit Utrecht. In 2012 promoveerde hij – cum laude – aan de Radboud Universiteit op het gebied van de medische wetenschappen.

Hoe vind je de toegevoegde waarde van data science in de gezondheidszorg?

De zorg realiseert steeds beter welke enorme potentie verscholen zit in de data die zij verzamelt. Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom je data zou willen en moeten gebruiken. Maar de allerbelangrijkste reden is toch wel dat de kosten in de zorg continu stijgen en dat die stijging simpelweg niet meer te betalen is. Dit zijn enkele inzichten over hoe je een datastrategie kan bepalen met behulp van Data Value mapping.

Ter illustratie: de overheidsuitgaven aan de gezondheidszorg, als ratio van het bruto binnenlands product, zijn van 6,2 procent in 2002 tot 7,1 procent in 2016 gestegen. De gezondheidszorg zal efficiënter moeten worden en één van de manieren om dat te doen is door het gebruik van data. Een mooi voorbeeld is het Portugese ziekenhuis Sao Joao, dat in 2016 het HVITAL systeem geïmplementeerd heeft. Het HVITAL systeem verzamelt fysiologische gegevens van elke patiënt in het ziekenhuis en analyseert deze gegevens real-time om risico-situaties te identificeren. Het systeem geeft zo nodig een waarschuwingssignaal aan de arts of verpleegkundige om de patiënt extra in de gaten te houden- of te behandelen.

Maar hoe kom je nu tot dit soort oplossingen met data? Welke problemen kan je eigenlijk allemaal oplossen door het gebruik van data? Wat is de beste manier om waarde uit deze data te halen en welke data heb je eigenlijk precies nodig? Het is belangrijk om te realiseren dat data altijd een middel is en nooit een doel op zichzelf. Om als gezondheidszorgorganisatie op een succesvolle manier meer data-gedreven te worden, is het belangrijk een coherente strategie te hebben met daarin een heldere beschrijving van het doel achter het gebruik van data en de manier waarop het toegevoegde waarde kan leveren. Deze datastrategie helpt je daarna om te weten waar je naartoe wilt en hoe je dit stap voor stap kunt bereiken.  

Datastrategie in de gezondheidszorg

Een datastrategie is een strategie voor het organiseren, beheren, analyseren en inzetten van de informatie assets van een organisatie. Met andere woorden, het is een strategie die beschrijft hoe data toegevoegde waarde kan leveren voor jouw organisatie en hoe je deze toegevoegde waarde kan verkrijgen. In elke organisatie zijn er talloze mogelijkheden voor het gebruik van data. Een goede datastrategie geeft een prioritering van deze mogelijkheden en beschrijft hiervoor de weg naar succes. Een heldere vorm om een datastrategie weer te geven is een zogenoemde data roadmap. De data roadmap geeft de (concrete) stappen die je moet zetten om van de huidige situatie naar de meer data-gedreven toekomstige versie van jouw organisatie te komen.

Om een idee te geven van de mogelijkheden van data in de gezondheidszorg, zie je hieronder enkele korte voorbeelden voor drie verschillende domeinen binnen de gezondheidszorg. Uiteindelijk komen al deze voorbeelden neer op het slimmer maken van de organisatie door het gebruik van data, leidend tot een betere kostenefficiëntie, betere zorg of idealiter een combinatie van beide.

Hoe bepaal je een goede data strategie voor de gezondheidszorg?

In het Data Value Mapping proces wordt de (potentiële) toegevoegde waarde van de huidige- en toekomstige data in kaart gebracht in relatie tot de strategie en visie van de organisatie. Deze verwevenheid van de datastrategie en de bedrijfsstrategie is essentieel om constructieve resultaten op de lange termijn te halen. Het Data Value Mapping proces bestaat uit vier stappen die schematisch zijn weergegeven in onderstaand figuur.

In de volgende sectie lees je meer over deze vier stappen met daarbij in de grijs gearceerde stukken een specifiek voorbeeld van een Data Value Mapping traject voor Hersenz. Hersenz is een behandelprogramma voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) in de chronische fase, bijvoorbeeld voor mensen die een beroerte hebben gehad. Dertien verschillende zorginstellingen in Nederland bieden dit multidisciplinaire behandelprogramma aan.

Exploratie van huidige- en mogelijk toekomstige databronnen

Start met het kijken naar de databronnen die momenteel al aanwezig zijn, voordat je nieuwe mogelijkheden gaat onderzoeken. Je zal verbaasd zijn over het aantal databronnen dat onopgemerkt al aanwezig is in jouw organisatie en het is zonde om hier geen gebruik van te maken. Om de (potentiële) toegevoegde waarde van deze databronnen te bepalen, is het belangrijk om deze data te beoordelen op toegankelijkheid, kwantiteit en kwaliteit. De kwaliteit en consistentie van de data bepalen de kwaliteit en consistentie van de conclusies die op basis van deze data worden getrokken: onderschat deze stap dus niet. Exploratieve trend- en correlatieanalyses kunnen helpen om een idee van de potentiële waarde van deze data te krijgen.

Om een volledig beeld te krijgen van de mogelijkheden van het gebruik van data voor jouw organisatie is het essentieel om daarna dezelfde stappen nog eens te doorlopen voor andere databronnen die mogelijk in de toekomst ingezet kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van wearables, die fysiologische data kunnen genereren.

Definiëren van de bedrijfsstrategie

Dataoplossingen zullen moeten bijdragen aan de doelen van de organisatie, bijvoorbeeld om de best mogelijke zorg te leveren met gereduceerde kosten. Om deze reden is het nodig de bedrijfsstrategie te definiëren voordat je een goede datastrategie kan opstellen. Brainstorm over de ideale inrichting van jouw organisatie voor de toekomst! Door de alsmaar veranderende regelingen in de financiering van de zorg is het belangrijk om hierbij ook naar het businessmodel te kijken. Kun je op eenzelfde manier als nu de financiering rond krijgen of is er in de toekomst een ander businessmodel nodig? Een tweede stap is om te kijken naar de huidige status van jouw organisatie in combinatie met de omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van een Strengths, Weaknesses Opportunities, Threads (SWOT) analyse. Een stakeholder analyse, bijvoorbeeld met een power interest matrix, kan daarnaast ook waardevolle inzichten opleveren die richting kunnen geven voor de bedrijfs- en datastrategie.

Combineren en verkennen  (de “eigenlijke” Data Value Mapping)

De belangrijkste stap van de Data Value Mapping is het daadwerkelijk afbeelden van de mogelijkheden met huidige- en toekomstige databronnen gebaseerd op de bedrijfsstrategie. Uit onze ervaring blijkt dat je dit het beste kan doen in een co-creatie proces waarin zowel de experts op het gebied van data, de managers van de organisatie en de domeinexperts aanwezig zijn. De uitkomst van deze mapping is een lijst met mogelijkheden voor het gebruik van data, de manier waarop ze waarde toevoegen, en om welke waarde dit gaat. De SWOT-analyse is een handige manier om in deze overvloed aan mogelijkheden te prioriteren en de grootste kansen te vinden.

Ontwikkeling van de data roadmap

Ontwikkel op basis van de uitkomsten in stap 3 een data roadmap die de meest veelbelovende manieren om data te gebruiken weergeeft. Beschrijf hierin de stappen die de komende jaren nodig zijn om een slimmere, meer data-gedreven organisatie te worden.

Wat kun je eigenlijk met een datastrategie en een data roadmap?

Nu hebben we een datastrategie gemaakt in de vorm van een data roadmap, maar wat kunnen we hiermee? Het hebben van een data roadmap betekent dat er is nagedacht over alle mogelijke manieren om toegevoegde waarde uit data te extraheren. Daarbij zijn de meest veelbelovende kansen concreet geformuleerd en is er beschreven wat er ervoor nodig is om deze te pakken. De volgende stap is het daadwerkelijke oppakken en uitvoeren van deze kansen. Werk deze kansen uit als proof-of-concept (PoC) en, indien succesvol, implementeer ze als volwaardige producten in de organisatie. Doe dit op een iteratieve manier waardoor je wendbaar bent. Dit betekent dat je snel door kan als een PoC niet succesvol blijkt te zijn, maar tegelijkertijd de succesvolle PoCs ook snel kan implementeren.

Tip: Vergeet niet om eens in de zoveel tijd de datastrategie opnieuw te bekijken en zo nodig te herdefiniëren. Net zoals de business strategie zal de datastrategie mogelijk aanpassingen nodig hebben doordat de omgeving continu verandert.

Data in de gezondheidszorg biedt veel potentie om betere- en meer efficiënte zorg te leveren, bijvoorbeeld in de vorm van gepersonaliseerde zorg. Als je als gezondheidsorganisatie niet met willekeurige data producten of alleen maar leuke gadgets wilt blijven zitten, producten die slechts beperkt gebruikt worden en een beperkte toegevoegde waarde hebben, is het essentieel om te starten met een goede data strategie.

Medians effectiever in werving medisch proefpersonen na nieuwe site

Medians – het online platform dat medische proefpersonen werft – heeft te maken met een uitdagende tegenstelling. Hoe beter het gaat met de economie, hoe lastiger het is om de belangrijkste doelgroep te overtuigen mee te doen. Door op een slimme manier de informatie-overload tegen te gaan, heeft het de conversiecijfers toch flink weten te verbeteren.

Voor farmaceutische bedrijven en onderzoekscentra is het steeds moeilijker om proefpersonen te vinden voor hun medische onderzoeken. Met het groeien van de economie neemt de productie van geneesmiddelen toe. Maar het aantal mensen dat (betaald) mee wil doen aan het onderzoek naar de werking ervan daalt juist. Gemiddeld genomen is de behoefte aan extra inkomen een stuk lager. Daarnaast is het voor studenten – van oudsher een belangrijke doelgroep – steeds duurder om tijdens hun studietijd vertraging op te lopen.

Vergelijkingssite

Medians biedt sinds 2011 een alternatief voor de krantenadvertentie die onderzoekscentra met name inzetten. Het online platform werft proefpersonen voor ze in Nederland, België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Samen met medeoprichter Lars Admiraal ontwikkelden we vanuit Redkiwi een nieuwe site. Een medisch onderzoekstraject is duur en heeft hele strakke deadlines, zo weet Admiraal. En zonder voldoende proefpersonen treedt er al snel vertraging op. Het doel van de nieuwe site is dan ook om Medians duidelijker als vergelijkingssite te profileren. Zoals consumenten via een online (prijs)vergelijker op zoek kunnen naar een passende zorgverzekering, zo kunnen geïnteresseerden gemakkelijker medische onderzoeken naast elkaar leggen. En filteren op kernmerken en locatie.

Keuzes in content: +35 procent conversie

Alleen in Nederland al is met de nieuwe jas een conversietoename van 35 procent gerealiseerd. Hoe we dat hebben aangepakt? Door in te zetten op het aspect van betrouwbaarheid. In plaats van zoveel mogelijk (overtuigende) informatie te presenteren is ervoor gekozen juist selectiever te zijn en de informatie visueel aantrekkelijker weer te geven.

Daartoe zijn we gekomen tijdens enkele gezamenlijke werksessies. De eerste ervan staat in het teken van het leren kennen van de onderneming. Wat zijn de kernactiviteiten, welke propositie en unique selling points worden er geboden en welke doelgroep spreekt men aan? Vervolgens gaat het erom de belangrijkste persona’s en bijbehorende customer journeys uit te tekenen. Zo geven we klanten en gebruikers een gezicht en brengen we de pijnpunten tot leven.

Persona’s samenvoegen

Interessant aan deze casus is dat we de drie belangrijkste persona’s (deels) hebben weten samen te voegen tot één. Uit ervaring weet Medians dat het behalve studenten, ook mensen aanspreekt die tijdelijk werkloos zijn of de wetenschap (of indirect hun kennissenkring) willen helpen. Tijdens ons onderzoek stuitten we ondanks de verschillen in demografische kenmerken op een overlap in behoeften. Betrouwbaarheid, overzicht en exact de juiste informatie bleken cruciaal in hun overweging om proefpersoon te worden. Dit bood de ruimte om één persona te hanteren en de site daarop in te richten.

Door die keuze was het mogelijk om tijdens de tweede gezamenlijke sessie van dit project op detailniveau pagina’s in te richten en vorm te geven. Het gebruik van rustige kleuren en veel uitklapbare elementen met extra informatie bracht gebruikers al het nodige overzicht. Met behulp van heatmaps is vervolgens onderzocht hoe ze navigeerden door de inhoud.

Juist omdat de drempel zo hoog is om mee te doen aan een onderzoek – het gaat immers om je eigen lichaam – bleek nog een volgende slag nodig. Een animatievideo met uitleg en een prominentere positie voor ervaringen van andere platformgebruikers zorgden voor overtuigingskracht. De uitgebreide filteropties in de zoekmodus en overzichtelijke index van de belangrijkste onderzoekskenmerken bleken uiteindelijk de sleutel tot de verdere conversiestijging.

Toegevoegde waarde duidelijker

Behalve een vernieuwde weergave van de content, hebben we er samen met Medians ook voor gekozen veel nadrukkelijker te communiceren welk centrum het medisch onderzoek na de aanmelding uitvoert. Waar er eerder nog wat angst was dat mensen bij een volgende oriëntatie dan geneigd zouden zijn bij het onderzoekscentrum zelf te informeren, is dat voor medeoprichter Lars Admiraal geen zorg meer. Omdat Medians zich met het nieuwe platform steeds beter als vergelijker van het totaalaanbod weet te profileren, komt de toegevoegde waarde van de site beter over. Onderzoek onder de gebruikers laat ook zien dat zij het platform meer als een aanvulling op zien, dan als een alternatief voor de websites van de centra zelf. Een gunstige bijkomstigheid daarvan is dat het aantal supportvragen hierdoor sterk is afgenomen. Verreweg de meeste vragen over de onderzoeken worden nu aan de onderzoekers zelf gesteld.

Opmaat naar verdere internationalisering

Eén van de extra uitdagingen van het project is geweest om de site voor te bereiden op de verdere internationalisering. De grote hoeveelheid content moest beschikbaar zijn in één beheerdersomgeving zodat teksten gemakkelijker zijn te vertalen of herbruikbaar zijn in andere taalversies van het platform. Met het TYPO3-CMS is dat voor elkaar gekregen. Door daarnaast de tools voor onder meer de e-mailmarketing alvast in te richten op de complexere integraties – onder meer voor een veelvoud aan talen – kan Medians snel groeien in het buitenland.

Net als in Nederland heeft de nieuwe omgeving in België voor een conversietoename van 35 procent gezorgd. In Duitsland nam het aantal wervingen zelfs met de helft toe. De groeicijfers laten zien dat de focus op inhoud en betrouwbaarheid zich in elk land uitbetaalt. Omdat er al tijdens de bouw rekening is gehouden met het effect van opschalen op de technologie en inhoud, is de uitbreiding slechts een kwestie van tijd, vertelt Admiraal. De volgende stap: Franstalig werven.

Hoe AI de zorgsector transformeert

De zorgsector kent veel innovatieve bots en kunstmatige intelligentie infiltreert de geneeskunde. Hoe ziet het ziekenhuis van de toekomst eruit en wat doet AI in de geneeskunde in ontwikkelingslanden? 

Kunstmatige intelligentie biedt gebruikers niet alleen snelle toegang tot zelfdiagnose, ook helpt het zorgprofessionals wereldwijd om beter te worden in hun werk. Verder verandert AI de manier waarop ziekenhuizen worden geleid, van de administratie tot innovatie in medische procedures.

Het ziekenhuis van morgen

Door big data, clouddiensten en machine learning te combineren, bouwen AI-innovators oplossingen die helpen bij het verschaffen van deskundig inzicht en analyse op grote schaal tegen naar verwachting relatief lage kosten. Terwijl deze trends zich voortzetten, komt het idee van een ‘smart ziekenhuis’ steeds dichterbij. Sommige kenners zien een dergelijk ziekenhuis in 2020 zelfs al gerealiseerd worden.

Maar wat is dan een smart ziekenhuis?

Het begint met het IoT (Internet of Things), dat een overweldigende capaciteit heeft voor het verzamelen en analyseren van data. Die data kan bestaande procedures verbeteren en nieuwe mogelijkheden introduceren. Tech innovators kunnen IoT combineren met AI en zo een infrastructuur te creëren die nog responsiever is en die zelf kan leren en uitbreiden.

De hoge kosten van goede medische zorg zijn de katalysator voor de ontwikkelingen op dit gebied. Universele gezondheidszorg is een enigma waarbij veel patiënten in ontwikkelingslanden nog steeds sterven aan ziekten die in het Westen volledig geneesbaar zijn. In de huidige situatie, zonder de ontwikkeling van slimme AI om de medische zorg te helpen, kunnen steeds meer zieke mensen de zorg die ze nodig hebben niet meer betalen. Als we willen dat onze toekomstige generatie meer toegang heeft tot gezondheidszorg, in plaats van minder, zijn deze initiatieven absoluut noodzakelijk.

Machine learning, Blockchain en smart devices

Heb je vandaag stappen geteld? Of heb je een app die het aantal uren slaap bijhoudt? Meet je smartwatch je hartslag wanneer je rent? Al die gegevens zijn van onschatbare waarde. Ze kunnen zorgprofessionals helpen analyseren hoe uw gezondheid zich ontwikkelde over een periode van tijd. Nooit eerder konden we onze individuele gezondheidsindicatoren zo vaak en nauwkeurig volgen als vandaag de dag. Het idee van een smart ziekenhuis met onderling verbonden systemen maakt het mogelijk om uw gegevens over te dragen en analyseren. Artsen en hun ondersteunende AI-systemen kunnen kritieke veranderingen die bijdragen aan uw gezondheidsprobleem herkennen.

Gebieden zoals radiologie, oncologie en dermatologie zijn slechts een aantal voorbeelden van waar machine learning kan bijdragen aan het verlagen van de zorgkosten. Maar liefst tachtig procent van het diagnoseproces voor deze zorggebieden zou kunnen worden vervangen en beheerd door computeralgoritmen. Hiermee bedoelen we niet dat het tijd is voor artsen om een nieuwe baan te vinden, maar dat de wereld verandert. Door machines delen van het medische proces over te laten nemen die gemakkelijk kunnen worden beheerd door de huidige technologie, kunnen artsen zelf innoveren. Want hoewel mensen technisch gezien nooit gezonder zijn geweest dan nu, worden virussen en bacteriën steeds ingenieuzer en moeilijker te genezen.

Ook interessant is dat een ander gebied van technologische innovatie het smart ziekenhuis voortstuwt: Blockchain-technologie. Met behulp van Blockchain worden patiëntgegevens opgeslagen als een ‘block’ om een uniek, compleet en onveranderbaar profiel samen te stellen dat veilig kan worden gedeeld met zorgaanbieders en onderzoeksorganisaties. Blockchain-technologie beschermt de privacy van patiënten en kan medische problemen sneller oplossen vanwege het veilig overdragen van patiëntgegevens tussen zorgverleners.

Hoe AI artsen in ontwikkelingslanden kan helpen

De drie factoren die van invloed zijn op de slechte gezondheid in ontwikkelingslanden zijn de toegang tot, de kosten van en het gebrek aan middelen voor zorg. De huidige ontwikkelingen op het gebied van AI en machine learning zijn van invloed op alle drie deze factoren. Meer zieke mensen hebben toegang tot pre-diagnose via bijvoorbeeld bots en apps. De technologie geeft toegang tot informatie die mensen kan aansporen om medische zorg te zoeken, sneller dan ze zouden doen als ze die informatie niet tot hun beschikking hadden.

Het gaat echter niet alleen om patiënten die geen of gebrekkige toegang tot zorginformatie hebben. Er zijn ook al een aantal lopende AI-projecten die artsen en andere zorgverleners helpen bij het diagnosticeren en behandelen van risicopatiënten in afgelegen of onderontwikkelde gebieden. Verschillende algoritmen verbeteren vroege detectie van ziekten, de ontwikkeling van behandelprotocollen en patiëntbewaking en -zorg.

Een initiatief als Project DataREACH, dat momenteel getest wordt in Kameroen, is veelbelovend. Vikash Singh, de oprichter van het project, maakt gebruik van machine learning en voorspellende analyses om verschillende gezondheidsrisico’s te beoordelen. Verder onderzoekt hij technieken om surveillancegegevens te gebruiken voor de vroege detectie van de uitbraak van infectieziekten.

Met de app kan medisch personeel patiëntgegevens verzamelen zoals lengte, gewicht, bloeddruk, cholesterol, familiegeschiedenis en locatie. Deze gegevens worden geanalyseerd via machine learning om artsen te helpen bij het evalueren van het risico op niet-overdraagbare ziekten, zoals diabetes en cardiovasculaire problemen.

Dergelijke toepassingen raken ook aan vragen over de kosten en het gebrek aan middelen. In Kenia rennen vrouwen massaal naar klinieken voor een ‘cervicale selfie’. Baarmoederhalskanker heeft namelijk één van de hoogste sterftecijfers van alle kankers en is tegelijkertijd makkelijk te genezen als het in een vroege fase wordt geconstateerd. Met behulp van een optisch accessoire op de lens van een Android-smartphone, kunnen artsen en verpleegkundigen screenen op cervicale afwijkingen. Deze oplossing kan niet alleen worden gebruikt voor vroege detectie, het plan is om de afbeeldingen in de cloud op te slaan voor verder medisch onderzoek. Voorheen waren de kosten voor grootschalig onderzoek te hoog, maar dit soort nieuwe tools verandert alles. Daar komt nog bij dat in gebieden waar weinig artsen zijn, de foto’s naar een ‘medisch centrum’ kunnen worden doorgestuurd zodat ze alsnog door gekwalificeerde artsen kunnen worden geanalyseerd.

Voorbeelden van hoe kunstmatige intelligentie de gezondheidszorg voor de armen gaat veranderen zijn er genoeg, we kunnen nog wel even doorgaan. Van RPA-technologie om medische codes voor verschillende ziektes en medicijnen toe te wijzen, tot robotica die artsen helpt bij het uitvoeren van operaties op afstand, dit is een gebied dat bijzonder spannend is voor iedereen die geïnteresseerd is in AI.

AI heeft de potentie om het ontwikkelingslandschap te veranderen. Het lijkt de eerste echte kans voor echte universele gezondheidszorg.

CES 2019: L’Oréal lanceert sensor voor pH-waarde huid

Cosmeticareus L’Oréal heeft weer een sensor ontwikkeld, dit keer om de pH-waarde van de huid te bepalen. De beschermende zuurmantel heeft als taak om schadelijke micro-organismen te weren.

My Skin Track, gelanceerd op de CES in Las Vegas, is ontwikkeld samen met La Roche-Posay en Epicore Biosystems en levert metingen in vijf tot tien minuten. Het is dus minder simpel dan de ECG in de Apple Watch, maar er rolt wel een aanbeveling uit.

Eerder ontwikkelde L’Oréal samen met de Amerikaanse Northwestern University al eens een sensor om te bepalen aan hoeveel uv-straling je wordt blootgesteld, is nu officieel gelanceerd onder de noemer My Skin Track.

Lichter dan een regendruppel en kleiner dan de omtrek van een M&M, zo omschreef het cosmeticabedrijf deze vinding, waarvan de data met een mobiele app moeten worden uitgelezen. De sensor die op de nagel of de arm kan worden gedragen, moet ervoor zorgen dat we bij sterk zonlicht eerder zonnebrandcrème opbrengen.

De UV Sense werkt zelfs zonder batterijen en kan worden gepersonaliseerd in iedere gewenste kleur.

E-health: Data is nooit helemaal beschermd

Een digitale vork om eetgewoontes mee te monitoren. Apps om glucosemetingen inzichtelijk te maken. Horloges om calorieverbranding mee te meten. Facetimen om een consult van een huisarts te krijgen. Of een DNA-test om afkomst mee te bepalen. Allemaal voorbeelden van toepassingen die meer controle geven over de eigen gezondheid. Hoe gaat het met Patient Empowerment?

Het draait om de ‘patiënt’, die de controle in handen heeft over de eigen gezondheid. De WHO (World Health Organization) omschrijft patient empowerment als “a process through which people gain greater control over decisions and actions affecting their health”. Een ontwikkeling die eigenlijk al eeuwen aan de gang is. Een ouderwetse weegschaal is natuurlijk ook gewoon een vorm van zelfregie.

Door de toenemende online invloed in combinatie met nieuwe technologieën, is het proces waarmee we zelf meten enorm verbeterd en groeit het aantal toepassingen explosief. Ook professionals omarmen nieuwe e-healthmogelijkheden steeds sneller. Het delen van medische resultaten wordt immers makkelijker. Ook wordt er gaandeweg steeds meer behandeld op afstand, hoewel dit concept nog in de kinderschoenen staat.

Landelijk Schakelpunt

De zorgkosten nemen ieder jaar toe, wachtlijsten zijn te lang en zorgverleners verkeren in financiële nood. Dit vraagt om meer efficiëntie en innovatie. Bijvoorbeeld het snel en zorgvuldig kunnen uitwisselen van de gegevens van een patiënt. Uit onderzoek, gehouden in 2016, blijkt dat meer dan vier op de tien artsen gebruikmaakt van WhatsApp als middel om bijvoorbeeld patiëntgegevens uit te wisselen. Dit is sinds afgelopen mei moeilijker geworden, met de invoering van de nieuwe privacywet. Zorgverleners dienen zich aan strenge protocollen te houden wanneer gebruik wordt gemaakt van digitale gegevensuitwisseling.  

Uitwisseling is gewenst. Bijvoorbeeld voor een second opinion of wanneer de patiënt van zorgverlener A naar zorgverlener B gaat. Echter, uitwisseling blijkt niet altijd mogelijk, omdat de medische software van zorgverleners nog niet op elkaar aansluit. Dit verandert door de invoering van het Landelijk Schakelpunt. Een platform waar zorgverleners medische gegevens van patiënten digitaal kunnen uitwisselen, mits er toestemming is verleend door de patiënt.

Het grote gevaar is dat de kans op digitale inbraak toeneemt. Ga maar na, om nu een specifiek ziekenhuis te beroven van medische gegevens is nu niet bepaald veel voorgekomen in het verleden. Maar nu miljarden mensen in principe ‘online’ bij het ziekenhuis op de stoep kunnen staan, is het risico groter geworden dat kwaadwilligen hier misbruik van maken. Maar het gevaar komt niet alleen van anonieme hackers, ook overheden en verzekeraars spelen een grote rol.

Privacy Shield

De EU-US Privacy Shield is een privacy akkoord tussen de VS en de EU. Het gaat met name over hoe de Amerikanen omgaan met de opgeslagen persoonlijke gegevens van Europeanen. Wanneer een Amerikaans bedrijf buiten de VS opereert, hebben Amerikaanse opsporingsdiensten alsnog het recht om informatie op te vragen van elke willekeurige Europese gebruiker die gebruikmaakt van een service van het bedrijf.

Met het Privacy Shield akkoord mogen er geen grote surveillance operaties worden uitgevoerd en vinden er controles plaats die de privacy moeten waarborgen. Echter, er kan nog steeds op grote schaal Europese data worden verzameld. En laat het Amerikaanse DXC Technologies de ontwikkelaar zijn van het Landelijk Schakelpunt. Door toestemming te verlenen aan de zorgverlener, die medische gegevens wil delen, bestaat de kans dat ook de Amerikaanse overheid deze informatie in handen krijgt. En waarom geven we de ontwikkeling van zo’n privacygevoelig medisch platform uit handen? Waarom kan men geen ‘nee’ zeggen tegen het ongemerkt uitwisselen van de persoonlijke gegevens door het IT bedrijf met een overheid?

Bewustwording

Ik juich vele nieuwe e-health concepten toe. Zeker wanneer burgerinitiatieven en samenwerkingen leiden tot een effectieve en efficiënte zorg. Bijvoorbeeld HartslagNu. Een platform voor burgerhulpverlening bij een hartstilstand. Ik denk ook aan COPD In Beeld. Een samenwerking tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen om patiënten thuis te monitoren. Ik juich ook het gebruik van gezondheidsapps toe wanneer dit op eigen initiatief is. Maar het gebruik van gratis applicaties heeft een prijs. Er is een verdienmodel, waarbij men niet alleen de gebruiker is, maar ook het product.

Wie krijgt inzicht in de persoonlijke data? Alleen een adverteerder die gerichte reclames wil aanbieden of ook partijen die complete gebruikersprofielen van individuen maken? Maar of we nu gebruikmaken van gezondheidsapps en toepassingen op eigen initiatief of op initiatief van de overheid of de zorgverlener, data is nooit compleet beschermd. En zolang het proces van bewustwording achterblijft op het gebruik ervan, maken we geen gebalanceerde keuze. En dat is spelen met vuur.

Docly: consult op afstand scheelt tijd en voorkomt onnodige onderzoeken

Een fysiek bezoek aan een arts is lang niet altijd nodig om een kwaal op te lossen. Dit is het uitgangspunt van Docly, een digitale oplossing die patiënten op afstand in contact brengt met de arts die het meest geschikt is om het probleem te behandelen.

Docly is opgericht in 2013 en ging toen van start in Zweden onder de naam Min Doktor, vertelt oprichter en Chief Innovation Officer Magnus Nyhlén. “We proberen onderdelen van de primaire gezondheidszorg te digitaliseren. Ik heb een achtergrond als arts op de spoedeisende hulp en heb ook gewerkt als huisarts. Veel van de patiënten die ik zag hadden prima geholpen kunnen worden met een consult op afstand. Ik wilde beter gebruikmaken van de patiënt als informatiebron en goed voorbereid zijn voor hun consult, zodat ik de beschikbare tijd efficiënter zou kunnen gebruiken.”

Daar kwam Docly uit voort. De tool faciliteert een direct gesprek tussen dokter en patiënt zonder dat ze zich op dezelfde locatie hoeven te bevinden of op een afgesproken tijdstip die conversatie houden. Dat geeft beide partijen flexibiliteit. “We hebben een groot aantal vragenlijsten opgesteld om tot een anamnese te komen, de normale procedure wanneer een patiënt een arts bezoekt,” legt Nyhlén uit. “Daarbij zijn we uitgegaan van nationale richtlijnen en hoe je van een symptoom uitkomt op een diagnose. De patiënt wordt door de computer ondervraagd en daarna gaan de antwoorden naar een arts die geschikt is voor de casus. Vanaf daar start de behandeling.”

Het idee was niet bij voorbaat om een digitaal consult mogelijk te maken. Uitgangspunt van Docly was dat de dokter zich op deze manier goed kon voorbereiden op de patiënt. In de praktijk blijkt echter dat veel problemen op afstand kunnen worden afgehandeld. “We proberen een consult op afspraak te vermijden omdat dat veel tijd kost. Patiënten sturen foto’s of filmpjes van zichzelf. De meeste casussen zijn op te lossen door de patiënt door te verwijzen voor een laboratoriumtest, een röntgenfoto of naar klinische fysiologie. We communiceren dan alleen via chat.”

Consult op afstand is logische stap

Nyhlén verbaast zich erover dat er in de zorg zoveel innovatie in de behandeling plaats vindt maar niet in de processen eromheen. “Gezondheidszorg is extreem innovatief, operaties worden bijvoorbeeld ondersteund door robots, maar als het op de logistiek aankomt en hoe we patiënten ontmoeten, dan gaat dat nog heel ouderwets. Er zijn allerlei tools en wearables beschikbaar die patiënten kunnen gebruiken. Je kunt op afstand monitoren hoe het gaat. Iedereen heeft een laptop of een mobiele telefoon – een consult op afstand is een natuurlijke en logische stap in dit geheel.”

In Zweden is Docly in de eerste twee jaar getest in samenwerking met particuliere verzekeraars. De resultaten van die pilotprojecten waren goed, zegt Nyhlén. “We zagen geen overconsumptie van de zorg. Patiënten waren tevredener waren met het consult op afstand dan met een fysieke ontmoeting omdat ze er geen tijd voor hoefden vrij te maken in hun schema. En we konden het aantal onderzoeken dat werd uitgevoerd terugbrengen. Iemand die zich bijvoorbeeld met knieproblemen meldt, kunnen we gericht doorverwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van dat er onnodig eerst een MRI-scan wordt gemaakt.”

Sinds 2016 is Docly ook onderdeel van het ziekenfonds in Zweden. “Sindsdien hebben we zo’n 300.000 patiënten behandeld. Het gaat dus vrij goed.”

Artsen niet onverdeeld positief

Dat wil niet zeggen dat alle artsen staan te juichen over het initiatief. “Het is een conservatieve sector. Dat wist ik toen ik hiermee begon. De reactie van artsen is gemengd, de helft is voor, de helft is tegen. Het interessante is dat degenen die ertegen zijn wel heel erg geïnteresseerd zijn in wat we doen. Aanvankelijk waren ze sceptisch en negatief. Maar nu zien ze in dat dit gaat gebeuren, dus moeten ze deelnemen, ook al vinden ze het niet leuk.”

Bij Min Doktor zijn inmiddels bijna tweehonderd dokters aangesloten met in totaal tweeëntwintig specialismen. “We werken alleen met ervaren senior artsen. Zij zien dit als een fantastische aanvulling op de traditionele zorg.  Dat is heel belangrijk. Dit gaat om het vrijmaken van ruimte en tijd voor de mensen die wel een fysieke ontmoeting nodig hebben. Dit is geen concurrerende manier van werken, maar complementair.”

Hoe nu verder? Internationale expansie lonkt, aldus Nyhlén. “We zijn van start gegaan in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland. Managers werven in elk land de medische specialisten en we zijn bezig om te voldoen aan de nationale richtlijnen en regels. De komende maanden starten we met pilotprojecten in deze landen.”

Waarom elk ziekenhuis moet investeren in een business intelligence-team

Als data het nieuwe goud is, dan zijn ziekenhuizen niet bijster materialistisch. Oftewel: er wordt heel weinig gedaan met de beschikbare data. Bart-Jan Verhoeff, CMIO van Ziekenhuis Sint Jansdal over de mogelijkheden van artificial intelligence en machine-learning in de gezondheidszorg.

Verhoeff benadrukt het nut van machine-learning als methode om je data slim in te zetten. Bijvoorbeeld door met modellen die zijn gebaseerd op je data voorspellingen te doen zodat je de werkprocessen verbetert en de kwaliteit van de patiëntenzorg vergroot. “Indirect worden de beschikbare tools hier en daar al gebruikt in de zorg als onderdeel van de software, maar niet zozeer voor het proces. Modellen die op basis van machine-learning ons helpen om de zorg beter te kunnen verrichten, die zijn nog maar mondjesmaat ontwikkeld,” zegt Verhoeff.

Aan de volwassenheid van de technologie ligt het niet. Integendeel, de ontwikkelingen gaan hard. Veel bedrijven bieden AI-oplossingen aan. Het momentum is er, maar daar zit een keerzijde aan, aldus Verhoeff. “Je hebt eigenlijk twee vormen van machine-learning. Bij de ene moeten de data nog min of meer gegenereerd of gelabeld worden. Dat betekent dus dat je misschien wel honderden foto’s hebt of PA-uitslagen of andere complexe medische informatie. Daar moet een bepaald label aan worden gehangen. Dus: deze PA-uitslag is slecht, deze is goed. Op deze foto is een longontsteking te zien, op die andere niet. Voor dit soort machine-learning moet je zaaltjes met mensen hebben die niets anders doen dan labelen, bij wijze van spreken. Dat is iets wat je niet zomaar zelf kunt doen. Dat moet je ook niet willen. Waar je juist wel heel veel mee kunt doen, is met predictive analytics, voorspellingen op basis van data waarover je al beschikt. Een EPD bevat een paar jaar na de start vaak al miljarden datapunten en als je dat goed organiseert kun je daar heel veel mee. Daar moeten we de zorg beter mee maken. Het is heel goed dat er bedrijven zijn die ook al modellen bouwen, maar ik denk dat het juist de dokters zelf zijn die samen met hun business intelligence teams dit in de ziekenhuizen van de grond moeten krijgen, al dan niet in samenwerking met andere ziekenhuizen.”

Juiste mensen en juiste motivatie

Past Verhoeffs werkgever, Ziekenhuis Sint Jansdal, zelf al predictive analytics toe? “Wij hebben twee mensen in ons BI-team die grote interesse hebben in dit onderwerp. We zijn het aan het opzetten. Ikzelf ben er al heel actief mee bezig in mijn vrije tijd – de kosten gaan altijd voor de baat uit. Als je ermee aan de slag gaat en je begint die methodes door te krijgen en je volgt de juiste cursussen, dan lukt het. Dan kom je iedere keer stappen verder tot op het punt dat je modellen aan het trainen bent op basis van je data. De data zijn toegankelijk. Dat geldt misschien niet voor ieder EPD maar met dat van ons kunnen we het wel. Met de juiste mensen en de juiste motivatie kun je een heleboel doen.”

Vandaar Verhoeffs oproep dat ieder ziekenhuis voldoende moet investeren in een BI-team. “Er moeten mensen in het ziekenhuis zijn die zich volledig bezighouden met de data die het ziekenhuis genereert. Als je kijkt naar een willekeurig bedrijf met anderhalf- tot tweeduizend medewerkers, dan zijn daar een heleboel mensen bezig met de data die het bedrijf genereert om ervoor te zorgen dat het onderste uit de kan wordt gehaald. In ziekenhuizen doen we dat nog niet of slechts een beetje. We voelen op een of andere manier nog niet voldoende de urgentie om dat te doen. Ik vind dat er meer mensen moeten worden ingezet om de data te benutten. En als je ze niet kunt vinden, dan moet je ze gewoon intern opleiden. Als we dan ook nog in Nederland gaan samenwerken om die kennis te delen, dan kan ik me niet voorstellen dat het niet gaat lukken.”

Jorrit Ebben, Academy Het Dorp: ‘Door technologie je eigen gang kunnen gaan is een groot goed’

Hoe kun je technologie inzetten om mensen met een beperking zo zelfstandig mogelijk te laten leven? Met die vraag houdt Jorrit Ebben, co-founder van Academy Het Dorp zich bezig. Cruciaal is volgens hem de bewoners en zorgprofessionals betrekken bij innovatie.

In een notendop: Het Dorp is een zorginstelling in Arnhem waar mensen met een handicap zelfstandig kunnen wonen. Bij de opening in 1966 was dit een revolutionair idee. Het Dorp valt onder de verantwoordelijkheid van zorginstelling Siza. Om voorop te blijven lopen, is Academy Het Dorp opgericht, met als doel de wijk van de toekomst te ontwikkelen waar mensen met en zonder beperking prettig kunnen leven.

Jorrit Ebben is co-founder en directeur van Academy Het Dorp en gaf tijdens eHealth een update van waar hij mee bezig is. De focus ligt op dit moment op hoe de ondersteuning van zorgorganisaties en bedrijven het beste kan worden georganiseerd, aldus Ebben. “De vraag die we ons stellen is hoe we aan de ene kant kunnen zorgen dat de digitalisering en implementatie van technologie bij zorgorganisaties beter gaat. Aan de andere kant onderzoeken we hoe we bedrijven kunnen helpen om samen met de zorg die innovatie vorm te geven.”

Dit doet Academy Het Dorp vooral door kennis te verzamelen over de vaardigheden die aan de zorgkant nodig zijn om te kunnen innoveren, welke vernieuwingen en onderzoeksprotocollen nodig zijn, et cetera. Maar de basis van alles is dat de bewoners van Het Dorp mee ontwikkelen. “Dat is het allerbelangrijkste. Ik vergeet het bijna te zeggen omdat het bij ons het normaalste is wat er is. We ontwikkelen altijd samen met degenen om wie het gaat, de zorgprofessionals en de bewoners.”

IoT gaat het verschil maken

Een belangrijke ontwikkeling die het verschil gaat maken, is Internet of Things (IoT), is de overtuiging van Ebben. Dat gaat volgens hem leiden tot gepersonaliseerde zorg. “Begin 2019 zal het breekpunt zijn bereikt dat we meer losse devices hebben dan dat er tablets en telefoons zijn. Dat zien we bij ons nog veel meer toenemen. Die sensoren gaan allemaal dat huis in en dat wil je gaan managen en kunnen bijhouden, updaten, data eruit halen, enzovoorts. Dat gaat niet meer met de oude manier van werken, waarbij je alle losse dingen aan elkaar knoopt, dus er moet iets van een IT-platform voor komen. We zijn nu begonnen met kijken hoe we dat platform kunnen creëren, maar dan wel zodat je er heel veel use cases van patiënten en cliënten op kunt draaien. We willen een basis vormen waardoor het voor anderen ook gemakkelijker wordt om de use cases beschikbaar te maken.”

Als voorbeeld voor wat IoT kan betekenen voor mensen met een beperking, noemt Ebben bewoner Rik. Hij heeft ademhalingsondersteuning nodig. “De sensoren op zijn rolstoel, lijf en om hem heen maken dat we sneller weten dat Rik mogelijk ondersteuning nodig heeft omdat zijn ademhalingsapparatuur het niet meer doet. We kunnen er veel sneller bij zijn. Bovendien kan hij die ondersteuning op andere plekken dan zijn eigen huis krijgen en daardoor heeft hij dus veel meer bewegingsvrijheid.”

Het belang daarvan wordt onderschat, stelt Ebben in reactie op de vraag hoe deze toepassing van IoT zich verhoudt tot de privacy van de bewoner. “Natuurlijk moeten we privacy goed regelen, daar ben ik absoluut een voorstander van.  Maar de hele dag zorgmensen om je heen hebben heeft ook een grote impact op je privacy. Af en toe je eigen gang kunnen gaan is voor mensen met een beperking een groter privacygoed dan we ons realiseren.”

Emma: dashboard van je gezondheid

Het is een enorm cliché, maar voorkomen is echt beter dan genezen. Voor sportarts Servaas Bingé was dit reden om het platform Emma te ontwikkelen. Dit is een soort dashboard waarop je precies kunt zien hoe het ervoor staat met je gezondheid en wat je kunt verbeteren.

Bingé is arts van de Belgische wielerformatie Lotto Soudal. In die hoedanigheid heeft hij vooral pro-actieve patiënten: topsporters die gezond willen zijn. “In een gewone klassieke praktijk komen mensen met een probleem die je voor hen moet oplossen. Een sporter wil actief werken aan gezond zijn. Het is mijn missie om die mindset ook bij gewone patiënten te bewerkstelligen.”

Dat kan door data te benutten, stelt Bingé. “Ik denk dat we mensen eerst in kaart moeten brengen voordat we ze de juiste terugkoppeling te kunnen geven. Alles begint met informatie. Op donderdag lees je dat koffie slecht is, op vrijdag hoor je weer dat het goed is. Niemand weet nog hoe het zit. Dat geldt ook voor onze eigen lichaamsdata. Je krijgt in België jaarlijks een pdf van de huisarts met alle onderzoeksresultaten, vol met getallen maar daar snapt niemand iets van. Dan hoor je de gesprekken over cholesterol en dan voel je dat de mensen niet weten waar het over gaat. Dus moeten we als arts de informatie behapbaar maken. Door technologie hebben we nu de mogelijkheid om dat heel visueel te doen, een beetje zoals het dashboard van een auto. Ik kijk naar mijn dashboard als mijn auto kapot is. Ik wil aan het dashboard van mijn lichaam ook kunnen zien als er iets moet gebeuren. Op basis van de data moet je de juiste beslissingen op tijd kunnen nemen.”

Subjectieve en objectieve data combineren

Hiervoor is een platform ontwikkeld, Emma. Hier worden zowel subjectieve data, dus wat de mensen aan de chatbot vertellen, als de objectieve data, de biomarkers, DNA-analyse, urineonderzoeken, gekoppeld. “Op basis van al die informatie beginnen zogezegd de lampjes te flikkeren. Je krijgt informatie over het risico dat je loopt op hart- en vaatziekten, diabetes, maar evenzo over een bepaalde leefstijl en wat je zou kunnen veranderen. Zo willen we mensen laten zien wat ze goed doen en wat ze eventueel kunnen veranderen.”

Het is preventieve, participatieve, gepersonaliseerde en predictieve geneeskunde, zegt Bingé. Op langere termijn zal dit de zorg goedkoper maken, is zijn verwachting. “Ik ben ervan overtuigd en de literatuur staaft dat ook, dat als we nu een klein beetje het percentage zouden verhogen op preventie, dat op vijftien, twintig jaar de curatieve kosten, zeker over de grote ziekterisico’s, hart- en vaatziekten, diabetes en obesitas, flink kunnen worden gereduceerd.”

Maar eerst de launch: Emma gaat in februari live. In de eerste fase is dit vooral in corporate context maar er is ook al een partnership met een ziekenfonds, aldus Bingé. “We gaan samen starten en natuurlijk continu verbeteringen implementeren. Nieuwe modules ontwikkelen om preventie aan een brede populatie aan te kunnen bieden. Dan komt hopelijk iedereen bij mij met de vraag: help mij om gezond te zijn.”

16 miljoen euro voor robotica-toepassingen in gezondheidszorg

De Europese Commissie investeert 16 miljoen euro in een Europees project gericht op het versnellen van innovatie en implementatie van robotica-toepassingen voor de gezondheidszorg.

DIH-HERO (Digital Innovation Hubs in Healthcare Robotics) bestaat uit een consortium, geleid door de Universiteit Twente als coördinator, van 17 partners in tien Europese landen. Het project heeft als doel een onafhankelijke organisatie te creëren die verbindingen legt tussen kennisinstituten, commerciële bedrijven, investeerders en overige stakeholders.

De weg naar het integreren van medische innovaties in de klinische praktijk is moeilijk en vergt zowel tijd als substantiële investeringen, stellen de partners. De weg naar de patiënt kan daardoor lang zijn en meerdere stappen omvatten, zoals klinische tests, het ontwikkelen van efficiënte productiemethoden, het opzetten van een commerciële organisatie, het bereiken van investeerders en het regelen van distributie.

Door de krachten te bundelen wil DIH-HERO de komende vier jaar een organisatie opbouwen die ervoor zorgt dat innovatieve producten en diensten beschikbaar komen voor patiënten en de gezondheidszorg professionals.

In Europa gevestigde kleine, middelgrote en midcapbedrijven kunnen zich aanmelden voor financiering via open inschrijving vanaf de zomer van 2019 tot de lente van 2021. De financiering is bestemd voor reiskosten, de ontwikkeling van demonstrators en de overdracht van technologie.

‘Wettelijke basis voor digitale gegevensuitwisseling verbetert patiëntveiligheid’

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg) gaat zorginstellingen stapsgewijs verplichten om op een eenduidige manier digitale gegevens met elkaar uit te wisselen. Zo kunnen zorgverleners sneller over medische gegevens van patiënten beschikken en kunnen patiënten hun eigen gegevens veilig digitaal inzien en beheren.

Huisartsen, ziekenhuizen en fysiotherapeuten gebruiken bij de gegevensuitwisseling vaak een eigen taal of systeem. Die moeten zoveel mogelijk op elkaar worden afgestemd.

Digitalisering van gegevensuitwisseling in de zorg is een enorme klus die nog jaren in beslag gaat nemen. Het kabinet heeft hiervoor 400 miljoen euro beschikbaar gesteld. Daarnaast kreeg elektronische gegevensuitwisseling een belangrijke rol in de hoofdlijnenakkoorden die deze zomer zijn gesloten.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport maakt daarom samen met alle betrokkenen, waaronder de zorgverzekeraars, de ziekenhuizen, de huisartsen en de medisch specialisten, een apart plan van aanpak voor stapsgewijze digitalisering van de zorg. Uiterlijk 1 april 2019 stuurt minister Bruins het plan van aanpak naar de Tweede Kamer.

120 miljoen dollar groeigeld voor fiets-app Zwift

Het bedrijf achter de virtuele wereld voor fietsporters Zwift krijgt een kapitaalinjectie van 120 miljoen dollar.

Met het geld wil het bedrijf een online toernooien gaan opzetten en nieuwe sporten aan zijn platform hangen. Er is al een begin gemaakt richting hardlopers. Op een loopband kunnen ze, kijkend op tv, een buitenparcours lopen. De volgende stap is uitbreiding richting roeimachines.

Zwift heeft software ontwikkeld waarmee renners indoor fietsen kunnen trainen. De beelden uit de virtuele wereld zijn te zien op tv maar ook telefoon of tablet. Natuurlijk zijn er ook data en visualisaties beschikbaar om de ontwikkeling te kwantificeren.

Met deze ‘spelwereld’ bedient het een breed publiek, variërend van hobbyisten tot profrenners. Elke beoefenaar van de e-sport betaalt maandelijks vijftien euro voor deelname. Dat zouden er honderdduizenden zijn.

De investeerders in deze tweede grote ronde zijn Highland Europe (lead), True, Causeway Media en Novator.

Disofa: online psychische zorg verkleint wachtlijsten

De wachtlijsten in de GGZ zijn te lang. Het is een groot probleem dat mensen die in psychische nood verkeren soms maanden moeten wachten voordat ze een psycholoog te spreken krijgen. Juist als ze zich eindelijk voldoende hebben opgeladen om hulp te zoeken is wachten geen wenselijke situatie. Online zorg lijkt de oplossing.

Er moet wat veranderen in deze markt. Met de huidige krapte op de arbeidsmarkt voor psychologen vraagt dat om een andere werkwijze. eHealth kan daar een oplossing voor zijn, doordat het inzetten van tijd- en plaats onafhankelijke zorgverleners nieuwe mogelijkheden biedt. Bijvoorbeeld dat je als patiënt niet meer afhankelijk bent van de openingstijden van de instelling.

Of dat er gemakkelijk zorgverleners uit een andere regio kunnen worden ingezet op plekken waar de wachtlijsten het langste zijn. Voor veel sectoren een open deur, maar het wordt in de zorg nog altijd erg weinig ingezet. Een van de redenen daarvoor is dat er in de sector weinig concurrentie is en deze sector (wellicht daardoor?)  behoudend is.

Een andere reden is dat er regionaal afspraken worden gemaakt tussen aanbiedere en zorgverzekeraars, waardoor buiten de regio behandelen ten koste zou moeten gaan van het budget van iemand anders en dat ligt gevoelig. Daarom heeft GGZ-Noord-Holland-Noord voor een heel nieuwe aanpak gekozen om de wachtlijsten te lijf te gaan door het aanbieden van honderd procent online geestelijke gezondheidszorg.

Disruptief innoveren

Er is from scratch een nieuw onderdeel opgezet,  los van de organisatiestructuur, met een directe lijn naar de Raad van Bestuur als opdrachtgever. Er is veel managementliteratuur bekend waaruit blijkt dat dit een succesvolle manier is om disruptief te innoveren. Uitgangspunt van deze start-up is dat het optimale online behandelservice biedt voor de patiënt, net zoals dat tegenwoordig gebeurt bij al die andere diensten zoals supermarkten, reisbureaus en banken.

Hoe werkt dat? Door alle therapieën die daar geleverd worden uitsluitend online plaats te laten vinden in een combinatie van online-modules en online videogesprekken. Van het begin af aan is dus voor zowel patiënten als zorgverleners duidelijk dat online de enige mogelijkheid is. De afdeling heet DiSofa, naar de Digitale Sofa die je waar dan ook ter wereld aan kunt schuiven om therapie te krijgen. Er is uitgebreide literatuur dat dit net zo succesvol is als therapie waarbij men fysiek de psycholoog bezoekt.

Deze optimale service zorgt voor voordelen voor zowel de patiënt, de zorgverlener als de doorverwijzer. Voor de patiënt staat eenvoud centraal: eenvoudig aanmelden via een login en het enige contact dat je hebt is met je eigen psycholoog en zoals al benoemd onafhankelijk van de openingstijden van een instelling. Ook hoeft er niet naar een fysieke locatie te worden gereisd waar je bekenden tegen kunt komen.

Tijdsonafhankelijk werken

Voor de zorgverlener is het voordeel dat deze zijn eigen praktijk heeft met alle vrijheden om het plaats en tijdsonafhankelijk in te richten maar wel met de zekerheid van een loondienstverband. Bovendien worden ze goed gefaciliteerd zodat ze zich volledig kunnen richten op goede zorg- en serviceverlening.

De voordelen voor de verwijzer zijn dat we patiënten snel kunnen helpen doordat er geen wachtlijst is. Daarnaast heeft DiSofa enthousiaste en kundige GZ-psychologen in dienst. Bovendien staan er GZ-psychologen klaar als de caseload van de huidige GZ-psychologen vol loopt. Onze ervaring is dat zorgprofessionals dit een aantrekkelijke manier van werken vinden.

En hoe gaat dat nu in de praktijk, vijf maanden na de start? We merken dat patiënten bij aanvang vaak terughoudend zijn, maar dat wanneer ze er voor gekozen hebben om te beginnen, ze erg enthousiast zijn over online therapie. Dit lijkt geen verrassende uitkomst, al eerder werd dit gepubliceerd met betrekking tot eConsulten. Zowel patiënten als artsen waren bij de start niet enthousiast, totdat ze ermee begonnen. Vanaf dat moment waren beide groepen verkocht.

Ook zien we dat door de persoonlijke benadering door onze psychologen, patiënten na ruim negentig procent van de kennismakingsgesprekken besluiten om in therapie te gaan bij DiSofa.

Ervaringen cliënten, ook te lezen op de website:

Mauran, 51 jaar: Mijn ervaring met DiSofa vond ik zeer prettig. Miriam begreep mijn verhaal zeer snel en ik vond het prettig om met haar te praten. De flexibiliteit paste perfect in mijn baan met onregelmatige tijden. Ik zou Miriam en DiSofa zeker aanraden.

Richard, 32 jaar: Ik heb het traject bij Disofa als zeer prettig ervaren. De begeleiding via het internet verloopt erg soepel en heb ik als zeer comfortabel ervaren, omdat je het lekker vanuit je eigen huis kunt doen. De hulpverlener is makkelijk te bereiken via de online communicatie. Hierdoor heb je echt het gevoel er niet alleen voor te staan, ondanks de fysieke afstand. Het heeft mij zeker geholpen!

Frederique, 51 jaar: Hoewel ik eerst een klein beetje sceptisch was over deze, digitale, wijze van contact met een therapeute kan ik niet anders zeggen dan dat ik het als heel prettig heb ervaren.

Incision: chirurgen versneld opleiden en trainen met een digitale tool

“Iedereen die op een operatietafel ligt, wil de beste chirurgische zorg hebben”, zegt Ritsaart van Montfrans. Incision geeft chirurgen een instrument in handen dat hen traint met behulp van 3D en virtual reality. De ambitie is om honderd miljoen operaties per jaar te verbeteren. “Wat mij persoonlijk drijft, is dat ik het leuk vind de balans te bereiken tussen impact en commercieel succes.”

“Incision heeft als missie om het proces naar standaardisatie van chirurgie te ondersteunen. Op korte termijn helpt dat om chirurgen versneld op te leiden. We gebruiken heel veel technologie, bijvoorbeeld 3D.”

Begin

Wat is Incision precies?
“Incision is een platform waar kennis over operaties gedeeld wordt, zodat OK-teams beter opgeleid worden en beter van elkaar leren. Qua digitale oplossing zou je het een Netflix en Wikipedia voor chirurgen kunnen noemen. In filmpjes 3D- modules doen chirurgen en OK-medewerkers kennis en kunde op. Je leert hoe je stap voor stap door een operatie kunt gaan. Je krijgt tips en herkent gevaren. 3D-beelden gecombineerd met het 3D-anatomisch model tonen waar je bent in het lichaam.”


Waarom ben je ermee begonnen?
“Het beroep heeft veel vereisten en de werkdruk is hoog. Chirurg worden is bovendien een lange studie waar je veel voor moet leren en waar je veel ervaring voor moet opdoen. In de komende jaren zijn er wereldwijd miljoenen extra chirurgen nodig, maar er is te weinig capaciteit om ze op te leiden. Ik ben leiding gaan geven aan het bedrijf op het moment dat de marktfase aanbrak. We werken met Incision nu al in tien landen in bijna honderd ziekenhuizen, ook in landen met weinig chirurgen.”

Operaties kunnen van levensbelang zijn. Hoe controleer je de inhoud van de filmpjes?
“We gaan daar zeer zorgvuldig mee om. In dit vakgebied kun je niet anders dan de beste kwaliteit leveren. We werken samen met Europese chirurgische societies en met topchirurgen. En we besteden veel tijd en zorg aan supervisie en kwaliteitsbewaking.  Op basis van onze werkwijze hebben we een ‘gouden standaard’-accreditatie gekregen van het Royal College of Surgeons of England. ”

Nu

Waarom besloot je je in te schrijven voor de AIA18?
“Evenementen zoals de AIA passen bij mijn persoonlijke drijfveer: dat ik het leuk vind de balans te bereiken tussen impact en commercieel succes. Een medewerker bij Accenture gaf mij het advies: ’wat jij doet met 3D en kunstmatige intelligentie – dat is zo vooruitstrevend, je moet je inschrijven’. Ik hoorde ook goede verhalen overal de jury, waar je als netwerk wat aan hebt. Dus niet een eenmalig avondje, maar elkaar in een aantal maanden leren kennen. Daar krijg je tractie van.”

Wat heeft het je tot nu toe opgeleverd?
“Verkoopcycli in de zorg zijn vrij lang. De award helpt Incision om de snelheid van de marktintroductie op te voeren. We zijn bekender geworden, er is erkenning en daarmee meer vertrouwen. Een les die ik tijdens het AIA-traject geleerd heb, is dat het altijd uitdagend is om een complex verhaal kort en goed over de bühne te krijgen. De communicatie moet simpel zijn. Je moet in een minuut uitleggen waarom je een gaaf bedrijf hebt.”

Wat gaf voor de jury de doorslag om Incision tot winnaar uit te roepen?
“Dat we een platform bouwen om kennis te delen, maar dat dat méér inhoudt dan op een gestandaardiseerde manier aan kennisdeling te doen. In het juryrapport staat dat het een haalbare doorbraak is, dan aan alle jurycriteria voldoet: een toekomstig personeelsbestand creëren, onderwijs digitaliseren, de vaardigheidskloof verkleinen en levenslange ontwikkeling aanjagen.”

Toekomst

Wat zijn nu uitdagingen voor Incision, waar loop je tegenaan?
“Wij zijn bezig met wereldwijde uitrol. Daar komen spannende uitdagingen bij kijken zoals opschaling. Niet alleen in gebruikers van Incision, maar ook in contentbijdrage. Kwaliteit moet altijd bovenaan blijven staan. Tegelijkertijd willen we variaties in kaart brengen. Deze operatie, hoe doen we dat in Nederland, Duitsland, Hong Kong? Waar zitten verschillen, hoe kun je daarmee omgaan?”

Wat voor trends zie je in de markt van Incision in de komende jaren?
“Trends gebeuren in de medische wereld in een ander tempo dan andere sectoren in verband met validatie. Alles moet adequaat onderzocht zijn. Maar, feit is dat chirurgen in veel landen het steeds drukker krijgen en dat de techniek in de OK heel hard vooruitgaat. We zien al steeds vaker operaties met behulp van robots. Er komen er meer en meer gegevens over de operatie en de patiënt beschikbaar. Hoe ga je daarmee om?”

Wat is jouw gouden tip voor innovators?
“Luisteren naar de klant en aanwezig zijn op plekken waar je moet zijn. In ons geval: weten wat de dynamiek is in de OK. Kijken wat er gebeurt. Obsessief bezig zijn met wat klanten belangrijk vinden.”

*) Incision is winnaar van de Accenture Innovation Awards 2018 in het thema Education.

Page generated in 0,904 seconds. Stats plugin by www.blog.ca