ContentHub: systeemeisen

Een driedelige artikelserie over de digitale ontwikkelingen in de media en de gevolgen voor het mediabedrijf. Deel 3: de Contenthub: systeemeisen

Technische ontwikkelingen zorgen er voor dat bestaande businessmodellen tegen het licht gehouden worden. Dat er in de nabije toekomst niet meer gewed kan worden op één paard, traditionele TV, lijkt evident. Uitbreiding van het portfolio op basis van een multiplatformmodel (zelfde, of aangepaste, basiscontent in verschillende gedaanten op verschillende kanalen) dient dan ook, in combinatie met versterking van het huidige TV en radio aanbod, speerpunt te zijn in de mediastrategie van de komende jaren.

Contentverzamelplaats
Het vorig artikel ging over zo’n nieuwe businesscase, en dan met name de manier waarop content kan worden verzameld en gepubliceerd in een complementair multiplatformmodel: de contenthub. Ook is de term contentmatrix geïntroduceerd, een systeem om binnenkomende mediafeeds te matchen met publicatiekanalen op basis van metadata.

Infrastructuur
Met behulp van een IP infrastructuur zullen verschillende kanalen van verschillende contentaanbieders verwerkt worden in de hub. Dat proces moet zo veel mogelijk geautomatiseerd te worden en daarom zo min mogelijk handmatige aanpassingen opleveren voor de contentaanbieder. Dat bevordert een continue stroom van content. Omdat in een complementair model van verschillende aanbieders ook niet-media bedrijven zoals informatie van musea en theaters over exposities en voorstellingen, aanleveren, mag dat voor die partijen geen extra werk opleveren. Daarom moeten slimme koppelingen met legacy systemen gemaakt worden zodat de eenmaal gemaakt content voor de eigen site in de originele vorm verstuurd kan worden naar de hub. Bij theaters en musea werken geen redacteuren. De content wordt vaak door de voorlichter, gemaakt en gedistribueerd. Als hij extra uren moet steken in het leveren van informatie voor een hub, kan dat de aanvoer van informatie verstoren.

Contentmatrix
Natuurlijk kan de distributie niet helemaal geautomatiseerd worden en zullen handmatige aanpassingen soms nodig zijn. Dat ligt ook aan de manier waarop content wordt geleverd.

Door in het metadatamodel rekening te houden met publicatieparameters zoals doelgroepinformatie, informatie over de locatie en het aan te sturen apparaat, kan op basis van die parameters een op inhoud gebaseerd distributiemodel worden opgezet. Denk daarbij bijvoorbeeld aan leeftijdsgroepen, categorieën, channelinformatie en andere vormen van classificatie waardoor het juiste publiek op de juiste plek en het juiste tijdstip worden bereikt met relevante informatie.
Ook is het mogelijk om commerciële modellen te bedenken door deze content te matchen met redactionele. Simpel voorbeeld daarvan is een advertentie van Intratuin koppelen aan een natuurprogramma. Op die manier levert een commercial veel meer rendement op omdat niet het massapubliek het doel is, maar zogenaamde captive audience.

Om dit voor elkaar te krijgen worden de inkomende contentfeeds geanalyseerd en op basis van die analyse verschillende acties ondernomen. Daardoor kunnen titels, bodyteksten, foto’s en videofragmenten op de juiste manier worden omgevormd en met elkaar gematched worden voor het betreffende medium.
Content kan daarbij op verschillende manieren worden aangepast: er is enkel een technische transcoding nodig, er moeten inhoudelijke aanpassingen aan de content worden gemaakt of een combinatie van beide.

Technische transcoding
Als hoge resolutie video de matrix binnenkomt, dan zorgt de matrix voor het aansturen van zogenaamde pre-defined jobs in het Asset Management systeem voor het opstarten van de juiste bewerkingsslag. Om alle platforms, mobiel-internet-narrowcasting-broadcasting-????, aan te kunnen zal de hoogste kwaliteit video moeten worden verstuurd naar de hub.
Als er bijvoorbeeld een transcodejob voor internet is aangemaakt, en de content heeft de juiste parameters (metadata) waaruit blijkt dat de content gepubliceerd moet worden op een bepaalde plek in de site, dan zal de hoge resolutievideo via het Asset Management systeem verstuurd worden naar een transcodingsysteem, bijvoorbeeld Flipfactory of Rhozet’s Carbon coder. Vervolgens wordt de video automatisch geconverteerd naar het juiste videoformaat zoals WMV. (Windows Media Video)
Tegelijkertijd worden de relevante metadata in een XML bestand vertaald naar de begeleidende tekst met headline en een foto als thumbnail. Headline, tekst, foto en videobestand kunnen vervolgens met behulp van een template op de internetsite in de juiste opmaak worden gepubliceerd door het XML bestand, met het getranscodeerde videobestand op een FTP locatie te plaatsen alwaar het via dropfoldertechnieken wordt opgehaald door het CMS.
Voorbeeld van automatische mediapublicatie t.b.v. een internetportal

Als datzelfde videobestand met metadata naar een narrowcastingsysteem worden verstuurd gelden andere transcodingregels en zal in sommige gevallen andere metadata verstuurd worden, toegespitst op het systeem en de publicatie-eisen die dan gelden.

Bewerking
Maar content kan niet altijd een-op-een gepubliceerd worden. Tenminste niet als er inhoudelijke aanpassingen moet worden gemaakt. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat een bestaande tekst te lang is voor een narrowcastingscherm. Vaak mag in dat geval de headline niet langer zijn dan 50 tekens en de bodytekst niet langer dan 300 karakters omdat het anders op afstand niet meer leesbaar is. Als de aangeleverde bodytekst 350 karakters is, dan kunnen niet de laatste 50 leestekens worden weggelaten, maar moet een inhoudelijk aanpassing aan de content gemaakt worden door de tekst te comprimeren naar 300 tekens.

Ander voorbeeld is het transformeren van videofragmenten, oorspronkelijk gemaakt voor een groot scherm, naar het kleine scherm van de mobiele telefoon. Een voetbalwedstrijd met veel long-distance shots zal onherkenbaar beeld op de mobiele telefoon geven, de bal is niet te volgen. Daarom zal de video aangepast worden door als het ware in te zoomen op de relevante details, bijvoorbeeld de speler die op dat moment aan de bal is.

CMS
Hoe kan dit gerealiseerd worden zonder de redactie lastig te vallen met een bonte verzameling applicaties? Feit is namelijk dat de techniek steeds geavanceerder en ingewikkelder wordt en de gebruiker vaak geen technisch achtergrond of opleiding meer heeft. Vroeger waren het de technici die de handelingen verrichten, nu is dat verplaatst naar de redactie. Daarom is het zaak om zo veel mogelijk vanuit één centraal systeem het multiplatformmodel aan te sturen en de redacteur niet met meerdere systemen tegelijkertijd hoeft om te gaan.

Hét centrale systeem bestaat niet. Wel een verzameling van verschillende systemen, gekoppeld tot één virtueel systeem, daarbij gebruik makend van open interfacing als MOS, RSS, XML, SOAP, dropfolder en dergelijke.
De besturing van zo’n systeem zou vanuit één overkoepelend systeem moeten gaan plaatsvinden. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door gebruik te maken van een CMS, het content management systeem dat nu nog voornamelijk voor internetpublicatie gebruikt wordt. Het CMS is een multimedia publicatie tool, waarom dan geen hoge resolutie media? Door vanuit het CMS opdrachten te versturen naar ander delen van het mediasysteem kunnen asset management en transcoding systemen worden aangestuurd. Op die manier wordt voor de redactie een bekend systeem ingezet voor contentdistributie en aanpassing en wordt de redacteur die het moet bedienen niet lastig gevallen met allerlei ingewikkelde publicatieroutines in een veelheid aan applicaties. Bij een goed opgezet systeem kan een checkbox in het CMS worden aangevinkt waarna de voorgedefinieerde jobs worden gestart en het item op de juiste wijze, in het juiste formaat wordt gepubliceerd. Zo simpel moet het zijn.

Dat kan gelden voor technische bewerkingen, maar ook voor inhoudelijke bewerkingen. De meest eenvoudige aanpassing is het bewerken van een tekst. Maar ook het aanpassen van beeld kan via zo’n route. Neem het aanpassen van groot-scherm content aan kleine schermen van mobiele telefoons. De applicatie Close4You, die een virtuele camera over het beeld legt en daardoor ingezoomd, is een applicatie waarmee content aangepast wordt voor een mobiele telefoon. Door het bestand via het CMS/MAM naar deze applicatie te leiden, kan op een eenvoudige wijze het beeld geschikt gemaakt worden voor deze andere publicatievorm.

Koppelingen
Als er gebruik gemaakt wordt van een CMS met een centrale repository en tekst en layout gescheiden worden, zouden de verschillende media-outlets als websites kunnen worden geïntegreerd in het CMS.

Waarom geen koppeling met middleware door het middlewarescherm te simuleren in een CMS op basis van HTML? Voor de gebruiker, de redactionele medewerkers bijvoorbeeld, ontstaat zo een intuïtieve, WYSIWYG, manier van werken. Door video te plaatsen in een gesimuleerd TV portal en de juiste interfacing op de achtergrond, zorgt het achterliggend systeem voor de transcoding en distributie van video naar een Settop Box.

Datzelfde kan ook voor mobiele TV. Vaak zijn mobiele applicaties gemaakt met Java. Dat kan prima geïntegreerd worden in een CMS dat vervolgens alle distributieroutines regelt.

Nog een laatste voorbeeld van het inzetten van een CMS: als videofragmenten op een narrrowcastingscherm worden vertoond, dan is meestal het ontbreken van geluid een groot probleem. Door herhaaldelijk duidende titels toe te voegen aan de video, a la CNN, snapt de kijker de boodschap.
In een traditionele omgeving zou het video-item opnieuw gemonteerd moeten worden en de titels toegevoegd aan het beeld of in de uitzending gebracht doormiddel van een CG. Voor narrowcasting wordt dat wat moeilijker omdat het meestal geen live-omgeving is, maar een op een lokale videoserver draaiende carroussel. Het toevoegen van titels, synchroon aan de tijdlijn, kan in een CMS door titels in te voeren en te koppelen aan de videotijdlijn. Door vervolgens een XML bestand te sturen naar het narrowcastsysteem kunnen de titels op het juiste moment in de juiste layout worden getoond door ze als video-overlay over het originele videofragment te plaatsen. Dat vergt weliswaar een handmatige actie, het invoeren van de titels, maar zal beduidend minder werk opleveren dan het hele item opnieuw monteren.

Het inzetten van het CMS als multiplatform systeem, is een interessante gedachte. Temeer daar een ultiem multiplatformsysteem nog niet bestaat. Veel fabrikanten doe hun best om een crossmediale workflow te ondersteunen maar denken nog veelal vooral vanuit bestaande TV modellen. Daarom lijkt systeemintegratie waarbij gebruik gemaakt wordt van open interfacing, aangestuurd door een CMS voor de hand te liggen.

Page generated in 0,830 seconds. Stats plugin by www.blog.ca