Opinie: Algoritmes maken Apple Music leuker… of toch niet?

Volgens Apple is hun muziekdienst beter dan de concurrentie, omdat ze de muzieklijsten op Apple Music laten samenstellen door echte mensen in plaats van algoritmes het werk te laten doen. Merk je dat als luisteraar, of is het vooral een marketingding?

Het artikel Opinie: Algoritmes maken Apple Music leuker… of toch niet? verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Waarom Apple’s TV+ (nog) geen volledige line-up nodig heeft

Apple’s videodienst TV+ gaat later dit jaar van start. Apple belooft vooral kwaliteit en legt minder de focus op een enorm aanbod. Ben je bang dat je nu moet kiezen tussen Netflix of Apple’s eigen dienst? Geen nood, want het moment dat je voor het eerst moet betalen volgt waarschijnlijk pas veel later.

Het artikel Opinie: Waarom Apple’s TV+ (nog) geen volledige line-up nodig heeft verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Waarom ik uitkijk naar de Apple Watch Series 5

De Apple Watch Series 4 bracht behoorlijk wat vernieuwingen met zich mee. Is Apple voorlopig wel even klaar met de smartwatch en kan het bedrijf gerust een jaartje overslaan? Wat mij betreft niet. De Apple Watch is de afgelopen tijd namelijk hét apparaat waar je de meest interessante vernieuwingen vindt.

Het artikel Opinie: Waarom ik uitkijk naar de Apple Watch Series 5 verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Waarom je (nu) beter kunt wachten op de tweede generatie HomePod

Apple brengt de HomePod uit in steeds meer landen, zoals binnenkort in Japan. Maar heeft het anderhalf jaar na de introductie nog wel zin om de speaker aan te schaffen? Wij vinden dat je beter kan wachten totdat Apple met de tweede generatie komt. En wel hierom…

Het artikel Opinie: Waarom je (nu) beter kunt wachten op de tweede generatie HomePod verscheen voor het eerst op iCulture

Waarom meer regio’s waterschapsjournalistiek zouden moeten subsidiëren

Het waterschap is met grote voorsprong de bestuurslaag die de minste journalistieke aandacht krijgt. Het treurige gevolg van deze journalistieke stilte konden we dit jaar bij de waterschapsverkiezingen aanschouwen: niemand wist waar deze verkiezingen over gingen, niemand kende de kandidaten of de inhoudelijke verschillen en niemand wist wat de afgelopen jaren het beleid was geweest. De afgelopen jaren hebben zich maar twee journalisten met de waterschappen beziggehouden. Is subsidie een oplossing voor het tekort? Politiek journalist Chris Aalberts vindt van wel.

Waterschap Amstel Gooi en Vecht heeft onlangs 10.000 euro gestort in het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Zo hoopt het journalistiek over het waterschap te stimuleren. Het is een mooie regeling: journalisten kunnen bij het fonds geld aanvragen en deze worden door het fonds beoordeeld. Het waterschap heeft dus geen enkele bemoeienis met de toekenning en zo is de journalistieke onafhankelijkheid gegarandeerd.

De vraag is wel: hoe nuttig is zo’n extra subsidiepot voor waterschapsjournalistiek? En welke gevolgen heeft het voor de burger en de bestuurder?

Publieke controle?

Het achterliggende idee van subsidie is dat de publieke controle op de politiek ermee toe zou kunnen nemen. Door meer waterschapsjournalistiek weten burgers beter waar ze bij verkiezingen op moeten stemmen. Zo komen burgers er bijvoorbeeld achter dat er wel degelijk politieke thema’s in het waterschap spelen zoals bodemdaling, verzilting en klimaatadaptatie en dat daarbij ook verschillende visies bestaan: duurzaamheid en efficiëntie. Waterschapsjournalistiek zou beter geïnformeerde burgers op moeten leveren die beter weten op wie ze willen stemmen.

Maar werkt dit in de praktijk? Ik deed zelf een half jaar geleden een aanvraag bij het Leids Mediafonds om een videoserie te maken over de waterschapsverkiezingen in de Leidse regio. Er werd subsidie toegekend. Met de lokale omroep Sleutelstad maakte ik video’s met de zes belangrijkste lijsttrekkers van hoogheemraadschap Rijnland over de belangrijkste thema’s die daar momenteel spelen. Het project kostte het Leids Mediafonds ruim acht duizend euro. De video’s werden tussen de 100 en 250 keer bekeken op YouTube. Op Facebook lagen de aantallen iets hoger.

IJdele hoop

Deze aantallen zijn een fractie van het aantal inwoners van dit waterschap. We zien hier dat subsidie weliswaar journalistiek mogelijk maakt, maar niet leidt tot een beter geïnformeerd publiek. Dit ligt voor de hand: er is normaliter nauwelijks waterschapsjournalistiek omdat het niet rendeert. Er is immers nauwelijks publieksinteresse. En dus steken media hier hun tijd niet in, want adverteerders, lezers en kijkers lopen bij te veel aandacht voor dit soort thema’s weg. Subsidies kunnen ervoor zorgen dat er wel journalistiek wordt bedreven, maar publieksinteresse is er daarmee nog niet.

Het is dus ijdele hoop te denken dat journalistieke subsidies tot een beter geïnformeerd publiek leiden. Ze leiden vooral tot meer journalistiek. Toch laten juist de waterschappen zien dat dit soort journalistiek voor een klein publiek nuttig is: bestuurders van waterschappen zullen zich door de aanwezigheid van journalisten meer dan voorheen gecontroleerd voelen. Als er over waterschappen wordt geschreven, hebben bestuurders geen carte blanche meer omdat er toch niemand kijkt wat ze doen. Vreemde ogen maken dat bestuurders kritischer naar zichzelf moeten kijken.

Vreemde ogen dwingen

Vreemde ogen dwingen: in Rijnland moesten lijsttrekkers door mijn project van het Leids Mediafonds nadenken wat hun boodschap eigenlijk was. Normaliter werd ze dat nauwelijks gevraagd, maar nu wisten ze dat ze op beeld zouden worden vastgelegd, hun woorden mogelijk breed verspreid zouden worden en dus dat ze wellicht allerlei reacties zouden krijgen.

Momenteel volg ik de formatie van het nieuwe bestuur van waterschap Amstel Gooi en Vecht. Daar werd nooit over geschreven en dus konden partijen eigenlijk altijd doen wat ze wilden. Niemand beoordeelde de compromissen die werden gesloten. Nu weet men dat men achteraf op compromissen aangesproken kan worden en dat ernstige flaters weldegelijk veel mensen zullen bereiken.

Waterschapsjournalistiek levert niet standaard een groot publiek op, maar het levert wel een kans op dat een groter publiek ergens kennis van neemt, bijvoorbeeld omdat bestuurders onbegrijpelijke beslissingen nemen of grote fouten maken. Waterschapsjournalistiek kan nieuwsfeiten opleveren die door de grotere nieuwsmedia worden opgepikt. Met dat risico in hun achterhoofd denken bestuurders beter na over wat ze doen en zijn ze scherper op elkaars werk.

Al met al: zelfs als niemand de door Amstel Gooi en Vecht gesubsidieerde journalistiek consumeert is deze subsidie een prima idee. Waarom doen de andere twintig waterschappen eigenlijk niet mee?

In de maanden voor de Waterschapsverkiezingen van 2019 volgde Chris Aalberts de waterschappen AGV en Rijnland.

Chris Aalberts

Het artikel Waarom meer regio’s waterschapsjournalistiek zouden moeten subsidiëren verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Opinie: Apple moet meer ontwikkelaars een kans geven

In de App Store zie je steeds dezelfde apps voorbijkomen op de frontpage. Een select groepje ontwikkelaars krijgt bijna wekelijks aandacht, terwijl anderen genegeerd worden. Apple zou veel meer (kleine) ontwikkelaars voor het voetlicht kunnen brengen, waardoor de App Store-verhalen interessanter worden.

Het artikel Opinie: Apple moet meer ontwikkelaars een kans geven verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Waarom Apple Pay 4x beter is dan traditioneel pinnen

De financiële wereld is nog sceptisch over de kansen van Apple Pay. Niet iedereen heeft immers een iPhone en er zijn in Nederland al uitstekende betaalmethoden. Toch heeft Apple Pay volgens ons behoorlijk wat voordelen, die ervoor zorgen dat jij er
straks ook gebruik van wil maken.

Het artikel Opinie: Waarom Apple Pay 4x beter is dan traditioneel pinnen verscheen voor het eerst op iCulture

Oproep van journalistiek Nederland aan de Tweede Kamer: Stop de nieuwe Wet open overheid (Woo)

De journalistiek schiet niets op met het vervangen van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) door de Wet open overheid (Woo). Het huidige voorstel pakt de problemen rondom openbaarheid in Nederland niet aan. In een gezamenlijke actie roept de Nederlandse journalistiek het parlement op de Woo te verwerpen en werk te maken van verbetering van de Wob.

“Wetten zijn als worstjes. Je kunt maar beter niet zien hoe ze gemaakt zijn.” Het zijn inmiddels befaamde woorden die oud-minister Piet Hein Donner in 2011 uitsprak. Documenten over het wetgevingsproces opvragen via de Wet openbaarheid van bestuur? Nee, dat is helemaal niet interessant voor journalisten. Meende Donner. De werkelijkheid heeft de afgelopen jaren echter menigmaal zijn ongelijk bewezen.

Ironisch genoeg heeft juist de Wob laten zien hoezeer er wordt gepoogd om het openbaarheidsregime in Nederland uit te kleden. Het worstje in deze is de Wet open overheid, de beoogde opvolger van Wob. Door vele aanpassingen is het een worst geworden die nergens naar smaakt.

Zwartlakken

Wat is er aan de hand? Al in 2005 lanceerde toenmalig GroenLinks-Kamerlid Wijnand Duyvendak met de nota ´Open de Oester’ een eerste aanzet tot noodzakelijke verbetering van de Wob. Gebruikers van de Wob klagen al jaren over de trage besluitvorming en het vele zwartlakken waarmee de vrijgave van documenten gepaard gaat. Geregeld moet er een rechter aan te pas komen om de overheid terug te fluiten. Terwijl alle documenten bij de overheid van de burger zijn, lijkt deze er steeds minder toegang toe te hebben.

Bovendien voldoet Nederland met de huidige wetgeving niet aan het Verdrag van Tromsø, de internationale afspraken waarin de toegang tot overheidsinformatie is geregeld. Een verdrag dat er in 2009 mede kwam op initiatief van Nederland, maar dat nog altijd niet door de regering is ondertekend.

Initiatiefwetsvoorstel

De nota van Duyvendak kreeg in 2012 concreet vorm in een ambitieus initiatiefwetsvoorstel van toenmalig GroenLinks-Kamerlid Mariko Peters om de bestaande Wob-praktijk te verbeteren. Dit voorstel zag er veelbelovend uit, voor D66 aanleiding zich bij de initiatiefnemer aan te sluiten.

De ontwerpwet bestond uit enkele concrete voorstellen:

  • Inkomende en uitgaande overheidsdocumenten zouden in een register komen. Eenieder zou online met een druk op de knop als het ware à la carte kunnen selecteren welke documenten hij wilde hebben.
  • De besluittermijn ging van maximaal twee keer vier weken naar maximaal twee keer twee weken.
  • Het aantal organisaties onder het openbaarheidsregime werd fors uitgebreid. Hierdoor zou, in lijn met het verdrag van Tromsø, informatie op te vragen zijn over het openbare bestuur in alle facetten. Dus inclusief nutsbedrijven, ziekenhuizen en openbaarvervoerorganisaties, die nog niet onder de Wob vielen.
  • Er zou een onafhankelijke informatiecommissaris met omvangrijke ondersteunende organisatie komen die als een soort ombudsman geschillen tussen burger en overheid moest beslechten en ook in bezwaarprocedures zou optreden.
  • De vaak misbruikte weigergrond “onevenredige bevoor- of benadeling” verdween. Daardoor had de overheid niet langer een restgrond om alles wat niet onder de andere weigergronden viel, bij elkaar te vegen.

Dit was in 2012. We zijn nu zeven jaar verder en er is nog altijd geen opvolger voor de Wob. De beide initiatiefnemers zijn inmiddels allang uit Den Haag vertrokken en hun opvolgers hebben het voorstel de afgelopen jaren laten uitkleden.

Afgezwakte versie

Een afgezwakte versie werd in 2016 door de Tweede Kamer aangenomen. Afgezwakt omdat men om voldoende politieke steun te vergaren reeds concessies had gedaan aan het ambitieuze beginvoorstel.

De instemming door de Tweede Kamer was voor verontruste ambtenaren, onder meer op het ministerie van Binnenlandse Zaken, reden om alarm te staan. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) startte een campagne om de Woo tegen te houden in de Eerste Kamer. De wet zou onuitvoerbaar zijn. Verschillende onderzoeken kwamen tot minstens 1 miljard euro aan invoeringskosten. Dat het hier onder meer ging om achterstallig onderhoud aan ICT-systemen bij de overheid lieten ze gemakshalve onvermeld.

De rapporten waren aanleiding om de wet verder af te zwakken. De huidige trekkers van de Woo Bart Snels (GroenLinks) en Steven van Weyenberg (D66) sleutelden verder aan de wettekst. Het teleurstellende resultaat presenteerden ze begin dit jaar in een novelle.

Het voorgestelde register verdween geheel, om een kostenslag te maken. De besluittermijn blijft vier weken in plaats van de voorgestelde twee. Ook is de informatiecommissaris op de lange baan geschoven. Nu wordt “na vijf jaar geëvalueerd” of het noodzakelijk is om deze alsnog in te voeren. Haagse taal om te zeggen: die willen we niet.

Ook de weigergrond van onevenredige benadeling van de overheid ligt weer op tafel. En de reikwijdte van de Woo is teruggedrongen. Koepelorganisaties als de VNG en de Unie van Waterschappen zijn na protest van hun zijde uit de wettekst verdwenen. Het openbaar bestuur valt dus nog steeds niet in de volle breedte onder de Woo.

Geen verandering

Kortom: de nieuwe Woo zal niets veranderen aan de bestaande praktijk. Terwijl daar juist grote behoefte aan is. Eens te meer omdat de afhandeling van een verzoek de afgelopen jaren eerder is verslechterd dan verbeterd.

Overschrijding van de besluittermijn met weken en maanden is geen uitzondering. De overheid houden aan wettelijke termijnen is nauwelijks mogelijk. De koppeling met de Wet Dwangsom is geschrapt vanwege misbruik door niet-serieuze Wobbers. Daardoor kan een treuzelend bestuursorgaan alleen nog via de rechter tot de orde worden geroepen. En dat duurt vaak maanden. Wettelijke termijnen hebben geen enkel effect bij gebrek aan een concreet handhavingsmiddel.

Oproep aan de Tweede Kamer

De Tweede Kamer zal de komende tijd het aangepaste wetsvoorstel behandelen. Als die ermee instemt, en de Eerste Kamer later ook, zitten we vast aan een wet waarmee de transparantie van de overheid eerder achter- dan vooruit gaat. Eenmaal aangenomen zal er geen ruimte meer zijn om te pleiten voor een betere regeling. De laatste grotere herziening van de Wob dateert immers van begin jaren ’90, bijna dertig jaar geleden.

In een gezamenlijke actie roepen de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nederlandse pers de Tweede Kamer daarom op niet in te stemmen met de Woo. In een brief [pdf] aan de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken pleiten zij ervoor in plaats daarvan aan de slag te gaan met verbetering van de huidige wetgeving.

Stel paal en perk aan onnodig zwartlakken. Maak de grondgedachte achter de Wob ‘alles is openbaar, tenzij’ weer leidend en laat die cultuur tot elk bestuursorgaan doordringen. Geef de burger middelen om een treuzelend bestuursorgaan dwingend tot de orde te roepen. En stel een informatiecommissaris aan die kan optreden als onafhankelijke partij in bezwaarzaken en geschillen tussen wobber en overheid.

Kortom, breng de Wob in lijn met het Verdrag van Tromsø. Nederland liep lange tijd voorop met haar openbaarmakingswetgeving, maar behoort tegenwoordig tot de Europese achterhoede. Neem een voorbeeld aan een land als Zweden. Daar is het “offentlighetsprincipen” onomstreden en zelfs de belastingaangifte van de minister-president openbaar. Laat openbaarheid geen gunst zijn maar een voorwaarde voor het goed functioneren van de democratie en voor dat van de pers.

Dit artikel verscheen eerder ook op Villamedia.

Evert de Vos, Hugo van der Parre

Het artikel Oproep van journalistiek Nederland aan de Tweede Kamer: Stop de nieuwe Wet open overheid (Woo) verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Opinie: Waarom het goed is dat er gekeken wordt naar Apple’s machtpositie

De ACM gaat onderzoek doen naar Apple’s machtspositie met de App Store. Wat de uitkomst van dit onderzoek ook is, het is voor iPhone-gebruikers goed dat er op een neutrale manier gekeken wordt naar de huidige situatie.

Het artikel Opinie: Waarom het goed is dat er gekeken wordt naar Apple’s machtpositie verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Het wordt tijd dat Apple meer vrijheid geeft voor de NFC-sensor

De iPhone heeft al jarenlang een NFC-chip, maar als gebruiker kun je daar maar weinig mee doen. Er is natuurlijk Apple Pay en in zeldzame gevallen werkt Apple samen met externe partijen. Is het tijd voor volledige openheid van zaken?

Het artikel Opinie: Het wordt tijd dat Apple meer vrijheid geeft voor de NFC-sensor verscheen voor het eerst op iCulture

Een overheidscampagne tegen nepnieuws draagt niet bij aan de bescherming van onze democratie

1 miljoen euro is door Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren geïnvesteerd in een, volgens factcheckers Alexander Pleijter en Peter Burger, volslagen nutteloze overheidscampagne tegen nepnieuws. Immers, burgers hebben niet de kennis en middelen in pacht om zelf te onderzoeken wat echt of nep is. Laat experts toch het heft in handen nemen, is de strekking van dit treffende betoog.

De nepnieuwssaga van minister Ollongren begon op 13 november 2017. Op die dag stuurde ze de Tweede Kamer een brief over de beïnvloeding van de publieke opinie door statelijke actoren. Lees: door Rusland. ‘Nepnieuwslawine’ kopte De Telegraaf in grote letters de volgende dag op de voorpagina. Met een foto van een bedenkelijk kijkende minister Ollongren. Andere media volgden, met als boodschap: Russisch nepnieuws bedreigt de Nederlandse publieke opinie. “Met nepnieuws proberen de Russen de democratie te ontregelen”, waarschuwde de NOS die avond in het achtuurjournaal.

Dat is nogal wat. Hoog tijd dus voor ferme maatregelen. Met één van die maatregelen kwam minister Ollongren deze maand. In de vorm van een publiekscampagne. Een ‘bewustwordingscampagne’, zoals Ollongrens Ministerie van Binnenlandse Zaken het noemt. Met als boodschap: “iedereen in Nederland moet kritisch en nieuwsgierig blijven naar waar het nieuws vandaan komt.” In het campagnefilmpje worden mensen aangemoedigd om ‘écht?’ uit te roepen als ze een nieuwsbericht lezen.

Dieper graven

De kosten bedragen 1 miljoen euro. 1 miljoen euro voor symboolpolitiek. 1 miljoen euro om de wereld te laten zien dat de minister iets doet tegen nepnieuws. Zonder dat dit enig nut heeft. Want ga maar na. Is er reden om aan te nemen dat Nederlanders zonder deze campagne niet langer kritisch en nieuwsgierig zouden blijven? Nota bene in een tijd waarin het voortdurend over ‘nepnieuws’ gaat. En gaat ‘écht?’ roepen tegen je telefoonscherm écht helpen tegen die vermeende dreiging van Russisch nepnieuws?

Nee, natuurlijk niet. Mensen vragen zich vaak zat af of het nieuws klopt dat ze langs zien komen. Dat gaan ze heus niet vaker of beter doen door deze ‘bewustwordingscampagne’. Het punt is dat mensen geen tijd hebben of nemen om al het nieuws te checken waarvan ze zich afvragen of het écht waar is. En vaak missen ze ook de benodigde kennis en vaardigheden. Weliswaar heeft het ministerie enkele richtlijnen gepubliceerd op de campagnewebsite, die mensen kunnen helpen om vraagtekens te plaatsen bij het waarheidsgehalte van berichten, maar daarmee kan je niet met zekerheid vaststellen of iets wel of niet klopt.

Daarvoor moet je vaak heel wat dieper graven. In wetenschappelijke publicaties bijvoorbeeld. Waarvoor je kennis van onderzoeksmethodologie nodig hebt. Of door speciale tools te gebruiken, bijvoorbeeld om manipulatie van video’s en foto’s te detecteren. Tja, hoeveel mensen gaan dat doen als ze weer eens ‘echt?’ roepen na het zien van een Facebookbericht, terwijl ze in bad zitten of in het park aan het hardlopen zijn (zoals in het campagnefilmpje van het ministerie)?

Experts

Het is veel realistischer dat mensen hun vraag ergens neer kunnen leggen als ze twijfelen of bepaald nieuws klopt. Bij experts die kunnen verifiëren of er gesjoemeld is met een foto of video. Bij deskundigen die weten hoe ze een wetenschappelijk onderzoek moeten lezen en interpreteren. Die verstand van statistiek hebben.

Het is veel nuttiger dat er factcheckers zijn die voortdurend sociale media monitoren om te zien of bepaalde berichten opeens viraal gaan, en die checken of het niet om nepnieuws gaat. Zodat nepnieuws snel weerlegd en weersproken kan worden. Want wat doen mensen écht als ze twijfelen of nieuws klopt? Dan gaan ze googelen. En dan is het mooi als er een factcheck duidelijk herkenbaar in de zoekresultaten verschijnt, die ze vertelt of het wel of niet klopt. Dan zijn mensen écht geholpen met hun achterdocht over mogelijk nepnieuws.

Nutteloze campagne

Om een lang verhaal kort te maken: die 1 miljoen euro had heel wat zinvoller besteed kunnen worden als we de democratie werkelijk willen beschermen. Ja, dit is preken voor eigen parochie, want Nieuwscheckers – het factcheckproject dat wij runnen aan de Universiteit Leiden – heeft de middelen niet om dagelijks het nieuws op sociale media te volgen en checken. Dan is het zuur om te zien dat zo’n bak geld wordt verspijkerd aan een nutteloze campagne. Hoeveel nepnieuws hadden we voor dat geld wel niet kunnen factchecken?

Tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen van 25 mei, wil Nieuwscheckers beweringen van politici factchecken. Wilt u dit mogelijk maken? Ga naar SteunLeiden.nl om te doneren.

Alexander Pleijter, Peter Burger

Het artikel Een overheidscampagne tegen nepnieuws draagt niet bij aan de bescherming van onze democratie verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Page generated in 1,036 seconds. Stats plugin by www.blog.ca