Opinie: Apple moet meer ontwikkelaars een kans geven

In de App Store zie je steeds dezelfde apps voorbijkomen op de frontpage. Een select groepje ontwikkelaars krijgt bijna wekelijks aandacht, terwijl anderen genegeerd worden. Apple zou veel meer (kleine) ontwikkelaars voor het voetlicht kunnen brengen, waardoor de App Store-verhalen interessanter worden.

Het artikel Opinie: Apple moet meer ontwikkelaars een kans geven verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Waarom Apple Pay 4x beter is dan traditioneel pinnen

De financiële wereld is nog sceptisch over de kansen van Apple Pay. Niet iedereen heeft immers een iPhone en er zijn in Nederland al uitstekende betaalmethoden. Toch heeft Apple Pay volgens ons behoorlijk wat voordelen, die ervoor zorgen dat jij er
straks ook gebruik van wil maken.

Het artikel Opinie: Waarom Apple Pay 4x beter is dan traditioneel pinnen verscheen voor het eerst op iCulture

Oproep van journalistiek Nederland aan de Tweede Kamer: Stop de nieuwe Wet open overheid (Woo)

De journalistiek schiet niets op met het vervangen van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) door de Wet open overheid (Woo). Het huidige voorstel pakt de problemen rondom openbaarheid in Nederland niet aan. In een gezamenlijke actie roept de Nederlandse journalistiek het parlement op de Woo te verwerpen en werk te maken van verbetering van de Wob.

“Wetten zijn als worstjes. Je kunt maar beter niet zien hoe ze gemaakt zijn.” Het zijn inmiddels befaamde woorden die oud-minister Piet Hein Donner in 2011 uitsprak. Documenten over het wetgevingsproces opvragen via de Wet openbaarheid van bestuur? Nee, dat is helemaal niet interessant voor journalisten. Meende Donner. De werkelijkheid heeft de afgelopen jaren echter menigmaal zijn ongelijk bewezen.

Ironisch genoeg heeft juist de Wob laten zien hoezeer er wordt gepoogd om het openbaarheidsregime in Nederland uit te kleden. Het worstje in deze is de Wet open overheid, de beoogde opvolger van Wob. Door vele aanpassingen is het een worst geworden die nergens naar smaakt.

Zwartlakken

Wat is er aan de hand? Al in 2005 lanceerde toenmalig GroenLinks-Kamerlid Wijnand Duyvendak met de nota ´Open de Oester’ een eerste aanzet tot noodzakelijke verbetering van de Wob. Gebruikers van de Wob klagen al jaren over de trage besluitvorming en het vele zwartlakken waarmee de vrijgave van documenten gepaard gaat. Geregeld moet er een rechter aan te pas komen om de overheid terug te fluiten. Terwijl alle documenten bij de overheid van de burger zijn, lijkt deze er steeds minder toegang toe te hebben.

Bovendien voldoet Nederland met de huidige wetgeving niet aan het Verdrag van Tromsø, de internationale afspraken waarin de toegang tot overheidsinformatie is geregeld. Een verdrag dat er in 2009 mede kwam op initiatief van Nederland, maar dat nog altijd niet door de regering is ondertekend.

Initiatiefwetsvoorstel

De nota van Duyvendak kreeg in 2012 concreet vorm in een ambitieus initiatiefwetsvoorstel van toenmalig GroenLinks-Kamerlid Mariko Peters om de bestaande Wob-praktijk te verbeteren. Dit voorstel zag er veelbelovend uit, voor D66 aanleiding zich bij de initiatiefnemer aan te sluiten.

De ontwerpwet bestond uit enkele concrete voorstellen:

  • Inkomende en uitgaande overheidsdocumenten zouden in een register komen. Eenieder zou online met een druk op de knop als het ware à la carte kunnen selecteren welke documenten hij wilde hebben.
  • De besluittermijn ging van maximaal twee keer vier weken naar maximaal twee keer twee weken.
  • Het aantal organisaties onder het openbaarheidsregime werd fors uitgebreid. Hierdoor zou, in lijn met het verdrag van Tromsø, informatie op te vragen zijn over het openbare bestuur in alle facetten. Dus inclusief nutsbedrijven, ziekenhuizen en openbaarvervoerorganisaties, die nog niet onder de Wob vielen.
  • Er zou een onafhankelijke informatiecommissaris met omvangrijke ondersteunende organisatie komen die als een soort ombudsman geschillen tussen burger en overheid moest beslechten en ook in bezwaarprocedures zou optreden.
  • De vaak misbruikte weigergrond “onevenredige bevoor- of benadeling” verdween. Daardoor had de overheid niet langer een restgrond om alles wat niet onder de andere weigergronden viel, bij elkaar te vegen.

Dit was in 2012. We zijn nu zeven jaar verder en er is nog altijd geen opvolger voor de Wob. De beide initiatiefnemers zijn inmiddels allang uit Den Haag vertrokken en hun opvolgers hebben het voorstel de afgelopen jaren laten uitkleden.

Afgezwakte versie

Een afgezwakte versie werd in 2016 door de Tweede Kamer aangenomen. Afgezwakt omdat men om voldoende politieke steun te vergaren reeds concessies had gedaan aan het ambitieuze beginvoorstel.

De instemming door de Tweede Kamer was voor verontruste ambtenaren, onder meer op het ministerie van Binnenlandse Zaken, reden om alarm te staan. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) startte een campagne om de Woo tegen te houden in de Eerste Kamer. De wet zou onuitvoerbaar zijn. Verschillende onderzoeken kwamen tot minstens 1 miljard euro aan invoeringskosten. Dat het hier onder meer ging om achterstallig onderhoud aan ICT-systemen bij de overheid lieten ze gemakshalve onvermeld.

De rapporten waren aanleiding om de wet verder af te zwakken. De huidige trekkers van de Woo Bart Snels (GroenLinks) en Steven van Weyenberg (D66) sleutelden verder aan de wettekst. Het teleurstellende resultaat presenteerden ze begin dit jaar in een novelle.

Het voorgestelde register verdween geheel, om een kostenslag te maken. De besluittermijn blijft vier weken in plaats van de voorgestelde twee. Ook is de informatiecommissaris op de lange baan geschoven. Nu wordt “na vijf jaar geëvalueerd” of het noodzakelijk is om deze alsnog in te voeren. Haagse taal om te zeggen: die willen we niet.

Ook de weigergrond van onevenredige benadeling van de overheid ligt weer op tafel. En de reikwijdte van de Woo is teruggedrongen. Koepelorganisaties als de VNG en de Unie van Waterschappen zijn na protest van hun zijde uit de wettekst verdwenen. Het openbaar bestuur valt dus nog steeds niet in de volle breedte onder de Woo.

Geen verandering

Kortom: de nieuwe Woo zal niets veranderen aan de bestaande praktijk. Terwijl daar juist grote behoefte aan is. Eens te meer omdat de afhandeling van een verzoek de afgelopen jaren eerder is verslechterd dan verbeterd.

Overschrijding van de besluittermijn met weken en maanden is geen uitzondering. De overheid houden aan wettelijke termijnen is nauwelijks mogelijk. De koppeling met de Wet Dwangsom is geschrapt vanwege misbruik door niet-serieuze Wobbers. Daardoor kan een treuzelend bestuursorgaan alleen nog via de rechter tot de orde worden geroepen. En dat duurt vaak maanden. Wettelijke termijnen hebben geen enkel effect bij gebrek aan een concreet handhavingsmiddel.

Oproep aan de Tweede Kamer

De Tweede Kamer zal de komende tijd het aangepaste wetsvoorstel behandelen. Als die ermee instemt, en de Eerste Kamer later ook, zitten we vast aan een wet waarmee de transparantie van de overheid eerder achter- dan vooruit gaat. Eenmaal aangenomen zal er geen ruimte meer zijn om te pleiten voor een betere regeling. De laatste grotere herziening van de Wob dateert immers van begin jaren ’90, bijna dertig jaar geleden.

In een gezamenlijke actie roepen de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nederlandse pers de Tweede Kamer daarom op niet in te stemmen met de Woo. In een brief [pdf] aan de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken pleiten zij ervoor in plaats daarvan aan de slag te gaan met verbetering van de huidige wetgeving.

Stel paal en perk aan onnodig zwartlakken. Maak de grondgedachte achter de Wob ‘alles is openbaar, tenzij’ weer leidend en laat die cultuur tot elk bestuursorgaan doordringen. Geef de burger middelen om een treuzelend bestuursorgaan dwingend tot de orde te roepen. En stel een informatiecommissaris aan die kan optreden als onafhankelijke partij in bezwaarzaken en geschillen tussen wobber en overheid.

Kortom, breng de Wob in lijn met het Verdrag van Tromsø. Nederland liep lange tijd voorop met haar openbaarmakingswetgeving, maar behoort tegenwoordig tot de Europese achterhoede. Neem een voorbeeld aan een land als Zweden. Daar is het “offentlighetsprincipen” onomstreden en zelfs de belastingaangifte van de minister-president openbaar. Laat openbaarheid geen gunst zijn maar een voorwaarde voor het goed functioneren van de democratie en voor dat van de pers.

Dit artikel verscheen eerder ook op Villamedia.

Evert de Vos, Hugo van der Parre

Het artikel Oproep van journalistiek Nederland aan de Tweede Kamer: Stop de nieuwe Wet open overheid (Woo) verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Opinie: Waarom het goed is dat er gekeken wordt naar Apple’s machtpositie

De ACM gaat onderzoek doen naar Apple’s machtspositie met de App Store. Wat de uitkomst van dit onderzoek ook is, het is voor iPhone-gebruikers goed dat er op een neutrale manier gekeken wordt naar de huidige situatie.

Het artikel Opinie: Waarom het goed is dat er gekeken wordt naar Apple’s machtpositie verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Het wordt tijd dat Apple meer vrijheid geeft voor de NFC-sensor

De iPhone heeft al jarenlang een NFC-chip, maar als gebruiker kun je daar maar weinig mee doen. Er is natuurlijk Apple Pay en in zeldzame gevallen werkt Apple samen met externe partijen. Is het tijd voor volledige openheid van zaken?

Het artikel Opinie: Het wordt tijd dat Apple meer vrijheid geeft voor de NFC-sensor verscheen voor het eerst op iCulture

Een overheidscampagne tegen nepnieuws draagt niet bij aan de bescherming van onze democratie

1 miljoen euro is door Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren geïnvesteerd in een, volgens factcheckers Alexander Pleijter en Peter Burger, volslagen nutteloze overheidscampagne tegen nepnieuws. Immers, burgers hebben niet de kennis en middelen in pacht om zelf te onderzoeken wat echt of nep is. Laat experts toch het heft in handen nemen, is de strekking van dit treffende betoog.

De nepnieuwssaga van minister Ollongren begon op 13 november 2017. Op die dag stuurde ze de Tweede Kamer een brief over de beïnvloeding van de publieke opinie door statelijke actoren. Lees: door Rusland. ‘Nepnieuwslawine’ kopte De Telegraaf in grote letters de volgende dag op de voorpagina. Met een foto van een bedenkelijk kijkende minister Ollongren. Andere media volgden, met als boodschap: Russisch nepnieuws bedreigt de Nederlandse publieke opinie. “Met nepnieuws proberen de Russen de democratie te ontregelen”, waarschuwde de NOS die avond in het achtuurjournaal.

Dat is nogal wat. Hoog tijd dus voor ferme maatregelen. Met één van die maatregelen kwam minister Ollongren deze maand. In de vorm van een publiekscampagne. Een ‘bewustwordingscampagne’, zoals Ollongrens Ministerie van Binnenlandse Zaken het noemt. Met als boodschap: “iedereen in Nederland moet kritisch en nieuwsgierig blijven naar waar het nieuws vandaan komt.” In het campagnefilmpje worden mensen aangemoedigd om ‘écht?’ uit te roepen als ze een nieuwsbericht lezen.

Dieper graven

De kosten bedragen 1 miljoen euro. 1 miljoen euro voor symboolpolitiek. 1 miljoen euro om de wereld te laten zien dat de minister iets doet tegen nepnieuws. Zonder dat dit enig nut heeft. Want ga maar na. Is er reden om aan te nemen dat Nederlanders zonder deze campagne niet langer kritisch en nieuwsgierig zouden blijven? Nota bene in een tijd waarin het voortdurend over ‘nepnieuws’ gaat. En gaat ‘écht?’ roepen tegen je telefoonscherm écht helpen tegen die vermeende dreiging van Russisch nepnieuws?

Nee, natuurlijk niet. Mensen vragen zich vaak zat af of het nieuws klopt dat ze langs zien komen. Dat gaan ze heus niet vaker of beter doen door deze ‘bewustwordingscampagne’. Het punt is dat mensen geen tijd hebben of nemen om al het nieuws te checken waarvan ze zich afvragen of het écht waar is. En vaak missen ze ook de benodigde kennis en vaardigheden. Weliswaar heeft het ministerie enkele richtlijnen gepubliceerd op de campagnewebsite, die mensen kunnen helpen om vraagtekens te plaatsen bij het waarheidsgehalte van berichten, maar daarmee kan je niet met zekerheid vaststellen of iets wel of niet klopt.

Daarvoor moet je vaak heel wat dieper graven. In wetenschappelijke publicaties bijvoorbeeld. Waarvoor je kennis van onderzoeksmethodologie nodig hebt. Of door speciale tools te gebruiken, bijvoorbeeld om manipulatie van video’s en foto’s te detecteren. Tja, hoeveel mensen gaan dat doen als ze weer eens ‘echt?’ roepen na het zien van een Facebookbericht, terwijl ze in bad zitten of in het park aan het hardlopen zijn (zoals in het campagnefilmpje van het ministerie)?

Experts

Het is veel realistischer dat mensen hun vraag ergens neer kunnen leggen als ze twijfelen of bepaald nieuws klopt. Bij experts die kunnen verifiëren of er gesjoemeld is met een foto of video. Bij deskundigen die weten hoe ze een wetenschappelijk onderzoek moeten lezen en interpreteren. Die verstand van statistiek hebben.

Het is veel nuttiger dat er factcheckers zijn die voortdurend sociale media monitoren om te zien of bepaalde berichten opeens viraal gaan, en die checken of het niet om nepnieuws gaat. Zodat nepnieuws snel weerlegd en weersproken kan worden. Want wat doen mensen écht als ze twijfelen of nieuws klopt? Dan gaan ze googelen. En dan is het mooi als er een factcheck duidelijk herkenbaar in de zoekresultaten verschijnt, die ze vertelt of het wel of niet klopt. Dan zijn mensen écht geholpen met hun achterdocht over mogelijk nepnieuws.

Nutteloze campagne

Om een lang verhaal kort te maken: die 1 miljoen euro had heel wat zinvoller besteed kunnen worden als we de democratie werkelijk willen beschermen. Ja, dit is preken voor eigen parochie, want Nieuwscheckers – het factcheckproject dat wij runnen aan de Universiteit Leiden – heeft de middelen niet om dagelijks het nieuws op sociale media te volgen en checken. Dan is het zuur om te zien dat zo’n bak geld wordt verspijkerd aan een nutteloze campagne. Hoeveel nepnieuws hadden we voor dat geld wel niet kunnen factchecken?

Tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen van 25 mei, wil Nieuwscheckers beweringen van politici factchecken. Wilt u dit mogelijk maken? Ga naar SteunLeiden.nl om te doneren.

Alexander Pleijter, Peter Burger

Het artikel Een overheidscampagne tegen nepnieuws draagt niet bij aan de bescherming van onze democratie verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Opinie: Siri is eerlijker met zoekopdrachten dan Google Assistent

Als je een vraag stelt aan Siri, Alexa of Google Assistent, dan verwacht het best mogelijke antwoord. Bij slimme speakers met Google Assistent blijkt dat echter een uitdaging: Google heeft moeite om duidelijk te maken welke zoekresultaten gesponsord zijn. Siri weet misschien minder, maar is wel eerlijker.

Het artikel Opinie: Siri is eerlijker met zoekopdrachten dan Google Assistent verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: als je een app weggooit moet Apple ook de maandbetaling stoppen

Appontwikkelaars maken steeds vaker gebruik van abonnementen in apps. Dat brengt het gevaar met zich mee dat maandbetalingen ongemerkt doorlopen als je een app hebt weggegooid en er niet meer naar omkijkt. Apple zou dit gemakkelijk kunnen oplossen.

Het artikel Opinie: als je een app weggooit moet Apple ook de maandbetaling stoppen verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Waarom het onderling draadloos opladen via je iPhone een uitkomst zou zijn

Als we de geruchten mogen geloven, kun je straks met een iPhone ook andere apparaten draadloos opladen. Dit opent deuren voor mensen die vaak onderweg zijn en zowel de AirPods als de Apple Watch hebben.

Het artikel Opinie: Waarom het onderling draadloos opladen via je iPhone een uitkomst zou zijn verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Bundeling App Stores macOS en iOS is goed nieuws voor iedereen

Als we de geruchten mogen geloven, heeft Apple voor de komende jaren grote veranderingen gepland. De App Stores van macOS en iOS zouden samengevoegd worden tot één platform, zodat je apps maar één keer hoeft aan te schaffen. Dit is goed nieuws voor iedereen.

Het artikel Opinie: Bundeling App Stores macOS en iOS is goed nieuws voor iedereen verscheen voor het eerst op iCulture

Ongefundeerde berichten over klimaatverandering verdienen het niet om eindeloos herhaald te worden door de journalistiek

Niet alle media dragen dezelfde boodschap uit als het gaat om klimaatverandering. Dat is niet erg, zolang de verkondigde informatie maar gefundeerd is. In de berichtgeving van De Telegraaf is dat niet het geval, legt hoogleraar Guido van der Werf uit.

Studio Energie interviewde onlangs Paul Jansen, hoofdredacteur van De Telegraaf, over de rol van die krant in het energie- en klimaatdebat. De Telegraaf is met 350.000 abonnees de grootste krant van Nederland. In het Nederlandse medialandschap verkondigen met name De Telegraaf en Weekblad Elsevier een andere boodschap dan veel andere media op klimaatgebied. Zij leggen bijvoorbeeld veel meer nadruk op klimaat-sceptische opvattingen.

Het was een interessant interview, onder andere door de vraag van interviewer Remco de Boer of De Telegraaf hiermee niet de polarisering – die er nu eenmaal in het klimaatdebat is – in de hand speelde. Nee, was het antwoord van Jansen, met als toelichting dat een krant ook andere geluiden moet laten horen. In deze blog beperk ik me tot het klimaatdebat en zal niet op het energiedebat ingaan waar overigens het grootste deel van het interview over ging.

Het andere geluid

Met andere geluiden bedoelde Jansen een ander verhaal dan de mainstream wetenschappelijke conclusie dat de aarde opwarmt, dat de mens daar grotendeels verantwoordelijk voor is, en dat deze opwarming gevolgen heeft, met name in de toekomst.

“Een ander geluid laten horen lijkt mij een belangrijke rol van de media.”

Een ander geluid laten horen lijkt mij een belangrijke rol van de media. Sterker nog, onafhankelijke journalistiek is een van de pijlers van een gezonde maatschappij en debat is enorm belangrijk.

Maar wat als dat andere geluid niet gefundeerd is? Wie verkondigt die boodschap dat niet de mens maar natuurlijke factoren voor de huidige opwarming zorgde? Een mening die Jansen aanhangt, hoewel hij wel aangaf dat de mens ook zeker een rol speelt.

Sceptische klimaatwetenschappers

In Nederland ken ik geen actieve klimaatwetenschappers die het met Jansen eens zijn over de relatieve rol van de mens versus natuur, dus daar kan hij zich niet op baseren. Met actieve klimaatwetenschappers bedoel ik mensen die hun bevindingen voorleggen aan collega-wetenschappers en dit in de wetenschappelijke tijdschriften publiceren.

In Amerika lijkt dat anders, een aantal bekende sceptische klimaatwetenschappers zijn Roy Spencer, Judith Curry, en Richard Lindzen. Deze mensen worden vaak aangehaald als bewijs dat er een wetenschappelijk debat zou zijn over de vraag óf de mens een belangrijke rol is gaan spelen in de opwarming van de aarde. Maar is dat zo? Dit is wat Roy Spencer onlangs op zijn website schreef:

“I cannot think of a single credentialed, published skeptical climate scientist who doesn’t believe in the “existence” of climate change, or that “the Earth is getting hotter”, or even that human activity is likely a “major cause”. Pat Michaels, Richard Lindzen, Judith Curry, John Christy, and myself (to name a few) all believe these things.”

Dat geldt in zekere mate ook voor Nederlands bekendste klimaatscepticus die regelmatig in De Telegraaf aan het woord komt, Marcel Crok. Hij wijst er vaak op dat klimaatmodellen mogelijk “te warm” draaien maar gaat er in zijn rapporten van uit dat de aarde meer dan 2 graden zal opwarmen in 2100, tenzij we onze uitstoot gaan beperken (zie tabel 3 in ‘Een gevoelige kwestie’ [pdf]).

Het klimaat-sceptische geluid zoals Paul Jansen het interpreteert, is dus niet gefundeerd in de wetenschappelijke literatuur. In de wetenschap bestaat absolute zekerheid echter bijna niet, en er zijn genoeg mensen die daar handig gebruik van maken. Als iemand bijvoorbeeld laat zien dat er iets niet klopt bij een klimaatmodel, dan kan je dat naïef interpreteren als dat er niets klopt aan dat klimaatmodel.

Het andere geluid

Een ander voorbeeld: ik heb zelf wel eens gepubliceerd over de invloed van een oceaanstroming in de Atlantische oceaan op de mondiale temperatuur en dat artikel werd in de klimaat-sceptische blogosfeer graag aangehaald.

De nadruk lag dan op de invloed van die oceaanstroming op de temperatuur, niet op de hoofdconclusie dat het merendeel van de recente opwarming door de mens kwam. En dat onder andere variaties in oceaanstromingen zorgen voor variabiliteit rond de langjarige opwarmende trend. Daardoor koelt het ook in een warmer wordende wereld wel eens tijdelijk af.

Gedurende dat soort periodes is het ‘feest’ op een klimaatsceptische website zoals Climategate, onder leiding van Hans Labohm. Tot nu is dit altijd een tijdelijk verschijnsel gebleken, in overeenstemming met ons begrip van het klimaatsysteem:

Mondiale maandelijkse temperatuurafwijking in de onderste lagen van de atmosfeer zoals gemeten door satellieten op basis van het algoritme van o.a. Roy Spencer (UAH). Dit algoritme geeft overigens minder opwarming dan data van RSS gebaseerd op dezelfde satellieten.

Het andere geluid komt dus niet van klimaatwetenschappers, maar dat betekent niet dat er geen andere geluiden te horen zouden zijn. De recente brief van 24 ‘professoren, ingenieurs en andere experts’ waar De Telegraaf aandacht aan besteedde is wat dat betreft duidelijk.

Hoewel dat stuk voornamelijk over het energiedebat gaat, heeft die groep ook een duidelijke mening over de rol van CO2, maar heeft dat nooit willen onderbouwen in de literatuur. Sterker nog, op deze en andere websites zijn vaak tekortkomingen van hun argumenten benoemd (zie o.a. hier en hier [pdf]), maar daar is nooit een weerwoord op gekomen.

Correlatie

Een terugkerend thema is bijvoorbeeld het veronderstelde gebrek aan correlatie tussen CO2 en temperatuur. Kees de Lange, ook een van de emeritus hoogleraren die zich de laatste tijd in het debat bemoeit, zegt het bijvoorbeeld zo (hier, vanaf 12:30 en met iets andere bewoordingen in een recent rondetafelgesprek van de Tweede Kamer):

“Well, there is always the confusion between what correlation is and what the causal effects are. Even when you look at the slight temperature rise that we experienced during a century, there is hardly any correlation with the CO2 concentration, certainly not if you look at the most modern ways of measuring temperature, via satellites.” … “Well, if there is no correlation, there can be no causal effect.”

Uiteraard heeft De Lange gelijk dat correlatie niet noodzakelijkerwijs een oorzakelijk verband impliceert. Maar correlatie is er wel degelijk, ook met de satellietmetingen!

Temperatuurafwijking en CO2 concentratie voor de 1850-2018 periode. Over de hele periode kan statistisch gezien de CO2 concentratie meer dan 80% van het temperatuurverloop verklaren. In het eerste deel van de tijdserie is het verband minder duidelijk en over bepaalde periodes negatief, niet verrassend aangezien CO2 daar een relatief kleine verandering doormaakte en natuurlijke processen dat signaal konden overtreffen. Naarmate de CO2 stijging sterker wordt zal de rol van natuurlijke factoren relatief steeds minder duidelijk zichtbaar zijn, maar uiteraard wel voor periodes van jaren tot decennia het CO2 signaal verzwakken of versterken. Klimaatwetenschappers die dat soort factoren (inclusief de zon) meenemen kunnen statistisch gezien meer dan 90% van het temperatuurverloop verklaren. Bron: HadCRUT4 voor temperatuur, CDIAC (Law Dome) en NOAA (Mauna Loa) voor CO2.

Moraal van het verhaal: ongefundeerde berichten over de klimaatwetenschap verdienen het niet om door de journalistiek eindeloos herhaald te worden, dit wakkert alleen maar de polarisatie aan.

Dit artikel verscheen eerder op het weblog Klimaatverandering.

Guido van der Werf

Het artikel Ongefundeerde berichten over klimaatverandering verdienen het niet om eindeloos herhaald te worden door de journalistiek verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Page generated in 2.155 seconds. Stats plugin by www.blog.ca