Review: Vernieuwde NPO Radio-apps zijn een verbetering, maar nog lang niet perfect

De NPO heeft compleet vernieuwde versies van haar radio-apps in de App Store gezet. Elke zender heeft zijn eigen app die op dezelfde manier opgebouwd is. Hoe bevalt deze grote update en welke nieuwe mogelijkheden zijn er?

Het artikel Review: Vernieuwde NPO Radio-apps zijn een verbetering, maar nog lang niet perfect verscheen voor het eerst op iCulture

Hoe ‘publiek’ is deze publieke omroep nog?

npo

Paul Römer van de NTR heeft besloten om niet langer langs de zijlijn te staan omdat hij vindt dat er bij de publieke omroep ‘echt iets moet gebeuren’, omdat we ‘anders de publieke omroep straks kwijt zijn’. Arthur Vierboom vindt dat een dappere stap en gaat in dit artikel in op het plan dat Römer in het Algemeen Dagblad naar voren heeft gebracht.

Beste Paul,

Je stelt in je plannen voor om 1 uitzendende omroep te vormen: de NPO. Of eigenlijk noem je het NPO 2.0 om te benadrukken dat ook daar iets moet veranderen en om te voorkomen dat bestaande beelden over de NPO de discussie kleuren. De acht bestaande omroepen veranderen – wat jou betreft – in ‘productiehuizen’ waar in de toekomst ‘minimaal’ 50 procent van het huidige programmabudget – zo’n 370 miljoen euro – naar toe gaat. Je noemt dit categorie A. Er is ook een categorie B en die bestaat uit commerciele productiehuizen zoals Blue Circle, CCCP, Human Factor, Talpa, Freemante en Tuvalu. Ook zij kunnen in jouw plannen voortaan – zonder tussenkomst van een omroep – direct programmavoorstellen indienen bij de NPO en zo een beroep doen op ‘maximaal’ 50 procent van het programmabudget.

Competitief element

Die woordjes maximaal en minimaal vind ik een ‘nice touch’ omdat die – na een overgangsperiode van vier jaar – een competitief element aan ons bestel gaan toevoegen. Want de beste ‘publieke producenten’ van de commerciële productiehuizen belanden – als de Raad voor Cultuur en het Commissariaat voor de Media daarmee instemmen – na 4 jaar in categorie A. En te commercieel producerende publieke omroepen (die productiehuis geworden zijn, AV) kunnen dan in categorie B belanden. Een mooi nieuw speelveld waar voor iedereen plaats is en alleen de publiekste programma’s en producenten een beroep kunnen doen op de publiekste gelden.

Omdat minimaal 50 procent van het budget in A zal worden besteed is die categorie in ieder geval verzekerd van een flink budget. Dat is categorie B niet. Sterker nog. Als ik het goed begrijp kan het zelfs zo zijn dat ook die andere 50 procent van het programmabudget – die ‘maximaal’ in categorie B kan belanden – uiteindelijk ook in categorie A kan belanden. Want categorie B heeft geen gegarandeerd minimum, dat categorie A met 50% van het programmabudget wel heeft.

Websites zonder reclame

Jouw plan is een origineel plan dat dit keer niet uitstraalt dat bestaande publieke omroepen onderling naar manieren zoeken om de bestaande koek onderling te verdelen. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom in de media nog weinig positieve geluiden over het plan te horen zijn geweest van je collega’s. Wellicht geeft de ‘status aparte’ in jouw plan voor de NTR – waar je nu de baas van bent – bij sommigen een gefronste wenkbrauw. Maar ik geloof dat het toch vooral van realisme getuigt om binnen een publieke omroep – net als nu – culturele programma’s een safe haven te bieden, dus ook in dit plan.

Bovendien biedt het plan – als kers op de taart – alle omroepen veel vrijheid om websites zonder reclame te beginnen en content te verspreiden op YouTube. Spannend omdat publieke omroepen doorgaans geen bijdrage mogen leveren aan ‘winst door derden’ – en YouTube of Facebook zou je als zulke ‘derden’ kunnen zien – maar de realiteit van het huidige landschap is dat een groot deel van je doelgroep alleen nog zo bereikt kan worden en je het dus moet proberen te zien als een distributieplatform, dat niks kost. Je hebt met je plan een knap staaltje synergetisch denkwerk verricht. Maar ondanks een veelbelovend begin hoop ik dat het denken doorgaat…

Aanstaande donderdag gaat minister (zonder portefeuille) voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media Arie Slob – na een kort ziekbed waardoor een eerder debat moest worden uitgesteld – in debat in de Tweede Kamer over de publieke omroep. En hopelijk gaat dat debat niet alleen over de nieuwe bezuinigingen en wordt niet met louter overlevingsdrang – maar ook met visie – naar de toekomst van de publieke omroep gekeken. Een stevig pleidooi voor een brede, goed functionerende publieke omroep, lijkt mij hier – in tijden van versnippering door digitalisering, populistische sentimenten, toenemende invloed van oncontroleerbare algoritmen en de ontwrichtende ervaringen met leugens van politici en fake news – niet nodig. Toch?

Drie publieke lagen

Meedenken dus. Ons publieke bestel bestaat uit 3 lagen. Naast de landelijke laag met 3 fusieomroepen (AVRO-TROS, VARA-BNN, KRO-NCRV) 3 ledenomroepen (MAX, EO, VPRO) en 2 taakomroepen (NTR, NOS) is er ook een, vooral door vrijwilligers bevolkte, lokale laag met 261 lokale omroepen in 361 gemeenten en een regionale laag met 13 regionale omroepen. Bij elkaar vormen deze drie publieke lagen een uniek netwerk van publieke producenten met overal ogen en oren, waarmee een samenwerkend bestel zich sowieso sterk zou kunnen onderscheiden. Ik zeg ‘zou kunnen’ omdat dat nu – ondanks een aantal mooie voorbeelden bij de NOS en EenVandaag – nu nog veel te weinig gebeurt. De samenwerking tussen de lagen is nog te incidenteel, de samenhang bij het publiek nog te onbekend en de logica erachter voor iedereen – binnen en buiten de publieke omroep – nog niet vanzelfsprekend genoeg.

Hoog tijd dat daar door politiek en alle omroepen nu – bij het komende debat – ook serieus naar gekeken wordt, want 1 + 1 + 1 kan hier 4 worden. Denk bijvoorbeeld aan voordelen bij: onderhandelingen met BumaStemra, inkoopvoordeel, distributiekracht, interne pluriformiteit, marketingpower, digitale infrastructuur, gezamenlijke innovatie, samenwerking externe partijen, acceptatie door marktpartijen, gezamenlijke lobby en gemeenschappelijk verhaal richting politiek. En organisatorisch – iedere laag is nu een stichting – hoeft niets een intensievere samenwerking in de weg te staan. Belangrijk is wel dat bij die samenwerking redactionele autonomie / onafhankelijkheid en lokale regionale inbedding (via PBO, programma beleidsbepalend orgaan) gehandhaaft blijft.

Commercieel en publiek

De verhouding tussen markt, politiek en publiek kan in het nieuwe bestel direct ook veel duidelijker. Daar wint iedereen bij. Als politiek kun je niet volhouden een publiek bestel te willen als je afnemende inkomsten uit reclame 1 op 1 in mindering brengt op de begroting van de publieke omroep. Dat doet namelijk alleen een commerciele omroep. Je kunt als politiek wel bezuinigen, maar niet omdat de reclame – inkomsten tegenvallen. Dat is onhelder.

De markt verwijt de publieke omroep ‘marktbederf’ omdat adverteerders via de STER tussen de goed bekeken programma’s van de publieke omroep terecht komen. De opbrengst daarvan komt bij het minister van OCW terecht, die zelfstandig beslist (dus niet de publieke omroep, AV) of dat geld in een innovatiepot van kranten komt of gebruikt wordt om budget van publieke omroep te bekostigen.

Hoewel de publieke omroep andere groepen bereikt met haar programmering dan commerciële omroepen en adverteerders dus niet allemaal zullen overstappen, kan het stimulerend zijn als commerciële omroepen op zoek gaan naar die groepen. Goed idee. En ik verwacht niet dat het publiek zal zich zal verzetten als reclame bij de publieke omroep wordt afgeschaft, dus laten we ook dit meteen helder maken. De publieke omroep stopt met reclame en de wegvallende gelden worden gewoon bijgepast uit belastinggeld. Markt blij. Publieke omroep blij.

Publieke omroep levert geld op

Waarom doe ik gemakkelijk over het bijpassen uit de belastingen? Paar redenen. Ik geloof vooral dat de publieke omroep geen geld kost maar geld oplevert. Dankzij dit bestel kon bijvoorbeeld een grootmacht aan commerciële mediabedrijven ontstaan die jaarlijks miljarden bijdragen aan ons bruto nationale product. Bedrijven als Endemol, Talpa en Eyeworks verkopen wereldwijd hun programma’s en maken dat Nederland – na de VS en UK – de belangrijkste format- en programmaleveranciers in de wereld is.

De ondernemers achter die bedrijven zijn op Nederlandse bodem geschoold en konden hier groeien. Ze leerden op goedkope wijze, subtiel bedachte formats voor verschillende omroepen te maken die ooit vrijzinnig protestante (VPRO, nu voor de creatieve klasse), katholieke (KRO) of gereformeerde achterbannen aan moesten spreken. En dat deden ze want omroepen groeiden uit tot verenigingen met de grootste achterbannen in Nederland.

Een van die ondernemers is TV-producent Joop van den Ende – die juni 2018 tijdens een presentatie in het Mauritshuis over de maatschappelijke waarde van de publieke omroep zegt dat het succes van de publieke omroep ‘ongelooflijk’ is en daar legde hij uit dat Nederland – ‘met bijna het laagste budget in Europa’- betere televisie maakt als de BBC, die 18 maal zoveel te besteden heeft. Van den Ende gaat verder: ‘Als er nog ooit iemand durft te zeggen dat de publieke omroep (in Nederland, AV) teveel geld heeft is dat lachwekkend. Ik heb programma’s gemaakt in 40 landen en ken de budgetten…’

26 eurocent per dag

Na de aanstaande bezuiniging van 60 miljoen bedraagt de begroting voor de publieke omroep 740 miljoen euro en dat moet worden opgebracht door 7,8 miljoen huishoudens (bron CBS, 2017) en reclame (via potje OC&W). Als we er nu eens van uit gaan dat er geen geld uit reclame meer komt – omdat we daar mee gaan stoppen – komt dat per huishouden neer op 95 euro per jaar, 7,91 per maand of 26 eurocent per dag. En dan krijg ik 7 dagen per week ieder uur nieuws via radio, internet, nieuwsapp (mobiel, iPad) en kan ik dagelijks nieuws op televisie zien bij het Journaal.

Dat nieuws is verzameld door een flinke redactie met een netwerk van 40 correspondenten en wordt geduid vanuit verschillende invalshoeken door EenVandaag, Nieuwsuur, De Wereld Draait Door, Jinek, Pauw en Buitenhof. Daarnaast is het belangrijkste sportnieuws en Eredivisievoetbal zien in Studio Sport en het Sport Journaal. Je kunt ook mooie (zelfgemaakte) documentaires (Tegenlicht, Reporter, Onze Man in Teheran, Door Het Hart Van China) kijken of ontspannen met opiniërende programma’s als Zondag met Lubach, Spijkers Met Koppen) of met goed gemaakt amusement als Boer Zoekt Vrouw, De Reunie en Ik Vertrek). Ook de kleintjes kunnen altijd terecht op Zapp voor goede zelfgemaakte jeugdprogramma’s en nieuwkomers in Nederland voelen zich aangesproken door FunX, ook publieke omroep.

Ik heb voor al die publieke producties wel 26 cent per dag over. Terwijl ik daarnaast ook per jaar nog zo’n 500 euro (1 euro en 61 cent per dag) over heb voor goedgemaakte kranten (NRC Handelsblad en de Volkskrant) die – met toch vooral het nieuws van gisteren – zes keer per week verschijnen. Ik denk dat die belangstelling voor kranten te maken heeft met een goede publieke omroep.

Tegenwicht

Ook kan het geen kwaad om in Nederland een krachtige media-industrie te blijven nastreven, zodat tegenwicht kan worden geboden in een internationaal medialandschap dat nu gedomineerd wordt door grote Amerikaanse spelers als Facebook, YouTube, Google en Netflix. En voor de duidelijkheid: dat lijkt een inhoudelijk argument maar is – voor de betere verstaander – ook een commercieel argument. De kennis die in Amerika door deze grote bedrijven over markten wordt opgebouwd gaat ons steeds verder – ook op andere markten – op achterstand zetten. Tijd om daarover na te denken.

En dan nog even ons enorme talent. Vergeet niet hoe goed we als Nederlanders zijn in dit vak. En voor liefhebbers van de markt – veel kwaliteit bij de commerciele omroepen wordt geleverd door makers die hun talent konden ontwikkelen bij een lokale publieke omroep en van daaruit doorgroeiden naar landelijke programmering op nationale commerciele (en publieke) zenders.

Publieke omroep is geen geldverspilling

Hopelijk valt op dat hierboven alleen argumenten gebruikt zijn die in de meeste discussies op het bestel door voorstanders van een gekortwiekte publieke omroep worden afgevuurd. De publieke omroep is verkwistend en ze bederven de markt. Dat is hij dus niet en hij creëert zelfs nieuwe, internationale markten.

Natuurlijk zou een belangrijkste argument ook kunnen zijn dat hij bijdraagt aan de kwaliteit van onze samenleving, omdat zij programma’s vanuit publieke waarden als onafhankelijkheid, diversiteit en pluriformiteit gemaakt worden. En dat bij die onafhankelijkheid hoort dat je de contouren van het publieke domein niet laat afbakenen door wat commerciele omroepen – die ook mooie dingen maken – willen laten liggen omdat het ze niet genoeg geld oplevert. Maar dat argument lijkt in discussies met deze voorstanders nooit echt te overtuigen, zolang er nog ergens in het publieke landschap een presentator of omroepdirecteur te vinden is die meer verdient dan de Balkenendenorm.

Tot slot vlieg ik nog even met een helicopter over de drie publieke lagen en wat dan soms door mijn hoofd schiet is: Hoe publiek is ons huidige bestel nog? De landelijke laag zal – zoals het er nu uitziet – nooit meer dan 8 omroepen tellen en alleen nog toegankelijk zijn voor ‘nieuwe’ spelers, als die bereid zijn zich aan te sluiten bij bestaande omroepen. Als bij landelijke omroepen de rol van leden verder naar de achtergrond verdwijnt en omroep profielen door fusies verwateren. En de invloed van PBO’s door bijvoorbeeld het streven naar ‘streekomroepen’ bij lokale omroepen en ‘centralisering’ van taken bij de RPO (Regionale Publieke Omroep, AV) en de NLPO (Nederlandse Lokale Publieke Omroepen, AV) verder afneemt. Alle lagen dreigen door ‘opwaartse druk’ en behoefte aan centralisering steeds minder ‘publiek’ te worden. En dat moeten we zien om te draaien omdat uiteindelijk gaat vreten aan het draagvlak onder het hele bestel. Laten we daar ook nog even over nadenken…

The post Hoe ‘publiek’ is deze publieke omroep nog? appeared first on De Nieuwe Reporter.

De nieuwe functie van genrecoördinator journalistiek lost helemaal niets op bij de NPO

npo

De NPO denkt na over het aanstellen van een speciale genrecoördinator journalistiek. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) is er blij mee, want dan is er bij de NPO een functionaris die opkomt voor de belangen van de journalistiek. Ton F. van Dijk ziet er helemaal niets in.

De journalistiek lijkt niet (langer) veilig bij de publieke omroep. Tenminste als we alle verhalen mogen geloven.

Populaire en belangrijke programma’s als Andere Tijden, Brandpunt+, Zembla en Tegenlicht moeten bezuinigen. Het levert veel kritiek op. Immers ze vormen het hart van het bestaansrecht van de NPO.

Dit zijn programma’s die in de markt niet gemaakt worden (in tegenstelling tot amusementsprogramma’s) en die daarom niet anders kunnen worden gezien dan het fundament van een sterke publieke omroep .

Keuzes van het NPO-management

Maar door de aangekondigde bezuinigingen – en de onrust die daarover (terecht) is ontstaan onder de liefhebbers van het journalistieke genre – wordt nu openlijk getwijfeld aan de keuzes van het management van de NPO op dit punt.

Waarom wel bezuinigen op journalistieke programma’s? En niet op de voetbalwedstrijden van Oranje?

Daarvan werden er door de NOS zo’n twintig ingekocht. Kosten: ongeveer 900.000 euro per wedstrijd, zo lezen we in de krant. Stuk voor stuk bedragen waarmee de bezuinigen op Andere Tijden of Tegenlicht met een pennenstreek ongedaan kunnen worden gemaakt..

“Voetbalwedstrijden zijn verbindend”, zegt de NPO. Wat daarmee wordt bedoeld is dat voetbal groepen kijkers trekt die anders niet (meer) naar de publieke televisie zouden kijken.

En in al die complexe afwegingen is er nu dus dus sprake van forse bezuinigingen op de journalistieke kerntaak ten faveure van voetbal.

Een genrecoördinator journalistiek

Dit leidde tot grote zorgen bij de journalistenvakbond NVJ. Maar vanmorgen in het Algemeen Dagblad toonde Thomas Bruning van diezelfde NVJ zich verheugd over de uitkomst van een gesprek met televisiedirecteur Frans Klein van de NPO over de heikele kwestie.

Er komt een ‘genrecoördinator’ journalistiek, zo blijkt uit de berichtgeving.

Een functionaris die er alleen maar voor de journalistieke programma’s is en die ervoor moet zorgen dat deze programma’s een stem krijgen in het bureaucratische geweld van coördinatoren en managers waar de NPO helaas om bekend staat.

“Mooi” zou je denken, zo’n speciale genrecoördinator. Maar is dat ook echt zo?

Geen oplossing

In een publieke omroeporganisatie zou het journalistieke DNA eigenlijk in alle bestaande functies en bijbehorende functionarissen al zo verankerd moeten zitten dat een genrecoördinator journalistiek niks toevoegt.

Het feit dat dit kennelijk wel zo wordt gezien, is veelzeggend.

Weer een nieuwe functionaris aanstellen lijkt dan ook niet de oplossing. De journalistieke traditie is bij de omroepen prima vertegenwoordigd. Wanneer de NPO vervolgens netmanagers benoemt, die beschikken over voldoende journalistiek DNA, kunnen deze echt wel zonder een speciale genrecoördinator bepalen dat Andere Tijden wellicht belangrijker is dan voetbal.

Zo moeilijk is dat niet. De nieuwe genrecoördinator journalistiek lijkt dan ook vooral symptoombestrijding.

Deze denkrichting laat zien dat er sprake is van een breder probleem waarbij niet duidelijk is welke keuzes de samenleving van de publieke omroep verwacht in een tijd waarin het geld niet meer tegen de plinten klotst.

Dit stuk werd eerder gepubliceerd op het weblog van Ton F. van Dijk.

The post De nieuwe functie van genrecoördinator journalistiek lost helemaal niets op bij de NPO appeared first on De Nieuwe Reporter.

Met wat meer liefde voor online kan de NPO-app zoveel beter worden

npo-640x461

De app van de NPO om televisieprogramma’s te bekijken is totaal niet gebruiksvriendelijk, stelt Hay Kranen vast. Vage teksten, wazige beschrijvingen en veel geklik om erachter te komen waar een programma over gaat. Dat moet veel beter kunnen. En is ook hoognodig om te concurreren met Netflix.

De Nederlandse Publieke Omroep wil heel graag digitaal innoveren. Ze besteden dit seizoen zelfs 60 miljoen in plaats van 20 aan online. Dat is fraai, en nodig. Maar gaan ze dat geld goed besteden?

Ik denk van niet, want de NPO neemt online eigenlijk nog steeds niet serieus. Hoezo dan? De belangrijkste manier waarop online NPO-materiaal wordt geconsumeerd is de site en de app. Die app staat op nummer 41 in de (Nederlandse) App Store van Apple, maar heeft slechts anderhalve ster en heel veel slechte recensies. Misschien komt het door de slechte beeldkwaliteit? Of door de bugs met Chromecast en Airplay?

Dat zijn concrete problemen, maar de kern ligt volgens mij dieper: een compleet gebrek aan liefde voor de inhoud.

Vergelijking met de concurrentie

Dat gebrek kun je goed zien als je de NPO-app vergelijkt met die van belangrijke concurrenten, zoals Netflix. NPO ziet Netflix als een grote bedreiging. Je zou denken dat ze er daarom alles aan doen om ervoor te zorgen dat mensen ontdekken dat de NPO ook geweldige programma’s heeft en hun Netflix-abonnement opzeggen. Een win-win situatie, want voor de publieke omroep kun je jezelf niet uitschrijven.

Laten we de twee eens vergelijken. We gaan door de apps van Netflix en NPO en bekijken hoe ze verschillen.

De Netflix-app

Als je de Netflix-app opent (#22 in de App Store, gemiddeld drie sterren uit vijf) krijg je een scherm met je laatst bekeken video en daaronder eindeloos veel tegels naar series en films. Over die tegels is duidelijk nagedacht: een smaakvol beeld met de titel van het programma.

netflix-1

Stel dat je meer wilt weten over één serie. Als je klikt op de nieuwe Star Trek krijg je een scherm waarop je zonder te scrollen al veel te weten komt. Aantal afleveringen van het seizoen, een korte puntige beschrijving, zelfs de belangrijkste acteurs. Als je verder scrollt past op één scherm de informatie van drie afleveringen. De lengte, volledige titel, een fraaie still en wederom een duidelijke beschrijving. Nog een klik en de video begint.

netflix-2

De NPO-app

Laten we nu eens de NPO-app erbij pakken. Als ik die open zie ik dit:

npo-1

“Dag 3: Alice Springs”. Waar gaat dit over? Verder: het gesprek van de dag. Wat is dat? Een serie? Een programma? Een playlist? Daaronder aflevering 128 (waarom moet ik dat weten?) van Brandpunt met de mysterieuze omschrijving “Terugsmokkelen naar Syrië en Nederland opvangland voor tijger…”. Ik heb geen idee waar dit over gaat.

Iets verder: “NPO zet zich met 3FM in voor zelfm.”. Weer een lelijke afgekapte zin. En een plaatje met dezelfde (nu wel complete) zin en “Afl. 20”. Heeft NPO 20 afleveringen gemaakt over zelfmoordpreventie?

Goed, laten we iets bekends pakken: Heel Holland Bakt. Als je naar een programma doorklikt krijg je alleen een titel en een afbeelding, voor de beschrijving moet je klikken. Onhandig als je een programma niet kent, zoals bijvoorbeeld bij “Hotel Romantiek”. Bovendien wordt daar de tekst ook, wederom, afgekapt en is de tekst die je kan lezen weinig wervend (“bekend van Streetlab”, wat is dat en why should i care?).

npo-2

Stel dat je meer wilt weten over een losse aflevering. Bij alle afleveringen staat de oorspronkelijke uitzenddatum en tijd. Waarom is het interessant dat ik weet dat aflevering 3 van Heel Holland Bakt op zondag 17 september om 20:25 werd uitgezonden? Vervolgens klik je door op de laatste uitzending en word je direct geconfronteerd met twee schreeuwerige advertenties voor bloemen en reizen naar Israël.

npo-3

Ook hier staat alleen de titel in beeld: “Moeilijk”. Beetje vaag. Misschien kan ik meer te weten komen als ik klik op het pijltje? De beschrijving is: “Het thema van deze aflevering is: moeilijk”.

Jullie app is moeilijk, NPO.

Doordat je telkens drie keer moet klikken (op de aflevering, dan op het uitklappijltje en dan op ‘terug’) doe je er maar liefst elf seconden over om de beschrijving van één aflevering te zien. Elke keer dat je op een aflevering klikt zie je wéér die kutadvertenties. Even kijken welke van de laatste tien afleveringen van Andere Tijden je aanspreken? Trek maar lekker twee minuten uit voor zo’n simpele taak.

Rammelende app

De NPO-app gaat eigenlijk maar uit van één scenario: je hebt een aflevering gemist op televisie, je weet welke, en die wil je terugkijken. Het hele idee dat je andere programma’s zou willen ontdekken, of zelfs andere afleveringen van hetzelfde programma is frustrerend moeilijk gemaakt.

En dan heb ik het alleen maar over deze relatief simpele dingen. Ik zou het ook nog kunnen hebben over de wankele ondersteuning voor Chromecast en Apple Airplay, de belabberde beeldkwaliteit en dat als je dan graag HD wilt kijken (het is tenslotte geen 1998 meer) je daarvoor als belastingbetaler nóg een keer moet betalen in de vorm van een NPO Start abonnement.

Het zou allemaal zoveel beter kunnen. Huur een goede copywriter in die vlotte koppen en tekstjes schrijft in plaats van “Het thema van deze aflevering is: moeilijk”. Herontwerp de schermen zodat de focus ligt op het ontdekken van nieuwe programma’s in plaats van welk tijdstip een aflevering werd uitgezonden. Laat je app testen door mensen die ’m nog niet kennen. Lees de slechte recensies in de app store en doe er wat mee.

En give a little love, NPO.

Dit stuk verscheen eerder op het weblog van Hay Kranen.


Vond je dit een leuk artikel? Abonneer je dan op de nieuwsbrief van Hay Kranen: De Circulaire. Elke twee weken in je mailbox!

circulaire

The post Met wat meer liefde voor online kan de NPO-app zoveel beter worden appeared first on De Nieuwe Reporter.

Publieke omroep krijgt ombudsman, geen boeman

npo

Margo Smit treedt 1 januari aan als journalistiek ombudsman van de publieke omroep. Zij dreigt even ‘vrijblijvend’ te worden als de Raad voor de Journalistiek. En dat is maar goed ook, meent Raad voor de Journalistiek-voorzitter Frits van Exter.

Margo Smit was al ombudsman bij de NOS, maar zal nu, ‘gevraagd en ongevraagd’, advies geven aan alle omroepen binnen de NPO. In het persbericht liet zij optekenen:

‘Als ombudsman wil ik een brug zijn tussen de mensen voor wie al die nieuws-, actualiteiten- en opinievormende programma’s van de NPO gemaakt worden en de mensen die ze maken. Terechte kritiek maakt de journalistiek beter, fouten vragen om correctie, en uitleg over het tot stand komen van journalistieke producties kan leiden tot meer inzicht, begrip en zelfreflectie.’

Het is goed nieuws dat er in Hilversum een ombudsman komt met zo’n missie. Dat is te danken aan Tweede Kamer-lid Ton Elias (VVD). De oud-journalist kreeg vorig jaar de steun van het parlement voor zijn initiatief. Maar de man, die tot zijn ‘even grote spijt als verrassing’ niet op de kandidatenlijst prijkt, kreeg niet helemaal zijn zin. De ombudsman mag redacties adviseren fouten recht te zetten in hun eigen programma’s, maar hij kan ze daartoe niet verplichten.

Verplicht rectificeren?

Elias vindt dat te slap. ‘Er moet een mogelijkheid zijn om als ultimum remedium te zeggen: u zit hier de boel nu werkelijk zo schandalig te vernachelen, met overheidsgeld, waarmee juist fatsoenlijke journalistiek moet worden bedreven; u moet dat rectificeren’, zei hij nog in een laatste bijdrage tijdens het Kameroverleg met staatssecretaris Dekker op 28 november. ‘Misschien komt het maar eens in de twee jaar voor dat een presentator op de buis moet zeggen dat hij faliekant fout zat met zijn verhaal, maar alleen al het feit dat zoiets boven de markt zweeft, dwingt tot zorgvuldiger journalistiek.’

Daartegen maakten de omroepen en het Genootschap van Hoofdredacteuren bezwaar. De hoofdredacties zijn eindverantwoordelijk voor de inhoud en dus ook voor het al dan niet rectificeren. Een ombudsman mag van alles aanbevelen en zijn oordeel ook verspreiden via eigen kanalen, maar hij kan niet in de redactionele onafhankelijkheid treden. Elias mag het als ‘ultimum remedium’ zien, een principieel bezwaar neem je niet weg met het pragmatische argument dat het maar een enkele keer aan de orde zal zijn.

Brug tussen publiek en redactie

Er zijn ook inhoudelijke redenen om van de ombudsman geen boeman te maken. De functie is, ook in de woorden van Margo Smit, vooral bedoeld om een brug te slaan tussen kijker, lezer of luisteraar en de redacties. Daarvoor heb je geen macht maar gezag nodig en dat bouw je op door je niet alleen te verdiepen in klachten van burgers maar ook in afwegingen van redacties. De praktijk van de ombudsmannen bij verschillende dagbladen, maar ook van de Raad voor de Journalistiek, leert dat het zelden om een simpel duimpje omhoog of omlaag gaat. Klager en journalist hebben veel meer aan een zorgvuldige beoordeling van feiten, argumenten en omstandigheden.

Elias denkt dat ‘vrijblijvende adviezen leiden tot vrijblijvende resultaten’ en hij verwijst daarbij naar de Raad voor de Journalistiek, die ook geen dwangmiddelen kent. Als voorzitter droom ik natuurlijk wel eens van een oppermachtig tuchtcollege, maar als ik wakker ben verkies ik toch de werkelijkheid. Het doet beter recht aan het beginsel van persvrijheid en het vrije karakter van ons beroep.

Serieus nemen

Ik merk tijdens zittingen trouwens weinig van die vrijblijvendheid: klagers en verweerders nemen de behandeling zeer serieus. Voor klagers is het belangrijk dat zij gehoord worden door een onafhankelijk college, voor verweerders is het minstens zo belangrijk dat er voldoende oog is voor journalistieke belangen en praktijken. Als de conclusie ‘onzorgvuldig’ is, beveelt de Raad publicatie in het eigen medium aan. De meeste media geven daar gehoor aan, maar zij blijven daarvoor eindverantwoordelijk. Mochten klagers daarover toch niet tevreden zijn, kunnen zij een nieuwe klacht indienen.

Ton Elias zelf heeft de Raad in ieder geval lange tijd ook serieus genomen. In 1982 verweerde hij zich als jong redacteur van een universiteitskrant omstandig en met succes tegen een klacht. In 1999 diende hij als pr-functionaris van een verzekeringsmaatschappij zelf een klacht in tegen een consumenten-programma. Dat hij toen geen gelijk kreeg, kan moeilijk de reden zijn dat hij de Raad nu te vrijblijvend vindt.

Onder druk

Een ombudsman voor de NPO is een grote stap. Hij of zij zal gezag moeten werven onder redacties, die heel verschillende programma’s maken en wellicht ook verschillende opvattingen hebben over journalistieke mores. De mogelijkheid om rectificaties op te leggen zou de ombudsman bij voorbaat tegenover de redacties plaatsen. Dan gaat het niet meer over bruggen en het door Margo Smit genoemde streven naar inzicht, begrip en zelfreflectie, maar louter nog om de vraag of er al dan niet gerectificeerd moet worden.

Staatssecretaris Dekker wil niet zo ver gaan als Elias. Hij beaamde bij het Kameroverleg dat je het opleggen van rectificaties aan de rechter moet overlaten. Toch zette hij de omroepen en de nieuwe ombudsman bij voorbaat wel onder druk. ‘Er moet een steviger commitment komen van de omroepverenigingen dat zij de uitspraken van de ombudsman serieuzer nemen, dat de basisregel is dat je een advies opvolgt.’ Het past misschien in een veelomvattender poging van de politiek om de greep op Hilversum te versterken.

De nieuwe ombudsman zit er gelukkig vooralsnog niet mee. Margo Smit: ‘Het is nergens, ook bij andere instanties niet, zo geregeld dat een ombudsman een rectificatie kan afdwingen. Ik heb gewoon straks mijn vaste plek waar ik mijn ei kwijt kan.’ Dat is al heel wat.

De voorzitter van de Raad voor de Journalistiek heeft geen stem in de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.

Deze blogpost verscheen eerder op de website van de Raad voor de Journalistiek.

The post Publieke omroep krijgt ombudsman, geen boeman appeared first on De Nieuwe Reporter.

Uitzending Gemist – Open Informatie?

De SP heeft vragen gesteld aan minister Plasterk over het gebruik van de Microsoft Mediaplayer door de NPO (Uitzendinggemist.nl). Het gaat dan in het bijzonder om de beelden van het EK, die alleen in Microsofts Silverlight player te zien zijn via het platform van de publieke omroepen. In het kader van het actieplan “Nederland open in verbinding” zouden de (semi)overheden het “comply-or-explain and commit” moeten hanteren, dat is een tijdje geleden besloten in de kamer.

Read moreUitzending Gemist – Open Informatie?

2009 NLD 1 t/m 3 in HD op de kabel

Ziggo, de combinatie van Casema, Multikabel en @Home gaat als eerste kabelbedrijf de HD versie van de landelijke publieke zenders vanaf 2009  toevoegen aan hun digitale pakket. De kabelabonnees hoeven geen extra abonneegeld te betalen voor de HD kanalen in het digitale basispakket. Later dat jaar volgt UPC. In 2008 zullen de Olympische Spelen en het Europees Kampioenschap Voetbal al in HD te zien zijn bij de kabelbedrijven.

Page generated in 0.998 seconds. Stats plugin by www.blog.ca