Waarom messaging apps steeds belangrijker worden voor nieuws

Een gebrek aan privacy, polariserende online discussies en toenemende commercialisering: Facebookgebruikers posten steeds minder op hun tijdlijn. In plaats daarvan nemen zij in toenemende mate hun toevlucht tot meer private social media, zoals WhatsApp. Ook voor het volgen en delen van nieuws worden messaging apps steeds belangrijker, zo blijkt uit survey-onderzoek. Maar welk nieuws delen gebruikers precies in die appgroepen en wat doen ze ermee?

Met tools als Chartbeat en Google Analytics kunnen nieuwsorganisaties nauwgezet analyseren welk nieuws wanneer de meeste traffic oplevert op Twitter, of welk verhaal het populairst is op Facebook. Voor WhatsApp ontbreken die gegevens. Waar veel social media platformen standaard een zogeheten referrer meegeven als iemand op een link klikt, is dat bij WhatsApp – net als bij Facebook Messenger en andere “dark social media” – niet het geval.

Het gevolg: nieuwsorganisaties hebben weinig zicht op welk nieuws binnen messaging-apps wordt gedeeld en hoe en waarvoor zulk nieuws wordt gebruikt. Ook vanuit de wetenschap is weinig bekend over hoe mensen nieuws op WhatsApp ervaren en wat hun beweegredenen zijn voor het consumeren, delen en bediscussiëren van nieuws in privégesprekken en appgroepen.

In een recent onderzoek, gepubliceerd in New Media & Society en Digital Journalism, ondervroegen we daarom verschillende groepen mensen over het belang van nieuws en actualiteit in hun dagelijkse gesprekken op besloten sociale media platforms, zoals WhatsAppgroepen en besloten Facebookcommunities. Hiervoor spraken we in focusgroepen met collega’s, vrienden, buren, teamgenoten en vrijwilligers. Zij kenden elkaar persoonlijk en communiceerden daarnaast ten minste om de dag met elkaar via social media.

Nieuws op besloten sociale media

Onze groepsgesprekken bevestigen dat de meeste mensen Facebook op een passieve manier gebruiken. Facebook is een verzamelplaats waar verschillende stromen informatie samenkomen – van journalistiek tot politieke satire en entertainment – maar gebruikers zeggen zelf nauwelijks meer op hun tijdlijn te posten. Ook zien ze steeds minder bijdragen van vrienden en familie voorbijkomen.

Facebook is daarmee een nuttige bron voor het vínden van nieuws, maar voor het praten over en bediscussiëren van nieuws geven gebruikers de voorkeur aan meer besloten omgevingen, zoals privécommunities op Facebook of WhatsAppgroepen. Nieuws delen voelt hier veiliger, omdat gebruikers precies weten wie hun berichten kan zien.

Terwijl het geven van je mening over een nieuwsonderwerp op Facebook wordt gezien als een expliciet statement, dat voor altijd zichtbaar blijft voor anderen en niet terug te trekken valt, worden op WhatsApp-berichten al snel bedolven onder het grote aantal andere berichten. Daardoor zijn gesprekken over nieuws hier meer verkennend van aard.

Bij het delen van nieuws op WhatsApp gaat het bovendien vooral om achtergronden bij nieuws, waar groepsleden via andere nieuwsplatformen al mee in aanraking zijn gekomen. Belangrijk voor gebruikers zijn bijvoorbeeld nieuwsverhalen die het mogelijk maken een onderwerp vanuit meerdere perspectieven te benaderen of die verschillende aspecten van een probleem duiden. Zulke nieuwsverhalen helpen hen om verbanden tussen verschillende nieuwsgebeurtenissen te leggen en hun mening te vormen. Gebruikers geven daarbij de voorkeur aan nieuws van nieuwsorganisaties die ze kennen. Deze worden gezien als betrouwbaarder.

Het belang van de sociale context

De meeste gebruikers die we spraken waren onderdeel van verschillende WhatsApp- en Facebookgroepen. Wat gebruikers deden met nieuws verschilde echter sterk afhankelijk van de sociale context van de groep, zelfs al ging het om dezelfde persoon. Social media communities hebben over het algemeen een bepaald doel, met daaraan gekoppeld specifieke sociale normen over wat wel en niet hoort in de groep.

Sommige groepen gebruikten hun communities als curatietool: een bron voor nieuws over een specifieke gedeelde interesse, zonder hier verder op in te gaan of erover te discussiëren. Anderen gebruikten hun groep om actief te discussiëren over politieke onderwerpen, als manier om onderdeel te worden van de groep. In weer andere communities had nieuws geen duidelijke sociale functie en werd het delen of bediscussiëren van nieuws juist als not done ervaren.

Opvallend: naarmate sociale banden tussen mensen in WhatsApp groepen zwakker waren en de groepsleden minder gemeenschappelijke interesses hadden, speelden nieuws en actualiteiten een grotere rol. Dit benadrukt de sociale functie van journalistiek en de mogelijkheid voor nieuws om sociale verbondenheid tussen mensen te stimuleren.

Gevolgen

De verschuiving van gebruikers naar dark social media maakt het lastiger voor nieuwsorganisaties om nieuwsverhalen op grote schaal te verspreiden. Op een meer besloten platform als WhatsApp gaat een bericht minder snel viral dan bijvoorbeeld op Facebook.

Daarnaast kun je je afvragen wat de toenemende populariteit van dark social media betekent voor de democratische rol van de nieuwsmedia. Publiek debat stimuleren tussen verschillende groepen in de samenleving gaat immers een stuk lastiger als die discussies plaatsvinden achter gesloten deuren, in communities die niet toegankelijk zijn voor buitenstaanders. Het faciliteren van zo’n “publieke connectie” en tegelijkertijd garanderen dat gebruikers een begrip kunnen ontwikkelen van nieuwsonderwerpen in een omgeving die ze als veilig ervaren, is daarmee een belangrijke toekomstige uitdaging voor nieuwsorganisaties.

Dit artikel is gebaseerd op onderzoek gepubliceerd is in de wetenschappelijke tijdschriften Digital Journalism en New Media & Society.

Joëlle Swart, Chris Peters, Marcel Broersma

Het artikel Waarom messaging apps steeds belangrijker worden voor nieuws verscheen eerst op De Nieuwe Reporter.

De kwestie Omtzigt-MH17: Waarom terughoudendheid een journalistieke deugd moet zijn

pieter omtzigt

CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt ligt onder vuur omdat hij een ‘nepgetuige’ zou hebben geïnstrueerd voor een optreden in een zaal vol nabestaanden van vliegramp MH17. Egbert Minnema ziet dat de zaak niet zo eenduidig is en vindt dat de journalistiek zich terughoudend moet opstellen.

Zaterdagochtend, 9.45 uur. Wakker, maar toch ook niet. Opstaan kost moeite en tijd. Zo gaat dat normaliter. Maar gisteren niet. Want zoals gewoonlijk opende ik deze ochtend Twitter om te zien waar de wereld zich nu weer druk om maakt. Dat ontwaken ging door wat ik las ineens een stuk eenvoudiger. Ik schrok deze keer namelijk wakker. Pieter Omtzigt is negatief in het nieuws!

Eerste perspectief

Het NRC meldde gisteren:

“Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) heeft een nepgetuige van vliegramp MH17 twijfel laten zaaien over de toedracht van de ramp in een zaal vol nabestaanden. De tekst die de getuige uitsprak, was van tevoren opgesteld door het Kamerlid. Dat blijkt uit sms-verkeer en geluidsopnames waarover NRC beschikt. De getuige trad op in een bijeenkomst in mei dit jaar op de Vrije Universiteit in Amsterdam over strafvervolging van de daders. Omtzigt regelde bij de organisatie spreektijd voor een afgewezen Oekraïense asielzoeker die verklaarde dat hij andere vliegtuigen in de lucht had gezien toen de MH17 neerstortte. Deze theorie komt uit Rusland, waar na de ramp werd gesuggereerd dat het vliegtuig is neergeschoten door een Oekraïense straaljager.”

Het hele verhaal van NRC is hier te lezen.

Grote verdeeldheid op Twitter

Aangezien ik Omtzigt een van de beste Kamerleden van deze tijd vind, was ik (negatief) verrast. Pieter Omtzigt in opspraak op ’s Neêrlands gevoeligste dossier. Je zou denken dat dossiervreter Omtzigt oog voor heeft voor die gevoeligheid. En nu blijkt dat hij ons flink zou laten hebben misleiden. Hoe kan het dan dat hij nu blijkbaar zo de fout in gaat?

De hele dag scrollde ik door Twitter. Benieuwd of Omtzigt al zou zijn opgestapt. Benieuwd hoe erg hij de grond in is geboord en door wie. Benieuwd ook wie hem verdedigt en beschermt. Wat me opviel was dat mijn tijdlijn behoorlijk verdeeld is over deze kwestie. Die verdeeldheid zit ‘m niet in de schuldvraag. Daar is eenduidigheid over: Omtzigt handelde dom en stom. Wat hijzelf (min of meer) erkende.

De verdeeldheid zit ‘m vooral in de vraag naar consequenties. Moet Omtzigt opstappen? Is het een onoverkomelijke fout? Of is het een fout in het kader van ‘waar wordt gewerkt worden fouten gemaakt’? Is de geloofwaardigheid van Omtzigt volledig verdwenen? Spant hij misschien samen met de Russen? Of kan hij gewoon aanblijven en worden zijn kwaliteiten als Kamerleden nog steeds erkend?

Aan mij niet het oordeel

Voor zover ik het kan beoordelen kan Omtzigt prima aanblijven. Hij is in mijn ogen een goed en integer Kamerlid. Hij erkent dat hij onzorgvuldig was (ook al heel wat tegenwoordig). Hij maakte blijkbaar een fout, maar het lijkt mij niet zo’n grote fout dat hij voor eeuwig (als parlementariër) zijn geloofwaardigheid kwijt is. Van mij krijgt hij het voordeel van de twijfel. Ik zou het namelijk doodzonde vinden als hij het veld moet ruimen.

De kanttekening ‘voor zover ik het kan beoordelen’ is wel belangrijk. De sms-berichten en geluidsopnamen die het NRC in handen heeft heb ik zelf niet kunnen zien en horen. Ik kan dus onmogelijk kwalificeren hoe dom, maar vooral hoe onoverkomelijk de fout is.
‘Voor zover ik het kan beoordelen’ dus. Want ik was ook niet bij de bewuste bijeenkomst in de VU in Amsterdam. Ik heb de bewuste Oekraïner die spreektijd kreeg niet gehoord of gesproken. Ik heb niet met eigen ogen kunnen zien wat zich daar allemaal heeft afgespeeld.

Tweede perspectief

Die zinsnede ‘voor zover ik kan het kan beoordelen’ bleef in mijn hoofd rondzingen toen ik een heel andere perspectief hoorde van freelance journaliste Hella Hueck (onder meer voor WNL). Hueck was wél in Amsterdam aanwezig waar de Oekraiener sprak. Zij fungeerde deze avond als moderator en heeft met eigen ogen gezien wat er zich tussen Omtzigt en de Oekraïener heeft afgespeeld.

Volgens Hueck wilde CDA-Kamerlid Omtzigt tijdens de bijeenkomst met MH17-nabestaanden helemaal geen onrust te zaaien of de boel te misleiden, maar probeerde hij te voorkomen dat de (Oekraïense) spreker een politiek praatje hield. Hueck:

“Het bleek dat hij ook een asielzoekersbelang had. Ik wilde voorkomen dat hij deze bijeenkomst ging gebruiken voor zijn eigen karretje. Toen heb ik gezegd: ‘Je mag een vraag stellen aan het panel, maar ik wil niet dat je een politiek statement maakt.’” CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt was ook bij dat gesprek. Hueck: “Hij ging mij en de organisatie helpen zodat de man geen tirade van een half uur ging houden. Het is dus niet zo dat hij spreektijd voor hem regelde, want het was een open bijeenkomst.”

Lees hier het hele artikel van WNL.

Wie moet ik geloven?

Twee totaal verschillende perspectieven. NRC, die beweert dat Omtzigt (al dan niet moedwillig) verwarring heeft gesticht door spreektijd voor de afgewezen Oekraïense asielzoeker te regelen, tegenover Hueck van WNL, die zegt dat Omtzigt enigszins ingreep om te voorkomen dat op zo’n beladen avond politieke statements worden gemaakt.

Wie moet ik geloven? Of beter gevraagd: wiens beoordelingsvermogen moet ik het meest vertrouwen? Die van de journalisten van het NRC, die hun informatie ongetwijfeld hebben verkregen van een betrouwbare bron, of die van Hueck, die er zelf bij was?

Je zou denken dat het logischer om meer waarde toe te kennen aan het perspectief van Hueck, juist vanwege haar aanwezigheid. Haar collega’s van NRC waren dat niet (voor zover ik weet; het was niet uit het artikel op te maken). Maar op Twitter wordt het NRC door de meesten blindelings geloofd. Logisch, het is immers een kwaliteitsmedium dat zal zijn werk wel goed zal hebben gedaan.

Ongemakkelijk gevoel

Ik merk bij mezelf dat ik hier ongemak bij voel. Als buitenstaander kan ik namelijk niet beoordelen welk perspectief waar is. Ik kan alleen maar vertrouwen op het analyse- en beoordelingsvermogen van journalisten die meer bronmateriaal hebben dan ik. En ik kan zelf nagaan wat ik plausibel vind klinken.

Maar dat vertrouwen vind ik moeilijk. Zeker als de journalistiek claimt aan waarheidsvinding te doen, maar ik vervolgens wel afhankelijk ben van subjectieve individuen (lees: journalisten – die uiteraard te goeder trouw hun werk proberen te doen, daar twijfel ik niet aan). Journalistiek als waarheidsvinder: het lukt me niet om dit te zien. Daarvoor zijn mensen te subjectief en ben ik te postmodern.

Daarom kan ik er slecht tegen als er op basis van slechts één artikel uit een krant allerlei oordelen en conclusies in de (sociale) media te vinden zijn, terwijl er vaak veel meer perspectieven en kanten aan één verhaal zitten. De ophef rond Pieter Omtzigt is daar een treffend voorbeeld van.

Terughoudendheid en twijfel zijn in mijn ogen daarom eerder (journalistieke) deugden dan kwaden, helemaal als we datgene waarover we schrijven niet uit eerste hand hebben kunnen waarnemen.

Dit stuk is eerder verschenen op het weblog van Egbert Minnema.

The post De kwestie Omtzigt-MH17: Waarom terughoudendheid een journalistieke deugd moet zijn appeared first on De Nieuwe Reporter.

“Facebook, Snapchat en andere sociale media kunnen het journalistieke werk zinvoller en democratischer maken”

John D. Sutter foto

Zijn publiek bepaalt het volgende avontuur van CNN online columnist John D. Sutter. Tijdens zijn onderzoek helpen lezers en kijkers hem met het vinden van informatie en als het verhaal er eenmaal is, draagt hij de fakkel aan hen over om ervoor te zorgen dat er ook iets gedaan wordt aan de situatie. Lange leve social media.  Toch?

– Is voor media als CNN Facebook een concurrent of een bondgenoot?

“Ik zie Facebook, Snapchat en andere social media als een nuttige schakel tussen publiek en nieuwsorganisaties. Zij zijn momenteel een van de belangrijkste en interessante plaatsen om te experimenteren met verhalen vertellen. Dat komt grotendeels omdat ze uitgaan van tweerichtingsverkeer. Ze gebruiken geen megafoon om te schreeuwen naar het publiek maar creëren een dialoog. Als Facebook en de rest erin slagen om eigen verhalen te produceren (er zijn al pogingen geweest), kunnen ze concurrenten worden. Maar vooralsnog zie ik ze als krachtige tools voor nieuwe vormen van verhalen vertellen en een betere interactie met het publiek.”

– Je deed verslag vanaf de Marshall-eilanden via Snapchat. Welk verhaal leent zich voor Twitter of Snapchat?

“Ik kijk naar wat ik probeer over te brengen op mijn publiek en naar de kracht van ieder medium. Live video op Facebook is een geweldige scene-setter of scene-opener, Snapchat is goed voor een 24-uurs reisverslag, Twitter helpt verslaggevers (en presidenten) om breaking news te verspreiden. Instagram is van oudsher een plek voor prachtige foto’s. Wat bied je verhaal, en waar verwacht je dat het het meest zal resoneren? Ik heb de afgelopen jaren veel verslag gedaan over klimaatverandering en merk dat mensen op Snapchat veel betrokkener zijn bij dit onderwerp dan op andere netwerken – misschien omdat ze meestal jonger zijn. Ik heb een Earth Day chat gehad met CNN-publiek op Line, een netwerk dat populair is bij Engelstaligen in Azië. Ruim 200.000 mensen volgden dat gesprek; klimaat en luchtvervuiling vormen een groot probleem in Azië. Het is soms overweldigend als je aan alle mogelijkheden denkt. Dat heb ik zelf ook. Mijn advies daarom is: Kies voor ieder verhaal telkens een netwerk – slechts één – waarvan je denkt dat het goed past bij je project en experimenteer hoe je het verhaal vertelt. Leer van je successen en je mislukkingen. Al deze netwerken waarderen en belonen experimenten.”

– Wat is de toegevoegde waarde van Twitter, Instagram en Snapchat voor jou?

“Drie dingen: betere verhaalideeën, betere informatievergaring en een betere relatie met mijn publiek. Mijn Change the List-serie bij CNN is in opdracht van ons publiek tot stand gekomen; lezers stemden over de onderwerpen waar ik verslag van ging doen. Dat leidde tot verhalen die ik nooit zou hebben gevonden of overwogen. Mijn Two Degrees-serie over klimaatverandering heeft geleid tot een vaste stroom volgers, insiders, op sociale media. Lezers sturen me hun onderzoeken en ideeën en veel daarvan hebben geleid tot CNN-verhalen. Het helpt me ook om te begrijpen voor wie ik schrijf.”

– Je moet honderden of duizenden reacties binnen krijgen. Hoe filter je die?

“Ik gebruik vaak Google Forms als ik om feedback of input vraag. Dat helpt me om reacties in ieder geval te sorteren en om te markeren waar ik op terug wil komen. Google Forms is gratis en organiseert reacties vanzelf in een spreadsheet. Het is niet perfect en als er duizenden suggesties zijn, kan ik niet met allemaal aan de slag. Maar het is iets. Ik heb ook een mapje in mijn inbox met de beste verhaalideeën of vragen van lezers. En ik spaar interessante antwoorden op Snapchat op als afbeeldingen op mijn telefoon, zodat ik ze terug kan vinden. Dit klinkt als veel werk maar wat ik probeer is om alle feedback op een bepaald project op een medium op te slaan: e-mail, een Google-formulier, enz. Door het te trechteren wordt het beheersbaarder.”

– Wat is de rol van de journalist in deze digitale tijd? Zijn we nog steeds de brengers van nieuws of zijn we community builders geworden die met informatie groepen verbinden?

“Journalisten dienen het publieke belang. We zijn boodschappers; we moeten de regering in de gaten houden. En we moeten ook reageren op ons publiek. Die twee sluiten elkaar niet uit. Soms stuurt het publiek van CNN mij op pad voor een onderwerp waarin zij geïnteresseerd zijn. Ik beschouw dat als publieke interesse-journalistiek; ik investeer mijn tijd in het onderzoeken van iets dat belangrijk is voor mijn publiek. Soms werk ik aan een verhaal en gebruik ik digitale tools om mijn publiek geïnteresseerd te krijgen. Vaak ga ik een stap verder en vraag ons publiek om voor een push for change. Ik heb in dit werk keer op keer gezien dat journalisten emotioneel zware kwesties zoals LGBT-rechten, verkrachting en inkomensongelijkheid schuwen, omdat ze denken dat het niet verkoopt, maar dat blijkt dus niet het geval. We hebben een andere mindset nodig: het publiek is onze bondgenoot. Luisteren naar hen maakt ons werk zinvol en uiteindelijk ook democratischer. Dat is conceptueel niet nieuw, maar digitale hulpmiddelen maken het veel makkelijker om naar ons publiek te luisteren. En ze maken het veel gemakkelijker voor onze publiek om uit te tunen als we hun belangen níet dienen.”


Wie is John Sutter?

John D. Sutter is een bekroonde columnist en multimediaproducent voor CNN Digital. Zijn online verhaal en documentaire over moderne slavernij in Mauritanië, “Slavery’s Last Stronghold“, won de Livingston Award voor jonge journalisten en werd genomineerd voor een EMMY voor nieuwe benaderingen in documentaire. John is ook maker van CNN’s “Two Degrees” -reeks, waarin hij op onderzoek ging om lezersvragen over de klimaatcrisis te beantwoorden. Een vraag stuurde hem naar de Marshalleilanden, waar hij “You’re making this island disappear” produceerde, een online verhaal dat eerst verscheen op Snapchat. Voor zijn “Change the List” -project, dat een Batten-medaille won van de American Society of News Editors, vroeg hij CNN’s publiek om te stemmen op onderwerpen waar hij verslag van moest gaan doen en om na afloop te helpen om tot verandering te komen. De afgelopen jaren stuurden lezers hem op een drieweekse kajakreis over de meest bedreigde rivier in de Verenigde Staten; naar de Amerikaanse staat met de grootste inkomensongelijkheid; naar de staat met het hoogst aantal gerapporteerde verkrachtingen en tal van andere plekken.


John Sutter in Amsterdam

John Sutter geeft op 18 mei een masterclass bij de Stichting Verhalende Journalistiek in Amsterdam over hoe je een online project in de steigers zet. Hij spreekt de dag erna op de conferentie verhalende journalistiek. Zie voor meer informatie de website van de conferentie.

The post “Facebook, Snapchat en andere sociale media kunnen het journalistieke werk zinvoller en democratischer maken” appeared first on De Nieuwe Reporter.

De grijze tweep en geranium-tv

Met de vergrijzing in het achterhoofd blijft het verbazingwekkend hoe weinig interesse er is voor de senior als doelgroep. De gemaksstoelen-industrie, cruise-organisatoren en zorg-leveranciers weten via advertentieruimte in media de ouderen prima te vinden, maar de media zelf behandelen de groep over het algemeen niet als een serieuze afnemer. Ouderen voelen zich zelfs gepasseerd door de media.

Lees verder >>>>

Page generated in 0,927 seconds. Stats plugin by www.blog.ca