ROOS METADATA

Gedigitaliseerde audio en video bestanden zijn niet anders dan tekstbestanden, namelijk enen en nullen. Dat betekent dat deze bestanden ook op dezelfde manier gekopieerd en verstuurd kunnen worden, zij het dat ze veel groter zijn dan het gemiddelde PDF bestand. Niettemin maken de vergevorderde compressietechnieken in combinatie met de steeds groter wordende bandbreedte het mogelijk om  hoge-resolutie mediabestanden te versturen over traditionele netwerken. Vroeger ging dat via dure live verbindingen, waar een technicus aan de ene kant de playknop moest indrukken en aan de andere kant een tweede technicus de recordknop,  of reden koeriers op motoren af en aan met banden. Die tijd is definitief voorbij.

Het zonder motoren kunnen versturen van multimediabestanden biedt natuurlijk veel nieuwe mogelijkheden. Content publiceren en uitwisselen is eenvoudig zonder dure distributiekanalen, bijvoorbeeld via het internet. Dat wil zeggen: mits er aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan.  Uniformiteit. Als er geen uniformiteit is in de manier van aanleveren van mediabestanden, en dan met name de daarbij behorende beschrijvende gegevens van die media (de zogenaamde metadata), zal dat resulteren in administratieve rompslomp. Bijvoorbeeld het handmatig overnemen van de beschrijvende gegevens van video- of audiobestanden waardoor een haast onmogelijke, maar in ieder geval inefficiënte workflow ontstaat. Deze gegevens kunnen zodoende niet zondermeer geïmporteerd worden in de mediasystemen omdat ze een ander formaat hebben en vertaling nodig is. Binnen ROOS, de overkoepelende organisatie van de Nederlandse regionale omroepen, is daarom het initiatief genomen om te komen tot een uniforme beschrijving van multimediale content, het ROOS metadatamodel. De ideale situatie ontstaat namelijk als mediabedrijven content kunnen uitwisselen in dezelfde taal en daardoor de bijbehorende gegevens automatisch in de mediadatabase op te nemen, ongeacht het systeem, merk of type dat wordt gebruikt als opslag-, opzoek- of distributiesysteem. Dat scheelt een hoop werk: write-once-read-many. Maar dit biedt ook kansen in uniforme distributie naar publiciteitskanalen en koppeling van media zoals, wie weet, centralisatie van één regionaal multimediaal archief.Standaardisatie. Vandaag de dag zijn door verschillende instanties standaardisaties doorgevoerd, bijvoorbeeld de EBU. Er is een standaard video formaat, MXF, dat met name gebruikt wordt voor de uitwisseling van videobestanden. Datzelfde bestaat er voor audio, BWF. Helaas is een standaard niet altijd DE standaard heb ik begrepen en willen sommigen er een eigen draai aan geven waardoor jammer genoeg dialecten ontstaan. Dat maakt uitwisseling weer moeilijk. Een veel gebruikt basismetadatamodel is Dublin Core Metadata initiative. Ook zijn er verschillende andere metadatamodellen, veelal binnen het onderwijs. Zoals het ISCED, de European Treasure Browser en The European Library, die het TEL-datamodel gemaakt hebben voor de beschrijving van multimediale gegevens in combinatie met XML. De persagentschappen gebruiken veelal NewsML, zo ook het Nederlandse persbureau ANP, ook een combinatie van metadata en XML. Voor uitwisseling van content tussen professionele mediabedrijven is een mapping beschreven door de European Broadcast Union om metadata in de MXF header te kunnen opnemen, het zogenaamde P/meta-model. Je zou verwachten dat er met al deze uitgedokterde metadatamodellen geen nieuw (ROOS) model hoeft te worden bedacht. Iedere branche heeft echter de behoefte heeft aan een eigen beschrijving. Zo zijn de beschrijvende gegevens bij Beeld & Geluid veel uitgebreider zijn vanwege de archiveringsfunctie-voor-het-nageslacht dan bij de gemiddelde regionale omroep. De corebusiness van de regionale omroepen is het brengen van nieuws & informatie in een geïntegreerd, multimediaal model. Dat vergt een ander metadatamodel dan Beeld & Geluid, terwijl er wel met die organisatie uitgewisseld moet kunnen worden. Ook kan er natuurlijk geleerd worden van de inspanningen van andere omroepen zoals bijvoorbeeld de EO op dit gebied. Binnen ROOS, de overkoepelende organisatie van de Nederlandse regionale omroepen, is daarom afgesproken dat er een standaard (ROOS) model voor alle regionale omroepen moet komen vanwege de onderlinge uitwisseling. Dublin Core. Zoals beschreven, er is een metadata standaard, het DCMI, kort voor het Dublin Core Metadata Initiatief. Deze standaard wordt ook gebruikt als basis voor het metadatamodel van Beeld & Geluid in Hilversum en de EO. Conformering aan deze standaard is noodzakelijk vanwege uitwisselbaarheid met derden. Want, dan alleen wordt het mogelijk om niet alleen audio en video, maar ook de gegevens over deze audio en video uit te wisselen, (bijvoorbeeld) in één bestandsoverdracht. De metagegevens van content kunnen namelijk verstuurd worden in hetzelfde bestand als de fysieke audio en video door een mapping te maken naar het MXF model. Daardoor zijn de gegevens en beeld- of geluidsbestanden altijd één. Een andere manier is het genereren van een XML bestand, parallel aan het mediabestanden, met daarin de actuele, gegenereerde metadata op het moment van bestandsoverdracht.Distributie op basis van inhoud. Karakterisering van media en een overzichtelijk en goed doordacht metadatamodel is cruciaal om content te kunnen catalogiseren en automatisch te kunnen verspreiden op basis van inhoudelijke kenmerken. Je kunt niet automatisch content naar een economisch themakanaal distribueren, als je niet hebt aangegeven dat het item over economie gaat. Ook kunnen zo koppelingen en kruisverbanden worden gelegd met als gevolg multimediale dossiers over een bepaald onderwerp. Doelgroepen kunnen met specifieke content bedient worden (Narrowcasting). In een push model, een B2B account, kan content verstuurd worden naar afnemers. Denk daarbij aan overheidsinstanties, zoals gemeentelijke archieven, en voorlichtingsafdelingen van grote bedrijven. Ook commerciële content zal aan op basis van inhoudelijke thema’s aan redactionele content gekoppeld worden. Bijvoorbeeld aan het koppelen van de Intratuin reclame aan natuur-content. Doelgroepenonderzoeken moeten uitwijzen welke specifieke groepen opgenomen moeten worden in het metadatamodel. Een ander belangrijk onderdeel van het metadatadamodel zullen de bekende mediacategorieën zijn, zoals Nieuws en actualiteiten, Religie, Economie Sport en Lyfestyle. Uiteraard is het metadatamodel een “levend” model. Toekomstige aanpassingen zullen altijd nodig zijn.Asset groepen. In het beoogde ROOS model worden verschillende asset groepen gemaakt. Denk daarbij aan: video master, video item, audio item etc.. Iedere groep heeft, behalve algemene beschrijvingen, specifieke kenmerken. Aan items worden presentatieteksten toegevoegd terwijl dat voor programma’s minder snel zal gelden. Het is natuurlijk bijzonder handig als bij de opslag van mediabestanden de relatie tussen de verschillende groepen wordt opgeslagen. Denk daar bij aan verschillende items die onderdeel zijn van een programma maar ook op deelniveau worden beschreven, of draaiboeken die opgeslagen kunnen worden als PDF en “gelinked” worden aan de programma metadata. Invoer metadata. Iedereen ziet het belang van goed metadata wel in, maar meewerken aan de opbouw van de metadata is vaak te veel gevraagd, terwijl vaak geklaagd wordt over onvindbare content omdat de beschrijving te summier is. Vaak wordt er vanuit gegaan dat metadata een technische aangelegenheid is terwijl het hier toch echt gaat over de inhoudelijke kwalificatie. Maar de techniek kan wel zorgen voor de oplossing van het invoerprobleem. Er zijn namelijk manieren om de invoer van metadata te vereenvoudigen en te versnellen.Er zijn vier verschillende manieren om metadata toe te voegen:1. Handmatig, via het toetsenbord, Afhankelijkheid van welwillende verslaggevers bij het toevoegen van metadata moet tot een minimum beperkt blijven. De omroepen vragen een steeds grotere productie van verslaggevers en verleggen keer op keer de deadline. In de praktijk komt het daarom vaak voor dat er te weinig, of geen, gegevens aan het archief worden toegevoegd door verslaggevers. Niettemin zal er wel enige informatie moeten worden toegevoegd. De invoer van de meest summiere informatie zal verplicht moeten worden ingevoerd. Daar moet een mechanisme voor komen waarbij de verslaggever eerst informatie  invoert vooraleer het item op de uitzendserver kan worden geplaatst. Dat voorkomt het niet-verstrekken van gegevens omdat dan het item niet uitgezonden kan worden. Dat kan opgelost worden door het toevoegen van verplichte velden. 2. Automatisch toevoegen van metadata tijdens de acquisitie. Via de opnamemiddelen, camera’s en geluidsrecorders, kan metadata aan het geluid of beeld worden toegevoegd, zoals datum, tijd en video/geluid formaat. Zo kan de naam van de cameraman, verslaggever tijdens de acquisitie al gegenereerd worden. Ook is het mogelijk om met behulp van plaatsbepaling (GPS) gegevens over de locatie toe te voegen. 3. Indexering van mediabestanden. Op den duur kan, als dit soort applicaties betaalbaar en uitontwikkeld worden, metadata-extractie via indexering worden gedaan. Voorbeelden daarvan: Speech-to-text, Audiostamping, Face recognition en OCR’ren van beeld. Allemaal interpretatie van het beeld- en geluidmateriaal.  4. Metadata recyclen. Eenvoudiger, en betaalbaar, is het om koppelingen te maken met CMS systemen, zoals newsroomsystemen en draaiboekapplicaties, om de daar ingevoerde informatie, bijvoorbeeld PR teksten, (de teksten voor de presentator van het journaal) toe te voegen aan de beeld- en geluidbestanden. Dat is een enorme verrijking van de metadata en kost geen extra moeite, de programmamaker moet toch al de PR teksten maken. Dat geldt ook voor de titels, of de ondertitels. Koppel deze gegevens aan de audio of video en je recyclet metadata. XML koppelingen. Om te kunnen koppelen tussen de verschillende systemen wordt door Triple-P een XML-applicatie op de markt gebracht. Een systeem, bedacht door L1 en ontwikkeld in samenwerking met de Hoge School Zuyd in Heerlen. De basis van het systeem:   koppeling van de verschillende XML bestanden van CMS systemen,          Automatisch koppelen van metadata op basis van vooraf ingesteld parameters. (Primary keys)         Schrijven naar de database, archivering Deze XML applicatie zal een belangrijke plaats innemen in L1’s workflow. L1, en daarmee ieder mediabedrijf, verwerkt, net als een fabriek, de ruwe grondstoffen (binnenkomende informatie zoals ANP berichten, email en faxen van voorlichters maar ook telefonische tips) tot een multimediaal product. Van één onderwerp kan een veelvoud aan “producten” gemaakt worden. Meestal bestaan deze producten uit AV-bestanden met begeleidende teksten.  De CMS systemen waarin gedurende de productie metadata wordt gemaakt zijn ondermeer newsroomsystemen, productiesystemen, playoutsystemen en logging.  De metadata die de systemen maken wordt, kan (her)gebruikt worden bij het invoeren van gegevens in de multimedia database. XML is een standaard methode, vaak in gebruik voor het uitwisselen van gegevens. Vrijwel alle programma’s zijn in staat om deze gegevens in XML formaat te exporteren. Eenmaal de gegevens ingevoerd in de applicatie en gekoppeld op basis van sleutelvelden (primary keys), ontstaat een hoge mate van automatisering bij de invoer naar het archief. Voorbeeld: de PR tekst van het item: “Jaarcijfers DSM 2007” kan automatisch gekoppeld worden aan het video-item: “Jaarcijfers DSM 2007”. Zowel de gegevens over de locatie van de video, als de Pr tekst worden in één record (bijvoorbeeld in het veld “omschrijvingen”) in de database geschreven zonder tussenkomst van redacteur of verslaggever.  Ook kan er een retourpad worden gemaakt. Door slim verschillende gegevens te koppelen, denk daarbij aan het koppelen van broadcast reports aan metadata voor bijvoorbeeld BUMA afhandeling, rechten administratie en het verdiepen van rapportages over kijk- en luistercijfers met metadata, kunnen administratieve processen geautomatiseerd worden met als resultaat een kwantitatieve impuls. De distributie van EPG informatie kan zo ook geautomatiseerd worden en bovendien constant geactualiseerd indien gewenst.

Mediamakelaar. Er komt tijd vrij, door documentalisten niet meer stapels A4’tjes te laten overtypen in een archiveringssysteem. Dat levert een kwaliteitsslag op. De documentalist krijgt meer tijd om de juiste beschrijving van de media te toetsen en eventueel bij te stellen. Die juiste beschrijving is noodzakelijk bij herexploitatie van de content. De redactie wordt een “media-makelaar” die bekijkt welke content geschikt is voor welke doelgroep op welk kanaal en catalogiseert de media zodat geautomatiseerde exploitatie van de content mogelijk is. Dat wordt steeds belangrijker om aan de toenemende vraag naar content via multiplatformkanalen te kunnen voldoen. De noodzaak van een uniforme beschrijving binnen de regionale omroepen is daarom evident. Er zullen, binnen dit model, verschillende destillaten komen, met ieder een specifieke toepassing. Zo zal er een archiveringsmodel komen, waarin alle gegevens opgenomen worden die bovendien per omroep kan verschillen, en een uitwisselmodel met daarin de relevante informatie voor uitwisseling van media tussen de regionale omroepen. Met name over dat model moeten afspraken gemaakt worden. 

Nieuwe kansen voor exploitatie van media in verschillende vormen doemen op en zijn een reële mogelijkheid zonder al te veel personele inspanning. Metadata lijkt nog altijd een ondergeschoven kindje. De noodzaak van een goede beschrijving is echter groot. Alleen met een goed doordacht metadatamodel en een goed opgebouwde workflow rond de productie en distributie van content is het mediabedrijf toekomstbestendig.

Page generated in 0,701 seconds. Stats plugin by www.blog.ca