Is de fintech-push van Uber en Facebook een Trojaans paard?

Nieuw aangekondigde betalingsdiensten van Uber en Facebook zullen waarschijnlijk de evolutie van financiële diensten in een stroomversnelling brengen. Dat kan voordelen opleveren voor zowel consumenten als bedrijven. Maar voorlopig is het wijsheid om de toekomstige concurrentie en de privacy, die hiermee in het gedrang komt, in de gaten te houden.

Traditionele financiële dienstverleners zijn de afgelopen tien jaar onder druk gezet om de gebruikerservaring voor hun klanten te verbeteren, mede door jonge fintech-bedrijven als Adyen, Bunq en Spotcap. Om concurrerend te blijven zijn er initiatieven gelanceerd als Tikkie en New10 van ABN Amro, en vorige week nog lanceerde Rabobank haar nieuwe financieringstak Fundr.

Libra

Maar nu geven techgiganten Facebook en Uber aan dat ze gaan meedingen in de voortdurende transformatie van financiële diensten, zonder twijfel om het tempo te versnellen. Facebook lanceert ‘Libra’, een door wereldwijde activa ondersteunde cryptovaluta. Libra zal beschikbaar zijn op alle bij Facebook aangesloten platforms, waaronder Messenger, WhatsApp en Instagram, waar bedrijven en consumenten diensten en goederen kunnen uitwisselen, zowel fysiek als digitaal.

Ook Uber gaat inzetten op financiële dienstverlening. Uit rapporten blijkt dat het bedrijf op doelbewuste wijze een ‘fintech-team’ aan het samenstellen is. De focus ligt op het creëren van nieuwe betalingservaringen voor zowel chauffeurs als gebruikers – in de toekomst is het zelfs mogelijk om een Uber-bankrekening te openen.

De fintech-push van deze big techs zal zowel consumenten als bedrijven (deels) ten goede komen. Niet alleen bieden dit soort techreuzen toegang tot nieuwe en verbeterde financiële diensten, ook kunnen zij dankzij hun omvangrijke ecosystemen gebruikers snel kennis laten maken met nieuwe financiële diensten en producten als digitale valuta.

Risico van een monopolie of duopolie

Moeten we de poorten openen en deze ontwikkelingen vieren? Ik zou liever willen waarschuwen. Er zijn namelijk aspecten aan deze ontwikkelingen die men goed in de gaten moet houden.

De verbeterde toegang tot gebruikersvriendelijke financiële diensten is positief, maar de mogelijke impact op privacy en concurrentie is zorgwekkend. We moeten ons afvragen: hoe gaan deze tech-giganten om met zaken als regelgeving en best practice? Hun trackrecord is namelijk verre van om naar huis over te schrijven – verantwoordelijkheid als het gaat om nepnieuws en datalekken in combinatie met een mentaliteit van “winstgevendheid ten koste van alles”, zou een race to the bottom kunnen veroorzaken. De fintech-push die we zien van global tech is ook op één hand te tellen. Het risico van een monopolie of duopolie is groot, waarbij consumenten aan het kortste eind zullen trekken.

Nog een waarschuwing

Christine Lagarde, de topvrouw van het Internationaal Monetair Fonds, heeft ook haar bezorgdheid geuit en een waarschuwing afgegeven afgelopen 8 juni op de G20-top: “Een belangrijke verstoring van het financiële landschap zal waarschijnlijk afkomstig zijn van grote techbedrijven. Zij zullen hun enorme klantenbestanden en diepe zakken gebruiken om financiële producten aan te bieden op basis van big data en kunstmatige intelligentie.”

Hierbij haalt Lagarde ook China aan als voorbeeld van een land waar de voordelen en de uitdagingen van financiële technologie goed zichtbaar zijn. Verbeterde toegang tot  financiële producten heeft geleid tot de creatie van veel nieuwe banen en miljoenen mensen die hiervan gebruikmaken. Daartegenover staat wel dat in China maar liefst negentig procent van de markt voor mobiele betalingen in handen is van slechts twee bedrijven.

Tot op heden zijn we er binnen de evolutie van financiële dienstverlening in geslaagd om professionaliteit en integriteit te bewaken in het verzamelen en gebruiken van persoonsgegevens om nieuwe diensten te creëren. Wanneer de ontwikkelingen in een stroomversnelling komen, zou het doel moeten zijn een ​​omgeving te creëren die het recht op privacy blijft beschermen, terwijl gezonde concurrentie wordt bevorderd. Uber heeft wereldwijd zo’n 110 miljoen gebruikers en Facebook 2,4 miljard. Dit betekent dat er veel op het spel staat om het ‘goed’ te doen. Als dit lukt, dan kan dit enorm schaalbare verbeteringen aan financiële diensten mogelijk maken – een overwinning voor ons allemaal.

Waarom een MVP een goed begin is

De technologische revolutie heeft weinig vat gekregen op het inkoopproces van de meeste bedrijven. In de jaren ’70 deed je je Request for Information op de post. Later kon je prachtig faxen en vandaag gaat die RfI met de snelheid van het licht naar een longlist van leveranciers. Is dat nu vooruitgang? Je hebt je postzegels weggegooid, maar de procedure is nog net zo omslachtig. Dat kan anders.

Begrijpelijk is dit wel. Organisaties worden geacht niet zomaar hun geld uitgeven. Een formeel inkoopproces is nooit gemakkelijk, maar brengt wel het een en ander aan het licht: je neemt die eventuele suppliers onder de loep en wordt gedwongen razend goed na te denken over wat je nodig hebt. Makkelijk is dat niet. Je wilt vendors niet ondervragen over functionalities die je in de praktijk niet nodig hebt, of vereisten die juist onmisbaar zijn over het hoofd zien.

En dan? De shortlist. Je nodigt een aantal leveranciers uit om een concreet en min of meer bindend voorstel te doen, de beruchte Request for Proposal. Zo’n RfP is in feite een blueprint voor het project zelf (en eindigt bovendien met een offerte), dus is het zaak zo gedetailleerd en specifiek mogelijk te zijn. Dat is een hele klus.

Maar het kan veel sneller

Hoe nuttig is zo’n RfP in e-commerce? De meeste B2B- of B2C-organisaties stellen unieke eisen aan hun platforms; one-size-fits-all kom je weinig tegen in e-commerce. Met andere woorden, de voorstellen waar je in een RfP om vraagt moeten in hoofdzaak antwoord geven op de vraag of de vendor genoeg in huis heeft om zijn solution aan te passen aan jouw behoeften. Daarna zul je vrijwel zeker een Proof of Concept nodig hebben om te peilen of de leverancier daadwerkelijk kan leveren wat hij heeft beloofd. En zelfs dan is het nog een sprong in het donker.

Een e-commerceplatform of re-platformproject is altijd eigenlijk een developmentproject, dus loont het wellicht de moeite een kijkje te nemen bij de software-industrie.

App-ontwikkelaars maken regelmatig gebruik van een zogenaamd Minimal Viable Product (MVP). “Viable” betekent ‘haalbaar’ of ‘levensvatbaar’ en dat klopt, want een MVP is een volwaardig product, geen testpoging van een nog te schrijven app. De analogie die je vaak tegenkomt is die van een cupcake: een kant en klaar product waar je van smult en dus helemaal geen beta versie van een bruidstaart. Die kun je bij de bakker bestellen als de cupcake je beviel, en dan met alle versieringen waar je zin in hebt.

Zo gebruiken developers MVP’s: wat zijn de mogelijkheden de webshop, wat vinden mijn klanten gebruiksvriendelijk of juist niet, hoe breiden wij de de webshop uit enzovoort? En dat is nu juist wat je wilde weten over je (nieuwe) e-commerceplatform.

De voordelen van MVP voor een commerceproject

Je kan alle screenshots en technische details hebben die je wilt, niets evenaart de ervaring van het omgaan met de applicatie zelf. Een MVP-versie van een e-commerceplatform geeft je de kernfuncties, maar dit is een voordeel omdat je toch een eigen maatoplossing wilt. Al doende leert men, en een MVP stelt je in staat vlijmscherp te focussen op de add-ons die je werkelijk nodig hebt. Vaak blijken deze af te wijken van de eisen die je in je RfI had gesteld. Een RfP is nooit zo verhelderend, omdat de antwoorden die uit de bus komen alleen maar je eigen verhaal hervertellen. Maar met een MVP kom je veel eerder in contact met de realiteit – echte klanten, echte feedback, en inzichten waar je wat aan hebt.

Dit verkort de doorlooptijd en versnelt de implementatie van je nieuwe platform. De roll-out zelf zal minder problemen geven. Al is het alleen maar omdat je al een relatie opgebouwd hebt met je klanten en de developers van je toekomstige platform.

We zijn allemaal heel erg gewend aan RfP’s; overheidsinstanties en zeer grote bedrijven zullen het moeilijk vinden om zich ervan los te maken. Maar vooral voor e-commercebedrijven is een MVP veel effectiever, en meer agile.

En wie houdt er niet van een cupcake?

Nieuwe munt Facebook heet Libra

Facebook heeft ruim voor de opening van de Amerikaanse beurs details bekend gemaakt over zijn cryptomunt. Die gaat zoals werd verwacht Libra heten en is te gebruiken met de digitale portemonnee Calibra.

De munt zal pas volgend jaar beschikbaar zijn. Facebook begint bescheiden: de valuta wordt ingezet voor onderlinge betalingen. Gebruikers kunnen met Libra betalen via Facebook Messenger en WhatsApp of via een aparte app. Zij moeten zich straks wel eerst identificeren met een paspoort of een ander door de overheid verstrekt document.

Het idee achter de munt volgens Facebook is om de transactiekosten omlaag te brengen en elektronische betalingen ook beschikbaar te maken voor mensen die geen actieve bankrekening hebben, onder meer in ontwikkelingslanden. De munt moet uiteindelijk wereldwijd beschikbaar zijn.

Calibra wordt de naam van een aparte onderneming, die het op blockchain gebaseerde Libra netwerk gaat onderhouden. Deze zal geen gegevens delen met Facebook of met derden.

Een aparte Libra Association gaat onder meer het toezicht verzorgen. Leden moeten minimaal 10 miljoen dollar inbrengen. Onder de deelnemers bevinden zich Uber, Stripe, Visa, PayPal, MasterCard, Vodafone en Andreessen Horowitz. Uiteindelijk heeft Facebook naar eigen zeggen minimaal 100 partners nodig. De De Libra Reserve fungeert verder als het wisselkantoor. Omdat de munt wordt gekoppeld aan bestaande valuta, hoeven gebruikers niet te vrezen voor waardevermindering, zoals in het verleden met de Bitcoin.

Facebook erkent dat de cryptomunt nog volop in ontwikkeling is. Maar er is al wel een website. Vandaag wordt al wel het testnet opgestart. De Libra Association werkt met HackerOne om fouten in de code op te sporen.

 

Kies je voor een intern of extern designteam?

Het in-house designteam is het nieuwe bureau. Waar design het primaire domein was van groepjes specialisten die eens in de zoveel tijd een huisstijl kwamen opfrissen, heeft de explosieve groei van digitalisering een continue vraag naar design gecreëerd.

De hoge veranderingssnelheid van het digitale landschap zorgt ervoor dat de periodieke revisie van een merkidentiteit plaats maakt voor een geleidelijke evolutie. De focus op digitale verdienmodellen betekent dat producten en diensten zelf een kortere, meer iteratieve ontwikkelcyclus doormaken. Hierbij verandert het design van een product of dienst van een afgebakend traject in een doorlopend proces van updates en uitbreiding.

Met dit in het achterhoofd is voor bedrijven die zelf digitale producten ontwikkelen de keuze voor een intern designteam voor de hand liggend. Interne designteams zijn kostenefficiënt over een langere periode, en bouwen een gedegen kennis op van het product of merk. De aard van het designproces is echter zo, dat wie enkel met interne teams werkt, een aantal kansen laat liggen. Om dit beter te begrijpen, kijken we naar de verschillen qua kennis, ervaring en methodiek tussen in- en externe teams , en hoe ze elkaar op deze vlakken aanvullen.

Institutionele kennis en de frisse blik

Door toenemende complexiteit van digitale producten is er een hoge mate van achtergrondkennis en overzicht nodig om tot realistische oplossingen te komen. Deze kennis ontstaat wanneer een designteam gedurende een langere periode aan een product werkt en met alle aspecten van het product in aanraking komt. Designers zonder deze achtergrondkennis lopen het risico het wiel opnieuw uit te vinden, of zich twee keer aan dezelfde steen te stoten. Ze missen ook een gevoelsmatige affiniteit met het product: of een bepaalde keuze on brand is of niet. Beide vormen van kennis zijn onmisbaar om consistentie en efficiëntie te waarborgen.

De keerzijde van deze verbondenheid met het merk of product, en van deze brede blik, is het risico een dogmatische benadering van problemen en het ontstaan van blind spots: het over het hoofd zien van voor buitenstaanders voor de hand liggende oplossingen. De onbevooroordeelde blik van een externe designer kan hier bestaande denkrichtingen doorbreken. Langdurig werken binnen dezelfde merkidentiteit kan ook een zekere mate van merkmoeheid met zich meebrengen, waarbij bestaande elementen zoals kleur of typografie als “oud” of oninspirerend ervaren worden. Een extern perspectief kan hier ook een nieuw enthousiasme voor de merkidentiteit aanwakkeren. De interne- en externe zienswijze vullen elkaar hier zichtbaar aan.

Een andere dynamiek

Interne teams zijn per definitie goed ingebed in de organisatie. Hierdoor ontstaat naast een affiniteit met product en merk, ook een eigen dynamiek binnen het designteam, en tussen het designteam en verschillende andere collega’s. In positieve zin stelt dit de designer in staat om te gaan met tekortkomingen in de organisatie, de behoeftes van stakeholders te leren kennen, en uit gewoonte snel consensus te bereiken tussen verschillende disciplines.

Deze nauwe relatie tussen het designteam en andere disciplines kan ook nadelige gevolgen hebben. Een ‘u vraagt, wij draaien’-mentaliteit ligt op de loer, waarbij designteams niet meer als kritische sparringpartner kunnen of willen functioneren en individuele designers zich onvoldoende uitgedaagd of gehoord voelen. Andere disciplines kunnen dit op hun beurt weer ervaren als een gebrek aan vooruitstrevendheid of drive bij het designteam.

Externe teams brengen hier een zekere culturele naïviteit mee, waardoor silo’s en gewoontes in de organisatie doorbroken kunnen worden. Een belangrijk aspect hiervan is de noodzaak voor externe designteams om informatie te vergaren die voor een intern team vanzelfsprekende kennis zou zijn. Het hiervoor gebruikelijke proces van briefing, interviews en workshops creëert een hernieuwde dialoog binnen het bedrijf, waaruit nieuwe inzichten kunnen ontstaan bij interne teams, beter afgebakende prioriteiten ontstaan, en het onbespreekbare ineens bespreekbaar blijkt.

Specialisten en generalisten

Het nut van designmethodiek blijft niet beperkt tot design in de strikte zin van het woord. Design thinking is in toenemende mate populair als probleemoplossend mechanisme in verschillende

onderdelen van de bedrijfsvoering. Methodieken als rapid prototyping, creative facilitation, design sprints en gebruikersinterviews zijn echter niet altijd bekend bij mensen zonder designachtergrond. Externe teams staan over het algemeen niet dicht genoeg op de organisatie om deze werkwijze door te geven. Door in de organisatie een kritische massa aan designers te onderhouden, ontstaat de mogelijkheid voor kruisbestuiving en kennisoverdracht tussen het designteam en andere disciplines. Designers kunnen zich horizontaal of verticaal door de organisatie bewegen en elders in de organisatie design thinking-methodieken introduceren. Collega’s uit andere disciplines kunnen weer doorgroeien naar posities binnen het designteam en deze verrijken vanuit hun achtergrondkennis.

Bij externe teams zien we een vergelijkbare kruisbestuiving. Hier gaat het echter niet om de overdracht van kennis uit verschillende disciplines binnen één sector, maar een cumulatieve kennis van de toepassing van design in verschillende markten en op verschillende vraagstukken. Externen zijn bijna per definitie generalisten: wat ze aan specialistische kennis van één sector ontberen, wordt gecompenseerd door kennis van een breed scala aan sectoren. Hoewel een autoverhuurbedrijf en een verzekeraar niet dezelfde diensten leveren, kunnen ze op digitaal vlak een verscheidenheid aan problemen gemeen hebben. Externe designteams met een brede kennis herkennen dit soort gemeenschappelijke problemen en kunnen oplossingen die zich elders bewezen hebben in de organisatie introduceren.

The best of both worlds

De mate waarin in- en externe teams elkaar aanvullen op het gebied van expertise, werkwijze en dynamiek, laat zien dat er niet zozeer sprake is van een principiële keuze tussen het een of het ander. Een organisatie die gericht is op iteratieve, cyclische productontwikkeling kan haar designproces optimaliseren door gebruik te maken van zowel in- als externe designers. Een kritische massa aan interne designcapaciteit is kostenefficiënt, zorgt voor consistentie, kennisborging en het ontwikkelen van designmindedness in de gehele organisatie. De invloed van externe teams introduceert een breder referentiekader, zorgt voor een kritische blik op het eigen product en de eigen organisatie en kan een versnellend effect hebben op het designproces. De keuze deze twee werelden te verenigen is dan ook in de eerste plaats een strategische.

Hoge verwachtingen van cryptomunt Facebook

Naar verwachting zal later vandaag meer bekend worden over de cryptomunt die Facebook wil lanceren. Niet dat die munt die in de wandelgang Libra is gedoopt al meteen beschikbaar is, dat wordt op zijn vroegst volgend jaar. Wel hebben onder meer Visa, Mastercard, PayPal, Booking.com, Uber en Stripe elk 10 miljoen dollar ingelegd. Facebook wil 2 miljard dollar vergaren als onderpand voor de munt.

Of Libra ook daadwerkelijk de naam wordt moet nog worden afgewacht. De naam GlobalCoin rouleert even vaak. De munt kan in ieder geval worden gebruikt voor betalingen voor games en e-commerce, terwijl gebruikers elkaar ook geld zouden kunnen sturen. Facebook personeel kan desgewenst haar salaris uitbetaald krijgen in de munt.

Aan de munt zou zo’n zes maanden zijn gewerkt met ongeveer 100 man. Daaronder ook twee experts van Coinbase en een lobbyist van Standard Chartered.

De cryptomunt wordt volgens geruchten een zogeheten stablecoin en dus gekoppeld aan een mandje met belangrijke internationale munten, zoals de dollar en de euro. Koersschommelingen zoals die gelden voor de Bitcoin zouden hiermee vermeden kunnen worden. Een zelfstandige organisatie zal toezicht houden op de Facebook-munt.

De verwachtingen zijn hoog. Analisten van RBC Capital Markets spreken al over een van de belangrijkste ontwikkelingen in de geschiedenis van het platform. De opwinding rond de cruptomunt van Facebook is vermoedelijk ook de belangrijkste reden dat de Bitcoin weer in de lift zit. De Facebook munt geeft de cryptomarkt een duw in de rug.

Overigens heeft Facebook al eerder een poging ondernomen om een eigen betaalsysteem Facebook Credits op te zetten. Maar dat werd geen succes.

Foto Shutterstock

3,5 miljoen klanten voor mobiele bank N26

N26 bedient inmiddels 3,5 miljoen klanten in 24 Europese markten, die 16 miljoen transacties per maand verrichten. Dit staat gelijk aan zo’n 400 transacties per minuut, met een waarde van meer dan 2 miljard euro per maand.

Tienduizenden van deze klanten bevinden zich volgens de bank in Nederland. De mijlpaal bevestigt volgens N26 dat de voorkeuren van consumenten verschuiven, en dat de retailbankensector momenteel een substantiële transformatie ondergaat.

Klanten kunnen via hun telefoon een bankrekening openen, in real-time geld sturen naar vrienden, toegang krijgen tot de nieuwste mobiele betaaloplossingen en wereldwijd betalen zonder extra kosten.

Het bedrijf telt nu 1300 werknemers met 60 verschillende nationaliteiten op locaties wereldwijd. Hoewel het hoofdkantoor zich in Berlijn bevindt, heeft het bedrijf ook hubs in Barcelona en Wenen en kantoren in New York en Sao Paulo.

Voortbouwend op het succes binnen Europa, zal N26 de komende weken de Amerikaanse markt betreden.

Rabo en ABN delen betaalrekeningen

ABN AMRO en Rabobank delen voortaan hun gegevens. Particuliere ABN AMRO klanten die ook een betaalrekening bij Rabobank hebben, kunnen die gegevens inladen in Mobiel Bankieren en Internet Bankieren van ABN AMRO. Ze moeten daarvoor Rabobank opdracht geven hun rekeninginformatie te delen, zoals saldo en transacties.

Naast Mobiel en Internet Bankieren heeft ABN AMRO ook de Grip app. Deze app zet inkomsten en uitgaven automatisch in categorieën, bijvoorbeeld boodschappen. Per categorie kan een budget worden ingesteld. Als een budget bijna is bereikt, krijgt de gebruiker een pushbericht.

De app is nu alleen nog beschikbaar voor ABN AMRO en Bunq Premium klanten. Maar binnenkort zullen ook klanten van Rabobank de app kunnen gebruiken.

De nieuwe mogelijkheden zijn het gevolg van de nieuwe financiële wetgeving PSD2. Door de nieuwe wet kunnen klanten van banken aan derde partijen toegang geven tot hun online betaalrekening.

Nederlander tevreden over mobiel bankieren

De overgrote meerderheid van de Nederlanders bankiert via internet en 66 procent maakt (daarnaast) gebruik van de mobielbankieren-app. De tevredenheid over zowel internet- als mobielbankieren is hoog: respectievelijk 88 en 94 procent, zo blijkt uit onderzoek van de Consumentenbond.

Alleen ING scoort iets minder goed dan de rest. Dit komt voor een belangrijk deel door het verdwijnen van de TAN-codes, waarmee ING-klanten vroeger betaalopdrachten moesten bevestigen. Dit gaat nu via de mobielbankieren-app. Panelleden zeggen het gevoel te hebben dat ING hen zo dwingt om mobiel te bankieren. Voor wie geen geschikte mobiele telefoon heeft, is er wel de ING-scanner, maar consumenten moeten vaak lang wachten voordat ze die krijgen.

Consumenten zijn in het algemeen relatief tevreden over hun bank, blijkt uit de enquête van de Consumentenbond. Alle banken krijgen een voldoende, maar het verschil onderling is flink. RegioBank krijgt het hoogste cijfer van zijn klanten, een 9,3. ING is hekkensluiter met een 6,7.

De ondervraagden vinden het vooral vervelend dat de kosten maar blijven stijgen, terwijl ze steeds meer zelf moeten doen.

Foto Pixabay

Tikkie op Emerce Next

Het is vermoedelijk zijn laatste optreden als chef Tikkie van ABN. Freek de Steenwinkel heeft onlangs zijn vertrek bij ABN aangekondigd, maar spreekt eind juni nog wel op Emerce Next in de Beurs van Berlage.

Tikkie heeft inmiddels meer dan 5 miljoen gebruikers. Zij betalen 200.000 Tikkies per dag, 57 procent zelfs binnen één uur. Dit is niet alleen maar handig voor consumenten onderling, maar steeds meer bedrijven zien de voordelen. Hoe kan Tikkie ook jouw betalingen sneller, makkelijker en leuker maken?

ABN is stevig vertegenwoordigd op Emerce Next. Sander Littooy is werkzaam bij ABN AMRO als Business Developer. Daar probeert hij de klantvraag te vertalen in nieuwe producten. Zo heeft hij meegewerkt aan Tikkie, Wallet en Wearables.

ABN AMRO heeft recent wearables geïntroduceerd voor haar klanten. In een open-tafel-discussie gaat hij dieper in op het probleem dat wearables moet oplossen voor klanten in een snel digitaliserende wereld.

Maarten Spit gaat het vooral hebben over open banking en API’s, waarmee koppelingen met andere diensten mogelijk worden.

ABN AMRO onderneemt ook proactief stappen om cybercriminelen voor te blijven en door de beveiliging van de bank te verbeteren. Gedurende hun sessie zullen Max Kersten & Rob Muris inzage geven in hetgeen ABN AMRO doet op het gebied van Threat Intelligence en Red Teaming. Daarnaast zullen we gezamenlijk een actuele bedreiging analyseren.

Emerce Next brengt de technologie van morgen naar vandaag. Pioniers en experts, innovators en early adopters spreken er over het succes van onder meer VR, AI, IoT en blockchain.

Productontwikkeling: zorg voor structuur in de Fuzzy Front End

Je hebt het vast weleens meegemaakt: je staat aan de start van het creëren van een nieuw digitaal product en alles ligt nog open. Er is een idee, maar de doelstellingen en kaders zijn nog niet gesteld. Je zit in de vroegste fase van je project waar veel nog openligt en keuzes gemaakt moeten worden. […]

Meer dan de helft van de Europeanen overweegt over te stappen naar een online bank

Meer dan de helft van de Europeanen overweegt om in de toekomst hun huidige traditionele bank te verruilen voor een online bank zonder bankkantoor. Dit blijkt uit onderzoek van Mastercard in elf Europese landen, waaronder Nederland.

Hoewel traditionele banken steeds meer digitale producten en diensten aanbieden, is slechts 39 procent van de Europeanen van plan om bij hun huidige bank te blijven. Nederlanders zijn het meest trouw aan hun bank, liefst 58 procent blijft. Millennials tussen de 18 en 29 jaar zijn het minst trouw aan hun bank, bijna tweederde overweegt om van bank te veranderen.

In september wordt het PSD2 Open Banking Initiatief van kracht in Europa. Apps en andere diensten krijgen na persoonlijke goedkeuring dan toegang tot informatie van consumentenrekeningen. Het grootste deel van de Europeanen weet amper wat het inhoudt. Wel staan de meeste ondervraagden open voor de nieuwe digitale diensten.

Al 13 procent gebruikt apps die financiën van verschillende bankrekeningen in een overzicht bijhoudt. En 43 procent wil graag een app gebruiken die op een centrale plek inzicht geeft in het saldo van al hun lopende- en spaarrekeningen. Meer dan een vijfde van de respondenten staat open voor een dienst die helpt om financiën te managen, het uitgavepatronen te analyseren en een voorspelling te maken over toekomstige uitgaven.

Bijna alle Europeanen zien samenwerkingen binnen de financiële sector als een voorwaarde voor innovatie.

Banken worden nog wel gezien als de meest betrouwbare bron voor informatie over het managen van financiën. Slechts een eenderde van de Nederlanders vraagt vrienden of familie om advies. De rest haalt hun informatie uit de media, bij financieel adviseurs of via apps en social media.

Het Europese betaallandschap verandert in rap tempo, constateert DNB. Vooral BigTech bedrijven roeren zich op de markt.

In China vervullen techgiganten zoals Tencent en Alibaba inmiddels een sleutelpositie in het mobiele betalingsverkeer. Een gebrek aan een efficiënt en goed toegankelijke betaalmarkt in China leidde ertoe dat de twee BigTechs kans zagen binnen twee decennia vrijwel de hele mobiele betaalmarkt te veroveren. In het kielzog van betaaldiensten bieden de Chinese BigTech bedrijven ook kredieten en verzekeringen aan, waar ze sterke groei laten zien.

BigTech bedrijven hebben uiteenlopende strategieën om actief te worden op de betaalmarkt. Waar sommige voortbouwen op bestaande betaalinfrastructuur en samenwerken met bestaande aanbieders, zetten anderen in op innovatieve betaaldiensten die draaien op een (eigen) nieuw ontwikkelde infrastructuur. Apple Pay, het betaalplatform van Apple, maakt bijvoorbeeld gebruik van bestaande infrastructuur van creditcardmaatschappijen. Facebook daarentegen zet in op het ontwikkelen van GlobalCoin, een op blockchain gebaseerde stablecoin, om internationale betalingen via Whatsapp mogelijk te maken. Vooralsnog bedienen BigTechs overigens nog maar een fractie van de totale waarde aan betalingen in de westerse wereld.

Foto ING

Nederland in top-3 EU-ranglijst digitale economie, maar MKB blijft achter

Nederland behoort voor het eerst tot de top-3 landen in Europa als het gaat om de kracht van de digitale economie. Dat blijkt uit de jaarlijkse, toonaangevende Digital Economy and Society Index (DESI) van de EU. Deze index rangschikt de kwaliteit van de digitale infrastructuur, het gebruik van digitale toepassingen door en online vaardigheden van de inwoners, de mate en wijze waarop het bedrijfsleven digitaal actief is en de online dienstverlening door de overheid zelf.

Op de ranglijst noteerde Nederland in 2017 en 2018 de vierde plaats. Met een hogere behaalde score is Denemarken nu gepasseerd en staat Nederland vlak achter Finland en Zweden op de derde plek. Nederland is opnieuw de Europese nummer één als het gaat om de beschikbaarheid van zowel vaste breedbandnetten als mobiele netwerken (4G) voor internet, tv en telefonie.

Het Nederlandse bedrijfsleven behoort met online diensten en producten nog niet tot de top. Binnen het MKB lagen vorig jaar en nu zowel online verkoop als de daaruit behaalde omzet nog onder het EU-gemiddelde. 17 procent van de meer dan één miljoen MKB-ondernemingen biedt in Nederland via het internet producten en diensten aan (tegen 15 procent in 2018), goed voor 10% van de omzet. Daarmee staat Nederland op de vijftiende plaats in de EU.

Bijna 100 procent van de Nederlandse huishoudens heeft volgens het onderzoek toegang tot vast internet. Snel vast breedbandinternet (meer dan 100 Megabit per seconde) is inmiddels al voor 97 procent van de Nederlandse huishoudens beschikbaar.

Ook qua mobiel internet is Nederland koploper. Zo zorgen volgens de DESI de vier beschikbare netwerken bij elkaar dat in bewoond gebied 4G overal buitenshuis beschikbaar is. De DESI onderzocht niet de 4G-snelheid, maar uit meerdere mondiale analyses onder consumenten blijkt dat deze gemiddeld boven de 40 Mbps ligt. Nederland heeft daarmee ook het snelste mobiele internet in Europa.

94 procent van de Nederlanders maakt gebruik van het internet en onder hen doet een zelfde percentage aan internetbankieren, terwijl nog eens meer dan 84 procent van de Nederlandse internetgebruikers in 2018 online heeft gewinkeld. Eén van de hoogste percentages in de EU.

Foto Pixabay

7 miljoen euro voor internationale expansie autoschadeherstelplatform Fixico

Fixico, een online platform voor autoschadeherstel, heeft 7 miljoen euro opgehaald voor zijn internationale expansie.

Het klanttraject bij autoschadeherstel is nog steeds een grotendeels offlineproces dat volgens de oprichters van Fixico omslachtig en tijdrovend is, met meerdere telefoontjes, mailtjes en fysieke inspecties.

Het technologiebedrijf biedt daarom een digitaal platform dat autoschadeherstel voor consumenten, auto-eigenaren en verzekeraars grotendeels digitaal afhandelt.

Fixico is momenteel actief in Nederland, België, Duitsland en Zuid-Afrika, maar met het nieuwe kapitaal wil men de internationale groei versnellen.

De financieringsronde werd geleid door Autotech Ventures, een vroege investeerder van het aan Nasdaq genoteerde Lyft. Alexei Andreev, managing partner van Autotech, treedt toe tot de Raad van Commissarissen van Fixico. Eerdere investeerders, zoals serie-ondernemer Laurens Groenendijk (JustEat, Treatwell, Hiber) en Orange Growth Capital namen ook deel aan deze ronde.

In totaal is nu 14,3 miljoen opgehaald.

Online gemeenschap over slimme mobiliteit

De provincie Noord-Holland heeft samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), de ANWB, de RAI vereniging en het CBR een online gemeenschap opgezet over slimme mobiliteit.

Op slimonderweg.nl informeren weggebruikers elkaar en wordt informatie gedeeld over de kansen en risico’s van slimme mobiliteit. Technologische ontwikkelingen gaan razendsnel, auto’s nemen bestuurderstaken uit handen, verkeerslichten kunnen communiceren met het verkeer en mobiliteitsapps bieden meer en up-to-date reisinformatie.

Weggebruikers kunnen op het platform hun kennis testen op het gebied van Smart Mobility. Het online spel Haal je slimme rijbewijs laat in enkele verkeerssituaties zien welke technische hulpmiddelen tegenwoordig beschikbaar zijn om de verkeersveiligheid te verhogen.

Rekeninginformatie nu in PSD2-winkel Rabobank

Rabobank biedt sinds deze week een PSD2 API-koppeling aan voor het delen van rekeninginformatie. Dienstverleners met een PSD2-vergunning kunnen met deze API nieuwe diensten ontwikkelen.

In de testomgeving Sandbox werkt Rabobank al een half jaar samen met circa 750 ontwikkelaars op basis van proefdata. In maart gaf Rabobank de eerste PSD2 API voor betaalinitiatiediensten vrij. De komende periode blijft Rabobank stapsgewijs verschillende diensten openstellen voor (financiële) dienstverleners met een PSD2-vergunning. Daarbij zoekt de bank nadrukkelijk de samenwerking met andere (financiële) dienstverleners om innovatieve apps en services te ontwikkelen.

De klant moet altijd toestemming geven voordat rekeninginformatie daadwerkelijk wordt gedeeld met dienstverleners. Rabobank staat ook klaar om rekeninginformatie van andere banken op te nemen in de Rabo App.

Page generated in 1,127 seconds. Stats plugin by www.blog.ca