Online bestedingen groeien eerste half jaar naar 12,5 miljard euro

Nederlandse consumenten gaven in de eerste zes maanden van 2019 online 12,5 miljard euro uit aan producten en diensten, een groei van 9 procent ten opzichte van het eerste half jaar van 2018. Naar verwachting komen de totale online consumentenbestedingen voor heel 2019 uit op 25,9 miljard, zo blijkt uit het Thuiswinkel Markt Monitor in opdracht van Thuiswinkel.org en PostNL. De cijfers worden gepubliceerd voorafgaand aan Shopping Today in Maarssen.

In totaal gaven Nederlandse consumenten 7 miljard euro online uit aan producten en 5,5 miljard aan diensten. Deze groei wordt voornamelijk veroorzaakt door de groei van het online besteedbedrag en het aantal aankopen per online koper.

In totaal werden er in de eerste zes maanden van 2019 124,9 miljoen online aankopen gedaan. Daarbij blijft de groei voor diensten achter bij die van producten, wat in lijn is met voorgaande jaren.

De groei binnen producten wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een forse stijging van het aantal online aankopen binnen Food/Nearfood, Schoenen & Personal Lifestyle en Health & Beauty.

Het aantal online aankopen dat op een smartphone wordt gedaan, blijft zijn groei doorzetten. Waar in de tweede helft van 2018 nog 15 procent van de online aankopen via een mobiele telefoon is gedaan, is dit aandeel een jaar later gestegen naar 22 procent. Ook het aantal online kopers via een smartphone is het afgelopen jaar gestegen: 37 procent van alle online kopers doet een online aankoop op een smartphone, terwijl dit in 2018 nog 32 procent was. Het gebruik van een desktopcomputer of een laptop door online shoppers is daarbij verder gedaald: van 32 naar 29 procent voor desktops en van 50 naar 48 procent voor laptops.

De verwachting is dat de online bestedingen in Nederland voor heel 2019 uitkomen op circa 25,9 miljard, verdeeld over ongeveer 259,7 miljoen aankopen.

Foto Pixabay

Apple deponeert merk Slofie in Europa

Apple heeft op 13 september het woord Slofie als handelsmerk gedeponeerd bij Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie. Slofie is de term die Apple heeft bedacht voor de slow motion selfies die gebruikers kunnen maken met de nieuwe iPhone 11 en iPhone 11 Pro, toestellen die vrijdag in de winkel liggen.

The Verge meldde vandaag dat Apple Slofie ook als Amerikaans handelsmerk heeft gedeponeerd. Dat kostte nog geen 400 dollar.

De Europese aanvraag is nog onder beoordeling. Opmerkelijk is dat Apple het merk koppelt aan een enorme hoeveelheid diensten en middelen.

Het bedrijf heeft de aanvraag gewoon onder zijn eigen naam ingediend. Doorgaans doet Apple erg zijn best om geen slapende honden wakker te maken. In het verleden werden merken wel eens namens Apple door andere bedrijven ingediend.

Apple wil ‘Slofie’ vastleggen als merknaam

Als er één buzzword is blijven hangen na de keynote van afgelopen week, dan is het ongetwijfeld het woord ‘Slofie’. Apple vindt dat ze de term hebben uitgevonden en wil het nu vastleggen, zodat niemand anders het mag gebruiken zonder toestemming. Een Slofie is een slow motion-video waarin bijvoorbeeld de wind vertraagd door je haren waait.

Het artikel Apple wil ‘Slofie’ vastleggen als merknaam verscheen voor het eerst op iCulture

​Er zit een foutje in de meest gebruikte wachtwoordmanager

Maak je gebruik van LastPass? Pas dan op, want Google Project Zero heeft een fout gevonden in de populaire wachtwoordmanager. Inmiddels is er een patch verschenen om te zorgen dat websites worden weerhouden de informatie van het laatst ingelogde account te stelen. Het gaat dan om de Chrome- en Opera-extensie van LastPass.

Google Project Zero

Google Project Zero-onderzoeker Tavis Ormandy ontdekte het zwakke punt en gaf dit direct door aan LastPass. Het zat hem in de manier waarop de extensie pop-upvenster opende. Af en toe kwam er door een website een pop-up door middel van een HTML-iframe in plaats van hoe het hoort: via de functie do_popupregister(). Daardoor openden pop-ups soms met het wachtwoord van de meest recent bezochte website. Oeps. Hierdoor kunnen de gegevens van de ene site ‘doorlekken’ naar de volgende door een praktijk die clickjacking wordt genoemd.

Clickjacking is een manier om de ware bestemming van een site te tonen in een weblinkje. Het gaat vaak om linkjes die niet oké zijn, maar die er verder heel betrouwbaar uitzien. Klik je er eenmaal op, dan wordt de foute pagina geopend, terwijl jij denkt op de goede pagina te zijn. Omdat in sommige gevallen dus een iframe komt, is het mogelijk om dit misbruik toe te passen.

LastPass veilig?

Klinkt allemaal niet zo zuiver, maar LastPass heeft inmiddels bevestigd dat de bug eruit is gehaald. Vraag je je af of LastPass nog wel veilig is? Nog steeds zijn er veel security-experts die wachtwoordmanagers aanraden. Het is handig om zo’n manager te gebruiken, omdat je hierdoor makkelijker voor elke site weer een ander wachtwoord kunt aanmaken, wat uiteindelijk veiliger is dan overal hetzelfde te gebruiken. Je kunt bovendien de wachtwoorden echt ingewikkeld maken, omdat je ze toch altijd weer kunt terugvinden.

Je kunt LastPass nog wel gebruiken, maar probeer wel altijd multi-factor authenticatie aan te zetten als het mogelijk is. Mochten hackers dan toch je ingewikkelde wachtwoord hebben ontfutseld, dan is er tenminste nog een andere barricade waar ze doorheen moeten. Het enige nadeel is dat je die barricade dus ook zelf steeds voor de kiezen krijgt. De nieuwe versie van LastPass, 4.33.0, zou automatisch op je computer geïnstalleerd moeten zijn. Maar, het kan natuurlijk geen kwaad dit voor de zekerheid te checken.

Lord of the Rings serie van Amazon keert terug naar Nieuw-Zeeland

De nieuwe serie rondom Lord of the Rings van Amazon volgt in de voetstappen van de eerdere films door Peter Jackson. De serie, gebaseerd op de boeken van J.R.R Tolkien, is inmiddels vol in ontwikkeling en gaat terug naar het gebied waar de films van bijna twintig jaar geleden opgenomen zijn. Ergens gedurende de komende maanden begint het filmen van de langverwachte serie.

Eén van de duurste series

Amazon’s Lord of the Rings zal één van de duurste series ooit worden, ze hebben $250 miljoen uitgegeven aan de exclusieve rechten van het verhaal en er wordt gespeculeerd dat het hele project een miljard zou kunnen kosten. Nieuw-Zeeland is dus een hele goede keuze van Amazon, enkele sets van de originele film trilogie zijn daar namelijk nog te vinden en kunnen opnieuw gebruikt worden. Ook een groot deel van de vaklui die meegewerkt hebben aan de films wonen in dat gebied en kunnen hun expertise verlenen aan de nieuwe serie. De serie rond Midden-Aarde zal zich afspelen vóór The Fellowship of the Ring, het eerste deel van de Lord of the Rings trilogie. J.A. Bayona (Jurassic World: Fallen Kingdom) zal de regie van de eerste twee afleveringen voor zijn rekening nemen en producent zijn van de gehele serie. Hij zal de eerste paar afleveringen regisseren en daarmee de toon zetten voor de rest van de serie, zoals dat bij veel series het geval is.

Wheel of Time

We gaan zien hoe Bayona Midden-aarde gaat uitdiepen in deze ambitieuze serie van Amazon Studios. Wanneer de serie precies uit gaat komen is nog niet bekend. Het zou best nog wel een jaar of twee kunnen duren. Amazon werkt hard aan een brede catalogus aan originele content. Ze hebben al aangegeven dat er ook een Wheel of Time (Rad des tijds) serie aan komt, ook gebaseerd op een wereldwijd succesvolle fantasy boekenreeks.

Rockstar Games lanceert eigen digitale winkel met gratis San Andreas

Het nieuwe programma van Rockstar Games brengt de catalogus van het bedrijf dichter bij de consument. Ook is het een handige manier om sneller nieuws van Rockstar te ontvangen via dit nieuwe kanaal.

Rockstar Games Launcher

Rockstar Games Launcher is een nieuwe Windows applicatie en maakt het mogelijk om alle Rockstar producten op één plek te hebben. Het programma is een digitale winkel en een bibliotheek in één en is nu beschikbaar om te downloaden. Naast dat de ‘launcher’ je digitale en fysieke Rockstar games een plekje geeft om ze naar eigen wil te organiseren, bevat het ook cloud-save en automatische updates voor de games. Ook is er een nieuwsfeed ingebouwd om gemakkelijk al het Rockstar gerelateerde nieuws te kunnen volgen.

​Tinder maakt eigen televisieserie

Een televisieserie van Tinder, dat klinkt bizar. Is het dan een soort First Dates, of zien we mensen die wat verder in het datingstadium zijn? Is het een documentaire over online daten of gaat iemand tips geven om succesvol versierder te worden? Laat je wilde ideeën maar varen, want de televisieserie van Tinder is niets van dat.

Een Tinder-serie

Het filmen van de allereerste tv-serie van Tinder zit erop. Eigenaar van de dating app, Match Group, heeft aangegeven dat de serie voortkomt uit de wens om meer te doen met het creëren van creatieve content. Het gaat dan niet om content die binnen Tinder wordt vertoond, juist een serie die er geheel buiten staat.

Komt dat als een verrassing? Niet helemaal. Het bedrijf Match is namelijk weer grotendeels in handen van IAC, dat is opgestart door de bekende Hollywood- en Fox-magnaat Barry Diller. Bovendien werd Swipe Life vorig jaar geïntroduceerd, een lifestyle website waar mensen verhalen en video’s kunnen plaatsen over hun liefdesleven.

Apocalyps

De tv-serie belooft een ‘apocalyptische’ verhaallijn te hebben met een subplot over een relaties, maar dat is dus niet de basis van de serie. De reeks is vorige maand opgenomen in Mexico City. Helemaal TInder is het dus niet, maar het is wel duidelijk dat Tinder uitgebreid wordt nu Swipe Life er is en er een serie in de maak is die ongetwijfeld meer connecties met de app zal hebben dan nu wordt gezegd. Dat is immers de grote moneymaker van Match.

Het is erg hip in Amerika voor populaire appbedrijven om met originele eigen content te komen. AirBnB wil bijvoorbeeld ook een serie maken om te zorgen dat mensen worden geïnspireerd meer te gaan reizen.

Wanneer en waar de Tinder-serie live gaat is nog onbekend. Het is in een vrij korte periode gefilmd, dus we verwachten dat de montage ook vrij snel zal worden afgerond. In de wereld van apps gaat alles nou eenmaal wat sneller dan in het veel tragere Hollywood.

Ondertussen gaat Tinder ook lekker door met innoveren van de app zelf: Tinder Lite komt eraan.

Facebook lanceert camera voor je tv

Facebook levert vanaf november een camera genaamd Portal TV om aan reguliere televisietoestellen te koppelen. Met de Portal TV kun je onder meer videogesprekken via Messenger en WhatsApp voeren. Ook kun je tijdens het kijken videobellen.

Het apparaat ondersteunt ook een aantal streamingdiensten, waaronder Amazon Prime Video, maar het is geen alternatief voor Apple TV.

Het apparaat kost 150 dollar.

Facebook leverde al een zelfstandig Portal scherm en daarvan verschijnt een nieuwe versie. De nieuwe Portal en Portal Mini kosten respectievelijk 180 en 130 dollar en zijn daarmee goedkoper dan de eerste generatie.

In de Benelux zijn al deze apparaten voorlopig niet te koop. Naast de VS en Canada zijn ze al wel te vinden in Australië, Nieuw-Zeeland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Spanje.

Extern onderzoek naar financiering Autoriteit Persoonsgegevens

De minister voor Rechtsbescherming start een extern onderzoek naar de financiering van de Autoriteit Persoonsgegevens. Na ruim een jaar ervaring met de AVG wordt duidelijk dat de AP in praktijk tegen verschillende knelpunten aanloopt. Begin 2020 worden de resultaten van het onderzoek verwacht.

De AVG heeft ingrijpende veranderingen meegebracht voor het toezicht en de toezichthouder. De AP heeft er diverse nieuwe taken en bevoegdheden bij gekregen, onder meer op het gebied van Europese samenwerking, voorlichting en bij de behandeling van klachten van burgers.

Inmiddels heeft de AP ruim een jaar ervaring met de AVG en worden diverse knelpunten zichtbaar. De klachteninstroom blijkt aanzienlijk hoger dan voorzien, het aantal datalekmeldingen blijft toenemen en de aanvragen voor zogenoemde binding corporate rules (BCR’s) is gestegen en zal naar verwachting als gevolg van de Brexit verder toenemen.

De financiering van de AP is nu gebaseerd op een onderzoek dat de AP liet uitvoeren in 2017 ter voorbereiding op de invoering van de AVG. Dit onderzoek bracht in kaart hoeveel mankracht en middelen de AP naar verwachting nodig zou hebben voor een effectieve en efficiente wijze van invulling van haar (nieuwe) taken en bevoegdheden.

Er zijn meer winkelmeters in gebruik dan ooit: paniek over winkelleegstand is onnodig

De winkelleegstand neemt weer toe. Zo lijkt het althans. Grote paniek in de media, terwijl de afgelopen vijf jaar de winkelleegstand juist significant was gedaald tot een niet zorgwekkend niveau. Maar neemt de leegstand eigenlijk wel echt toe? En is de leegstand dan nu opeens weer dramatisch hoog? Moeten complete binnensteden op de schop? En dienen sommige winkelcentra maar helemaal te sluiten? Gaan we inderdaad tot dertig procent van de winkelmeters weghalen? En ‘klinisch’ uitgedrukt: gaan we een kwart van de winkelruimte ‘saneren’?

Dat is maar de vraag. Sommigen overdrijven namelijk. Of beroepen zich op aantoonbaar valse informatie. In dit artikel daarom de feiten. De allernieuwste feiten. De nuchtere feiten. Bijgewerkt tot en met augustus 2019. Feiten zijn weerbarstiger dan onheilsvoorspellingen. 

Onjuiste informatie

In het recente verleden hebben retailpublicisten en onderzoeksinstituten veel onjuiste informatie over winkelleegstand naar buiten gebracht:

  • In 2011/2012 voorspelde Molenaar dat 33% van de winkelruimte zou zijn verdwenen in 2015. En dat in 2015 meer dan 25% van de winkels leeg zou staan. 
  • Quix beweerde in 2014 dat er in de periode 2008-2014 22.000 winkels verdwenen zouden zijn. 
  • En het CBS en PBL becijferden dat de leegstand 10 tot 11% zou zijn. Met in hun kielzog het initiatief ‘Retailagenda’ dat beweert dat de leegstand 11% en er daarom 20% (?!) uit de markt genomen moet worden.

Terwijl dit de feiten zijn:

  • Qua metrage is er 2,3 miljoen m2 aan winkelruimte bijgekomen in crisistijd.
  • Het aantal winkels is wel afgenomen, maar dan slechts met 1.000 à 1.500 per jaar. 
  • De leegstand bedraagt ongeveer 7%. En geen -meer dan- 10%. CBS en PBL tasten echt mis. 

Winkelleegstand leeft dus onder de mensen. Onder de deskundigen. Maar ook onder de consumenten. Die door al die ramspoedverhalen gaan geloven dat Armageddon echt nabij is. Des te meer reden om de feiten boven tafel te krijgen. Feiten die er al lang zijn. Maar die niet door iedereen als zodanig worden gebruikt. En waardoor er verkeerde besluiten genomen worden. 

Frictieleegstand

Winkelleegstand kun je het beste vergelijken met de werkloosheid. Als deze te hoog is -boven de vier à vijf procent- heb je een probleem. Maar als deze te laag is -minder dan vier à vijf procent- heb je ook een probleem. En kunnen sommige retailers niet goed gehuisvest worden. Dan is er dus een tekort aan winkelruimte. 

Feit is dat de landelijke, gemiddelde leegstand vóór de crisis van 2008-2014 zich inderdaad begaf op dat frictiepercentage van maximaal vijf procent. Met een hogere leegstand op de B- en C-locaties -de aanloopstraten-  en in de ‘provincie’. En een lagere leegstand op de beste winkelplekken. 

De huidige leegstand is zeven procent, niet veel boven de frictieleegstand

Op 1 augustus 2019 zijn er -bijna- 220.000 retailpanden in Nederland. Ruim 15.000 staan er leeg. Er zijn 91.500 ‘gevulde’ winkelpanden en een kleine 113.000 gevulde overige panden (horeca, diensten). Het aantal winkelverkooppunten neemt gestaag af. Van 107.000 in 2004, naar 95.000 in 2017 en 91.500 in augustus 2019. Het aantal panden in de horeca en leisure neemt echter toe, waardoor de totale voorraad aan panden in de retail nagenoeg gelijk is gebleven. Daarbij worden winkels steeds groter, dus het aantal vierkante meters aan winkels is de laatste jaren juist sterk toegenomen.

 

De gemiddelde landelijke leegstand is na het uitbreken de crisis van 2008 echter wel behoorlijk gestegen. Grofweg van 4,5% naar 7,5% -verkooppunten/VKP, oftewel het aantal winkels- of 8% -metrage/WVO, WinkelVloerOppervlakte- in 2015. Dat zijn inderdaad percentages die 2% à 3% boven het gezonde frictiepercentage uitkomen. Dat houdt overigens nog steeds in dat op goede plekken er nog steeds een tekort aan winkelruimte was (leegstand onder de 4%, soms zelfs vrijwel niet existent). En dat je op de minder goede plekken inderdaad een sanering van winkelruimte had kunnen overwegen. Dus daar waar de leegstand de tien a vijftien procent oversteeg.

En de leegstand daalt sinds 2015

De leegstand is echter sinds 2015 ook weer gestaag aan het dalen. Naar 6,7% (verkooppunten) en 6,8% (metrage) in januari 2019. 

Procentuele leegstand 

Om dan sinds kort toch weer te stijgen?

In augustus 2019 is de leegstand echter weer licht gestegen naar 7,0% (verkooppunten) en 7,1% (metrage). Logisch dat dit groot nieuws is. En de percentages kloppen ook. Maar zomaar deze kale percentages de wereld inzenden en dan concluderen dat Armageddon weer nabij is, is te kort door de bocht. 

Kijken wij naar de ontwikkeling van het aantal winkelmeters – dus de totale winkelvoorraad in vierkante meters -, dan zien we dat dit aantal nog tot en met 2015 toenam. Om vervolgens licht te dalen. Die daling lijkt overigens gestopt in augusustus 2019, de voorraad neemt zelfs weer licht toe. Hoe het ook zij, deze winkelmetragevoorraad blijft de laatste jaren hangen op (iets meer dan) 31,0 miljoen m2. Om in augustus 2019 weer door te stijgen naar 31,1 miljoen m2. 

Splitsen we dit uit naar gevulde en leegstaande meters, dan zien we dat de totale winkelvoorraad in Nederland is toegenomen met ongeveer 2,3 miljoen vierkante meter. Op dit moment zijn er ruim 1 miljoen meer gevulde winkelmeters dan dat er op 1 januari 2008 waren. De leegstand is in dezelfde periode echter ook toegenomen en er staat nu ook 1 miljoen vierkante meter meer leeg dan in 2008. 

Winkelvloeroppervlak in m2 

Was de winkelvloeroppervlakte echter niet toegenomen tijdens de crisis, dan zou de landelijke leegstand dus theoretisch gezien onder de ‘0’ uitkomen (gerekend vanaf 2008) of op vier procent vanaf 2011 (een gezond frictieleegstandspercentage). 

Horeca ter vervanging van winkel?

Eerder is al geconstateerd dat het aantal winkels in Nederland aan het dalen is (al geldt dat niet voor het metrage winkels). Daar staat echter tegenover dat het horeca-aanbod en de dienstverlening in aantal panden stijgt. De verblijfsfunctie van een winkelgebied wordt dus steeds belangrijker. Wel is het zo dat de groei aan horecapanden de laatste tijd lijkt te stagneren. 

Aantal verkooppunten detailhandel (winkels, blauw) versus horeca en diensten (rood), van 2004-2019 (tot en met augustus)

Gecorrigeerd voor de voorraad neemt de leegstand niet echt toe

Met een aanhoudend economisch herstel was het te verwachten dat de daling van de winkelleegstand nog wel even door zou zetten. Eind 2018/begin 2019 bedroeg deze -als eerder gemeld- 6,7% -verkooppunten- en 6,8% -metrage-. Maar in 2019 is er toch een lichte kentering gekomen. En is de leegstand met 0,3% toegenomen in augustus 2019 naar 7.0% (verkooppunten) en 7,1% (metrage). Echter, de voorraad is ook weer met (ruim) 0,3% toegenomen. Hiervoor gecorrigeerd is er dus geen sprake van een echte toename van de winkelleegstand naar vierkante meters. Wél is er sprake van een netto toename van leegstand van verkoopunits. Ook omdat de ombouw naar horeca en diensten en niet retailfuncties enigszins stokt.  

Verder blijft in een aantal ‘kleinere middelgrote steden’ de leegstand nog steeds relatief hoog. Daar waar de leegstand in het stadscentrum heel hoog is (in steden als Schiedam, Almelo, Geleen en meer kleinere middelgrote steden) en het ernaar uit ziet dat een gedeelte hiervan structureel van aard is, is het wenselijk dat er gesaneerd gaat worden. Daar staat echter tegenover dat er in veel grote steden, sprake is van een ongezond lage leegstand. Daar is ruimte voor het ontwikkelen van nieuwe meters. Anders is er geen sprake meer van een gezonde marktdynamiek.

Zelfs op beste plekken, waar de huurprijs op dit moment ook niet stijgt, is er ruimte voor nieuwe meters. Stagnerende of lagere huurprijzen leiden tot hogere opnamecijfers. Dat is nadelig voor sommige vastgoedbezitters -de panden gaan een lagere boekwaarde krijgen en dat komt ook ten laste van de winst- en verliesrekening-, maar voor de retail ‘an sich’ zijn lagere huurprijzen een zegen. Daardoor kunnen succesvolle winkels zich vestigen, ook op de plekken die eerst te duur leken. 

Er zijn meer verhuurde winkelmeters dan ooit, paniek over winkelleegstand is onnodig

Feit is dat er op sommige plekken -Geleen met het Centrumplan, De Driehoek in Oldenzaal, , Belcour in Zeist en er zijn nog veel meer voorbeelden- teveel winkelruimte is bijgebouwd in de jaren 90 en aan het begin van deze eeuw. Juist op de plekken waar de bevolking niet meer groeit. En verder vergrijst. Dít zijn de zogenaamde kleinere middelgrote steden -die ook vaak dichtbij een grotere stad liggen-. Zoals Schiedam in de buurt van Rotterdam. Dát -teveel meters bijbouwen en de nabijheid van een veel grotere stad- zijn de échte redenen voor de leegstand op die plekken.

Maar landelijk gezien zijn er nog nooit zoveel winkelmeters in gebruik als in augustus 2019. Of anders gezegd: bezet. Of: verhuurd. Of: gevuld. In totaal is er maar liefst 27,9 miljoen m2 ‘gevuld’. En met een leegstand van 7% zit je maar een paar procent boven de frictieleegstand. Geen reden tot landelijke paniek dus. 

N.B.:n In 2014 en in januari 2019 was het aantal gevulde meters nog een minieme fractie hoger dan in augustus 2019. Dat moet wel gemeld worden, al is een en ander niet significant te noemen. 

Toekomstvoorspelling leegstand en voorraad

De laatste jaren is het aantal winkelmeters in feite gestabiliseerd. Grappig is dat als de voorraad licht daalt, de leegstand ook licht daalt. En als de voorraad weer licht stijgt (zoals het afgelopen jaar weer) dat de leegstand weer iets toeneemt. De verwachting is dat de voorraad daarom ook in de toekomst ongeveer stabiel zal zijn. Of hooguit met een paar procent zal dalen. De lucht in de markt (landelijk gezien) is 2 à 3 procent (7% ten opzichte van een ‘gezonde’ frictieleegstand van 4 tot 5%). En is zeker geen 20%. Zoals CBRE-rapporten en de Retailagenda lijken te suggereren. 

Op goede plekken is er al een tekort aan winkelruimte. Zoals in de grotere binnensteden. En in sterke regionale winkelgebieden. Zoals Stadshart Amstelveen -dat gewoon zou moeten uitbreiden, maar dat niet kan-. Of Gelderlandplein Amsterdam. En daarbij is bijvoorbeeld het gemiddelde leegstandpercentage in de Wereldhave-centra -dat zijn er 17- ook lager dan 3%. Natuurlijk zijn er ook zorgen. In kleinere middelgrote steden. In kleinere stadsdeelcentra. En in sommige wijk- en buurtcentra -waarbij sommige daarvan het juist heel goed doen-. Maar al met al is de verwachting dat de leegstand weer terugkomt op het frictieniveau. Ook als er misschien –dat is nog lang niet zeker- weer een -kleine?- recessie aankomt. En de voorraad met een paar procentjes zal dalen. Weten wij dat zeker? Nee, dat niet. Maar het lijkt die kant op te gaan. Winkelleegstand is in ieder geval geen nationaal probleem. Maar winkelleegstand is soms wel een lokaal probleem.

Conclusies en verdere toekomstbespiegelingen

Waarom is er zoveel paniek als het om winkelleegstand gaat? Bijvoorbeeld zich uitend in de Retailagenda? Natuurlijk zijn er aandachtspunten. Aandachtsregio’s. En aandachtssteden en –dorpen. Maar dat was altijd al zo. Door de crisis – in combinatie met demografische ontwikkelingen en te veel ontwikkelingen op plekken waar bevolking krimpt – is de leegstand tijdelijk opgelopen. Internet heeft hier maar een zeer beperkte invloed op gehad. Maar de leegstand neemt sinds 2015 af. En de recente kleine stijging in 2019 is -gecorrigeerd voor de lichte toename van de voorraad- eigenlijk geen netto stijging. Belangrijk is: stem het aanbod af op de vraag. Zo moeten er meer grote winkelunits komen op de goede plekken. Voor bijvoorbeeld buitenlandse retailers. Dat houdt dus in dat er sprake zal moeten zijn van samenvoeging van winkelunits. En van herverkaveling. 

Kleinere winkels voor zelfstandigen vind je nog steeds in de aanloopmilieus. In Amsterdam bijvoorbeeld in de Kinkerstraat en de Van Woustraat. In Rotterdam in de Witte de Withstraat en de Meent. En in Utrecht in de Voorstraat. Verder moet voldoende winkelruimte gecreëerd worden in de betere wijkwinkelcentra. Zodat meer en grotere supermarkten zich kunnen vestigen. Want fysieke supermarkten groeien als kool. 

En zo zijn we altijd bezig. Maar om nou te zeggen dat wij een landelijk probleem hebben? Nee. En om nou te zeggen dat de toekomst met name somber is? Nee. Er is meer sprake van een afstemmingsprobleem en een reguleringsprobleem dan van een leegstandsprobleem. Hef  bijvoorbeeld alle barrières op als het gaat om het verschil tussen horeca en winkels. 

Laten we nu eindelijk gaan kijken naar de kansen die er liggen. In plaats van de leegstandsproblematiek dood te analyseren. 

Dit artikel is tot stand gekomen met hulp van Drs. Gertjan Slob, directeur onderzoek bij Locatus.

Page generated in 3,001 seconds. Stats plugin by www.blog.ca