Big Brother vs. de pers: hoe bronbescherming onder druk staat en wat journalisten moeten doen

Het gebruik van geavanceerde digitale tools maakt het voor journalisten steeds moeilijker om de anonimiteit van hun bronnen te garanderen. Hoe heeft het zover kunnen komen? En wat kunnen journalisten doen om zich tegen digitale gevaren te wapenen? Job Boonstra zocht het uit.

“Ik zie niet in hoe we ooit een bron nog bescherming kunnen bieden.” Met die woorden waarschuwde Janine Gibson haar vakgenoten tijdens het International Journalism Festival in Perugia. Als onderzoeksjournalist bij de Guardian was ze verantwoordelijk voor het publiceren van een grote hoeveelheid van de documenten die Edward Snowden de NSA uit had gesmokkeld. “Ik denk niet dat we het privilege van de Vierde Macht hebben dat we vroeger wel hadden.”

Met deze bijna paranoïde en apocalyptische boodschap doelt Gibson op één van de meest fundamentele privileges van een vrije pers: de mogelijkheid om een bron anonimiteit te kunnen bieden en de vrijheid om informatie in te winnen en te publiceren. Het stelt journalisten in staat hun essentiële rol als waakhond te kunnen vervullen. Maar na ervaring met de publicatie van de Snowden-documenten is Gibson niet langer gerust op die bescherming.

Sleepwet

Ook in Nederland staat dit privilege hevig onder druk. Een belangrijke oorzaak is de hoeveelheid data die onze apparaten produceren en in sommige gevallen de identiteit van een bron kunnen prijsgeven. Volgens Huib Modderkolk, onderzoeksjournalist van de Volkskrant en verantwoordelijke voor de onthulling van de Cozy Bear-hack, vertelt ons online gedrag meer over een bron dan gedacht. “Stel dat jij een bron bent, we ontmoeten elkaar ergens en ik zou betalen voor de koffie. Die pinbetaling wordt ergens opgeslagen.”

Een ontmoeting met een bron laat veel meer digitale sporen achter dan veel journalisten beseffen. Zulke data, gecombineerd met kentekenregistratie, gps-locaties en camera’s op straat, kunnen belangrijke details over de identiteit van een bron geven.

Volgens Modderkolk zorgt ook de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, in de volksmond wel ‘sleepwet’ genoemd, voor meer risico: “vroeger was het wel eens handiger om om een wisselend vaste telefoonlijn op de Volkskrant-redactie te gebruiken omdat het bewerkelijk is om op al die lijnen een tap aan te vragen. Nu gaan die gegevens over een internetkabel en kunnen ze door een een filter van de inlichtingendiensten gaan.”

Nadenken over digitale veiligheid

“Misschien is het paranoia”, zegt Janny Groen, “maar mijn collega en ik zijn ooit tegelijkertijd, terwijl we thuis op andere computers werkten, hoofdstukken van ons boek kwijtgeraakt.” Groen schreef een boek over de vrouwen van leden van de Hofstadgroep, gebaseerd op vertrouwelijke gesprekken met ze.

Een concrete oorzaak voor het vreemde voorval heeft ze niet en de technische helpdesk van haar redactie kon geen oorzaken vinden, maar het heeft haar wel opnieuw doen nadenken over digitale veiligheid. “Ik ontmoet bronnen vaker face-to-face en zet dingen niet op m’n telefoon, maar op een fysiek kladblok.”

De veiligheidsdiensten hebben veel meer bevoegdheden onder de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zo mogen de diensten ongericht surveilleren in gevallen van nationale veiligheid. Hierdoor kunnen de AIVD en MIVD grote hoeveelheden data in één keer opvissen. Enkele wijzigingen die ingevoerd zijn na het sleepwet-referendum en journalisten beter moeten beschermen, voorkomen niet dat gesprekken tussen journalisten en bronnen als bijvangst worden opgevist.

Dat de toegenomen technologische ontwikkelingen zorgen voor meer risico’s, merkt ook Bart Mos. De Telegraaf-journalist werd in 2006 door justitie in gijzeling genomen omdat hij en collega Joost de Haas weigerden hun bron prijs te geven. “Die technologische ontwikkelingen zorgen er nu al voor dat bronnen drie keer moeten nadenken voordat ze een journalist benaderen. Het is zo geavanceerd dat het alleen maar belangrijker wordt om bij explosieve dossiers geen enkel elektronisch middel te gebruiken in je contact met bronnen.”

Maar naast de kans op datalekken is er een tweede factor: gebrek aan toezicht bij het Openbaar Ministerie.

Mismatch

Dat het in veel gevallen kinderspel is om achter de bron van een journalist te komen, bleek vorig jaar toen bleek dat het OM op onrechtmatige wijze de telefoongegevens van verslaggever Jos van de Ven had verkregen. Van de Ven wist op basis van anonieme bronnen te melden wie de volgende burgemeester van Den Bosch zou worden – een verkiezing die normaliter achter gesloten deuren plaatsvindt. Door de telefoongegevens wist het OM al snel wie de bron was geweest.

In dezelfde periode legde het OM in Rotterdam beslag op de telefoondata van journalist Joey Bremer in een poging zijn bronnen te achterhalen en fotograaf Chris Keulen werd een aantal uur vastgezet omdat hij zijn camera niet wilde afgeven. Er zouden foto’s op hebben gestaan van een vechtpartij tussen een actievoerder en een Amerikaanse militair in burgerkleding

“Er is een behoorlijke mismatch tussen het toezicht op de AIVD versus toezicht op politie en OM als het gaat om het plaatsen van taps op journalisten”, zegt Modderkolk. “De gijzeling van Bart Mos en Joost de Haas is een les geweest voor de AIVD, want ze zijn toen heel ver gegaan om de bron van de journalisten te achterhalen.” De gijzeling van Mos en De Haas was tevergeefs; de journalisten bleven weigeren hun bron te onthullen en werden na enkele dagen vrijgelaten.

Met intreding van de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is toezicht op de geheime dienst goed verankerd. “De politie en het OM lijken lichtzinniger over te gaan tot het tappen van journalisten. En de controle daarop is veel minder groot.”

Twee tips over hoe om te gaan met de toenemende online risico’s

1. Wees bewust van digitale gevaren

Allereerst is het belangrijk om te bedenken dat geen enkel spoor achterlaten nooit mogelijk is. Modderkolk: “Ik ga er altijd vanuit dat er mensen zijn die mijn informatie willen. En dan kijk ik per geval hoe erg het is als bepaalde informatie weg lekt. Je moet soms dus per persoon of per bron bekijken welke maatregelen nodig zijn.”

Dat niet iedere journalist zich daarvan bewust is, toont Hassan Bahara. Voor de Volkskrant doet hij verslag van extreemrechts en islamitisch extremisme. “De meeste journalisten weten zo weinig over hoe lek onze communicatiekanalen zijn. Daar moeten we echt nog een inhaalslag in maken. Mijn collega Annieke Kranenberg zijn met hele kwetsbare dingen bezig en dan moet je wel voorzichtig omgaan, maar ik weet van heel veel collega’s die op manieren communiceren…” Hij slaakt een zucht en vervolgt: “als iemand handig met een computer kan zijn, kan ‘ie heel veel dingen achterhalen.”

Volgens Bahara moeten redacties meer moeten investeren in aandacht voor digitale veiligheid bij hun verslaggevers. “Dan gaat het om welke versleutelde apps je gebruikt om te communiceren, het afschermen van e-mailaccount, of het gebruiken van password managers.”

Een voorbeeld is de New York Times, dat een veiligheidsspecialist die ervoor zorgde dat klokkenluiders via speciale versleutelde kanalen op een veilige manier journalisten kunnen benaderen en documenten kunnen uitwisselen. Zulke investeringen hebben zelfs de potentie zichzelf terug te verdienen omdat het media een competitief voordeel geeft ten opzichte van concurrerende media.

2. Bouw een veiligheidsarsenaal op

Julia Angwin is journalist voor ProPublica en deed veel onderzoek naar digitale veiligheid voor journalisten. Ze adviseert om als eerst een paar essentiële stappen te zetten, zoals het updaten van verouderde software en het het gebruiken van complexe en unieke wachtwoorden. Het is laaghangend fruit, simpele stappen die eigenlijk iedereen met een internetverbinding zou moeten doen.

Daarnaast adviseert ze journalisten om een veiligheidsarsenaal op te bouwen en een playbook te bedenken voor verschillende scenario’s waarin vertrouwelijk materiaal of anonieme bronnen voor komen.

Denk aan het gebruiken van een VPN-verbinding of de Tor-browser, zaken die internetverkeer versleutelen en maskeren. Ook archaïscher maatregelen als bellen via wegwerp telefoons, of elkaar alleen face-to-face spreken kunnen hierbij helpen.

Kat en muisspel

Digitale veiligheid en bronbescherming is een kat en muisspel en journalisten moeten nieuwsgierige partijen te slim af zijn. Het is complex en tijdrovend, maar essentieel voor het behoud van het privilege en recht van journalistieke bronbescherming.

Modderkolk: “Misschien denk je dat digitale veiligheid niet zo belangrijk is als je over landbouw schrijft, maar je kunt niet weten wat de gevolgen voor iemand zijn. Zeker niet als je wat dieper graaft.”

Job Boonstra

Het artikel Big Brother vs. de pers: hoe bronbescherming onder druk staat en wat journalisten moeten doen verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Documenatairetip: Pre-Crime (woensdag, om 23.15 uur, op NPO2)

Op televisie en internet zijn legio documentaires te vinden. De DocUpdate geeft wekelijks tips. Deze week onder meer een prikkelende docu over de gevolgen en gevaren van een algoritmegestuurd preventief opsporingssysteem. Big Brother is watching you, maar wat als hij het fout heeft?

Science fiction-schrijver Philip K. Dick (1928-1982), verantwoordelijk voor klassiekers als Blade Runner, Total Recall en A Scanner Darkly, kon het zo gek niet bedenken of het wordt vroeger of later werkelijkheid. In het korte verhaal The Minority Report, verfilmd met Tom Cruise in de hoofdrol, creëerde hij bijvoorbeeld een wereld waarin misdaden worden voorkomen doordat de potentiële daders al vóór het vergrijp in de boeien worden geslagen.

Algoritmes

Toekomstmuziek? Niet als je het vraagt aan Matthias Heeder, de verteller van de unheimische documentaire Pre-Crime (52 min.). ‘Hollywood is nu echt werkelijkheid geworden’, mijmert hij hardop, zittend op een rotspartij bij een woelige zee. ‘Software die voorspelt waar een misdaad zal plaatsvinden. De politie die eerder ter plaatse is dan de misdadiger. Computers die lijsten maken van toekomstige moordenaars. Pre-crime noemen ze dat.’

Ongelukkige combinatie

Via deze prikkelende insteek, en de bijbehorende science fiction-achtige vormgeving en muziek, buigt deze film van Heeder en Monika Hielscher zich over een inmiddels tamelijk vertrouwd maatschappelijk thema: hoe en door wie worden onze data beheerd? Zitten er bugs in dat systeem? En hoe zorgen we ervoor dat onze gegevens niet in verkeerde handen belanden en zonder onze toestemming – of dat we het überhaupt weten – worden ingezet voor commerciële dan wel ideële doeleinden?

Met datadeskundigen, privacypleiters, politieagenten, advocaten, (misdaad)journalisten, mensenrechtenactivisten en enkele gewone burgers, die ten onrechte in beeld zijn gekomen bij de politie vanwege een ongelukkige combinatie van gegevens, brengt Pre-Crime, een term die overigens ook werd gemunt door Philip K. Dick, de mogelijke gevaren in kaart van al die gekoppelde gegevensbestanden.

Big Brother

Op de achtergrond speelt daarbij steeds de vraag op of we op weg zijn naar de dystopie die die andere onheilsschrijver, George Orwell, al eens op huiveringwekkende wijze schetste? Of zijn we met zijn allen toch in staat om Big Brother een toontje lager te laten zingen?

Bekijk hier de trailer

De documentaire wordt aanstaande woensdag 13 februari om 23:15 uitgezonden op NPO2.

Alle documentairetips van deze week kan je hier bekijken. Wil je wekelijks de nieuwsbrief van DocUpdate met documentairetips in je mailbox ontvangen? Meld je hier aan.

DocUpdate

Het artikel Documenatairetip: Pre-Crime (woensdag, om 23.15 uur, op NPO2) verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Page generated in 1.124 seconds. Stats plugin by www.blog.ca