Het is tijd voor een wereldwijde standaard voor digitale identiteit

Per uur vinden er miljoenen digitale transacties plaats waarvoor verificatie of authenticatie van iemands identiteit nodig is. Maar hoe doe je dat als je die persoon niet kent, niet kunt zien en hij of zij niet persoonlijk aanwezig is? Oftewel: hoe standaardiseer je wederzijds vertrouwen?

Er is een duidelijke behoefte aan een geverifieerde identiteit die mondiaal wordt geaccepteerd in verschillende digitale kanalen. Dat betekent niet dat er nog meer data moeten worden verzameld dan nu al gebeurt in mogelijk kwetsbare data warehouses. Je wilt juist een oplossing die het individu de controle geeft over de verschillende gegevens die samen zijn of haar identiteit vormen. Een identificatiemethode die de identiteit van een persoon en diens apparaten veilig, direct en met zekerheid verifieert, zonder dat er wachtwoorden nodig zijn en met de garantie dat gegevens alleen met toestemming van de eigenaar worden uitgewisseld.

Digitale identiteit is veel meer dan een gedigitaliseerd paspoort of rijbewijs of online profiel. Het is een combinatie van actuele digitale data die een individu definiëren. Het is dynamisch, voor meerdere doelen geschikt en herbruikbaar. Het is een methode waarmee kan worden vastgesteld of je recht hebt op een dienst of voordeel. En het is het gevolg van een dynamisch netwerk van gedistribueerde databronnen (zoals van financiële instellingen, mobiele netwerkproviders en overheden) die je identiteit indien nodig verifiëren.

Principes: de eigenaar heeft de controle

Hoe kom je nu tot een wereldwijde standaard die dit alles mogelijk maakt? Over die vraag hebben wij ons het afgelopen jaar samen met Microsoft gebogen. En daar zijn de volgende principes uit voortgekomen die samen het grondwerk vormen voor identiteitsoplossingen:

  • Inclusiviteit– iedereen heeft recht op een digitale identiteit.
  • Eigendom– individuen zijn eigenaar van hun identiteit en persoonlijke gegevens.
  • Eenvoud– het gebruik van je digitale identiteit moet intuïtief zijn.
  • Vertrouwelijkheid– een persoon heeft het recht om zijn digitale identiteitsinformatie privé te houden.
  • Toestemming– de digitale identiteit van een persoon mag niet worden gebruikt of gedeeld zonder diens uitdrukkelijke toestemming, tenzij de wet anders stelt.
  • Transparantie– individuen hebben het recht om te weten hoe hun digitale identiteitsgegevens worden gebruikt en gedeeld.
  • Beveiliging & integriteit– identiteitsgegevens en transacties waarbij de digitale identiteit van een persoon wordt gebruikt, moeten veilig worden bewaard.
  • Gegevensrechten– individuen hebben het recht om hun gegevens in te zien, te corrigeren en te verwijderen. Bovendien hebben ze recht op verhaal als deze rechten worden geschonden.
  • Eerlijk gebruik– de gegevens mogen alleen worden gebruik voor legitieme, eerlijke en niet-discriminerende doeleinden.
  • Keuze– individuen moeten kunnen kiezen welke aanbieder van digitale identiteit ze gebruiken en ze hebben het recht om zich af te melden voor die oplossing.

Deze principes zijn het hart van het ecosysteem waarop onze partners identiteitsoplossingen kunnen ontwikkelen. Om de digitale identiteit mogelijk te maken, zijn er drie nieuwe rollen die ingevuld moeten worden, die van vertrouwensverschaffer, data-verificatiepartij en het digitale-identiteitsnetwerk. De vertrouwensverschaffer heeft idealiter al een relatie met de gebruiker; het kan bijvoorbeeld diens bank zijn. Deze partij levert de oplossing waarmee de gebruiker indien gewenst zijn digitale identiteit kan beheren. De data-verificatiepartij controleert de verstrekte data met zijn eigen gegevens; dit kan bijvoorbeeld een overheidsinstantie zijn. Het digitale-identiteitsnetwerk maakt de technische interacties mogelijk. Daar ligt dus onze rol als Mastercard, waarbij wij nadrukkelijk geen data verzamelen maar enkel de connectie mogelijk maken. De gegevens zijn lokaal opgeslagen op de smartphone of een ander apparaat van de eigenaar. Zo verlaag je de kans op databreuken zoveel mogelijk.

Betere klantreis, nieuwe diensten

Vergelijk het met een besturingssysteem als iOS of Android. Voor de consument maakt het niet uit hoe dat technisch werkt, zolang hij zijn telefoon of laptop maar snel, gemakkelijk en veilig kan gebruiken. Maar achter de schermen komt er veel bij kijken. Dat geldt ook voor digitale identiteit.

Door digitale identiteit te standaardiseren, verloopt de customer journey soepeler en kun je nieuwe diensten ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan een versneld aanvraagproces voor een lening of het openen van een nieuwe bankrekening. De koopknop bij webwinkels wordt meteen de betaalknop. Het delen van informatie over je gezondheid met verschillende instanties verloopt soepeler terwijl je zelf de controle houdt. En ga zo maar door.

De gemiddelde internetgebruiker heeft algauw 150 online accounts, allemaal met een eigen beleid ten aanzien van wachtwoorden en authenticatie. Het identiteitsmodel zoals wij dat voor ogen hebben, zorgt ervoor dat de consument hiervoor zijn digitale identiteit kan gebruiken.

Daarnaast is het veiliger dan de huidige identificatiemethoden. Het probleem van online fraude is nog steeds niet opgelost en wordt alleen maar groter met de opkomst van Internet of Things-apparaten. Over een paar jaar zijn er 50 miljard verbonden apparaten en sensoren, die de eigenaar kwetsbaar maken voor hacks en andere cybersecuritydreigingen.

Kortom, dit model zal digitale interacties mogelijk maken met minimale gegevensuitwisseling en alleen wanneer dat nodig is. Gegevens en het gebruik daarvan zijn effectief beveiligd, zodat de gebruikers de controle hebben en de identiteit van een persoon veilig is gekoppeld aan hun smartphone. Gevolg is een betere gebruikerservaring en een kleiner risico op fraude.

VK voert omstreden leeftijdscheck pornosites in

Om te voorkomen dat jongeren onder de 18 naar porno kijken, voert Groot Brittannië half juli een verplichte leeftijdscheck in. Sites die de regelgeving negeren lopen het risico dat ze worden geblokkeerd.

De invoering van de wet heeft vergaande gevolgen. Het betekent dat iedere Britse gebruiker, ongeacht de leeftijd, zich bij pornosites moet identificeren. Veel pornosites vragen gebruikers bij een eerste bezoek of ze ouder zijn dan 18, maar dat wordt in het VK niet langer geaccepteerd.

De controles zullen vergelijkbaar zijn met die voor goksites. Jongeren zullen scans van hun paspoort of rijbewijs moeten sturen die vervolgens op echtheid gecontroleerd worden. MinkGeek, onder meer eigenaar van PornHub, hanteert al een dergelijk systeem genaamd AgeID. Gebruikers kunnen ook zogenoemde ‘pornopassen’ aanvragen bij winkels die dan de leeftijd ter plekke kunnen controleren.

De regelgeving geldt alleen voor sites waarvan een derde van de content uit porno bestaat. Bovendien moet het gaan om commerciële aanbieders.

Aanvankelijk riskeerden de sites die de regelgeving negeren een boete van 250.000 pond, maar ministers denken dat een blokkade via internetaanbieders effectiever is.

De plannen voor de checks dateren al van 2014 en zijn eigenlijk al sinds 2017 onderdeel van de Digital Economy Act. De uitrol liep echter vertraging op.

Engeland is het eerste land dat een dergelijke wetgeving invoert. Volgens minister Margot James is ‘volwassen content’ momenteel te makkelijk toegankelijk voor kinderen.

Het is echter nog maar de vraag of buitenlandse sites de moeite willen nemen om dergelijke controles aan te bieden. Ze zouden hun sites ook kunnen sluiten voor Britse IP-adressen.

Critici denken dat de verplichting niet gaat werken. Via een VPN kunnen jongeren blokkades makkelijk omzeilen. De Open Rights Group is bang dat gegevens van pashouders op straat komen te liggen. De Britse versie van Wired noemde de checks ‘een van de slechtste ideeën ooit’.

Foto Pixabay

‘Facebook werkt aan eigen stemassistent’

Facebook werkt in de staat Washington al ruim een jaar aan een eigen virtuele stemassistent, meldt CNBC op basis van ingewijden. De nog naamloze assistent moet concurreren met spraakhulpjes als Siri, Alexa, Assistent en Cortana.

Het is echter nog niet helemaal duidelijk op welke manier Facebook de virtuele assistent zou willen inzetten. Dat zou kunnen als onderdeel van een app, een slimme luidspreker of de VR bril van dochter Oculus.

Het is niet de eerste keer dat Facebook aan een eigen digitale assistent werkt. De ontwikkeling van M voor chatapp Messenger werd begin 2018 evenwel stopgezet. Sinds die tijd werkt een team onder Ira Snyder aan een opvolger.

Sinds november verkoopt Facebook in de VS een apparaat Portal, dat gebaseerd is op Facebook Messenger, doch vooral Amazons Alexa gebruikt voor meer complexe taken.

Ecosysteem is de oplossing voor disruptie in travel

Bijna twee derde van de reismanagers zegt dat de grootste disruptie in de reisbranche komt doordat klanten anders worden bediend. Dit blijkt uit onderzoek van Accenture onder in totaal meer dan 1200 directieleden uit verschillende sectoren wereldwijd.

De oplossing om het hoofd te bieden tegen disruptie wordt gezocht in het vormen van een ecosysteem van bedrijven die samen de klant hyperpersoonlijk kunnen bijstaan gedurende de customer journey. Meer dan de helft (57 procent) wil dit gaan doen, maar slechts 45 procent geeft aan dat ze daadwerkelijk hiertoe in staat zijn.

Accenture signaleert het probleem dat iedereen de kern wil zijn van het ecosysteem, zonder te kijken of ze op deze manier frictie oplossen voor de klant. “Succesvolle bedrijven hoeven niet zo nodig de leider van het ecosysteem te zijn, maar willen een unieke en relevante waardepropositie creëren die het bedrijf onmisbaar maakt en waarde toevoegt voor alle bedrijven,” aldus Accenture.

Daarbij is het wel belangrijk om data veilig te kunnen delen. Als het vertrouwen van de consument in je bedrijf daalt, heeft dat direct gevolgen voor de omzet, stelt Accenture. De ecosysteemleiders moeten de kennis en competenties hiervoor in huis halen en het juiste technologieplatform kiezen. Als de basis niet op orde is, ga je je als ecosysteem niet onderscheiden van de concurrent.

Tien redenen om naar Emerce Travel 2019 te gaan

Op 6 juni is Pakhuis de Zwijger in Amsterdam weer het toneel van Emerce Travel, hét evenement voor de Nederlandse online reisbranche. Tien redenen waarom je dit niet wilt missen.

 1. Don’t shoot the messenger

De rol van chatapps in de customer journey wordt steeds groter. Riduan Charrat (Facebook) en Jos Blok (NS International) laten zien hoe Messenger wordt ingezet bij de verkoop van internationale treintickets. Hoe toets je waar de meeste waarde in zit voor de klant en hoe schaal je op?

 2. Denk aan Darwin

De luchtvaart heeft te maken met een felle concurrentiestrijd. Daar komen ook nog eens nieuwe partijen bij, in de vorm van de techgiganten die zich bezighouden met de distributie van vliegtickets. En dan is er het verschijnsel vliegschaamte dat consumenten naar alternatieve vervoermiddelen drijft. Hoe zorg je ervoor dat je organisatie meegaat in al die veranderingen? Simone van Neerven (Vueling) weet raad.

 3. Verover Chinese harten

In 2018 bezochten volgens NBTC 440.000 Chinese reizigers Nederland. In 2025 is dat aantal naar verwachting gegroeid naar 810.000. Wil je zeker weten dat je customer journey aansluit bij de wensen van deze veelbelovende doelgroep? Jeff Hu van WeChat Pay deelt zijn inzichten.

 4. Ready for lift-off?

Ben je een travel start-up en wil je je idee pitchen voor een deskundige jury? Drie lucky ondernemers krijgen deze kans. De winnaar mag zich Emerce Travel Start-up 2019 noemen. Je kunt je nog tot 1 mei a.s. aanmelden trouwens.

 5. OV maar dan makkelijk

De Nederlandse start-up Tranzer heeft een online oplossing bedacht voor het verkopen van incidentele treinkaartjes. Handig voor toeristen die niet op elke bestemming een lokale ov-chipkaart willen aanschaffen. En Tranzer gaat nog een stapje verder: momenteel wordt in Sydney getest of de smartphone hierbij als kaartje kan fungeren, ook voor de toegangspoortjes op stations. Paul Rooijmans vertelt je er alles over.

 6. Dat is persoonlijk

Als je echt wilt personaliseren, dan heb je data nodig. Maar hoe breng je de persoonlijke touch van de hotelmedewerker naar online? Kristian Valk (Hotelchamp) heeft de oplossing.

 7. Piep, piep, allo!

Booking en Expedia geven samen per jaar meer dan 10 miljard dollar aan marketing uit. Om moedeloos van te worden? Nee hoor, zegt George Dimitru (wbe.travel). Het midden- en kleinbedrijf kan wel degelijk concurreren door slim gebruik te maken van technologie.

 8. Oei, ik groei

Stoelriemen vast, want David Arnoux (Growth Tribe) neemt je mee in een achtbaan. Aan het eind van deze sessie weet je hoe je een klantcentrale, data- en experimentgedreven organisatie wordt. En dat in slechts een half uur…

 9. AI, AI, AI – wat kun je ermee?

Artificial Intelligence is het buzzword van het jaar, maar wat kun je ermee? Johnny Quach (AirHelp) laat je kennismaken met Lara, de AI-advocaat. Zij kan zonder menselijke tussenkomst inschatten hoe groot de kans is dat een claim voor compensatie bij vertraging, annulering of overboeking van een vlucht, wordt toegekend.

 10. Nieuwe technologieën: opkomst of ondergang?

Naast AI zijn er meer nieuwe technologieën waarvan we niet precies weten wat voor invloed ze zullen hebben op de reisbranche. Mirko Lalli (Travel Appeal) geeft zijn visie hierop.

Emerce Travel wordt op 6 juni gehouden in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam. Meer informatie over het programma/tickets vind je hier.

AI verantwoord ontwikkelen? Daar is nu een keurmerk voor

Om te zorgen dat robots en op AI gebaseerde producten op een verantwoorde manier worden ontwikkeld en ingezet, werken de Foundation for Responsible Robotics (FRR) en Deloitte aan het  FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence.

Robots en op AI gebaseerde producten worden steeds vaker ingezet voor taken die van grote invloed zijn op ons dagelijks leven. Op AI gebaseerde producten zorgen bijvoorbeeld voor veranderingen in de manier waarop sollicitatieprocedures, kredietbeoordelingen of fraudeopsporingsactiviteiten worden uitgevoerd. Robots worden ingezet ter ondersteuning en vervanging van mensen bij saaie of gevaarlijke taken, denk bijvoorbeeld aan drones voor zoek- en reddingsactiviteiten, robots in magazijnen en robots die chirurgen ondersteunen.

Al werken robots en op AI-gebaseerde producten vandaag de dag nog veelal achter de schermen, ze zullen naar verwachting steeds prominenter aanwezig zijn in ons leven. Voor de meeste mensen is het moeilijk, zo niet onmogelijk, zich een voorstelling te maken van hoe deze producten werken. Hoe kunnen wij als consumenten er zeker van zijn dat robots en op AI gebaseerde producten op een verantwoorde wijze worden ontwikkeld en doen wat ze behoren te doen?

Naar aanleiding van deze vragen werken de Foundation for Responsible Robotics (FRR) en Deloitte momenteel samen aan het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence. Het uiteindelijke doel van het keurmerk is ervoor te zorgen dat robots en op AI gebaseerde producten op een verantwoorde manier worden ontwikkeld, waarbij rekening wordt gehouden met mensenrechten en waarden. Het streven is om een herkenbaar kwaliteitskeurmerk voor consumenten te creëren, dat vergelijkbaar is met het Fairtrade-keurmerk voor producten die zijn geproduceerd overeenkomstig de Fairtrade-normen. “Als consument moet je kunnen vertrouwen op een norm”, aldus Marc Verdonk, partner Emerging Technology bij Deloitte. “Je hoeft niet alle details van de technologie te doorgronden, maar je wilt er wel zeker van zijn dat iemand  met de juiste expertise en op basis van het juiste kader kan waarborgen dat dingen op een verantwoorde wijze worden ontwikkeld en gebruikt.”

Ontwikkeling van een framework

FRR is een non-profitorganisatie en is gericht op het creëren van een toekomst waarin robotica en AI op een verantwoorde wijze wordt ontworpen, ontwikkeld en ingezet. Het bestuur van FRR bestaat uit deskundigen op het gebied van ethiek, robotica en AI, en staat onder leiding van Aimee van Wynsberghe, universitair docent technologische ethiek aan de Technische Universiteit Delft. “Ons doel is om een cultuur te creëren van een verantwoorde ontwikkeling van robotica en AI, om zo het publieke welzijn voor onszelf en de komende generaties te bevorderen”, aldus Van Wynsberghe. Deloitte ondersteunt FRR via de Deloitte Impact Foundation en brengt haar expertise op het vlak van AI en Audit in om FRR bij te staan bij de ontwikkeling van het Quality Mark.

Over de reikwijdte van het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence wordt nog gediscussieerd, maar een belangrijk uitgangspunt is te waarborgen dat binnen de gehele ontwikkelingsketen van het product rekening wordt gehouden met mensenrechten en maatschappelijke waarden. Alle producten die gebruikmaken van robotica en AI kunnen zich aanmelden voor het kwaliteitskeurmerk. “Dit kan een breed scala aan producten zijn, zoals algoritmen, robots, slimme apparaten en speelgoed dat is aangesloten op het internet”, zegt Verdonk.

Tijdens de beoordeling voor het Quality Mark wordt het product nauwlettend onderzocht, onder andere op de controlemaatregelen voor bedieningselementen, de communicatie-interface, sensoren, gegevensopslag en firmware. Daarnaast wordt de AI-engine doorgelicht: hoe worden de algoritmen getraind en getest? Kunnen de algoritmen onbevoegd worden gewijzigd? Voor het Quality Mark wordt ook gekeken naar de procedures van het bedrijf dat het product ontwikkelt. “Bij al deze aspecten moeten de beginselen van ethisch verantwoorde ontwikkeling worden gewaarborgd”, aldus Verdonk.

Waarborging van veiligheid en privacy

Een van de aspecten van het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence  is veiligheid. “Als we een verantwoord gebruik van robotica en AI willen bevorderen, is veiligheid enorm belangrijk”, aldus Verdonk. “Bij grote robots of drones moet veiligheid altijd een prioriteit zijn. Of denk aan een pop waarbij AI wordt ingezet voor de interactie met het kind. Als de pop kan worden gehackt en voor iets totaal anders wordt gebruikt, kunnen de gevolgen rampzalig zijn.”

Een ander aspect is privacy. “Neem bijvoorbeeld bezorgrobots”, zegt Verdonk. “Ze maken gebruik van camera’s om de weg te zien. In theorie kunnen deze camera’s ook mensen vastleggen die toevallig voorbijkomen. Maar je kunt een robot ook bewust zo ontwerpen dat de camera niemand boven kniehoogte kan filmen, zoals de zelfrijdende bezorgrobot van Starship Technologies. Respect voor privacy door middel van ontwerpkeuzen is een ethische keuze en juist dit soort keuzen willen we aanmoedigen.” Het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence beoordeelt daarom niet alleen of de producten naar behoren functioneren en of ze grondig zijn getest, maar houdt ook de overwegingen tegen het licht die tijdens het ontwerpproces aan de orde zijn geweest.

De industrie in de juiste richting leiden

Voor de consument kan het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence bijdragen aan het vertrouwen in een technologie die moeilijk te doorgronden kan zijn. Het kan consumenten tevens helpen een weloverwogen keuze te maken welke robots of op AI gebaseerde producten ze willen kopen of gebruiken. Voor bedrijven kan het Quality Mark ertoe bijdragen dat zij robots en AI ontwikkelen op een transparante en verantwoorde manier. “Het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence zorgt voor een standaard voor bedrijven”, aldus Verdonk. “Bedrijven kunnen hun klanten laten zien dat zij belang hechten aan ethische vraagstukken. Door middel van een onafhankelijk kwaliteitskeurmerk kunnen zij laten zien dat zij ethische overwegingen serieus nemen.”

Verdonk is ervan overtuigd dat het Quality Mark zal bijdragen aan hogere industriële normen voor het ontwikkelen van robots en op AI gebaseerde producten en dat het de industrie in de juiste richting zal leiden. “Ik denk dat robotica en AI technologieën zijn met een uitermate grote impact”, zegt hij. “Maar om te zorgen dat deze impact ook echt positief is, moeten we grondig geteste producten hebben die op een verantwoorde manier zijn ontwikkeld en worden ingezet, en die het vertrouwen genieten van het grote publiek. Als we een betrouwbare norm kunnen opstellen die zorgt voor een verantwoord gebruik van robotica en AI, kunnen we bouwen aan een toekomst waarin deze technologieën een enorm positief effect kunnen hebben.”

Hoe AI ons vertrouwen heeft gewonnen in ons dagelijks leven

Vertrouwen speelt een belangrijke rol in de adoptie van elke nieuwe technologie. We onderzoeken de introductie van voices interfaces, en vooral: hoe gaan gebruikers er eigenlijk mee om in hun dagelijks leven?

In dit artikel onderzoeken we het begrip ‘vertrouwen’ in relatie tot de digitale technologieën die ons omringen. De focus ligt hierbij op kunstmatige intelligentie. Het gedrag van personen die in hun dagelijks leven voice interfaces zoals Google Home en Amazon Alexa gebruiken wordt geanalyseerd, en hun reactie op de risico’s met betrekking tot kunstmatige intelligentie en technologie wordt vanuit een breder perspectief beoordeeld. Ik laat zien hoe bestaande netwerken van fundamenteel belang zijn voor de wijze waarop mensen technologie gaan vertrouwen. En hoe we onze weg proberen te vinden in een regelloze digitale wereld door onze eigen richtlijnen en grenzen te bepalen.

Het is moeilijk om iemand in de westerse wereld te vinden wiens leven de afgelopen twintig jaar niet is veranderd door digitale technologie. Sinds de geboorte van het internet (zoals wij het kennen) in 1990, hebben we onder andere de opkomst van e-mail, laptops, smartphones, apps, tablets, VR en zelfrijdende auto’s meegemaakt. En wie weet wat volgend jaar zal brengen, of het jaar daarna? Het digitale landschap is voortdurend in beweging.

Steeds meer aspecten in ons leven worden gedigitaliseerd: interacties met bedrijven, relaties met vrienden, de manier waarop politiek en activisme worden georganiseerd of de manier waarop we naar liefde zoeken. Maar deze relatief nieuwe stand van zaken wordt niet begeleid met uitgeschreven spelregels die ons vertellen hoe we ons moeten gedragen. Mijn onderzoek – gericht op alledaagse interacties met kunstmatige intelligentie – legt bloot hoe mensen door hun digitale leven navigeren en grenzen en beperkingen stellen om de aanwezigheid van technologie in hun huizen te rechtvaardigen. En de manier waarop de mogelijke risico’s tegen elkaar afwegen.

Pas op voor killer robots

Van alle recente technologische ontwikkelingen heeft er een als geen ander onze collectieve aandacht gevangen: kunstmatige intelligentie (AI). Of het nu gaat om angstaanjagende beelden van apocalyptische Hollywood-films met robots die op hol slaan, of de potentie van AI om voor God te spelen, AI creëert een buzz. Silicon Valley spreekt over ‘the next big thing’. De media doen ons graag geloven dat AI ons allemaal zal doden of ons werk zal overnemen. Hierdoor wordt de ontwikkeling van AI gepositioneerd als iets wat verstrengeld is met risico’s waardoor zowel onze economische stabiliteit als het voortbestaan van de mensheid in gevaar komen. Het is niet ongebruikelijk dat nieuwe ontwikkelingen vergezeld gaan met tegenstanders, lasteraars en paniekzaaiers.

Zulke lieden schetsen een beeld van AI als fundamenteel riskant, maar risico, zo zal blijken uit dit onderzoek, kan verschillende vormen aannemen. Risico geldt niet alleen voor de toepassing van AI en digitale technologie. De moderne samenleving is zo complex geworden, en we zijn zo bezeten door deze complexiteit, dat overal potentieel gevaar op de loer ligt. De risico’s van grootschalige stroomonderbrekingen, computing-hacks en nucleaire fall-out liggen buiten ons voorstellingsvermogen.

We weten alleen dat ze catastrofaal zijn. Deze stand van zaken bracht de Duitse socioloog Ulrich Beck ertoe de moderne wereld te karakteriseren als een ‘risicomaatschappij’. Volgens Beck zijn moderne risico’s ‘verborgen’ en vallen deze buiten ons voorstellingsvermogen. Hierdoor worden we in beslag genomen door ‘wat als’ vragen en zijn we in onze gedachten voortdurend aan het gissen naar mogelijke risico’s. Bij het onderkennen van de wijdverspreide risico’s van het moderne leven, is volgens de Britse socioloog Anthony Giddens vertrouwen essentieel voor het goed functioneren van een samenleving.

In onze complexe samenleving moeten we uitgaan van een abstract begrip van vertrouwen om ons veilig te voelen. We zijn afhankelijk van experts die we niet kennen en nooit zullen ontmoeten. De manier waarop risico en vertrouwen met elkaar samenhangen vormt de theoretische basis voor de benadering van mijn onderzoek.

De keuze voor voice

De mate waarin we AI vertrouwen of niet vertrouwen zal de rol die AI in de komende decennia in ons dagelijks leven gaat spelen gaan bepalen. Niemand weet precies wat de toekomst zal brengen, of in welke richting AI zich zal gaan ontwikkelen. Maar wat we met zekerheid kunnen zeggen, is dat de technologie zich zal blijven ontwikkelen en dat machine-learning algoritmes nu al hun weg vinden in ons dagelijks leven. Hoe we vandaag reageren op nieuwe technologieën, zal de toekomst ervan bepalen. De sleutel tot een toekomst waarin zowel de gebruiker als de ontwerper AI op de juiste manier kunnen gebruiken, is vooral om volledig te begrijpen op welke manieren AI wordt gebruikt in ons dagelijks leven en hoe mensen deze technologieën gaandeweg gaan vertrouwen, ondanks alle sensationele koppen over het gevaar van AI.

Nu AI steeds meer wordt toegepast kunnen we sommige van de in de media aan de orde gestelde problemen onderzoeken. Met name één technologie – de voice interface – biedt een interessante invalshoek om te bestuderen welke positie AI in het dagelijks leven van mensen inneemt.

Het gebruik van conversational interface devices wordt steeds gebruikelijker. Mensen plaatsen voice assistents in de meest persoonlijke ruimtes van hun huis om hen te helpen met dagelijkse taken. Deze AI-apparaten helpen gebruikers om een verscheidenheid aan functies uit te voeren door met het apparaat te praten. Google en Amazon domineren momenteel deze markt. In 3,5 jaar tijd heeft Amazon meer dan twintig miljoen Echo-apparaten verkocht, terwijl Google’s apparaat – Google Home – bijna vijf miljoen omzet haalt. Amazon zelf verklaart dat conversational AI: “kan communiceren op een manier die natuurlijk aanvoelt, problemen oplost en steeds slimmer wordt.”

Maar de opkomst van deze apparaten gaat niet zonder slag of stoot. Er is veel ophef over deze devices in het nieuws en er blijven nieuwe verhalen verschijnen. Dergelijke berichten gaan over het idee dat de apparaten je voortdurend afluisteren en gegevens opslaan voor toekomstig gebruik, waardoor Google en Amazon complete portretten van consumenten kunnen vastleggen. Een soort ‘digitale bedrijfsspion’ die we ‘vrijwillig’ bij ons thuis uitnodigen. De aard en populariteit van deze apparaten is een interessante aanleiding om te bestuderen hoe mensen AI beginnen te gebruiken en hoe vertrouwen wordt gevormd in interacties met nieuwe, mogelijk risicovolle, machines.

We vragen het de early adopters

Voor dit onderzoek wilde ik graag mensen spreken die met een Google Home of Amazon Alexa samenwonen. Door de interactie tussen de mensen en deze devices te bestuderen, kon ik de motivaties voor het bezit van een spraakinterface begrijpen en zien hoe de apparaten worden gebruikt. En of de gebruikers risico’s met AI associëren, en hoe jonge kinderen worden opgevoed in een omgeving met een ‘intelligente’ speaker met een naam. Ik voerde drie diepte-interviews uit.

Petrushka, Lennart en Saloua wonen allemaal in Nederlandse steden en kunnen worden omschreven als goed opgeleide, tech-savvy personen met een internationale, kosmopolitische achtergrond. In twee van deze gevallen zag ik uit de eerste hand hoe de apparaten thuis werden gebruikt. Twee deelnemers hebben een Google Home en de derde maakt gebruik van Alexa van Amazon. Door de apparaten in gebruik te zien, kon ik vaststellen hoe ze werkten en welke posities ze innemen in het dagelijks leven van mensen.

Gedetailleerde beschrijvingen, gebaseerd op deze interviews, vormen de basis voor mijn begrip van hoe mensen samenwonen met AI en hun eigen regels bepalen om door de digitale wereld te navigeren. Door te praten met mensen die voice assistants bezitten, werd duidelijk dat er, lang voordat het uitgepakt wordt, al een zekere mate van vertrouwen in het apparaat bestaat.

Voordat Lennart en Saloua besloten een Google Home te nemen, hebben ze aardig wat tijd in het beslissingsproces gestopt. Na haar engineeringstudie heeft Saloua voor een grote bank op het gebied van smart-chiptechnologie gewerkt. Ze is geïnteresseerd in technologie die haar leven gemakkelijker kan maken. Na het lezen van een artikel waarin twee populaire voice interfaces worden vergeleken, besloot ze dat de Google Home het beste bij haar past.

Lennart had de Amazon Alexa van zijn vriend een paar keer geprobeerd voordat hij zelf een Google Home nam. Een podcast over de apparaten ondersteunde zijn beslissing. Als vaste luisteraar vertrouwt hij op de meningen van de host. Petrushka kocht de Amazon Alexa die in haar woonkamer staat niet zelf. Haar man deed het. We kunnen redelijkerwijze aannemen dat zij haar echtgenoot vertrouwt om geen schadelijke voorwerpen in huis te nemen en in contact te brengen met hun kinderen. In alle drie gevallen is het duidelijk dat het vertrouwen dat hen motiveerde om deze producten aan te schaffen afkomstig is van meerdere bronnen en niet los van elkaar kan worden gezien. Het zit ingebakken in complexe sociale relaties en bestaande vertrouwensnetwerken.

Voor twee van de deelnemers kan de voice assistant worden omschreven als een digitale assistent die hen helpt om hun dagelijkse ochtendrush wat soepeler te laten verlopen. Saloua, begin dertig, komt elke ochtend de trap af, loopt haar woonkamer binnen en begroet haar Google Home:

“Hé Google, goodmorning.”

“Hey Saloua, the time is 7:56am. Utrecht is currently 14 degrees and cloudy. Today will be sunny with a….”

Een ongedefinieerde, Britse stem voltooit de weersvoorspelling en gaat verder met het lezen van het nieuws. Vroeger zou Saloua de weersvoorspelling opzoeken en de nieuwste krantenkoppen doorbladeren – dat wil zeggen, zolang haar laptop voldoende batterijduur had en in de buurt stond. Nu heeft ze deze alledaagse taken samengevat in drie woorden.

De ochtenden van Lennart volgen een soortgelijk patroon. Zijn Google Home herinnert hem aan de afspraken van die dag en het weerbericht. In tegenstelling tot Saloua, waarvan het apparaat ’s morgens voornamelijk wordt gebruikt, gebruikt Lennart het apparaat de hele dag door. Als een, zoals hij het zelf noemt, ‘early adopter’ die van ‘coole dingen’ houdt, gebruikt hij zijn Google Home om zoekopdrachten naar treintijden uit te voeren en ook in de keuken te helpen. Vaak voegt hij dingen toe aan boodschappenlijstjes, zoekt hij recepten op en stelt hij kooktimers in.

De Amazon Alexa staat bovenop de kast van Petrushka in haar open woonkamer, en komt ook goed van pas als ze aan het koken is. Alexa laat haar weten wanneer een bepaalde hoeveelheid tijd is verstreken, zodat ze op tijd de oven uitzet. Ze gebruikt de timer ook als een van haar drie kinderen een strafbaar feit heeft gepleegd.

Zwijgend mogen ze hun straftijd aftellen in de hoek. Alexa geeft hen een seintje wanneer de vijf minuten van de straf zijn verstreken. Door timers in te stellen, wordt het gissen naar de tijd uit het koken en uit de kleine disciplinaire gehaald. Met Alexa’s hulp probeert Petrushka haar dagelijkse routine in het huis te vereenvoudigen. Maar Alexa treedt niet alleen op als tijdwaarnemer wanneer haar kinderen worden gestraft. Het fungeert ook als een digitale speelkameraadje. Het leest interactieve verhalen en vertelt hen grappen als ze erom vragen. 

Petrushka heeft twee Alexa-apparaten in haar huis: één beneden, die ook een camera bevat, en één boven in haar tweelingdochters kamer. Haar man, naar wie ze gekscherend verwijst als een ‘kind’ door zijn liefde voor alles met knoppen en draden, kocht de apparaten en zette ze in het huis. Petrushka vertelt hoe ze in eerste instantie moeite had om het nut van de voice assistant te zien. Toen Alexa werd verbonden met een paar slimme gloeilampen, begon ze langzamerhand de waarde te zien. Wat begon als een leuke manier om het licht aan te doen, vereenvoudigt nu haar dagelijkse routine elke dag een stukje meer.

Het voordeel van vertrouwen

Hoewel het gebruik van een voice assistent enigszins kan verschillen, heeft het apparaat wel één ding gemeen in deze drie huishoudens. Ze zijn allemaal ontworpen om tijd te besparen of taken te vereenvoudigen: als ze ’s morgens het weer hoort, weet Saloua of ze de regenjas van haar zoon moet inpakken. Lennart mist minder vaak een vroege afspraak die maanden geleden is gepland. En het bereiden van het avondeten gaat veel soepeler als Petrushka een timer instelt. In hun drukke routine hebben deze kleine, tijdbesparende functies veel waarde.

Saloua verwoordde dit gevoel perfect: “Het bespaart me gewoon tijd, het meest waardevolle goed dat we hebben.” Er komen vaak nieuwe producten op de markt die ons beloven tijd te besparen, of helpen bij het organiseren en vereenvoudigen van ons hectische leven. Historisch gezien werd technologie altijd geprezen als het ultieme voorbeeld hiervan. Denk aan hoe magnetrons, wasmachines, stofzuigers en vaatwassers huishoudelijk werk hebben veranderd. Maar er is ook een gevoel dat we meer tijd nodig hebben dan ooit tevoren, ondanks de technologische vooruitgang en de overvloed aan ‘life-hacks’ die er zijn.

De overvloed aan digitale technologieën om ons heen en onze oneindige fixatie op beeldschermen, zijn enkele redenen waarom Lennart een Google Home kocht. Door zijn stem te gebruiken om functies uit te voeren, kan hij voorkomen dat hij te veel tijd op zijn telefoon of laptop doorbrengt. Het klinkt misschien vreemd, maar de oplossing voor het verminderen van het gebruik van bepaalde technologie is in dit geval door meer technologie te gebruiken.

Saloua en Petrushka laten ook zien hoe technologieën kunnen worden gebruikt om meer controle te krijgen over onze digitale levens en, in dit geval, hun kinderen. Petrushka vindt het leuk dat Alexa een verhaal kan voorlezen aan haar kinderen, waardoor ze minder tijd tijd doorbrengen voor de tv. Dit stimuleert hun verbeeldingskracht, veel meer dan voorgekookte tv-beelden. Samen met haar man creëerde Saloua een Netflix-kanaal voor haar vier jaar oude zoon, om te voorkomen dat hij iets zag dat hij tegenkwam in het standaardkanaal.

Dergelijke voorbeelden laten zien hoe de ene technologie kan worden ingezet als bescherming tegen de nadelen van een andere technologie.

De angst onder ogen zien

De angst voor de mogelijk schadelijke effecten van nieuwe technologieën komt voort uit het ‘onbekende’. Niemand weet precies wat de ernst van het risico is. Privacy was een specifieke zorg voor Lennart. Onlangs is hij gestopt met het gebruik van de Google-services Gmail, Chrome en Search om te voorkomen dat het bedrijf een duidelijk beeld kan vastleggen van wie hij is en zodoende advertenties kan targetten. Tegenstrijdig genoeg liet hij vervolgens wel een Google-product met ingebouwde luisterapparatuur in zijn woonkamer toe. Hij gebruikte het opzeggen van andere Google-services als rechtvaardiging voor het bezit van een Google Home. Daarbij heeft hij een goed begrip van de werking van de voice interface, met de automatische uitschakelfunctionaliteit, en voelt hij zich hierdoor gerustgesteld.

Petrushka is niet onder de indruk van het feit dat Amazon misschien naar haar luistert. Ze gaat er zelfs vanuit, op basis van een artikel dat ze ergens online heeft gelezen, dat microfoons ons overal afluisteren. “Als je het niet hardop kunt zeggen, zeg het dan helemaal niet”, zegt ze. Ze heeft echter wel opzettelijk het apparaat met de camera beneden geplaatst, en niet in de kamer van haar dochters. Ze was bang dat iemand haar kinderen zou kunnen zien.

Zowel Lennart als Petrushka zagen een aantal risico’s verbonden aan de voice assistants. Ze wisten dat het inbreuk kon maken op hun privacy. Hoewel deze gevoelens niet waren gebaseerd op concrete feiten, doen Lennart en Petrushka er nog steeds alles aan om het potentiële risico van hun apparaten te beperken. Ze creëerden grenzen en regels die de aanwezigheid van de technologie in hun huizen rechtvaardigt. Ze deden persoonlijke interventies om de waargenomen gevaren die gepaard gaan met hun nieuwe apparaten te compenseren en zichzelf veilig te laten voelen.

Op dezelfde manier stelde Saloua persoonlijke grenzen aan het navigeren door de digitale wereld. Ze vertelt me bijvoorbeeld dat ze weigert om foto’s van haar zoon op social media te plaatsen. Omdat het zijn intellectuele eigendom is, is het niet aan haar om zijn foto’s te verspreiden. Als ze foto’s met familie en vrienden wil delen, heeft ze privéplatformen om dit te doen.

Ze vertelt dat ze slechts één keer boos werd toen technologie inbreuk maakte op haar leven. Ook hier betrof het haar jonge kind. Haar zwager had haar zoon een verhalenboek met prachtige illustraties gegeven met een speaker die het verhaal kon voorlezen: “Ik haat dat ding”, vertelt ze me. Het lezen van een verhaal voor haar kind was iets wat ze als een menselijke activiteit zag en het idee dat een machine dit zou kunnen vervangen past niet bij Saloua. Alles wat een “echte” menselijke kwaliteit heeft, zoals tijd met haar geliefden, is verboden terrein voor automatisering. We zien opnieuw dat een duidelijke set van zelfbedachte regels Saloua begeleiden als het gaat om technologie. Deze regels helpen haar om de aanwezigheid van technologie in haar leven te rechtvaardigen.

De volgende stappen

Zowel Petrushka als Lennart hebben grenzen gesteld aan de mate waarin ze AI en algoritmen in hun leven willen toelaten. Als intelligente apparaten de alledaagse, repetitieve taken in onze dagelijkse routine zouden kunnen overnemen, zou dat Petrushka heel gelukkig maken. Dat zou haar in staat stellen zich te focussen op “being a person”. Lennart was een stuk specifieker. Gezondheid en financiën zijn voor hem gebieden die hij liever niet toevertrouwd aan AI. In het verlengde van deze gedachtengang gaf Lennart aan dat hij geen AI-apparaat met een camera zou willen hebben. Alle deelnemers stelden individuele grenzen aan de manier waarop ze technologie gebruiken in het heden. Bovendien hadden ze allemaal ideeën over de mate waarin ze AI toelaten in hun toekomstige levens.

De digitale wereld ontwikkelt zich razendsnel en daar komen bepaalde risico’s bij kijken. Deze worden ook nog eens versterkt als we onze fantasie de vrije loop laten over de potentie van AI. Maar de meerderheid van mensen in het Westen heeft dit bewustzijn tot op zekere hoogte nodig. Het riskante en veranderende landschap komt namelijk zonder regels en zonder een standaard of ‘juiste’ manier om dingen te doen. Degenen die ik interviewde, maakten allemaal hun eigen regels. Of het nu gaat om het verlaten van Google, het niet plaatsen van persoonlijke dingen op social media of het niet toestaan van camera’s in bepaalde delen van het huis, we ondernemen bewust actie om de aanwezigheid van technologieën te rechtvaardigen. Deze acties laten zien dat mensen het gebruik van technologie in hun leven zelf bepalen. Technologie is geen autonome kracht, los van de samenleving. De wijze waarop technologie wordt toegepast bepaalt de betekenis ervan.

Deze gedachte kan je doortrekken naar je eigen gebruik van digitale technologie. Bedek je de webcam van je computer? Ken je mensen die dat doen? Waarom doen ze dit? Technologie stelt ons in staat om op verschillende en specifieke manieren te navigeren. Zodat we, binnen bepaalde grenzen, altijd onze individuele keuzevrijheid kunnen uitoefenen. Wanneer we worden geconfronteerd met onzekerheid over mogelijke risico’s, kunnen we dingen doen om onszelf meer vertrouwen te geven.

Uiteindelijk weten we misschien niet alles van de werking van technologie of het beleid van de grote bedrijven die het maken (en die misschien niet volledig transparant zijn), maar we vertrouwen onszelf en veel van degenen om ons heen. Onderzoek naar hoe mensen nieuwe technologieën gebruiken en wat ze ervan vinden, toont aan dat we door onszelf en anderen te vertrouwen, we leren welke invloed we hebben om de technologieën zinvol in ons leven in te passen. dat vragen.

Rockstart sluit fonds voor investeringen in agrifood startups

Rockstart staat op het punt een eerste fonds van 15 euro miljoen af te sluiten voor zijn agriFood accelerator. Dat programma heeft Kopenhagen als thuisbasis, maar wil startups van over de gehele wereld aantrekken.

Vaekstfonden uit Denemarken en De Hoge Dennen Capital uit Nederland zijn bevestigd als ‘cornerstone investors’ van het Rockstart AgriFood fonds.

Het programma heeft sterke banden met de Nederlandse markt en op beide locaties zijn al diverse evenementen gepland om de waarde van het internationale ecosysteem te optimaliseren. Inschrijvingen voor startups zijn geopend tot eind mei. Het programma zelf zal in september 2019 van start gaan.

‘We zijn op zoek naar uitzonderlijke teams die nieuwe businessmodellen willen inzetten om het voedselvoorzieningssysteem te veranderen,’ zegt Mark Durno, AgriFood programma directeur bij Rockstart. Daarbij kijkt Rockstart naar oplossingen ‘van grond tot mond’. Bijvoorbeeld methoden om voedselverspilling tegen te gaan of duurzaamheid te vergroten.

De investeerder richtte zich al langer op verticale markten, zoals de gezondheidszorg, de energiesector en kunstmatige intelligentie.

De afgelopen zeven jaar heeft Rockstart geïnvesteerd in meer dan 150 startups.

Foto: Pixabay

Travel Tomorrow MeetUp: onbewust maakt bemind

Conversie is in feite het menselijk brein ervan overtuigen een reis bij je te boeken. Dat klinkt rechttoe, rechtaan, maar de mens neemt koopbeslissingen onbewust. Hoe kun je daar als reisbedrijf je voordeel mee doen?

Dit was het thema van de Travel Tomorrow Customer Experience MeetUp, die begin april werd gehouden door ANVR, Jaarbeurs en Emerce. Drie sprekers gaven hun visie op hoe de manier waarop de consument denkt, kan worden gebruikt voor een betere customer experience, sterke merkbeleving en conversie.

Martin de Munnik (Neurensics) houdt zich al jaren bezig met neuromarketing en weet alles van de (on)logica van het menselijk brein. In een notendop: ons brein maakt 2 procent van ons lichaamsgewicht uit en verbruikt 26 procent van de energie. We nemen 500 miljoen beslissingen per dag waar je je niet bewust van bent maar het wel zou kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan een toets indrukken op een toetsenbord. En in de amygdala is de fight or flight-reactie geregeld, oftewel: boek ik die reis of niet?

Er gebeurt dus veel in onze hersens maar we zijn volgens De Munnik niet zo rationeel als we denken. “Negentig tot 95 procent van ons gedrag wordt gestuurd door onbewuste processen. Het bewustzijn komt er later pas bij. Het brein is een evaluatiemachine – van elke handeling of beslissing wordt afgewogen wat het oplost en wat het kost. Als de balans doorslaat naar positief, dan is het antwoord ja.”

Die afweging is in zekere zin meetbaar met behulp van een MRI-scan. Bij Neurensics wordt de activiteit van het brein in kaart gebracht op acht verschillende punten. Aan de positieve kant (‘gain’) zijn dat verlangen, lust, verwachtingen en vertrouwen. Negatief (‘pain’) zijn angst, boosheid, afkeer en gevaar.

Als je de pain & gain toepast in marketing, dan draait pain om het concept ‘je wilt niets verliezen’. Daarom wordt uitstel van betaling bijvoorbeeld als positief ervaren, aldus De Munnik. Bij een 50/50 deal betaalt de klant alsnog 100 procent, maar toch vinden ze het prettig. Hetzelfde geldt voor de laagsteprijsgarantie, die voelt alsof de klant niet kan verliezen. En een restaurant waarvan vierhonderd mensen op Google zeggen dat het geweldig is, trekt zeker bezoekers, ook al weten zij niet of de recensenten chef-koks zijn of notoire McDonalds-gangers.

Gain marketing komt erop neer om te zorgen dat de klant een rijk gevoel krijgt. Aan korting ga je wennen, van een beloning wil je steeds meer. Wie dit goed doet, loopt voor op partijen die zich vooral met pain marketing bezighouden.

Sterk merk bouwen: claim je positie

Martin Leeflang (Validators) richtte zich in zijn presentatie op hoe je emotie kunt gebruiken om een sterk merk op te bouwen. Een merk heeft meerdere functies, maar Leeflang licht de twee belangrijkste uit. De eerste is risk reduction – de consument moet vertrouwen hebben in zijn of haar keuze. De tweede is social demonstrance – laten zien dat je iets hebt, status. De consument geeft op zich niets om merken, maar wil wel zo min mogelijk risico lopen en eventueel goede sier maken met het gekozen merk.

Die twee principes zijn het fundament van een sterk merk. Belangrijk is dat je vervolgens de juiste ‘categorieën’ kiest, stelt Leeflang. Hij bedoelt daarmee: redenen waarom consumenten bij je kopen. Volvo heeft bijvoorbeeld veiligheid en gezin geclaimd. Andere automerken zijn net zo veilig, maar doordat Volvo al jarenlang in de communicatie inzet op deze categorie, is het dat merk dat in je opkomt als je aan veilige auto’s denkt.

Je bepaalt dus eerst in welke categorieën je relevantie op wilt bouwen. Een gemiddeld merk is volgens Leeflang relevant in zeven tot vijftien categorieën. “Daarvan communiceer je er niet meer dan drie in een advertentie of andere boodschap, anders wordt het verwarrend. Wat bij de keuze helpt, is om te bepalen welke positie je hebt bij de consument en waar je concurrenten staan. Stap twee is het opwekken van associaties zodat consumenten je herkennen. En stap drie is zorgen voor fysieke aanwezigheid. De klant moet je immers wel kunnen kopen.”

Landal GreenParks: zes weken testen in plaats van negen jaar

Hoe zet je al die kennis over het gedrag van de mens vervolgens om in conversie? Die vraag stelde Landal GreenParks zich ook, vertelt Lieven Swinnen. “De kans dat iemand op een banner klikt is 0,04 procent en dat is net iets hoger dan de kans dat je door de bliksem wordt geraakt (0,03 procent). Door informatie op het juiste moment in de customer journey te tonen kun je het verschil maken.”

Maar welke informatie is dat dan? Om hierachter te komen zijn de 26 terabyte aan data die Landal GreenParks per maand opslaat, geanalyseerd. “Twee jaar geleden was conversieoptimalisatie erop gericht om de klant zo snel mogelijk door alle stappen heen te loodsen naar het boeken van een vakantie. Uit onze data-analyse bleek echter onder andere dat de kans op conversie na acht minuten op de website aanzienlijk stijgt We moeten dus minimaal acht minuten zorgen voor engagement.”

Vorig jaar heeft Landal GreenParks een usability-onderzoek gedaan met Braingineers waarbij hersenactiviteit van testpersonen die over de website navigeerden werd gemeten. Ervaart de gebruiker plezier, concentratie of frustratie? “We kwamen erachter dat de foto’s op de site alle aandacht trokken. De bezoeker raakte daardoor qua usability de weg kwijt. Dat wilden we oplossen met het design, zodat de bezoeker de website beter zou begrijpen.”

Je wilt natuurlijk weten welke wijziging relevant is om je doel, in dit voorbeeld een beter design van de website, te bereiken. Hypotheses moet je valideren, maar AB-testen gaat te langzaam, vindt Swinnen. “Het bedrijf Sentient heeft een tool ontwikkeld waarbij machine-learning wordt gebruikt om gedrag te voorspellen op basis van de evolutietheorie. Variabelen worden niet afzonderlijk getest, zoals bij AB-testen het geval is, maar in combinaties zodat het algoritme de winnende concepten kan vinden.”

Dus niet: moet deze button groen of rood zijn, maar: is de rode button in de linkerbovenhoek in combinatie met een tekstvak eronder met een bepaalde CTA de beste optie? De wisselwerking tussen de kleur en positie van de button én de positie en inhoud van het tekstvak worden dus in één keer getest door de tool. “In plaats van de designer bepaalt de robot feitelijk de lay-out van de webpagina.”

Uiteindelijk wordt meestal in de vierde generatie tests een variant met behoorlijke impact gevonden. Hiervoor zijn dan vierduizend varianten getest. “Met AB-testen zou dit negen jaar duren, de robot kan het in zes weken. Het heeft dus een enorme versnelling gebracht in het vinden van een oplossing voor een probleem.”

Dit betekent niet dat de medewerkers overbodig zijn geworden, benadrukt Swinnen. “Integendeel. Je hebt het inzicht van de professionals nodig om de uitkomsten uit alle verschillende typen analyses bij elkaar te brengen.”

En wat levert dit alles op? Het nieuwe design dat ervoor moet zorgen dat de bezoeker de website beter begrijpt, zorgde voor een verbetering in attentie van 55 naar 53 procent. Dat lijkt marginaal, erkent Swinnen. “Maar de conversie steeg met 14 procent op mobiel, 3 procent op desktop en 7 procent op tablet. Dat zijn natuurlijk resultaten waar we blij mee zijn.”

Proef met 700 deelfietsen in Utrecht

Een kleine 700 oranje deelfietsen van Donkey Republic kleuren sinds kort het straatbeeld in Utrecht. In een proef onderzoekt de gemeente Utrecht samen met de Universiteit Utrecht en Hogeschool Windesheim hoe de deelfiets in Utrecht kan bijdragen aan een ‘bereikbare stad’.

De deelfietsen zijn een stap op weg naar een systeem waarbij je je vervoer zelf en op maat kunt regelen via je smartphone. Het praktijkonderzoek van gemeente, UU en Windesheim is dan ook onderdeel van het landelijke onderzoeksprogramma Smart Cycling Futures.

Doel van dit programma is om op een vernieuwende manier fietsgebruik te vergroten. Daarnaast richt het onderzoek zich op het effect van fietsen op de leefbaarheid en bereikbaarheid van Utrecht en hoe gedeelde fietsen de mobiliteit in de regio kunnen verbeteren.

Donkey Republic werkt vooralsnog met een netwerk van ‘hubs’, plekken waar gemiddeld vier tot zes fietsen staan. Er wordt gebruikgemaakt van bestaande fietsrekken in de stad en bij de treinstations in Utrecht, Bunnik, De Bilt en Zeist. Streven is een netwerk van hubs waarbij gebruikers nooit verder dan 150 meter hoeven te lopen om een fiets te vinden. Hubs zijn virtueel, ze zijn alleen zichtbaar op de app van Donkey Republic.

Fietsers huren de fietsen via de app en zetten deze terug in de dichtstbijzijnde hub als ze hun bestemming hebben bereikt.

Hoe creëren we een rooskleurige AI-toekomst?

Wat is AI nou eigenlijk? Wat kunnen we met AI, maar wat zouden we er ook vooral niet mee moeten doen? En welke rol hebben de data scientists van de toekomst in de huidige ontwikkelingen van AI? Artificial Intelligence is het wondermiddel dat al sinds de eeuwwisseling als buzzword in Austin bij SXSW gonst.

Eigenlijk is AI al een stuk ouder, in 1956 werd de term voor het eerst gebruikt door John McCarthy met de letterlijke vertaling “Kunstmatige Intelligentie”.  Zoals het met veel trends gaat, zit er een bepaald patroon in: het begint met het ontstaan van de trend, wat zo simpel kan zijn als wat geroezemoes. Als de trend vervolgens wordt opgepikt door een groter gezelschap kan dit omslaan tot laaiend enthousiasme en hoge verwachtingen. Wat vaak een kritische tegenreactie en een trend-dip door desillusie creëert.

Figuur 1: trendverloop – Gartner Hype Cycle

In figuur 1 zie je deze zogenaamde Gartner Hype Cycle. In veel sessies bij SXSW werd aangegeven dat AI zijn peak al heeft gehad en daarbij langzaam aan het afdalen is naar een trend-dip. Verschillende redenen werden genoemd, zoals: het begrip Artificial Intelligence en de misvattingen van wat AI wel kan maar ook wat AI (nog) niet kan.

Machine Learning vs AI

‘’Als de code geschreven is in R of Python is het waarschijnlijk Machine Learning, maar wanneer de code geschreven is in PowerPoint is het waarschijnlijk AI.’’ Dit wordt vaak als uitleg gegeven, maar laten we beginnen met een versimpelde definitie van AI en de bijkomstige buzzwords: Machine Learning en Data Science. In de SXSW-sessie “Data Science Unicorns and Silver-bullet AI” omschreef David Robinson, Chief data Scientist bij Datacamp deze termen als volgt: “Data Science is het creëren van inzichten, Machine Learning is het creëren van voorspellingen en Artificial Intelligence is het creëren van acties ”.

Vaak worden AI en Machine Learning door elkaar heen gebruikt. De meeste modellen zoals ze nu worden gemaakt zijn Machine Learning, maar Machine Learning is eigenlijk niets meer dan een statistisch model. Deze statistische modellen worden vaak algoritmes genoemd. Waarbij een algoritme op basis van eigenschappen van de input voorspelt wat de output gaat zijn, en daarmee een tool is die makkelijker een patroon voor je vindt. Leuker kunnen we het niet voor je maken, wel makkelijker. Hopelijk.

Image recognition met AI

Oké, we hebben nu een duidelijke definitie van AI en Machine Learning, maar om deze kracht bij te zetten geef ik een voorbeeld. Hieronder zie je twee plaatjes van honden. Kan je uitleggen waarom je ziet dat het honden zijn? Ze zijn harig, maar er zijn meer eigenschappen waardoor we herkennen dat het een hond is.

   

Met Machine Learning schrijven we een code om de hond te vinden op basis van de eigenschappen die we hebben. Bij AI kunnen we de plaatjes en de output (= een hond) eigenschappen meegeven en leert het algoritme vervolgens een hond te herkennen op basis van de aangegeven eigenschappen.

AI kan je zien als een instrument, zodra je weet wanneer je het kan inzetten en hoe je het moet spelen kan je prachtige muziek maken. Maar ongeoefend en zonder techniek kan het snel herrie worden en is het wellicht beter om het instrument niet te bespelen. Daarnaast heeft ook niet elke situatie een geheel orkest nodig.

Wanneer een algoritme de boutique-reeksen ontdekt…

In de AI-wereld is men al een tijdje bezig om teksten te vertalen met behulp van algoritmes. Denk aan Google translate waarbij de vertalingen tegenwoordig een stuk beter zijn dan een paar jaar geleden. Inmiddels vertaalt AI ook foto’s en plaatjes  en zetten we daarvoor algoritmes in. Het doel is om op basis van het plaatje een passende tekst schrijven. Bizar om te zien hoe foutloos sommige teksten zijn, hilarisch om te zien welke fouten deze algoritmes soms nog maken.

 

Wat is hier gebeurd? Het algoritme was zelflerend en had nieuwe trainingsdata gekregen, ditmaal kwamen de plaatjes en teksten uit romantische boeken. Hierdoor veranderde de interpretatie van het algoritme. De plaatjes waarin twee halfnaakte mensen elkaar aanraken veranderde van sumoworstelaars naar een romantische omhelzing. Dat wordt niet helemaal een passende tekst bij de foto…

AI is biased

Zowel de data als het algoritme zijn biased en dit is één van de belangrijkste uitdagingen met AI. Vanaf een bepaald moment is er door iemand binnen de organisatie besloten om specifieke data op te slaan. Daarmee is onbewust ook gekozen om andere specifieke data niet op te slaan. Je data heeft een auteur, namelijk de persoon die heeft besloten om deze data te verzamelen. Het is belangrijk om je data niet als ‘de waarheid’ te gaan zien, want zo behandel je een artikel van een auteur toch ook niet? Met biased data wordt dus ook je algoritme biased.

De Decision Scientist

Dus wat hebben we dan exact nodig om een rooskleurige toekomst te creëren voor en met AI? Zoals al eerder beschreven is AI eigenlijk gewoon een tool en “a fool with a tool…” is nog steeds een fool. Dus de rol van de data scientist moet veranderen. Waar we eerst de bestuurder waren van de auto en de algoritmes bestuurden, verandert onze rol langzaam naar de plaats van de bijrijder – de navigator van de auto. Wij gaan het algoritme niet meer sturen, maar wij gaan het wel voeden met de juiste beslissingen. Moeten we afslaan, nog langer rechtdoor of misschien moeten we even stoppen? De data scientist rol zal transformeren naar de rol van de decision scientist, waar men de beslissingen maakt om de goede kanten van AI te optimaliseren en de gevaren van AI te beperken.

China overweegt verbod op delven bitcoins

China overweegt een verbod op het delven van bitcoins. De National Development and Reform Commission (NDRC) heeft dat voornemen eerder deze week bekend gemaakt via een lijst de activiteiten die men wil uitfaseren.

De commissie, waarvan de invloed best groot is, geeft niet aan hoe die uitfasering moet verlopen, ook niet op welke termijn dat moet gebeuren.

Mocht het verbod er komen dan zullen delvers vermoedelijk uitwijken naar andere landen in Azie.

Op de lijst kan nog tot 7 mei commentaar worden geleverd.

Het nieuws komt op het moment dat de waarde van de virtuele munt weer naar 5000 dollar is opgelopen.

Veel nieuwe bedrijven willen toegang tot de Nederlandse financiële markt

Het afgelopen half jaar hebben veel nieuwe bedrijven bij DNB een aanvraag ingediend om toegang tot de Nederlandse financiële markt te krijgen. In totaal gaat het om ongeveer 35 (concept)aanvragen in onder meer de bankensector, de verzekeringssector en vooral in de sector van betaalinstellingen en elektronische geldinstellingen.

Nieuwe wetgeving, met name de PSD2, creëert ruimte voor nieuwe spelers op de financiële markt. Maar ook economische groei in combinatie met technologische ontwikkelingen, brengt geheel nieuwe bedrijven naar de financiële sector. Ook de Brexit heeft voor beweging in de markt gezorgd.

Wel is een zorgvuldig proces voor vergunningverlening nodig om te bepalen of deze partijen klaar zijn om in de financiële sector te opereren, schrijft DNB.

De specifieke digitale producten en diensten die fintech-bedrijven aanbieden, brengen volgens DNB voor het publiek specifieke risico’s met zich mee.

DNB ziet dat nieuwe bedrijven, vooral fintech bedrijven, vaak tijd nodig hebben om hun bedrijfsvoering te laten aansluiten bij de eisen die in de financiële wereld gelden. Deze bedrijven moeten voordat ze op de financiële markten van start gaan, laten zien dat ze dienstverlening kunnen bieden waar consumenten en het bedrijfsleven op kunnen vertrouwen.

Volgens het FD lopen vooral Britse fintechs tegen stroperigheid aan. Britse fintechs zijn van mening dat DNB meer oog zou moeten hebben voor hun positie. ‘DNB staat zeker niet met open armen op ze te wachten’, zegt een advocaat die fintechbedrijven adviseert. ‘Het is een bastion waar je moeilijk mee in gesprek komt.’ Een speciaal beleid voor fintechondernemers is er niet.

Voor nieuwkomers zijn er verschillende mogelijkheden om informatie in te winnen. Zo bieden DNB en de AFM in de InnovationHub de mogelijkheid om een laagdrempelig gesprek te voeren over de financiële sector en de bijbehorende wet- en regelgeving. Sinds half 2016 zijn hier meer dan 600 vragen behandeld.

Tranzer: van start-up naar scale-up naar de wereld veroveren

Tranzer is als enige Nederlandse start-up geselecteerd voor het mondiale acceleratorprogramma Start Path van Mastercard. Deelnemende fintechs krijgen toegang tot onze resources zodat ze kunnen groeien. Tranzer grijpt deze kans om te onderzoeken of smartphones kunnen worden gebruikt als ov-kaartje, vertellen oprichters Paul Rooijmans en Sanneke Mulderink.

Vertel, hoe zijn jullie op het idee voor Tranzer gekomen?

Paul:“Het is geboren vanuit frustratie. Ik ging op zakenreis naar Dublin om te praten met een busmaatschappij. Dan wil je die bussen ook echt ervaren, maar dat bleek ingewikkeld. Waar koop je een kaartje, waar moet je uitstappen? Ik vroeg me af waarom er geen Uber-achtige oplossing was voor het openbaar vervoer, waarmee je de reis niet alleen kunt plannen maar ook meteen een vervoerbewijs kunt kopen en een seintje krijgt als je bij je halte bent. Tranzer is ons antwoord hierop.”

Wat is de doelgroep?

Paul:“We bedienen incidentele reizigers die weinig verstand hebben van lokale ov-systemen. Dat kunnen toeristen zijn maar bijvoorbeeld ook automobilisten die om wat voor reden dan ook een keer met het ov gaan. Via onze app of door de integratie met een ander bedrijf, zoals WeChat of KLM, hebben ze toegang tot al het openbare vervoer, inclusief fietsen en deelauto’s. Het is een kwestie van kiezen, klikken en betalen.”

Wat zijn jullie grootste uitdagingen?

Paul:“Dat zijn er twee. Ten eerste sluiten we samenwerkingsovereenkomsten met heel veel verschillende vervoerbedrijven en dat is ingewikkeld. Ten tweede moeten we vervolgens de technologische koppeling tot stand brengen. Er zijn in Nederland bij wijze van spreken tien verschillende aanbieders van deelfietsen en twintig partijen met deelauto’s. Vanuit de reiziger bekeken is er geen verschil, die wil gewoon een fiets boeken met één click. Een reis plannen is technisch redelijk eenvoudig, het maken van een boeking is veel ingewikkelder. Deutsche Bahn heeft natuurlijk een totaal ander systeem dan de metro in Parijs of Greenwheels.”

Tranzer begon als app maar inmiddels maken partners ook gebruik van jullie technologie. Waarom is dat?

Sanneke:“We zijn er niet op uit om het merk Tranzer groot te maken, we willen veel transacties faciliteren. We hebben inderdaad een eigen app, waar we uitleggen hoe het precies werkt en waar je uiteraard je reis mee kunt plannen en boeken. Om volume te creëren werken we graag samen met partners die onze ov-bookingtool met hun eigen platform integreren. Zo komt er binnenkort een koppeling met 9292. En we werken al nauw samen met WeChat. Chinese reizigers kunnen daardoor in een vertrouwde omgeving zonder dat ze weten dat Tranzer erachter zit, openbaar vervoer regelen. Afrekenen gaat ook in de eigen valuta. Voor het uitbreiden van de dekking kijken we naar de steden die populair zijn bij deze Chinese reizigers, zoals Amsterdam, Rome, Barcelona, Madrid, Parijs en Londen. Daarnaast is Transdev, in Nederland bekend van Connexxion, aan ons gelieerd. Zij zijn in negentien landen actief in het openbaar vervoer en willen ons daar groot maken.”

Hoever zijn jullie met de samenwerkingsverbanden met ov-aanbieders?

Sanneke:“In Nederland hebben we 90 procent dekking. Alle internationale treinen zitten er al in. In België, Duitsland en Italië lopen tests. De verwachting is dat België en Italië in mei live gaan en Duitsland in juni/juli.”

Dat klinkt alsof jullie al goed aan de weg timmeren. Waarom doen jullie dan toch mee aan Start Path?

Sanneke:We zijn er heel trots op dat we een van de vijfendertig start-ups zijn die uit de twaalfhonderd aanmeldingen wereldwijd zijn uitgekozen om deel te nemen aan Start Path. Doordat we gebruik kunnen maken van de kennis en middelen van Mastercard, zoals developers en het netwerk, konden we dit jaar starten met een pilot in Sydney waarbij de mobiele telefoon fungeert als ov-kaartje. Je houdt je smartphone bij het toegangspoortje, dat identificeert welke rekeninghouder erbij hoort en je kunt naar binnen toe. Afrekenen gebeurt automatisch. Als het idee in Sydney werkt, dan kunnen we het ook uitrollen in Londen, New York en nog honderdtwintig steden wereldwijd.”

Paul:“Bij de ov-poortjes in Nederland moeten vijfentwintig mensen per minuut worden afgehandeld. Anders gaat het te traag en krijg je gevaarlijke situaties. Het inchecken met de telefoon mag dus maximaal een halve seconde duren. Start Path draait niet zozeer om een investering, maar om kennis en kunde. Mastercard heeft de expertise om ons in een halve seconde door dat poortje te helpen. Ik ben heel enthousiast over het acceleratorprogramma. Het enige lastige is om in zo’n grote organisatie de juiste persoon te vinden die je verder kan helpen.”

Tot slot: wanneer weten jullie of de pilot geslaagd is?

Paul:“Vanuit Start Path is de doelstelling om binnen zes maanden een werkend prototype te laten zien. Voor ons is dat juni. We hebben er alle vertrouwen in dat we daarna internationaal flink kunnen uitbreiden.”

EU presenteert ethische richtsnoeren voor kunstmatige intelligentie

De Europese Commissie heeft volgende stappen gezet voor het scheppen van vertrouwen in kunstmatige intelligentie. Een deskundigengroep ‘op hoog niveau’ heeft naar eigen zeggen essentiële vereisten opgezet. Geen wetgeving, maar vrijblijvende richtlijnen.

De dinsdag gepresenteerde plannen vloeien voort uit de KI-strategie die de Europese Commissie in april 2018 heeft gepresenteerd en die onder meer bedoeld is om talent te stimuleren en vertrouwen in de technologie te vergroten.

Een groot aantal sectoren heeft baat bij kunstmatige intelligentie (KI), bijvoorbeeld ten aanzien van de gezondheidszorg, het energieverbruik, de veiligheid van auto’s, landbouw, klimaatverandering en financieel risicobeheer. KI kan ook helpen bij het opsporen van fraude en cyberdreigingen, en het stelt rechtshandhavingsinstanties in staat om criminaliteit efficiënter te bestrijden. Maar KI brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee voor de toekomst van werk, en het werpt juridische en ethische vragen op.

Vicevoorzitter voor de Digitale Markt Andrus Ansip: zegt dat die ethische richtlijnen geen overbodige luxe of optie is. ‘Onze samenleving kan alleen op basis van vertrouwen ten volle profiteren van technologie. Iedereen heeft baat bij ethische KI en dat kan een concurrentievoordeel voor Europa opleveren: Europa wordt leider op het gebied van mensgerichte KI waarop men kan vertrouwen.’

Deze zomer zal de Europese Commissie een proeffase starten waarbij een breed scala aan belanghebbenden betrokken is. Bedrijven, overheden en organisaties kunnen nu al deelnemen aan de Europese KI-alliantie.

Met het oog op de ethische ontwikkeling van KI zal de Europese Commissie bovendien in het najaar van 2019 een reeks netwerken van KI-onderzoekscentra van topniveau opzetten, te beginnen met netwerken van digitale innovatiehubs.

Zeven hoofdzaken

Invloed en toezicht door mensen: KI-systemen moeten rechtvaardige samenlevingen mogelijk maken doordat de mens invloed uitoefent en de grondrechten worden ondersteund. De autonomie van de mens mag niet worden verminderd, beperkt of misbruikt.

Robuustheid en veiligheid: Betrouwbare KI heeft behoefte aan algoritmen die zo veilig, betrouwbaar en robuust zijn dat tijdens de gehele levensduur van KI-systemen fouten of inconsistenties worden opgespoord en aangepakt.

Privacy en data-governance: De burgers moeten volledige controle hebben over hun eigen gegevens, en gegevens die met hen te maken hebben mogen niet worden gebruikt om hen te schaden of te discrimineren.

Transparantie: De traceerbaarheid van KI-systemen moet zijn gewaarborgd.

Diversiteit, non-discriminatie en billijkheid: KI-systemen moeten rekening houden met het hele scala van menselijke capaciteiten, vaardigheden en eisen, en ze moeten toegankelijk zijn.

Maatschappelijk en ecologisch welzijn: KI-systemen moeten worden gebruikt om positieve sociale veranderingen te bevorderen en de duurzaamheid en ecologische verantwoordelijkheid te vergroten.

Verantwoordingsplicht: Er moeten mechanismen worden ingevoerd om de verantwoordelijkheid en verantwoordingsplicht voor KI-systemen en de resultaten daarvan te waarborgen.

Page generated in 4.589 seconds. Stats plugin by www.blog.ca