Besluit invoering PSD2 wellicht nog deze maand

Vermoedelijk komende week neemt het kabinet een besluit over de invoering van PSD2, oftewel de Herziene Richtlijn Betaaldiensten (Payment Services Directives II).

De Eerste en Tweede Kamer zijn vorig jaar akkoord gegaan met het wetsvoorstel. Het kabinet moet nu nog een datum vaststellen, zodat het wetsvoorstel van kracht wordt. Toezichthouder ACM meldt dat dit nog in februari gebeurt.

Op 4 december 2018 is de Nederlandse implementatiewet van de Payment Service Directive 2 aangenomen door de Eerste Kamer. Daarmee werd de deadline voor de implementatie van 13 januari 2018 niet gehaald en is Nederland wat betreft de implementatie hekkensluiter in Europa.

PSD2 is een Europese Richtlijn die meer concurrentie en innovatie in het betalingsverkeer mogelijk maakt. Hierdoor krijgen consumenten meer keuze in hoe zij kunnen betalen aan de kassa en online. Ook krijgen nieuwe toetreders een kans om betaaldiensten aan consumenten aan te bieden.

De ACM gaat op een beperkt deel van de PSD2 toezicht houden. Het toezicht op toegang tot betaalrekeningen is een nieuwe taak voor de waakhond. Om (nieuwe) betaaldiensten aan te kunnen bieden, hebben bedrijven een betaalrekening nodig. ACM controleert – nadat PSD2 van kracht wordt – of banken iedereen gelijk behandelen bij het afgeven van een bankrekening. En of de toegang tot de bankrekening uitgebreid genoeg is om betaaldiensten aan te bieden.

Hoogleraar Frans Feldberg: AI brengt uitdagingen voor privacy, ethiek en cyber security

Welke rol heeft Artificial Intelligence (AI) in het reduceren van de gevolgen van kanker? En welk aandeel heeft kunstmatige intelligentie op het terugbrengen van broeikasgassen? Op deze vragen geeft hoogleraar Data-Driven Business Innovation Frans Feldberg een antwoord in zijn recent verschenen Tedx Talk.

De TedxTalk is eind januari opgenomen in Alkmaar en droeg het thema: ‘Design our Future’. Een topic dat goed past in het onderzoek van Feldberg dat zich richt op het ontwerpen van een meer duurzame toekomst door middel van datagedreven innovatie.

In zijn presentatie gaat Feldberg dieper in op de economie achter kunstmatige intelligentie. ‘De ‘economics of AI’ is doordrongen in ons dagelijks leven. Zo kun je bijvoorbeeld door het slim combineren van data uit wasmachines, zonnepanelen en weersverwachtingen een groot probleem in de energietransitie oplossen, namelijk; de opslag van energie. Studenten hebben berekend dat deze oplossing een significante rol kan spelen in het klimaatakkoord dat in Parijs is gesloten om de CO2 uitstoot terug te brengen met vijf procent,” aldus Feldberg.

Feldberg stelt in zijn Tedx Talk ook dat kunstmatige intelligentie zeker niet de ‘heilige graal’ is. “AI brengt nieuwe uitdagingen op het gebied van privacy, ethiek en cyber security met zich mee.” Met zijn TEDx talk wil hij dan ook vooral een oproep doen om actief deel te nemen aan de discussie hoe we op een verantwoorde manier gebruik kunnen maken van kunstmatige intelligentie.

Frans Feldberg geeft ‘TEDx Talk’ over de invloed van A.I.

Voice in de kinderschoenen: wat gaat Generatie Voice doen?

Er wordt zoveel over voice gesproken, dat er soms vergeten wordt dat het nog slechts in de kinderschoenen staat. Daarbij, de toekomst zal zeker niet screenless zijn. Wat voice wel gaat worden, daarover vetellen pionier Maarten Lens-Fitzgerald (Cova), Koen Vanderhoydonck (Google) en Daan Gönning (Rabobank).

Voice zal een klein aandeel van de markt domineren, met functionaliteiten zoals bijvoorbeeld het licht aan en uitzetten, maar aan de technologie zullen eveneens grenzen gesteld zijn. Het afsluiten van een werkcontract zou niet zomaar via voice gebeuren. Maar aan de hand van de Rabobank case is te zien dat men vooral op service vlak deze nieuwe technologie goed kan inzetten en testen.

Praat je met je partner, of…?

Op 12 februari 2019 kwamen circa 200 voice-geïnteresseerden samen in Amsterdam om meer te ervaren over voice applicaties. Drie sprekers brachten in een notendop het publiek op de hoogte van feiten en ontwikkelingen en presenteerden toepassingen van Voice in de praktijk.

Maarten Lens-Fitzgerald is oprichter van Cova Voice Services. Voice is een nieuw technologisch medium wat hedendaags al zijn toepassing vindt, bijvoorbeeld om licht uit te zetten in zijn appartement. Een reden waarom de technologie zich zo snel vervlecht in onze maatschappij hangt onder andere samen dat er veel sneller gepraat wordt, dan men kan typen. Maarten gaat zelfs daarvan uit dat men binnen vijf jaar meer met een apparaat praat dan met de eigen partner.

Hoe zal men in toekomst omgaan met voice technologie?

Een paar jaar geleden was er de ipad-generatie. Deze wordt binnenkort opgevolgd door de voicegeneratie. Zoals huidige kinderen nu omgaan met Ipads, zo zullen toekomstige kinderen vooral voicegebaseerde technologieën aansturen. Nu kan men zeggen, dat voice vanwege verschillende redenen nooit in de maatschappij geaccepteerd zou worden. Onderstaande video geeft daarop een iets genuanceerdere kijk en laat eveneens eraan herinneren hoe men in Nederland dacht over de acceptatie van het mobiel in de maatschappij. Maarten benadrukt dat zich voice in de testfase bevindt. In de Verenigde Staten worden voice speakers vooral gebruikt voor het oproepen van muziek, weervoorspellingen of om grappige vragen te stellen.

4 nuttige invalshoeken om aan de slag te gaan met Voice:
  1. Doelgroeponderzoek: breng de belangrijkste vragen in kaart die de doelgroep aan je merk stelt
  2. Klantenservice: begin met vijf belangrijke vragen voor deze afdeling en bouw een business case daaromheen
  3. Brand creative: Pas voice toe op al lopende campagne of gebruik het zelf als een campagneplatform
  4. Design fiction: creëer je eigen voice brand/ kanaal met voldoende budget en wilskracht

Met het laatste punt zijn aldus Maarten Albert Heijn, Talpa en KLM vooral bezig om volop in te zetten op voice. Waarom? Een voor de hand liggende verklaring zou zijn dat het zich bij alle drie merken om zeer servicegerichte spelers handelt. Men vergist zich vaak en denkt dat het bij voice allemaal om technisch werk draait. Dat is niet het geval. Circa 10% van het werk is technisch en de rest bestaat vooral uit onderzoek.

3 manieren om zelf aan de slag te gaan met voice:

  1. Creëer een web service op Amazon of de Google development platform
  2. Gebruik publicatie tools zoals Invocable, Botsociety of Dialogflow
  3. Huur een bureau in met vakkennis op voicevlak
Voice als technologie, waarin hoge verwachtingen van de mens verankerd zijn

Koen Vanderhoydonck is werkzaam als Marketing Automation Specialist bij Google. Als men over voice spreekt draait het vooral om de technologie daarachter, namelijk machine learning. Koen benadrukt dat vooral een shift heeft plaatsgevonden wat men hedendaags van technologie verwacht. Eerst had men de desktop PC waar men in Google in search query heeft ingetypt. Hedendaags, vooral met mobiele technologie, is men intens aan de smartphone gehecht. Zo wordt vaak gedacht: pakt men mijn smartphone af, pakt men mijn leven af. Voice als technologie is dan de volgende stap in de verwachtingsopstapeling: als ik nu iets tegen mijn voice speaker vraag, wil ik ook het beste antwoord hebben waar ik in mijn buurt de beste pizza kan eten. Zodoende draait het allemaal om verwachtingen.

Met de opkomst van Voice zullen bij Google de advertentieformaten vereenvoudigd worden. Voor de toekomstige (online) marketeer wordt het vooral belangrijk om algoritmes te managen, globaal te sturen op KPIs zoals CPA / CTR en conclusies te trekken op basis van grootschalige datasets.

Hoe maak je het verschil met Voice?
  • Blijft de snelheid van je website verbeteren: voor mobiel is het nu al essentieel, om goed op voice te willen inspelen wordt het nog belangrijker
  • Goed gerangschikte content op de site en het toepassen van structured data zijn een must (gebruik onder meer schema.org en featured snippets)
  • Antwoorden op vragen moeten aan meerdere criteria voldoen, o.a. nut/relevantie van de informatie, lengte, formulering en dictie
Praktijkcase: de Rabo Assistent

Daan Gönning is werkzaam als freelancer bij de Rabobank en heeft een belangrijke rol gehad voor de implementatie binnen de Rabobank in samenwerking met de Google. In juli 2018 heeft Rabobank mobiel bankieren met voice geïntroduceerd. Vanaf dat moment was het mogelijk voor Rabobank klanten om met hun stem hun banksaldo op te vragen en een budget in te stellen met de Rabo Assistent.

Als je voice wil inzetten is het volgens Daan van groot belang om te bepalen waarom je dat graag wil doen. Rabobank is vooral geïnteresseerd om uitmuntende service te verlenen. Daarop volgende heeft Rabobank Get to By doelstellingen geformuleerd, namelijk:

  • GET – Digital savvy users
  • TO – Perceive Rabobank as an innovative bank
  • BY – Proactive serving them useful signals about their finances that feel seamless and magical
Hoe zorg je binnen een organisatie dat de technologie geïntegreerd wordt?

Het is essentieel van belang om mensen vrij te zetten, een eigen team op voice zetten en budget beschikbaar stellen. Vervolgens test men met voice verschillende applicatie mogelijkheden en integreert diegene, die goed te lijken werken in de bedrijfsstructuur. Het is goed te vergelijken met een tanker en speedboats daaromheen. De tanker symboliseert de Rabobank organisatie en de speed boats de verschillende voice applicatie welke men test.

Innovatie is mogelijk in korte tijd, een week met veel post it sessies, waarbij men o.a. persona’s schetst, kan voldoende zijn. In de uitvoering zal men dan toch zien, dat men meer mensen als eigenlijk gedacht nodig heeft. In het geval van het voice team van de Rabobank zeven verschillende rollen, waaronder een product owner, data scientist, development, marketing, chief pushing officer, conversation design en compliance / legal risk. In het geval van de Rabo Assistent leek de samenwerking tussen compliance /legal en de andere divisies uitdagend te zijn omdat men van mening verschilde. Uiteindelijk had de chief pushing officer ervoor gezorgd dat het project vanuit de concept- en prototype fase ook daadwerkelijk live werd gezet.

Voor dit project heeft men bij de Rabobank geen harde KPIs vastgelegd en is vooral benieuwd in de leerelementen. Momenteel liggen betalen via stem en het beschikbaar stellen van een uitgavenoverzicht via Voice in review bij Google en zullen dit nieuwe speedboats kunnen zijn welke de Rabobank gaat testen.

Alle drie sprekers benadrukten die avond dat voice nog in de kinderschoenen staat. De toekomst zal zeker niet uit een screenless world bestaan. Voice zal een klein aandeel van de markt domineren, met functionaliteiten zoals bijvoorbeeld het licht aan en uitzetten, maar aan de technologie zullen eveneens grenzen gesteld zijn. Het afsluiten van een werkcontract zou niet zomaar via voice gebeuren. Maar aan de hand van de Rabobank case is te zien dat men vooral op service vlak deze nieuwe technologie goed kan inzetten en testen.

Meer leren over Voice? Kom dan op 5 maart naar Emerce Update #2 over alle toepassingen van Voice. Het programma en info over de tickets vind je hier

BriqBank: digitale identiteit vereist flexibiliteit

Betalen in de supermarkt met je smartphone. Een Tikkie sturen na een etentje. Binnen drie minuten klant worden bij een bank vanuit je luie stoel. Een paar jaar geleden was dat nog niet mogelijk. Een mix van technologie, wetgeving en nieuwe toetreders zorgt voor een versnelde verandering in de financiële sector. Hoe houden banken dit tempo bij én blijven privacy, veiligheid en gemak gewaarborgd? Digitale identiteit speelt daarbij een sleutelrol. Om te laten zien hoe dit kan, bouwden we de BriqBank.

Delen van gegevens betaalrekening

Met de Europese richtlijn PSD2 wordt het voor consumenten vanaf 14 september 2019 mogelijk een derde partij toegang te geven tot hun betaalgegevens. Deze derde partij heeft speciale toestemming nodig van De Nederlandsche Bank. De klant moet daarnaast expliciet instemmen met het delen van zijn gegevens en deze toegang altijd weer kunnen intrekken.

Deze derde partij kan voor klanten bijvoorbeeld een overzicht samenstellen van hun financiële situatie, eventueel over meerdere bankrekeningen en banken heen. Aanbieders van financiële diensten zullen ook om deze gegevens gaan vragen zodat ze sneller de kredietwaardigheid van een klant kunnen beoordelen, bijvoorbeeld voor het afsluiten van een lening of een hypotheek.

Dat is een mooie ontwikkeling. Maar ook hier geldt dat klanten zelf de controle over hun gegevens willen houden. Uit de historie van een betaalrekening is immers heel simpel persoonlijke informatie af te leiden: de hoogte van het salaris, contributie aan een politieke partij, vakbond of geloofsgemeenschap, hoe vaak iemand fastfood eet, of waar hij of zij op een bepaald moment was (het café, de drogist, de apotheek of het treinstation).

Banken en klant torsen veel historie mee

Een van de manieren om deze gegevens te beschermen, is authenticatie. Een klant van een bank heeft vijf à zes verschillende manieren om te bewijzen dat hij is wie hij zegt te zijn, of in banktermen: om je te authenticeren. Voor elk kanaal en/of product is er een ander authenticatiemiddel. Denk aan gebruikersnaam en wachtwoord om in te loggen op internetbankieren, de pincode bij een betaalpas, de aparte pincode voor een creditcard, een vingerafdruk om een bankieren-app te openen, een identiteitsbewijs voor op het bankkantoor of bijvoorbeeld controlevragen (‘wat is de naam van je eerste huisdier’) om geholpen te worden door het callcenter.

De reden hiervoor is dat de meeste banken, ook in Nederland, al vele decennia bestaan. De meeste zijn begonnen als fysieke bankkantoren, later werden ze uitgebreid met callcenters. In de jaren tachtig konden we voor het eerst op grotere schaal pinnen bij geld- en betaalautomaten. De afgelopen twintig jaar werden online bankieren en vervolgens bankieren-apps toegevoegd aan de kanalenmix. Steeds werd er dus een nieuw stukje aan de bank ‘geplakt’. Wanneer dit gebeurde, werden ook weer nieuwe, aparte authenticatiemiddelen geïntroduceerd.

Mede door deze stapsgewijze uitbreiding vind je achter de schermen bij deze organisaties vaak een onontwarbare kluwen van ICT-systemen. Ook zijn authenticatiemiddelen vaak maar voor één kanaal of product te gebruiken.

Hoe makkelijk zou het zijn als een klant maximaal twee authenticatiemiddelen nodig heeft voor al zijn bankzaken? Dat hij geen papier meer hoeft te ondertekenen als hij zijn bankzaken liever helemaal digitaal regelt. Of als hij zelf kan kiezen hoe hij inlogt. Het goede nieuws is dat dit vandaag al kan. Dit willen wij niet alleen vertellen, maar ook laten zien. Daarom hebben wij onze eigen demo-bank: de BriqBank.

BriqBank: bouwblokken gebaseerd op het concept van Lego

Als het om bankieren gaat, zijn we ervan overtuigd dat het Lego-concept de toekomst heeft. Lego heeft als eigenschap dat het bestaat uit kleine blokjes die je oneindig kunt combineren en hergebruiken.

Op dit principe is ook de BriqBank gebaseerd. In de demo-uitvoering laten we zien hoe banken op basis van bestaande technologie, gebaseerd op open standaarden, razendsnel gebruikersmogelijkheden kunnen bouwen waar klanten van houden, die veilig zijn en die voldoen aan wet- en regelgeving. Net als bij Lego kun je een creatie eenvoudig aanpassen zonder de bouwstenen zelf kapot te maken.

BriqBank draait in de cloud  

In deze digitale omgeving kunnen we banken een specifieke klantreis daadwerkelijk laten zien en waar gewenst die samen direct aanpassen. Daarbij richten we ons op het werven van een klant, het managen van toestemming door de klant en het geven van een vrije keuze in authenticatiemethoden. De oplossing is grotendeels gebaseerd op technologie die toonaangevende banken al gebruiken.

Het mooie van deze modulaire aanpak is dat bij aanpassingen, bijvoorbeeld het toevoegen van een authenticatiemiddel, de oplossing niet vanaf de grond af aan moet worden herbouwd. Wil de klant touch-ID als authenticatiemogelijkheid? Dan is die mogelijkheid met een paar muisklikken beschikbaar. Andersom geldt dat als de bank aanwijzingen heeft dat er malware op de smartphone van een gebruiker is geïnstalleerd, ze kan besluiten touch-ID te deactiveren totdat de situatie is verholpen.

De financiële dienstverlener bepaalt uiteindelijk wat er beschikbaar komt voor (toekomstige) klanten. De ene dienstverlener neemt genoegen met een foto van het identiteitsbewijs en een selfie. De ander wil ook nog een 1-centtransactie via iDeal. Dit hangt mede af van het product dat wordt aangeboden. Een spaarrekening heeft een ander risicoprofiel dan een betaalrekening of een lening. Met de technologie achter BriqBank staat een oplossing niet in steen gebeiteld, maar houdt de dienstverlener de flexibiliteit om eenvoudig zaken aan te passen.

Bij dit alles speelt vertrouwen een cruciale rol. Aan de ene kant bepalen banken niet meer volledig hoe de relatie met de klant eruitziet, maar zit die klant veel meer zelf aan het stuur. Voor die klant is het daarbij onbegrijpelijk dat hij als bestaande relatie bij het aanschaffen van een nieuw product weer moet vertellen, zelfs bewijzen, wie hij is, waar hij woont en wat zijn e-mailadres is.

Aan de andere kant willen banken een hoge mate van zekerheid hebben dat een klant is wie hij zegt te zijn. Banken die de kennis over de digitale identiteit op verantwoorde wijze (dus met toestemming van de klant en conform de privacywet AVG) kunnen hergebruiken, hebben goud in handen. Zij kunnen allerlei nieuwe diensten ontwikkelen voor hun klanten en zo de relatie verdiepen. Daarbij zijn veiligheid en privacy absolute vereisten, maar staat gemak centraal: de klant zal altijd kiezen voor de partij die een zo prettig mogelijke gebruikerservaring biedt.

Rabo: Versnelling op gebied van innovatie

Ook in 2018 heeft Rabobank een versnelling gerealiseerd op het gebied van innovatie. Meer dan 70 procent van de Nederlandse klanten bankiert inmiddels online, zo laat de bank weten bij de presentatie van de jaarcijfers.

De zogenoemde Moonshot campagne – het versnellingsprogramma waarbij alle medewerkers van de Rabobank de kans krijgen om vooruitstrevende ideeën te verwezenlijken – heeft al geleid tot zes ventures, waaronder Tellow, een app die zzp-ers helpt met hun boekhouding en belastingaangifte.

In 2018 ging Rabo ook de samenwerking aan met innovatieve start ups en scale ups, zoals Komgo en we.trade, allebei blockchainplatforms die het klanten gemakkelijker maken om internationaal zaken te doen. Open Banking en PSD2 zullen het landschap waarin financiële instellingen opereren snel veranderen, denkt de bank. ‘Nieuwe concurrenten uit onder meer de technologiesector leiden tot scherpere concurrentie en meer keuzemogelijkheden voor klanten.’

Rabo realiseerde in heel 2018 een nettowinst van 3 miljard euro.

Van Internet of Things naar Internet of Businesses

De slimme apparaten die eetgewoonten en hardlooprondjes bijhouden kunnen je als bedrijf helpen je product, klantervaring en werkproces te optimaliseren. Als bedrijven met elkaar samenwerken kun je bovendien tot fundamentele inzichten komen en sneller reageren op onaangename verrassingen.

Van een grasmaaier die op basis van het weerbericht het beste moment bepaalt om het gazon te maaien, tot een koelkast die je adviseert over de wekelijkse boodschappen. Het Internet of Things (IoT) bestaat uit slimme apparaten die draadloos verbinden met het internet, waardoor zij niet alleen data verzamelen om hun taken beter te volbrengen, maar deze data ook met elkaar kunnen uitwisselen. Zo kan je slimme koelkast je boodschappenlijst bijvoorbeeld doorgeven aan je Google Home, en vice versa.

Hoewel de consumentenmarkt misschien wel de meeste ‘Things’ met het datanetwerk verbindt – naar schatting meer dan 1 miljard apparaten alleen al in Amerikaanse huishoudens in 2023 – gaat het grote geld om in de zakelijke toepassingen. Datzelfde jaar zullen bedrijven jaarlijks ruim 450 miljard dollar investeren in slimme apparatuur, voorspelt Business Insider. Al hoeven we niet tot 2023 te wachten volgens de International Data Corporation: naar verwachting spenderen we dit jaar meer dan 700 miljard dollar wereldwijd. Dat is ruim 15 procent meer dan in 2018. Bedrijven in de productie, industrie en transport zullen hier het meeste profijt van hebben.

Twee weten meer dan één

Zoals je koelkast met je Google Home kan praten, kan je magazijnrobot of handscanner informatie uitwisselen met je voorraadbeheersysteem. Of het nu de staat van je apparatuur is, een mogelijke productiefout of het energieverbruik in je magazijn, IoT-toepassingen kunnen je de kennis in handen geven om strategische keuzes te maken. En deze kennis hoeft niet beperkt te zijn tot je bedrijf: ook je leverancier, producent en vervoerder beschikken over informatie die voor jou van waarde is. Deze data met elkaar verbinden in het ‘Internet of Businesses’, maakt iedere schakel in de keten op den duur wijzer.

Dit geeft je meer inzicht in de kwaliteit van je bedrijfsprocessen en producten, en waar je deze zou kunnen verbeteren. ANWB Verzekeringen houdt bijvoorbeeld met een klein apparaatje in de auto bij wanneer een klant te hard rijdt, naast informatie over de gebruikelijke routes en tijdstippen. De bestuurder ontvangt een rapport over zijn rijgedrag en waar dit beter zou kunnen in de ANWB-app. Bij veilig rijden kunnen klanten namelijk premiekorting krijgen. De verzekeraar en de klant zijn hiervoor allebei een belangrijke schakel in de informatieketen.

Vergelijkbaar zou je data kunnen verzamelen over het functioneren van een dienst of product en hier je conclusies uit trekken. Misschien concludeert je vervoerder dat hij sneller bij de klant is door zijn route aan te passen, zoals UPS besloot alleen nog maar rechtsaf te slaan. Of wanneer hetzelfde productonderdeel keer op keer ter vervanging wordt opgestuurd, kun je misschien beter het maakproces aanpassen dan het telkens weer te repareren. Ben je leverancier van software? Dan kun je updates laten afhangen van informatie over het gebruik en eventuele foutmeldingen.

Internet of Businesses kan verbeteren, maar ook voorspellen

De kracht van IoT zit hem in het realtime verzamelen van data. Dit betekent dat je als bedrijf sneller kunt reageren wanneer iets afwijkt van de praktijk van alledag. Zo kun je bijvoorbeeld beter anticiperen op voorraadschommelingen of trage bezorgtijden, omdat dit in een eerder stadium onder je aandacht wordt gebracht.

Ook kun je beter inspelen op het gedrag en de behoeften van je klant. Data uit IoT kan via deze weg bijdragen aan bedrijfsinnovaties. Denk aan de lancering van een nieuwe dienst of product, bijvoorbeeld. Een proefversie kun je gaandeweg makkelijk optimaliseren door data over productprestaties, het gebruik en klanttevredenheid realtime te overzien.

Door data-uitwisseling kun je naast huidige producten en processen verbeteren, dus ook steeds beter de toekomst voorspellen. Om dit te kunnen doen, zul je repetitief werk dusdanig moeten automatiseren. Denk aan het digitaliseren van je huidige informatiestromen, zoals je financiën en voorraadbeheer, in een overzichtelijk softwaresysteem. Zorg bovendien dat je softwarekoppelingen met andere systemen ondersteunt. Alleen door je huidige informatie te stroomlijnen, kun je informatie uitwisselen met andere schakels in de keten en tot nieuwe en misschien zelfs baanbrekende inzichten komen.

Digitaal ecosysteem om burgers ‘financieel zelfredzamer te maken’

Financiële dienstverleners zetten samen een stap om meer financiële zelfredzaamheid voor burgers mogelijk te maken. Voortbouwend op onderzoek van de TU Delft op online regie en persoonlijke financiële planning zijn diverse partijen begonnen met het opzetten van een open en vertrouwd ecosysteem waarin mensen straks veilig informatie kunnen opvragen, ondertekenen en verstrekken aan organisaties. Daarmee lopen zij vooruit op de PSD2 wetgeving.

Het gaat om een groep met APG, Cleverbase, NHG (Nationale Hypotheekgarantie), Rabobank, Smart Data Company en de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Zij maakten hun plannen een dezer dagen bekend tijdens het 25-jarig jubileum van NHG.

De deelnemers willen consumenten meer inzicht geven in hun financiële situatie. Vervolgens zal worden gewerkt aan een online omgeving waarin mensen zelf kunnen navigeren, advies kunnen inwinnen, informatie over financiële beslissingen kunnen koppelen aan hun eigen informatie en wellicht ook aanbieders kunnen vergelijken.

De initiatiefnemers willen mensen helpen met inzicht en overzicht over hun financiën. Inzicht ontstaat als financiële informatie vanuit meerdere partijen tegelijk beschikbaar is; overzicht ontstaat als er hulp is om gegevens te begrijpen; regie komt als iemand dit zelf gemakkelijk en veilig online kan organiseren. Dit laatste is lastig wanneer mensen op verschillende locaties op zoek moeten naar informatie en die maar deels digitaal is.

Het initiatief begint, na de bouw van het onderliggende systeem, met een hypotheekaanvraag met NHG voor starters bij de Rabobank. Benodigde documenten worden vanuit één omgeving opgehaald, ondertekend en verstrekt aan de bank. Vervolgens ontvangen de starters in dezelfde omgeving een hypotheekofferte om deze te ondertekenen en terug te sturen. Het ophalen vanuit één omgeving zorgt voor gemak en zet alle informatie overzichtelijk op een rijtje.

Barbara Baarsma, betrokken vanuit de Rabobank, benadrukt het open en sector overstijgend karakter. ‘Wat dit initiatief bijzonder maakt, is dat het echt sector overstijgend is opgezet. We zetten niet de organisatie, maar de mens centraal. Het open karakter van het ecosysteem is hiervoor belangrijk. Het is voor organisaties niet altijd makkelijk om over hun schaduw te stappen, maar het is wel nodig als je de mens centraal zet.”

‘Als burger krijg je direct online wat je nodig hebt en hoef je niet meer dagen te wachten op een financieel overzicht of een offerte voor een financieel product,’ zegt CEO Joris Tinbergen van Cleverbase. ‘We zijn het fundament aan het leggen voor een toekomst waarin het voor de burger leuk wordt om online te zaken te regelen. Dat we mensen op een makkelijke manier een gekwalificeerde elektronische handtekening laten zetten, is het sluitstuk van de digitale transformatie.’

Dit zijn de slimste innovaties in de uitvaartbranche

Innovaties komen niet alleen voor in de IT-industrie. Een traditionele sector als de uitvaartbranche blijft ook vernieuwen. Uitvaartorganisaties worden verplicht om milieuvriendelijker te werken door bijvoorbeeld betere technieken in te zetten bij het cremeren, waardoor er minder schadelijk stoffen vrijkomen. Wat leren uitvaartondernemers op het gebied van innovatie? 

Zo zijn er bijvoorbeeld nieuwe alternatieven voor begraven of cremeren. Het zogeheten resomeren, ook wel bio-cremeren genoemd. Resomeren is het ontbinden van het lichaam met een speciale vloeistof. Daarnaast zijn er een aantal innovaties gaande omtrent de uitvaartkist.  Tenslotte zijn er nog technologische innovaties. 

De zit-lig-kist

Uitvaarten worden steeds persoonlijker. Deze trend is jaren geleden begonnen en blijft zich voortzetten. Het verduurzamen van de uitvaartbranche en de innovaties van producten en –diensten zijn belangrijke redenen voor de voortdurende stroom aan maatwerk. Het meest recente voorbeeld is de ontwikkeling van een zit-lig-kist op het gebied van verzorging en opbaring.

Het is gebruikelijk om een overledene te verzorgen en vervolgens liggend op bed of in een uitvaartkist op te baren. In een DELA-crematorium in Geleen heeft pas geleden een proefverbranding plaatsgevonden met een zit-lig-kist. Hierbij werd getest of de kist geschikt is voor een crematieoven. De zit-lig-kist is niet alleen bedoeld voor cremeren, maar is ook geschikt voor begraven.

De Maastrichtse interieurbouwer Sjeng Schellinx is initiatiefnemer van de zit-lig-kist. Hij kwam op het idee door een overlijden in zijn vriendenkring. “We zaten aan tafel met elkaar. Ik moest gaan staan om die persoon te zien en dan zie je alleen een kist met een liggend persoon. Terwijl je een persoon in het dagelijks leven zelden liggend ziet. Zo ken je de meeste mensen juist niet, die ken je eerder zittend bij je aan tafel.” Schellinx ontwikkelde een prototype. Op basis van dit prototype heeft hij veel positieve reacties gekregen. Daarom besloot hij verder te gaan met de ontwikkeling van zijn idee en vroeg DELA om feedback voor de verdere ontwikkeling van de zit-lig-kist. Het product wordt nu op de markt gebracht.

Logische verklaringen voor het persoonlijker worden van uitvaarten komt bijvoorbeeld door een steeds individualistischer wordende maatschappij en het feit dat bedrijven producten en diensten zijn gaan vernieuwen. Er is de afgelopen jaren een toename in nabestaanden die willen helpen bij de laatste verzorging van hun overleden dierbare. De zit-lig-kist is hier een mooi voorbeeld van.

Live streaming van een uitvaart

Technologieën hebben een grote impact op de invulling van ons dagelijks leven. Ook in de uitvaarbranche. De branche kan innoveren door nieuwe of bestaande technologieën toe te passen. Zo wordt er bijvoorbeeld videotechnologie bij uitvaarten toegepast.

De uitvaart wordt gefilmd of er worden tijdens de uitvaart beelden van de overledene laten zien. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat nabestaanden uit andere landen bijvoorbeeld de mogelijkheid krijgen om via een live streaming op het internet de uitvaart te volgen. Daarnaast is het mogelijk om zelfs een grafsteen met een ingebouwd videoscherm te kopen. Hierop kunnen dan foto’s van de overledene afgespeeld worden.

Resomeren (bio-cremeren)

Resomeren of bio-cremeren is het lichaam van een overledene op een duurzame manier teruggeven aan de natuur. Het belangrijkste element hierbij is water. Het is een nieuw vorm van lijkbezorging en wat betekent “oplossen in water”. Door middel van alkalische vloeistof wordt het lichaam van de overledene onder verhoogde druk en temperatuur afgebroken. Na afloop van het proces blijft er een volledig steriele, waterige vloeistof en compleet schoon wit poeder over.

Yarden zet zich in om dit alternatief ook in Nederland mogelijk te maken. D66 heeft in november 2018 een voorstel ingediend om de Wet op de lijkbezorging aan te passen. Dit sluit goed aan op het initiatief van Yarden.

In 2011 is in opdracht van Yarden door onderzoeksbureau TNO onderzoek gedaan naar nieuwe vormen van lijkbezorging. Yarden heeft op basis van dat onderzoek besloten om resomeren in Nederland mogelijk te maken. Uit eerdere TNO-studies bleek bio-cremeren bovendien een duurzamere methode dan cremeren of begraven. Resomeren kan uiteindelijk op geheel elektrische wijze worden uitgevoerd. Dit allen heeft ertoe geleid dat er in de Tweede Kamer inmiddels serieus gesproken wordt over resomeren.

Ecologische uitvaartkist

Bij de meeste standaard uitvaartkisten worden producten gebruikt die schadelijk zijn voor het milieu. Er zijn tegenwoordig steeds meer organisaties die ecologische uitvaartkisten aanbieden. Onora is hier een voorbeeld van.

Onora is een nieuwe speler in de uitvaartbranche. Ze onderscheiden zich met nieuwe type ecologische uitvaartkisten. Het voordeel aan deze uitvaartkisten is dat ze volledig biologisch afbreekbaar zijn. De uitvaartkisten worden in Nederland gemaakt uit organisch materiaal, bioplastics.

Onora claimt dat de uitstoot bij een crematie maar liefst 75% minder is dan van gewone houten kisten. Bij begraven vergaat de kist volledig. Bij gewone kisten is dit vaak niet het geval, omdat daarin veel plastics, metalen en lijmen verwerkt zijn. Die zijn niet afbreekbaar, maar vaak zelfs giftig.

De gesproken rouwkaart

Spulex Uitvaartmedia lanceert een innovatief en vernieuwend product. De gesproken rouwkaart, die via Whatsapp, mail, sociale media of elk ander online-kanaal verstuurd kan worden.

De digitale rouwkaart wordt inmiddels op meerdere plekken aangeboden, een gesproken rouwkaart of dankbetuiging nog niet. Nabestaanden kunnen voortaan gesproken rouwkaarten, -brieven en dankbetuigingen per e-mail versturen, zodat de geadresseerden die op de computer, tablet of smartphone kunnen luisteren.  Het doel van de uitvaartonderneming is om de gesproken boodschappen het versturen van uitnodigingen en dankbetuigingen bij uitvaarten goedkoper en minder milieubelastend te maken.

‘’Tien jaar geleden zou dit niet levensvatbaar zijn geweest, maar inmiddels is internet ingeburgerd in het dagelijkse leven en is het milieubesef in de samenleving enorm gegroeid. “Daarom is een ingesproken rouwbrief of dankbetuiging echt iets van deze tijd, al zullen we er misschien even aan moeten wennen” zegt Frits Spierings van Uitvaart Spierings in Helmond.

De gesproken rouwkaarten en dankbetuigingen kunnen geheel naar eigen inzicht worden samengesteld via de website. Je kunt een persoonlijke tekst aanleveren, maar in een speciaal digitaal boekwerk staan 1400 voorbeeldteksten en –gedichten.

Koning Willem Alexander opent Microsoft Quantum Lab Delft

Koning Willem Alexander opent vandaag het Microsoft Quantum Lab Delft op de campus van TU Delft. Het lab is een publiek-private samenwerking tussen Microsoft en de TU Delft / QuTech, waar wordt gebouwd aan een quantumcomputer gebaseerd op zogenoemde majorana-deeltjes.

Een quantumcomputer heeft de capaciteit om berekeningen te maken die niet mogelijk zijn met de huidige technologieën. Daardoor heeft quantumcomputing het potentieel oplossingen te vinden voor uitdagingen op het gebied van milieu, energie en gezondheid, zoals de voedselvoorziening voor een groeiende wereldbevolking en het tegengaan van verdere opwarming van de aarde.

Op 21 februari organiseren Microsoft en de TU Delft een gezamenlijk seminar rondom de opening van het Quantum Lab. Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat houdt een toespraak, waarin ze zal ingaan op de kansen van quantumtechnologie voor de Nederlandse kenniseconomie.

Professor Kouwenhoven ontdekte het majorana-deeltje in 2012. In 2007 ontving hij voor zijn onderzoek ten behoeve van quantuminformatie de Spinozapremie.

‘Legaal online gokken is in 2020 een feit’

Staat de uitkomst van de plenaire behandelingen in de Eerste Kamer al vast? Na aanwijzingen van anonieme bronnen rondom het kabinet en de inhoud van de rijksbegroting van 2019 is er maar één conclusie te trekken: de wet komt er vrijwel zeker doorheen. Legaal online gokken is vanaf medio 2020 hoogstwaarschijnlijk een feit.

In de rijksbegroting 2019 lezen we onder andere over de budgettaire gevolgen van de legalisering van kansspelen op afstand. Er wordt voor alleen de kansspelbelasting op sportweddenschappen uitgegaan van zes miljoen euro aan extra belastinginkomsten in 2020, vanaf 2021 zou er jaarlijks twaalf miljoen euro moeten binnenkomen. Andere casinospelen zoals bingo, blackjack, roulette of poker zijn hier nog niet in meegenomen.

Wanneer het ingecalculeerde budget niet vrij zou komen is dit vrijwel altijd problematisch voor het betreffende ministerie. De laatste decennia is er zelden sprake geweest van een rijksbegrotingsoverschot. Het gat zou dan gedicht moeten worden door te bezuinigen of door budget vanuit andere potjes over te hevelen. Dat proces is moeizaam en tijdrovend, dus het is veelzeggend dat men dit opneemt in de rijksbegroting.

Bron: rijksbegroting.nl

Legalisering kansspelen op afstand

Dat de overheid bezig is met het legaliseren van online gokken bleek al in 2016, toen EK 33.996 door de Tweede Kamer werd aangenomen. Met dit wetsvoorstel wordt het monopolie van landgebonden aanbieders van sportweddenschappen doorbroken. Op 5 februari 2019 zal de Eerste Kamer aan de plenaire behandeling van deze wet beginnen. Ook voorstel EK 34.471, dat het overheidsmonopolie op casinospelen opheft (op 31 januari 2017 aangenomen door de Tweede Kamer) wordt vandaag in de Eerste Kamer behandeld.

De modernisering van de wet op kansspelen biedt verschillende voordelen: extra belastinginkomsten, verslavingspreventie en het zorgen voor een controleerbaar eerlijk kansspel-aanbod voor Nederlandse spelers. Online gokken is een groeiende markt in Nederland, van anderhalf miljoen online gokkers in 2016 naar 1,8 miljoen eind 2018. Per jaar loopt de Nederlandse maatschappij tot 175 miljoen euro aan kansspelbelasting-inkomsten mis.

Inwerkingtreding

In de begroting wordt voor de invoering van de wet Kansspelen Op Afstand (KOA)
uitgegaan van 1 juli 2020. De wet zal op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking treden, vervolgens zal de Kansspelautoriteit nog een half jaar nodig hebben om de benodigde vergunningen te verstrekken. Hierna zijn legale kansspelen op afstand in Nederland een feit.

Belasting

De belastingplicht voor zowel landgebonden aanbieders als aanbieders op afstand verschuiven van speler naar aanbieder, zo blijkt uit TK 35.031. Aanbieders zullen over het zogenaamde ‘bruto-spelresultaat’ (het verschil tussen de ontvangen inleg en de uitbetaalde prijzen) 29 procent belasting moeten afdragen. In het huidige systeem is de speler nog de belastingplichtige voor overige kansspelen zoals sportweddenschappen en prijsvragen.

Er wordt echter pas kansspelbelasting geheven vanaf prijzen die meer dan 449 euro bedragen. Ook zal er per saldo meer belastinginkomsten gegenereerd worden, doordat de kansspeler minder winst boekt, dan het kansspelbedrijf. Door de nieuwe wetgeving zal de Nederlandse maatschappij dus over fors meer inkomsten uit kansspelen beschikken.

In het wetsvoorstel KOA is ervoor gekozen om alle kansspelen op afstand gelijk te behandelen: eenzelfde belastingplicht en grondslag voor iedere vorm van kansspelen op afstand. Dit om de verschillende vormen van kansspelen (casinospellen, poker, sportweddenschappen) eerlijke kansen te bieden.

Bronnen:
Rijksoverheid.nl – miljoenennota 2019
Rijksoverheid.nl – rijksbegroting 2019 justitie en veiligheid
Eerstekamer.nl – wetsvoorstel 33.996, A
Eerstekamer.nl – wetsvoorstel 34.471, A
Eerstekamer.nl – wetsvoorstel 35.031, 2
Rijksbegroting.nl – wetsvoorstel 35.031, 3
Rijksbegroting.nl – wetsvoorstel 35.031, 6

De vierde industriële revolutie: dataskills maken het verschil

Robots, AI, big data, kwantumcomputers, IoT, grootschalige 3D-printing: de vierde industriële revolutie schudt net als zijn drie voorgangers de wereld flink op. Met alle perspectieven en bezwaren van dien. Is het erg als de datageletterdheid zich onvoldoende ontwikkelt?

Tijdens het World Economic Forum, eind januari in Davos, was Globalization 4.0 het centrale onderwerp. Want dat de vierde industriële revolutie wereldwijd de economische machtsverhoudingen zal veranderen, lijkt duidelijk. Maar ook op de werkvloer en in de huiskamers zal de impact voelbaar zijn. In de aanloop naar de economische top in Davos, publiceerde het World Economic Forum het rapport The Future of Jobs. Dat schetst de grootschalige disruptie op de arbeidsmarkt. In alle sectoren zullen er banen verdwijnen vanwege slimme automatisering en robots, maar zullen er ook nieuwe functies komen, en dan met name de zogeheten technology-augmented functies. Banen waarin data en automatisering de creatieve en analytische vaardigheden en beslissingen van de mens zullen versterken.

De ontwikkeling van data literacy

De ‘winnaars’ in deze nieuwe industriële generatie zijn degenen die de dataskills hebben. Dan gaat het niet zozeer om de data-analisten en datawetenschappers, maar vooral om de economieën en organisaties waar individuen beschikken over voldoende vaardigheden om de inzichten uit data en machines te halen en de juiste vragen te stellen. Toch blijft de ontwikkeling van die individuele vaardigheden – ook wel de datageletterdheid of data literacy genoemd – achter bij het tempo waarin de arbeidsmarkt verandert. Nog minder dan een kwart van de werknemers wereldwijd vindt zichzelf voldoende vaardig om data te lezen, interpreteren, gebruiken en ter discussie te stellen, aldus de Data Literacy Index.

Is het erg als de datageletterdheid zich onvoldoende ontwikkelt? Uit onderzoek blijkt dat organisaties met een grotere mate van data literacy 3-5 procent meer waard zijn dan de achterblijvers. De organisaties die deelnamen aan het onderzoek voor de Data Literacy Index (pdf), zagen de bedrijfswaarde toenemen met gemiddeld 320-534 miljoen dollar. En kijk je naar de wereldwijde ontwikkelingen, dan lijkt Azië zich in de beste positie te bevinden om te profiteren van de schuivende economische machtsposities. In India zijn beslissers het meest overtuigd van hun dataskills (46%). De nummer twee, de VS, volgt op geruime afstand met slechts 33 procent datavaardige bestuurders. In India, China en Singapore zijn bovendien de percentages werknemers die bereid zijn te investeren in het verbeteren van hun dataskills het hoogst, respectievelijk 95, 93 en 82 procent. Daar steken bijvoorbeeld het VK en Frankrijk mager bij af, met een aandeel van 65 procent en 63 procent dat bereid is te investeren in datavaardigheden.

Blijven we bij de economische koplopers behoren?

Voor Europa (en Nederland) ligt er dus nog een flinke opdracht om ook bij de vierde industriële revolutie tot de economische koplopers te gaan behoren. De kern van die uitdaging zit niet zozeer in de ontwikkeling en productie van geavanceerde technologieën, maar in het faciliteren van individuen om data te begrijpen en gebruiken. Voor landen en organisaties wereldwijd is het dus zaak om de drempels weg te nemen in het gebruik van data en technologieën die de manier waarop we werken versterken. Er zijn grofweg drie gebieden waarop we gas moeten geven.

1. Trainen en opleiden – Investeren in de vaardigheden van bestaande en toekomstige medewerkers zodat die goed toegerust en zelfverzekerd met data kunnen werken; dat is cruciaal voor het succes van de individuele werknemers, de werkgevers en de nationale economie als geheel. Uit het WEF-rapport The Future of Jobs blijkt evenwel dat de investering in opleidingen vooral gefocust zijn op de toch al hoogopgeleide medewerkers. Wil je echt het verschil gaan maken, dan zullen overheid, opleiders en bedrijven zich juist moeten richten op de grote groep individuen die nog niet geschoold zijn. Denk niet dat het met de nieuwe generatie automatisch wel goed komt. Uit het Data Literacy Report komt ook naar voren dat van de 16-21-jarigen slecht 21 procent datageletterd is.

2. Begrijp hoe belangrijk data is voor de businesscase – Voor zowel publieke als private organisaties is het belangrijk dat bestuurders snappen welke kansen het gebruik van data in de vierde industriële revolutie biedt. Ze moeten dat niet alleen snappen, maar vervolgens ook in actie komen. Alle bestuurders en leiders hebben de opkomst van data gezien en beseffen wel dat data belangrijk is voor elke beslissing. Toch blijkt uit het Data Literacy Report dat maar acht procent van de organisaties in de afgelopen vijf jaar grote veranderingen heeft doorgevoerd in de manier waarop data wordt toegepast.

3. Maak data toegankelijk – Dataskills zijn belangrijk in publieke en private organisaties, maar je hebt er niets aan als data niet beschikbaar is en er geen toepassingen zijn om de inzichten eruit te halen voor beslissingen. Een goed voorbeeld is de Londense deelgemeente Camden. Die heeft diverse datasets beschikbaar gemaakt, in een Burger Index voor de verschillende diensten, en biedt Open Data Challenges workshops waar lokale applicatieontwikkelaars apps kunnen bouwen op basis van die datasets om de burgers beter te informeren.

Het World Economic Forum blijft voor velen een ver-van-mijn-bed-show, zelfs voor een aantal wereldleiders. Toch moet de boodschap voor iedereen duidelijk zijn: de vierde industriële revolutie zet bestaande verhoudingen op zijn kop. De enorme snelheid waarmee nieuwe technologieën en ‘hybride’ werkprocessen de wereld veroveren, laat zien dat er geen tijd te verliezen is om kansen en bedreigingen aan te pakken. Dat is een opdracht voor elk land en elke organisatie en heeft invloed op elke werkvloer en elk huishouden.

Evaluatie financiering EZK: startups gegroeid, forse bijdrage aan innovatie

Aan de Tweede Kamer zijn de evaluaties van vijf financieringsinstrumenten van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aangeboden. Zij dienen ter versterking van het aanbod van risicokapitaal voor ondernemingen en helpen startups en andere innovatieve en groeiende ondernemers aan financiering die zij anders niet kunnen krijgen.

De conclusie van de evaluaties is dat de instrumenten ervoor gezorgd hebben dat er meer aanbod is gekomen van risicokapitaal in de Nederlandse markt, de toegang daartoe voor ondernemers verbeterd is en bedrijven daardoor meer innovatieve producten hebben kunnen ontwikkelen.

Bedrijven hebben financiering nodig om te kunnen groeien, investeren en innoveren. Voor de financiering van innovaties zijn investeerders nodig die bereid zijn risico’s te nemen.

Sinds de start van deze instrumenten zijn ongeveer duizend Nederlandse ondernemingen met deze instrumenten van EZK gefinancierd. De VroegeFaseFinanciering (VFF), het Innovatiekrediet (IK) en de Seed Capital-regeling worden daarom verlengd met vijf jaar. De fondsen waar Dutch Venture Initiative (DVI) in heeft geïnvesteerd kunnen nog door met investeringen in ondernemingen en voor de Groeifaciliteit (GF) wordt gewerkt aan een alternatief bij Invest-NL.

Ingestibles: meten is weten in healthmarkt

Wearables, Ingestibles en Embeddables. Het zijn trendy buzzwoorden die de komende jaren steeds meer deel uit zullen maken van ons dagelijkse leven. Met smartwatches controleren we de hartslag (wearable) en diabetici kunnen door middel van een sensor vlak onder de huid de bloedsuikerspiegel controleren (embeddable). Maar met name op het gebied van slimme pillen is de laatste jaren vooruitgang geboekt. Deze ingestibles zullen steeds gangbaarder worden in de gezondheidszorg.

Steeds meer krijgt de patiënt controle over de eigen gezondheid. Maar het mes snijdt aan twee kanten. Niet alleen is dit een groot voordeel vanuit het oogpunt van de zorggebruiker, maar ook voor de zorgverlener. Medische zorg kan op afstand worden verleend. Voorbeelden te over. De Rotterdamse start-up testalize.me digitaliseert SOA diagnostiek in samenwerking met laboratoria, Thales Nederland monitort hartproblemen met apps en sensoren in samenwerking met ziekenhuizen en glucosemetingen worden steeds vaker realtime gedeeld met apps of platformen waarop artsen kunnen meekijken.

Het diagnosticeren gebeurt dus steeds vaker op afstand. In de VS wordt gesproken over remote diagnostics. Hiermee worden barrières weggenomen en zou de patiënt eerder gebruik gaan maken van diagnostiek. Tot zover gaat het goed. Maar wat als de patient medicatie gaan innemen? Dit gebeurt zonder toezicht. Wanneer men naar huis wordt gestuurd met voorgeschreven medicijnen, is vaak niet duidelijk hoe en wanneer het medicijngebruik wordt toegepast. Een aderlating voor de arts.

Smart pills

Eind 2017 werd in de VS de eerste smart pill voor commercieel gebruik goedgekeurd door de FDA. Dit agentschap controleert medische producten op kwaliteit. De pillen bevatten een sensor (ter grootte van een zandkorrel), die een signaal verstuurd naar een ontvanger wanneer er contact is gemaakt met de maag. Vervolgens wordt de data door de ontvanger verstuurd naar de smartphone van de patiënt. In de vorm van waarschuwingen weet de patiënt wanneer er te laat of gewoonweg niet een medicijn is geslikt. Deze informatie kan vervolgens ook worden gedeeld met een arts of het kan worden geüpload in een patientenportaal. De sensor zal vervolgens via de stoelgang uit het lichaam verdwijnen.

Opzwellen in de maag

In een vroeg stadium werden smart pills ontwikkeld voor hartpatiënten en mensen die kampten met mentale problemen. Voor deze aandoeningen kon vrij snel worden gemeten of de smart pills daadwerkelijk het medicijngebruik verbeterden en of het een positieve invloed had op het herstelproces van de patiënt. Inmiddels zijn er pillen ontwikkeld die worden ingezet tijdens een chemokuur. Ook zijn er recent pillen ontwikkeld die in de maag opzwellen naar de grootte van een pingpong balletje. Deze zachte bal kan vervolgens een maand lang de maag monitoren op het gebied van lichaamstemperatuur en de aanwezigheid van verschillende soorten virussen en bacteriën. Na een maand drinkt de patiënt een calcium oplossing die de bal weer doet krimpen, waarna het verteerd wordt.

Nanosensoren

Het opent de deuren voor meer innovatieve pillen die onze gezondheid nog beter kunnen monitoren. Niet alleen kan er sneller worden gediagnosticeerd, ook worden moeilijk bereikbare plekken toegankelijk gemaakt. Op verschillende plekken in het lichaam kunnen aandoeningen worden gedetecteerd. Bloedwaardes kunnen worden gecheckt met nanosensoren, de lichaamstemperatuur kan continu worden onderzocht en over een aantal jaar zal het gangbaar zijn om een pil te slikken die een camera bevat. Dat scheelt een vervelende behandeling met een endoscoop die in de vorm van een slang richting de maag verdwijnt. Ook zullen onze hersenen bereikbaar zijn en kunnen we hybride gaan denken. Nanosensoren kunnen een gedeelte van onze hersenen verbinden met de cloud, waardoor we ons denkvermogen kunnen uitbreiden. Kijk maar eens naar de lezing van Ray Kurzweil.

De keerzijde

Maar we weten niet wat we precies slikken. We moeten ervan uitgaan dat er niet een sensor in het lichaam achterblijft die continu mijn locatie doorgeeft of op bepaalde momenten contact kan maken met een ontvanger zonder mijn toestemming. Door middel van een slimme pil houdt de patiënt thuis beter de eigen gezondheid in de gaten. Meer eigen controle zou je denken, maar het tegenovergestelde is waar. Wat slikken we nu precies? Kunnen we de arts geloven op zijn of haar blauwe ogen?

Het kan zomaar zo zijn dat we niet alleen een specifieke sensor inslikken, die het medicijngebruik monitort, maar die tevens DNA informatie analyseert en deelt met derden. Een ander punt van kritiek is de afstand die ontstaat tussen ‘resister’ en ‘adapter’. Patiënten die niet wensen gebruik te maken van smart pills kunnen gestraft in de vorm van duurdere zorg. En degenen die wel gebruikmaken van deze nieuwe technologieën kunnen juist worden beloond met goedkopere zorgpremies. Feit is dat verzettende patiënten een achterstand zullen oplopen. Ze worden minder goed gediagnosticeerd en de aandacht van de zorgverlener zal verschuiven naar de zorggebruiker die deze vormen van eHealth omarmt. Met andere woorden, hebben we überhaupt een keuze?

Uber trekt zich opnieuw terug uit Barcelona

Uber trekt wederom terug uit Barcelona nu de plaatselijke autoriteiten de regels hebben verscherpt. Volgens die regels mag Uber niet rechtstreeks concurreren met taxi’s.

In de praktijk houdt dit in dat taxi’s 15 minuten moeten wachten nadat een passagier (in dit geval via een app) een taxi heeft besteld. Ook mogen auto’s geen rondjes rijden en zo passagiers alsnog oppikken. Uber zegt dat dergelijke regels in geen enkel ander Europees land bestaan.

De Catalaanse autoriteiten kunnen Uber forse boetes opleggen van 1400 euro per chauffeur.

In 2014 trok Uber zich ook al terug uit Barcelona. Eind 2017 bepaalde een rechter dat Uber een transportbedrijf is, geen ‘neutraal platform’, en zich dus aan de hiervoor geldende regels dient te houden.

Ontevreden taxi-chauffeurs in Madrid, Barcelona en Sevilla strijden al langer tegen ‘oneerlijke concurrentie’ met taxidiensten als Uber en Cabify. In Madrid staakte de taxichauffeurs afgelopen woensdag voor de tiende dag.

De spraakgestuurde user interface maakt technologie menselijker

In Nederland lopen Bol.com, Coolblue en Transavia voorop met spraakgestuurde apps voor de recent gelanceerde Nederlandstalige Google Assistant. Het succes van spraakgestuurde user interfaces? De menselijkheid. De kansen van spraakgestuurde user interfaces? Je bereik vergroten en je doelgroep op een nieuwe, toegankelijke manier bereiken.

Technologie en menselijk, dat klinkt als een contradictie. Al sinds de introductie van de personal computer roepen de koplopers in de markt dat hun producten ons leven makkelijker gaan maken. Maar in de praktijk roept de nieuwe technologie voor een grote groep mensen vooral veel nieuwe vragen op in plaats van de beloofde soepele interactie. Zoals in 1999 in een vermakelijk stuk van het magazine Computable te lezen viel: “de personal computer is waarschijnlijk wel de meest frustrerende technologie die de mensheid ooit over zich heeft afgeroepen. . . . [Het] geeft helemaal geen ‘better answers’ maar ‘stupid questions’.”

Die stupid questions zijn te wijten aan het feit dat wij als gebruikers nieuwe vaardigheden moeten ontwikkelen om het apparaat zover te krijgen dat het doet wat wij willen. En ja, in 1999 is het misschien logisch dat niet iedereen zo digitaal vaardig is. Jarenlang hebben ontwerpers en marketeers zich dan ook gericht op zo gebruiksvriendelijk mogelijke interfaces op het scherm van je computer, tablet en smartphone. Besturing was iets wat steeds natuurlijker en intuïtiever moest voelen. Hoe is de situatie nu, 20 jaar later?

Digitale vaardigheden spelen een steeds kleinere rol

Anno nu zijn we al een heel eind gekomen, maar zitten we helaas nog steeds niet op dat punt waar technologie gemakkelijk voor iedereen toegankelijk is. Sterker nog, sinds 1999 is een enorme kloof ontstaan tussen de digitaal vaardigen en de mensen die dat niet zijn. Niet omdat ze niet mee willen doen aan de technologische evolutie, maar omdat ze, om wat voor reden dan ook, niet mee kunnen doen. Dankzij voice kan er een volgende stap gezet worden richting volledige toegankelijkheid.

Met de introductie van spraakgestuurde user interfaces begint een nieuw tijdperk. Die van de onzichtbare techniek waarvoor je geen nieuwe vaardigheden hoeft te leren. Neem de huisassistenten van Google en Amazon. De Google Home installeert zichzelf in het huis van de gebruiker. Er komt geen handmatige bediening – en dus het ongemak van zoeken, lezen, aarzelen en klikken – aan te pas. Het kan via wifi andere slimme apparaten aansturen. En het belangrijkste: de aansturing gaat op een manier die ons eigen is, via spraak. Designer Cheryl Platz werkte mee aan de ontwikkeling van Amazons Alexa. Zij stelt treffend: “Voice user interfaces staan ons toe om volledig menselijk te blijven in onze interacties.” Interacties waar iedereen aan kan deelnemen.

In de toekomst lezen apparaten jouw klanten

Het is 7 uur ‘s ochtends en de wekker gaat. Nog wat doezelig roep je: “snooze”. Na tien minuten gaat de wekker opnieuw. “Okay”, zeg je, “ik sta op.” De wekker gaat uit en de lampen in de slaapkamer gaan aan. Je kijkt wat bedenkelijk, fronst tegen het felle licht. Automatisch dimmen de lampen naar een sterkte waarbij jij je prettig voelt.

“Over tien minuten een cappuccino met suiker graag,” roep je als je onderweg bent naar de douche. Tien minuten later sta je beneden en neem je een slok van de koffie die al is gezet door het koffieapparaat. Wat is het eigenlijk koud in de kamer. Onwillekeurig ril je. “Moet de verwarming hoger?”, vraagt de digitale huisassistent. “Ja, graag,” antwoord je. “En zet voor de komende week de thermostaat maar standaard op 19 graden als ik opsta.”   

Hoewel dit misschien wat futuristisch klinkt, is deze toekomst volgens het onderzoeksrapport van Ericsson ConsumerLab niet ver meer weg. Apparaten hebben straks geen knoppen, schakelaars of besturing via een scherm meer nodig; in de toekomst is onze technologie sociaal intelligent en lezen apparaten onze behoeften. We hebben geen scholing meer nodig over de bediening van de techniek. Wat zijn dan wel de vereisten? Spraak. Expressie. Motoriek. De basis van onze menselijke interactie. In de toekomst reageren apparaten al binnen een seconde intuïtief op complexe menselijke interactie, waaronder bijvoorbeeld gezichtsexpressie. Spannend? In het hiervoor genoemde onderzoek is 50% van de respondenten inderdaad wat huiverig. Zij maken zich zorgen of ze nog wel het onderscheid kunnen maken tussen mens en machine. Dat is overigens al realiteit: robot-telefoontjes zijn in de Verenigde Staten al gangbaar en ontzettend moeilijk van echt te onderscheiden.

Zoals voor veel technologische ontwikkelingen geldt, is toezicht en regulatie dus belangrijk. Aan de ene kant omdat onze levens steeds afhankelijker van technologie worden, maar aan de andere kant ook omdat we steeds meer data vrijgeven aan (vaak onbekende) commerciële partijen. Maar de voordelen van spraakgestuurde technologie, en straks wellicht ook expressiegestuurde technologie, zijn groot. Zo heeft een substantieel deel van de samenleving nu geen, of beperkte toegang tot de digitale wereld. De drempel waar deze mensen vaak mee worstelen ligt vaak in de bediening van de elektronica – door een beperking, door laaggeletterdheid, door onkunde… Maar neem nu de beeldschermen vol letters en iconen weg en vervang deze voor expressie- en spraakgestuurde interfaces, en opeens kunnen zij weer mee doen.

Spraakgestuurde interfaces vergroten het bereik

Sinds de introductie van Google Home in Nederland, zijn er opeens duizenden huishoudens die experimenteren met de spraakgestuurde interface. Ze luisteren naar het nieuws, zetten de lampen aan en scrollen door onze playlists met enkele gesproken commando’s. Spraakgestuurde interfaces zijn ineens interessant voor het grote publiek. Bij theFactor.e zijn we van mening dat opa en oma, dat invalide buurmeisje en die slechtziende collega binnenkort ook overstag zullen gaan. Voor bedrijven schept dit nieuwe mogelijkheden om op een laagdrempelige manier in contact te komen met een doelgroep die voorheen minder goed te bereiken was.

Maar… voice staat toch nog in de kinderschoenen?

Veel bedrijven vragen zich af of ze zich nu al moeten bezighouden met voice. Wij begrijpen die vraag. Want, hoewel er met de huidige technologie al een hoop mogelijk is, valt er ook nog veel winst te behalen. Dankzij zelflerende software zijn de verschillende huisassistenten al aardig goed in het aanhoren, interpreteren en uitvoeren van de opdrachten die we uitspreken. Maar, echt complex is de interactie nog niet. De conversation flow van bijvoorbeeld de Google Home voelt nog onnatuurlijk aan. Waar wij mensen onze gesprekken in een context van tijd en ruimte kunnen plaatsen, is de technologie nog niet zo ver. Om echt nuttig te kunnen zijn zou de technologie meer moeten onthouden, zowel over de gebruiker als over de context waarin een opdracht geplaatst wordt of vraag gesteld is. Maar dan worstel je wel direct weer met de verregaande consequenties van de net ingevoerde AVG (of GDPR) die weer allerlei beperkingen legt op de opslag van gebruikersdata.

Dus inderdaad, voice staat zeker nog in de kinderschoenen en er valt nog een hoop te verbeteren voordat het systeem echt op natuurlijke wijze gebruikt kan worden. Maar betekent dit dan ook dat je hier (nog) niet in hoeft te investeren? Nee, zeker niet! Voice is volop in ontwikkeling. Wij zien dat het gebruik van spraakgestuurde user interfaces een exponentiële groei doormaakt en verwachten niet dat deze trend op korte termijn zal afvlakken. Doordat grote multinationals als Google, IBM, et cetera hard aan de weg timmeren om voice meer natuurlijk te maken, groeien ook de mogelijkheden hard. Het is daarom belangrijk om vandaag nog dat voice zaadje te planten, zodat je meegroeit in de ontwikkelingen en optimaal kan profiteren van de nieuwe mogelijkheden die de technologie biedt.

Met de introductie van spraakgestuurde interfaces zoals de Google Home en Alexa in onze woonkamers, staan we aan de vooravond van zelfstandige, intuïtieve technologie in onze huizen. Niet alleen spraak, maar ook onze lichaamstaal kan straks gebruikt worden als user interface. Daarmee wordt de techniek steeds minder ‘technologisch’, wordt er een grotere doelgroep aangesproken en kan je als bedrijf dichter tot deze doelgroep komen. 

Page generated in 1.423 seconds. Stats plugin by www.blog.ca