Politiek journalisten: de zelfbenoemde (Brexit-)experts van Twitter

Twee hete hangijzers – de Brexit en journalistieke objectiviteit – als onderwerp en Twitter als bron. Het klinkt niet als een vruchtvolle onderzoeksopzet, maar voor wie een beetje handig is met Excel, kan Twitter een goudmijn zijn, zo ondervond ook masterstudent Jan de Wit tijdens zijn afstudeeronderzoek. Hieronder vat hij zijn resultaten samen.

Met een grote grijns op mijn gezicht las ik het onlangs geplaatste thema-artikel van Jerry Vermanen over datajournalistiek op De Nieuwe Reporter. Microsoft Excel “is een martelwerktuig”, zo quootte hij Stephan Okhuijsen. Een datajournalist moet Excel volgens hem gebruiken “om antwoorden uit data te dwingen”. Mooie metafoor.

Voor mijn masterscriptie deed ik onderzoek naar Britse politiek journalisten op Twitter. Ik analyseerde alle tweets van 58 journalisten van 6 Britse kwaliteitskranten in een tijdsslot van ongeveer een maand. Dat leverde 9.114 tweets op die ik – inclusief bijbehorende data over onderwerp, mate van opinie, werkgever, functie, geslacht en type tweet – in eindeloze Excel kolommen verzamelde. Ook voor mij voelde Excel geregeld als een martelwerktuig.

Wel leverde de data mij een schat aan informatie op. In het juiste licht – of in de juiste grafiek of tabel, zo je wil – hintte de Excel sheet naar nieuwe inzichten in de online werkwijze van politiek journalisten en wanneer zij opinie gebruiken.

De journalistieke objectiviteitsnorm

Eerst de theorie even in een notendop, want wat doet het ertoe of journalisten opinie gebruiken? Die vraag leeft al sinds de vroege jaren van de journalistiek; journalisten merkten dat hun eigen overtuigingen een rol speelden in hun verslaggeving en ontwikkelden een objectieve werkmethode.

Door feiten en meningen duidelijk te scheiden, werd de invloed van de journalist op het artikel kleiner. Dat werd gezien als een vorm van professionaliteit en wordt door velen nog altijd beschouwd als een belangrijk onderdeel van de beroepsideologie.

Later werden steeds meer handelingen onderdeel van de objectieve werkmethode, zoals het belichten van beide kanten van een verhaal. ‘Objectiviteit’ is daardoor eigenlijk een parapluterm geworden van verschillende journalistieke normen.

De meeste journalisten streven er echter naar om zo objectief mogelijk te werk te gaan, omdat hun werkgever en het publiek daarom vragen.

Binnen de journalistiek zijn er ook altijd tegengeluiden geweest om het streven naar objectiviteit los te laten, omdat een journalist nou eenmaal een mens is en dus ook zijn persoonlijke overtuigingen heeft. Als je objectiviteit als een binaire keuze beschouwd, dat journalisten ervoor kiezen om wel of niet objectief te zijn, valt daar best wat voor te zeggen.

De meeste journalisten streven er echter naar om zo objectief mogelijk te werk te gaan, omdat hun werkgever en het publiek daarom vragen. Niet om volledig objectief te zijn – journalisten zijn geen robots – maar om de objectiviteitsnorm zo goed als het ka toe te passen.

Wat zegt de data?

Terug naar het onderzoek. Als je de socialemediarichtlijnen van de onderzochte Britse kwaliteitskranten naslaat, zie je een waardering voor de objectiviteitsnorm die deze kranten ook online van hun journalisten verwachten. The Guardian waarschuwt zijn journalisten bijvoorbeeld voor “blurring fact and opinion” online en vraagt bewustzijn hoe hun woorden verkeerd geïnterpreteerd zouden kunnen worden.

Leg daar mijn onderzoeksresultaten naast en je bent toch geneigd vraagtekens te zetten bij de online toepassing van de objectiviteitsnorm.

Alle 9.114 tweets zijn handmatig onderworpen aan een inhoudsanalyse en er is per tweet gekeken of het onderwerp óf wel óf niet brexitgerelateerd is, en of de tweet niet, zwak of sterk opiniërend is.

Ruim de helft (56,2 procent) van de tweets gaan over de Brexit en van deze brexitgerelateerde tweets is de helft (50,0 procent) niet opiniërend. De andere helft bevat een vorm van opinie die zwak (22,4 procent) of sterk opiniërend (27,6 procent) is.

Kijken we naar de niet-brexitgerelateerde tweets, dan bevat meer dan de helft van de tweets geen opinie (59,8 procent). Nog maar 19,7 procent bevat een zwakke vorm van opinie en het percentage sterk opiniërende tweets zakt naar 20,5 procent.

Elke tweet is gecodeerd op journalist, de krant waarvoor deze journalist werkt, zijn/haar functie binnen de krant, het geslacht van de journalist en welk type tweet hij/zij heeft geplaatst. Als we de vergelijking tussen individuele journalisten links laten liggen, maar ons focussen op die andere categorieën, dan geeft de data een interessant inzicht.

In alle categorieën neemt het percentage niet opiniërende tweets af als de Brexit het onderwerp van de tweet is, ten opzichte van tweets die niet over de Brexit gaan. Ongeacht werkgever, functie, geslacht of tweet type. In andere woorden: als de tweet over de Brexit gaat, is een Britse politiek journalist sneller geneigd zijn mening te geven.

Waarom is dit van belang?

Al voordat Twitter bestond, is er vanuit de journalistieke wetenschap een stroming gekomen die ervoor pleit dat de expertise van journalisten toegevoegde waarde heeft voor de verslaggeving. Een mening van een journalist – gebaseerd op informatie van betrokken experts en jarenlange ervaring – zou de verslaggeving daarom juist beter maken.

Als de tweet over de Brexit gaat, is een Britse politiek journalist sneller geneigd zijn mening te geven.

Kijkend naar de data lijken Britse politiek journalisten deze gedachtegang toe te passen op Twitter. Brexit is hun expertise en de tweets erover zijn vaker opiniërend dan alle overige tweets bij elkaar. Maar hun interpretaties, uitleg of oplossingen van de brexit gaat wel ten koste van hun journalistieke objectiviteit.

Dit is niet wat de kranten van hun journalisten eisen – of naar het publiek communiceren – en er bestaat ook geen wetenschappelijke studie die suggereert dat het publiek journalistieke expertise ten koste van de objectiviteitsnorm verwacht.

Ook niet op Twitter. Want zoals Frits van Exter, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, onlangs nog zei op Villamedia: “een journalist is op Twitter ook een journalist.”

Jan de Wit

Het artikel Politiek journalisten: de zelfbenoemde (Brexit-)experts van Twitter verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Met een onafhankelijke ombudsman naar transparantie en betrouwbaarheid

Sinds augustus zit De Volkskrant zonder ombudsman. Een opvolger voor Jean-Pierre Geelen is nog steeds niet gevonden. Maar is het wel zo nodig de functie op nieuw in te vullen? ‘Het zou de Volkskrant sieren,’ zegt Jan van Giesen. Want zonder onafhankelijke ombudsman kunnen nieuwsmedia hun informatiefunctie niet naar behoren vervullen, betuigt de voorzitter van de Stichting Media-Ombudsman Nederland (MON) in deze blog.

Ook zo benieuwd wie de nieuwe ombudsman van de Volkskrant wordt? De nieuwsgierigheid is opgewekt door de vertrekkende ombudsman Jean-Pierre Geelen zelf die de hoofdredactie van de krant adviseerde voor hem geen opvolger meer te benoemen. In zijn laatste column spreekt Geelen twijfel uit aan nut en effectiviteit van zijn ombuds-bestaan en suggereert hij die functie op te heffen.

Twijfel

Een functionaris die zichzelf overbodig acht is geen alledaags verschijnsel. Zeker niet als het een functionaris betreft wiens activiteit zich goeddeels in de publiciteit afspeelt. Wil een ombudsman bij een nieuwsorganisatie effectief kunnen opereren dan moet hij het hebben van een dialoog met het publiek, de lezer, de kijker, de luisteraar, en van openheid over journalistieke keuzes. Zo kan hij de geloofwaardigheid van zijn medium bevorderen.

De wijze waarop Jean-Pierre Geelen zijn advies aan zijn hoofdredacteur formuleert, roept de vraag op met welke intentie hij een aantal jaren zijn professie heeft uitgeoefend. Op z’n minst wekt hij met terugwerkende kracht twijfel aan de inhoud van zijn regelmatige columns en legt hij een forse hypotheek op het functioneren van zijn opvolger.

Hij onderstreept zijn standpunt met de uitspraak in NRC Handelsblad van 10 oktober jl. “dat de lezers niet zitten te wachten op de waarheid”. Het dédain dat hij hiermee toont voor zijn publiek, valt zeer te betreuren omdat hij daarmee het instituut van nieuwsombudsman ondermijnt en de betrouwbaarheid van het nieuwsmedium waaraan hij verbonden is niet bevordert.

Gepast instrument

Voor zover bekend heeft de hoofdredactie van De Volkskrant nog geen opvolger voor Geelen aangewezen, maar heeft ze wel aangekondigd de functie opnieuw te willen vervullen. Dat is goed nieuws. Het instituut nieuwsombudsman, zoals dat al meer dan een eeuw bij nieuwsorganisaties in de gehele wereld functioneert, is, mits goed ingevuld, van primair belang voor de geloofwaardigheid van de media en van de betrouwbaarheid van het nieuws.

In een era die door nepnieuws wordt bezoedeld, is het een van de meest gepaste instrumenten om de nieuwsconsument nog het onderscheid te laten zien tussen realiteit en virtuele realiteit. En het afleggen van verantwoording aan de samenleving, een noodzaak waarin ook de Nederlandse nieuwsmedia niet erg bedreven zijn, wordt bij uitstek weerspiegeld door de functie van een ombudsman.

Nederland

In het licht van de zelfregulering van de media heeft de ombudsman een dankbare taak, al moet daarbij wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. En daar schort het nogal aan.

De Stichting Media-Ombudsman Nederland (MON) en Fontys Hogeschool Journalistiek hebben tien jaar terug onderzoek gedaan naar het functioneren van de nieuwsombudsman wereldwijd (“De nieuwsombudsman: waakhond of schaamlap?”). Daarbij bleek dat er van weinig uniformiteit sprake is en dat er veel wildgroei bestaat.

In Nederland opereerden aan het begin van deze eeuw bij twaalf nieuwsmedia een ombudsman, over het algemeen op basis van een statuut of een functieomschrijving over onafhankelijkheid.

Bij NRC Handelsblad is al een aantal jaren Sjoerd de Jong als ombudsman actief. Gezien de positieve reacties vanuit het journalistieke veld is De Jong er, in tegenstelling tot Jean-Pierre Geelen bij de Volkskrant, wel in geslaagd verbinding te leggen met zijn lezers om de rol te vervullen die van een ombudsman mag worden verwacht.

Vuile was

Veruit de moeilijkste taak van een nieuwsombudsman is een kritische volger te zijn en zo nodig corrector van de journalistieke output van het eigen medium. De druk van het eigen medium op zijn functioneren is groot, aangezien zijn journalistieke collega’s er niet van gecharmeerd zijn dat hij naar buiten toe fouten erkent die zij hebben gemaakt. Hij hangt als het ware hun vuile was buiten.

Het ziet ernaar uit dat Jean-Pierre Geelen op deze laatste taak is stukgelopen. In NRC Handelsblad zegt hij dat hij de meeste collega’s van de Volkskrant aardig vindt. “Dan is het lastig om te doen alsof je die kritische buitenstaander bent”. Geelen raakt hier aan het voornaamste element dat het al of niet succesvol functioneren van een ombudsman bepaalt, namelijk diens onafhankelijkheid c.q onafhankelijk opereren.

Op de onafhankelijke status van het instituut ombudsman is helaas wereldwijd nog veel af te dingen. Onderzoek geeft aan dat de positie van nieuwsombudslieden in West-Europa, de VS, Canada, Australië en Latijns-Amerika iets dichter bij het ideale beeld ligt dan bij nieuwsmedia in Oost-Europa, Azië en Afrika.

New York Times

Wie het ideale concept van een onafhankelijke ombudsman het meeste benaderde was de New York Times. De ombudsman van de NYT moest een ervaren journalist zijn die niet uit de eigen rangen zou worden gerekruteerd. Hij/zij moest van buiten worden aangetrokken, kreeg een tweejarig contract (met de mogelijkheid van één verlenging) en moest na afloop van zijn contract de krant weer verlaten.

Deze constructie stond garant voor volledige onafhankelijkheid en schraagde het gezag van de ombudsman. Ongelukkigerwijs kon dit overigens niet voorkomen dat er conflicten ontstonden tussen de ombudsman en de journalisten van de Times.

De functie werd bij de NYT zelfs in 2017 opgeheven nadat ombudsvrouw Liz Spayd onder vuur kwam van enkele bekende Times-journalisten. Zij had hen in haar columns kritisch bejegend, omdat zij niet publiceerden wat zij wisten over Donald Trumps verkiezingscampagne en de banden met Rusland.

Kwetsbare doelen

Het instituut nieuwsombudsman heeft überhaupt moeite zich wereldwijd staande te houden. In een tijd van krimpende budgetten bij de nieuwsmedia en anderzijds de mogelijkheid van directe e-mailcontacten van de nieuwsconsument met journalisten, zijn nieuwsombudslieden kwetsbare doelen geworden voor kostenbewuste uitgevers.

Vrijwel in de gehele wereld neemt het aantal nieuwsombudsmannen af. Zo ook in de Nederlandse journalistiek waar het aantal ombudslieden zich nu beperkt tot zes. Voor de geloofwaardigheid van de nieuwsmedia, die toch al worden bekritiseerd en door sommigen zelfs als vijanden van het volk worden bestempeld, is dit een zorgelijke ontwikkeling.

Onafhankelijk

We leven in een wereld waarin het verschil tussen feiten en verzinsels vager wordt en steeds meer mensen dreigen te worden beïnvloed en misleid met valse informatie, zonder dat ze weten waar het vandaan komt.

De voornaamste taak van de nieuwsmedia is en blijft de burger te informeren over wat zich werkelijk in de samenleving afspeelt. Om te voorkomen dat de leugen gaat regeren kan de onafhankelijke nieuwsombudsman daarbij niet worden gemist.

Het zou daarom zeer toe te juichen zijn als de leiding van de Volkskrant een nieuwe ombudsman benoemt, bij voorkeur in een constructie van onafhankelijkheid zoals de New York Times heeft gehanteerd. Het zou de Volkskrant sieren. De klaroenstoot die Jean-Pierre Geelen bij zijn vertrek heeft afgegeven, maakt de keuze van een opvolger echter niet eenvoudiger.

Deze blog werd eerder gepubliceerd op de website van de Stichting Media-Ombudsman Nederland. De Stichting Media-Ombudsman Nederland (MON) is een onafhankelijke stichting die zich inzet voor journalistieke ethiek en zelfregulering in het Nederlandse taalgebied.

Jan van Groesen

Het artikel Met een onafhankelijke ombudsman naar transparantie en betrouwbaarheid verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

Opinie: Waarom je aan één Apple Watch-wijzerplaat niet genoeg hebt

Stop met het zoeken naar de ultieme wijzerplaat voor de Apple Watch, die alles te bieden heeft wat jij zoekt! Het is veel slimmer om voor meerdere wijzerplaten te kiezen en het swipen tussen wijzerplaten wat beter onder de knie te krijgen. Zo hou je toch een zen-gevoel als je op je wijzerplaat kijkt en kun je snel vinden wat je zoekt.

Het artikel Opinie: Waarom je aan één Apple Watch-wijzerplaat niet genoeg hebt verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Waarom een verbeterde Apple Watch Series 4S een goed idee is

Naast de nieuwe iPhones kijken Apple-gebruikers ook erg uit naar een nieuwe Apple Watch. Toch is het mogelijk dat Apple dit jaar geen gloednieuw model op de planning heeft. Een nieuw model heeft wat ons betreft echter wel zin, zelfs al is het maar een kleine update in de vorm van een Series 4S.

Het artikel Opinie: Waarom een verbeterde Apple Watch Series 4S een goed idee is verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Algoritmes maken Apple Music leuker… of toch niet?

Volgens Apple is hun muziekdienst beter dan de concurrentie, omdat ze de muzieklijsten op Apple Music laten samenstellen door echte mensen in plaats van algoritmes het werk te laten doen. Merk je dat als luisteraar, of is het vooral een marketingding?

Het artikel Opinie: Algoritmes maken Apple Music leuker… of toch niet? verscheen voor het eerst op iCulture

Opinie: Waarom Apple’s TV+ (nog) geen volledige line-up nodig heeft

Apple’s videodienst TV+ gaat later dit jaar van start. Apple belooft vooral kwaliteit en legt minder de focus op een enorm aanbod. Ben je bang dat je nu moet kiezen tussen Netflix of Apple’s eigen dienst? Geen nood, want het moment dat je voor het eerst moet betalen volgt waarschijnlijk pas veel later.

Het artikel Opinie: Waarom Apple’s TV+ (nog) geen volledige line-up nodig heeft verscheen voor het eerst op iCulture

Page generated in 1,154 seconds. Stats plugin by www.blog.ca